03 DOC-26-1145149 1c. ABWF - afkoop vuilstort - bundelvoorstel
Tekst van het document
Een meer systematische monitoringsstrategie, bijvoorbeeld op basis van Flexibele Emissie Beheersing, ontbreekt. De conclusie dat de monitoring beëindigd kan worden wordt enkel gedragen voor de daadwerkelijk gemeten parameters. Voor de sinds 2008 niet gemeten parameters ontbreekt de onderbouwing. De onderzoeken naar PFAS uit 2023 en 2025 geven een bruikbaar maar niet geheel volledig inzicht in PFAS in grond- afval- en oppervlaktewater rondom de voormalige stortplaats. In het vooronderzoek ontbreekt inzicht in een mogelijke bijdrage uit de omgeving, zowel direct als regionaal. Er wordt geen gebruik gemaakt van een conceptueel model om de situatie inzichtelijker te maken, kennishiaten te identificeren en bronpad->receptor relaties te verhelderen. De risico-evaluatie is hierdoor in communicatieve zin moeilijk bruikbaar om onrust bij de omgeving weg te nemen. De conclusie dat de stortplaats een geringe, maar geen substantiële bijdrage levert aan de PFAS-concentratie in het oppervlaktewater wordt ondersteund door de onderzoeksresultaten. In 2023 wordt een uitgebreidere monitoring op PFAS voorgesteld dan in 2025, maar er wordt niet onderbouwd waarom. Op basis van deze second opinion worden de volgende aanbevelingen gedaan: Ten aanzien van het normale gebruik als golfbaan wordt aanvullend onderzoek niet noodzakelijk geacht.
Indien substantieel graafwerk in de bovenste meter van de deklaag gaat plaatsvinden overweeg dan aanvullend onderzoek naar de kwaliteit van de deklaag op de graaflocatie inclusief asbest en PFAS. Voor graafwerk dieper dan de bovenste meter geldt deze aanbeveling voor het volledige pakket parameters.
Documentreferentie NL25-648800269-150408
14/16
Laat een einddocument monitoring opstellen met een volledig overzicht van alle meetreeksen en met voor alle in het verleden onderzochte parameters inclusief PFAS een volledige onderbouwing waarom de monitoring van het grondwater hierop beëindigd kan worden. Neem in dit document ook waarden op voor de beoordeling van watermonsters van de VOPO-pompen en de persleiding, waarbij aangenomen moet worden dat de huidige stabiele situatie mogelijk niet meer stabiel is en er aanleiding is om toch opnieuw grondwater te gaan bemonsteren. Laat een voorlopige risicobeoordeling op PFAS uitvoeren die bestaat uit de volgende stappen: o Opstellen conceptueel model (“praatplaat”), gericht op bron -> pad -> receptor relaties en kennishiaten voor PFAS op en rondom deze locatie. o Inventarisatie theoretisch mogelijke blootstellingsroutes. o Identificatie relevante blootstellingsroutes en uitsluitbare blootstellingsroutes. o Toetsing relevante blootstellingsroutes aan risicogrenzen. Op basis van de uitslag van de voorlopige risicobeoordeling kan vervolgens beter onderbouwd en gecommuniceerd worden dat wel/geen sprake is van onaanvaardbaar risico ten aanzien van PFAS.
Documentreferentie NL25-648800269-150408
16-10-2025 Versie C1 Projectnummer: 51028886 Onderwerp: Westwoud seconf opinion
15/16
16-10-2025
Verantwoording
Versie C1 Projectnummer: 51028886
Titel: Onderwerp: Projectnummer: Klant: Referentienummer: Versie:
Second opinion bodemonderzoeken voormalige stortplaats Zittend 19 te Westwoud Memo 51028886 Afvalbeheer Westfriesland NL25-648800269-150408
Datum:
16-10-2025
Auteur: E-mailadres:
Julia van der Heide julia.vanderheide@sweco.nl
Vrijgegeven door: Paraaf vrijgegeven:
Ruurd van Wijhe
Documentreferentie NL25-648800269-150408
Onderwerp: Westwoud seconf opinion
16/16
Datum: 5 november 2025
Advies nazorg voormalige stortplaats Westwoud Inleiding Het bestuur van het ABWF heeft de secretaris in 2024 gevraagd om onderzoek te doen naar de mogelijkheden tot het uitbesteden van de nazorg van de voormalige stortplaats in Westwoud. In januari 2025 heeft het ABWF een voorstel ontvangen van Bodemzorg dat in die nazorg voorziet waarna de afdeling financiën vervolgens een business case heeft opgesteld om een vergelijking te maken tussen de scenario’s ‘Zelf doen’ en ‘Uitbesteden’. Uitwerking voorstel Bodemzorg – Business Case Bij het opstellen van de business case is intensief samengewerkt tussen financiën en de beleidsmedewerker zodat beide scenario’s goed in beeld konden worden gebracht. In de business case is getracht een zo goed mogelijk vergelijk te maken tussen de optie waarin het ABWF zelf die nazorg blijft organiseren en het scenario waarin Bodemzorg dat doet. Een van de complicerende factoren daarbij is dat het beheer en de nazorg die door Bodemzorg is voorgesteld veel intensiever is dan hetgeen momenteel door het ABWF in eigen beheer wordt uitgevoerd. Dat betekent dat het huidige niveau van kosten geen representatief vergelijking is voor het toekomstige scenario. Om die reden is ervoor gekozen om het onderhoud en de investeringen zoals door Bodemzorg geschetst in beide scenario’s op te nemen.
Door die benadering is het geplande onderhoud en eventuele investeringen tussen beide opties gelijk aan elkaar en, misschien nog belangrijker, zijn ook de aan de stortplaats verbonden risico’s in de aankomende dertig jaar op dezelfde wijze ondervangen. Het grootste resterende verschil tussen de mogelijkheden is dan gelegen in de kosten van de ambtelijke ondersteuning en die van de huidige beheersstructuur door middel van het dagelijks- en algemeen bestuur. In de situatie waarin wordt gekozen voor het uitbesteden van de nazorg is in de business case de aanname gedaan dat de eigen beheerskosten kunnen worden gedekt door het bedrag dat van de jaarlijkse huursom die in rekening wordt gebracht de golfclub. Dit leidt tot een berekenbaar verschil tussen beide varianten van € 2 miljoen dat een belangrijk onderdeel is van de conclusie. Wat momenteel niet goed berekenbaar is zijn de eventuele extra ambtelijke kosten die gepaard gaan met een veel intensiever onderhoudsplan. Het is echter zeer aannemelijk dat deze een veelvoud zullen zijn van de huidige vier uur die volgens de huidige afspraak door de beleidsmedewerker aan het ABWF worden gespendeerd. Ook de intensiviteit van de bestuurstaken zal in dat scenario niet geringer worden en ook vanuit dat opzicht lijkt uitbesteding de voorkeur te verdienen.
Conclusie Business Case Uit de opstelling blijkt dat het de voorkeur heeft om het beheer en onderhoud voor de komende dertig jaar uit te besteden aan Bodemzorg, de redenen daarvoor zijn drieledig: 1. In samenwerking met Bodemzorg kan de komende jaren op professionele manier vorm worden gegeven aan de nazorg. Bodemzorg heeft de continue beschikking over kwalitatief hoogwaardige ondersteuning op elk gebied dat bij de nazorg van stortplaatsen noodzakelijk is; 2. Recente ontwikkelingen in Westwoud, geven indicatie van achterstallig onderhoud. Dit betekent dat de begrotingen en realisaties van de afgelopen jaren geen bruikbare maatstaf meer zijn als graadmeter voor de toekomstige kosten en risico’s; 3. Wanneer wordt gekozen voor samenwerking met Bodemzorg zullen de beheerskosten van het ABWF lager worden en zullen deze kunnen worden gedekt uit de huuropbrengsten van de golfbaan. Dit levert de gemeenten over de looptijd van het contract een minimaal voordeel op van ongeveer € 2 miljoen.
Memo Onderwerp: Aan: Van: Datum:
Inrichting besluitvormingsproces en vervolgstappen overdracht nazorg stortplaats Westwoud (concept) ABWF, Timo Linting Henk Mogezomp 30 oktober 2025
Het ABWF bereidt besluitvorming voor over het toekomstige beheer en de nazorg van de voormalige stortplaats Westwoud. Eind november wordt een principebesluit voorgelegd aan het Algemeen Bestuur van het ABWF om nazorg en beheer voor een periode van 30 jaar over te dragen aan Bodemzorg BV. Het precieze vervolgtraject is nog niet scherp in beeld: welke besluitvorming moet doorlopen en hoe ziet de verdere implementatie eruit? U heeft Buiten organisatieadvies gevraagd het besluitvormingsproces en de verdere implementatiestappen uit te lijnen. In dit memo geven we hier invulling aan.
1. Achtergrond Eigendom en verantwoordelijkheid voor beheer en nazorg ligt bij de gemeenschappelijke regeling Afvalbeheer West-Friesland (GR ABWF). Bedoeling is dat de verantwoordelijkheid voor de nazorg en het beheer voor 30 jaar wordt overgedragen aan Bodemzorg BV. Bodemzorg heeft hiervoor op 30 januari 2025 een afkoopvoorstel opgesteld. Op 15 april van dit jaar zijn gemeenteraden hierover per informatiebrief over geïnformeerd. Na de afkoop- en beheerperiode van 30 jaar valt de voormalige stortplaats Westwoud en het resterende beheer terug naar de eigenaar. Op dit moment is dit de Gemeenschappelijke Regeling ABWF; mogelijkheid is dat dit eigendom - op kortere of langere termijn en met goede risico-afspraken tussen de gemeenten - overgaat naar de gemeente Drechterland, op wiens grondgebied de stortplaats is gelegen. Als dit is gerealiseerd kan de GR ABWF desgewenst worden opgeheven en kunnen de West-Friese gemeenten vanaf dat moment in een lichtere samenwerkingsvorm afstemmen over aandeelhouderzaken HVC en (inter)gemeentelijk afval- en grondstoffenbeheer.
2. Besluitvormingsproces De GR ABWF is eigenaar van de gronden en verantwoordelijk voor het beheer en de nazorg van de voormalige stortplaats Westwoud. De GR is bevoegd tot het nemen van de vereiste besluiten m.b.t. de overdracht van het beheer en de nazorg van de voormalige stortplaats Westwoud voor 30 jaar aan Bodemzorg BV. Zienswijzeplichtig zijn de kadernota, begroting en jaarrekening, evenals alle zaken die grote financiële en/of politieke impact hebben. Gelet op de zwaarte van het afkoopbesluit is actieve betrokkenheid van gemeenteraden gewenst en noodzakelijk. Dit betekent dat gemeenteraden voorafgaand aan het definitieve besluit van de GR in de gelegenheid worden gesteld om wensen en bedenkingen te kunnen geven. Verder is er besluitvorming binnen de gemeenten nodig over het beschikbaar stellen van aanvullende financiële bijdragen voor de afkoop van beheer en nazorg voor 30 jaar. Deze besluitvorming kan worden gekoppeld aan de reguliere begrotingscyclus van de GR ABWF (kadernota en begroting ABWF voor 2027). De besluitvormingsstappen zien er als volgt uit:
Stap
Tabel: overzicht stappen in besluitvormingsproces afkoop beheer en nazorg Westwoud Toelichting Wanneer
1a. Principebesluit AB: keuze voor afkoop beheer en nazorg stortplaats Westwoud door Bodemzorg BV.
Gaat om een besluit met een aanzienlijk financieel belang en politiek gevoelig karakter. Kwalificeert daarmee als een besluit waarvoor een zienswijze (wensenen bedenkingenprocedure) bij de betrokken gemeenteraden nodig is.
AB: 26 november 2025
1b. Principebesluit AB: Kadernota ABWF 2027
Uitgaande van formele overdrachtsdatum 1-1-2027 kan besluitvorming over de aanvullende bijdragen van gemeenten voor de afkoop via de reguliere begrotingcyclus van de GR lopen. Het benodigde afkoopbedrag + verdeling over gemeenten moet dan wel in de Kadernota van het ABWF, worden meegenomen. Deze kadernota wordt standaard - samen met kadernota’s van andere GR-en in de regio - voor een zienswijzemogelijkheid aan gemeenteraden voorgelegd.
AB: 26 november 2025
Verzoek om zienswijze aan gemeenteraden loopt via Colleges van B&W. Redeneerlijn: ontwikkelingen rond beheer en nazorg stortplaats Westwoud vereisen een fors hoger doelvermogen + langjarige afkoop door Bodemzorg is de beste optie.
Behandeling in gemeenteraden: februari-maart 2026 (kadernota-proces)
Verzoek om zienswijze aan gemeenteraden loopt via Colleges van B&W. Voorstellen 2a en 2b worden (bij voorkeur) als twee aparte voorstellen in dezelfde raadsvergaderingen geagendeerd.
Behandeling in gemeenteraden: februari-maart 2026 (kadernota-proces)
3. Definitief besluit AB GR ABWF over overdracht beheer en nazorg
In geval van (positieve) zienswijzes besluit het AB tot afkoop, mogelijk onder voorbehoud van gemeentelijke besluitvorming over financiële bijdragen. Conceptafkoopvoorstel moet op moment van besluitvorming in AB ABWF gereed zijn.
Behandeling in AB ABWF: op zijn vroegst in april 2026. Waarschijnlijk pas later, bij definitieve vaststelling begroting ABWF (stap 6).
4. Principebesluit AB ABWF: vaststellen conceptbegroting ABWF 2027
In begroting is het definitieve afkoopbedrag aan Bodemzorg verwerkt, evenals de financiële bijdrage per gemeente, obv geactualiseerde verdeelsleutel
AB ABWF: april 2026.
5. Zienswijze gemeenten m.b.t. begroting GR ABWF
Conform reguliere procedure. Gemeenten Behandeling in gemeenteraden: juni-juli regelen intern dekking voor hun 2026 (begrotingsproces) aanvullende bijdragen
6. Definitief besluit AB ABWF: vaststelling begroting
Definitieve moment waarop er zekerheid is over aanvullende gemeentelijke stortingen in doelvermogen.
2a. Zienswijze gemeenteraden m.b.t. afkoopvoorstel Bodemzorg
2b. Zienswijze gemeenteraden m.b.t. kadernota ABWF 2027
Stukken wo. 5 november naar gemeenten tbv voorbespreking in Colleges van B&W
Kadernota wordt momenteel opgesteld en verzoek zienswijze moet voor 15 december 2025 richting gemeenten
Verzoek om zienswijze voor 15 december 2025 naar gemeenten Zienswijzes gemeenten: eind maart bij ABWF
Verzoek om zienswijze voor 15 december 2025 naar gemeenten Zienswijzes gemeenten: eind maart bij ABWF
Verzoek om zienswijze voor medio april 2026 naar gemeenten
Behandeling in AB ABWF: september (nog plannen)
2
3. Doorkijk 3.1 Vervolgstappen Na het principebesluit in het AB ABWF op 26 november zijn er diverse vervolgstappen nodig, te weten: A. Begeleiden besluitvorming bij gemeenten (december) Vanuit het ABWF zorgen voor ondersteuning in de vorm van: • model college- en raadsbrieven • inhoudelijke toelichtingen tijdens bijeenkomsten en vergaderingen • beantwoording technisch-inhoudelijke vragen • procesbewaking. B. Regelen afkoop – opstellen en sluiten van afkoopovereenkomst met Bodemzorg (Q12026) • Uitwerken van afspraken over overdracht, doel, scope en inhoud van nazorg en beheer, wederzijdse verplichtingen, risico’s e.d. tussen ABWF en Bodemzorg. De afspraken over de afkoop worden uitgewerkt in een afkoopovereenkomst. Het ABWF schakelt hierbij externe expertise in. • De basis voor de afspraken ligt in het afkoopvoorstel van Bodemzorg en aanvullende informatie daarop naar aanleiding van een second opinion van Sweco en ingewonnen juridisch advies door het ABWF. • Ondertekening van afkoopovereenkomst kan pas na definitief besluit in het AB (op het moment dat een eventueel financieel voorbehoud er “af is”), dus in tweede helft van 2026. C. Regelen financiële bijdragen (Q1-2026) • De ingangsdatum van de afkoop wordt naar verwachting 1 januari 2027. Hier moet het afkoopvoorstel nog op aangepast.
Dit leidt, samen met enkele andere technischinhoudelijke punten, tot een definitief afkoopbedrag, dat mogelijk nog (licht) kan afwijken van het huidige afkoopbedrag. • Tussen gemeenten moeten nadere afspraken worden gemaakt over de precieze verdeelsleutel. De basis hiervoor ligt bij het aantal inwoners, maar welk basisjaar gaan we hiervoor hanteren? Hier moet, voorafgaand aan de principe-besluitvorming over de begroting van het ABWF in april (stap 4 in besluitvormingsschema), duidelijkheid over zijn. Met Hollands Kroon is hier bij uittreding uit de GR CAW (de voorloper van het huidige ABWF) al wel een afspraak over gemaakt. • Vanuit het ABWF wordt contact onderhouden met de betrokken inhoudelijke en financiële collega’s bij gemeenten. Meegedacht wordt bij het vinden van oplossingen voor dekking van de benodigde financiële bijdragen bij gemeenten. D. Afspraken tussen gemeenten over restrisico’s (Q2-2026) • Binnen en na afloop van de afkoopperiode van 30 jaar is er sprake van restrisico’s. Het is verstandig om hier een nadere risico-inschatting bij te maken (ook in financiële zin) en om te bespreken hoe de gemeenten hier mee om willen gaan en welke nadere afspraken ze hier over willen maken. • Deze afspraken worden uitgewerkt en vastgelegd in een apart document, de status ervan hangt af van de uitkomst van stap E.
3
E. Eventuele overdracht stortplaats (Q2-2026) • Gesprekken met gemeente Drechterland onder welke voorwaarden en condities en op welke termijn een eigendom-overdracht van de stortplaats naar de gemeente Drechterland mogelijk is. Het resultaat hiervan vormt belangrijke input voor stap F. • Als een overdracht op kortere termijn mogelijk is, dan dient een samenwerkingsovereenkomst (met afspraken over restrisico’s) tussen gemeenten en een koopovereenkomst (akte) te worden opgesteld. • Voor de situatie dat overdracht (op korte termijn) niet mogelijk blijkt wordt in beeld gebracht of er alternatieve opties zijn voor de huidige “zware” Gemeenschappelijke Regeling. F. Aanpassen van de samenwerkingsvorm van de GR ABWF (Q2-2026) • De betrokken gemeenten hebben een voorkeur om de samenwerking op het gebied van afvalbeheer en aandeelhouderbelangen in HVC lichter in te richten (niet in de vorm van een aparte gemeenschappelijke regeling met rechtspersoonlijkheid). • Afstemming over beleid, inzamelsystemen en aandeelhouderzaken kan mogelijk ook in bestaand West-Fries samenwerkingsverband (GR Ondersteuning Bestuurlijke Samenwerking Westfriesland) worden ondergebracht. • De verschillende opties hiervoor worden in deze stap in beeld gebracht. Mocht besloten worden tot een opheffing van de GR dan dient een liquidatieplan opgesteld, dit wordt dan een project en proces op zich. G. • • •
Contacten met golfclub en communicatie (doorlopend/periodiek) Informeren van golfvereniging over plannen m.b.t. beheer en nazorg Bezien of afspraken met golfclub aanpassing behoeven Communicatieparagraaf opstellen, w.o. voorbereiden persberichten rond belangrijke besluitvormingsmomenten
3.2 Organisatie en planning Om bovenstaande stappen goed te laten verlopen is een projectorganisatie nodig. Voorgesteld wordt een begeleidingsgroep in te richten met daarin: secretaris ABWF, projectleider vanuit het ABWF, enkele inhoudelijke contactpersonen en enkele juridische en financiële adviseurs van gemeenten. Het is van belang dat ook de gemeente Hollands Kroon goed wordt aangehaakt. De projectleider wordt door het ABWF ingehuurd, evenals de benodigde notariële expertise voor opstelling van overeenkomsten en akten. De totale doorlooptijd van bovenstaande acties wordt geraamd op een half jaar (tot medio 2026). Parallel aan gemeentelijke besluitvorming dient in december 2025 gestart te worden met de stappen, B, C en D.
4