04 Beantwoording Commissievragen HvM raadscie. 21-3 agendapunt 9.1 Beleidsplan minima
Tekst van het document
Zaaknummer
Z-23-482395
Documentnummer
DOC-24-813791
Naam commissielid
A. Wit
Fractie
Hart voor Medemblik
Onderwerp
Commissievragen HvM raadscie. 21-3 agendapunt 9.1 Beleidsplan minima 15 maart 2024
Datum waarop de vraag is gesteld Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur voorafgaand aan de commissievergadering. Portefeuillehouder Yannick Nijsingh Afdeling Soiciaal
1.
antwoord
In het beleidsplan staat dat huurders met een sociale huurwoning en een laag inkomen per 1 juni 2023 een huurverlaging kregen. Is de portefeuillehouder zich ervan bewust dat deze huurders in 2024 een huurverhoging van 5% staat te wachten? Wordt op dat gegeven geanticipeerd? Om de grootste gevolgen van de hoge inflatie in 2023 tegen te gaan, heeft het demissionaire kabinet huurders van een sociale huurwoning een huurverlaging gegeven. Ook was er de eenmalige energietoeslag. Door deze landelijke maatregelen zijn de effecten van de inflatie gedempt voor de financieel kwetsbare inwoners. In 2024 komt er weer een huurverhoging. Er is landelijk afgesproken dat de huurverhoging de gemiddelde loonontwikkeling volgt, waardoor de huurquote voor huurders nagenoeg gelijk is aan het afgelopen jaar. De huurquote is hoeveel geld inwoners gemiddeld per maand kwijt zijn aan de huur als onderdeel van hun inkomen. Het is bedoeld om te voorkomen dat inwoners te veel aan huur betalen. In 2023 was dat volgens het NIBUD 34,4%, en in 2024 wordt dat 34,0%. Deze huurquote is gebaseerd op een alleenstaande die onder 120% van de bijstandsnorm valt. Ook zullen de (bijstand)uitkeringen verhoogd worden met 1,2%, aangezien deze gekoppeld zijn aan het minimumloon, dat ook wordt verhoogd.
Daarnaast zullen inwoners met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm ook in 2024 door het kabinet ondersteund worden met een pakket aan maatregelen, waaronder de verhoging van de huurtoeslag van € 34,67 per maand en de verhoging van het kindgebonden budget. Bij een onverwacht hoge inflatie in de toekomst, zullen we kijken naar een eventuele verhoging van onze lokale inkomensondersteunende maatregelen. Hiermee zijn we ons als college zeer bewust: onze inwoners worden beperkt geraakt door de inflatie en de huurverhoging en wij beschermen hun koopkracht met landelijke en lokale maatregelen.
2.
antwoord
In het beleidsplan staat op pagina 29 ik citeer: “wij voeren ieder half jaar gesprekken op scholen over geldproblemen onder leerlingen”. Wie zijn wij? Zijn dat maatschappelijk werkers, ambtenaren of andere partijen? Onze beleidsambtenaren minima en onderwijs zullen vanuit het minima- en onderwijsachterstandenbeleid eerst het gesprek voeren met de maatschappelijk werkers en jeugdhulpverleners. Zij zijn betrokken bij de scholen, leerlingen en hun ouders. Vervolgens gaan de beleidsambtenaren met de opgehaalde input in gesprek
*ZB98476BBAD*
Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie
met de schoolbesturen om bewustwording te creëren over het nut en noodzaak van geldproblemen. Zo krijgen de scholen inzicht in wat zij kunnen doen om geldproblemen te herkennen, bespreekbaar te maken en te zorgen voor passende verwijzing naar de maatschappelijke partners. In uw reactie op het advies ARSD gaat u in op de gestelde vragen, over twee daarvan hebben wij nog een vraag: 3.
antwoord
4.
antwoord
Vraag 1 lezen wij als “het glas is halfvol in plaats van halfleeg”. Oftewel de ARSD gaat voor een positieve benadering, waar wij volledig achter staan. Uw antwoord gaat hieraan voorbij, u beantwoordt de vraag meer technisch. Zou u deze vraag nogmaals willen beantwoorden en dan op de manier zoals wij het lezen en zoals de ARSD het waarschijnlijk bedoeld heeft? We zijn het met u eens. Na opmerking van de Adviesraad Sociaal Domein hebben wij besloten om in het beleidsplan minima niet te benoemen dat er financiële beperkingen zijn. Bij vraag 4, over de Formulierenbrigade, kondigt u een onderzoek aan wat gaat over het openen van een centraal loket. Wij begrijpen dat het nog in onderzoek is. In het kader van “werk met werk combineren” stellen wij de vraag: Heeft dit onderzoek een relatie met de onlangs hierover gestelde vragen met betrekking tot de startnotitie op de dienstverlening? Het onderzoek naar het openen van een centraal loket gaat over hoe we ondersteuning kunnen bundelen, zodat we inwoners vanuit diverse disciplines (de Formulierenbrigade, maatschappelijk werk, schuldhulp) integraal helpen. De startnotitie op dienstverlening heeft het over de mogelijkheid om voor bepaalde producten bij mensen aan huis te komen.
Op het moment dat inwoners bij een loket komen en een specifiek product nodig hebben dat onder bepaalde omstandigheden aan huis afgenomen kan worden, dan zal daar inzet op gepleegd worden.
In het beleidsplan staat op pagina 19 geschreven dat u onze inwoners blijft stimuleren om een (betaalde) baan te hebben. 5. Kunt u toelichten hoe dit stimuleren plaatsvindt? antwoord
WerkSaam voert namens ons de Participatiewet uit. Dit betekent dat zij onze burgers die een uitkering ontvangen, waar nodig en mogelijk, begeleiden naar betaald werk. Dit doen zij door de afstand naar de arbeidsmarkt te verkleinen door bijvoorbeeld loonkostensubsidie of het arbeidspotentieel te ontwikkelen in een beschutte omgeving. Als inwoners een extra steun in de rug nodig hebben om mee te doen, bieden wij als aanvulling inkomensondersteuning aan. Onze inkomensondersteuning zorgt dat inwoners de financiële middelen hebben om zich te kunnen ontplooien in het dagelijks leven op het gebied van sport, cultuur en recreatie.
In het beleidsplan staat op pagina 27 geschreven “Wij lanceren een digitaal sociaal loket”. Wij onderschrijven het nut hiervan. Op pagina 37 staat dat dit budget neutraal plaatsvindt.
6.
Kunt u dit toelichten?
antwoord
Het digitaal sociaal loket is gefinancierd uit de laatste gelden van het project Sociaal Domein in Balans. Het paste binnen de daarvoor beschikbare middelen, waardoor digitaal sociaal loket binnen het beleidsplan minima ‘budgetneutraal’ is uitgevoerd.