04 DOC-24-795605 - Bijlage 4: regels Beeldkwaliteitsplan/stedenbouwkundig plan
Tekst van het document
Bijlagenboek regels Molenblik
Gemeente Medemblik 8 februari 2024 Vastgesteld
Gemeente Bestemmingsplan Voorontwerp
Gemeente Medemblik Bijlagenboek bij de regels van het Bestemmingsplan Molenblik Vastgesteld
Plannummer: NL.IMRO.0420.BPKMEDMOLENBLIK-va01 Vastgesteld door de gemeenteraad op ..-..-…. Plan onherroepelijk per ..-..-….
adres
Arnhemseweg 6 3817 CH Amersfoort telefoon
033 2851685 e-mail
info@vp.nl website
www.vp.nl
Bijlagen bij de regels Bijlage 1
Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan Molenblik, Vollmer & Partners, 29 januari 2024
Bijlage 1 Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan Molenblik, Vollmer & Partners, 29 januari 2024
Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan
Molenblik
Gemeente Medemblik, Zeeman Vastgoed en BPD 29 januari 2024
Inhoudsopgave
pagina:
1. Inleiding
3
2. Stedenbouwkundig plan
7
3. Beeldkwaliteitsplan
27
Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan Molenblik in opdracht van: BPD, Zeeman Vastgoed en gemeente Medemblik 29 januari 2024 2420-400
2
1. Inleiding
3
Luchtfoto met aanduiding plangebied (bron: google earth)
beoogde planontwikkeling. In het kader van de participatie zijn twee informatiemomenten georganiseerd. De eerste vond plaats eind 2019 en heeft richting gegeven aan de stedenbouwkundige uitwerking. Begin 2021 vond een tweede participatiemoment plaats waarbij het verder uitgewerkte plan gepresenteerd is op een website en van gedacht kon worden gewisseld via een online platvorm. Deze afstemming heeft geleid tot een verdere verfijning van het stedenbouwkundig plan. Het resultaat vindt u in het volgende hoofdstuk.
De gemeente Medemblik, BPD en Zeeman Vastgoed willen op de locatie Molenblik woningbouw realiseren. Daarvoor hebben zij een stedenbouwkundig plan laten opstellen door bureau Vollmer & Partners. De locatie Molenblik ligt in de Brakepolder, direct ten zuiden van Schepenwijk II. Het nieuwe woongebied is gelegen tussen de boezemsloot van de Brakepolder en de erven langs de Brakeweg. Aan de zuidzijde grenst het aan de open polder en aan de noordoostzijde aan een weide die doorkruist wordt door een hoogspanningslijn en om die reden onbebouwd moet blijven.
De beoogde kwaliteiten zijn vastgelegd in het beeldkwaliteitsplan dat opgenomen is in het laatste hoofdstuk van dit rapport. In het beeldkwaliteitsplan zijn de randvoorwaarden vastgelegd voor zowel de uitwerking van de architectuur als van het openbaar gebied en de landschappelijke inpassing.
De afgelopen jaren heeft intensieve afstemming plaats gevonden met de gemeente en is het plan voorgelegd aan de Provincie en de commissie ARO. Dit heeft geleid tot goedkeuring van de
4
Foto’s plangebied
Voorafgaand aan de planvorming zijn de pijlers van de nieuwe wijk vastgelegd, die vertaald zijn in het voorliggende plan. Molenblik is: > Een waterrijk woonmilieu waar je lekker een rondje kunt te varen > Heerlijk gelegen in de polder met weidse vergezichten aan de rand en veel watergangen in het hart > Natuurinclusief met aantrekkelijk groen, rietoevers en natuurinclusief bouwen > Vanzelfsprekend duurzaam met bijna energie neutrale woningen > Een fijne plek om te wonen met een gevarieerd aanbod aan woningen, ook voor jong en oud
5
6
2. Stedenbouwkundig plan
7
Oude stadskern
Kom, woongebied
Spoorlijn
Kom, werkgebied De Braak / Twiskerdijksloot
Brakeweg
Plangebied
Provinciale weg N240
Vlekkenplan woongebied
2.1 Uitbreiding van de kern Het fietspad langs de Braak aan de westzijde van de locatie; Het pad over de Brakeweg aan de oostzijde van de locatie; De route via Schepenwijk II, over de Schepenlaan, aan de noordzijde van de locatie. Om wandelen en fietsen te stimuleren worden deze verbindingen zo goed mogelijk benut. Daartoe worden meerdere brugverbindingen gemaakt.
Molenblik staat al vele jaren op kaart als een beoogde nieuwbouwontwikkeling. Het is als zodanig aangeduid in de vigerende structuurvisie Medemblik en veelvuldig benoemd bij de realisatie van Schepenwijk II. In ruimtelijk en functioneel opzicht vormt structuurvisie Medemblik ook een logische stadsuitbreiding. Op hoofdlijnen heeft de stad zich ontwikkeld tussen het spoor, de Brakeweg en het IJsselmeer. De randen zijn daarmee aan de noord-, oost- en westzijde helder gedefinieerd. De realisatie van structuurvisie Medemblik is een logische vervolgstap in de afronding van de kern. De nieuwe woonwijk zal optimaal aangehaakt worden op het netwerk van langzaam verkeersverbindingen. De locatie is gunstig gelegen bij verschillende routes:
8
Structuurkaart landschappelijke inpassing
2.2 Landschappelijke inpassing met name bij de aansluiting op de Brakeweg aan de oostzijde, als om verbindingen over het water, zoals bij de aansluiting op de boezem en de Braak aan de westzijde.
Het plangebied is gelegen aan de zuidzijde van de kern, op de overgang tussen stad en landschap. De ontwikkeling van dit gebied maakt het mogelijk om de stad verder te verankeren in de karakteristieke landelijke omgeving. De structuur van het omliggende landschap wordt met name bepaald door de historische watergangen, landwegen en lintbebouwing. Ze dooraderen stad en landschap en verbinden deze met elkaar. De harde stedelijke elementen als de provinciale weg N240 en de spoorlijn doorsnijden het landschap, maar voegen zich wel binnen het kenmerkende haakse patroon van het polderlandschap.
De huidige zuidrand van Medemblik kent reeds enkele waterrijke woonwijken. Deze zijn concentrisch van opzet en dooraderd met bevaarbaar water. Molenblik zal eveneens een sterkte relatie met het water aangaan, maar in zijn structuur aansluiting zoeken op de rechtlijnige, opstrekkende verkaveling van Polder de Brake, waar de relatie met het landschap verder wordt versterkt. Door toevoeging van streekeigen groenelementen als rietkragen, bomenrijen en dijkjes met wandelpaden wordt deze verankering verder onderstreept.
Het plangebied grenst aan enkele van de historische structuurlijnen. In het ontwerp van Molenblik wordt op deze lijnen aansluiting gezocht om zo het gebied te verankeren in zijn omgeving. Het gaat daarbij zowel om verbindingen over land,
9
Waterstructuur
2.3 Bouwstenen
2.3.1 Bevaarbaar water
Het stedenbouwkundig plan is gebaseerd op een aantal heldere bouwstenen. Deze zijn: - realiseren waterrijk wonen met bevaarbaar water; - zorgen voor een heldere aansluiting op de landschappelijke kwaliteiten van de Brakepolder; - het realiseren van een nieuw erf op de aansluiting naar de Brakeweg; - een groen woonmilieu langs de boezem, als zachte overgang naar Schepenwijk II; - het realiseren van natuurlijk groen.
Molenblik wordt een waterrijk woonmilieu. Een groot deel van het water in het nieuwe woongebied wordt bevaarbaar. Het water dooradert de wijk en staat in open verbinding met de randsloot en de Braak. De nieuwe woonwijk wordt daartoe nagenoeg op hetzelfde niveau gebracht als Schepenwijk II. In de wijk komen bruggen en doorvaarbare duikers. De boezem zelf is onderdeel van het vaarroutenetwerk West-Friesland Oost. Aan de westkant kun je verder varen over de Braak naar de Twiskdijkersloot, langs de Brakeweg naar de Kleine en Grote Vliet.
10
N240
Aansluiting op de polderstructuur van de Brakepolder
2.3.2 Aansluiting op de Brakepolder Het ontwerp doet recht aan de bijzondere ligging in de Brakepolder. De kenmerkende polderstructuur met de opstrekkende verkaveling en langgerekte sloten vormen de basis voor het plan. Daarbij is een doorzicht open gehouden naar de kop van de polder, waar nu een boerderij staat en ooit een poldermolen. De overgang naar het open landschap wordt eveneens met veel zorg vormgegeven, waardoor de passant op de Markerwaardweg (N240) een mooi aanzicht geboden wordt. Er komt een groene kade met daarachter een kleinschalig woonmilieu. Over de groene kade loopt een wandelpad, waar je heerlijk kunt uitwaaien.
11
Stolp
Molen
Aansluiting op het lint
2.3.3 Een nieuw erf
2.3.4 Zicht op de molen
De Brakeweg heeft een heel eigen sfeer als oude lintstructuur. Op de overgang tussen het nieuwbouwgebied en het lint wordt een nieuw erf gerealiseerd. Dit wordt zodanig ingepast en vormgegeven dat het past in het lint en daar een mooie nieuwe bijdrage aan zal leveren. Het biedt kans voor een onderscheidend woonmilieu. Onderzocht kan worden of er animo is voor een CPO project.
Aan de Brakeweg bevindt zich de “Watermotor de Brakepolder”. Deze molen is onderscheidend en zegt iets over de cultuurhistorie van dit gebied. De molen is klein, maar al wel zichtbaar vanuit het woongebied. De karakteristieke molen vormt een markeringspunt langs de Brakeweg.
Iets verderop bevindt zich ook een beeldbepalende stolpboerderij. Met de realisatie van een nieuwe stolp wordt aangesloten op de karakteristieken van het oude lint. Het nieuwe erf wordt voor langzaam verkeer ontsloten via de Brakeweg. Om het smalle dijkje niet verder te belasten, loopt de ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer via de nieuwe woonwijk.
12
Aansluiting op Schepenwijk II met een kreekzone
Groenstructuur
2.3.5 Kreekzone
2.3.6 Natuurlijk groen
Schepenwijk II is gebouwd tot aan de boezem van de Brakepolder. Aan de watergang zijn woningen gerealiseerd met een tuin aan het water. Tevens zijn enkele bevaarbare insteken gerealiseerd, waardoor het woongebied verbonden is met het open water. Het nieuwe woongebied zal uiteraard een deel van het uitzicht belemmeren, maar stelt daar wel een mooie kwaliteit tegenover.
Het nieuwe woongebied krijgt groene randen met veel rietkragen, natuurlijke oevers en groen begroeide dijkjes. Hier en daar wordt een ruime speel- en zitplek aan het water gerealiseerd. Tevens komen er mooie wandelpaden en worden er speelaanleidingen in het groen gerealiseerd. De groenvoorzieningen bestaan grotendeels uit inheemse bomen en planten. De natuurwaarde is hoog vanwege natuurlijke oevermilieus, kruidenrijke taluds langs de dijkjes, bloeiende bermen en inheemse beplanting.
Ten zuiden van de boezem wordt een natuurlijk ingerichte groenstrook gerealiseerd met veel ruimte voor groen en oeverplanten. In deze groenstrook worden terraswoningen gesitueerd. Tevens komen er bruggen voor langzaam verkeer.
13
molen
Stedenbouwkundig plan Molenblik
14
Impressie aansluiting op de boezem (Molenblik links van het water)
2.4 Stedenbouwkundig plan Molenblik wordt een waterrijk woonmilieu. Het water is bevaarbaar en dooradert de wijk en staat in open verbinding met de Braak. Het nieuwe woongebied krijgt groene randen met natuurlijk ingerichte oevers en groen begroeide dijkjes. Tevens komen er mooie wandelpaden en worden er speelaanleidingen in het groen gerealiseerd.
Het stedenbouwkundig plan voor Molenblik is opgebouwd rond een heldere structuur waarin water, ontsluiting en woongebieden zorgvuldig met elkaar in verband zijn gebracht. De bouwstenen die in de vorige paragraaf zijn benoemd, komen samen in het plan. Het ontwerp doet zo recht aan de bijzondere ligging in de Brakepolder. De kenmerkende polderstructuur met de opstrekkende verkaveling en langgerekte sloten vormt de basis voor het plan. Daarbij is een doorzicht open gehouden naar de kop van de polder, waar nu een boerderij staat en ooit een poldermolen. Dit doorzicht is als een groene as vormgegeven. Iets ten noorden daarvan bevindt zich een tweede tweede groene as die het woongebied dooradert.
De aansluitingen op de omgeving worden op verschillende manieren gemaakt. Aan de noordzijde van het plangebied liggen de woningen in een karakteristiek milieu met natuurlijke oeverbeplanting. Aan de oostkant vormt de waterstructuur de overgang naar het naastgelegen agrarische perceel. In de zuidoosthoek wordt de aansluiting op het lint van de Brakeweg gemaakt door het realiseren van een nieuw erf. Dit wordt zodanig ingepast en vormgegeven dat het past in het lint. Het dijklichaam aan de zuid- en westrand van de wijk vormt de overgang naar de polder.
Schuin tegenover de locatie bevindt zich de “Watermotor de Brakepolder”. De kleine maar markante molen vormt een oriëntatiepunt langs de Brakeweg en is zichtbaar vanuit de woonwijk.
15
Impressies Molenblik
16
we g
Boegbeeld
Alm ere
el
sv ot ho
Sc
40 N2
Pa
rt
oo
sp trij
Br
g
we
e ak
Ontsluiting
2.5 Ontsluiting Omdat de wijk zelf ingericht zal worden voor 30 km/uur, kan de fietser over de rijbaan en hoeven er geen aparte fietspaden of fietsstroken te komen.
De wijk zal worden ontsloten via de Schootsvel. Deze zal worden verlengd en voorzien van een nieuwe brugaansluiting. Het reeds bestaande deel van de weg wordt opgewaardeerd tot de aansluiting met de Almereweg.
Langs de west- en zuidrand van de wijk komt een recreatief wandelpad, bijvoorbeeld uitgewerkt als halfverhard pad over het dijkje. Daarmee wordt een mooi ommetje geboden aan de toekomstige bewoners van de Molenblik en de omwonenden.
De woonwijk zelf krijgt een ringvormige ontsluitingsweg. Een tweede aansluiting voor calamiteitenverkeer wordt gemaakt met een brugverbinding richting Schepenwijk II, aansluitend op het Boegbeeld. Voor voetgangers en fietsers wordt de wijk goed verbonden met zijn omgeving. Er komt een aansluiting op de Brakeweg, op het Boegbeeld en de Patrijspoort. Daarmee zijn zowel het centrum, het station, de woonomgeving en de omliggende plaatsen goed bereikbaar gemaakt.
17
16 113
Woonprogramma
2.6 Woonprogramma en 55-plussers. Dit uit zich in een brede programmamix met beneden-bovenwoningen, rijwoningen, rug-aan-rugwoningen, 2-onder1-kap woningen, vrijstaande woningen, vrije kavels en levensloopbestendige woningen. Op die manier wordt tegemoet gekomen aan de brede vraag naar woningen in Medemblik en ontstaat er een gevarieerde wijk.
Medemblik is een aantrekkelijke gemeente om in te wonen, waardoor er een grote vraag is naar extra woningen. Een van de aantrekkelijke punten is wonen aan het water. Een belangrijke kracht van het plan is de aantakking op het bestaande vaarnetwerk van Medemblik. Hierdoor grenzen veel woningen direct aan het water. Zo zijn er onder meer wooneilanden aan de zuidkant van het plan, terraswoningen aan de noordzijde en het boerenerf met zijn specifieke inrichting.
Het stedenbouwkundig plan maakt de realisatie van circa 220 woningen mogelijk. De woonwijk zal gefaseerd ontwikkeld worden, waarbij in elke fase aangesloten kan worden bij de actuele woonvraag. De woonwijk is zo opgezet dat binnen elke fase een breed palet van woningen gerealiseerd wordt, zowel sociale huur, betaalbare koop als vrije sector koop. Tevens is de opzet zodanig dat in elke fase voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn.
Voor het stedenbouwkundig plan is goed onderzocht naar welke woningtypes vraag is. Het woonprogramma sluit hier op aan en dit heeft geleid tot een plan met een grote variatie aan woningtypologieën, waarbij voor veel doelgroepen gepast aanbod gerealiseerd zal worden. Er komen zowel woningen in de koopals huursector. Woningen voor starters, gezinnen
18
Parkeerkaart
2.7 Parkeren ervoor is gezorgd dat er steeds voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn in de directe nabijheid van de woning.
In de woonwijk is voldoende ruimte opgenomen voor het parkeren. Daarbij is de gemeentelijke norm voor het aantal parkeerplaatsen per woningtype gehanteerd, waarvan 0,3 in het openbaar gebied ten behoeve van bezoekers. Het parkeren wordt op eigen terrein en in het openbare gebied opgelost. Bij de woningtypen vrijstaand, twee-onder-een-kap- en geschakelde woningen en enkele hoekwoningen van rijen wordt er zoveel mogelijk op eigen terrein geparkeerd. Voor de overige woningen wordt er in de openbare ruimte geparkeerd.
De aanleg van parkeerplaatsen (voor personenauto’s, grotere voertuigen en gehandicaptenparkeren) geschiedt overeenkomstig de geldende richtlijnen uit de LIOR en met inachtneming van de geldende normen. Bij de uitwerking van het inrichtingsplan dient rekening te worden gehouden met het dan geldende beleid van de gemeente voor elektrische laadpalen.
Daar waar de bouwvormen compacter zijn en de parkeerdruk hoog is, wordt haaksparkeren toegepast. Daar waar de parkeerdruk lager is, zijn de openbare parkeerplaatsen als langsparkeerplaatsen in de straat uitgevoerd. In het stedenbouwkundig plan is zorgvuldig gekeken naar de parkeerverdeling waarbij
19
Referentiebeelden van het waterrijke woongebied
2.8 Profielen Het stedenbouwkundig plan kent een zorgvuldige ruimtelijke opbouw. Er is daarbij rekening gehouden met het actuele handboek van de gemeente voor de inrichting van het openbare gebied (LIOR). Op de volgende pagina’s worden enkele bepalende profielen getoond die de opbouw van de wijk laten zien en de aansluiting op de omgeving. In deze profielen is ook rekening gehouden met de verschillende maaiveldhoogtes en waterpeilen in de omgeving.
20
A
B
B
21
A
C
D
C D
22
E
F
F E
23
G
H
G H
24
I
J
J I
25
26
3. Beeldkwaliteitsplan
27
Uitwaaien op de dijk
Spelevaren
Spelen en ontspannen
3.1 Inleiding
3.2 Karakterschets
Het stedenbouwkundig plan voor Molenblik biedt een heldere structuur voor de nieuwe woonwijk. Het doel van het beeldkwaliteitsplan is de samenhang en beoogde sfeer te borgen en verder te versterken door middel van de inrichting van de buitenruimte en de architectuur van de woningen.
Het stedenbouwkundig plan voor Molenblik is opgebouwd rond een heldere structuur waarin water, ontsluiting en woongebieden zorgvuldig met elkaar in verband zijn gebracht. De wijk bestaat uit een samenhangend geheel van grondgebonden woningen in diverse soorten en prijsklassen. Het stedenbouwkundig plan doet recht aan de bijzondere ligging in de Brakepolder. De kenmerkende polderstructuur met de opstrekkende verkaveling en langgerekte sloten vormt de basis voor het plan. De sfeer is landelijk en de bebouwing eigentijds. De kleinere korrel van de bebouwing contrasteert met de strakke lange lijnen die in het landschap de boventoon voeren. Geen lange aaneengesloten blokken rijwoningen, maar korte rijblokken, tweekappers en vrijstaande woningen die kleine verspringingen in de rooilijn laten zien. Op aangegeven strategische plekken zijn er accenten met een dwarskap.
In het beeldkwaliteitsplan worden eerst de visie en ambities omschreven van de wijk als samenhangend geheel. Binnen het plan worden vervolgens verschillende deelgebieden onderscheiden. Per deelgebied wordt aangegeven wat de beoogde sfeer en uitstraling is, met daaropvolgend de regels voor het bouwen. De regels dienen als toetsingskader voor het verdere ontwerptraject.
28
3.3 Deelgebieden
1.
2.
3.
5.
4.
Deelgebieden
1. Terraswoningen 2. Singelbuurt
3. Kappenbuurt 4. Wooneilanden
In Molenblik woon je in de polder. Het weidse uitzicht is nooit ver weg en op de dijk kun je lekker uitwaaien. Het water is bevaarbaar, dooradert de wijk en staat in open verbinding met de vaarroutes in de regio. Voor spelevaren is in het waterrijke woonmilieu volop gelegenheid. Het nieuwe woongebied krijgt groene randen met natuurlijk ingerichte oevers en groen begroeide dijkjes. Tevens komen er mooie wandelpaden en worden er speelaanleidingen in het groen gerealiseerd. De groene assen bieden ruimte voor ontmoeting en verblijven.
5. Het nieuwe Erf
Dit wordt zodanig ingepast en vormgegeven dat het past in het lint. Langs de andere randen van de wijk wordt met dijklichamen en sloten een overgang gemaakt naar de polder. Binnen de wijk Molenblik worden vijf deelgebieden onderscheiden: 1. Terraswoningen 2. Singelbuurt 3. Kappenbuurt 4. Wooneilanden 5. Het Nieuwe Erf In paragraaf 3.4 komen deze vijf deelgebieden aan bod. Per deelgebied wordt eerst de sfeer geschetst. Daarna zijn de regels op een rij gezet. Duurzaamheid vormt in alle deelgebieden een belangrijk thema. De overkoepelende randvoorwaarden met betrekking tot de duurzaamheid zijn apart omschreven in paragraaf 3.5. De beoogde kwaliteit van de openbare ruimte komt naar voren in 3.6.
Inpassing in de omgeving De wijk voegt zich zorgvuldig in de bestaande omgeving. Aan de noordzijde van het plangebied wordt een bijzonder overgangsmilieu naar de watergang en Schepenwijk II gerealiseerd, met terraswoningen in een natuurlijke omgeving van groen en oeverbeplanting. In de zuidoosthoek wordt de aansluiting op het lint van de Brakeweg gemaakt door het realiseren van een nieuw erf.
29
3.4.1 Terraswoningen in natuurlijk oevermilieu
Principe doorsnede waterwoningen (tweekappers)
Referentiebeelden zuidzijde: architectuur, bergruimte en buitenruimte
Referentiebeelden buitenruimte noordzijde
Referentiebeelden noordzijde terraswoningen (tweekappers): architectuur, buitenruimte
De uitstraling van de woningen past bij de natuurlijke setting, met gevels die zijn uitgevoerd in natuurlijk ogende materialen en kleurenpalet. Gevels maken zachte overgangen naar de omgeving door middel van ruime dakoverstekken en veranda’s.
Een natuurlijk ingericht oevermilieu bepaalt de sfeer aan de noordzijde van de wijk. In de ruigtevegetatie van dit landschap zijn terraswoningen gesitueerd. De woningen vormen met elkaar één samenhangend straatbeeld en zijn als één geheel ontworpen. De reeks wordt gevormd door twee-onder-één-kapwoningen (tweekappers) en een vrijstaande woning.
De reeks van geschakelde terraswoningen wordt afgesloten met een vrijstaande terraswoning op een ruim kavel. Deze woning past in vorm en uitstraling bij de reeks, maar kent onderscheidende regels voor het bouwen, de erfafscheiding en de buitenruimte. In de regels wordt daarom een aparte paragraaf gewijd aan de vrijstaande terraswoning.
Het landschap versterkt de samenhang en de relatie met het water. Het kadert de woningen en de private buitenruimtes af. De openbare ruimte tussen de woningen vormt een natuurlijke omgeving die het karakter en de sfeer van deze zone bepaalt. Private erfafscheidingen zijn hieraan ondergeschikt. Via deze tussenruimtes worden doorzichten gerealiseerd naar het water van de boezem.
30
3.4.2 Regels voor de geschakelde Terraswoningen
Randvoorwaardenkaart beeldkwaliteit terraswoningen Legenda Hagen voorkant laag
Veranda in natuurlijk oevermilieu
Hagen voorkant laag (entrees en parkeren nader in te passen)
Vrijstaande terraswoning (voor regels zie paragraaf 3.4.3)
Architectuur - De maximale bouwhoogte is twee lagen met een kap (maximaal 11,0 m); - Architectuur met strakke, eigentijdse details; - Ramen en deuren liggen gerangschikt in een evenwichtige gevelcompositie, passend bij de eigentijdse uitstraling; - Gevels zijn uitgewerkt met zachte overgangen door overstekken, veranda’s, hoekerkers, etc. - Daken worden uitgevoerd als langskap. Bij de kap aan de noordzijde wordt een ruim overstek gemaakt van minimaal 2,0 m over het terras, zodat hier een veranda aan het water wordt gevormd; - Maximale goothoogte is 3,0 m aan de noordzijde en 6,0 m aan de zuidzijde; - Dakranden, boeiboorden en windveren worden strak en zorgvuldig gedetailleerd; - Bergingen zijn geïntegreerd in het bouwvolume en de maximale breedte van de berging is niet meer dan de helft van de beukmaat, om op de begane grond via gevelopeningen voldoende contact te kunnen maken met de openbare ruimte (geen dichte gevel).
- Aan de beplantingskeuze van de ruimte tussen de kavels worden randvoorwaarden gesteld voor beheer en om de privacy van de terrassen te waarborgen en verrommeling te voorkomen. Wilgenstruweel is hiervan een goede vertaling: natuurlijke beplanting die voldoende afschermt; - Per woning kan één meeontworpen aanlegsteiger worden gerealiseerd van maximaal 1,0 m breed, maximaal 0,5 m voorbij de oeverrand en met een trap aflopend tot maximaal 0,5 m boven de waterspiegel. - Natuurlijke oevers omgeven de vlonders. Private erfafscheidingen zijn hieraan ondergeschikt en vormen een onderdeel van het architectonische ontwerp van de veranda met het terras. Maximale hoogte van de erfafscheiding is 1,2 m; - Het peil van het water ten opzichte van de aanleghoogte van de woningen is richtinggevend voor de profilering van de tuin; - Beschoeiingen zijn laag; - De tuin heeft vanaf de lage beschoeiing een terrasachtige opbouw of een talud naar het tuinniveau.
Kleur en materiaal - Gevels zijn uitgevoerd in baksteen en/of hout; - Het kleurenpalet van de gevel is oker- tot lichtoker en antraciet/zwart, waarbij hout ook in natuurlijke verschijningsvorm kan worden toegepast; - Toegepast hout in gevels, terrassen en vlonders is harmonisch in kleur en verschijningsvorm; - Ter versterking van de beeldtaal zijn accenten in afwijkende kleuren toegestaan; - Kappen zijn uitgevoerd in donkergrijze/ antraciete keramische (of gelijkwaardige) dakpannen, in riet en/of als vegetatiedak.
Buitenruimte en erfafscheiding - De uitwerking van berging en dakterras is onderdeel van het architectonisch ontwerp van de woning; - De private buitenruimte bestaat aan de zuidzijde (entreekant) uit dakterrassen, die op de bergingsruimte zijn gesitueerd; - De private buitenruimte bestaat aan de noordzijde (waterkant) uit veranda’s die zijn vormgegeven als vlonders in het natuurlijk oevermilieu. Deze zijn gedeeltelijk overkapt door een ruim dakoverstek. De uitwerking van de veranda’s is onderdeel van het architectonisch ontwerp van de tweekappers; - De oever bestaat uit een natuurzone van 3,5 m breed die is ingericht met natuurlijke en inheemse oeverbeplanting. Het landschap van de oeverzone wordt als één integraal geheel ontworpen (openbaar en privaat);
Rondom duurzaamheid zijn aanvullende uitgangspunten omschreven in paragraaf 3.5. De uitgangspunten voor de inrichting van de openbare ruimte zijn benoemd in paragraaf 3.6.
31
3.4.3 Regels voor de vrijstaande terraswoning Legenda Vrijstaande woning Hagen voorkant laag Hagen voorkant laag (entrees en parkeren nader in te passen) Private oevers Oevers in het zicht Oever met houtwal aan het landschap Zone veranda/vlonder Natuurlijke oever / ecorol
Randvoorwaardenkaart beeldkwaliteit hoekwoning
Architectuur - De maximale bouwhoogte is twee lagen met een kap (maximaal 11,0 m); - Architectuur met strakke, eigentijdse details; - Ramen en deuren liggen gerangschikt in een evenwichtige gevelcompositie, passend bij de eigentijdse uitstraling; - Gevels zijn uitgewerkt met zachte overgangen door overstekken, veranda’s, hoekerkers, etc. - Het dak wordt uitgevoerd als langskap; - Maximale goothoogte is 3,0 m aan de noordzijde en 6,0 m aan de zuidzijde; - Dakranden, boeiboorden en windveren worden strak en zorgvuldig gedetailleerd; - De woning is alzijdig georiënteerd; - Bergingsruimte is geïntegreerd in het bouwvolume, zoals bij de naastgelegen terraswoningen; - Eventuele bijgebouwen worden meeontworpen en in samenhang gebracht met de hoofdmassa.
Buitenruimte en erfafscheiding Hagen (zuidwestzijde) - Aan de westzijde en aan de zuidzijde tot aan de oeverrand bestaat de erfafscheiding uit hagen. Private oever in het zicht (zuidzijde) - De tuin aan het water heeft een lage beschoeiing en is uitgevoerd in een duurzaam materiaal; - De overgang naar het water wordt gevormd door een flauw aflopende tuin of een tuin met een verlaagd deel aan het water; - Schuttingen langs de oever zijn niet toegestaan; - Vlonders en steigers zijn niet toegestaan; - Het peil van het water ten opzichte van de aanleghoogte van de woning is richtinggevend voor de profilering van de tuin. Oever als natuurzone (noordzijde) - De oever aan de noordzijde bestaat uit een natuurzone van 3,5 m breed die is ingericht met natuurlijke en inheemse oeverbeplanting. Het landschap van de oeverzone wordt als één integraal geheel ontworpen (openbaar en privaat); - Aan de beplantingskeuze van de ruimte tussen de kavels worden randvoorwaarden gesteld voor beheer en om de privacy van de terrassen te waarborgen en verrommeling te voorkomen.
Wilgenstruweel is hiervan een goede vertaling: natuurlijke beplanting die voldoende afschermt; - Eén meeontworpen aanleg-steiger kan worden gerealiseerd van maximaal 1,0 m breed, maximaal 0,5 m voorbij de oeverrand en met een trap aflopend tot maximaal 0,5 m boven de waterspiegel; - Indien aan de noordzijde een terras wordt gerealiseerd, dan is deze vormgegeven als vlonder in het natuurlijk oevermilieu. De uitwerking
Kleur en materiaal - Gevels zijn uitgevoerd in baksteen en/of hout; - Het kleurenpalet van de gevel is oker- tot lichtoker en antraciet/zwart, waarbij hout ook in natuurlijke verschijningsvorm kan worden toegepast; - Toegepast hout in gevels, terrassen en vlonders is harmonisch in kleur en verschijningsvorm; - Ter versterking van de beeldtaal zijn accenten in afwijkende kleuren toegestaan; - De kap is uitgevoerd in donkergrijze/ antraciete keramische (of gelijkwaardige) dakpannen, in riet en/of als vegetatiedak. Rondom duurzaamheid zijn aanvullende uitgangspunten omschreven in paragraaf 3.5. De uitgangspunten voor de inrichting van de openbare ruimte zijn benoemd in paragraaf 3.6.
32
Referentiebeelden architectuur en buitenruimte
referentiebeeld oever met wilgenstruweel
referentiebeeld vlonder noordzijde
referentiebeelden oever met houtwal
hiervan is onderdeel van het architectonisch ontwerp van de woning en sluit aan op de reeks vlonders van de terraswoningen; - Natuurlijke oevers omgeven de vlonder. Private erfafscheidingen zijn hieraan ondergeschikt en vormen een onderdeel van het architectonische ontwerp van de veranda met het terras. Maximale hoogte van de erfafscheiding is 1,2 m; - De keerconstructie van vlonders of terrassen aan het water mag niet meer dan 0,3 m boven het waterpeil uitsteken. Oever met houtwal (zuidoostzijde) - De tuin aan het water heeft een lage beschoeiing en is uitgevoerd in een duurzaam materiaal; - De tuin heeft vanaf de lage beschoeiing een terrasachtige opbouw of een talud naar het tuinniveau; - Het peil van het water ten opzichte van de aanleghoogte van de woning is richtinggevend voor de profilering van de tuin; - De erfafscheiding wordt gevormd door een houtwal. Schuttingen zijn niet toegestaan.
33
3.4.3 De Singelbuurt
Referentiebeeld uitgewerkte openingen in kopgevels van hoekwoningen
Schema positie dwarskappen
Toepassing dwarskap bij stedenbouwkundige aanleiding
Referentiebeelden architectuur Singelbuurt
De Singelbuurt vormt een samenhangend stedenbouwkundig geheel waarbij de baksteengevels en kapvormen voor een samenhangend beeld zorgen. Er is eenheid in verscheidenheid met afwisseling in woningtypes.
zicht bieden op de openbare ruimte. Deze gevelopeningen zijn op aangewezen plekken aan de groenzones verder uitgewerkt, bijvoorbeeld als erker of mooi omkaderd venster (zie kaart op pag. 34, aanduiding zijgevel met erker).
Bomenlanen, hagen en groene wateroevers rondom dragen bij aan de sfeer van de Singelbuurt. De bebouwing heeft een traditionele hoofdvorm, maar een eigentijdse uitstraling. De eigentijdse uitstraling komt onder andere tot uiting door toepassing van heldere dakvormen zonder afschuiningen (dus geen wolfseinde) en een ranke detaillering van dakoverstekken. Ook de toepassing van materialen is hedendaags.
Samenhang is er door de vormgeving van het dakenlandschap, dat bestaat uit langskappen in gelijke kleurstelling en materiaaltoepassing. Accenten met dwarskappen dragen bij aan een afwisselend straatbeeld. Deze worden toegepast op een enkele plek, daar waar een stedenbouwkundige aanleiding is (zie kaart op pag. 34, aanduiding accenten dwarskappen). Gevelaccenten in afwijkende kleuren versterken deze beeldtaal. Op een aantal beeldbepalende plekken (zie kaart op pag. 34) zorgen markante gebouwen voor een duidelijk herkenningspunt in de wijk. De bebouwing onderscheidt zich hier in bouwhoogte, kapvorm en positie op de kavel of bij het water.
De bebouwing sluit in oriëntatie en positionering zorgvuldig aan op de openbare ruimte. Hoekwoningen zijn driezijdig georiënteerd (naar voren, naar achteren en opzij). Zijgevels hebben op de begane grond gevelopeningen die goed
34
Referentiebeelden architectuur ‘markant gebouw’: sprekende kap met overstekken, overwegend wit (ook van toepassing op de special van de wooneilanden en het kaartje op pag.39)
Referentiebeelden erfafscheiding als onderdeel van de architectonische uitwerking
Referentiebeeld erfafscheiding grenzend aan openbare ruimte
Referentiebeelden verbijzondering groene erfafscheiding met leibomen langs de openbare groenzone
35
3.4.4 Regels voor de Singelbuurt
Randvoorwaardenkaart beeldkwaliteit Singelbuurt Legenda
Afscheidingen Hagen voorkant hoog
Markant gebouw
Hagen voorkant laag
Zijgevel aan openbaar gebied
Hagen voorkant laag (entrees en parkeren nader in te passen)
Zijgevel aan openbaar gebied met uitgewerkte openingen in de kopgevel
Meeontworpen erfafscheiding
Accent met een dwarskap
Private oevers Oevers in het zicht Overige private oevers aan vaarwater
- Dakvlakken hebben ruime overstekken in kopen langsgevels. Minimale maat overstek is 0,5 m; - Dakoverstekken worden rank uitgewerkt; - Minimale hoogte van het dakvlak onder de dakkapel is twee dakpannen en boven de dakkapel drie dakpannen; - Indien toegepast worden boeiboorden en windveren zorgvuldig gedetailleerd.
Architectuur - De bouwhoogte is twee lagen met een kap (maximaal 11,0 m); - Architectuur met strakke, eigentijdse details; - Ramen en deuren liggen gerangschikt in een evenwichtige gevelcompositie, passend bij de eigentijdse uitstraling; - Gevels zijn uitgewerkt met zachte overgangen, zoals overstekken, veranda’s, hoekerkers, etc. - Daken hebben een heldere vorm en worden overwegend uitgevoerd als zadeldak en langskap (minimale hellingshoek 40 graden). Afschuiningen (zoals een wolfseinde) zijn niet toegestaan; - Met de toepassing van dwarskappen op een enkele plek wordt het straatbeeld verlevendigd. Dit wordt gedaan in een compositie die reageert op het stratenpatroon en op een manier die de gevellengte van rijwoningen nuanceert (zie kaartbeeld hierboven);
Hoeken die grenzen aan openbaar gebied Voor de uitwerking van de hoekwoningen (zie kaartbeeld hierboven) gelden de volgende uitgangspunten: - De woningen richten zich op de ontsluitingsstructuur; - Hoekwoningen hebben een driezijdige oriëntatie. Er is sprake van een open zijgevel met raamopeningen die, in verhouding tot de zijgevel, van voldoende formaat zijn. Eventueel voorziet de kopgevel in een tweede deur of zij-ingang;
36
- Op aangegeven plekken aan de groenzone zijn openingen in de kopgevel bijzonder uitgewerkt, bijvoorbeeld als erker of als mooi omkaderd venster (zie kaartbeeld op pag. 34); - Eventuele bijgebouwen worden meeontworpen en in samenhang gebracht met de hoofdmassa door toepassing van een samenbindende plint; - De positie en oriëntatie van de woning zorgt voor een zorgvuldige aansluiting op het openbaar gebied.
1,2 m hoog voor minimaal de helft van de breedte van de tuin. Bergingen zijn in deze erfafscheiding geïntegreerd. Private wateroevers - Tuinen aan het water hebben een lage beschoeiing; - De keerconstructie van vlonders of terrassen aan het water mag niet meer dan 0,3 m boven het waterpeil uitsteken; - De beschoeiing dient te worden uitgevoerd in een duurzaam materiaal; - Schuttingen langs de oever zijn niet toegestaan; - Steigers zijn niet toegestaan.
Garages en bergingen - Garages en bergingen die tegen het woonvolume staan, maken onderdeel uit van het ontwerp van de woning. Kleur en materiaal - Gevels zijn uitgevoerd in baksteen, al dan niet in combinatie met andere duurzame materialen; - De eigentijdse uitstraling van de bebouwing wordt met een hedendaagse toepassing van materialen onderstreept; - Het kleurenpalet is roodbruin- tot lichtbruin; - Ter versterking van de beeldtaal en de verbijzonderingen met dwarskappen zijn accenten in afwijkende kleuren toegestaan; - Kappen zijn uitgevoerd in donkergrijze/ antraciete keramische (of gelijkwaardige) dakpannen; - Accenten in rode pannen zijn mogelijk indien de dakvlakken zo georiënteerd zijn dat toepassing van zonnepanelen op deze vlakken niet voor de hand ligt.
Waar private oevers zich in het zicht bevinden tegenover openbare routes gelden aanvullende uitgangspunten: • De overgang naar het water wordt gevormd door een flauw aflopende tuin of een tuin met een verlaagd deel aan het water; • Een vlonder of terras aan het water mag niet uitsteken over het water en is onderdeel van het woningontwerp; • De oever houdt een groen karakter doordat het vlonder of terras niet breder mag zijn dan de helft van de kavelbreedte; • De afstand van het vlonder of terras tot de kavelgrens van de aangrenzende woning is minimaal 1,0 m. Markante gebouwen - De bouwhoogte is twee lagen met een kap (maximaal 11,0 m); - Kappen hebben ruimte overstekken; - Afwijkende positie op de kavel / bij het water is toegestaan; - In stijl sluiten de markante gebouwen aan bij de rest van de Singelbuurt; - Wit voert de boventoon in de gevels; - Afwijkende materiaaltoepassing voor de kappen is toegestaan, zoals riet of leien.
Erfafscheiding - Langs de voortuin komt een haag van ca.1,0 m hoog als erfafscheiding (bij hoekwoningen om de hoek gezet tot minimaal 1m achter de voorgevelrooilijn); - Daar waar zijtuinen grenzen aan het openbare gebied wordt een nette overgang gemaakt. Deze bestaat uit een solide groene afscheiding met een haag of een solide hekwerk van ca. 1,8 m hoog (zie kaartbeeld pag. 34); - Op een aantal plekken worden voor de erfafscheiding bijzondere maatregelen genomen (zie kaartbeeld op pag. 34): • Daar waar zijtuinen grenzen aan de openbare groenzones, is de erfafscheiding onderdeel van het architectonisch ontwerp en versterken leibomen het groene karakter; • Daar waar achtertuinen grenzen aan de groene openbare ruimte waaraan ook de entrees van de rug-aan-rugwoningen liggen is de erfafscheiding onderdeel van de architectonische uitwerking van de woningen. De erfafscheiding is maximaal
Rondom duurzaamheid zijn aanvullende uitgangspunten omschreven in paragraaf 3.5. De uitgangspunten voor de inrichting van de openbare ruimte zijn benoemd in paragraaf 3.6.
37
3.4.5 De Kappenbuurt
Referentiebeelden architectuur Kappenbuurt
Karakteristieke kappen met lage goot onderstrepen de intiemere sfeer in de Kappenbuurt. Bomenlanen en hagen zorgen voor een groen straatbeeld. Deze sfeer wordt versterkt door zachte overgangen in de gevels, bijvoorbeeld door toepassing van ruime dakoverstekken. De bebouwing is sterk verwant aan de Singelbuurt. De traditionele hoofdvorm heeft een eigentijdse uitstraling door toepassing van heldere dakvormen zonder afschuiningen (dus geen wolfseinde) en een hedendaagse toepassing van materialen (bijvoorbeeld een bijzonder metselwerkverband).
Gevels zijn uitgevoerd in baksteen, al dan niet in combinatie met andere duurzame materialen. Het kleurenpalet is oker of roodbruin- tot lichtbruin. Erfafscheidingen grenzend aan de openbare ruimte zijn zorgvuldig uitgewerkt (zie kaartbeeld op pag. 37).
38
3.4.6 Regels voor de Kappenbuurt Legenda Afscheidingen Hagen voorkant hoog Hagen voorkant laag Hagen voorkant laag (entrees nader in te passen) Zijgevel aan openbaar gebied Dwarskap
Randvoorwaardenkaart beeldkwaliteit Kappenbuurt
Kleur en materiaal - Gevels zijn uitgevoerd in baksteen, al dan niet in combinatie met andere duurzame materialen; - Het kleurenpalet is oker of roodbruin- tot lichtbruin; - De eigentijdse uitstraling van de bebouwing wordt met een hedendaagse toepassing van materialen onderstreept; - Ramen en deuren op de begane grond worden verbijzonderd met metselwerkdetails; - Kappen zijn uitgevoerd in donkergrijze/ antraciete keramische (of gelijkwaardige) dakpannen.
Architectuur - De bouwhoogte is één laag met een kap (maximaal 11,0 m), waarbij een tweede woonlaag en een zolder in de kap kan worden gerealiseerd; - Architectuur met strakke, eigentijdse details; - Ramen en deuren liggen gerangschikt in een evenwichtige gevelcompositie, passend bij de eigentijdse uitstraling; - Gevels maken zachte overgangen, bijvoorbeeld door toepassing van ruime dakoverstekken in kop- en langsgevels. Minimale maat overstek is 0,5 m; - Daken hebben een heldere vorm. Afschuiningen (zoals een wolfseinde) zijn niet toegestaan; - Maximale goothoogte is 3,5 m; - Indien toegepast worden dakkapellen en hoekaccenten meeontworpen met de woning; - Indien toegepast worden boeiboorden en windveren zorgvuldig gedetailleerd; - De gevels grenzend aan de groenzones vormen met elkaar een ensemble dat de parkruimtes helder omvat; - Garages en bergingen die grenzen aan het woonvolume, maken onderdeel uit van het ontwerp van de woning.
Erfafscheiding - Langs de voortuin komt een haag van ca.1,0 m hoog als erfafscheiding (bij hoekwoningen om de hoek gezet tot minimaal 1,0 m achter de voorgevelrooilijn); - Daar waar zijtuinen grenzen aan het openbare gebied wordt zorgvuldig zorggedragen voor een solide groene afscheiding met een haag of een solide hekwerk (van ca. 1,8 m hoog). Rondom duurzaamheid zijn aanvullende uitgangspunten omschreven in paragraaf 3.5. De uitgangspunten voor de inrichting van de openbare ruimte zijn benoemd in paragraaf 3.6.
39
3.4.7 Wooneilanden
Referentiebeeld hoofdrichting kappen en architectuur 2-onder-1-kapwoningen
Aanlegplaats bij tuin of vlonder, geen steigers
Referentiebeeld hoofdrichting kappen en architectuur vrijstaande woningen
Daken en gevels worden in een samenhangend kleur- en materiaalpalet uitgevoerd. Gevels zijn gemaakt van baksteen of hout, al dan niet in combinatie met andere duurzame materialen. Het kleurenpalet is roodbruin- tot lichtbruin en antraciet/ zwart. Op een aantal beeldbepalende plekken (zie kaart op pag. 39) zorgen markante gebouwen voor een duidelijk herkenningspunt in de wijk. De bebouwing onderscheidt zich hier in bouwhoogte, kapvorm en positie op de kavel of bij het water.
De drie wooneilanden aan de zuidzijde zijn van elkaar gescheiden met bevaarbare watergangen. Deze watergebonden setting geeft de wooneilanden een eigen karakter. In architectuur wordt aangesloten op de aangrenzende singelbuurt. De bebouwing is niet historiserend en heeft een eigentijdse uitstraling die sterk verwant is aan de Singelbuurt. De hoofdvorm is traditioneel, maar met een eigentijdse uitstraling door toepassing van heldere zadeldakvormen zonder afschuiningen (dus geen wolfseinde), ranke dakbeëindigingen en een hedendaagse toepassing van materialen. De kaprichting wordt bepaald door het woningtype. Twee-onder-een-kapwoningen hebben een langskap waarbij de nokrichting parallel loopt aan de woonstraat. Vrijstaande woningen zijn uitgevoerd met een dwarskap, waarbij de nokrichting haaks staat op de woonstraat.
De compacte woonstraten hebben een groene uitstraling dankzij groene hagen en bomen. De overgang naar het water wordt gevormd door een flauw aflopende tuin of een tuin met een verlaagd deel aan het water. Om de landschappelijke uitstraling van de randen van de wijk beeldbepalend te laten zijn vanaf openbaar toegankelijke routes, worden aan private oevers en erfafscheidingen aanvullende eisen gesteld (zie kaartbeeld op pag. 39).
40
3.4.8 Regels voor de Wooneilanden Legenda Markant gebouw Afscheidingen Hagen voorkant laag Hagen voorkant laag (entrees nader in te passen) Private oevers Oevers in het zicht Overige private oevers aan vaarwater
Randvoorwaardenkaart beeldkwaliteit Wooneilanden
Architectuur - De bouwhoogte is twee lagen met een kap (maximaal 11,0 m); - Architectuur met strakke, eigentijdse details; - Ramen en deuren liggen gerangschikt in een evenwichtige gevelcompositie, passend bij de eigentijdse uitstraling; - Daken van twee-onder-eenkapwoningen zijn uitgevoerd als zadeldak met langskap (minimale hellingshoek 40 graden) en hebben een heldere vorm. Afschuiningen (zoals een wolfseinde) zijn niet toegestaan; - Daken van vrijstaande woningen zijn uitgevoerd als zadeldak met dwarskap (minimale hellingshoek 40 graden) en hebben een heldere vorm. Afschuiningen (bijv. wolfseinde) zijn niet toegestaan; - Daken hebben overstekken met ranke beëindigingen. Indien toegepast zijn boeiboorden en windveren zorgvuldig gedetailleerd; - Garages en bergingen maken onderdeel uit van het ontwerp van de woning.
hoog als erfafscheiding (bij hoekwoningen om de hoek gezet tot minimaal 1,0 m achter de voorgevelrooilijn). Private wateroevers - Tuinen aan het water hebben een lage beschoeiing, uitgevoerd in een duurzaam materiaal; - De keerconstructie van vlonderterrassen aan het water mag niet meer dan 0,3 m boven het waterpeil uitsteken; - Steigers zijn niet toegestaan; - Schuttingen langs het water zijn niet toegestaan; - Waar private oevers zich in het zicht bevinden tegenover openbare routes gelden aanvullende uitgangspunten: • De overgang naar het water wordt gevormd door een flauw aflopende tuin of een tuin met een verlaagd deel aan het water; • Vlonder of terras aan het water is onderdeel van het woningontwerp; • De oever houdt een groen karakter doordat de vlonder niet breder mag zijn dan de helft van de kavelbreedte; • De afstand van vlonder tot de kavelgrens van de aangrenzende woning is minimaal 1,0 m.
Kleur en materiaal - Gevels zijn uitgevoerd in baksteen of hout, al dan niet in combinatie met andere duurzame materialen. Het kleurenpalet is roodbruin- tot lichtbruin en antraciet/zwart; - Ter versterking van de beeldtaal zijn accenten in afwijkende kleuren toegestaan; - De eigentijdse uitstraling van de bebouwing wordt met een hedendaagse toepassing van materialen onderstreept; - Kappen zijn uitgevoerd in donkergrijze/ antraciete keramische (of gelijkwaardige) dakpannen. - Accenten in rode pannen zijn mogelijk bij dakvlakken die zo georiënteerd zijn dat toepassing van zonnepanelen niet voor de hand ligt.
Markante gebouwen - De bouwhoogte is twee lagen met een kap (maximaal 11,0 m); - Kappen hebben ruimte overstekken; - Afwijkende positie op de kavel / bij het water is toegestaan; - Wit voert de boventoon in de gevels; - Afwijkende materiaaltoepassing voor de kappen is toegestaan, zoals riet of leien. Rondom duurzaamheid zijn aanvullende uitgangspunten omschreven in paragraaf 3.5.
Erfafscheiding - Langs de voortuin komt een haag van ca. 1,0 m
De uitgangspunten voor de inrichting van de openbare ruimte zijn benoemd in paragraaf 3.6.
41
3.4.9 Het Nieuwe Erf
Referentiebeeld sfeer van de erfinrichting
Referentiebeelden voor de stolpwoning aan het lint
Referentiebeelden erfbebouwing
Aan de oostzijde komt een nieuw erf aan de Brakeweg, dat als een samenhangende eenheid wordt ontworpen. De opzet is streekeigen met een centraal gelegen onstluiting van het erf. De sfeer is informeel en de uitstraling van de gebouwen is geïnspireerd op karakteristieke erven en agrarische schuren in de omgeving (schuurwoningen). De woningbouw is ontworpen als onderdeel van een collectief boerenerf en wordt uitgevoerd met heldere zadeldakvormen in natuurlijke, niet-glimmende materialen. De samenhang van het geheel wordt benadrukt doordat het erf met een windsingel is omgeven die deels ook in de achtertuinen is gesitueerd. Het erf is autoluw en wordt uitgevoerd in onderscheidende verharding.
42
De woning in de zuidwesthoek van het erf vormt een verbijzondering. Deze markante woning aan de Brakeweg heeft de uitstraling van een stolp en wordt uitgevoerd in een karakteristieke, bij het lint passende, architectuur in een streekeigen kleurenpalet. Het erf is als één geheel ontworpen, inclusief de bebouwing, het landschap en de buitenruimte. Het landschapsontwerp besteed daarbij ook aandacht aan de inrichting van de private buitenruimtes (zie kaartbeeld op pag. 41).
3.4.10 Regels voor het Nieuwe Erf Legenda
Markant gebouw aan de Brakeweg Voorzijde aan de Brakeweg Ensemble erf Afscheidingen Hagen voorkant hoog Hagen voorkant laag Hagen voorkant laag (entrees nader in te passen) Private oevers Oevers bij het erf
Randvoorwaardenkaart beeldkwaliteit Het Nieuwe Erf
Bomenrij rond het erf
Architectuur - Het erf vormt een samenhangende eenheid van bebouwing, buitenruimte en landschap; - De architectuur is geïnspireerd op de agrarische schuren in de omgeving (schuurwoningen) en kenmerkt zich door eenvoud en functionaliteit. De gebouwen hebben een eenvoudige volume-opbouw: een rechthoekig grondvlak en een doorlopende ongedeelde kap; - De woningen aan de zijde Brakeweg oriënteren zich met hun voorgevel naar de Brakeweg (zie aanduiding op de bovenstaande kaart); - De bouwhoogte is twee lagen met een kap (maximaal 11,0 m); - Daken worden uitgevoerd als zadeldak met een heldere contourlijn; - Maximale goothoogte 4,5 m. Goten worden niet omtimmerd; - Geen toepassing van dakkapellen aan de erfzijde; - Indien dakkapellen aan de tuinzijde worden toegepast, dan worden ze als een geheel geschakeld en mogen zij het dakvlak niet domineren; - De dakkapel bevindt zich aan weerskanten op minimaal 1,5 m van de dakrand (horizontaal gemeten). Kleur en materiaal erfbebouwing - De samenhang wordt onderstreept door een op elkaar aansluitende kleurstelling en materiaalgebruik. Het basis kleurenpalet is antraciet-zwart; - Daken zijn uitgevoerd in keramische, antraciete pannen of leien; - Gevels zijn uitgevoerd in natuurlijke, niet-glimmende materialen (bij voorkeur donkere houten delen).
Bergingen en garages - Garages en bergingen zijn meeontworpen met de woning(en); - Garages vallen onder de kap van het hoofdgebouw.
Markant gebouw - De woning heeft de uitstraling van een stolp; - De bouwhoogte is één laag met een kap (maximaal 11,0 m), waarbij een tweede woonlaag en een zolder in de kap kan worden gerealiseerd; - Maximale goothoogte 3,5 m; - Het stolpdak wordt uitgevoerd in oranjerode keramische pannen met witte daklijsten (minimale hellingshoek 45 graden); - Gevels zijn uitgevoerd in hout in oud groen of oud blauw met witte accenten, mogelijk in combinatie met roodbruine baksteen; - Het betreft een eenduidig volume zonder uitbouwen of erkers. Private wateroevers - Tuinen aan het water hebben een lage beschoeiing; - De keerconstructie van vlonderterrassen aan het water mag niet meer dan 0,3 m boven het waterpeil uitsteken; - De beschoeiing dient te worden uitgevoerd in een duurzaam materiaal; - De overgang naar het water wordt gevormd door een flauw aflopende tuin of een tuin met een verlaagd deel aan het water; - Een vlonder of een terras aan het water is onderdeel van het woningontwerp, mag niet uitsteken over het water en gaat niet ten koste van bomen langs de oever; - De oever houdt een groen karakter doordat de vlonder niet breder mag zijn dan de helft van de kavelbreedte; - De afstand van het vlonder tot de kavelgrens van de aangrenzende woning is minimaal 1,0 m; - Schuttingen langs het water zijn niet toegestaan.
Rondom duurzaamheid zijn aanvullende uitgangspunten omschreven in paragraaf 3.5. De uitgangspunten voor de inrichting van de openbare ruimte zijn benoemd in paragraaf 3.6.
43
3.5 Duurzaamheid
Referentiebeelden evenwichtige compositie zonnepanelen/ collectoren
Onderscheidende, waterpasserende verharding
Referentiebeeld toepassing zonnepanelen stolpdak
Verlaagde aanleg beplanting
Referentiebeeld fietsbrug
Referentiebeeld doorvaarbare duiker
Voor het plan gelden duurzame uitgangspunten en worden maatregelen toegepast, waarvan enkele beeldbepalend zijn. Voor alle deelgebieden geldt:
Verharding - Op het Nieuwe Erf wordt onderscheidende, waterpasserende verharding toegepast met met ruimte voor gras tussen en langs de verharding; - Wegen worden grotendeels hol aangelegd. Zo wordt waterbergend vermogen tijdens piekbuien gerealiseerd.
Materiaaltoepassing - Gebouwen zijn zo ontworpen dat de materialen een zo lang mogelijke levensduur hebben door middel van hergebruik of herbestemming; - Mooie veroudering van de materialen is een uitgangspunt. (Toepassen van materialen die niet snel verbleken, vervuilen of groen uitslaan).
Installaties - Daken moeten meervoudig worden gebruikt; - Zonnecollectoren- en/of panelen moeten in een evenwichtige compositie met de gevel en dakopeningen worden opgenomen en een samenhangend vlak met vier gesloten randen vormen; - Geen blauwkleurige zonnepanelen en geen metalen/aluminium kaders (All-Black). Toepassing in een gelijke hellingshoek als het dakvlak; -Nieuwe en toekomstige duurzame
Waterbuffering en afkoppeling - Regenwater wordt zichtbaar afgekoppeld; - Waar een HWA riool wordt aanlegd, wordt een infiltrerende buis gemaakt; - Het ‘grote’ groen wordt verlaagd aangelegd, zodat hier water bij piekbelasting gebufferd kan worden.
44
Referentiebeelden toepassing nestvoorzieningen
Referentiebeeld vleermuisverblijfplaats onder brug
Referentiebeeld zwaluwgaten in brug
Referentiebeelden holle wegen
Referentiebeelden buitenunits in passende kleurstelling
Natuurinclusieve elementen - Elementen zoals vogelpannen, neststenen en vogelvides, die bijdragen aan de nestelmogelijkheden van vogels en vleermuizen (natuurinclusief bouwen), maken deel uit van het ontwerp van woningen; - De voet- en fietsbruggen worden zo ontworpen dat de oever zo min mogelijk onderbroken worden; -Bij het ontwerp van bruggen wordt rekening gehouden met verblijfplaatsen en nestmogelijkheden, bijvoorbeeld voor vleermuizen of zwaluwen.
voorzieningen, zoals bijvoorbeeld zonnecellen op leien moeten ook een geheel vormen met het dakvlak in een bij de dakkleur passende kleurstelling, in een evenwichtige compositie en onder een gelijke hellingshoek als het dakvlak; - Uitzondering op de regel is het dak van de stolpwoning. Toepassing van zonnepanelen kan hier ook in een vlak zonder vier gesloten randen, in een patroon refererend aan “spiegels” bij oorspronkelijke stolpboerderijen; - Buitenunits van eventuele warmtepompen, airco’s etc. moeten zorgvuldig worden ingepast en in zwart uitgevoerd; - Luchtdoorvoeren van ventilatiesystemen, lucht water-warmtepompen, overige dakdoorvoeren en/of pijpen zijn geclusterd en onopvallend meeontworpen.
45
3.6 Openbare Ruimte 2. 1.
3. 3.
3. 3.
4. 3.
Referentiebeeld wandelpad over de dijk
Referentiebeelden natuurlijk oevermilieu
Referentiebeeld getoogde brug
Referentiebeelden natuurlijk ingerichte oevers
3. Groenzones - In de groenzones is ruimte voor ontmoeting en spel; - Speelplekken en spelaanleidingen zijn er voor verschillende leeftijden en zijn zo natuurlijk mogelijk uitgewerkt; - Speelaanleidingen zijn geïntegreerd in het groen; - Taluds worden voor de veiligheid waar nodig voorzien van afschermende natuurlijke begroeiing of hagen (beperken van hekwerken); - Bij de inrichting wordt rekening gehouden met de zuidwestenwind door beplanting toe te passen die beschutting geeft.
1. Dijklichaam - Het talud van het dijklichaam aan de westzijde van het plan maakt een natuurlijke oever met oeverbeplanting langs het water en een bloeiende weide op de dijk. 2. Natuurlijk oevermilieu - De groenzone langs het water kent een natuurlijke inrichting met een flauw talud aflopend naar het het water; - De oeverzone wordt ingericht met natuurlijke vegetatie van (wilgen) struweel en gras, zie uitgewerkt profiel in paragraaf 2.8; - De oever bestaat uit een lage beschoeiing, voorzien van een kokosrol voor oevervegetatie (of gelijkwaardig); - Bomen als essen, elzen en wilgen worden geplant en zijn losjes gerangschikt in kleine groepjes en als solitair.
4. Het Nieuwe Erf - Krachtige windsingels langs het achtererf schermen het erf af en benadrukken het erf als een op zichzelf staand geheel; - Groene plantvakken en solitaire (fruit)bomen geleden het erf en versterken de informele sfeer.
46
Referentiebeeld solitaire boom op het voorerf
Referentiebeeld parkeren en groenvakken
Referentiebeeld windsingel rond het achtererf
Referentiebeelden natuurlijk ingerichte speelplek
Referentiebeelden hagen langs voor- en zijtuinen
Openbare oevers - Openbare oevers worden uitgevoerd met een grastalud met bomen, zie uitgewerkte profielen in paragraaf 2.8. Bruggen - De bruggen zijn rank, getoogd en modern van uitstraling; - Kleurtoepassing voor bruggen is wit; - De brugleuningen zijn transparant. Parkeren - Parkeerplekken worden groen afgescheiden met hagen of plantvakken, afgewisseld met bomen.
47
adres Arnhemseweg 6 3817 CH Amersfoort telefoon 033 285 1685 e-mail info@vp.nl website www.vp.nl
48