04 Beantwoording Commissievragen HvM raadscie. 9-1 agendapunt 8.1 Regionale Detailhandelsvisie Westfriesland 2024
Tekst van het document
Zaaknummer Documentnummer Naam commissielid Fractie Onderwerp
Z-25-543373 DOC-25-987199 T. Berlijn Hart voor Medemblik Commissievragen HvM raadscie. 9-1 agendapunt 8.1 Regionale Detailhandelsvisie Westfriesland 2024 3 januari 2025
Datum waarop de vraag is gesteld Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur voorafgaand aan de commissievergadering. Portefeuillehouder Harry Nederpelt Afdeling Ruimte De visie op detailhandel en voorzieningen binnen de gemeente Medemblik heeft grote invloed op het functioneren van onze dorpen en stad, maar ook op de regionale samenwerking hierin. Hart voor Medemblik vindt het van groot belang dat ondernemers kunnen doen waar ze goed in zijn: ondernemen. Daarnaast vinden wij dat voorzieningen in de dorpen niet alleen behouden, maar juist versterkt moeten worden om de leefbaarheid te waarborgen. Met deze uitgangspunten in gedachten hebben wij een aantal technische vragen opgesteld. Deze vragen richten zich op de praktische uitvoering en gevolgen van de visie, en de wijze waarop deze aansluit bij de behoeften van onze gemeente, haar ondernemers en inwoners. 1.
In de categorisering van het Centrum Medemblik als een recreatief winkelgebied lijkt de nadruk te liggen op functies zoals horeca, cultuur, en leisure. Dit roept bij Hart voor Medemblik de vraag op: is er met deze categorisering nog wel voldoende ruimte voor essentiële dagelijkse voorzieningen zoals een slager, bakker en lokale supermarkten (die nu al aanwezig zijn)?
antwoord
Deze winkels verdwijnen niet door deze categorisering. Door het kwalitatief versterken van het winkelgebied door horeca, cultuur en leisure toe te voegen in bijvoorbeeld leegstaande (winkel-)panden, vergroot juist het mogelijk bestaan voor deze dagelijkse voorzieningen.
2.
Deze voorzieningen zijn volgens ons essentieel voor de leefbaarheid en het functioneren van het centrum. Kan het college bevestigen dat deze voorzieningen binnen deze categorisering behouden kunnen blijven en zelfs versterkt kunnen worden?
antwoord
Ja, zie antwoord 1.
3.
Hoe wordt ervoor gezorgd dat de visie in balans is tussen het versterken van recreatieve functies en het behoud van dagelijkse voorzieningen voor bewoners?
antwoord
Het voorkomen van leegstand is essentieel voor de aantrekkelijkheid in het centrum. Dit kan door het centrum kwalitatief te versterken, bv door toevoegen van niet winkelfuncties. Zo blijft het centrum interessant voor bezoekers en ontstaat er een
*ZBC4503EFFB*
Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie
natuurlijk balans in de combinatie van recreatieve functies en dagelijkse voorzieningen. 4.
In de categorie Kleine dorpen, wijkcentra en kernen wordt in de visie gesteld dat voorzieningen behouden en eventueel versterkt moeten worden. Toch zien we dat in de afgelopen jaren meerdere voorzieningen zijn verdwenen, zoals de supermarkt in Opperdoes. Dit heeft in sommige dorpen geleid tot een voorzieningenniveau dat volgens Hart voor Medemblik al onder het gewenste peil ligt. Waarom ligt de focus in deze categorie op het behouden van bestaande voorzieningen en slechts eventueel versterken, in plaats van expliciet in te zetten op het structureel versterken van het voorzieningenniveau in deze kleinere dorpen?
antwoord
De strategie en koers bij deze categorie is behoud of versterking van dagelijkse voorziening in dorpen. Dit doelt op structureel versterken van het voorzieningsniveau in deze kleinere dorpen. Er is geen sprake van “eventueel” versterken.
solitaire winkels en voorzieningen 5.
De visie lijkt te sturen op een uitsterfbeleid voor solitaire winkels en voorzieningen. Hoe wordt binnen dit beleid maatwerk geboden aan bestaande solitaire winkels, bijvoorbeeld om hun voortbestaan te ondersteunen in plaats van hun positie verder te verzwakken?
antwoord
In de visie is er geen sprake van een uitsterfbeleid voor winkels en voorzieningen. Wel zijn we terughoudend met uitbreiding van m2. Als er uitgebreid wordt, dan bij voorkeur vestigen in een (hoofd-) winkelstructuur om zo toekomstbestendig te zijn.
6.
In de visie staat dat solitaire winkels alleen een zeer beperkte uitbreiding mogen realiseren als dit aantoonbaar nodig is voor bijvoorbeeld ondernemerschap of ruimtelijke kwaliteit. Welke concrete criteria worden hiervoor gehanteerd? En op welke wijze moeten ondernemers dit aantonen om een aanvraag succesvol te maken?
antwoord
In de visie is er sprake van beperkte uitbreiding, nodig voor het bevorderen van ondernemerschap of het borgen van ruimtelijke kwaliteit. De criteria voor het borgen van ruimtelijke kwaliteit is bv parkeernorm, veiligheid, onlogische indeling, etc. De criteria voor het bevorderen van ondernemerschap is het ondersteunen, stimuleren en faciliteren van ondernemers. Dit moet bij de vergunningsaanvraag worden aangetoond.
7.
De visie stelt stellig dat nieuwe solitaire ontwikkelingen ongewenst zijn, zelfs voor supermarkten. Wat zijn de onderliggende argumenten voor deze strikte benadering, en hoe wordt ervoor gezorgd dat dit beleid niet leidt tot een verslechtering van de bereikbaarheid en beschikbaarheid van voorzieningen in kleinere kernen?
antwoord
Alleen nieuwe solitaire ontwikkelingen buiten het (hoofd-)winkelstructuur zijn ongewenst. Ook een supermarkt die zich op een bestaande solitaire locatie wilt vestigen. Verplaatsing is wel mogelijk. Dit moet leegstand in een bestaande winkelstructuur voorkomen. Initiatieven die voorzien in behoud of versterking van
een dagelijkse voorziening in de kleinste kernen worden ondersteund. De visie biedt hier mogelijkheden toe.
8.
Het stroomschema toont hoe regionale afstemming verloopt, maar het is onduidelijk wat het doel en de uitkomst van deze gesprekken precies moeten zijn. Betekent de afstemming dat alle betrokken gemeenten consensus moeten bereiken?
antwoord
Nee, regionale afstemming is de collega gemeente tijdig informeren en elkaar op de hoogte houden over initiatieven voor winkels en supermarkten waarbij afstemming via het stroomschema noodzakelijk is.
9.
Hoe zorgen we ervoor dat ondernemers die voor de gemeente Medemblik kiezen, met open armen worden ontvangen, gezien hun bijdrage aan werkgelegenheid en economische groei?
antwoord
Alle nieuwe initiatieven van ondernemers die voor Medemblik kiezen of al hebben gekozen juichen we van harte toe. Indien gewenst worden de plannen getoetst aan de kaders, dit kan bijvoorbeeld via het ondernemersspreekuur bij ons ondernemersloket of via het Ontwikkelbedrijf NHN.
10.
Kan het college toelichten hoe Medemblik hierin haar eigen positie beschermt binnen de regionale afspraken?
antwoord
De Detailhandelsvisie Medemblik draagt hieraan bij. Los daarvan blijven wij natuurlijk actief in het faciliteren van onze winkelgebieden, bv in de vorm van een centrummanager of een transformatie van een winkelcentrum zoals in Wervershoof.
11.
In hoeverre zijn lokale ondernemersverenigingen betrokken geweest bij het opstellen van de visie? a. Welke van hun suggesties zijn meegenomen, en welke niet? b. Waarom is voor deze keuzes gemaakt?
antwoord
Deze visie is een update van de Regionale Detailhandelsvisie Westfriesland 2015. In 2015 heeft er een uitgebreide participatieronde plaatsgevonden. In januari 2021 heeft Stec Groep een digitale kick-off sessie met de regionale winkeliers- en ondernemersverenigingen gevoerd. In die zin is er bij de update niet weer uitvoerig geparticipeerd.
12.
Hoe zorgt de gemeente ervoor dat de visie ruimte biedt aan ondernemers om te ondernemen, in plaats van hen onnodig te belasten met regels en beperkingen? Kunnen concreet de plannen hiervoor genoemd worden.
antwoord
Het in standhouden van een bestaande winkelstructuur gaat boven een nieuw solitaire winkelinitiatief. De Regionale Detailhandelsvisie Westfriesland biedt de gemeente hiervoor een (toetsings-) kader waarmee samen met de stakeholders aan een vitale, ondernemende regio kan worden gewerkt. Maar de visie geeft ook ruimte voor lokaal maatwerk en afwegingsruimte.
Een voorbeeld is: in de (kleine) dorpen en kernen willen we ruimte bieden voor initiatief van onderop, bijvoorbeeld in de vorm van kleinschalige (dorps)initiatieven die passen bij de schaal en maat van het dorp of de kern. Initiatieven onder de 500m2 hoeven niet regionaal afgestemd te worden.