05 EXTERN Inspraakreactie L. Mol
Tekst van het document
Beste commissieleden, Mijn naam is Liesbeth Mol en ik ben de hulp bij het huishouden van een kwetsbare 78-jarige oude dame die zelfstandig woont met ondersteuning vanuit de Wmo en hulp bij de persoonlijke verzorging vanuit de Omring. Graag vraag ik u aandacht voor het volgende: De gemeente Medemblik heeft een beschikking voor hulp bij het huishouden afgegeven aan deze dame vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Wmo. De inzet van deze hulp bij het huishouden kent een dure vorm en een goedkope vorm voor om in te zetten voor uitvoering van de indicatie Hulp bij het huishouden. De gemeente Medemblik maakt voornamelijk gebruik van de dure vorm namelijk via inkoop bij gecontracteerde zorgaanbieders. Deze vorm heet “vergoeding in natura”. De andere vorm is het inkopen van hulp bij het huishouden via het sociaal netwerk van de inwoner. Deze vorm van inkoop heet Persoonsgebonden budget hierna te noemen PGB. De kosten voor de Wmo zijn, zoals bij u bekend, voor de gemeente heel hoog. Toch zet de afdeling Wmo voornamelijk de dure vorm van hulp bij het huishouden in. Wanneer we naar het afgelopen jaar kijken kunnen we stellen dat er Euro 100.000,- teveel is uitgegeven door inkoop van hulp bij het huishouden bij gecontracteerde zorgaanbieders zoals o.a. T-Zorg. Het zorgbedrijf dat naast het stadhuis is gevestigd.
Waarom zet de afdeling Wmo deze dure vorm van hulp bij het huishouden in 99% van de aanvragen in? De inzet van een hulp bij het huishouden uit het sociale netwerk was het afgelopen jaar 50% goedkoper per uur dan een hulp bij het huishouden bij een gecontracteerde zorgaanbieder. Uit het sociale netwerk kost Euro 17,- per uur(zie verordening Wmo, beleidsregels Wmo en financieel besluit Wmo). De gecontracteerde aanbieder krijgt Euro 34,- per uur betaald. In augustus heeft het de Centale Raad van Beroep(CRvB) een uitspraak gedaan. De Centrale Raad van Beroep (CRvB) is de hoogste bestuursrechter in socialezekerheidszaken en ambtenarenzaken. De raad heeft besloten dat Euro 17,- per uur een te lage beloning is voor een huishoudelijke hulp uit het sociale netwerk. Zie bijgevoegde uitspraak
ECLI:NL:CRVB:2023:1394. Deze beloning moet opgetrokken worden naar minimaal de hoogte van het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. In augustus heb ik in mijn rol als hulp bij het huishouden bij een kwetsbare 78jarige inwoonster van de gemeente Medemblik gevraagd om het uurloon op te trekken naar het loon zoals benoemd in de uitspraak. De afdeling Wmo heeft gereageerd dat het in behandeling is en dat ik er nog van zou horen. Ik heb 3 maanden gewacht maar niets meer vernomen van de afdeling Wmo. Eind november ben ik zelf maar weer in de pen geklommen en geeft de afdeling Wmo wederom niet thuis. Waarom voert de afdeling Wmo niet de uitspraken van de hoogste bestuursrechter uit? Wanneer we kijken naar het nieuwe uurtarief dat is vastgesteld door de CRvB in Augustus voor de goedkopere vorm van inzet Hulp bij het huishouden, namelijk inzet via Persoonsgebonden budget(PGB) dan is deze vorm nog steeds 35% goedkoper dan de inkoop van hulp bij het huishouden bij gecontracteerde zorgaanbieders zoals T-Zorg.
Meneer Nijsingh, waarom koopt de gemeente Medemblik voornamelijk dure ondersteuning in? Waarom geeft de gemeente Medemblik geen uitvoering aan de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, de hoogste bestuursrechter? Moet mijn client, die valt in de categorie mensen die onder het armoedebeleid vallen, nu een aanvraag indienen bij de afdeling bijzondere bijstand voor een vergoeding rechtsbijstandskosten om te procederen tegen de gemeente op kosten van de gemeente om de uitvoering van de uitspraak af te dwingen?