CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Beantwoording Commissievragen D66 raadscie. 8-9 agendapunt 8.2 Nota van uitgangspunten huisvesting buitenlandse werknemers

Gemeenteraad 25 september 2025, gemeente MedemblikBij agendapunt: Nota van uitgangspunten huisvesting buitenlandse werknemers (pfh. J. Broeders)1.218 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaaknummer Documentnummer Naam commissielid Fractie Onderwerp

Z-25-543373 DOC-25-1095737 C. Vlaar D66 Commissievragen D66 raadscie. 8-9 agendapunt 8.2 Nota van uitgangspunten huisvesting buitenlandse werknemers 29 augustus 2025

Datum waarop de vraag is gesteld Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur voorafgaand aan de commissievergadering. Portefeuillehouder Jeroen Broeders Afdeling Ruimte

1.

Grenzen zijn poreus voor arbeidsmigratie en ze verplaatsen zich gemakkelijk tussen gemeenten, zeker binnen een regio. Versnippering belemmert regie en zonder regionale coördinatie ontbreekt overzicht en sturing. Welke rol wil het college nemen in het actief aanjagen van regionale samenwerking rond arbeidsmigratie en zijn daar al ideeën over?

antwoord

Het college onderschrijft het belang van regionale samenwerking op het thema huisvesting van buitenlandse werknemers. In de regio is met de provincie afgesproken een bijeenkomst met de VNG te organiseren. Tijdens deze bijeenkomst zal gekeken worden hoe we op dit vlak nog beter kunnen gaan samenwerken.

2.

Nu prognoses uitgaan van een toename van 12.000 tot 20.500 arbeidsmigranten in West-Friesland, en regionale afspraken over aantallen en verdeling ontbreken: waarop kan en wil het college dan lokaal concreet sturen?

antwoord

De opdracht om regionale afspraken te maken over aantallen en verdeling is al bij het college belegd nadat het amendement ‘’Arbeidsmigranten Zegersweel’’ en de motie ‘’Evaluatie arbeidsmigrantenbeleid’’ zijn aangenomen. De nota van uitgangspunten is een gemeentelijk stuk. Voor de regionale afspraken is het van belang dat dit in samenwerking met de regiogemeenten gebeurt. Ook de bij vraag 1 benoemde bijeenkomst draagt hieraan bij.

3.

Is een regionaal commitment ook nodig om o.a. ‘waterbedeffecten’ te voorkomen. Dit vanwege het risico dat actieve gemeenten zoals Medemblik te eenzijdig belast zijn of worden, ook maatschappelijk en financieel?

antwoord

Door regionaal samen te werken en afspraken te maken over o.a. de spreiding, kwaliteit en kwantiteit van huisvesting, kan een evenwichtigere verdeling worden bereikt. Dit voorkomt dat individuele gemeenten de gevolgen dragen van een gezamenlijke opgave. Er zijn echter ook andere mogelijkheden om het waterbedeffect te voorkomen. Zo is er bij de beoordeling van de middelgrote huisvestingslocaties gekeken naar de werklocatie van de te huisvesten buitenlandse

*ZBE0584E968*

Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie

werknemers, waarbij het huisvesten van werknemers uit de eigen gemeente bijdroegen aan een positieve beoordeling. 4.

U stelt dat de norm van 60 personen per (agrarische) locatie soms tekortschiet, maar grootschalige locaties maatschappelijk gevoelig liggen. Is ook dat een reden om eerst regionaal feiten, verwachtingen en commitment op te halen als onderbouwing voor lokaal beleid?

antwoord

Ja.

5.

De nota spreekt van een ‘lichte’ toepassing van BER. Betekent dit dat de BER nog in ontwikkeling is en pas effectief wordt bij duidelijke regionale afspraken over doel, beleid en uitvoering?

antwoord

Met ‘lichte’ toepassing van de Brede Economische Reflectie (BER)’ wordt bedoeld dat we in deze fase nog niet uitgaan van een volledig uitgebreide BER-analyse, maar wel een gestructureerde afweging willen maken van de effecten van huisvesting op de brede welvaart binnen de gemeente. Dit betekent dat we bij vergunningsverlening en beleidsbeslissingen aandacht besteden aan aspecten als ruimtelijke inpassing, woonkwaliteit, voorzieningen en sociale participatie. De BER wordt daarmee ingezet als een hulpmiddel om de brede welvaart te kunnen meten, zonder dat dit gelijk een omvangrijke procedure betekent. Tegelijkertijd dragen duidelijke regionale kaders en samenwerking bij aan een consistentere en krachtigere toepassing van de BER in de toekomst.

6.

Worden afspraken over integratie, taalonderwijs en ontmoeting – gericht op longstay arbeidsmigranten – al met o.a. Corporaties en instellingen nu al lokaal ingezet, of gebeurt dit pas na vaststelling van nadere beleidsregels? Is ook dit wel effectief in te zetten zonder afstemming met de regio?

antwoord

Dit gebeurt pas wanneer de nota met bijbehorende uitgangspunten is vastgesteld. Dan kan worden onderzocht op welke manier we uitvoering kunnen aan deze aanbeveling. Ook hierbij geldt dat regionale samenwerking het effect van het beleid kan versterken.

7.

De nota gaat in op het onderscheid tussen short-, mid- en long stay. Is al (beleidsmatig) verkend welke verblijfsduur beter bijdraagt aan brede welvaart in relatie met de BER? Kunnen mid- en long stay hierbij gunstiger zijn dan short stay?

antwoord

Nee, dit is niet verkend.

8.

Worden werkgevers betrokken bij de afweging tussen verblijfsvormen (short-, mid-, long stay) met het bieden van zekerheid voor de werknemer, maar ook ruimtelijke kwaliteit, sociale cohesie en toegang tot voorzieningen. Dit mede vanwege onderscheid tussen jaarrond en seizoensgebonden werk bij deze afwegingen?

antwoord

Agrariërs en de LTO zijn betrokken geweest bij de beleidsevaluatie van 2024. De definities van short- mid- en longstay waren onderdeel van de beleidsevaluatie.

9.

Hoe verhoudt de inzet op short- en mid stay zich tot de arbeidswetgeving, met name ten opzichte van long stay? Wordt hierbij rekening gehouden met mogelijke nadelen van kortdurende contracten voor sociale en medische zekerheid?

antwoord

De keuze voor short-, mid- of long stay huisvesting moet aansluiten op de praktijk per sector: tijdelijke werknemers in de agrarische sector vragen om andere oplossingen dan jaarrond arbeidskrachten in logistiek of zorg. De arbeidswetgeving maakt formeel geen onderscheid tussen short-, mid- en long stay: de rechten en plichten van werknemers gelden vanaf de eerste werkdag. Een werknemer is verzekerd zolang hij of zij in Nederland werkt en premies afdraagt. In de praktijk is er wel een verschil in zekerheid tussen een vast en een tijdelijk arbeidscontract. Bij een vaste arbeidsovereenkomst is er minder risico op het verliezen van een baan en dus meer zekerheid voor de buitenlandse werknemer. Via een subsidie zorgt de overheid ervoor dat buitenlandse werknemers hun medische kosten ook vergoed krijgen als zij kort onverzekerd raken. Daarnaast speelt de registratie een belangrijke rol. Werknemers die in de BRP (Basisregistratie Personen) staan ingeschreven, worden als ingezetenen beschouwd en kunnen daardoor aanspraak maken op toeslagen zoals zorgtoeslag of huurtoeslag. Als ingezetene bouw je ook AOW op als je niet werkt.

10.

Wordt sociale participatie van arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven beleidsmatig of anderszins ingevuld en wat wordt nu van bedrijven verwacht? Is dit onderdeel van vergunningverlening of planbeoordeling?

antwoord

Als we sociale participatie invullen als zijnde de mate waarin zij meedoen aan het sociale leven in het land waar ze werken, dan wordt op dit moment de sociale participatie bij agrarische bedrijven niet beleidsmatig ingevuld. Dit is ook geen onderdeel van de vergunningverlening en planbeoordeling.

11.

Is het college bereid, samen met de regio en werkgevers, te verkennen hoe technologische innovatie nu en op termijn kan bijdragen aan het verminderen van de afhankelijkheid van arbeidsmigratie, mede in het licht van brede welvaartsgroei?

antwoord

Ja.

12.

Eerder gaf het college aan dat een Regiodeal-aanvraag over de uitwerking van de 19 voorkeurs zoekgebieden naar prestatieafspraken lastig lokaal te realiseren is vanwege o.a. het minimum van € 250.000. Tegelijk werd toegezegd dit te agenderen in het VVRE-overleg en te koppelen aan onderzoek naar regionale spreiding van huisvestingsopgaven. Ziet het college, gelet op de samenhang en complexiteit, alsnog aanleiding om met de regio een bredere aanvraag te verkennen?

antwoord

Nee, op dit moment ziet het college geen aanleiding om een bredere Regiodealaanvraag te verkennen. De reden hiervoor is dat het betreffende onderzoek naar de regionale spreiding van huisvestingsopgaven weliswaar relevant is, maar qua omvang en kosten niet zodanig is dat een aanvraag van minimaal € 250.000 (waarbij 50% cofinanciering vereist is) gerechtvaardigd is. De kosten van het onderzoek blijven aanzienlijk onder dit drempelbedrag, waardoor een Regiodeal-aanvraag hiervoor niet proportioneel is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=c6d024f8-54f2-4ab9-ad6d-d750db1ecb86