04 Beantwoording Commissievragen HvM raadscie. 8-5 agendapunt 8.2 Verordening straatnamen en huisnummers
Tekst van het document
Zaaknummer Documentnummer Naam commissielid Fractie Onderwerp
Z-25-543373 DOC-25-1047266 S. Lammes Hart voor Medemblik Commissievragen HvM raadscie. 8-5 agendapunt 8.2 Verordening straatnamen en huisnummers 5 mei 2025
Datum waarop de vraag is gesteld Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur voorafgaand aan de commissievergadering. Portefeuillehouder Jeroen Broeders Afdeling Ruimte
1.
Nut en noodzaak, welk probleem beoogt het college hiermee op te lossen?
antwoord
Om tot een meer integrale manier van straatnaamgeving te komen, moet de oude verordening herzien worden. De oude verordening stamt uit 2011 en is bovendien aan actualisatie toe.
2.
Wij hebben veel vertrouwen in de kwaliteiten van onze ambtelijke organisatie. Waarom wordt de oplossing voor het mogelijke probleem, wat u gaat omschrijven in het antwoord op vraag 1, niet intern opgelost?
Antwoord
De werkwijze om tot straatnamen te komen is opgenomen in de oude verordening. Om deze werkwijze aan te passen, moet de verordening aangepast worden. Dit kan niet intern opgelost worden.
3.
Kan het college een gedetailleerde en realistische raming geven van de jaarlijkse kosten voor de nieuwe adviescommissie, inclusief vergadervergoedingen en ambtelijke ondersteuning? (Los van dat dit in de voorjaarsnota wordt aangevraagd)
Antwoord
De vergoeding voor de commissieleden is gebaseerd op het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Hierbij wordt per bijgewoonde vergadering een vergoeding uitgekeerd. Voor een gemeente van tussen de 20.000 en 50.000 inwoners is dat € 103,23 per commissielid per bijgewoonde vergadering. Als we uitgaan van 5 commissieleden is dat € 516,15 per vergadering. Als er 4 keer per jaar vergaderd wordt, komt dat op € 2.064,60 per jaar aan vergoedingen. Daar komen dan nog reiskosten bij en eventuele kosten voor het inhuren van experts. Dan zal de raming voor de jaarlijkse kosten voor de nieuwe adviescommissie op ongeveer € 3.000,- per jaar komen. Ambtelijke kosten voor straatnaamgeving worden nu ook gemaakt en zullen niet wezenlijk veranderen.
4.
Hoe verhouden deze nieuwe kosten zich tot de kosten van de huidige werkwijze waarbij dorpsraden en historische verenigingen directer adviseren? Is de meerwaarde van deze nieuwe structuur de extra kosten waard?
*ZBD3BFBE058*
Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie
Antwoord
Ja
5.
De nieuwe beleidsregels introduceren een compensatieregeling (Art. 16) voor inwoners en bedrijven bij ambtshalve adreswijzigingen. Hoe vaak verwacht het college van deze bevoegdheid gebruik te maken en welk budget is hiervoor gereserveerd? Zien we hier een nieuwe uitgavenpost ontstaan?
Antwoord
Deze compensatie bestaat nu ook. In de praktijk wordt hier hooguit drie keer per jaar gebruik van gemaakt. Dit wordt gedekt uit bestaand budget.
6.
Hoe garandeert het college dat de specifieke kennis en wensen van de dorpsraden en historische verenigingen uit onze diverse kernen voldoende gewicht krijgen binnen deze nieuwe, centrale commissie? Zet u hiermee niet de dorpsraden buiten spel?
Antwoord
Leden van de dorpsraden, stadsraad en de historische verenigingen kunnen hun interesse naar een plek in de nieuw te vormen commissie kenbaar maken. Daarnaast wordt in het reglement voor de nieuwe commissie opgenomen dat de commissie actief gebruik moet maken van suggesties voor strategische (sub-)thema’s en namen (art. 2 reglement commissie naamgeving openbare ruimte). Het staat dorpsraden, stadsraad en historische verenigingen vrij om suggesties te doen voor thema’s en namen.
7.
De wens om met 'thema's' te werken klinkt modern, maar hoe voorkomen we dat dit ten koste gaat van het eren van lokale historie, personen of veldnamen die de identiteit van onze dorpen weerspiegelen? Krijgt lokale verankering prioriteit boven een centraal bedacht thema en wie ziet hierop toe?
Antwoord
Veldnamen, personen of lokale historie kunnen ook een thema zijn. Het is aan de commissie naamgeving openbare ruimte om een thema voor te stellen.
8.
Conform Beleidsregels naamgeving en nummering openbare ruimte 2025 artikel 5 lid 2 (en artikel 10 lid 6, dubbel?) moeten te vernoemen personen van onbesproken gedrag zijn en onomstreden zijn. Wie bepaalt of een dergelijk persoon van onomstreden een onbesproken gedrag is en aan welke eisen zitten hieraan vast?
Antwoord
Bij twijfel over een te vernoemen persoon kan navraag gedaan worden bij bijvoorbeeld het Westfries Archief of het NIOD.
9.
Conform Beleidsregels naamgeving en nummering openbare ruimte 2025 artikel 5 lid 3 moeten te vernoemen personen minimaal 10 jaar overleden zijn. waarom wordt het onderscheid gemaakt tussen het koninklijk huis en bijvoorbeeld inwoners die van bijzondere verdiensten zijn geweest voor de Medemblikse samenleving?
Antwoord
Als 10 jaar na het overlijden van de te vernoemen persoon nog geen onaangename onthullingen over betrokkene zijn gedaan, is de kans erg klein dat die nog komen. Het veranderen van een straatnaam achteraf moet zo veel mogelijk voorkomen worden. Overigens kan het college afwijken van de beleidsregels, rekening houdende met de
Wet BAG (art. 17 van de Beleidsregels nummering en naamgeving openbare ruimte Medemblik 2025). 10.
Deelt het college onze mening dat deze nieuwe verordening, beleidsregels en commissie leiden tot meer regels en potentieel meer bureaucratie?
Antwoord
Nee
11.
Kan er gevraagd worden aan projectontwikkelaars om een voorstel te doen voor straatnamen, teneinde een kostenbesparing en minder bureaucratie? Zo ja, staat u open om dat te doen in plaats van het invoeren van deze nieuwe beleidsregels of het benoemen van een commissie.
Antwoord
Nee