05 Advies ARSD tbv beleidsuitgangspunten Inkoop van Wmo en Jeugd
Tekst van het document
Medemblik, 28 januari 2023 Betreft: Advies over de beleidsuitgangspunten voor de nieuwe inkoop van Wmo en Jeugd Beste Trudy Willig, Hierbij zoals gevraagd in december 2022 de opmerkingen en adviezen vanuit de ARSD Medemblik t.b.v. de beleidsuitgangspunten voor de nieuwe inkoop van Wmo en Jeugd. Allereerst bedankt voor het delen van uw documenten en het extra informeren van onze raad d.m.v. uw presentatie 23 januari waarbij wij aanwezig mochten zijn en de uitleg op onze afgelopen ARSD vergadering 26 januari j.l. Het is ons duidelijk dat de input vanuit het evaluatierapport van AEF goed is gebruikt bij het opstellen van de beleidsuitgangspunten voor de nieuwe inkoop WMO en Jeugd. Wij zien, zoals u eerder al aangaf, dat de beleidsuitgangspunten vrij algemeen zijn, ze beantwoorden wat er vanuit de regio belangrijk wordt gevonden vanuit de verschillende facetten van inkoop Wmo en Jeugdhulp. U heeft uitgelegd dat de uitwerking van de beleidsuitgangspunten later plaats vindt middels de inkoopstrategie. Daarin gaat u vervolgens kijken hoe u dat gaat doen en welke afspraken daarvoor nodig zijn met de zorgaanbieders. Allereerst vragen de leden van de ARSD zich af of er tijdens de inkoop ook rekening gehouden gaat worden met eventuele zorg en/of diensten die betrekking hebben op een brede inzet, zoals schuldhulpverlening of ander welzijnswerk.
Graag willen wij het volgende opmerken t.b.v. de Open house inkoop: Wij adviseren dat u onderzoekt hoeveel aanbieders van de verschillende zorgvormen nodig zijn in de regio. Het vastleggen van een maximum aantal is wellicht een goede maatregel. Wij denken dat dit een vereenvoudiging van de administratieve last en een verbetering van de efficiency tot gevolg zal hebben. Het vastleggen van een maximum aantal aanbieders is wellicht een goede maatregel. Belangrijk vinden dat daarbij gelijk bepaald wordt wat de criteria voor deze aanbieders zullen zijn en dat u dat passend maakt binnen de arrangementen die worden opgesteld.
Ook hebben wij de vraag gesteld of er naar de praktijkvoorbeelden is gekeken in bijv. Netwerkorganisatie Noord-Kennemerland, waarbij ze hebben besloten om de constructie om met hoofd- en onderaannemerschap te werken los te laten. Wij begrijpen dat deze constructie binnen onze gemeente ook nog niet geheel vaststaat en adviseren om met een open blik ook naar andere constructies te kijken. Wat ons in het document over de beleidsuitgangspunten opvalt, kijkend naar het uitgangspunt van de inwoner van de gemeente Medemblik, is dat er relatief weinig aandacht is voor de inwoners . Er gaat veel aandacht naar de aanbieders en het opstellen van de arrangementen. Maar waar wordt het werken aan de sociale basis verder vermeld? Hoe wordt de samenwerking met het welzijnswerk opgepakt, om de sociale basisstructuur te verstevigen en te verbreden? De vraag rijst; hoe centraal staat de inwoner eigenlijk in deze beleidsuitgangspunten? Daarnaast willen wij opmerken dat vanuit ervaring er ook gewerkt moet gaan worden aan de communicatie en helderheid van de arrangementen naar de inwoner. Zoals wij hebben begrepen van u; het hoofd- en onderaannemerschap zorgt voor financiële onduidelijkheid, de aanbieders moeten met elkaar onderhandelen en dit zorgt ervoor dat de uiteindelijke focus niet meer naar de behoefte van de cliënt gaat.
Resumerend: De beleidsuitgangspunten zijn wat betreft de aanbieders al heel inhoudelijk doordacht, maar zeker betreffende de inwoners moet het ook daar concreter worden; het belang van de inwoners zal ook een groot aandeel moeten hebben. Mocht onze reactie nog vragen bij u oproepen, dan horen wij dat uiteraard graag. Met vriendelijke groet, Namens de Adviesraad Sociaal Domein Gemeente Medemblik, Denise ter Riet-Engelen, secretaris ARSD.