06 Beantwoording Commissievragen CDA raadscie. 6-10 agendapunt 8.1 IHP.docx
Tekst van het document
Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie Nummer DOC-22-593421 Zaaknummer Z-21-180420 Naam commissielid M. Droog Fractie CDA Onderwerp Commissievragen CDA raadscie. 6-10 agendapunt 8.1 IHP Datum waarop de vraag is gesteld 3 oktober 2022 Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur, voorafgaand aan de raadscommissie. Portefeuillehouder Afdeling
1.
In paragraaf 4.7 van het IHP staat dat er 1,8 mln euro is geraamd voor tijdelijke huisvesting in de periode 2023 – 2026. In het raadsvoorstel staat echter dat er 2,4 mln euro wordt geraamd over de periode 2023 – 2028. Hoe kan het verschil in periode worden verklaard?
antwoord
In het IHP is inderdaad een bedrag genoemd van € 1,8 miljoen. Deze raming is afkomstig uit een eerder onderzoek uit 2020 naar de kosten van tijdelijke huisvesting voor de scholen in de kern Medemblik. De tijdelijke huisvesting zal zeer waarschijnlijk ook gebruikt gaan worden voor de scholen welke in de volgende planperiode 2027-2030 benoemd zijn. Dat wordt nog nader en t.z.t. onderzocht. In de meerjarenbegroting 2023-2026 worden plaatsingskosten en nutsvoorzieningen in overleg met financiën afgeschreven over een periode van 5 jaar (2023-2028) waarbij ook rekening is gehouden met huurkosten over 2027-2028. Hiermee komen we uit op een bedrag van € 2,4 miljoen.
2.
Paragraaf 6.1 IHP: De Jozefschool valt op door het relatief grote verwachte tekort aan ruimte in 2036. Er zal 355 m2 moeten worden uitgebreid. Toch is het bedrag per m2 gebaseerd op de ruimtebehoefte in 2036 (1.759 m2) met 2.301 euro per m2 nog lager dan de norm voor vernieuwbouw (die is namelijk 2.344 euro per m2). Is het bedrag van 2.301 euro gebaseerd op een specifieke bouwkostencalculatie voor de Jozefschool?
Antwoord
Ja, dat is inderdaad het geval.
3.
Indien het antwoord op vraag 2 “ja” is, op welke datum is de bouwkostencalculatie opgesteld?
Antwoord
De bouwkostencalculatie is door de huisvestingsadviseur van de SKOWF op 5 september 2022 opgesteld.
4.
Dient de uitbreiding van 355 m2 óók te worden bekostigd uit het genoemde bedrag van 2.301 euro per m2?
Antwoord
Ja, dat is wel de bedoeling.