04 DOC-26-1180014 - 1e. Afvalbeheer WF - jaarstukken 2025
Tekst van het document
Jaarstukken 2025 Afvalbeheer Westfriesland Bovenkarspel
Inhoud
Algemeen
3
Jaarverslag
4
Programmaverantwoording
4
Inleiding
4
Omschrijving
4
Doel
4
Activiteiten
4
Overzicht van de gerealiseerde baten en lasten
5
Paragrafen
5
Inleiding
5
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing
5
Paragraaf Financiering
8
Paragraaf Bedrijfsvoering
8
Paragraaf Openbaarheid
11
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen
12
Jaarrekening
13
Overzicht van baten en lasten
13
Balans
14
Grondslagen van waardering en resultaatbepaling
15
Grondslagen voor de waardering van activa en passiva
15
Toelichting op het overzicht van baten en lasten
Error! Bookmark not defined.
Toelichting op de balans
16
Gebeurtenissen na balansdatum
17
Niet uit de balans blijkende verplichtingen
18
Rechtmatigheidsverantwoording
18
Wet Normering Topinkomens (WNT)
19
Bijlage overzicht van baten en lasten per taakveld
19
Bijlagen
20
Gemeentelijke bijdragen
20
Controleverklaring van de accountant
20
Pagina 2 van 20
Algemeen De jaarstukken bestaan uit: - het jaarverslag met de programmaverantwoording en de paragrafen en - de jaarrekening met het overzicht van baten en lasten, de balans, de toelichting op het overzicht van baten en lasten en de balans, de rechtmatigheidsverantwoording en de bijlage met het overzicht van baten en lasten per taakveld.
Pagina 3 van 20
Jaarverslag Programmaverantwoording Inleiding Dit hoofdstuk bevat de verantwoording over de realisatie. Binnen het Afvalbeheer Westfriesland (ABWF) onderscheiden we één programma. Omschrijving Het ABWF is de voortzetting van de gemeenschappelijke regeling Centraal afvalverwijderingsbedrijf Westfriesland (CAW), waarbinnen tot 2020 het afvalbeleid binnen de regio West-Friesland werd uitgevoerd. Door de wijzigingen binnen de regeling hebben de gemeenten de, voorheen aan het CAW gedelegeerde, verordende- en beleidsbevoegdheden terug en zijn de aandelen op 7 april 2022 overgedragen aan de individuele gemeenten. Dit heeft erin geresulteerd dat de gemeenschappelijke regeling nog maar een klein aantal verantwoordelijkheden kent. Doel Het ABWF is ingesteld ten behoeven van de intergemeentelijke afstemming op afvalbeleid, DVO- en aandeelhouderszaken, evenals het beheer van de voormalige stortplaats te Westwoud. Activiteiten De activiteiten zijn direct verbonden aan het beheer van de voormalige stortplaats en het zorgdragen voor intergemeentelijke afstemming met betrekking tot het afvalstoffenbeleid en –uitvoering, DVO- en aandeelhouderszaken. De onderstaande activiteiten zijn gevoerd. Intergemeentelijke voorbereiding algemene aandeelhoudersvergaderingen HVC. In 2025 hebben twee bestuurlijke vooroverleggen met HVC plaatsgevonden voor de aandeelhoudersvergadering.
Deze bestuurlijke vooroverleggen zijn in 2024 losgekoppeld van de AB overleggen, zodoende meer tijd en aandacht te geven aan de onderwerpen op de agenda van de aandeelhoudersvergadering HVC. Intergemeentelijke afstemming afvaltaken Er heeft intergemeentelijke afstemming plaatsgevonden m.b.t. het afvalbeleid en zaken omtrent de dienstverleningsovereenkomst met HVC (DVO). Beheer en nazorg Westwoud Het ABWF heeft i.s.m. Bodemzorg zorg gedragen voor het dagelijks beheer en nazorg voormalig stortplaats Westwoud. Traject toekomstig beheer Westwoud Op verzoek van het ABWF heeft Bodemzorg op 30 januari 2025 een afkoopvoorstel opgeleverd. Dit voorstel is besproken in het AB van 26 maart 2025. Het AB heeft in deze vergadering aangegeven in principe positief tegenover een eventuele afkoop te staan, maar behoefte te hebben aan aanvullende informatie. De gemeenteraden zijn hierover geïnformeerd middels de raadsbrief van 15 april 2025. In de opvolgende maanden is extra informatie ingewonnen bij externe partijen, zijn de implicaties van afkoop voor het ABWF uitgewerkt en is het vervolgproces in kaart gebracht. Op 26 november is het afkoopvoorstel, inclusief de aanvullende informatie, behandeld in het AB en is het principebesluit genomen om over te gaan tot afkoop. Begin 2026 ligt het principebesluit van Bodemzorg voor bij de deelnemende gemeenten voor zienswijzen.
Pagina 4 van 20
Overzicht van de gerealiseerde baten en lasten
Totaal lasten Totaal baten
N V
152.000 145.500
Saldo van baten en lasten
N
5.500
Toevoeging aan reserves
0
Onttrekking aan reserves
0
Saldo mutaties reserves
0
Resultaat na mutaties reserves
N
5.500
Overhead In het totaal van de lasten zijn de lasten voor overhead opgenomen. De overhead bestaat uit de bijdrage aan de SED organisatie voor de ondersteunende taken. Dit is een bedrag van € 51.200. Algemene dekkingsmiddelen In het totaal van de baten zijn algemene dekkingsmiddelen opgenomen. Dit is de bijdrage van de deelnemende gemeenten. Dit is een bedrag van € 74.500. Vennootschapsbelasting Er is geen vennootschapsbelasting verschuldigd.
Paragrafen Inleiding De paragrafen geven inzicht in het beleid met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) staat een opsomming van de verplichte paragrafen. De verplichte paragrafen Lokale heffingen, Verbonden partijen en Grondbeleid zijn niet van toepassing. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf geven we inzicht in de risico’s en de middelen om niet begrote kosten te dekken. De vrij aanwendbare middelen zijn: Algemene reserve Bestemmingsreserve nazorg stortplaats
46.400 1.467.400
Totaal
1.513.800
Risico’s De voormalige stortplaats is vóór 1996 gesloten, waarmee er geen wettelijke nazorgplicht volgens de Wet Milieubeheer bestaat. Het primaire juridische kader voor de nazorg is geregeld middels de Wet Bodembescherming (Wbb), waarbij uitgangspunt is dat op de locatie veilig kan worden gerecreëerd, contactmogelijkheden met stortmateriaal en percolaat voorkomen wordt, en de activiteiten niet leiden tot een bodemverontreiniging. Voor het lozen op de persleiding zijn een meetbeschikking en een Watervergunning afgegeven. In overleg met het Hoogheemraadschap zal worden besloten of een watervergunning nodig is voor de lozing van het water uit de ringsloot op het oppervlaktewater of dat er andere beheersmaatregelen getroffen moeten worden. Zie ook onder onderzoek HHNK op p6.
Pagina 5 van 20
Ontwikkelingen In 2023 heeft het ABWF opdracht gegeven om alle onderzoeken samen te voegen, op basis hiervan een nazorgplan en herberekening van het doelvermogen te maken en een aantal toekomstscenario’s uit te werken (waaronder een eventuele afkoop van de locatie). In 2024 heeft Syntraal een tussenrapportage opgeleverd, waarin zij aangeeft dat er nog een aantal kwesties openstaan. In 2024 heeft het ABWF de voorkeursrichting uitgesproken om over te gaan tot afkoop. Medio 2024 heeft het ABWF Bodemzorg opdracht gegeven om een afkoopvoorstel uit te werken. Eind januari 2025 heeft Bodemzorg het afkoopvoorstel opgeleverd. Na het inwinnen van extra informatie heeft het AB op 26 november 2025 een principebesluit genomen om over te gaan tot afkoop. Het principebesluit is vervolgens naar de deelnemende gemeente gestuurd om voor 1 maart 2026 te voorzien van een zienswijze. In 2024 heeft de accountant gevraagd om de voorziening verder te onderbouwen. Volgens de BBV moet een voorziening onderbouwd worden met de verplichtingen en risico’s waarvan de omvang redelijkerwijs in te schatten zijn. Gezien de benodigde besluitvorming omtrent de keuzes in de nazorg, de onduidelijkheden over de toekomstige normen m.b.t. de waterkwaliteit, en het traject omtrent bovengenoemd afkoopvoorstel was het niet mogelijk om de voorziening op deze wijze te onderbouwen.
Om deze reden is besloten de voorziening vrij te laten vallen ten gunste van het resultaat en toe te voegen aan een nieuw gevormde bestemmingsreserve nazorg. Deze bestemmingsreserve nazorg kan worden ingezet om (een deel van) de afkoop te dekken. Mocht worden besloten niet over te gaan tot afkoop dan kan de bestemmingsreserve worden gebruikt voor dekking van de toekomstige lasten voor de nazorg van de stortplaats Westwoud. Claim Pfas Op 24 april 2024 heeft een advocatenkantoor, namens elf belangenorganisaties, de Staat der Nederlanden gedagvaard vanwege de schadelijke gevolgen van PFAS. Eén van deze belangenorganisaties was Stichting Ouderennetwerking Westfriesland. In de dagvaarding wordt ook de voormalige stortlocatie vermeld. Op 12 maart 2025 heeft een vonnis plaatsgevonden, waarbij de rechter heeft bepaald dat de procedure niet ontvankelijk was, en voortgezet kon worden als enerzijds een algemeen belang actie, anderzijds als gezamenlijke groepsacties. In beide gevallen was de stichting Ouderennetwerk Westfriesland niet ontvankelijk. De procedure is vervolgens voortgezet als een collectieve procedure. Op 11 februari 2026 heeft de rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in deze procedure. De rechtbank wijst alle vorderingen af. Zij acht de maatregelen die de Staat in dit verband treft, met de kennis die er nu van PFAS is, geschikt en voldoende.
De uitspraak leidt niet tot aanpassing in het beheer en de nazorg van de voormalige stortplaats te Westwoud. Het ABWF blijft de nationale en Europese ontwikkelingen volgen. Onderzoek HHNK In het kader van de Kaderrichtlijn Water (KRW), heeft het HHNK onderzoek uitgevoerd bij 46 voormalige stortplaatsen naar de uitloging van ammonium, PFOS en PFOA. In lijn met hetgeen bekend uit eerdere onderzoek van Bodemzorg en Tauw, ziet het HHNK verhoogde concentraties, met name in de als beheersmaatregel aangelegde ringsloot. In overleg met het ABWF voert het HHNK nader onderzoek uit naar de concentraties in het ontvangende oppervlaktewater benedenstrooms van de stortplaats. Over het uitgevoerde onderzoek en het vervolgonderzoek hebben inmiddels verschillende gesprekken plaatsgevonden tussen het HHNK, Bodemzorg en het ABWF. Het HHNK neemt op verzoek van het ABWF nog enkele extra meetpunten mee om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen. Op basis van het vervolgonderzoek beoordeelt het HHNK of de noodzaak bestaat om maatregelen te treffen. Het treffen van extra maatregelen om het oppervlaktewater te laten voldoen aan de KRW normen is meegenomen in het afkoopvoorstel van Bodemzorg.
Pagina 6 van 20
Financiële kengetallen
1a 1b 2 3
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsrisico Structurele exploitatieruimte
2025
2024
-95%
-82%
-95% 100% 4%
-82% 95% 4%
De kengetallen Grondexploitatie en Belastingcapaciteit zijn niet opgenomen in bovenstaand overzicht, omdat deze kengetallen niet van toepassing zijn op de gemeenschappelijke regeling ABWF. Toelichting bij de kengetallen: 1. a. De netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Doordat het saldo van de voorziening nazorg stortplaats vrijvalt wordt het saldo verantwoord onder het eigen vermogen. Hierdoor is het eigen vermogen flink hoger dan het vreemd vermogen. Het ABWF valt in de categorie ‘minst risicovol’. b. Zie bovenstaande. 2. Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeenschappelijke regeling in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeenschappelijke regeling bestaat uit de reserves en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Ook hier stijgt het percentage doordat het eigen vermogen stijgt door de vrijval van de voorziening nazorg stortplaats. Het ABWF valt in de categorie ‘gemiddeld’. 3.
Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeenschappelijke regeling heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Het ABWF valt in de categorie ‘minst risicovol’. Samenhang kengetallen: Door de vrijval van de voorziening nazorg stortplaats neemt het vreemd vermogen af en het eigen vermogen toe. Maar het ABWF verzorgt nog steeds het beheer van de stortplaats. Dus de percentages van de kengetallen wijzigen, maar het doel van de gemeenschappelijke regeling niet. De kosten van het beheer van de stortplaats werden gedekt door de voorziening. Nu de voorziening is vrijgevallen worden de kosten verantwoord in het overzicht van baten en lasten.
Pagina 7 van 20
Paragraaf Financiering De Treasuryfunctie omvat de financiering van het beleid en het uitzetten van geldmiddelen die niet direct nodig zijn. Het beleid is vastgelegd in het Treasurystatuut. Het ABWF heeft geen langlopende leningen opgenomen en na de invoering van de Wet verplicht schatkistbankieren in december 2013 kan het ABWF zijn 'overtollige' gelden alleen nog bij het ministerie van Financiën uitzetten. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft de maximale toegestane omvang van de kortlopende schuld (met een looptijd korter dan één jaar) weer. Er zijn geen kortlopende leningen afgesloten dus zijn we binnen de limiet gebleven. Renterisiconorm De renterisiconorm bepaalt dat jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal onderhevig mag zijn aan renteherziening en herfinanciering. Dit heeft niet plaatsgevonden. Er zijn geen langlopende leningen afgesloten. Dus blijven we binnen de norm.
Paragraaf Bedrijfsvoering Bestuurlijke organisatie Het ABWF volgt de verordeningen van de gemeente Stede Broec, maar past deze aan specifiek voor het ABWF waar nodig. Ambtelijke organisatie Het ABWF heeft geen personeel in dienst. Ondersteuning (secretariaat en financiële administratie) wordt geleverd door de SED organisatie. Rechtmatigheid In deze paragraaf bedrijfsvoering geeft het dagelijks bestuur een toelichting ten aanzien van onderwerpen die de rechtmatigheid raken. Er wordt aangegeven hoe de beheersing is vormgegeven en er is een nadere toelichting op alle afwijkingen die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen voor zover deze de rapportagegrens overschrijden. Ook wordt aangegeven welke maatregelen zijn of worden genomen om verbeteringen aan te brengen om het rechtmatig handelen in de toekomst afdoende in processen te waarborgen. Verantwoordingsgrens en rapportagegrens In de financiële verordening heeft het Algemeen Bestuur de verantwoordingsgrens vastgesteld op 3% van de totale lasten. In de rechtmatigheidsverantwoording rapporteert het dagelijks bestuur over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 3% van de totale lasten van het ABWF. Voor 2025 is deze grens € 4.500. Organisatie Om tot een rechtmatigheidsverantwoording te komen onderzoekt het Dagelijks Bestuur onder meer de opzet, bestaan en werking van de processen.
De manier waarop dit onderzoek wordt uitgevoerd wordt jaarlijks beschreven in het IC-VIC-plan (waarbij IC staat voor Interne Controle en VIC voor Verbijzonderde Interne Controle). De beheersing van de bedrijfsvoering is ingericht langs het model van de ‘three lines of defence’: 1. Interne controlemaatregelen worden belegd in de lijnorganisatie. Dit zijn interne beheers/controlemaatregelen die zijn ingericht in processen; 2. Interne controlefuncties/functionarissen die het lijnmanagement ondersteunen; 3. Verbijzonderde interne controle die de werking van de eerste en tweede lijn controleert (team concern control).
Pagina 8 van 20
De verbijzonderde interne controle (3e verdedigingslinie) is een aanvulling op de reguliere interne controle (2e verdedigingslinie), in die zin dat een objectief oordeel gegeven wordt over de opzet, het bestaan en de werking van de interne controles en beheersingsmaatregelen (1e verdedigingslinie). De focus ligt hierbij op de processen met de grootste (financiële en maatschappelijke) risico’s, zoals opgenomen in het IC-VIC plan. Het IC-VIC plan is in 2025 uitgevoerd en de resultaten van de werkzaamheden zijn aangeboden voor het controledossier van de accountant. Uitkomsten van het onderzoek Begrotingscriterium Bij de toetsing op het begrotingscriterium wordt vastgesteld of alle begrotingsafwijkingen passen binnen het kader van de door het AB vastgestelde begroting. Er is sprake van begrotingsonrechtmatigheden wanneer: • • • • •
de door het AB vastgestelde budgetten voor wat betreft de lasten zijn overschreden de door het AB vastgestelde budgetten voor wat betreft de investeringsbudgetten zijn overschreden toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves niet door het AB zijn vastgesteld bij onderschrijdingen van lasten of investeringsbudgetten de begroting niet tijdig met begrotingswijzigingen is aangepast en niet tijdig gemeld bij lagere of hogere baten dan begroot deze mutaties niet tijdig met begrotingswijzigingen is aangepast en niet tijdig gemeld.
In de vastgestelde financiële verordening is vastgelegd dat onderschrijding en overschrijding van de baten alsmede onderschrijding van de lasten die zich voordoen na de laatste bestuursrapportage nader worden toegelicht in de verschillenverklaring van de jaarrekening. Daarmee wordt het AB bij de jaarrekening tijdig geïnformeerd over deze afwijkingen. Bevindingen De volgende afwijkingen groter dan de rapportagegrens zijn geconstateerd: Omschrijving
1a 1b
Overschrijding lasten programma Een onderbouwing van de overschrijding zijn terug te vinden in de programma verantwoording. Overschrijding investeringsbudgetten
2
Ongeautoriseerde reservemutaties
3
Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of te laat zijn gemeld. Totaal begrotingsonrechtmatigheden Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (van onderdeel 1/3) dat past binnen het vooraf door het algemeen bestuur vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid. Resterend saldo als begrotingsonrechtmatigheid
4 = (1a / 3) 5
6 = (4-5)
Bedrag
€ 12.600
Conform afspraak beschouwd als acceptabel ja/nee Ja
€0 €0 € 7.700
Ja
€ 20.300 €0
€ 20.300
Ja
Pagina 9 van 20
Toelichting op het resterend saldo aan begrotingsonrechtmatigheden Voorwaardencriterium Bij het voorwaardencriterium wordt onderzocht of de wijze van besteding en inning van gelden voldoet aan de financiële regels zoals opgenomen in de regelgeving die is opgenomen in het normenkader. In 2025 zijn er geen geconstateerde afwijkingen geweest voor inkoop en aanbesteding, Wet Fido, Wet Normering Topinkomens en er hebben geen transacties voor onroerende zaken en of staatssteun plaatsgevonden. M&O criterium In de notitie Beleid Misbruik & Oneigenlijk gebruik staan de uitgangspunten om het risico op misbruik en oneigenlijk gebruik zo laag mogelijk te hebben, te voorkomen, te bestrijden of te detecteren. De notitie beschrijft de waarborgen ter voorkoming of vermindering van het risico op misbruik en oneigenlijk gebruik, de uitgangspunten voor het M&O beleid en de verantwoordelijkheden binnen de organisatie. Vervolgens gaat de notitie in op de risicogebieden in de verschillende domeinen. Deze risico’s worden door middel van een periodieke inventarisatie geactualiseerd en er wordt geïnventariseerd of een risico zich heeft voorgedaan.
De notitie gaat verder in op de maatregelen die genomen zijn in het kader van de Algemene verordening Gegevensbescherming, de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), ondermijning en de Wet bevordering Integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (BIBOB). Bevindingen Tijdens het uitvoeren van de interne controles en verbijzonderde interne controles over 2025 zijn de betrokken processen getoetst. Deze toetsing heeft niet geleid tot feitelijke constateringen wat betreft misbruik, oneigenlijk gebruik of fraude met betrekking tot de inzet en aanwending van gemeentelijke middelen.
Monitor Rechtmatigheidsverantwoording A B C
Resterend saldo begrotingsonrechtmatigheden Saldo onrechtmatigheden voorwaarden criterium Saldo onrechtmatigheden Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium Totaal rechtmatigheidsfouten (A+B+C) Verantwoordinggrens: 2% van € 152.000
Bedrag € 20.300 €0 €0 € 20.300 € 3.000
Frauderisico Er zijn geen concrete aanwijzingen of vermoedens dat zich fraudes hebben voorgedaan in het afgelopen boekjaar.
Pagina 10 van 20
Paragraaf Openbaarheid Op 1 mei 2022 trad de Wet Open Overheid (Woo) in werking. De Woo vervangt de Wet openbaarheid bestuur (Wob), maar gaat verder dan de Wob. De Woo verplicht tot het: • • • •
passief openbaar maken van informatie via het afhandelen van Woo-verzoeken actief openbaar maken van elf informatiecategorieën aanstellen van een Contactfunctionaris Woo op orde brengen van de Informatiehuishouding.
Het passief openbaar maken, oftewel het afhandelen van Woo-verzoeken, is per 1 mei 2022 met de inwerkingtreding van de Woo reeds geïmplementeerd. In 2024 is de nieuwe werkwijze geïmplementeerd. Er is een Woo-medewerker bij de SED organisatie aangesteld. In 2024 is door de SED organisatie ook software aangeschaft en in gebruik genomen om documenten te anonimiseren. De SED organisatie pakt de implementatie van de Woo projectmatig op met kort cyclische deelprojecten via zogeheten ‘W00ts’ (Woo-teams). De uitrol loopt in de pas met landelijke planning. Naast de Woots heeft het projectteam van de SED organisatie zich gericht op interne voorlichting en bewustwording. Hiervoor is de Woo-waaier ontwikkeld en was er een postercampagne. Op 1 november is de verplichting voor het actief publiceren van documenten en gegevens ingegaan voor de volgende informatiecategorieën: • • • •
Wetten en andere algemeen verbindende voorschriften Overige besluiten van algemene strekking Informatie van organisatie en werkwijze Bereikbaarheidsgegevens
Eind 2025 heeft de gemeente Drechterland een Woo verzoek aan het ABWF doorgestuurd. In overleg met de gemeente Drechterland en de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, heeft laatstgenoemde partij het Woo verzoek opgepakt en de gevraagde documenten beschikbaar gesteld. Omdat de aanvrager de documenten naar tevreden heeft ontvangen, is het Woo verzoek aan het ABWF begin 2026 ingetrokken.
Pagina 11 van 20
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen De verkoop van activa en passiva aan HVC zorgde ervoor dat het ABWF een aanzienlijk beperktere hoeveelheid kapitaalgoederen in bezit heeft dan een gemeente. De kapitaalgoederen bestaan uit de gronden en een pompgebouw op de locatie van de voormalige stortplaats te Westwoud. De boekwaarde van de grond bedraagt ultimo 2025 € 55.000, de overige activa zijn volledig afgeschreven. Overige activa: - twee VOPO-pompen, - twee terreinpompen, - persleiding en - een perspomp. De lasten van de nazorg werden voorheen gedekt uit de voorziening, met het wegvallen van die voorziening in 2024 dienen deze lasten nu vanuit de exploitatie te worden gedekt. De totale onderhoudslasten in 2025 zijn €56.400.
Pagina 12 van 20
Jaarrekening Dit hoofdstuk bevat het overzicht van baten en lasten en een toelichting en de balans en een toelichting.
Overzicht van baten en lasten Begroting Begroting na wijziging Lasten - DVO SED organisatie - Nazorg stortplaats - Waterschapsbelasting - Overige lasten Totaal lasten Baten - Bijdrage gemeenten - Verhuur gebouw golfterrein - Rentebaten Totaal baten Mutaties in reserves
Gerealiseerde resultaat
Werkelijk
51.200 49.900 5.600 21.400
51.200 40.100 39.300 8.800
51.200 56.400 32.900 11.500
128.100
139.400
152.000
74.500 28.100 0
74.500 28.100 35.200
74.500 28.800 42.200
102.600
137.800
145.500
0
0
0
-/- 25.500
-/- 1.600
-/- 6.500
Toelichting afwijking begroting na wijziging en realisatie De begroting is op totaalniveau vastgesteld. De analyse is ook op totaalniveau. Het verwachte resultaat is -/- € 1.600 en het gerealiseerde resultaat is -/- € 6.500. Het verschil is -/- € 4.900. Dat verschil wordt verklaard door: Rentebaten Nazorg stortplaats Waterschapsbelasting Overige verschillen Totaal:
+/+ -/+/+ -/-/-
€ 7.000 € 16.300 € 6.400 € 2.000 € 4.900
Toelichting op de oorzaken • Over het saldo van het schatkistbankieren ontvangen we rente, de rente over het vierde kwartaal was in de eindejaarsnota nog niet meegenomen; • Voor de nazorg van de stortplaats bleek nog een achterstalloge factuur over het eerste halfjaar verschuldigd aan Bodemzorg, deze factuur werd niet meegenomen in de eindejaarsnota; • Van het waterschap werd een correctie op de eerdere aanslag ontvangen, deze bleek uiteindelijk voor 2025 lager uit te vallen.
Pagina 13 van 20
Balans (bedragen in €’s) ACTIVA
31-12-2025
31-12-2024
Vaste activa Materiële vaste activa - investeringen met economisch nut
55.000
55.000
Totaal vaste activa
55.000
55.000
7.000 1.412.000
0 1.377.000
0
0
Liquide middelen: - Banksaldi
26.000
139.000
Overlopende activa: - Vooruitbetaalde en nog te ontvangen bedragen
7.000
23.000
Totaal vlottende activa
1.552.000
1.539.000
TOTAAL ACTIVA
1.507.000
1.593.000
46.000 1.467.000 -6.000
46.000 0 1.467.000
0
0
1.507.000
1.513.000
Vlottende activa Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar: - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rent typische looptijd korter dan één jaar - Overige vorderingen
PASSIVA Vaste passiva Eigen vermogen: - Algemene reserve - Bestemmingsreserve Nazorg stortplaats Westwoud - Resultaat Voorzieningen: - Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's Totaal vaste passiva Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar: - Overige schulden
0
68.000
Overlopende passiva: - Nog te betalen bedragen
0
12.000
Totaal vlottende passiva
1.507.000
80.000
TOTAAL PASSIVA
1.507.000
1.593.000 Pagina 14 van 20
Grondslagen van waardering en resultaatbepaling Algemene grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening Inleiding De jaarrekening van de gemeenschappelijke regeling is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften, die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daar voor geeft. Algemene grondslagen De waardering en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders wordt vermeld, worden activa en passiva opgenomen tegen verkrijgingsprijs (activa) of nominale waarde. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's, die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
Grondslagen voor de waardering van activa en passiva Materiële vaste activa met economisch nut Materiële vaste activa zijn gewaardeerd op aanschaffingswaarde verminderd met de cumulatieve afschrijvingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van de lineaire methode, rekening houdend met een eventuele residuwaarde. Op grond wordt niet meer afgeschreven. Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde gewaardeerd. De liquide middelen staan ter vrije beschikking. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
Presentatie van het structureel saldo: Saldo baten en lasten Saldo toevoegingen en onttrekkingen Saldo Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) Structureel saldo
-/- 6.500 0 -/- 6.500 0 -/- 6.500
Overzicht structurele mutaties reserves Het ABWF heeft naast de algemene reserve sinds 2024 ook een bestemmingsreserve nazorg stortplaats, het volledige resultaat over 2024 werd vanwege de vrijval van de voorziening nazorg stortplaats aan die bestemmingsreserve nazorg toegevoegd. Er worden geen structurele mutaties vanuit de reserves gedaan. Pagina 15 van 20
Toelichting op de balans Materiële vaste activa; investeringen met economisch nut
Omschrijving
Boekwaarde Desinves- AfschrijvinBoekwaarde Investeringen Afwaarderingen 31-12-2024 teringen gen 31-12-2025
Gronden en terreinen
55.000
0
0
0
0
55.000
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
Omschrijving Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar Overige vorderingen
Boekwaarde Voorziening 31-12-2025 oninbaarheid
Balanswaarde Balanswaarde 31-12-2025 31-12-2024
1.412.000
0
1.412.000
1.377.000
7.000
0
7.000
0
1.419.000
0
1.419.000
1.377.000
Liquide middelen Omschrijving
31-12-2025
31-12-2024
26.000
139.000
Banksaldi
Overlopende activa Boekwaarde Boekwaarde 31-12-2025 31-12-2024
Omschrijving Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van de volgende begrotingsjaren komen
7.000
23.000
Het saldo betreft de nog te ontvangen rente over het 4e kwartaal. Eigen vermogen Boekwaarde 31-12-2025 46.000
Omschrijving Algemene reserve Bestemmingsreserve Nazorg stortplaats Westwoud Gerealiseerd resultaat
Boekwaarde 31-12-2024 46.000
1.467.000 Totaal
-/- 6.000
1.467.000
1.507.000
1.513.000
Pagina 16 van 20
Bestemming gerealiseerd jaarresultaat 2024 Het positieve jaarresultaat 2024 van € 1.467.000 is gestort in de daarvoor gevormde bestemmingsreserve nazorg Westwoud met als doel de nazorg van de stortplaats te dekken. Dit is besloten in de vergadering van het algemeen bestuur van 2 juli 2025. Op basis van de afspraken in de regio mag het saldo van de algemene reserve 2,5% van het lastentotaal zijn. De algemene reserve is hoger, maar gezien het risico voor de nazorg van de stortplaats wordt het saldo gehandhaafd. Het verloop van de reserves is als volgt: Omschrijving
Boekwaarde 31-12-2024
Toevoeging
46.000
0
Algemene reserve Bestemmings reserve Nazorg stortplaats Westwoud Bestemming resultaat vorig boekjaar Totaal
Vermindering Bestemming ter dekking van resultaat 2023 afschrijvingen
Onttrekking
0
0
Boekwaarde 31-12-2025
0
1.467.000
46.000 1.467.000
1.467.000
0
0
-1.467.000
0
0
1.513.000
0
0
0
0
1.513.000
Netto-vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar Omschrijving Overige schulden
Boekwaarde Boekwaarde 31-12-2025 31-12-2024 0 68.000
Overlopende passiva Omschrijving Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
Boekwaarde 31-12-2025
Boekwaarde 31-12-2024
0
12.000
Pagina 17 van 20
Gebeurtenissen na balansdatum Op 26 november 2025 heeft het AB ABWF een principebesluit genomen om over te gaan tot afkoop van het beheer en nazorg van de voormalige vuilstort. Het principebesluit heeft zij naar de deelnemende gemeenten gestuurd om voor 1 maart 2026 te voorzien van een zienswijze. Op 16 januari 2026 hebben de provincie, het HHNK, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de gemeente Drechterland, en de Inspectie Leefomgeving en Transport en handhavingsverzoek ontvangen op de indirecte lozing van het afgepompte water van de vuilstort op het IJsselmeer. Voor het aanbieden van het afvalwater via de persleiding op de RWZI van het HHNK beschikt het ABWF over een vergunning en meetbeschikking. Het ABWF is van mening dat zij hiermee binnen de bestaande wet- en regelgeving handelt.
Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen Het ABWF heeft een verhuurcontract met de Stichting Golfbaan Westwoud voor een terrein, zijnde golfbaan en recht van opstal op dit terrein. De looptijd van de overeenkomst eindigt op 31 december 2056 met een jaarlijkse indexering volgens CPI van het CBS met als basisjaar 1988. De originele overeenkomst is aangegaan in 1988 en verlengd in 2009.
Rechtmatigheidsverantwoording Verantwoordelijkheid dagelijks bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht dagelijks bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het algemeen bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en gemeentelijke verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het algemeen bestuur vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het algemeen bestuur bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 3.040.
De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV van september 2025. Bevinding Het algemeen bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 0 bedraagt. Dit is € 3.040 lager dan de daarvoor gestelde grens van € 3.040.
Pagina 18 van 20
Wet Normering Topinkomens (WNT) Conform de Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen Publieke en Semi-publieke sector dienen van onderstaande functies de volgende gegevens gepubliceerd te worden. Geen van de bestuursleden ontvangt een vergoeding. Er is geen personeel in dienst of vergoedingen aan anderen betaald in 2025. Topfunctionarissen in het kader van de Wet Normering Topinkomens (WNT) bij de gemeenschappelijke regeling VVI zijn de leden van het algemeen- en dagelijks bestuur. 1. Bezoldiging topfunctionarissen 1d. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 1.900 of minder Gegevens 2025 Naam topfunctionaris D. Bennis
Functie Voorzitter dagelijks en algemeen bestuur van 01/01 t/m 31/12
H.P.F. Nederpelt
Lid dagelijks en algemeen bestuur van 01/01 t/m 31/12 Lid dagelijks en algemeen bestuur van 01/01 t/m 31/12 Lid algemeen bestuur van 01/01 t/m 31/12
T. Visser
Lid algemeen bestuur van 01/01 t/m 31/12
V.B. Buis
Lid algemeen bestuur van 01/01 t/m 31/12
W. Bijman
Lid algemeen bestuur van 01/01 t/m 31/12
J. Schilder J.C.N Wagenaar
Overzicht baten en lasten per taakveld Lasten
Baten
0. Bestuur en ondersteuning 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.8 Overige baten en lasten 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten
€ 51.200 €0 € 11.500 €0
€0 € 42.200 € 103.300 € 6.500
7.0 Volksgezondheid en milieu 7.3 Afval
€ 89.300
€0
Totaal
€ 152.000
€ 152.000
Pagina 19 van 20
Bijlagen Gemeentelijke bijdragen
Aantal inwoners 1-1-2024
Bijdrage
Gemeente Drechterland
20.498
6.969
Gemeente Enkhuizen
18.901
6.426
Gemeente Hoorn
75.621
25.711
Gemeente Koggenland
23.580
8.017
Gemeente Medemblik
46.005
15.642
Gemeente Opmeer
12.222
4.155
Gemeente Stede Broec
22.216
7.553
219.043
74.473
Deelnemers
Totaal
Controleverklaring van de accountant
Pagina 20 van 20