05 Beantwoording Commissievragen HvM raadscie. 13-10 agendapunt 8.1 Begroting 2026
Tekst van het document
Zaaknummer Documentnummer Naam commissielid Fractie Onderwerp
Z-25-543373 DOC-25-1109736 T. Berlijn Hart voor Medemblik Commissievragen HvM raadscie. 13-10 agendapunt 8.1 Begroting 2026 7 oktober 2025
Datum waarop de vraag is gesteld Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur voorafgaand aan de commissievergadering. Portefeuillehouder Afdeling Uitvoeringsagenda klimaatadaptatie 2026 2030 1.
Welke concrete maatregelen en bijbehorende kosten staan in deze agenda?
antwoord
De uitvoeringsagenda bevat acties die nodig zijn om de adaptatiestrategie, die in de eerste helft van 2026 wordt herijkt, uit te voeren. Het gaat met name om procesmatige activiteiten op het vlak van onderzoek, uniformiteit, prioritering, borging, samenwerking, subsidies, organisatie, communicatie, enzovoort. De agenda gaat dus niet over projecten in de fysieke ruimte. De agenda 2026-2030 is een logisch vervolg op de uitvoeringsagenda 2021-2025, waarin de adaptatiestrategie - waarover de raad in 2021 een besluit nam - werd uitgewerkt.
2.
Hoe meet de gemeente de effectiviteit en welke alternatieven zijn onderzocht om dezelfde doelen goedkoper te bereiken?
Antwoord
Het is onduidelijk wat precies bedoeld wordt met deze vraag. Aangenomen wordt dat hier de fysieke maatregelen bedoeld worden. In de voorbereiding van deze projecten wordt altijd onderzoek gedaan naar de lokale situatie. Als er geen probleem is (wateroverlast, hitte, droogte, gevolgen van overstroming, bodemdaling) dan hoeven we niets op te lossen. AIs er wel problemen zijn dan verkennen we de mogelijke oplossingsrichtingen en proberen we zo doelmatig mogelijk te handelen. Van bewezen oplossingen weten we dat modelberekeningen nauwkeurig genoeg zijn. Voor nieuwe oplossingen voeren we na uitvoering metingen uit om de effectiviteit te bepalen.
Riolering en klimaatadaptatie 1.
Klimaatadaptatie heeft een toenemende invloed op de riolering. Welke investeringen zijn hiervoor voorzien en worden deze kosten doorbelast via de rioolheffing? Zijn goedkopere alternatieven onderzocht?
Antwoord
In het door de raad vastgestelde Programma stedelijk water en riolering (PSWR 2023-2027) wordt jaarlijks rekening gehouden met € 367.000,- voor klimaatadaptieve maatregelen (prijspeil 2022). Dat bedrag komt voort uit de
*ZBE3E8E443E*
Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie
adaptatiestrategie waarover de raad in 2021 een besluit nam. De meeste investeringen bevinden zich nog niet in de voorbereidingsfase. Daardoor zijn er nog geen alternatieven om tegen elkaar af te wegen. 2.
Worden de geplande investeringen in riolering gekoppeld aan klimaatprojecten, of lopen deze budgettair los van elkaar?
Antwoord
Zie antwoord op vraag 1; deze vormen een onderdeel van de investeringen in riolering. Meestal proberen we het thema klimaatadaptatie mee te laten liften met projecten in de openbare ruimte, o.a. met riolering.
Nationaal Isolatieprogramma 1.
Antwoord
De gemeente zet een isolatieprogramma in voor financieel kwetsbare inwoners. Hoeveel huishoudens worden bereikt, hoeveel gemeentelijke middelen zijn ermee gemoeid en hoe worden energiebesparing en CO₂ reductie gemeten? We ontvingen vanuit het Nationale Isolatieprogramma in totaal drie specifieke uitkeringen (Spuk) voor onze lokale isolatieaanpak. Elke Spuk heeft zijn eigen doelstelling. Gezamenlijk willen we hiermee rond de 2.700 inwoners helpen. Hier zetten we geen gemeentelijke middelen voor in. Onze uitvoerende partij houdt bij hoeveel C02 er wordt bespaard. Dit doen ze op basis van de uitgevoerde isolatiemaatregelen.
2.
Welke indicatoren gebruikt de gemeente om de effectiviteit van dit programma te meten (bijv. kWh-besparing of CO₂-reductie per geïnvesteerde euro)?
Antwoord
Het Rijk stelt vanuit het Nationale Isolatieprogramma doelstellingen waar we aan moeten voldoen. Dit gaat om het aantal woningen dat isolatiemaatregelen treft. Wij leggen hierover verantwoording af richting het Rijk. En hier sturen wij op. Het Rijk is verantwoordelijk om de effectiviteit van de Spuk gelden te meten.
Stijging afvalstoffenheffing 1.
Inwoners en bedrijven betalen de gemeente € 7,062 mln aan afvalstoffenheffing. Tijdens de jaarrekening 2024 was 5.928 mln. Graag een gedetailleerd overzicht van deze stijging.
Antwoord
In de vraag wordt een vergelijking gemaakt tussen de gerealiseerde baten uit de afvalstoffenheffing in 2024 en de begrote baten uit de afvalstoffenheffing in 2026. De gerealiseerde baten in 2024 zijn het resultaat van de opgelegde aanslagen, rekening houdend met verminderingen. De begrote baten in 2026 zijn gebaseerd op de verwachte kosten in 2026, waarbij ons uitgangspunt is dat de afvalstoffenheffing 100% kostendekkend is. In het antwoord op vraag 5 geven we inzicht in de stijging van de begrote kosten in 2026 ten opzichte van 2025.
2.
Welke kosten berekent HVC aan de gemeente?
Antwoord
De prognose van HVC gaat uit van een totaalbedrag van € 6.787.928 inclusief btw.
3.
Welke maatregelen neemt de gemeente om stijgende kosten van afvalinzameling te beperken?
Antwoord
De gemeente heeft met succes het recycletarief ingevoerd, waardoor afgelopen jaren de kosten eerst zijn gedaald en het jaar daarop gelijk gebleven. Voor 2026 liggen de tarieven naar verwachting nog steeds 20% lager dan een vergelijkbare gemeente zonder recycletarief. Het college heeft tijdens de Aandeelhoudersvergadering van HVC meerdere keren uitgesproken om winst terug te laten vloeien naar inwoners. Dit heeft bijgedragen aan een eenmalige korting op het verwerkingstarief van gft. Hierdoor is 70.000 euro in mindering is gebracht op de afrekening over 2024. Ook heeft het college een brief met een praktische uitleg over wat wel en niet bij het plastic hoort, naar alle inwoners van Medemblik gestuurd om de kwaliteit hoog te houden en hen te bedanken voor de mooie resultaten in afgelopen jaren.
4.
Zijn alternatieven zoals andere aanbieders onderzocht?
Antwoord
Op basis van de evaluatie van de DVO, de evaluatie van het grondstoffenplan en het recycletarief was hiervoor geen directe aanleiding.
5.
Kunt u per oorzaak exact aangeven welk deel van deze stijging afkomstig is van: • de hogere tarieven van HVC;
Antwoord
• de algemene loon- en prijsstijgingen; • de toerekening van extra overhead en btw; • het wegvallen van de voorziening Afvalstoffenheffing; • het niet gerealiseerde voordelige resultaat uit 2024? In de onderstaande tabel verklaren we het verschil tussen de begrote baten in 2025 (€ 6.725.000) en in 2026 (€ 7.062.000). Hogere tarieven van HVC De algemene loon- en prijsstijgingen De toerekening van extra overhead en btw Het wegvallen van de voorziening Afvalstoffenheffing Het niet gerealiseerde voordelige resultaat uit 2024* Overige bijstellingen Totaal
€ 111.000 € 18.000 € 136.000 € 118.000 €0 € - 46.000 € 337.000
* We rapporteren in de Herfstnota 2025 over het verwachte resultaat op de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval in 2025. Dit leidt tot een nadelige bijstelling van de baten uit
de afvalstoffenheffing. De Herfstnota 2025 is nog niet door de raad vastgesteld. Het effect hiervan is daarom nog niet verwerkt in de vergelijkende cijfers over 2025 in de begroting 2026. Dit ziet u wel terug in de stijging van de tarieven. We informeerden u hier daarom alvast over in de begroting 2026.
6.
Welke inspanningen heeft het college geleverd om de (autonome) kostenstijging die HVC doorberekent te beperken?
Antwoord
Zie antwoord op vraag 3. Op de autonome kostenontwikkelingen van de verwerkingskosten zoals de belasting op het verbranden van afval, en lagere vergoeding voor het inzamelen van glas, of de CAO indexatie voor het personeel van HVC, heeft het college geen instrumenten om deze kosten te beperken.
6a.
Zijn er alternatieven onderzocht, zoals heronderhandeling van het contract, gezamenlijke aanbesteding met andere gemeenten of een marktvergelijking, om de tarieven omlaag te brengen?
Antwoord
Zie antwoord op vraag 4. Over de marktvergelijking via de benchmark huishoudelijk afval wordt de raad nog dit jaar geïnformeerd.
7.
In de kostendekkendheid berekening bedragen de overhead en btw samen € 1,397 mln op een opbrengst van € 7,062 mln. Waarom is dit aandeel zo hoog?
Antwoord
In artikel 11 van de Financiële verordening is vastgelegd hoe wij onze kostendekkende heffingen berekenen. Het bedrag bestaat voor het grootste deel uit de btw op de kosten die HVC bij ons in rekening brengt. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 2.
7a.
Op welke wijze worden overheadkosten toegerekend aan de afvalstoffenheffing en hoe kan dit efficiënter?
Antwoord
In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn geen voorschriften opgenomen op welke wijze overhead aan de tarieven moet worden toegerekend. De raad bepaalt welke methode wordt toegepast. De manier waarop wij overheadkosten toerekenen aan onze kostendekkende heffingen is vastgelegd in artikel 11, lid 4 van de Financiële verordening. De hoogte van de toe te rekenen overhead is afhankelijk van het saldo van baten en lasten op taakveld 0.4 Overhead in de begroting. We volgen de voorschriften van het BBV om te bepalen welke baten en lasten we beschouwen als overhead (taakveld 0.4).
7b.
Zijn er mogelijkheden om bepaalde overhead niet in de heffing door te belasten en zo de rekening voor inwoners te verlagen?
Antwoord
In artikel 11 van de Financiële verordening is vastgelegd hoe wij onze kostendekkende heffingen berekenen. Daarnaast besloot de raad dat de afvalstoffenheffing 100% kostendekkend moet zijn. De raad kan besluiten de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing te verlagen en daarmee de tarieven te verlagen. Dit heeft een nadelig effect voor de begroting.
8.
De voorziening waarmee de tarieven eerder werden verlaagd is na 2025 volledig uitgeput. Waarom is de reserve in korte tijd opgebruikt?
Antwoord
Bij de vaststelling van de Herfstnota 2021 nam de raad het amendement ‘Resultaat afvalverwerking teruggeven’ aan. De raad besloot toen om het voordeel op afvalverwerking in 2021 in te zetten bij de tariefstelling voor 2023, toen de eerstvolgende mogelijkheid om de tarieven bij te stellen. Dit uitgangspunt hebben we in de jaren daarna doorgetrokken: Gespaarde middelen in de voorziening zetten we zo snel mogelijk in om de bijstelling van de tarieven te dempen. De voorziening wordt gevoed met positieve resultaten op afval bij de jaarrekening. We doen geen structurele dotatie aan de voorziening. We realiseerden in 2024 geen positief resultaat en verwachten ook geen positief resultaat in 2025. Vandaar dat we bij het bepalen van de tarieven voor 2026 niet langer een beroep kunnen doen op de voorziening om de tarieven te dempen.
9.
Was het verantwoord om de voorziening in te zetten voor tariefsverlaging, en wat is het plan om schommelingen in de toekomst te voorkomen (bijvoorbeeld door de voorziening geleidelijker te gebruiken)?
Antwoord
Zie antwoord op vraag 8. Het college heeft de voorziening ingezet in lijn met het amendement uit 2021. Om dit te veranderen en voor komende jaren een voorziening aan te houden, is goedkeuring van de raad nodig.
10.
De auditcommissie meldt dat in 2024 € 774.000 uit de voorziening afvalstoffenheffing is onttrokken en er nog slechts € 35.000 resteert. Tegelijkertijd wordt in de jaarstukken gesproken over een 100% kostendekkende afvalstoffenheffing.
Antwoord
Bij het bepalen van de kostendekkendheid houden we rekening met de inzet van de voorziening. In de jaarrekening gaan we uit van de werkelijke baten en lasten. De werkelijke kostendekkendheid kan dan afwijken van de begrote kostendekkendheid van 100%. In dit geval was de afvalstoffenheffing 100% kostendekkend na inzet van de voorziening.
10a.
Hoe verhoudt het aanspreken van de voorziening zich tot die kostendekkendheid?
Antwoord
Zie het antwoord op vraag 10. Het uitgangspunt is dat de (begrote) afvalstoffenheffing 100% kostendekkend is na inzet van de voorziening.
10b.
Kan het college uiteenzetten hoe de voorziening de afgelopen jaren is aangewend, waarom dit nodig was en welke financiële risico’s ontstaan nu de voorziening vrijwel leeg is?
Antwoord
11.Op welke manier denkt het college deze reserve opnieuw op te bouwen zonder de tarieven verder te verhogen? Zie het antwoord op vraag 8. De voorziening is de afgelopen jaren aangewend om tarieven te dempen. Daarnaast is de voorziening in 2024 ingezet om het negatieve resultaat op afval te dekken. Doordat de voorziening leeg is, kunnen we de voorziening niet aanwenden om toekomstige negatieve resultaten op afval te dekken. Nadelige resultaten komen dan ten laste van de algemene middelen.
Voor het opbouwen van een reserve voorzag het college een mogelijkheid. Dat zijn baten die mogelijkerwijs voortkomen uit aanslagen van het reinigingsrecht. We zijn eerst in gesprek gegaan met ondernemers om de inwerkingtreding van de verordening toe te lichten om nu de uitvoering te effectueren. Heeft dit effect, dan wordt dit naar verwachting, zichtbaar in de Voorjaarsnota 2026. 11.
Kan de raad een gedetailleerd overzicht ontvangen van de samenstelling van de afvalstoffenheffing (kosten per ton inzameling, kosten na sorteren/verbranden, overhead, btw en marge), zodat duidelijk wordt hoe elke euro wordt besteed? Zal dit overzicht jaarlijks openbaar worden gemaakt zodat inwoners kunnen zien waar hun geld naartoe gaat?
Antwoord
We hebben de berekening van de afvalstoffenheffing. Op basis daarvan kunnen we inzicht geven in de verschillende kosten.
Actieplan Schoon en Circulair Westfriesland 1.
Er worden activiteiten uitgevoerd om afval te verminderen en hergebruik te stimuleren.
Antwoor d
We lezen hier geen vraag, maar dit is juist.
2.
Welk budget is hiervoor gereserveerd, wat zijn de concrete doelstellingen (bijvoorbeeld vermindering restafval) en hoe wordt de voortgang gemonitord?
Antwoor d
In het Actieplan Schoon is aangegeven dat er voor het jaar 2025 €85.000 beschikbaar is. Hieronder worden de doelstellingen weergegeven.
Elk jaar vindt er een evaluatie plaats van het Actieplan Schoon wordt jaarlijks met onafhankelijke metingen geëvalueerd en indien nodig door het college bijgesteld.
Financiën en belastingen
1.
De OZB opbrengsten stijgen door indexatie en extra woningen. Naar welke programma’s worden deze extra middelen doorgeschoven? Wordt overwogen om overschotten terug te laten vloeien naar lagere tarieven of investeringen in dorpen?
Antwoord
De opbrengsten worden niet doorgeschoven naar andere programma’s. OZB opbrengsten hebben de functie van algemeen dekkingsmiddel. De vervolgvraag is politiek van aard. Daarnaast kunnen eventuele overschotten zich pas voordoen in een lopend begrotingsjaar.
2.
De netto schuld per inwoner stijgt van € 338 in 2026 naar € 685 in 2029. Welke investeringen veroorzaken deze groei en hoe worden zij terugbetaald?
Antwoord
De investering in de bouw van een nieuw zwembad in Wervershoof, de bouw van een nieuw dorpshuis in Abbekerk, de investeringen voortvloeiende uit het Integraal Huisvestingplan, de investering in de renovatie van het gemeentehuis en de investeringen in de riolering veroorzaken deze groei. Overigens blijven wij, zoals aangegeven in de tabel op pagina 38 (gecorrigeerde percentage netto schuldquote in 2029 van 36%), nog ruim onder de norm van de gecorrigeerde netto schuldquote van 90%-130%. Daarmee is de financiële druk van de rentelasten en aflossingen op de exploitatie beperkt. Met de lasten van deze investeringen is in de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2029 rekening gehouden.
3.
Wordt overwogen investeringen te faseren of alternatieve financieringsconstructies te gebruiken?
Antwoord
Vooralsnog niet. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 2 waarin wordt ingegaan op het gecorrigeerde percentage netto schuldquote.
Risicobeheersing en verbonden partijen 1.
Verbonden partijen zoals SSC DeSom en Recreatieschap Westfriesland hebben onvoldoende weerstandscapaciteit. Welke maatregelen worden genomen om deze tekorten aan te vullen en welk financieel effect heeft dit voor Medemblik?
Antwoord
Zie toelichting pagina 58 waarin wordt uitgelegd hoe deze risico’s worden ondervangen in het geval deze zich voor zullen gaan doen. “De deelnemende gemeenten staan garant dat de gemeenschappelijke regelingen over voldoende middelen beschikken om aan haar verplichtingen te kunnen voldoen. Als de gemeenten het verschil tussen benodigde en aanwezige weerstandscapaciteit gaan aanzuiveren, dan betekent dit extra kosten voor de deelnemende gemeenten. Als deze verdeeld worden zoals de jaarlijkse bijdragen
worden verdeeld, dan betekent dit voor gemeente Medemblik een extra kostenpost van ongeveer € 17.000 voor SSC DeSom en € 400 voor het recreatieschap Westfriesland”. 2.
Afvalbeheer Westfriesland loopt een risico vanwege een PFAS claim waarvan de omvang nog onbekend is. Hoe groot kan dit risico worden en wordt hiervoor een voorziening getroffen?
Antwoord
Zoals gesteld op pagina 58 is dit risico niet te schatten. Het treffen van een voorziening is dan ook nog niet aan de orde.
3.
De gemeente is volledig aandeelhouder van Sportbedrijf Medemblik B.V.. Welke afspraken zijn gemaakt over kostenefficiëntie en toegankelijkheid van de accommodaties, en worden exploitatiecijfers (kosten, bezoekers, tariefstructuren) openbaar gedeeld zodat de raad kan sturen op efficiëntie?
Antwoord
Er is een beheer- en exploitatieovereenkomst afgesloten met het Sportbedrijf Medemblik B.V.. In die overeenkomst is de afspraak gemaakt dat het Sportbedrijf de accommodaties op een publieksgerichte wijze zal exploiteren, inhoudende dat de accommodaties voldoende en op evenwichtige wijze voor het publiek beschikbaar zijn en worden opengesteld. Er is afgesproken dat het Sportbedrijf en gemeente structureel in overleg treden. Na vaststelling maakt het Sportbedrijf de jaarrekening openbaar.
Bestuur en organisatie 1.
Er wordt ingezet op opleidingsprogramma’s, modern HR beleid en vermindering van externe inhuur. Wat zijn de totale personeelskosten (incl. overhead) per FTE, hoe worden de effecten van opleidingsinvesteringen gemeten?
Antwoord
De totale personeelskosten bedragen gemiddeld € 98.000,– per fte (inclusief werkgeverslasten). De effecten van opleidingsinvesteringen worden op drie niveaus gevolgd: 1. Kwalitatief via medewerkerstevredenheid, functionerings- en ontwikkelgesprekken; 2. Kwantitatief via cijfers over verloop, interne doorstroom, verzuim en de afname van externe inhuur; 3. Organisatorisch door monitoring van programma’s gericht op kennisontwikkeling en continu leren (dit is in ontwikkeling). Deze combinatie van indicatoren geeft inzicht in de opbrengst van onze investering in leren en ontwikkelen in financiële zin, maar ook in termen van kwaliteit, continuïteit en aantrekkelijk werkgeverschap.
2.
Door organisatieveranderingen verschuiven taakvelden en nemen de totale baten en lasten van programma’s af of toe. Hoe wordt gewaarborgd dat deze verschuivingen niet tot verschraling van dienstverlening leiden en waar worden vrijvallende middelen voor ingezet?
Antwoord
Er is geen sprake van vrijval van middelen, maar slechts van verschuiving van middelen tussen de programma’s. Dit leidt niet tot verschraling van de dienstverlening.
3.
De begroting stelt: "Een inhaalslag zal nog gemaakt worden in het onderhoud van de asfaltwegen". Uit de tabel kapitaalgoederen blijkt inderdaad dat er sprake is van "uitgesteld onderhoud" voor wegen. Wat is het totale budget dat voor deze "inhaalslag" is gereserveerd? Welke specifieke wegen in welke kernen krijgen in 2026 prioriteit, en wanneer verwacht het college dat al het uitgestelde onderhoud is weggewerkt en onze wegen weer op het afgesproken kwaliteitsniveau zijn?
Antwoord
Uitgestelde werkzaamheden van 2024 zijn doorgeschoven naar 2025 en 2026. Het beschikbaar gestelde budget in 2024 in teruggestort in de reserve kapitaalgoederen om deze op een later moment te onttrekken. Mogelijk zijn er voor 2026 nog extra middelen nodig uit de reserve kapitaalgoederen. Een en ander is afhankelijk van de inspecties die nog uitgevoerd gaan worden. Wanneer een beroep gedaan moet worden op de reserve zal daarvoor in de voorjaarsnota 2026 een verzoek gedaan worden. Voor 2026 wordt er nog gewerkt aan een onderhoudsplanning. Planningen worden gemaakt op basis van technische inspecties. Komende maanden wordt deze inspectie uitgevoerd voor alle wegen met bestrating en in begin 2026 zal dit voor alle asfaltwegen gedaan worden.
4.
Vier van de negen actieve grondexploitatieprojecten zijn verlieslatend, met een totaal geprognosticeerd verlies van ruim € 2,3 miljoen. Dit betreft onder andere Molenblik (-€ 549.000), voormalige gemeentewerf Abbekerk (-€ 1.184.000) en Slotlaan Wervershoof (-€ 619.000). Hoe worden deze aanzienlijke verliezen opgevangen zonder dat dit ten koste gaat van de algemene middelen?
Antwoord
Voor de geprognosticeerde verliezen zijn ruim € 2,0 mln. aan verliesvoorzieningen getroffen. Toekomstige dotaties worden gedaan vanuit de Reserve Grondbedrijf en niet uit Algemene Middelen. De reserve is van voldoende niveau om de verliezen op te kunnen vangen.
5.
Welke lessen zijn hieruit geleerd en welke harde garanties kan het college geven dat bij nieuwe projecten, zoals Zeehoek en Asonia 2, het risico voor de belastingbetaler is geminimaliseerd?
Antwoord
Er wordt een hoger percentage onvoorzien in de grondexploitatiebegroting opgenomen. Ook wordt in een eerder stadium onderzoek verricht naar onder andere bodemgesteldheid zodat bijtijds kan worden bijgestuurd.