05 Was-wordt tabel Verordening op de raadscommissie gemeente Medemblik 2023 (aangepaste versie, incl. erratum).docx
Tekst van het document
Was-wordt tabel Verordening op de raadscommissie gemeente Medemblik 2023 Bestaande tekst Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder a. lid: een raadslid of een commissielid nietzijnde raadslid dat is benoemd door de raad als raadscommissielid; b. voorzitter: raadslid door de raad als voorzitter benoemd van de raadscommissie; c. commissiegriffier: secretaris van een raadscommissie of diens vervanger; d. griffier: griffier van de raad of diens vervanger; e. rondetafelgesprek: een informele bespreking met raads- en commissieleden voorafgaand aan een meningvormende commissievergadering op verzoek van een inwoner of vertegenwoordiger van een organisatie over een niet geagendeerd onderwerp. f. hamerstuk: een agendapunt dat voor de raadsagenda wordt geagendeerd en dat, voorafgaand aan besluitvorming, geen beraadslaging meer behoeft; g. bespreekstuk: een agendapunt dat voor de raadsagenda wordt geagendeerd en dat, voorafgaand aan besluitvorming, nog beraadslaging behoeft; h. debatstuk: een agendapunt dat voor de raadsagenda wordt geagendeerd en dat, voorafgaand aan besluitvorming, debat in de gemeenteraad behoeft; i. wet: Gemeentewet. Artikel 3. Taken De commissie heeft de volgende taken: a. Het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of onderwerp dat betrekking heeft op de in de commissies aan de orde komende onderwerpen. b.
Het uitbrengen van advies aan de raad uit eigen beweging. c. Voeren van overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de in de commissies aan de orde komende onderwerpen. Artikel 4. Samenstelling 1. In de opiniërende commissie nemen maximaal twee leden per fractie per agendapunt aan de vergadertafel plaats. Een fractie heeft per agendapunt één woordvoerder tenzij de commissie anders besluit. 2. De in het eerste lid genoemde leden worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd. In totaal kunnen zeven personen per fractie als lid van de raadscommissies worden
Nieuwe tekst Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder a. lid: een raadslid of een commissielid nietzijnde raadslid dat is benoemd door de raad als raadscommissielid; b. voorzitter: raadslid door de raad als voorzitter benoemd van de raadscommissie; c. commissiegriffier: secretaris van een raadscommissie of diens vervanger; d. griffier: griffier van de raad of diens vervanger; e. rondetafelgesprek: een informele bespreking met raads- en commissieleden voorafgaand aan een raadscommissievergadering op verzoek van een inwoner of vertegenwoordiger van een organisatie over een niet geagendeerd onderwerp. f. hamerstuk: een agendapunt dat voor de raadsagenda wordt geagendeerd en dat, voorafgaand aan besluitvorming, geen beraadslaging meer behoeft; g. bespreekstuk: een agendapunt dat voor de raadsagenda wordt geagendeerd en dat, voorafgaand aan besluitvorming, nog beraadslaging behoeft; h. debatstuk: een agendapunt dat voor de raadsagenda wordt geagendeerd en dat, voorafgaand aan besluitvorming, debat in de gemeenteraad behoeft; i. wet: Gemeentewet. Artikel 3. Taken De raadscommissie heeft de volgende taken: a. Het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of onderwerp dat betrekking heeft op de in de raadscommissie aan de orde komende onderwerpen. b. Het uitbrengen van advies aan de raad uit eigen beweging. c.
Het voeren van overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de in de raadscommissie aan de orde komende onderwerpen. Artikel 4. Samenstelling 1. In de raadscommissie nemen maximaal twee leden per fractie per agendapunt aan de vergadertafel plaats. Een fractie heeft per agendapunt één woordvoerder tenzij de raadscommissie anders besluit. 2. De in het eerste lid genoemde leden worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd. In totaal kunnen vier personen per fractie, niet-zijnde raadsleden, als lid van de raadscommissie worden voorgedragen.
voorgedragen, waarbij de raadsleden bij voorrang worden voorgedragen. Indien de fractie uit meer dan zes raadsleden bestaat worden alle raadsleden voorgedragen voor benoeming tot commissielid; deze fracties hebben de mogelijkheid om naast deze raadsleden maximaal een niet-raadslid voor te dragen als commissielid. Voor de fracties die één of meer commissievoorzitters of plv. commissievoorzitters leveren is het tevens toegestaan per geleverde (plv) commissievoorzitter een commissielid, niet zijnde raadslid, voor te dragen. 3. De artikelen 10, 11, 12 en 13 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op de leden van de raadscommissie. 4. De commissieleden niet-zijnde raadsleden leggen -alvorens zij starten met de werkzaamheden in de raadscommissie- in de raadsvergadering in de handen van de voorzitter de eed of verklaring en belofte af, waarbij tevens het commissielid in de gelegenheid wordt gesteld de gedragscode en het Gentle Agreement te ondertekenen. Artikel 5. Benoeming voorzitter en plaatsvervangend voorzitter 1. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter worden benoemd door en vanuit de raad. 2. Een voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter is geen lid van de raadscommissie die hij voorzit. Artikel 6. Zittingsduur en vacatures 1.
De zittingsperiode van een commissielid, voorzitter en plaatsvervangend -voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad. 2. Het lidmaatschap van een commissielid eindigt als niet meer wordt voldaan aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen. 3. De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd. 4. De raad kan een commissievoorzitter of plaatsvervangend -voorzitter ontslaan. 5. Een lid en een (plaatsvervangend) commissievoorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 6. Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan. 7. Het lidmaatschap van commissieleden, benoemd op voordracht van een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege.
3. Het commissielidmaatschap van een raadslid vervalt automatisch als een raadslid ontslag neemt indien het aantal commissieleden hierdoor het aantal van vier gaat overschrijden; als dat niet het geval is blijft het ex-raadslid commissielid, tenzij het ex-raadslid ook ontslag neemt als commissielid. 4. De artikelen 10, 11, 12 en 13 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op de leden van de raadscommissie. 5. De commissieleden niet-zijnde raadsleden leggen -alvorens zij starten met de werkzaamheden in de raadscommissie- in de raadsvergadering in de handen van de voorzitter de eed of verklaring en belofte af, waarbij tevens het commissielid in de gelegenheid wordt gesteld de gedragscode en het Gentle Agreement te ondertekenen.
Artikel 5. Benoeming voorzitter en plaatsvervangend voorzitter 1. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter worden benoemd door en vanuit de raad. In totaal kunnen vier voorzitters en twee plaatsvervangend voorzitters worden benoemd. 2. Een voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter is geen lid van de raadscommissie die hij voorzit. Artikel 6. Zittingsduur en vacatures 1. De zittingsperiode van een commissielid, voorzitter en plaatsvervangend -voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad. 2. Het lidmaatschap van een commissielid eindigt als niet meer wordt voldaan aan de in artikel 4, vierde lid, gestelde eisen. 3. De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd. 4. De raad kan een commissievoorzitter of plaatsvervangend -voorzitter ontslaan. 5. Een lid en een (plaatsvervangend) commissievoorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 6. Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan. 7. Het lidmaatschap van commissieleden, benoemd op voordracht van een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege.
Artikel 9. Oproep en agenda 1. De voorlopige agenda met een voorstel voor behandeltijden wordt uiterlijk tien dagen voor de commissievergadering op voordracht van de griffie vastgesteld door het presidium. 2. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de oproep aan de leden verzonden. 3. De voorzitter zendt ten minste negen dagen voor de raadscommissie de leden een oproep onder vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. 4. In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering, wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 5. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 10, derde lid, van toepassing. 6. De agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de raadscommissie vastgesteld. 7. Een commissielid kan een onderwerp in de raadscommissie laten agenderen door een bespreeknotitie bij het presidium in te dienen. 8. Een lid van het college kan een onderwerp in de raadscommissie laten agenderen door een bespreeknotitie bij het presidium in te dienen. Artikel 10. Ter inzage leggen van stukken 1.
Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raadscommissie en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Elektronisch beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst. 3. Stukken waaromtrent op grond van artikel 86, eerste en tweede lid, van de wet geheimhouding is opgelegd, blijven in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de commissieleden op verzoek inzage. Artikel 11. Openbare kennisgeving 1. De vergadering wordt door aankondiging in het huis-aan-huis blad De Medemblikker/Koggenlander en door plaatsing op de gemeentelijke website openbaar gemaakt.
Artikel 9. Oproep en agenda 1. De voorlopige agenda met een voorstel voor behandeltijden wordt uiterlijk zeventien dagen voor de commissievergadering op voordracht van de griffie vastgesteld door het presidium. 2. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met de oproep aan de leden verzonden. 3. De voorzitter zendt ten minste zestien dagen voor de raadscommissie de leden een oproep onder vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. 4. In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering, wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 5. Op de stukken, bedoeld in het tweede lid, is artikel 10, derde lid, van deze verordening van toepassing. 6. De agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de raadscommissie vastgesteld. 7. Een commissielid kan een onderwerp in de raadscommissie laten agenderen door een bespreeknotitie in te dienen. 8. Een lid van het college kan een onderwerp in de raadscommissie laten agenderen door een bespreeknotitie in te dienen. Artikel 10. Ter inzage leggen van stukken 1.
Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raadscommissie en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Elektronisch beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst. 3. Informatie van de raadscommissie of aan de raadscommissie verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier. Artikel 11. Openbare kennisgeving 1. De vergadering wordt door aankondiging in het huis-aan-huis blad De Medemblikker en door plaatsing op de gemeentelijke website openbaar gemaakt. 2. De openbare kennisgeving vermeldt:
2. De openbare kennisgeving vermeldt: a. de datum, aanvangstijd en plaats, en de agenda van de vergadering; b. wijze waarop en de plaats waar een ieder de bij de vergadering behorende stukken kan inzien; c. de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 16. 3. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden. Artikel 14. Aantal spreektermijnen 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen. De raadscommissie kan anders beslissen. 2. Commissieleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 3. Bij de bepaling hoeveel keer een commissielid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. 4. Als de opiniërende commissie adviseert een raadsvoorstel terug te zenden aan het college, wordt het raadsvoorstel als bespreekstuk voor de raadsvergadering geagendeerd. Artikel 16. Spreekrecht burgers 1. Burgers, vertegenwoordigers van maatschappelijke instellingen, organisaties en bedrijven kunnen: a. over een niet geagendeerd onderwerp hun mening kenbaar maken tijdens een rondetafelgesprek voorafgaand aan de raadscommissie of b.
bij een onderwerp dat op de agenda staat of over een niet geagendeerd onderwerp bij aanvang van de vergadering in de oriënterende fase inspreken waarna de commissieleden in de gelegenheid gesteld worden de inspreker(s) verduidelijkende vragen te stellen. 2. Diegene die van het spreekrecht in de oriënterende fase gebruik wil maken meldt dit voor de vergadering bij de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. 3. Diegene die van het spreekrecht tijdens een rondetafelgesprek gebruik wil maken meldt dit uiterlijk 48 uur voor de vergadering bij de griffie onder vermelding van naam, adres, telefoonnummer, emailadres en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. De griffie draagt er zorg voor dat de raads- en commissieleden uiterlijk 24 uur van tevoren op de hoogte worden gesteld van de aanvraag voor inspreken tijdens een rondetafelgesprek. Een rondetafelgesprek begint in beginsel om
a. de datum, aanvangstijd en plaats, en de agenda van de vergadering; b. de wijze waarop en de plaats waar een ieder de bij de vergadering behorende stukken kan inzien; c. de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 16. 3. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden. Artikel 14. Aantal spreektermijnen 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen. De raadscommissie kan anders beslissen. 2. Commissieleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 3. Bij de bepaling hoeveel keer een commissielid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. 4. Als de raadscommissie adviseert een raadsvoorstel terug te zenden aan het college, wordt het raadsvoorstel als bespreekstuk voor de raadsvergadering geagendeerd. Artikel 16. Spreekrecht burgers 1. Burgers, vertegenwoordigers van maatschappelijke instellingen, organisaties en bedrijven kunnen: a. over een niet geagendeerd onderwerp hun mening kenbaar maken tijdens een rondetafelgesprek voorafgaand aan de raadscommissie of b. bij een onderwerp dat op de agenda staat bij dat agendapunt en over een niet geagendeerd onderwerp bij het agendapunt ‘Spreekrecht art.
16 Verordening op de raadscommissies gemeente Medemblik 2023’ inspreken, waarna de commissieleden in de gelegenheid gesteld worden de inspreker(s) verduidelijkende vragen te stellen. 2. De navolgende onderwerpen zijn van het spreekrecht uitgesloten: a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; b. een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; c. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen. 3. Diegene die van het spreekrecht gebruik wil maken meldt dit voor de vergadering bij de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren.
19.00 uur, voorafgaand aan de opiniërende commissie. 4. Insprekers krijgen per vergadering de gelegenheid om maximaal vijf minuten in te spreken. Per vergadering is in totaal een half uur voor inspraak gereserveerd. Als er meer dan 6 insprekers zijn, wordt de totale inspreektijd van maximaal een half uur naar rato verdeeld over de insprekers.
Artikel 17. Uitkomst van de behandeling van een onderwerp 1. Als een raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt, beslissen de leden op voorstel van de commissievoorzitter over de inhoud van het advies. 2. Het advies betreft de agendering in de raadsvergadering: hamerstuk, bespreekstuk of debatstuk. 3. In een vergadering vinden in beginsel geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding en met betrekking tot de orde. 4. Bij een stemming wordt rekening gehouden met de omvang van de fractie in de gemeenteraad. Artikel 19. Besluitenlijst 1. Van de commissievergaderingen wordt onder verantwoordelijkheid van de commissiegriffier een besluitenlijst gemaakt. 2. De concept-besluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt, zo mogelijk, voor de leden openbaar gemaakt gelijktijdig met de agenda voor de volgende vergadering. 3. De digitale besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk op de gemeentelijke website geplaatst. 4. De samenvattende besluitenlijst van de commissievergadering wordt ter vaststelling voorgelegd in de eerstvolgende vergadering van de raadscommissie. 5. De leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders, hebben het recht een voorstel tot wijziging van de besluitenlijst aan de raadscommissie te doen, indien de conceptbesluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen verklaard of besloten is.
4. Diegene die van het spreekrecht tijdens een rondetafelgesprek gebruik wil maken meldt dit uiterlijk 48 uur voor de vergadering bij de griffie onder vermelding van naam, adres, telefoonnummer, emailadres en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. De griffie draagt er zorg voor dat de raads- en commissieleden uiterlijk 24 uur van tevoren op de hoogte worden gesteld van de aanvraag voor inspreken tijdens een rondetafelgesprek. Een rondetafelgesprek begint in beginsel om 19.00 uur, voorafgaand aan de raadscommissie. 5. Insprekers krijgen per vergadering de gelegenheid om maximaal vijf minuten in te spreken. Per vergadering is in totaal een half uur voor inspraak gereserveerd. Als er meer dan 6 insprekers zijn, wordt de totale inspreektijd van maximaal een half uur naar rato verdeeld over de insprekers. Artikel 17. Uitkomst van de behandeling van een onderwerp 1. Als de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt, beslissen de leden op voorstel van de commissievoorzitter over de inhoud van het advies. 2. Het advies betreft de agendering in de raadsvergadering: hamerstuk, bespreekstuk of debatstuk. 3. In een vergadering vinden in beginsel geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding en met betrekking tot de orde. 4. Indien sprake is van een stemming in de raadscommissie heeft ieder aanwezig lid één stem. Artikel 19. Notulen 1.
Van de commissievergaderingen worden onder verantwoordelijkheid van de commissiegriffier notulen gemaakt. 2. De concept-notulen van de voorgaande vergadering worden, zo mogelijk, voor de leden openbaar gemaakt gelijktijdig met de agenda voor de volgende vergadering. 3. De digitale notulen worden zo spoedig mogelijk op de gemeentelijke website geplaatst. 4. De notulen van de commissievergadering worden ter vaststelling voorgelegd in de eerstvolgende vergadering van de raadscommissie. 5. De leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders, hebben het recht een voorstel tot wijziging van de notulen aan de raadscommissie te doen, indien de conceptnotulen onjuistheden bevatten of niet duidelijk weergeven hetgeen verklaard of besloten is.
Artikel 21. Verslag besloten vergadering 1. Het conceptverslag van besloten vergaderingen wordt niet verspreid, maar uitsluitend voor de commissieleden ter inzage gelegd bij de griffier. 2. Het conceptverslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten (deel van de) vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet openbaar maken van het verslag. 3. De vastgestelde verslagen worden door de commissievoorzitter en de commissiegriffier ondertekend. Artikel 23. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt, als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.
6. De vastgestelde notulen worden door de commissievoorzitter en de commissiegriffier ondertekend. Artikel 21. Notulen besloten vergadering 1. De concept-notulen van besloten vergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de commissieleden ter inzage gelegd bij de griffier. 2. De concept-notulen worden zo spoedig mogelijk in een besloten (deel van de) vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het verslag. 3. De vastgestelde notulen worden door de commissievoorzitter en de commissiegriffier ondertekend. Artikel 22. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.