06 Beantwoording Commissievragen CDA raadscie. 13-5 agendapunt 8.1 Principeverzoek vergroten bouwvlak Liederik 1 Zwaagdijk-Oost
Tekst van het document
Zaaknummer
Z-23-482395
Documentnummer
DOC-24-836954
Naam commissielid
E. v.d. Bosch
Fractie
CDA
Onderwerp
Commissievragen CDA raadscie. 13-5 agendapunt 8.1 Principeverzoek vergroten bouwvlak Liederik 1 ZwaagdijkOost 2 mei 2024
Datum waarop de vraag is gesteld Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur voorafgaand aan de commissievergadering. Portefeuillehouder J. Broeders Afdeling Externe dienstverlening
1.
In het raadsvoorstel merkt u op dat dit principeverzoek een locatie betreft die buiten Het Grootslag valt. Er is echter bij amendement op 8-12-2016 (toegevoegd als bijlage) mogelijk gemaakt dat ook bedrijven buiten het Grootslag in aanmerking kunnen komen voor uitbreiding. Kent u dit amendement en heeft u dit betrokken bij uw besluitvorming?
antwoord
Wij kennen het amendement, waarin uw raad de mogelijkheid heeft gecreëerd in haar definitieve beoordeling van een aanvraag naast de ruimtelijke kaders ook andere aspecten mee te wegen. Dit amendement is ook de reden dat het principeverzoek nu aan de raad wordt voorgelegd.
2.
In het RVS bij beoogd resultaat noemt u “behoud van openheid achter het lint”. De uitbreiding betreft echter de noordzijde. Waarom bent u dan van mening dat de openheid van het lint veranderd door eventueel mee te werken aan dit principeverzoek?
Antwoord
De linten waar de woningen en bedrijfsgebouwen aan zijn gelegen, lopen in Westfriesland hoofdzakelijk van oost naar west. De dwarslinten die daar haaks op staan, zoals bijvoorbeeld de Liederik zijn veelal grotendeels onbebouwd. Dit draagt er toe bij dat het doorzicht op het open landschap wordt behouden. Het onderhavige verzoek leidt in ieder geval tot een substantiële verdichting aan de Liederik.
3.
Het is een vereiste bij dergelijke uitbreidingen dat er een ander bedrijf ‘stopt’. Dit geldt voor het inleveren van bestaand bouwvlak Zwaagdijk 102. Waarom vindt u dit onvoldoende?
Antwoord
Een initiatiefnemer met bebouwingswensen boven de 4 ha, moet op grond van het gemeentelijk beleid voor grootschalige agrarische bedrijvigheid ergens anders binnen de gemeente een agrarisch bouwperceel saneren, zodat de bouwrechten
*ZB9E350CF05*
Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie
verdwijnen en aanwezige opstallen worden gesloopt. De initiatiefnemer kan er ook voor kiezen om een bestaand agrarisch bouwperceel bij het bedrijf te betrekken. In dit geval wordt het bouwvlak behouden en bij het bedrijf getrokken. Hierdoor kan het bedrijf wel uitbreiden met 0,57 hectare, waardoor het totaal op 4,57 ha komt. Het bedrijf aan Zwaagdijk 102 is gestopt, maar het principeverzoek ziet toe op het gebruiken en uitbreiden van dit bouwvlak. 4.
Gebruikelijk neemt ons college het advies van de Agrarische Beoordelings Commissie over. Waarom niet nu?
Antwoord
De commissie benadrukt dat haar conclusies niet zijn te staven met cijfers of prognoses, maar meer passen in een algemeen beeld van de sector. Gelet op de heldere ruimtelijke kaders die de raad heeft vastgesteld, zien wij onvoldoende noodzaak en reden om de meer algemene observatie van de Agrarische Beoordelingscommissie te volgen.
5.
Het is ongebruikelijk dat er in onze raadsvoorstellen iets wordt opgenomen over eventuele klachten. U heeft er in dit RVS wel voor gekozen. Wat is hiervoor uw motivatie? En klopt het dat eerdere klachten al van meer dan 3 jaar geleden dateren en bent u ervan op de hoogte dat de ventilatoren zijn vervangen?
Antwoord
De huidige geluidsituatie van het bedrijf achtten wij, gegeven de aanvraag om het bedrijfsareaal te verdubbelen, relevante informatie voor uw raad. Het is ons bekend dat de ventilatoren zijn vervangen desalniettemin worden de geluidsnormen nog steeds overschreden.
6.
STEL we werken wel mee aan het principe verzoek, en initiatiefnemer vraagt een omgevingsvergunning aan, is er dan sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit?
Antwoord
Dat is correct.