05 Beantwoording Commissievragen GL raadscie. 26-6 agendapunt 10.2 Verordening Jeugdhulp 2025 Gemeente Medemblik
Tekst van het document
Zaaknummer
Z-25-543373
Documentnummer
DOC-25-1067602
Naam commissielid
J. Kool
Fractie
GroenLinks
Onderwerp
Commissievragen GL raadscie. 26-6 agendapunt 10.2 Verordening Jeugdhulp 2025 Gemeente Medemblik 20 juni 2025
Datum waarop de vraag is gesteld Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur voorafgaand aan de commissievergadering. Portefeuillehouder Yannick Nijsingh Afdeling
1.
“De arrangementenstructuur moet geïmplementeerd worden” Vraag: Hoe verhoudt zich dit met de nieuwe wet die per 1 juli 2025 ingaat m.b.t. de WMO?
antwoord
De afgelopen periode kende zowel de jeugdhulp als de Wmo een resultaatgerichte werkwijze. Op basis van jurisprudentie geldt dat dit binnen de Wmo niet langer mogelijk is. Op basis hiervan is er voor gekozen om de werkwijze binnen de Wmo aan te passen. Binnen de jeugdwet is een resultaatgerichte werkwijze nog wel mogelijk en is er gekozen voor een doorontwikkeling van de resultaatgerichte werkwijze. Hierbij wordt opnieuw beschikt in arrangementen, maar is er wel sprake van een nieuwe (versimpelde) arrangementenstructuur.
2.
Waarom is de arrangementenstructuur in deze wel juridisch houdbaar?
antwoord
De jurisprudentie over het beschikken in uren is specifiek van toepassing op de Wmo. Het is daarom binnen de jeugdhulp nog steeds mogelijk te beschikken in arrangementen. Binnen jeugdhulp geldt echter dat voor bepaalde vormen van ondersteuning – met name als deze duidelijk gekoppeld zijn aan een vaste tijdsduur of frequentie – ook tijdseenheden worden gehanteerd. Dit geldt bijvoorbeeld voor ‘verblijf’ waarbij de indicatie wordt afgegeven in etmalen of ‘dagbesteding’ in dagdelen per week.
3.
“Hulp beschikbaar voor hen die het echt nodig hebben” Vraag: Hoe weegt u dit en komt het risico “Van kwaad tot erger” hier niet in het geding?
antwoord
Wanneer de gemeente een hulpvraag voor een jeugdige ontvangt, wordt altijd onderzocht welke hulp de meest adequate hulp is om in te zetten. Als uit het onderzoek blijkt dat algemene en voorliggende voorzieningen onvoldoende ondersteuning bieden, heeft een jeugdige altijd recht op een individuele voorziening. Het doel is altijd om de passende hulp in te zetten om problematiek te verminderen en verergering te voorkomen.
*ZBD90C5402E*
Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie
4.
Hoe verhoudt vraag 3 zich dan ook met preventie?
antwoord
De algemene en voorliggende voorzieningen worden als preventief middel ingezet. Doel hiervan is het voorkomen van de inzet van (zwaardere) jeugdhulp en jeugdigen en hun ouders op een laagdrempelige wijze te ondersteunen. Ook ‘lichtere’ vormen van individuele jeugdhulp kunnen worden ingezet om ‘zwaardere’ vormen te voorkomen.
5.
“Deze verordening is tot stand gekomen met juridisch en sociaal advies. Vraag: Onder druk waarvan?
antwoord
Er is geen sprake van druk. Het is gebruikelijk en zorgvuldig om bij het opstellen van juridische documenten zoals de verordening de afdeling Juridische Zaken te betrekken. Zij adviseren standaard mee over juistheid, uitvoerbaarheid en consistentie met andere wet- en regelgeving. Dit draagt bij aan de kwaliteit en de rechtmatigheid van de verordening.