04 Beantwoording Commissievragen HvM uit raadscie. 30-1 agendapunt 9.1 Gedragscode
Tekst van het document
Beantwoording vragen uit de raadscommissie Zaaknummer
Z-25-543373
Documentnummer
DOC-25-998889
Naam commissielid
F. Pordon
Fractie
Hart voor Medemblik
Onderwerp
Commissievragen HvM uit raadscie. 30-1 agendapunt 9.1 Gedragscode 30 januari 2025
Datum waarop de vraag is gesteld Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur voorafgaand aan de raadsvergadering. Portefeuillehouder Michiel Pijl Afdeling
1.
In antwoord op vraag 3 van de schriftelijk gestelde vragen wordt aangegeven dat werkbezoeken die gemeld moeten worden, werkbezoeken zijn die in relatie staan met de functie van raadslid en voor rekening en op uitnodiging van anderen dan de gemeente komen. Dat is toch praktisch elk werkbezoek? Kunt u specifieke voorbeelden geven hoe ver reikend deze meldplicht is?
antwoord
Ter verheldering. Een praatje en/of bezoek vanuit de volksvertegenwoordigende rol (al dan niet met een kop koffie) valt hier niet onder. Een kopje koffie aanbieden en aannemen valt onder wat gangbaar is in de onderlinge omgang. Een precieze grens met een lijst van wat wel/niet kan, is niet aan te geven en er is uiteraard een grijs gebied. Achtergrond en ‘geest’ van deze bepaling is in ieder geval dat raadsleden niet in een situatie komen (onbedoeld) waarin er een wederdienst wordt verwacht of raadsleden beïnvloedbaar worden door de wijze waarop ze zijn ontvangen of de schijn daarvan wordt gewekt. Door transparant te zijn over werkbezoeken e.d. kunnen raadsleden daartegen beschermd worden. Wat bijvoorbeeld wel moet worden gemeld zijn situaties waarin een inhoudelijk werkbezoek wordt gecombineerd met een (uitgebreid) diner, een rondje op een racebaan, helikoptervlucht e.d. (om maar even wat voorbeelden te noemen). Kern is dat als voor een werkbezoek meer kosten worden gemaakt door de ontvangende partij dan passend is en gangbaar is bij een praatje/bezoekje om te horen wat er speelt en leeft, dit moet worden gemeld. Wat niet is toegestaan is het ingaan op ‘bovenmatige’ uitnodigingen die niet functioneel zijn. Bij twijfel over overmatigheid en/of doelmatigheid bepaalt lid 3 dat moet worden overlegd met de burgemeester. Bij twijfel is dat dus de aangewezen route.
Het is belangrijk artikel 2.2 in combinatie met lid 1 en lid 3 en de toelichting te lezen. In de toelichting staat: “Geschenken en uitnodigingen kunnen een sluiproute naar oneigenlijke beïnvloeding zijn. Uitgangspunt bij de afspraken over geschenken, faciliteiten, diensten en uitnodigingen is dat kleine attenties en attenties die een functioneel doel hebben mogen worden aangenomen. Het is belangrijk dat geschenken en uitnodigingen transparant zijn, niet bovenmatig zijn en dat er geen (schijn van) afhankelijkheid ontstaat. Geschenken en uitnodigingen in ruil voor tegenprestatie is nooit toegestaan.”