06 Beantwoording Commissievragen D66 raadscie. 14-9 agendapunt 8.1 Omgevingsvisie Agenda voor de Toekomst
Tekst van het document
Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie Zaaknummer
Z-22-434445
Documentnummer
DOC-23-735414
Naam commissielid
D. Swart en C. Vlaar
Fractie
D66
Onderwerp
Commissievragen D66 raadscie. 14-9 agendapunt 8.1 Omgevingsvisie Agenda voor de Toekomst 11 september 2023
Datum waarop de vraag is gesteld
Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur voorafgaand aan de commissievergadering. Portefeuillehouder Jeroen Broeders Afdeling Ruimte Inleiding Gelijk met de omgevingsvisie lopen er ook andere (beleids-)trajecten die van belang zijn. Dit zijn de regionale woondeal, de Regionale Energie Strategie (RES), het provinciaal ruimtelijk ontwikkelperspectief, het provinciaal programma landelijk gebied (PPLG0, het gemeentelijke lange termijn accommodatiebeleid, de woonvisie en groenstructuurplan en het versterken van het netwerk van Liander. Ook de Strategische visie 2023-2026 van de P10 gemeenten (samenwerkingsverband van plattelandsgemeenten) en de bijbehorende uitvoeringsagenda 2023 moet in dit verband genoemd worden. De gemeente probeert met regelmatige afstemming alle trajecten op een goede manier te integreren in de omgevingsvisie. Gesteld wordt o.a. dat de omgevingsvisie een dynamisch karakter moet hebben/ krijgen om ontwikkelingen te volgen en in te bedden. Daarentegen moet de omgevingsvisie ook de lange termijn richting aangeven voor de fysieke leefomgeving en het grondgebied. Dat zijn tegengestelde bewegingen. 1.
Hoe is/wordt met deze 'contradictie' toch voldoende flexibiliteit effectief in het proces ingebouwd waarmee actuele maatschappelijke ontwikkelingen zoals hierboven benoemd tijdig worden vertaald in de visie?
antwoord
De Omgevingsvisie is het meest abstracte beleidsstuk onder de Omgevingswet. Het laat de ambities van de gemeente op de lange termijn zien. De ambities vloeien voort uit bestaand beleid. De Omgevingsvisie staat daarmee niet op zichzelf, maar is een integraal document waarin alle beleidsvelden met raakvlakken met de fysieke leefomgeving samenkomen. De beleidswinkel is in de tussentijd niet gesloten. Nieuw beleid blijft in ontwikkeling en bestaand beleid vraagt soms om een actualisatie. Met beleidsontwikkelingen wordt rekening gehouden in het opstellen van de visie. De balans tussen dynamisch en richting geven wordt gedaan door ambities en doelen op te nemen met voldoende ruimte voor uitwerking. Bijvoorbeeld door niet precies aan te geven welke boom waar moet, maar wel aan te geven dat groen belangrijk is in de gemeente en welke (concretere) ambities daarbij horen. De uitwerking gebeurt vervolgens in programma’s en het Omgevingsplan.
2.
Biedt (het hoe) het proces en inhoud van het omgevingsplan (de uitvoering) ook voldoende ruimte om tijdig bijgesteld te worden.
Antwoord
De Omgevingsvisie is de eerste stap in de onder de Omgevingswet voorgestelde beleidscyclus. De Omgevingsvisie heeft in die cyclus een nauwgezette relatie met het instrument programma(’s) en het Omgevingsplan. Elk instrument kent zijn eigen dynamiek en onderlinge afhankelijkheid. Deze beleidscyclus bepaalt niet alleen de opgave voor en het doel van de Omgevingsvisie, het zegt ook iets over de samenhang van het instrument met de andere instrumenten in de beleidscyclus. De Omgevingsvisie stelt ambities. In programma’s worden ambities concreet gemaakt en in het Omgevingsplan worden door middel van regels (onderdelen van) de fysieke leefomgeving beschermd. In de Omgevingsvisie wordt een aanzet gegeven voor het Omgevingsplan door de aspecten aan te geven die beschermd moeten worden.