04a Reactie op advies verordening maatschappelijke ondersteuning.docx
Tekst van het document
Aan:
Adviesraad Sociaal Domein Medemblik, t.a.v. Judith Groot
Datum:
10-01-2022
Onderwerp: Reactie op advies t.a.v. wijzigingen Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Medemblik 2022.
Geachte mevrouw Groot, Hartelijk dank voor het uitgebreide advies dat u ons op 6 december j.l. heeft doen toekomen met betrekking tot de voorgestelde wijzigingen in de Verordening Maatschappelijke ondersteuning. Hierbij treft u onze reactie op het advies: 1) Advies: “Voor de duidelijkheid en éénvormigheid adviseren wij altijd het woord ingezetene of inwoner te gebruiken en dat in artikel 1 onder de begripsbepalingen op te nemen en toe te lichten.” Reactie: Het begrip ‘ingezetene’ en het begrip ‘inwoner’ heeft elk een eigen betekenis. ‘Inwoner’ betreft de inwoners van Medemblik. Het begrip ‘ingezetene’ wordt gebruikt voor inwoners van Nederland. Hoewel de verordening in de meeste gevallen alleen van toepassing is op inwoners van Medemblik, is de gemeente in enkele gevallen onder de Wet maatschappelijke ondersteuning ook verplicht ondersteuning te verlenen aan burgers die niet in Medemblik woonachtig zijn. Dit is van toepassing waar het gaat om maatschappelijke opvang (opvang en begeleiding voor mensen en gezinnen die dak- of thuisloos zijn). In de artikelen over maatschappelijke opvang is dus het begrip ‘ingezetenen’ gebruikt. Om dit verder te verduidelijken is het begrip ‘ingezetene’ in de begripsbepalingen opgenomen.
In de overige artikelen is er voor gekozen het begrip ‘inwoner’ te handhaven, om zo aan te geven waar ondersteuning alleen van toepassing is op inwoners van Medemblik. 2) Advies: “Overigens zijn wij van mening dat deze verordening qua leesbaarheid en begrip ook toegankelijk moet zijn voor mensen die minder gewend zijn aan het lezen en interpreteren van formele teksten. In dat kader pleiten wij er voor om daar waar in de tekst wordt verwezen naar een andere wet of regeling dit kort toe te lichten.” Reactie: Wij begrijpen dat de verwijzing naar wetsartikelen de toegankelijkheid van de verordening kan verminderen. Wij hebben daarom gekeken waar wetsverwijzingen zijn gebruikt en hoe de inhoud van achterliggende wetsartikelen op een toegankelijke manier kan worden uitgelegd of samengevat. Na een analyse van onderliggende wetsartikelen hebben wij besloten de huidige verwijzingen aan te houden. In de verordening wordt in veel gevallen naar uitgebreide wetsartikelen met meerdere leden verwezen. Het uitschrijven van deze wetsartikelen zou de leesbaarheid eerder negatief dan positief beïnvloeden. Bij het samenvatten van de wetsartikelen ontstaat het risico dat de juridische kwaliteit van de verordening (die door juristen gecheckt is) achteruit gaat en de oorspronkelijke wetsartikelen geen recht wordt gedaan.
3) Advies: “In artikel 6, lid 4, onder g, staat vermeld dat een herindicatie acht weken voor de einddatum van de maatwerkvoorziening dient te worden aangevraagd. (…) In de oude verordening was deze termijn zes weken en ons is niet duidelijk is waarom deze periode is verlengd.” Reactie: Dit advies is overgenomen. De periode voor aanvraag van herindicatie is teruggebracht naar de oorspronkelijke zes weken. 4) Advies: “Naar onze mening moet het mogelijk zijn dat de aanvrager voor een herindicatie vanuit de gemeente een herinnering krijgt toegestuurd.” Reactie: Wij begrijpen uw wens om een automatische herinnering te sturen voor de aanvraag van herindicatie. Echter, in het huidige ICT-systeem is dit niet mogelijk. De gemeente is bezig met de implementatie van een nieuw ICT-systeem (Mens Centraal), waarbij wij ook kijken naar de mogelijkheden voor het sturen van een automatische herinnering. 5) Advies: “In artikel 6, lid 5, onder d, wordt vermeld dat de besteding van het PGB verantwoord moet worden. Dat op zich begrijpen wij, alleen is ons niet duidelijk hoe dat daadwerkelijk vorm moet worden gegeven (op welke termijn, door wie, op welke wijze).” Reactie: De verantwoording van de besteding van het pgb vindt op meerdere manieren plaats: •
•
Voorafgaand aan de verstrekking: de gemeente heeft criteria opgesteld waaraan de pgb-houder moet voldoen. Daarmee toetst de gemeente de pgbvaardigheid, ofwel: of de inwoner, dan wel de beoogde budgetbeheerder in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake en of deze in staat is de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. De pgb-vaardigheid wordt getoetst op: o kwaliteit van het persoonlijk budgetplan; o financieel beheer; o zorginhoudelijk beheer; o werkgeverschap. Gedurende de looptijd van het pgb/achteraf: o Middels een evaluatiegesprek met de inwoner evalueert de gemeente of de ingezette ondersteuning aan de wettelijke kwaliteitseisen voldoet; o De regionale toezichthouders kwaliteit onderzoeken steeksproefgewijs en aan de hand van signalen de kwaliteit van de pgb-aanbieders.
De verdere uitwerking van de verantwoording is opgenomen in de nadere regels Wmo.
6) Advies: “In lid 6 van hetzelfde artikel staat vermeld dat het perspectiefplan, indien aanwezig, onderdeel uitmaakt van de beschikking door middel van een verwijzing daartoe. Is het niet zo dat er altijd sprake van een perspectiefplan? De woorden ’indien aanwezig’ doen anders vermoeden. Dit zou helder moeten zijn.“ Reactie: De woorden ‘indien aanwezig’ zijn toegevoegd om voor te sorteren op de regionale doorontwikkeling van het perspectiefplan. Bij deze doorontwikkeling
wordt de mogelijkheid van een snellere procedure voor simpele aanvragen (bijvoorbeeld door middel van een ‘light’-versie van het perspectiefplan) onderzocht. Door de woorden ‘indien aanwezig’ in de verordening te zetten, is deze optie juridisch houdbaar in de toekomst.
Wij hopen uw advies hiermee recht te hebben gedaan.
Met vriendelijke groeten,
Namens het College van Burgemeester en Wethouders,
Trudy Willig-Tol Beleidsmedewerker Welzijn Gemeente Medemblik