04 Beantwoording Commissievragen HvM raadscie. 3-7 agendapunt 4.2 Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Medemblik 2023.docx
Tekst van het document
Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie Zaaknummer Documentnummer Naam commissielid Fractie Onderwerp
Z-22-434445 DOC-23-705254 R. Mensink Hart voor Medemblik Commissievragen HvM raadscie. 3-7 agendapunt 4.2 Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Medemblik 2023 Datum waarop de vraag is gesteld 26 juni 2023 Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur voorafgaand aan de commissievergadering. Portefeuillehouder Afdeling
1.
In het raadsvoorstel, onder argumenten, 1.1, vierde bullet staat: Waarborging positie van ouders en kinderen. Vraag: zou u dit uitgebreider toe kunnen lichten?
antwoord
Bij het opstellen van de verordening is zoveel mogelijk rekening gehouden met aanbevelingen uit het rapport van de Kinderombudsman ‘Als de weg naar passend onderwijs niet passend is (29 augustus 2019)’ Bij sommige aanvragen voor leerlingenvervoer passen we maatwerk toe om de meest passende vervoersvoorziening toe te kennen. Dit gebeurt in overleg met ouders, school en zo nodig met het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs.
2.
In het raadsvoorstel, onder argumenten, 1.5 staat onder andere: Beoordelingsfase – recht op vergoeding Onderzoeksfase – welke vergoeding Vraag: zou u ook hierover een uitgebreidere toelichting kunnen geven?
Antwoord
In de beoordelingsfase wordt beoordeeld of er recht is op een vergoeding (paragraaf 3). Er wordt beoordeeld of voldaan wordt aan de criteria die het college hanteert, of er wel of geen recht is op een bekostiging leerlingenvervoer, ongeacht het type vervoersvoorziening. Een criterium is bijvoorbeeld het soort school, de afstand of de handicap van de leerling. Nadat is vastgesteld dat aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening volgt de onderzoeksfase (paragraaf 4). Hier wordt onderzocht wat passend vervoer is voor de leerling en wat de aard en omvang van de vervoersvoorziening is die kan worden toegekend. Bij dit onderzoek staan de mogelijkheden en behoeften van de leerling en de zelfredzaamheid van het gezin om zo zelfstandig mogelijk te reizen centraal, alsmede de vervoersontwikkeling van de leerling. Er wordt onderzocht welke goedkoopst passende vervoersvoorziening wordt bekostigd.
3.
In de verordening, paragraaf 2, art 3, punt 4: het college neemt binnen 8 weken een besluit. punt 5: wordt deze termijn niet gehaald dan wordt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis gesteld. Vraag: Krijgt de aanvrager na het indienen een ontvangstbevestiging? Met daarin genoemd het gestelde onder punt 5? Zo nee, bent u bereid om de verordening op dit punt aan te passen?
Antwoord
Aanvragen komen over het algemeen digitaal - via een webformulier - binnen in ons zaaksysteem. Aanvragers ontvangen daarop geen ontvangstbevestiging. In principe worden aanvragen gedurende het schooljaar dagelijks of in elk geval binnen een week in behandeling genomen. De meeste aanvragen voor een nieuw schooljaar komen in een korte periode voor 1 juni binnen. Hiervoor is meer reactietijd nodig door de grote hoeveelheid aanvragen. In de praktijk worden ook deze binnen een maand in behandeling genomen. De situatie van het niet halen van de termijn van 8 weken is in de praktijk nog nooit voorgekomen. Het college vindt het daarom niet nodig de verordening hierop aan te passen. De termijn van 8 weken en mogelijkheid tot verlenging komt uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb artikel 4:13 en artikel 5:2). Voor de verordening is gekozen deze wettelijk toegestane termijnen aan te houden.
4.
In de verordening, paragraaf 23 en 24 Hierin wordt gesproken over het inkomen. Vraag: Over welk inkomen heeft u het? Het verzamelinkomen? Dit valt op te maken uit punt h onder definities. Zou u de verordening in verband met duidelijkheid/leesbaarheid aan willen passen door ook in artikel 23 en 24 te benoemen dat het hier, als ik het goed heb, om het verzamelinkomen gaat?
Antwoord
De definitie van het inkomen verwijst naar artikel 21 onder e van de Algemene wet inzake rijksbelastingen in het peiljaar. Hierin is onderstaande tekst (cursief) opgenomen. Uit deze tekst blijkt dat het niet in alle gevallen om een verzamelinkomen gaat. Het inkomen kan op verschillende wijzen worden vastgesteld. Ook de term verzamelinkomen dekt niet volledig de lading en biedt waarschijnlijk niet voor iedereen meer helderheid. Artikel 21 onder e van de Algemene wet inzake rijksbelastingen: Inkomensgegeven: 1°.indien over een kalenderjaar een aanslag of navorderingsaanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld: het na afloop van dat kalenderjaar van betrokkene over dat kalenderjaar laatst bepaalde verzamelinkomen;
2°.indien over een kalenderjaar geen aanslag of navorderingsaanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld: het na afloop van dat kalenderjaar van betrokkene over dat kalenderjaar laatst bepaalde belastbare loon. 5.
Bijlage 1 gaat over wijzigingen. Opvallend is dat in art. 23, eigen bijdrage in de vorm van een drempelverdrag, staat dat dit ongewijzigd is aan de huidige verordening. Vraag: Waarom is dit ongewijzigde punt in deze bijlage opgenomen?
Antwoord
In de bijlage zijn zowel wijzigingen ten opzichte van onze huidige verordening opgenomen als wijzigingen ten opzichte van de VNG modelverordening. Artikel 23 gaat over één van de wijzigingen ten opzichte van de modelverordening. Ook onze huidige verordening week op dit punt af van de vorige modelverordening.