04 Beantwoording Commissievragen CU raadscie. 17-11 agendapunt 8.1 Vaststellen Programma stedelijk water en riolering .pdf
Tekst van het document
Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie Nummer
DOC-22-609525
Zaaknummer
Z-21-180420
Naam commissielid
J. Groot
Fractie
CU
Onderwerp
Commissievragen CU raadscie. 17-11 agendapunt 8.1 Vaststellen Programma stedelijk water en riolering 2023-2027
Datum waarop de vraag is gesteld
14 november 2022
Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur, voorafgaand aan de raadscommissie. Portefeuillehouder
H. Nederpelt
Afdeling
Openbare ruimte
1.
Op pag 5 staan in total netwerk0al 10 st. peilbuizen genoteerd (geen onderdeel netwerk) Waarom zo weinig peilbuizen? Zie wat hierover ook op pag 32 bij ontwatering staat.
antwoord
Voor grondwaterproblemen hanteren we tot nu toe min of meer het ‘piep’-systeem. We onderzoeken situaties als daar concrete aanleiding voor is. Een uitgebreid meetnet heeft naar onze mening weinig toegevoerde waarde. Daarnaast moet ook iets met de verzamelde informatie worden gedaan, om een ‘data-kerkhof’ te voorkomen. Daar heeft de organisatie de capaciteit niet voor. Met het meegeven van ontwateringsnormen volgens p.32 kan aan de voorkant worden voorkomen dat in de gebruiksfase grondwaterproblemen ontstaan.
2.
Pag 9: nu 3,7 fte binnendienst; 2 buitendienst straks 5,5 fte binnendienst; 2 buitendienst Waarom kan er straks wat betreft de buitendienst 2 fte blijven t.o.v. 5,5 fte binnendienst.
Antwoord
De 2 fte van de buitendienst blijven de taken uitvoeren waarvoor geldt dat zelf doen de voorkeur heeft. De bulk van het werk wordt uitbesteed. De toename bij de binnendienst is niet van invloed op het werk van de buitendienst en is opgebouwd uit: - 1 fte gedurende 5 jaar voor ondersteuning bij vestigen zakelijke rechten; - 0,3 fte structureel voor taken op het gebied van onderzoek en inzicht in het technisch functioneren; - 0,5 fte structureel voor gegevensbeheer.
3.
Pag: 13 Wat externe overstorten betreft zijn er volgens opgave 5 met randvoorzieningen 106 zonder inclusief nooduitlaten. Hoeveel keer worden deze gemiddeld per jaar gebruikt en hoe zit het dan met wel of niet vervuild water lozen.
Antwoord
De 106 overstorten bestaan uit 65 ‘reguliere’ overstorten en 41 nooduitlaten. Uit een recente modelberekening blijkt dat de reguliere overstorten gemiddeld tussen 1 en 22 keer per jaar in werking treden. De 5 overstorten met randvoorziening treden gemiddeld 6,5 keer per jaar in werking. In al die gevallen lozen de overstorten op die momenten - met hemelwater verdund - afvalwater naar het oppervlaktewater. De 41 nooduitlaten treden in principe nooit in werking, behalve bij een calamiteit. In die gevallen lozen de nooduitlaten onverdund afvalwater naar het oppervlaktewater.
4.
Op pag 25 staat dat groepsacomodaties vaak niet voldoen aan de loningseisen. Vraag: waar voldoen juiste gropepsaccomodaties niet hieraan?
Antwoord
De groepsaccommodaties bevinden zich over het algemeen buiten de bebouwde kom, op grote afstand van het gemeentelijke rioolstelsel. Zij lozen via zuiveringsvoorzieningen (septic tanks) waarvoor de eigenaars zelf verantwoordelijk zijn. Uit onderzoek in opdracht van het Hoogheemraadschap is gebleken dat het effluent (het water dat de zuiveringsvoorziening verlaat) van groepsaccommodaties vaak niet voldoet aan de lozingseisen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer.
5.
Op pag 42 staat voor 2023 een bedrag voor rioolinspecties van 94.200 euro. Het jaar daarna 1200 euro, Vraag: zijn er inspecties naar voren gehaald vanwege extra controle en onderhoud of om een andere reden?
Antwoord
Ja, er zijn inderdaad inspecties naar voren gehaald. In beginsel wordt de riolering periodiek geïnspecteerd. Op plaatsen waar in de komende jaren maatregelen in de openbare ruimte worden uitgevoerd is het heel zinvol om geplande rioolinspecties naar voren te halen. De resultaten van die inspecties leveren informatie die helpt af te wegen of het riool in de maatregelen moet worden betrokken.