04 Bijlage 4 - Bijlagen toelichting
Tekst van het document
Afweging 4: Als realisatie past binnen de regionale opgave (zie 1), maar realisatie binnenst edelijk niet mogelijk is, is getoetst aan provinciale voorwaarden inzake beschermingsregimes, energieneutraal, klimaatadaptief, circulair bouwen, landschappelijke inpassing en mobiliteit. Het plan zal bij de nadere uitwerking een landelijke en tevens landschappelijke inpassing krijgen. Verder zal het plan bij de uitwerking voldoen aan de voldoen aan de wettelijke eisen zoals bijvoorbeeld de geldende MPG-norm, de BENG-norm, de natuurbeschermingswet en de watercompensatie eisen. De initiatiefnemer is een gerenommeerde ontwikkelaar in de regio en maakt gebruik van de meest recente toepassingen op het gebied van duurzame energie. BENG bouwen is voor de ontwikkelaar vanzelfsprekend. De ontwikkelaar heeft de ambitie een plan te realiseren waar duurzaamheid integraal in alle facetten terug zal komen, duurzame materialen, klimaatadaptatie, biodiversiteit en sociale duurzaamheid. Wat betekent dit concreet: 1. De ontwikkelaar maakt gebruik bij zijn projecten van goede bouwtechnische maatregelen en met hoogwaardige isolatiematerialen zullen hoge Rc-waarden bereikt worden zonder ingrijpende maatregelen in de constructie. Met duurzame installaties wordt de energievraag zoveel mogelijk beperkt, terwijl de PV-panelen op de daken in de resterende vraag naar energie zullen voorzien. 2.
De ontwikkelaar zet in op een klimaatadaptieve en natuurinclusieve gebiedsinrichting.
Toets Ladder voor duurzame verstedelijking In de Perenlaan
20
3. De ontwikkelaar zet zich in overleg met de toekomstige bewoners voor sociale duurzaamheid o.a. door het creëren van ontmoetingsplekken. Deze ontmoetingsplekken creëren levendigheid en bevorderen de mentale en fysieke gezondheid van bewoners. 4. De ontwikkelaar zet in op een gemixt programma voor starters , senioren en gezinnen, waarbij er rekening gehouden zal worden met flexibiliteit in de seniorenwoningen (levensloopbestendigheid). 5. De ontwikkelaar zet in op het hergebruik van materialen in het openbaar gebied en gebouwen. 6. Het materiaalgebruik van de woningen wordt zorgvuldig afgewogen en legt hij langs de meetlat van de MPG. 7. Verharding wordt minimaal toegepast om zo veel mogelijk waterinfiltratie en waterbuffering te bevorderen. Dit overleg met het HHNK tot stand komen.
WESTFRIES VOORUITDENKEN Afweging 1: Het plan levert een positieve bijdrage aan betaalbaar wonen. Het plan voorziet in totaal 18 woningen. Het programma luidt: • 45% betaalbare koop, dat is 8 woningen betaalbare koop 85% van de NHG-grens (355.000 euro), dat is 301.750 euro. Tot aan 85% NHG grens = goedkoop • 10% goedkope koop maximaal 200.000 euro, dat is 2 woningen Dit is ruim onder NHG = goedkoop • 45% vrije sector, dat is 8 woningen (4 vrijstaand en 4 seniorenwoningen).
Afweging 2: Het plan voorziet in woningen in de vrije huursector voor middeninkomens . Het plan voorziet in totaal in 18 koopwoningen en er worden geen huurwoningen gerealiseerd.
Afweging 3: Het plan levert een bijdrage aan het langer zelfstandig wonen. Vier woningen (vrije sector) worden specifiek voor senioren gerealiseerd. De woningen zijn levensloopbestendig en rollator toegankelijk. Afweging 4: Het plan is circulair en energieneutraal. 1. De ontwikkelaar maakt gebruik bij zijn projecten van goede bouwtechnische maatregelen en met hoogwaardige isolatiematerialen zullen hoge Rc-waarden bereikt worden zonder ingrijpende maatregelen in de constructie. Met duurzame installaties wordt de energievraag zoveel mogelijk beperkt, terwijl de PV-panelen op de daken in de resterende vraag naar energie zullen voorzien. 2. De ontwikkelaar zet in op een klimaatadaptieve en natuurinclusieve gebiedsinrichting. 3. De ontwikkelaar zet in op het hergebruik van materialen in het openbaar gebied en gebouwen. 4. Het materiaalgebruik van de woningen wordt zorgvuldig afgewogen en legt hij langs de meetlat van de MPG. 5. Verharding wordt minimaal toegepast om zo veel mogelijk waterinfiltratie en waterbuffering te bevorderen. De waterhuishouding is afgestemd met HHNK.
Toets Ladder voor duurzame verstedelijking In de Perenlaan
21
Afweging 5: Het plan draagt bij aan klimaatadaptatie, een gezonde leefomgeving en verbetering van de natuur en het landschap. 1. Planten van bomen; De ontwikkelaar zal zo veel mogelijk bomen planten in het plangebied. Dit zorgt voor beperking van de hitteschade. 2. Het stedenbouwkundig plan voorziet in een groen plangebied. Naast de bebouwing wordt zo veel mogelijk terrein groen en onverhard gelaten. Hiernaast wordt langs het plangebied water gegraven. Dit zorgt ervoor dat het overtollige water goed in de bodem kan infiltreren en in de boezem om het plangebied kan afvloeien. De ontwikkelaar zet zich - in overleg met de toekomstige bewoners – in voor sociale duurzaamheid o.a. door het creëren van ontmoetingsplekken. Deze ontmoetingsplekken creëren levendigheid en bevorderen de mentale en fysieke gezondheid van bewoners. Het plan wordt op een zorgvuldige manier ingepast in het landschap.
Afweging 6: Nieuwe woningbouw wordt zoveel mogelijk gerealiseerd in de nabijheid van een OVknooppunt. De planlocatie ligt op circa 1,2 km afstand en op 4 minuten fietsafstand van een bushalte. Met de fiets is het 15 minuten naar het station Hoorn Kersenboogerd (4.1 km) en naar station Hoorn is het 18 minuten fietsen (4,9 km).
Afweging 7: Het plan draagt bij aan de versnelling van de woningbouwproductie in Westfriesland Met de Ontwikkelaar zal een exploitatieovereenkomst worden gesloten waarbij de ontwikkelaar verplicht is om: 1. binnen 6 maanden na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan een ontvankelijke aanvraag omgevingsvergunning in te dienen; 2. binnen 1,5 jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning te starten met de bouw van de woningen; 3. binnen 24 maanden na aanvang van de bouwwerkzaamheden, de bouw af te ronden. Afweging 8: Het plan draagt bij aan de aantrekkingskracht van de regio door het bieden van een aantrekkelijke onderscheidende woonomgeving De bestaande woningvoorraad in Zwaagdijk-West is tamelijk eenzijdig en bestaat overwegend uit vrijstaande koopwoningen en grote eengezinswoningen. Het plan zet in op de realisatie van 4 seniorenwoningen, 10 starterswoningen en 4 vrijstaande woningen. Er worden 10 woningen in het goedkope segment gerealiseerd. De overige 8 woningen worden in de vrije sector verkocht. De beoogde ontwikkeling voor met name starters behoudt de leefbaarheid in het dorp. Het dorp kent gemeenschapsvoorzieningen (de Wildebras en de kerk) en een school.
Het toevoegen van een substantieel aandeel aan starterswoningen zorgt ervoor dat jongeren in het dorp kunnen blijven wonen, en daarmee een bijdrage kunnen leveren voor draagvlak van de voorzieningen.
22
Toets Ladder voor duurzame verstedelijking In de Perenlaan
8
CONCLUSIE
In deze notitie is de Ladder voor duurzame verstedelijking voor de beoogde woningbouwlocatie ‘In de Perenlaan’ doorlopen, en is het plan tevens getoetst aan het regionale afwegingskader voor woningbouw. Zowel in kwalitatief als in kwantitatief opzicht is de behoefte aan de 18 woningen in Zwaagdijk -West aangetoond. In Zwaagdijk-West zijn binnen bestaand stedelijk gebied geen herstructurerings- of transformatielocatielocaties aanwezig. Dit betekend dat de woningbouwlocatie buiten bestaand stedelijk gebied moet worden gerealiseerd. Na afweging van potentiële locaties komt de locatie ‘In de Perenlaan’ als voorkeur naar voren. De locatie ligt binnen de bebouwde kom van Zwaagdijk, en is goed bereikbaar per auto, fiets en openbaar vervoer. De locatie is afgewogen tegen potentiële andere locaties in het dorp en de provincie Noord-Holland (ARK) heeft een positief pre-vooroverlegreactie gegeven. De planlocatie voor 18 woningen is opgenomen in de lijst met plannen van het regionaal Woonakkoord 2020-2025 en het plan is regionaal afgestemd. Op basis van bovenstaande mag geconcludeerd worden dat het een duurzame ruimtelijke ontwikkeling betreft.
23
Toets Ladder voor duurzame verstedelijking In de Perenlaan
awijnholds@quicknet.nl Van: Verzonden: Aan: CC:
Wessels, Joris <j.wessels@hhnk.nl> woensdag 18 mei 2022 14:35 'Anita Wijnholds' stephan.vanwesten@uspbv.nl; benno.vankampen@medemblik.nl
Geachte mevrouw Wijnholds, Op 2 mei 2022 heeft u via de digitale watertoets een verzoek om een watertoets ingediend voor de realisatie van 18 woningen, inclusief de aanleg van nieuwe randsloten ter hoogte van de voormalige boomgaard bij Zwaagdijk 354 in Zwaagdijk West (ons registratienummer 22.0448162 / PRS 4510). In deze digitale watertoets is aangegeven dat een zogenaamde normale procedure moest worden gevolgd, vanwege de verhardingstoename. Hierbij mijn reactie als aanvulling op de genoemde digitale watertoets. Gebiedsbeschrijving Het plangebied is gelegen in peilgebied 6750-11 in polder Vier Noorder Koggen. Het ter plaatse geldende streefpeil is NAP -2,2 meter. Het gebied watert af middels een stelsel van secundaire en primaire waterlopen. Waterkwantiteit Uit de ingediende gegevens bij de genoemde digitale watertoets blijkt dat de realisatie van het plan een substantiële toename van verharding en bebouwing tot gevolg heeft. Uitgaande van de daarin aangeleverde gegevens vindt binnen het plangebied een verhardingstoename plaats van circa 4936 m2. Door deze toename aan verharding zal de neerslag versneld worden afgevoerd van het terrein. Zonder compenserende maatregelen zal de waterhuishoudkundige situatie hierdoor verslechteren. De initiatiefnemer van het ruimtelijk plan is verantwoordelijk voor de regeling, de financiering en de realisatie van compenserende maatregelen.
Om de effecten van de verhardingstoename te compenseren dient het wateroppervlak in het peilgebied 6750-11 uitgebreid te worden met 444 m2 waterberging (9% van de verhardingstoename). Hierbij is uitgegaan van een peilstijging van 0,45 meter die statistisch eens in de 25 jaar kan voorkomen, een bemalingscapaciteit van 14,4 mm/dag, een drooglegging van 1,4 meter en grondsoort klei. Eventuele dempingen dienen één op één te worden gecompenseerd. Elke m² wateroppervlakte die gedempt wordt, moet volledig worden gecompenseerd. Inrichting watersysteem Uit de door u ingediende tekening blijkt dat nieuw oppervlaktewater wordt gegraven. Er wordt een nieuwe doodlopende sloot gegraven om het plangebied. Het is niet toegestaan om een doodlopende sloot te graven of handhaven bij nieuwe plannen. Doodlopende sloten zorgen voor een achteruitgang van de waterkwaliteit, omdat slootvuil zich dan ophoopt. Het ontwerp moet zo worden aangepast, dat er een rondgaand systeem ontstaan. Wellicht kan dat door parallel aan de Zwaagdijk een watergang te graven die beide doodlopende sloten verbindt. Hierover treed ik graag met u in overleg. Het hoogheemraadschap en de gemeente hebben gezamenlijk afgesproken dat in stedelijk gebied, uitgangspunt is dat het hoogheemraadschap het oppervlaktewater (gaat) onderhoud(en).
Dat kan alleen, als het oppervlaktewater vanaf openbaar gebied machinaal is te onderhouden en (grotendeels) in eigendom is van gemeente. Op basis van de huidige inrichting is het oppervlaktewater niet machinaal te onderhouden door het hoogheemraadschap. Hieronder de randvoorwaarden voor een machinaal te onderhouden watersysteem: Varend onderhoud o De watergangen worden tenminste zes meter breed op de waterlijn. Ook bestaande, te handhaven watergangen binnen of langs het plangebied krijgen een breedte van ten minst zes meter op de waterlijn. o De watergangen krijgen een waterdiepte van tenminste één meter. 1
o o o o o
Bruggen of dammen met duikers krijgen tenminste 1,10 meter doorvaarthoogte, 0,9 meter waterdiepte en hebben een doorvaartbreedte van 2,5 meter. Bij scherpe bochten van watergangen moeten deze draaicirkels krijgen van ten minste acht meter. Om de +/- 200 meter zal een laad-/losplaats voor uitkomend slootvuil en maaisel gerealiseerd moeten worden. Er worden geen doodlopende watergangen gegraven of gehandhaafd. Per doorvaarbaar tracé moet tenminste één maaiboot tewaterlaat plaats worden gerealiseerd. o De voorschriften voor de maaiboottewaterlaatplaats zijn als volgt: Ter plaatse dient (open) verharding aangebracht te worden met een breedte van minimaal 5 meter, die aansluit op de verharde weg. De afstand tussen het laagste peil en de bovenkant van de verharding naast de waterloop is maximaal 1,00 m. Wanneer de afstand groter is moet de tewaterlaatplaats worden verlaagd (schuin talud aanbrengen). De waterloop bij de tewaterlaatplaats moet minimaal 8 meter breed zijn. De toezichthouder bepaalt de exacte plaats en uitvoering van de tewaterlaatplaats.
Onderhoud vanaf de kant bij een waterbreedte van 0 tot 4 meter is aan één zijde een strook van minimaal 5 meter vrij van obstakels bij waterbreedte van 4 tot 6 meter is aan beide zijden een strook van minimaal 5 meter vrij van obstakels bij T-splitsingen/haakse hoeken in watergangen is een afronding van de onderhoudszone/-pad met een draaicirkel van 21 meter nodig voor de doorgang van het onderhoudsvoertuig bij werken (bouw- en kunstwerken) is minimaal 5 meter ruimte tussen de werken aanwezig voor het onderhoud met de maaikorf of nieuwe werken sluiten direct aan op bestaande werken, waarbij het oppervlaktewater wel is te onderhouden Conclusie: In principe moet het watersysteem zo worden aangepast, dat het aan bovenstaande inrichtingseisen voldoet. Waterkwaliteit Het hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. Ons uitgangspunt is dat huishoudelijk afvalwater en hemelwater van schone oppervlakken gescheiden worden. Gezien de ligging van de woningen verwachten wij dat aangesloten zal worden op gemeentelijke riolering. Het hemelwater kan direct afgekoppeld worden naar de bestaande en nieuw te graven watergangen binnen het plangebied. Met betrekking tot het afstromend hemelwaterwater raden wij aan om terughoudend om te gaan met uitlogende materialen zoals koper, lood en zink.
Indien uit architectonische overwegingen gekozen wordt voor bijvoorbeeld een zinken dak, kan een zuiverende voorziening noodzakelijk zijn. Wegen Zwaagdijk is een weg in eigendom en beheer van het hoogheemraadschap. Vanaf 1 januari 2023 wordt de weg overgedragen aan de gemeente Medemblik. Voor de ontsluiting van de woningen aan de Zwaagdijk moet u contact opnemen met de gemeente. Tot slot Bij wijzigingen van het plan verzoek ik u vriendelijk mij een geactualiseerde versie toe te sturen. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben ingelicht. Als u nog vragen heeft kunt u contact met mij opnemen.
Met vriendelijke groet, Joris Wessels Regioadviseur Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier B Stationsplein 136| 1703 WC | Heerhugowaard 2
P Postbus 250 | 1700 AG | Heerhugowaard T 072 582 8292 / 06 2046 2129 @ J.Wessels@hhnk.nl W www.hhnk.nl
Deze e-mail geldt alleen als formeel besluit als dat specifiek benoemd is in de mail of in de bijlage daarbij. Heeft u een formeel besluit nodig of twijfelt u over de rechtsgeldigheid van deze mail, neem dan telefonisch contact met ons op of kijk op onze website
3
Van: Aan: Cc: Onderwerp: Datum: Bijlagen:
Wessels, Joris Maarten Buurmans Stephan van Westen; Pieter - Roos Civiel; Remco Wint; ralph.vanerp@medemblik.nl RE: P21339 - Perenlaan - watercompensatie donderdag 7 juli 2022 13:25:50 image001.png
Goedemiddag Maarten, Inrichting sloot De locatie van het oppervlaktewater is akkoord. Ik ga er vanuit dat het in eigendom komt van de gemeente. Is dat ook akkoord van de gemeente? Wij gaan het onderhoud doen op de locatie waar het 8 meter breed is, het zuidelijke stukje blijft voor de aanliggend eigenaren. Zorg ook voor een akkoordverklaring van de overbuurman van het water voor dit plan. Zijn talud moet voldoende stevig zijn of er moet een beschoeiing worden geplaatst, zodat het niet beschadigd raakt of afkalft, o.a. door onderhoud. Onderhoud van het droge talud (incl. beschoeiing) blijven voor aanliggend eigenaar. Houdt tot slot ook rekening met voldoende diepte (minimaal 1 meter). Proces OSW We hebben een proces om het stedelijk water over te nemen, dat leg ik hieronder uit. Bij aanleg is een watervergunning nodig. Hierin staat dat het onderhoud bij de vergunninghouder ligt. Vervolgens kan de vergunninghouder na aanleg alles overdragen aan de gemeente. Gemeente kan dan een verzoek bij ons doen om het onderhoud over te nemen. Wij toetsen dan of alles is aangelegd volgens de watervergunning, en ook of het nog in de juiste staat ligt (denk aan voldoende diepte, geen dikke laag baggeraanwas, etc.). Bij akkoord nemen wij het over.
Advies is dus om niet te lang te wachten met de overdracht van het water! Tewaterlaatplaats Ik kan niet goed beoordelen of de tewaterlaatplaats voldoet, maar ik verwacht geen problemen. In de watervergunning zijn dit de voorschriften: 1. Ter plaatse dient (open) verharding aangebracht te worden met een breedte van minimaal 5 meter, die aansluit op de verharde weg. 2. De afstand tussen het laagste peil en de bovenkant van de verharding naast de waterloop is maximaal 1,00 m. Wanneer de afstand groter is moet de tewaterlaatplaats worden verlaagd (schuin talud aanbrengen). 3. De waterloop bij de tewaterlaatplaats moet minimaal 8 meter breed zijn. 4. De toezichthouder bepaalt de exacte plaats en uitvoering van de tewaterlaatplaats. Afvoer hemelwater De afvoer van het hemelwater loost in de verbrede sloot, want hier vindt de watercompensatie plaats.
Tot slot Mochten er nog vragen zijn, kun je contact met mij opnemen. Met vriendelijke groet, Joris Wessels Regioadviseur Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier B Stationsplein 136| 1703 WC | Heerhugowaard P Postbus 250 | 1700 AG | Heerhugowaard
T 072 582 8292 / 06 2046 2129 @ J.Wessels@hhnk.nl W www.hhnk.nl
Van: Maarten Buurmans <maarten.buurmans@prommenz.nl> Verzonden: vrijdag 1 juli 2022 14:31 Aan: Wessels, Joris <j.wessels@hhnk.nl> CC: Stephan van Westen <stephan.vanwesten@uspbv.nl>; Pieter - Roos Civiel <info@roosciviel.nl> Onderwerp: P21339 - Perenlaan - watercompensatie Joris, Zoals besproken, hebben wij het percentage watercompensatie aan 1 kant van het plangebied ingetekend. We graven nieuw 500 m2 water, aangezien we 5.419 m2 gaan verharden, zou dit 488 m2 mogen zijn. Aangezien echter 500 m2 beter past in het ontwerp, houden we dat aan. Ik ga er vanuit dat we op deze manier voldoen aan de eisen die het HHNK stelt. Zou je mocht je hier nog opmerkingen op hebben, die voor vrijdag 8 juli via de mail kenbaar willen maken. Mochten er geen opmerkingen volgen of deze termijn is niet heelbaar voor je, dan hoor ik het ook graag. Voor nu alvast een fijn weekend en ik hoor graag van je. Met vriendelijke groet, Maarten Buurmans
T. 0224 299 346 | M. 06 2500 5978 Harmenkaag 11, 1741 LA Schagen maarten.buurmans@prommenz.nl www.prommenz.nl Disclaimer | Algemene voorwaarden Denk aan het milieu. Moet u deze mail echt afdrukken?
HHNK
Deze e-mail geldt alleen als formeel besluit als dat specifiek benoemd is in de mail of in de bijlage daarbij. Heeft u een formeel besluit nodig of twijfelt u over de rechtsgeldigheid van deze mail, neem dan telefonisch contact met ons op of kijk op onze website
Aanvraagformulier Aanvraag ingediend op 02-05-2022
Normale procedure in Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier ALGEMENE INFORMATIE e-mail: a.wijnholds @hzabv.nl aanvraagnummer: 00004824 naam aanvraag: Normale procedure bevoegd gezag: Hoogheemraads chap Hollands Noorderkwartier
OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE
02-05-2022, 03:52
P agina 1 van 8
Aanvraagformulier
Aanvraagformulier VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE AANVRAAG 1.
Wat is de naam van het plan waarvoor u een advies aanvraagt? In de Perenlaan naas t Z waagdijk 354
2.
Gaat u de aanvraag voor u zelf of namens een ander doen? namens een ander
3.
Wat is de naam van de aanvrager? HzA s tedebouw & lands chap bv
4.
Wat is het telefoonnummer van de aanvrager? 0620617957
5.
Wat is het e-mailadres van de aanvrager? a.wijnholds @hzabv.nl
6.
Wat is bedrijfs naam van het bedrijf namens wie u de aanvraag doet? USP Vas tgoed bv
7.
Wie is de contactpers oon van het bedrijf namens wie u de aanvraag doet? Stephan van Wes ten
8.
Wat is het telefoonnummer van de contactpers oon namens wie het u de aanvraag doet? 0228 - 54 50 25
9.
Wat is het e-mailadres van de contactpers oon namens wie het u de aanvraag doet? s tephan.vanwes ten@us pbv.nl
10.
Oms chrijving van het plan Realis atie van 18 woningen inclus ief de aanleg van nieuwe rands loten in de (voormalige) boomgaard naard Z waagdijk 354, Z waagdijk Wes t.
11.
Wij verzoeken u zoveel mogelijk informatie over het plan toe te voegen (bijvoorbeeld een s ituatietekening). Wilt u een bes tand uploaden? Ja
12.
Upload hier extra gegevens van uw plan, bijvoorbeeld een tekening of uitgebreide planbes chrijving bes tands naam: Grondgebruik Perenlaan Z waagdijk Wes t 220430.pdf
13.
Wilt u nog een document toevoegen? Nee
02-05-2022, 03:52
P agina 2 van 8
Aanvraagformulier
Aanvraagformulier 14.
Adres plangebied huis nummer: 354 huis letter: huis nummertoevoeging: pos tcode: 1686PH s traatnaam: Z waagdijk woonplaats : Z waagdijk Wes t
02-05-2022, 03:52
P agina 3 van 8
Aanvraagformulier
Aanvraagformulier OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN IN DE CHECK IS ONDERSTAANDE NODIG: 1.
2.
3.
4.
normale procedure Advies verharding en compenserende maatregelen >2000 Waterkwaliteit en riolering (niet gemengd stelsel zd opw) Geen verontreininging
DETAILS 1.
normale procedure Met de gegevens die u heeft opgegeven is bepaald dat bepaalde as pecten van het plan een zodanige invloed hebben op de belangen van het hoogheemraads chap dat de normale procedure moet worden gevolgd. Gebruik als tublieft de knop ""DIRECT AANVRAGEN"" om uw aanvraag voor een digitale watertoets daadwerkelijk naar het hoogheemraads chap te vers turen. Hiervoor is een eenmalige regis tratie benodigd.
Wat moet ik doen? Uw plan heeft invloed op het waters ys teem, waterkeringen en/of afvalwaterketen. Het waters chap wil graag met u overleggen wat deze invloed is en welke maatregelen wellicht genomen kunnen worden in uw plan. Wij s treven ernaar binnen drie weken contact met u op te nemen om nadere afs praken te maken en advies te geven over de nog opens taande waterbelangen. Als u eerder een afs praak wilt maken, dan kunt u contact met ons opnemen via ons algemene nummer 072 582 8282 en vragen naar de contactpers oon voor de gemeente waarin uw plan zich bevindt. Naas t de reeds gegeven deeladviezen kunt u op onze webs ite meer informatie vinden over de watertoets in het algemeen: https ://www.hhnk.nl/watertoets /. LET OP: Het (concept)wateradvies is geen aanvraag voor een Watervergunning. Onze conclus ie en wateradvies mogen alleen gebruikt worden tijdens de (ruimtelijke) planvormingfas e. U dient zelf na te gaan welke vergunningen nodig zijn om het plan te realis eren. Bij het hoogheemraads chap dient u wellicht een Watervergunning aan te vragen of een melding te doen. Meer informatie over 02-05-2022, 03:52
P agina 4 van 8
Aanvraagformulier
Aanvraagformulier de Watervergunning vindt u op https ://www.hhnk.nl/vergunningen. Gebruik als tublieft de knop ""DIRECT AANVRAGEN"" om uw aanvraag voor een digitale watertoets daadwerkelijk naar het hoogheemraads chap te vers turen. Hiervoor is een eenmalige regis tratie benodigd.
Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie
02-05-2022, 03:52
P agina 5 van 8
Aanvraagformulier
Aanvraagformulier
2.
Advies verharding en compenserende maatregelen >2000 U heeft aangegeven dat de bebouwing- en/of verhardings toename ten gevolge van uw plan meer dan 2000 m2 bedraagt. Binnen het werkgebied van het hoogheemraads chap is de afgelopen decennia door vers tedelijking het areaal aan open water afgenomen. Om onder andere dit vers chijns el tegen te gaan is in 2003 de watertoets geïntroduceerd die ervoor moet zorgen dat de waterbelangen beter in ruimtelijke plannen worden meegenomen en dat ontwikkelingen 'waterneutraal' worden gerealis eerd. Een van de onderdelen van de watertoets is het beoordelen van de verhardings toename.
Wat moet ik doen? Een dus danige toename van het verharde oppervlak heeft negatieve gevolgen voor het waters ys teem. Het hemelwater s troomt vers neld af en komt direct tot afvoer. Compens atie in de vorm van waterberging of infiltratie is noodzakelijk om deze negatieve effecten op te heffen. Bij een verhardings toename van meer dan 2000 m2 berekent het hoogheemraads chap aan de hand van divers e plangebiedkenmerken een s pecifiek compens atiepercentage. Ruimtelijke adaptatie Wij advis eren u om in het ontwerp van het plan het principe van ruimtelijke adaptatie op te nemen. Z o zou kunnen worden gedacht aan het aanbrengen van 'groene daken' op nieuwe gebouwen, eventueel met meervoudig ruimtegebruik en waterberging capaciteit. Ook kan bij bijvoorbeeld de aanleg van nieuwe parkeerplaats en gebruik worden gemaakt van waterdoorlatende verharding met bijbehorende afvoer vertragende onderlaag of waterberging op s traat en in verlaagde groens troken. Z ie voor uitleg en ins piratie hierover: http://www.ruimtelijkeadaptatie.nl, https ://www.deltaprogramma.nl/themas /ruimtelijke-adaptatie, https ://hhnk.klimaatatlas .net/ en https ://www.urbangreenbluegrids .com/.
Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie
02-05-2022, 03:52
P agina 6 van 8
Aanvraagformulier
Aanvraagformulier
3.
Waterkwaliteit en riolering (niet gemengd stelsel zd opw) In het plan wordt een ges cheiden riolering aangelegd, waarbij het hemelwater wordt afgekoppeld van de riolering.
Wat moet ik doen? In het plan wordt een ges cheiden riolering aangelegd, waarbij het hemelwater wordt afgekoppeld van de riolering. Dit komt overeen met de bas is doels telling van het hoogheemraads chap om het hemelwater van nieuwe oppervlakken zoveel mogelijk te s cheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als s choon kan worden bes chouwd. Bij voorkeur wordt afs tromend hemelwater van verharde oppervlakken eers t voorgezuiverd door een berm, wadi of bodempas s age.
Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie
02-05-2022, 03:52
P agina 7 van 8
Aanvraagformulier
Aanvraagformulier
4.
Geen verontreininging U heeft aangegeven dat er binnen het plan geen s prake is van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afs troomt.
Wat moet ik doen? U heeft aangegeven dat er binnen het plan geen s prake is van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afs troomt. Het hemelwater kan dus als s choon worden bes chouwd. Het is daarom niet doelmatig om het af te voeren naar de rioolwaterzuiverings inrichting (RWZ I). Dit betekent dat we voor de nieuwe ontwikkeling advis eren om een ges cheiden s tels el aan te leggen.
Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie
02-05-2022, 03:52
P agina 8 van 8
Aanvraagformulier
VERKENNEND BODEMONDERZOEK ‘De Perenlaan te Zwaagdijk’ aan de Zwaagdijk (nabij nr. 354) te Zwaagdijk-West
BRL SIKB 2000 Protocol 2001 – 2002
COLOFON:
FMA-NILLESEN BEDRIJFSADVISEURS
Adres: Telefoon: E-mail: Website:
Ecu 37, 8305 BA Emmeloord 0527-610653 info@fma-nillesen.nl www.fma-nillesen.nl
Projectnummer: Projecttitel:
BO202200358 Verkennend bodemonderzoek ‘De Perenlaan te Zwaagdijk’ aan de Zwaagdijk (nabij nr. 354) te Zwaagdijk-West.
Opdrachtgever: Contactpersoon:
USP Vastgoed dhr. R. van Vliet
Rapporteur: Projectleider: Autorisatie: Rapportdatum:
dhr. H. van Duijl dhr. H. van Duijl dhr. M. Förch 14 april 2022
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, geautomatiseerde gegevensbestanden of op welke andere wijze ook en evenmin in een retrieval systeem worden opgeslagen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
Verkennend bodemonderzoek ‘De Perenlaan te Zwaagdijk’ aan de Zwaagdijk (nabij nr 354) te Zwaagdijk-West.
2
Inhoudsopgave 1.
Inleiding. ........................................................................................................... 4
2.
Milieuhygiënisch vooronderzoek conform NEN-5725:2017. ........................ 5
2.1.
Asbest. ........................................................................................................................ 7
3.
Veldwerkzaamheden. ...................................................................................... 8
3.1.
Uitvoering boringen. ..................................................................................................... 8
3.2.
Zintuiglijke beoordeling. ............................................................................................... 8
3.3.
Bemonstering. ............................................................................................................. 8
4.
Laboratoriumonderzoek.................................................................................. 9
4.1.
Monstersamenstelling. ................................................................................................. 9
5.
Beoordeling analyseresultaten. ................................................................... 10
5.1.
Toetsingskader. ..........................................................................................................10
5.1.1.
Tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie (versie
2 juli 2020)............................................................................................................................11 5.2.
Analyseresultaten grond. ............................................................................................12
5.3.
Analyseresultaten grondwater.....................................................................................12
5.4.
Interpretatie onderzoeksresultaten. .............................................................................13
6.
Conclusies en aanbevelingen. ..................................................................... 14
6.1.
Algemeen. ..................................................................................................................14
6.2.
Samenvatting onderzoeksresultaten. ..........................................................................14
6.3.
Samenvattende conclusie. ..........................................................................................15
6.4.
Toetsing hypothese. ...................................................................................................16
7.
Aansprakelijkheid. ......................................................................................... 17
Bijlagen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Omgevingskaart. Situatietekening. Boorprofielen. Analysecertificaten. Berekende achtergrond/ streef- en interventiewaarden. Toetsingsrapport. Monsternemingsformulier. Bodeminformatie.
Verkennend bodemonderzoek ‘De Perenlaan te Zwaagdijk’ aan de Zwaagdijk (nabij nr 354) te Zwaagdijk-West.
3
1.
Inleiding.
In opdracht van USP Vastgoed heeft FMA-Nillesen in maart/ april 2022 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een perceel aan de Zwaagdijk (nabij nr 354) te Zwaagdijk-West. De onderzoekslocatie is kadastraal bekend onder gemeente Wognum, sectie K, perceelnummer 4219. De te onderzoeken (nieuwbouw-) locatie (hierna onderzoekslocatie genoemd) heeft een oppervlakte van totaal circa 9000 m2. De regionale ligging van de locatie is in bijlage 1 weergegeven. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd ten behoeve van een voorgenomen aanvraag omgevingsvergunning activiteit bouwen (nieuwbouwlocatie) Het doel van het verkennend bodemonderzoek in deze situatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater in gehaltes boven respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden. Voorafgaande aan het bodemonderzoek is een milieuhygiënisch vooronderzoek uitgevoerd, zoals beschreven in de NEN-5725:2017. Hieruit is naar voren gekomen dat de onderzoekslocatie als onverdacht kan worden aangemerkt. De gehele oppervlakte heeft een eenduidige functie en gebruik (voormalige boomgaard – tuinbouw) en is onbebouwd. Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie, niet lijnvormige locatie zoals beschreven in de NEN-5740:2009/A1:2016 (ONV-NL).
De grond- en grondwatermonsters zijn geanalyseerd op het nieuwe stoffenpakket (1 juli 2008). De grondmonsters zijn aanvullend geanalyseerd op het voorkomen van PFAS (PFOS, PFOA en overige PFAS). In verband met het mogelijk voorkomen van residu gewasbeschermingsmiddelen zijn de grondmonsters tevens aanvullend geanalyseerd op het voorkomen van OCB’s. Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, zoals beschreven in de BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002. De analyseresultaten zijn getoetst aan de het toetsingskader volgens de Wet bodembescherming (Wbb). Van de onderzoekslocatie zijn geen gegevens bekend met betrekking tot het voorkomen van asbest. Ten tijde van de uitvoering van de monstername is zintuiglijk geen asbestverdacht en/ of asbesthoudend materiaal waargenomen. Het verkennend bodemonderzoek is aangevangen na inwerkingtreding van het ‘Tijdelijk handelingskader PFAS’ op 8 juli 2019, hierdoor is onderzoek naar het voorkomen van PFAS uitgevoerd. De in de bijlagen opgenomen informatie maakt onlosmakelijk onderdeel uit van onderhavige rapportage. In het onderhavige rapport is verslag gedaan van het uitgevoerde onderzoek. Het rapport is als volgt opgebouwd: • 2. Milieuhygiënisch vooronderzoek, hypothese(s) en onderzoeksstrategie(ën). • 3. Veldwerkzaamheden. • 4. Laboratoriumonderzoek. • 5.
Beoordeling analyseresultaten. • 6. Conclusies en aanbevelingen. • 7. Aansprakelijkheid.
Verkennend bodemonderzoek ‘De Perenlaan te Zwaagdijk’ aan de Zwaagdijk (nabij nr 354) te Zwaagdijk-West.
4
2.
Milieuhygiënisch vooronderzoek conform NEN-5725:2017.
Voorafgaand aan de uitvoering van het bodemonderzoek is een vooronderzoek conform NEN 5725:2017 uitgevoerd. In het vooronderzoek voor het opstellen van de hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek gaat het om aspecten die van belang zijn om de kans op bodemverontreiniging in te schatten. Indien deze kans er is, moeten de kritische parameters en de eventuele indeling in deelgebieden met verschillende bodemlagen of verschillende milieuhygienische samenstelling uit het vooronderzoek blijken. Nadat de gegevens van de verplichte onderzoeksaspecten zijn verzameld, wordt een gefundeerd antwoord geformuleerd met betrekking tot de specifieke onderzoeksvragen. De onderzoeksvragen zijn afhankelijk van de aanleiding tot vooronderzoek en zijn hieronder uitgewerkt. Hoofdstuk 6.2.1 Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. De terreinverkenning maakt geen onderdeel uit van het vooronderzoek maar maakt onderdeel uit van het veldwerk en is voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk uitgevoerd.
Onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek conform NEN5725:2017 (aanleiding A) Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Adres (x/y-coördinaten) Kadastrale aanduiding Te onderzoeken terreindeel (info opdrachtgever) Begrenzing onderzoekslocatie aangegeven op Afbakening onderzoekslocatie voldoende? Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters? Is de bodem asbest verdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden?
Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/ of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/ of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich?
Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord. Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigende stoffen)? Huidige situatie/ historie tot op heden.
Toekomstige situatie.
Antwoord en motivatie
Zwaagdijk (nabij nr 354) te Zwaagdijk-West (132758,521094). Gemeente Wognum, sectie K, perceelnummer 4219. Gemeente Wognum, sectie K, perceelnummer 4219. Zie bijlage 2. Ja. Nee.
Nee. Kwaliteitsklasse: Ontgravingskaart boven-, tussen en ondergrond; Landbouw/ natuur; Toepassingskaart boven-, tussen en ondergrond; Landbouw/ natuur. Uit de veldwaarnemingen blijkt dat tot 40 cm- mv (centimeter min maaiveld) sprake is van een kleilaag, tot 250 cm- mv sprake is van een zandlaag en tot de maximale boordiepte van 300 cm- mv sprake is van een kleilaag. Tijdens de veldwerkzaamheden is van iedere boring een profielbeschrijving gemaakt. In bijlage 3 is hiervan een overzicht weergegeven. Ja, mogelijk verhoogde waarden PFAS en OCB’s.
Nee.
Bodemonderzoek noodzakelijk ivm voorgenomen aanvraag omgevingsvergunning activiteit bouwen (nieuwbouwlocatie). Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek kan worden geconcludeerd dat de te onderzoeken locatie als “onverdacht” kan worden aangemerkt. Het onderzoek is derhalve uitgevoerd conform NEN-5740:2009/A1:2016 (ONV-NL). De onderzoekslocatie betreft een perceel welke momenteel onbebouwd is. De gehele oppervlakte heeft een eenduidige functie en gebruik (voormalige boomgaard – tuinbouw). De onderzoekslocatie is gelegen aan de Zwaagdijk (nabij nr 354) te Zwaagdijk. Terreininspectie Voorafgaande aan het bodemonderzoek is een terreininspectie uitgevoerd. Hierbij zijn geen afwijkingen waargenomen die op mogelijke bodemverontreiniging kunnen wijzen. Tevens zijn er bij de terreininspectie geen asbestverdachte materialen op of in de bodem waargenomen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Voor zover bekend zal het gebruik van de onderzoekslocatie wijzigen.
Tabel 1
Verkennend bodemonderzoek ‘De Perenlaan te Zwaagdijk’ aan de Zwaagdijk (nabij nr 354) te Zwaagdijk-West.
5
Ten behoeve van het verzamelen van gegevens is oa www.bodemloket.nl, Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart Gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer en Stede Broec (Documentcode: 15M1207.RAP001), Bodemrapportage van de Omgevingsdienst Noord Holland Noord en Topotijdreis van het Kadaster geraadpleegd, hierbij zijn in de actuele situatie geen vermeldingen van mogelijke verontreiniging aangetoond welke binnen de invloedsfeer van het onderzoekslocatie vallen. In opdracht van de familie Vriend is door de firma Geomechanica B.V. in 2005 een Verkennend bodemonderzoek Zwaagdijk 354 te Zwaagdijk-West (Projectnummer: 6933/05, dd 20 december 2005) uitgevoerd. Samenvattend kan geconcludeerd worden dat op basis van de beschikbare bodeminformatie geen sprake is van bodemverontreiniging ter plaatse van de onderzoekslocatie behoudens enkele lichte verhogingen. Op basis van het ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ blijkt dat de bovengrond en geroerde bodems in heel Nederland verdacht zijn op het (diffuus) voorkomen van PFAS. Hierdoor geldt vanaf 8 juli 2019 dat onderzoek op PFAS verplicht is. De onderzoekslocatie is derhalve aanvullend onderzocht op het voorkomen van PFAS. Er is onzes inziens geen aanleiding te veronderstellen dat onderhavige onderzoekslocatie verdacht is op het voorkomen van GenX.
De onderzoekslocatie is derhalve niet onderzocht op het voorkomen van GenX. Bijlage 8 betreft bodeminformatie van de onderzoekslocatie. Er heeft geen onderzoek naar het voorkomen van asbest conform NEN-5707+C2:2017 plaatsgevonden. Tijdens de terreininspectie is geen vermoeden ontstaan met betrekking tot het voorkomen van asbestverdacht en/ of asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat er geen asbestanalyses van de grond en/ of puin hebben plaatsgevonden en dat het onderzoek aangaande de bodem niet is verricht conform NEN-5707+C2:2017 (monsterneming en analyse van asbest in bodem) en/ of NEN-5897+C2:2017 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Bij een bodemonderzoek op basis van de NEN-5740:2009/A1:2016 is de trefkans klein dat er met behulp van een edelmanboor asbestverdacht materiaal wordt opgeboord (verdringing van het materiaal). De in de bijlagen opgenomen informatie maakt onlosmakelijk onderdeel uit van onderhavige rapportage.
Verkennend bodemonderzoek ‘De Perenlaan te Zwaagdijk’ aan de Zwaagdijk (nabij nr 354) te Zwaagdijk-West.
6
2.1.
Asbest.
Op basis van het vooronderzoek, terreininspectie en veldwaarnemingen kan worden geconcludeerd dat de onderzoekslocatie niet verdacht is op het voorkomen van asbestverontreiniging in de bodem. Een onderzoekslocatie is wel asbestverdacht indien er (sporen van) puin aanwezig is. Indien er (sporen) puin wordt aangetroffen of uit vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie verdacht is op het voorkomen van asbest kan aanvullend asbestonderzoek noodzakelijk zijn. Aanvullend asbestonderzoek kan achterwege blijven indien onderbouwd kan worden dat de verdenking op het voorkomen van asbest onterecht is. De NEN-5707+C2:2017 verduidelijkt onder welke voorwaarden gemotiveerd kan worden dat de aanwezigheid van puin geen asbestverdenking geeft. Hierbij spelen het type puin en de datum van aanbrengen van het puin een belangrijke rol. Of puin daadwerkelijk asbestverdacht is, is onder andere afhankelijk van het type puin dat aanwezig is, het historisch gebruik van de locatie (bijvoorbeeld op welk moment het puin is geproduceerd dan wel in de bodem terechtgekomen) en de hoeveelheid puinbijmenging. Er zijn verschillende typen ongebroken puin: metselpuin, betonpuin, puin van asfalt, klinkers en/of straatstenen, historisch puin. Vooral bij ongedefinieerd gemengd bouwpuin is de kans groot dat dit asbestcement plaatmateriaal bevat (stukjes golfplaat, vlakke plaat, daklei en buis).
Ook in betonpuin (met name funderingspuin) komt incidenteel asbestcement voor, in de vorm van asbestcementbuizen, verloren bekisting en stelplaatjes. In de overige soorten puin (puin van asfalt, cement, klinkers en/ of straatstenen en historisch puin) zit in de regel geen asbesthoudend materiaal en de aanwezigheid van die soorten puin maakt een locatie niet verdacht. Indien het puingranulaat duidelijk visueel herkenbaar is als eenduidig materiaal en voldoende kan worden onderbouwd dat dit materiaal niet vermengd kan zijn met asbesthoudend materiaal (bijvoorbeeld asfalt, klinkers, dakpannen, bakstenen, enz.) is de locatie onverdacht. Bij geproduceerd puingranulaat (afkomstig van puinbrekers) is het onderscheid veel minder goed te zien. Indien het oorspronkelijke puin asbesthoudend materiaal bevatte zal door opmenging het gehalte aan asbest veelal relatief laag zijn. Niet- gecertificeerd en gecertificeerd puingranulaat tot 2005 dient als asbestverdacht worden aangemerkt. Het voorkomen van gecertificeerd puingranulaat met een productiedatum van nà 2005 maakt een locatie niet verdacht. Naast het type puingranulaat en de ouderdom ervan is de hoeveelheid puinbijmenging ook relevant voor de verdenking op de aanwezigheid van asbest. Het aantreffen van enig puin maakt een locatie niet automatisch asbestverdacht. Echter, er moet wel goed worden onderbouwd dat dit puin geen asbest bevat.
Alleen indien voldoende kan worden onderbouwd of gemotiveerd dat puin en puingranulaat eenduidig definieerbaar zijn en er gezien typering, ouderdom, bijmengingen en historisch onderzoek niet kan worden gerelateerd aan asbest, dan mag de locatie als onverdacht worden beschouwd. Indien onvoldoende kan worden onderbouwd of gemotiveerd dat in het aanwezige puin en granulaat geen asbest voorkomt, dan moet de locatie altijd als asbestverdacht worden beschouwd. De monsternemer heeft ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie geen asbesthoudend of asbestverdacht materiaal aangetroffen. Ter plaatse van de onderzoekslocatie is geen sprake van het voorkomen van asbestverdachte puinbijmengingen en derhalve niet asbest- verdacht.
Verkennend bodemonderzoek ‘De Perenlaan te Zwaagdijk’ aan de Zwaagdijk (nabij nr 354) te Zwaagdijk-West.
7
3.
Veldwerkzaamheden.
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 30 maart en 6 april 2022.
3.1.
Uitvoering boringen.
Verspreid over de onderzoekslocatie zijn 20 boringen (B1 t/m B20) uitgevoerd. De boringen B7 t/m B20 zijn uitgevoerd tot 50 cm- mv (centimeter min maaiveld). De boringen B3 t/m B6 zijn uitgevoerd tot 200 cm- mv. De boringen B1 en B2 zijn uitgevoerd tot 300 cm- mv en afgewerkt tot grondwaterpeilbuis (PB1 en PB2). Zie bijlage 3 voor profielbeschrijvingen.
3.2.
Zintuiglijke beoordeling.
Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging of bodemvreemde stoffen. Hierbij zijn geen indicaties waargenomen die hierop duiden. Bij de beoordeling van het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbestverdacht en/ of asbesthoudend materiaal. Deze zijn zintuiglijk in de opgeboorde grond ter plaatse van de onderzoekslocatie niet waargenomen.
3.3.
Bemonstering.
Ter bepaling van de kwaliteit van de bovengrond is het traject van 0-40 cm- mv representatief bemonsterd en ter bepaling van de kwaliteit van de ondergrond het traject 40-190 cm- mv. Na plaatsing van peilbuis PB1 en PB2 en vóór bemonstering hiervan is tenminste 3 maal de natte stijgbuisinhoud afgepompt. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en op dezelfde dag van bemonstering is de troebelheid (NTU) van het grondwater bepaald. De gemeten waarden zijn in hoofdstuk 5.3 weergegeven. De locaties van de boorpunten en de peilbuizen zijn weergegeven op de tekening in bijlage 2.
Verkennend bodemonderzoek ‘De Perenlaan te Zwaagdijk’ aan de Zwaagdijk (nabij nr 354) te Zwaagdijk-West.
8
4.
Laboratoriumonderzoek.
De (meng-) monsters van de grond en het grondwater zijn geanalyseerd door Eurofins Omegam B.V. De analysemethodieken zijn uitgevoerd conform de NEN-5740:2009/A1:2016 (behandeling conform AS3000). De analyseresultaten van de onderzochte grond- en grondwatermonsters zijn weergegeven in bijlage 4 (Analysecertificaten). De berekende achtergrond, streef- en interventiewaarden zijn opgenomen in bijlage 5. In het kader van integriteit en transparantie biedt het laboratorium (Eurofins Omegam B.V.) de mogelijkheid de juistheid en authenticiteit van de analysecertificaten die in het kader van dit project zijn uitgevoerd, te controleren. U kunt dit doen door met de opdrachtverificatiecode, linksonder op het analysecertificaat van Eurofins Omegam B.V., via de website www.omegam.nl een verificatie uit te voeren.
4.1.
Monstersamenstelling.
In het laboratorium zijn van de grondmonsters een vijftal (meng-) monsters samengesteld. In onderstaande tabel wordt een overzicht van de verschillende, ter analyse aangeboden grond- en grondwatermonsters gegeven. (Meng)monster MM1 (bovengrond) MM2 (bovengrond) MM3 (bovengrond) MM4 (ondergrond) MM5 (ondergrond) Grondwater peilbuis PB1 Grondwater peilbuis PB2 Tabel 2
Deelmonsters
Diepte (cm- mv)
B1, B5 t/m B10 B4 B11 t/m B16 B2, B3, B17 t/m B20 B1, B5, B6 B2, B3, B4 -
0-40 0-40 0-40 40-190 40-190 200-300 (filterstelling) 200-300 (filterstelling)
Analyses Standaardpakket voor grond* PFAS, OCB’s Standaardpakket voor grond* PFAS, OCB’s Standaardpakket voor grond* PFAS, OCB’s Standaardpakket voor grond* PFAS, OCB’s Standaardpakket voor grond* PFAS, OCB’s Standaardpakket voor grondwater** Standaardpakket voor grondwater**
* Het Standaardpakket voor grond bestaat uit de volgende parameters: • zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Ni, Pb, Mo, Zn) • polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) • Polychloorbifenylen (PCB) • minerale olie (GC) Ter bepaling van de toetsingswaarden zijn tevens het organisch stof- en lutumgehalte van zowel de bovengrond als de ondergrond bepaald. ** Het Standaardpakket voor grondwater bestaat uit onderstaande componenten: • zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Ni, Pb, Mo, Zn) • vluchtige aromaten (inclusief naftaleen) • vluchtige chlooralifaten • minerale olie
Verkennend bodemonderzoek ‘De Perenlaan te Zwaagdijk’ aan de Zwaagdijk (nabij nr 354) te Zwaagdijk-West.
9
5.
Beoordeling analyseresultaten.
5.1.
Toetsingskader.
De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader Besluit Bodemkwaliteit en bijlage 1 van de Circulaire bodemsanering 2013. De opgestelde richtwaarden worden gehanteerd om de mate en de ernst van een eventuele verontreiniging in te schatten. In onderstaand kader wordt een toelichting gegeven op de opgestelde richtwaarden (achtergrond, streef- en interventiewaarden en de nader onderzoeksgrens (Tussenwaarde)). • De achtergrondwaarde geeft het uiteindelijke te bereiken kwaliteitsniveau voor de bodem aan en heeft betrekking op de in de natuur voorkomende achtergrondgehalten, afhankelijk van het lutum- en organische stofgehalte of de detectiegrenzen bij stoffen, die niet van nature in de bodem voorkomen. Overschrijding van de achtergrondwaarde is een indicatie voor een lichte verontreiniging. • De interventiewaarde geeft het concentratieniveau in de bodem aan, waarboven de functionele eigenschappen voor mens, plant en dier, in ernstige mate kunnen zijn verminderd. Bij gehalten boven de interventiewaarde is sprake van een geval van ernstige verontreiniging. • Nader onderzoek dient te worden uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat van een geval van ernstige verontreiniging. Overschrijding van de tussenwaarde is een indicatie voor een matige verontreiniging.
De achtergrondwaarde en interventiewaarden in de grond zijn afhankelijk van het lutum- en organische stof percentage van deze grond. Voor berekening van de toetsingswaarden is gebruik gemaakt van de formules zoals vermeld in de genoemde circulaire. De achtergrondwaarde en interventiewaarden mogen niet als strikte normen worden gezien. Deze moeten tezamen met de lokale situatie, de functie en het gebruik van het terrein en de geohydrologische situatie worden beoordeeld om het risico voor de volksgezondheid en/ of aantasting van het milieu in te schatten.
In bijlage 4 (analysecertificaten) zijn de gemeten analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters in tabelvorm weergegeven. Eventuele overschrijdingen van bovengenoemde waarden zijn eveneens weergegeven. De berekende achtergrond, streef- en interventiewaarden zijn weergegeven in bijlage 5.
Verkennend bodemonderzoek ‘De Perenlaan te Zwaagdijk’ aan de Zwaagdijk (nabij nr 354) te Zwaagdijk-West.
10
5.1.1. Tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie (versie 2 juli 2020) Cat.
Toepassingssituatie
Toepassingswaarde (µg/ kg d.s.) (4) ( 5) (6) Op de landbodem
4.1
Grond en baggerspecie toepassen boven grondwaterniveau Bodemkwaliteitsklasse Bodemfunctieklasse Wonen of industrie Wonen of industrie Landbouw/ natuur
Wonen of industrie
Landbouw/ natuur, wonen of Landbouw/natuur industrie Baggerspecie toepassen boven grondwaterniveau (1), als bedoeld in artikel 35, onder f, BBK (verspreiden van baggerspecie op aangrenzend perceel of weilanddepot)
4.2
4.3
Grond en baggerspecie grootschalig toepassen boven grondwaterniveau (1)
4.4 4.5
Grond en baggerspecie toepassen in grondwaterbeschermingsgebieden Grond en baggerspecie toepassen onder grondwaterniveau (2), met inbegrip van grootschalige toepassing In oppervlaktewater
4.6
Grond toepassen
4.7
Baggerspecie toepassen in hetzelfde oppervlaktelichaam of aansluitende (sedimentdelende) stroomafwaarts gelegen oppervlaktelichamen als bedoeld in artikel 35, onder g, BBK (verspreiden van baggerspecie in zoet of zout oppervlaktewater) Baggerspecie toepassen in hetzelfde oppervlaktelichaam in ophogingen in waterbouwkundige constructies, uitgezonderd de diepe plas als bedoelt in artikel 35, onder d, BBK Het in een ander oppervlaktewaterlichaam uitgezonderd een diepe plas(3): • verspreiden van baggerspecie (bij niet-sedimentdelende oppervlaktewaterlichamen) als bedoeld in artikel 35, onder g, BBK en • het toepassen van baggerspecie en grond in ophogingen in waterbouwkundige constructies als bedoeld in artikel 35, onder d, BBK
4.8.1
4.8.2
PFAS = 3 PFOA = 7 PFAS = 1,4 PFOA = 1,9 PFAS = 1,4 PFOA = 1,9 PFAS = 3 PFOA = 7 PFAS = 3 PFOA = 7 Gebiedskwaliteit PFAS = 1,4 PFOA = 1,9
Vervalt, zie cat. 4.8.2, 4.9.1 en 4.9.2 Toepasbaar, wel meten en toetsen op uitschieters. Toepasbaar, wel meten en toetsen op uitschieters. Rijkswater:
PFAS = 0,8 PFOS = 3,7
Anders:
PFAS = 0,8 PFOS = 1,1
4.9.1 4.9.2
Baggerspecie en grond toepassen in niet-vrijliggende diepe plassen die in open verbinding staan met een rijkswater (3) (8) Baggerspecie en grond toepassen in andere diepe plassen dan bedoeld onder 4.9. (7) (8)
(1)
(2)
(3)
(4) (5) (6)
(7)
(8)
PFAS = 0,8 PFOS = 3,7 PFAS = 0,8 PFOS = 1,1
Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘boven grondwaterniveau’: tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld. Indien de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terechtkomt wordt de grond geacht boven grondwater te zijn toegepast. Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘onder grondwaterniveau’: op een diepte van 1 meter en meer onder het maaiveld. Indien de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terechtkomt wordt de grond geacht boven grondwater te zijn toegepast. Onder ‘diepe plas’ wordt verstaan: oppervlaktewaterlichaam, ontstaan als gevolg van zandwinning, grindwinning of kleiwinning of een dijkdoorbraak. Onder ‘vrijliggende diepe plas’ wordt verstaan: diepe plas, die niet is gelegen in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk en die bovendien boven de spronglaag nauwelijks wordt gevoed door oppervlaktewater van elders (de verblijftijd van het water is voor 90% van het jaar langer dan een maand). Als de diepe plas is gelegen in een groter oppervlaktewaterlichaam wordt de rest van het oppervlaktewaterlichaam beschouwd als oppervlaktewater van elders. Onder ‘niet-vrijliggende diepe plas’ wordt verstaan: diepe plas, gelegen in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, of diepe plas die niet aan de definitie van vrijliggende plas voldoet.
Op de waarden uit deze tabel hoeft geen bodemtypecorrectie te worden toegepast als het gehalte van organische stof minder dan 10% bedraagt. Tenzij een lokale maximale waarde is vastgesteld (zie paragraaf 5). Met toepassingswaarden voor PFAS wordt bedoeld de waarde voor alle overige PFAS verbindingen, te toetsen per stof (dus niet gesommeerd). PFOS en PFOA worden getoetst aan de hand van de sommatie van de concentraties lineair en vertakt. Voor plassen waar nog geen verondieping heeft plaatsgevonden, kan niet van de toepassingswaarde in de tabel worden uitgegaan. In deze gevallen zal het waterschap in overleg met gemeente en provincie een uitvoerige afweging moeten maken of deze verondieping gewenst is en welke voorwaarden hieraan moeten worden gesteld. Hierbij moet op basis van de zorgplichten zelf worden bepaald welke kwaliteit grond en baggerspecie verantwoord kan worden toegepast. Alleen indien in de nabijheid van de diepe plas geen kwetsbaar object is gelegen. Hiervoor is een toetsingskader opgenomen in de Handreiking voor de herinrichting van diepe plassen.
Verkennend bodemonderzoek ‘De Perenlaan te Zwaagdijk’ aan de Zwaagdijk (nabij nr 354) te Zwaagdijk-West.
11
5.2.
Analyseresultaten grond.
In tabel 3 worden de overschrijdingen van de toetsingswaarden (standaard analysepakket, aanvullend PFAS en OCB’s) van de grond per mengmonster weergegeven. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage 4. De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. De indicatieve toetsingen zijn opgenomen in bijlage 6. Tabel 3; Toetsingsresultaten grond standaard analysepakket (Meng-) monster Traject cm- mv MM1 (bovengrond) 0-40 MM2 (bovengrond) 0-40 MM3 (bovengrond) 0-40 MM4 (ondergrond) 40-190 MM5 (ondergrond) 40-190 >AW >T >I -
Toetsingsresultaat Wbb >AW >T >I -
Indicatieve toetsing Bbk Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar
gehalte groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde (licht verontreinigd); gehalte groter dan de tussenwaarde ((AW + I)/2) en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde (matig verontreinigd); gehalte groter dan de interventiewaarde (sterk verontreinigd); geen gehalten boven de betreffende toetsingswaarde (niet verontreinigd).
Uit de analyseresultaten blijkt dat in de boven- en ondergrond geen overschrijdingen worden aangetoond. Alle gemeten PFAS-gehalten bevinden zich beneden de bepalingsgrens (MM4 en MM5) of voldoen aan de tijdelijke landelijke achtergrondwaarden voor PFAS (MM1 t/m MM3). Alle mengmonsters worden indicatief gekwalificeerd als ‘Altijd toepasbaar’. De indicatieve toetsing is weergegeven in bijlage 6. In onderstaande tabel 4 zijn de gemeten waarden van het organisch stofgehalte weergegeven. Tabel 4 Monsteromschrijving MM1 (bovengrond) MM2 (bovengrond) MM3 (bovengrond) MM4 (ondergrond) MM5 (ondergrond) Tabel organisch stof- en lutumgehalten (- niet bepaald).
5.3.
Organisch stof (in % op droge stof) 3,8 4,1 1,7 0,6 1,2
Lutum (in % op droge stof) 20,4 19,0 17,5 7,2 3,9
Analyseresultaten grondwater.
In tabel 5 worden de analyseresultaten van de grondwateranalyse (standaardpakket grondwater) weergegeven. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage 4. De toetsingstabel is opgenomen in bijlage 5. Tabel 5; Toetsingsresultaten grondwater standaardpakket grondwater Peilbuis Diepte filter cm- mv >S PB1 200-300 Minerale olie PB2 200-300 >S >T >I -
Toetsingsresultaat Wbb >T -
>I -
gehalte groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde (licht verontreinigd); gehalte groter dan de tussenwaarde ((S + I)/2) en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde (matig verontreinigd); gehalte groter dan de interventiewaarde (sterk verontreinigd); geen gehalten boven de betreffende toetsingswaarde (niet verontreinigd).
Uit de analyseresultaten blijkt dat in het grondwater ter plaatse van PB1 sprake is van een streefwaarde overschrijding aan minerale olie. Ter plaatse van PB2 worden geen overschrijdingen aangetoond. De actuele grondwaterstand, zuurgraad (pH), troebelheid (NTU) en het elektrisch geleidingsvermogen (EC) zijn gemeten en in onderstaande tabel 6 weergegeven: Tabel 6 Peilbuis
NTU
pH
EC in mS/ cm
PB1 PB2
65 46
6,93 7,22
1,21 1,43
Grondwaterstand (cm- mv) 145 140
De gemeten waarden in bovenstaande tabel geven tevens geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek. Verkennend bodemonderzoek ‘De Perenlaan te Zwaagdijk’ aan de Zwaagdijk (nabij nr 354) te Zwaagdijk-West.
12
5.4.
Interpretatie onderzoeksresultaten.
Grond Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hierbij zijn geen indicaties waargenomen die hierop duiden. In de boven- en ondergrond worden geen verontreinigingen aangetoond. Alle gemeten PFASgehalten bevinden zich beneden de bepalingsgrens (MM4 en MM5) of voldoen aan de tijdelijke landelijke achtergrondwaarden voor PFAS (MM1 t/m MM3). Alle mengmonsters worden indicatief gekwalificeerd als ‘Altijd toepasbaar’. De indicatieve toetsing is weergegeven in bijlage 6. Grondwater In het grondwater ter plaatse van PB1 is sprake van een lichte verontreiniging aan minerale olie. Ter plaatse van PB2 worden geen overschrijdingen aangetoond.
Verkennend bodemonderzoek ‘De Perenlaan te Zwaagdijk’ aan de Zwaagdijk (nabij nr 354) te Zwaagdijk-West.
13
6.
Conclusies en aanbevelingen.
6.1.
Algemeen.
In opdracht van USP Vastgoed heeft FMA-Nillesen in maart/ april 2022 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een perceel aan de Zwaagdijk (nabij nr 354) te Zwaagdijk. De onderzoekslocatie is kadastraal bekend onder gemeente Wognum, sectie K, perceelnummer 4219. Aanleiding Aanleiding tot het uitvoeren van het verkennend bodemonderzoek betreft de voorgenomen aanvraag omgevingsvergunning activiteit bouwen (nieuwbouwlocatie). Doel Het doel van het verkennend bodemonderzoek in deze situatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater in gehaltes boven respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden.