06 Beantwoording commissievragen HvM raadscie. 15-5 agendapunt 8.3 beleidskader wind- en zonne-energie West-Friesland
Tekst van het document
Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie Zaaknummer Documentnummer Naam commissielid Fractie Onderwerp
Z-22-434445 DOC-23-685700 M. Hoogewerf Hart voor Medemblik Commissievragen HvM raadscie. 15-5 agendapunt 8.3 beleidskader wind- en zonne-energie West-Friesland Datum waarop de vraag is gesteld 8 mei 2023 Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur voorafgaand aan de commissievergadering. Portefeuillehouder Afdeling Inleiding In bijlage 2 wordt er uitgebreid ingegaan op de resultaten die opgehaald zijn. Deze resultaten zijn op basis van 2068 reacties op de vragenlijst. Deze opgehaalde resultaten zijn gebruikt als input voor de het document wat nu voor ons ligt. In bijlage 1 wordt er op pagina 33 gesproken over participatie en worden er een aantal tips gegeven aan de toekomstige indieners van plannen. Hierbij worden de volgende tips gegeven: • artikelen in het regionale dagblad; • artikelen in lokale kranten; • artikelen in huis-aan-huiskranten; • artikelen in de online pers; • artikelen voor de eigen media van de gemeente(n), zoals de digitale nieuwsbrieven en sociale media. Een en ander kan aangeleverd worden in overleg met de betreffende communicatie- afdelingen; • een website die voor dit project wordt ingericht met informatie over het project (inclusief informatie over de financiële participatie). Initiatiefnemer verzorgt tenslotte een digitale nieuwsbrief over de voortgang van het project 1.
Gezien u deze tips geeft aan initiatiefnemers, welke van deze kanalen heeft u zelf gebruikt om de vragenlijst bekend te maken bij de, ruim, 218.000 inwoners van de 7 gemeenten?
antwoord
We hebben de geselecteerde inwoners allemaal persoonlijk uitgenodigd deze enquête in te vullen. Daarnaast hebben we alle gemeentelijke communicatiekanalen (inclusief social media) gebruikt die ons ter beschikking staan, de vrije (print)media opgezocht en een betaalde Facebook en Instagramcampagne gelanceerd.
2.
Waarom heeft u gekozen voor deze kanalen en niet voor bijv. de Facebookpagina van de gemeente Medemblik? Hiervan heb ik geen post kunnen vinden.
Antwoord
Zie hiervoor. We hebben ook via het Facebook van de gemeente Medemblik hierover gecommuniceerd.
3.
Vindt u de resultaten representatief (minder dan 1% van de totale inwoners), en daarom geldig, om mee te nemen in dit beleidskader?
Antwoord
Ja, we vinden de resultaten representatief om mee te nemen in het beleidskader. We hebben twee enquêtes uitgevoerd, een speciaal voor jongeren en een voor de andere inwoners. We hebben hier een gespecialiseerd onderzoeksbureau voor in de hand genomen. Dit bureau heeft de resultaten met een statistische analyse berekend. Hieruit blijkt dat de betrouwbaarheid van het onderzoek 95% is. Dat wil zeggen dat wanneer het onderzoek op dezelfde wijze en op hetzelfde moment uitgevoerd zou worden de uitkomsten voor 95% hetzelfde beeld geven. De resultaten van de enquête zijn gewogen naar de leeftijd en de gemeente waarin deze respondent woont. Dat betekent dat de resultaten zijn gecorrigeerd om het risico van een niet geheel representatieve steekproef weg te nemen. Dit is een gangbare werkwijze in statistisch kwantitatief onderzoek. De resultaten van de groepen die ondervertegenwoordigd zijn tellen relatief zwaarder mee in de totaalresultaten en de resultaten van groepen die oververtegenwoordigd zijn relatief lichter. Door de weging die het bureau heeft toegepast zijn de resultaten van het onderzoek representatief voor leeftijd en gemeente.
4.
Hoe groot is de impact van deze vragenlijst (bijlage 2) op de totale beleidskaders zoals omschreven in bijlage 1?
Antwoord
We hebben bij inwoners opgehaald of er draagvlak is voor duurzame energieopwekking in Westfriesland. En, onder welke voorwaarden we hiervoor ruimte kunnen geven in ons beleid. Dit leverde waardevolle informatie op. Zo zien volwassen respondenten bijvoorbeeld graag terug dat zonneweides gecombineerd worden met het realiseren van een waterberging. Jongeren willen dit liever koppelen aan biodiversiteit. We hebben deze input verwerkt in het beleidskader. Ook gaven de resultaten waardevolle input voor proces- en financiële participatie. Verder zien we in de resultaten van de enquête een bevestiging van het reeds ingezette beleid bij de vaststelling van de Regionale Energiestrategie Noord-Holland Noord (RESNHN). Bijvoorbeeld dat zonneweides vooral in de nabijheid van bedrijventerreinen een plek moet gaan krijgen.
Op pagina 11(bijlage 1) wordt er bij het sterretje aangegeven: “In Westfriesland mogen microturbines – conform provinciaal beleid - maximaal een ashoogte van 15 meter hebben” 5.
Mocht het provinciaal beleid wijzigen, bijv. hoger/minder hoge microturbines, wordt het lokale beleid dan ook meteen aangepast? a. Zo ja, is dat ook van toepassing op andere lokale afspraken die wij maken en welke?
Antwoord
Nee, dit vraagt dan een nieuw besluit van de raad.
Op pagina 11(bijlage 1) wordt er onder de kop “Voorwaarden voor plaatsing van microturbines en zonnevelden voor zelfvoorzienendheid bij ondernemers” gesproken over een bouwvlak met een stedelijk functie. 6.
Houdt dit in dat microturbines ook binnen stedelijk gebied geplaats kunnen worden? a. Zo ja, wat zijn de afstandsregels omtrent de plaatsing hiervan ten opzichte van andere bebouwing, inwoners? b. Welke andere regels zijn er gesteld rondom de plaatsing van microturbines binnen stedelijk gebied? c. Volgens onderzoek van NAA (https://www.naa.nl/nieuws/geluid-kleinewindmolen-in-bebouwde-omgeving/) moet in een bebouwde maar rustige omgeving de afstand minimaal 120 meter zijn. In dit beleidskader is hierover niets opgenomen, waarom niet?
Antwoord
Nee, deze microturbines kunnen niet binnen stedelijk gebied worden gerealiseerd. De provincie staat dit alleen toe in het landelijk gebied.
Op pagina 11(bijlage 1) wordt er onder de kop “Voorwaarden voor plaatsing van microturbines en zonnevelden voor zelfvoorzienendheid bij ondernemers” gesproken over “de installaties aantoonbaar bedoeld zijn in om de eigen (verwachte) behoefte te voorzien” 7.
Op wat voor manier moet deze, toekomstige, behoefte aangetoond en onderbouwd worden?
Antwoord
Dit moet aangetoond worden aan de hand van het huidige energieverbruik, eventueel aangevuld met gegevens over toekomstige uitbreidings- en of verduurzamingsplannen.
8.
Op pagina 23(bijlage 1) worden er, als enige landschap, geen kaders meegegeven voor microturbines. Waarom is hiervoor gekozen?
Antwoord
Dit zogenoemde experimenteer landschap is al heel kenmerkend. Er bevinden zich veel agrarische gebouwen. Deze gebouwen kunnen al dezelfde hoogte hebben als een kleine erfmolen met een ashoogte van 15 meter. Daarnaast zijn in dit landschap vaak al geen erfmolens in te passen omdat deze agrarische gebouwen meteen achter de erven beginnen en tot het einde van de kavel doorlopen.