03 DOC-24-811821 - ontwerp-ruimtelijke onderbouwing d.d. 06-03-2023
Tekst van het document
Gemeente
Medemblik
--------------------------------------------------------------------------------
Ruimtelijke onderbouwing ex. art. 2.12 Wabo t. b. v. een omgevingsvergunning voor een afwijking van het bestemmingsplan Project:
“Realiseren 12 woningen Nibbixwoud”
ir. H. van Brederode bi bnSP Tigris 12 1186 JA Amstelveen SBA-reg.nr. 1.950290.005
6 maart 2023
1
TOELICHTING 1.
Inleiding
1.
2.
Beschrijving nieuwe ontwikkeling
2.
3.
Ruimtelijk beleidskader 3.1 Nationale Omgevingsvisie 3.2. Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Structuurvisie Medemblik 3.4.2 Generiek afwegingskader voor woningbouwinitiatieven 3.4.3 Bestemmingsplan
4 4. 5. 8. 11. 11. 11 13.
4.
Beeldkwaliteit 4.1 Beeldkwaliteit als onderdeel van provinciaal ruimtelijk beleid 4.2. De gemeentelijke welstandsnota
13. 13. 13.
5.
Milieubeperkingen en omgevingsaspecten 5.1 Milieu 5.1.0 Milieueffectrapportage (M.e.r.) 5.1.1 Bodem en grondwater 5.1.2 Watertoets 5.1.3 Bedrijven en milieuzonering 5.1.4 Wegverkeerslawaai 5.2 Verkeersaspecten 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Leidingen 5.6 Cultuurhistorie / Archeologie 5.7 Natuurwaarden / Habitatrichtlijn -Vogelrichtlijn / Flora en Fauna 5.8 Duurzaamheidaspecten
14. 14. 14. 15. 16. 16. 16. 17. 18. 18. 19 19. 19. 20
6.
Uitvoerbaarheid
21.
Bijlagen: Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7
Archeologische Quick-scan Conclusie en aanbeveling Omgevingsscan Flora en Fauna Aeriusberekening Conclusie Verkennend bodemonderzoek Besluitkaart Informatiebrief aan omwonenden en verslag van nader beraad. Generiek afwegingskader voor woningbouwinitiatieven 2022
Separate bijlagen bij de Ruimtelijke onderbouwing (op te nemen in digitale pakket t.b.v. publicatie op ruimtelijke plannen.nl)
Bijlage A Bijlage B
Omgevingsscan Flora en Fauna Verkennend bodemonderzoek
1 1.
Inleiding
Initiatief Kuin Vastgoedontwikkeling BV, De Tocht 5, 1611 HT Bovenkarspel, gemeente Stede Broec, is voornemens 12 woningen te realiseren op een locatie, gevormd door de voormalige achtererven van woningen aan het Ganker te Nibbixwoud, gemeente Medemblik. De locatie is kadastraal bekend onder Wognum, sectie H nrs. 777, 1954, 1955 en 1999..
afb. 1
De ligging van de planlocatie in groter verband (Google Earth).
Bestaande situatie De planlocatie grenst aan de voormalige sportvelden van SEW en betreft een deel van de achtererven van woningen aan de Ganker te Nibbixwoud (afb. 2). Het plangebied is vrijwel geheel onverhard en bestaat uit grasland met struiken en bomen, alsmede enkele sloten.
. afb. 2
De planlocatie
2 Huidige bestemming en gewenste afwijking De gronden zijn geregeld in het bestemmingsplan “Dorpskernen IV”, vastgesteld 29 september 2016. Op de gronden ligt de enkelbestemming “Wonen” (artikel 4).en de dubbelbestemming “Waarde - Archeologie 3” (artikel 28). Voor de nieuwe inrichting van het gebied is de bestemming correct *), alleen moet worden voorzien in bouwvlakken. Planologische regeling Voor het mogelijk maken van het gebruik van de betreffende gronden voor het realiseren van 12 woningen is een procedure voor een omgevingsvergunning voor ‘planologisch strijdig gebruik’ en ‘bouwen’ vereist.. Op grond van artikel 2.1 lid 2 sub c overeenkomstig artikel 2.12 lid 2 sub a onder 3 Wabo kan het strijdige gebruik met het bestemmingsplan worden opgeheven. Gelet op de strijdigheid met het bestemmingsplan dient ter onderbouwing van het opheffen van de strijdigheid een ruimtelijke afweging te worden gemaakt. Het onderhavige document - ruimtelijke onderbouwing - voorziet in dit vereiste.
2.
Beschrijving nieuwe ontwikkeling
De planlocatie ligt in de noordelijke uitleg van Nibbixwoud, centraal in het gebied omsloten door de straten Het Woud, Ganker en Wijzend en aansluitend op het recent ontwikkelde gebied van het voormalige SEWterrein in uitvoering. In feite kan de nieuwe planlocatie beschouwd worden als aanvulling / uitbreiding van de ontwikkeling SEW-terrein en kan als zodanig vallen onder de uitgangspunten en doelstellingen, zoals beschreven in de toelichting op het bestemmingsplan “SEW-terrein”. De nieuwe verkaveling Het bouwplan betreft 12 woningen, waarvan 6 in een gestapelde bouwvorm ten behoeve van starters (huur) en 6 grondgebonden woningen in de vorm van 2 x 2-onder-1-kapwoningen en 2 vrijstaande woningen. De 2-onder-1-kapwoningen en de vrijstaande woningen parkeren op eigen terrein. Het bezoekers-parkeren en het parkeren voor de starters-woningen is opgelost met parkeervakken aan en langs de ontsluitingsweg. De schaal en vormgeving van de woningen is identiek aan die van de woningen in de SEW-ontwikkeling.
afb. 3a
Nieuwe situatie
3
afb. 3b
Aanzichten
4 3. 3.1
Ruimtelijk beleidskader Nationale Omgevingsvisie – Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving
De Nationale Omgevingsvisie vervangt de “Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)’. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Dit betreft met name de grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen zal worden gewerkt aan prioriteiten, zoals ▪ ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; ▪ een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; ▪ sterke en gezonde steden en regio’s; ▪ een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Zowel voor de lange als de korte termijn zijn voor bovengenoemde NOVI-prioriteiten maatregelen nodig, die in de praktijk voortdurend op elkaar inspelen. Het Rijk geeft de nationale belangen aan en maakt nationale keuzes. Vervolgens wordt richting gegeven aan decentrale afwegingen en zal gebiedsgericht worden gewerkt.
Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. De Novi benoemt dit als ‘omgevingsinclusief’ beleid, waarbij drie afwegingsprincipes worden onderscheiden: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de omgevingsinclusieve benadering vorm krijgt en de afwegingsprincipes benut worden. De NOVI gaat vergezeld van een Uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda is een overzicht gegeven van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma’s op de verschillende beleidsterreinen. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. Samengevat kan worden gesteld, dat met de NOVI het Rijk een integrale, op samenwerking gerichte aanpak presenteert. Een gebiedsgericht afwegingskader en sturende visie in één, waarbinnen we gezamenlijk optimaal kan worden gewerkt aan het behoud van een gezond, leefbaar en economische sterk Nederland. De voorliggende ontwikkeling kan gezien worden als overwegend vallend onder het beoordelings- en afwegingsproces op het beleidsniveau van de provincie en de gemeente. □
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Op 30 december 2011 zijn het Barro en Rarro (Regeling algemene regels ruimtelijke ordening) in werking getreden. In het Barro zijn regels opgenomen met betrekking tot onderwerpen die een nationaal belang hebben. Het gaat hierbij onder meer om Rijksvaarwegen, de ecologische hoofdstructuur, primaire waterkeringen en erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Het voorliggende initiatief raakt geen onderwerpen uit het Barro.
□
Ladder voor duurzame verstedelijking
Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft regels waar concrete ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in het Bro de ladder voor duurzame verstedelijking verankerd. Deze ladder is gericht op vraaggericht programmeren en het zorgvuldig benutten van ruimte.
5 Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. In artikel 3.1.6, lid 2 Bro is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte bevat en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied mogelijk maakt, een motivering is opgenomen waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Relevant voor de ontwikkeling ‘SEWannex-Nibbixwoud’: □
De planlocatie ligt in bestaand stedelijk gebied Ligt een plangebied in bestaand stedelijk gebied en voorziet de stedelijke ontwikkeling in een behoefte, dan wordt voldaan aan de Ladder.
□
Is sprake van een stedelijke ontwikkeling ? Ja, als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.'
□
De Laddertoets moet alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is.
□
Is sprake van een ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkeling ? Ja, voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Het onderhavige plan omvat 12 woningen..
□
Beschrijving van de behoefte
Bij de beschrijving van de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling, die mogelijk wordt gemaakt, is het niet relevant of het plangebied binnen of buiten bestaand stedelijk gebied ligt. In beide gevallen dient de plantoelichting een beschrijving van de behoefte te bevatten. Het is primair aan het bevoegd gezag om op basis van het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling te bepalen tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. Voor de onderhavige ontwikkeling is het schaalniveau van de gemeente, of wellicht zelfs het schaalniveau van de buurt, het ruimtelijk verzorgingsgebied waarbinnen de behoefte inzichtelijk moet worden gemaakt. De doelgroep voor de 6 (huur-)appartementen is starters. De behoefte daaraan is alom groot. De overige woningen betreffen 2 vrijstaande en 2 x 2-onder-1-kap-woningen te duiden als duur, respectievelijk middelduur. In deze categorieën is veel vraag blijkt bij inventarisatie bij diverse (lokale) makelaars en blijkt ook uit andere in de omgeving gerealiseerde projecten. De behoefte aan het realiseren van het voorliggende project is verder gebaseerd op de ‘Regionale woonvisie’, zoals deze 19 juni 2017 ook door de gemeente Medemblik is vastgesteld.
Het onderhavige plan ligt in bestaand stedelijk gebied en is in feite een ‘inbreidingsplan’, waarbij de bestaande schaal en bebouwingskarakteristiek van de stedenbouwkundige samenhang wordt aangehouden en de leefbaarheid van de omgeving wordt versterkt. Conclusie Een en ander overziende kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van strijdigheid met Rijksbeleid. Verder blijkt uit het voorgaande dat het beoordelings- en afwegingsproces inzake initiatieven / projecten van de onderhavige aard en omvang volledig behoort tot het beleidsniveau van de provincie en de gemeente. 3.2
Provinciaal beleid
Sinds de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) op 1 juli 2008 is de bevoegdheid voor de provincie inzake beleidsvorming en uitvoering in de huidige vorm geregeld. Dit houdt in dat de provincie haar visie op het ruimtelijke beleid neerlegt in een zelfbindend beleidsdocument om vervolgens de beschreven provinciale intenties en belangen juridisch te borgen in een ruimtelijke verordening. Relevant op provinciaal niveau is de “Omgevingsvisie Noord-Holland 2050” (vastgesteld 19 november 2018) en de “Omgevingsverordening Noord-Holland 2020” (vastgesteld 23 oktober 2020).
6
De Omgevingsverordening richt zich op bestemmingsplannen, beheersverordening, wijzigings- en uitwerkingsplannen en omgevingsvergunningen waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan (artikel 2.12 lid 1 onderdeel a onder 3 of lid 2 Wabo). Hierbij gaat het om algemene regels omtrent de inhoud. □
Omgevingsvisie NH 2050
Op 19 november 2018 is door Provinciale Staten (PS) de Omgevingsvisie NH 2050 vastgesteld. De beleidsnota vervangt de Structuurvisie 2040 en loopt vooruit op de Omgevingswet, waarvan het voornemen is dat deze in 2022 in werking zal treden. Gedeputeerde Staten hebben de Omgevingsverordening op 27 november 2020 vastgesteld. Als hoofdambitie heeft de provincie in de Omgevingsvisie NH 2050 aangegeven te willen streven naar een evenwichtige ‘balans tussen economische groei en leefbaarheid’. De provincie draagt bij aan het welzijn én aan de economische vitaliteit, gericht op een gezonde en veilige leefomgeving voor mens, plant en dier en inde overtuiging dat dit tevens een goed economisch vestigingsklimaat bevorderd. Bij de concretisering van de ambities geldt het principe ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’ De samenhangende - ambities betreffen de volgende aspecten: gezonde en veilige leefomgeving in de hele provincie natuur- en biodiversiteit / natuurinclusief ontwikkelen duurzame en vernieuwende economie toekomstbestendige landbouw klimaat-adaptatie energietransitie ontwikkelen van stad en land metropoolregio Amsterdam ontwikkeling unieke kracht en kwaliteit Noord-Holland-Noord De ambities zijn uitgewerkt in samenhangende ‘bewegingen naar de toekomst’, waarin meerdere ontwikkelprincipes worden gehanteerd. Voor heel Noord-Holland zijn de ontwikkelprincipes in kaart gebracht (afb.
4). In Noord-Holland-Noord worden vooral de kwalitatieve eigenschappen, zoals rust en ruimte, groen en natuur en bovenal de gezonde lucht als specifieke, behoudenswaardige kenmerken beschouwd. Om die reden wordt bij de noodzakelijke verdergaande verstedelijking vooral prioriteit gegeven aan ontwikkelingen in bestaand stedelijk gebied met de aanwezigheid van voorzieningen en een goede bereikbaarheid van openbaar vervoer. Het voorliggende plan wordt gerealiseerd op een locatie binnen de bebouwde kom van Nibbixwoud en derhalve in bestaand stedelijk gebied. □
Omgevingsverordening NH 2020
De verordening gaat over de fysieke leefomgeving en de activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van de provincie en de bescherming en verbetering van het leefmilieu gericht op het bereiken en in standhouden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit in samenhang met het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. In de Omgevingsverordening gaat het om de sturingsfilosofie van de Omgevingsvisie NH 2050: ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’ en ruimte bieden voor maatwerk, gelet op de diversiteit van de regio’s. Daarbij moeten enkele inhoudelijke ambities en ontwikkelingsprincipes uit de Omgevingsvisie NH2050 in concrete juridische regels worden omgezet.
7
afb. 4
De omgevingsvisiekaart Noord-Holland 2050 met de planlocatie
Zowel voor stedelijke als landelijke gebieden zijn een aantal algemene regels vastgesteld omtrent de inhoud van en de toelichting op gemeentelijke (bestemmings-) plannen over onderwerpen waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Gemeenten zijn verplicht om voor het bestaand stedelijk gebied bestemmingsplannen vast te stellen, maar hebben bij de invulling daarvan een grote mate van beleidsvrijheid. Voor de onderhavige ontwikkeling is van belang hetgeen is verwoord in Afdeling 6 ‘Instructieregels’. In artikel 6.4 sub 2 en 3 wordt gesteld dat: “een ruimtelijk plan uitsluitend kan voorzien in een kleinschalige woningbouwontwikkeling als dit in overeenstemming is met binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken over locaties die zijn gelegen in of aan kernen of in of aan dorpslinten”. Hier wordt op ingegaan in paragraaf 3.3. De planlocatie ligt binnen de bebouwde kom van Nibbixwoud en derhalve in bestaand stedelijk gebied. Conclusie: Er worden in de Omgevingsverordening met betrekking tot de voorliggende ingreep verder geen richtinggevende of belemmerende uitgangspunten of regels geformuleerd. De voorgestelde ontwikkeling van 12 woningen vertoont geen strijdigheden met het ruimtelijke beleid van de provincie.
8
3.3
Regionaal beleid
□
Structuurschets Westfriesland `Een dijk van een regio`
De zeven gemeenten van Westfriesland gaan zelf aan de slag en maken onderling afspraken over regionale samenwerking en hebben daarbij aangegeven dat ze binnen vijf jaar tot de top 10 van meest aantrekkelijke regio’s van Nederland willen horen. Om deze ambitie te bereiken hebbende colleges van Burgemeester en Wethouders de Structuurschets Westfriesland ´Een dijk van een regio´ ( februari 2017) opgesteld. De structuurschets is daarnaast vooral een uitnodiging aan initiatiefnemers, ondernemers en bewoners. Gezamenlijk wordt vorm gegeven aan de toekomst van Westfriesland. De gemeenten willen ruimte bieden aan initiatieven die Westfriesland versterken. Vanuit dit perspectief zijn vijf arrangementen voor Westfriesland geschetst. 1. Kustland 2. Experimenteerlandschap 3. Agribusiness-landschap 4. Het Westfriese Leven 5. Transformatielandschap Deze arrangementen moeten gezien worden als ‘verbeelde kansen’. Het is dus geen letterlijke vertaling van beleid en moet ook niet als zodanig worden geïnterpreteerd. Ze bevatten een samenhangende serie kansen en potenties, soms ruimtelijk, soms niet-ruimtelijk. Voor de onderhavige ontwikkeling is vooral arrangement 4 ´Het Westfriese Leven´ relevant: Het Westfriese leven Westfriesland heeft sterke dorpen en kleine kernen met sociaal-maatschappelijke samenhang: lokale netwerken, veel sociale samenhang en een goed voorzieningenniveau.
Westfriesland koestert de netwerken. Soms zullen voorzieningen echter noodgedwongen verdwijnen. De regio kiest voor enkele sterke dorpen met een concentratie van voorzieningen. De dorpen en kleine kernen worden versterkt door in te zetten op inbreiding, transformatie van leegstaand vastgoed (maatschappelijk, commercieel en religieus) en kwaliteitsverbetering van de centra en de wijken. Uitbreidingen liggen idealiter bij de dorpen, daar zijn de meeste voorzieningen voor jong en oud. De ruimtelijke opgave is daarbij als volgt toegelicht: Van uitbreiding naar inbreiding: de tijd van grote groei is voorbij. De vraag naar grote uitbreidingswijken, zoals we die kenden tot voor de crisis, is verleden tijd. De nadruk komt te liggen bij kwaliteitsverbetering van bestaande stedelijk gebied. Een groot deel van de toekomstige woningvoorraad is nu al aanwezig. Logischerwijs dient de beleidsmatige aandacht vooral uit te gaan naar het vernieuwen en revitaliseren van de bestaande wijken. ‘Van uitbreiding naar inbreiding’: juist op plekken waar ruimte(n) vrijkomen liggen kansen. Dit ondersteunt ook de bestaande voorzieningen. De voorliggende ruimtelijke onderbouwing is bedoeld om, aansluitend op de ontwikkeling van het voormalige sportterrein van SEW. de realisatie van 12 woningen mogelijk te maken, waaronder 6 woningen voor starters, vier 2-onder-1-kap woningen en twee vrijstaande woonhuizen.
Dit ‘inbreidingsplan’ is derhalve in overeenstemming met de uitgangspunten / doelstellingen van de Structuurschets Westfriesland. □
Het Woonakkoord 2020-2025 regio Westfriesland en Provincie Noord-Holland
Het woonakkoord is gesloten tussen de provincie Noord- Holland en de bestuurlijke regio Westfriesland, zijnde de gemeenten Hoorn, Medemblik, Koggenland, Opmeer, Enkhuizen, Drechterland en Stede Broec. Het woonakkoord bestaat uit twee delen. In het eerste deel zijn de opgaven voor bouwen en wonen geformuleerd. De opgaven zijn in samenhang met andere opgaven bekeken, zoals mobiliteit en klimaat. Op basis van een gedeeld beeld van de opgaven worden in deel 2 samenwerkingsafspraken en acties benoemd. Hierbij worden ook marktpartijen betrokken.
9
Westfriesland is een woonregio met een gevarieerd aanbod van stedelijke en landelijke woonmilieus. De regio beschikt over knooppunten van openbaar vervoer die liggen in de omgeving van historische binnensteden en de nodige voorzieningen. Daarnaast beschikt de regio over unieke landschappen en een sterke economische structuur. Dit geheel maakt de regio tot een aantrekkelijk woongebied. Dit geeft extra druk bovenop de eigen woningbehoefte maar biedt met extra woningbouw ook kansen om een gezonde bevolkingssamenstelling te behouden. Dankzij de A7, N194, de nieuwe Westfrisiaweg / N23 en de A.C. de Graafweg is de regio Westfriesland in de basis goed bereikbaar. Uitgangspunt bij het invullen van de woningbouwopgave is binnenstedelijk en rond OV locaties bouwen. Voor een gevarieerd woonmilieu en het aanbieden van een complementair woningbouwprogramma maken buitenstedelijke plannen ook onderdeel uit van het woonakkoord. Conform de omgevingsvisie NH 2050 wordt de woningbouw vooral in of aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland. Ook de voorzieningen en leefbaarheid in kleinere kernen verdienen aandacht. De regio heeft tot doel om de inwoners van Westfriesland naar wens en tevredenheid te laten wonen en een breed scala aan woonwensen binnen de regio te realiseren.
De regio zet hiertoe in op: versnelling van de woningbouwopgave met een betaalbaar, aantrekkelijk en duurzaam woningaanbod voor iedere doelgroep; het op peil houden en uitbouwen van de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de bestaande voorraad; leefbaar en bereikbaar Westfriesland tot in de kern; onderscheidende en complementaire nieuwbouw producten; langer zelfstandig wonen bevorderen; werken met een flexibel kader dat de regio houvast biedt en ruimte laat voor marktinitiatieven. Burgemeester en wethouders van Medemblik hebben het Woonakkoord 2020-2025 regio Westfriesland en Provincie Noord Holland vastgesteld op 21 januari 2021. Het woonakkoord vervangt het Regionaal Actie Programma Wonen 2017-2020 (RAP), de bestaande regionale woningbouwprogrammering met het afwegingskader wonen Westfriesland blijven van toepassing,
Met betrekking tot de kwantitatieve bouwopgave blijft het uitgangspunt dat voorzien moet worden in de eigen woningbehoefte van de inwoners van de regio Westfriesland. De regionale taakstelling is vastgesteld met een bandbreedte van 850-1020 woningen per jaar. Het onderhavige project betreft zes woningen voor starters, twee 2-onder-1-kapwoningen en twee vrijstaande woningen in een omgeving met uitsluitend grondgebonden woningen. Met de functie en schaal van dit project is er geen sprake van een probleem met inpassing in de bestaande stedenbouwkundige structuur.
10
Een belangrijk onderdeel van deze planontwikkeling is de realisatie van 6 betaalbare starterswoningen. Voor deze categorie bestaat een hoge urgentie en hiermee wordt daaraan redelijk tegemoet gekomen aan het uitgangspunt, dat 60 % van de nieuwe woningen in een betaalbare categorie dient te vallen. Tenslotte voldoet het voorliggende initiatief ook aan het uitgangspunt om nieuwe woningen in principe binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren. Vastgesteld kan worden dat het onderhavige initiatief met 12 woningen voor het merendeel aansluit op de uitgangspunten van het woonakkoord Westfriesland. □
Afwegingskader Wonen Westfriesland 2021
Het ‘Afwegingskader Wonen Westfriesland 2021’ is vastgesteld door het portefeuillehoudersoverleg VVRE op 2 juli 2021. Dit betreft een actualisering op grond van het Woonakkoord Westfriesland 2020-2025. De regio Westfriesland geeft met het afwegingskader wonen en de regionale woningbouwprogrammering invulling aan de regionale ambitie (woonvisie en woonakkoord) en maakt hierbij een zorgvuldige afweging van woningbouwplannen (op basis van de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking). Daarnaast geeft de regio invulling aan provinciaal beleid van regionale afstemming, conform de provinciale omgevingsverordening. In het kader van laddermotivaties wordt verwezen naar 1. de onderbouwing van de criteria uit dit afwegingskader, 2. de regionale woningbouwprogrammering en 3. het bestuurlijk akkoord van de regio (in de VVRE) om aan te geven dat er regionaal is afgestemd. Het afwegingskader wonen bestaat uit twee onderdelen: De ‘Westfriese Basis’ en het ‘Westfries Vooruitdenken’. De ‘Westfriese Basis’ Deze basis vormt de minimumvereisten waaraan elk plan moet voldoen. De gemeenten spreken regionaal af dat een woningbouwplan alleen aan de basis voldoet, als het plan scoort op elk van de criteria. De onderhavige ontwikkeling met 12 woningen in Nibbixwoud, gemeente Medemblik staat niet in de lijst (nog geen planologische status) en moet als ‘zacht plan’ aangemerkt worden.
Het plan: ▪ past binnen de indicatieve regionale woningbehoefte / blijft binnen de gemeentelijke behoefte; ▪ ligt niet in een ‘krachtige kern’, maar valt dus in de gereserveerde 30% van de woningbouwplannen;. ▪ ligt in binnenstedelijk gebied;. ▪ de geplande woningen zijn: klimaatneutraal, klimaatadaptief, circulair en landschappelijk goed ingepast. Er wordt voldaan aan de voorwaarden die zijn weergegeven in de ‘Westfriese Basis’. Het ‘Westfries Vooruitdenken’ Met betrekking tot het ‘Westfries Vooruitdenken’ wordt met het plan ‘SEWannex-Nibbixwoud’ voldaan tenminste aan de ambities: ▪
met de 6 starterswoningen wordt een positieve bijdrage geleverd aan betaalbaar wonen
▪
met tenminste 5 woningen uitgevoerd als rollatorgeschikt, wordt een bijdrage geleverd aan langer zelfstandig wonen
▪
het plan draagt bij aan klimaatadaptie, een gezonde leefomgeving en verbetering van natuur en landschap
▪
het plan draagt bij aan de versnelling van de woningproductie in Westfriesland (wordt binnen 3 jaar uitgevoerd)
▪
het plan verhoogt de aantrekkelijkheid van Westfriesland als woonregio
Met deze 5 ambities wordt voldaan aan de uitgangspunten van Het Westfries Vooruitdenken.
11
3.4.
Gemeentelijk beleid
3.4.1. Structuurvisie Medemblik Van toepassing is de “Structuurvisie 2012-2022 ‘Sterke kust en sterk achterland’. De structuurvisie betreft een actualisatie en harmonisering van het beleid van de voormalige gemeenten Andijk, Medemblik en Wervershoof en bevat een beschrijving op hoofdlijnen van de te verwachten ruimtelijke ontwikkelingen voor de komende jaren. Daarbij worden de opgaven en ambities voor de komende tien jaar in beeld gebracht op het gebied van: regionale samenwerking, landschap en cultuurhistorie, wonen, voorzieningen en leefbaarheid, economie en bedrijvigheid, bereikbaarheid en ontsluiting, natuur en water en duurzaamheid. De titel van de structuurvisie verwijst naar de wens van de gemeente Medemblik om de kustlijn van Medemblik tot en met Andijk verder te ontwikkelen en het achterland te versterken. Andere belangrijke thema's zijn verbreding van de economie en het gezond houden van de leefbaarheid in alle kernen. Medemblik wil de komende jaren het vestigen in de gemeente zo aantrekkelijk mogelijk maken. Met oog voor realiteit stimuleert de gemeente dorpsvernieuwingen en geeft ruimte om nieuwe woningen te bouwen. Deze ruimte vult de gemeente als volgt in: Er zijn voldoende woningbouwlocaties aanwezig, waarbij de gemeente de vinger aan de pols houdt bij het op gang brengen van de ontwikkeling van de locaties.
Daarbij biedt de gemeente ruimte om programmatisch af te wijken van de oorspronkelijke plannen voor een locatie. In de afweging van de locaties vormt de herontwikkeling van de kwaliteitslocaties (dorpsvernieuwing) een belangrijke rol om verpaupering in de dorpen tegen te gaan. Het voorliggende initiatief is een binnenstedelijk inbrei-plan dat het kerngebied van Nibbixwoud versterkt en een logische aansluiting geeft op de recente ontwikkeling van het SEW-terrein. Hiermee kan dit planvoornemen gezien worden als passend in het vigerende gemeentelijk ruimtelijk beleid.
3.4.2
Generiek afwegingskader voor woningbouwinitiatieven 2022
□
Voorgeschiedenis
Op 9 oktober 2020 heeft de gemeenteraad van Medemblik het aangepaste ‘Generiek afwegingskader woningbouw - Voor initiatieven van 1 tot 100 woningen in alle kleine kernen’ vastgesteld. In 2021 is het afwegingskader Wonen Westfriesland 2021 vastgesteld. Met de vaststelling van dit nieuwe regionale afwegingskader is het generiek afwegingskader niet langer actueel. Daarom is het nodig om het generiek afwegingskader aan te passen aan het nieuwe regionale kader. Deze opdracht heeft geleid tot het Generiek afwegingskader voor woningbouwinitiatieven 2022. □
Opgave en doel
De opgave is om – als uitwerking van het regionale en lokale woonbeleid - de juiste woningen op de juiste plek te faciliteren. Het doel is om de woningbouwopgave te concretiseren en te versnellen. We streven naar financieel haalbare ontwikkelingen met een vraaggestuurd woningbouwprogramma en voldoende ruimtelijke kwaliteit. Dit samenhangend afwegingskader voor woningbouw, met een bijbehorende werkwijze, wordt hiervoor als extra instrument ingezet. Daarnaast bevat dit afwegingskader uitgangspunten voor nieuw beleid voor wonen in bijgebouwen en splitsing van hoofdgebouwen. Aan dergelijke initiatieven kon tot op heden geen medewerking worden verleend. Om aan dergelijke initiatieven meer ruimte te kunnen bieden, zullen deze uitgangspunten verder worden uitgewerkt in afzonderlijke beleidsregels. Tot die tijd kunnen voorkomende initiatieven alvast in de geest van deze uitgangspunten worden beoordeeld.
12 □
Uitgangspunten afwegingskader
Het afwegingskader geldt voor zowel de initiatiefnemers voor woningbouwplannen als voor de gemeente zelf. De uitgangspunten zijn als volgt: 1. Raad stuurt aan de voorkant, college werkt uit, raad toetst aan de achterkant 2. Dynamisch programmeren 3. Eén generiek kader voor alle initiatieven 4. De ‘ontwikkelingsdriehoek’ voor een integrale afweging 5. Algemeen geldende wetgeving en verordeningen zijn niet onderscheidend 6. Bestaande en vastgestelde beleidskaders in samenhang vertaald 7. Financieel kader: leges, plankostenscan en grondexploitatie 8. De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor participatie en draagvlak 9. Meer nadruk op een efficiënt voortraject en heldere werkwijze Voor een nadere toelichting op genoemde uitgangspunten en het afwegingskader *) wordt verwezen naar respectievelijk hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3 van het ‘Generiek afwegingskader’, dat integraal is opgenomen in Bijlage 7. *)
Het gemeentelijk afwegingskader is een doorwerking van het Regionaal afwegingskader Wonen Westfriesland (2021) (zie blz. 10).
□
Concluderende overweging
Het voorgestelde plan voor de 12 woningen is door de gemeente conform het afwegingskader besproken en beoordeeld. De nadere planvorming heeft in goed overleg tussen initiatiefnemer en gemeente geleid tot de voorliggende definitieve uitwerking.
3.4.3
Bestemmingsplan
De gronden zijn geregeld in het bestemmingsplan “Dorpskernen IV”, vastgesteld 29 september 2016. Op de gronden ligt de enkelbestemming “Wonen” (artikel 4).en de dubbelbestemming “Waarde - Archeologie 3” (artikel 28). Binnen de bestemming ‘Wonen” zijn ter plaatse geen bouwvlakken voorzien. Derhalve dient voor deze planontwikkeling te worden voorzien van een passende planologische regeling. Gekozen is voor een Omgevingsvergunning voor een afwijking van het bestemmingsplan.
afb. 5 a en 5 b
De planlocatie op de bestemmingsplankaart alsmede de kadastrale kaart
13 NB.:
Voor het gehele grondgebied van de gemeente geldt in principe het bestemmingsplan “Parapluplan Parkeren Medemblik”, vastgesteld 19 september 2019, maar daarin is tevens aangegeven, dat in geval nieuwe beleidsregels over parkeernormen worden vastgesteld, deze in de plaats treden van de beleidsregels, zoals in dit bestemmingsplan is opgenomen. Voor het voorliggende plan is derhalve de ‘Nota Parkeernormen Gemeente Medemblik 2021’ van toepassing (zie paragraaf 5.2).
Door de ontwikkeling van het SEW-terrein als woongebied vervallen de sportvelden. Daarbij voorzien de zeer diepe achtererven van de woningen aan de Ganker niet meer aan een belangrijke behoefte. Deze gronden hebben een woonbestemming en kunnen in samenhang met de ontwikkelingen op het SEW goed ontsloten worden. De geplande woningen kunnen dan ook gezien worden als een logische stedenbouwkundige en architectonische aansluiting op het nieuwe woongebied. Tenslotte beantwoordt dit project van 12 woningen, waaronder 6 starterswoningen, in voldoende mate aan de huidige behoefte, zoals hiervoor aangegeven in het ‘Generiek afwegingskader woningbouwinitiatieven 2022 en daarmee tevens aan het ‘Woonakkoord 2020-2025, regio Westfriesland en provincvie NoordHolland’. Hiermee is de stedenbouwkundige aanvaardbaarheid van het voorliggende initiatief ruimtelijke en planologisch voldoende aangetoond. Met het doorlopen van de planologische procedure voor een ‘Omgevingsvergunning voor een afwijking van het bestemmingsplan’ wordt het mogelijk de voorliggende ontwikkeling te realiseren
4.
Beeldkwaliteit
4.1.
Beeldkwaliteit als onderdeel van provinciaal ruimtelijk beleid
Gezien de ligging van de planlocatie in bestaand stedelijk gebied kan vastgesteld worden dat met dit aspect geen sprake is van een direct provinciaal belang. 4.2
De gemeentelijke welstandsnota
De gemeentelijke welstandsnota is gebaseerd op artikel 12a van de Woningwet en art. 9.1 tweede lid van de bouwverordening. Van toepassing is de herziening van 2019. In de nota zijn welstandscriteria voor gebied 11 van toepassing: ‘Recent en nieuw woongebied’. Sprake is van een ‘regulier’ welstandsgebied, waarvoor de nadruk ligt op het behoud van samenhang en afwisseling in de architectuur van de woningen.
afb. 6
De planlocatie in welstandsgebied 11 (lichtgeel)
14 Voor de naast gelegen ontwikkeling van de SEW-terreinen is een ‘Gebiedsvisie’ opgesteld, welke als toetsingskader voor de beoordeling van bouwplannen geldt. In de gemeentelijke welstandsnota is deze gebiedsvisie van toepassing verklaard. Een en ander heeft een speciale route doorlopen, waarbij de gebiedsvisie door de gemeenteraad is vastgesteld, evenals de aanpassing van de welstandsnota. Het lijkt voor de hand te liggen, dat voor het aspect welstand aansluiting wordt gezocht met de Gebiedsvisie SEW-terrein, maar gezien de beperkte omvang van de geringe uitwerkingsruimte bij onderhavige ontwikkeling van 12 woningen, wordt het praktischer geacht terug te grijpen op de reguliere gemeentelijke welstandsnota. Vastgesteld kan worden dat de stedenbouwkundige opzet en de architectonische uitwerking van het voorliggende plan aansluit op de Welstandsnota en goed past in de omgeving. Met het plan wordt aangesloten op de karakteristieke structuur van Nibbixwoud en op de ontwikkeling van het SEW-terrein.
5.
Milieubeperkingen en omgevingsaspecten
5.1
Milieu
5.1.0
Milieu effect rapportage (M.e.r.)
De Omgevingsvergunning voor een afwijking van het bestemmingsplann beoogt de mogelijkheid te bieden voor het realiseren van 12 woningen met de bijbehorende parkeervoorzieningen. Voor een activiteit dat is opgenomen in de zogenaamde D-lijst is een m.e.r.-rapportage een vereiste; voor een activiteit, die onder de drempelwaarde valt, dient een zgn. ‘vormvrije m.e.r.- beoordeling plaats te vinden. De realisering van 12 woningen valt in de D-lijst onder punt D-11.2 (de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject), maar valt onder de drempelwaarde. Aangetoond moet worden dat het uitgesloten is dat er belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn. Op 7 juli 2017 is het Besluit M.e.r. gewijzigd. Beoordeeld dient te worden of er een vormvrije M.e.r. beoordeling noodzakelijk is voor de bouw van de 12 woningen. Dit moet - afhankelijk van de aard en omvang van de ontwikkeling - in principe geschieden in de vorm van een ‘aanmeldingsnotitie’ (wordt in voorkomende gevallen zo nodig separaat aan de gemeente geleverd). In deze paragraaf wordt een beperkte toetsing M.e.r. gedaan: □
Kenmerken van het project
▪
Relatie met drempel D lijst
De realisering van 12 woningen valt in de D-lijst onder punt D-11.2 (de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject), maar valt onder de drempelwaarde. ▪
Cumulatie met andere projecten.
Nee ▪
Gebruik natuurlijke hulpbronnen
Gebruik bouwmaterialen tijdens de bouw en gebruik energie tijdens exploitatie. ▪
Productie afvalstoffen
Huishoudelijk afval, afvalwater ▪
Verontreiniging en hinder
Veroorzaakt uitstoot van CO2 en luchtverontreiniging, zowel door de woningen als door het extra autoverkeer (zie de bijlage Aeriusberekening) ▪
Risico voor ongevallen
Het project veroorzaakt geen risico voor derden.
15 □
Plaats van het project
▪
De aard en kwaliteit van de projectlocatie
De locatie is gelegen in de bebouwde kom van Nibbixwoud naast de woningbouwontwikkeling van het SEWterrein en op een deel van de achtererven van de bebouwing aan de Ganker. De directe omgeving is aan te merken als ‘overwegend woongebied’. Het is evident, dat de woonfunctie ter plaatse het meest doelmatig is. In de omgeving zijn geen functies aanwezig, die qua milieu onevenredige hinder opleveren voor de nieuwe woningen en omgekeerd zullen de nieuwe woningen geen nadelige invloed hebben op de exploitatiemogelijkheden van de aanwezige niet-woonfuncties. Zoals hiervoor vermeld, betreft de locatie een gedeelte van erven achter woningen. De gronden hebben geen bijzondere landschappelijke betekenis. De locatie is vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Er zijn voor het overige geen waarden aan het bouwterrein toe te kennen, die bescherming behoeven of noodzaken tot het nemen van bijzondere maatregelen. Er is bodemonderzoek gedaan; voor het toekomstig gebruik voor woningen zijn geen belemmeringen aanwezig. ▪
De omvang van het project
Het aantal woningen is beperkt en houdt in feite een relatief bescheiden toevoeging in van het omliggende gebied binnen de bebouwde kom van Nibbixwoud. De voorgestelde bouwvorm is qua dichtheid en schaal niet alleen geheel overeenkomstig de ontwikkeling van het SEW-gebied, maar tevens goed in verhouding met de bestaande woonbebouwing. ▪
Mogelijke schadelijke effecten van de functie
Er worden geen natuurlijke hulpbronnen gebruikt en geen afvalstoffen geproduceerd. Er is bij de woonfunctie geen sprake van verontreiniging van en hinder voor de omgeving en er is geen sprake van emissie van schadelijke stoffen. □
Kenmerken van het potentiële effect
▪
Bereik van het effect (geografisch en grootte getroffen bevolking)
Potentiële effecten zullen uitsluitend lokaal optreden; er zijn geen regionale of landsgrensoverschrijdende effecten. ▪
Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect
Verbruik van bouwmaterialen is eenmalig. Overige effecten zijn permanent. ▪
Verwerking afval en productie
CO2 en luchtverontreiniging kan met nieuwe technologie op termijn worden verminderd. Hiermee is in voldoende mate aangetoond dat het uitgesloten is, dat er belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn naar aanleiding van het realiseren van 12 woningen op de betreffende locatie. 5.1.1
Bodem en grondwater
Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient in geval van ruimtelijke ontwikkelingen aan te worden getoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. Ter plaatse van locaties die verdacht worden van bodemverontreiniging moet verkennend bodemonderzoek uit worden gevoerd. □
Verkennend bodemonderzoek
Door het bureau MANN (Milieu advies Noord-Nederland) is een verkennend bodemonderzoek gedaan. De bevindingen zijn neergelegd is een rapportage d.d. 12 januari 2022, rapportnummer 2021.283rapport.01.
16 Op basis van de uitkomsten van het onderzoek behoeven er vanuit milieuhygiënisch oogpunt vermoedelijk geen beperkingen te worden gesteld aan het toekomstige gebruik van de locatie waarbij nieuwbouwwoningen worden gerealiseerd. Dit dient echter in overleg met het bevoegd gezag te worden vastgesteld. De paragraaf 5 ‘Conclusie’ uit het bodemonderzoeksrapport is weergegeven in Bijlage 4. Het integrale rapport zal bij de digitale levering als Bijlage B aan de stukken worden toegevoegd
5.1.2
Watertoets
Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) hanteert voor de toename van het verharde oppervlak een grens van 800 m2, waarboven compensatie met wateroppervlak noodzakelijk is. Watercompensatie Gezien het feit, dat de locatie vrijwel geheel onverhard is, dient een berekening gemaakt te worden hoeveel aan watercompensatie nodig is en waar dit in welke vorm wordt gerealiseerd. Oppervlakte projectgebied: 2536 m2 Verharding woningen, inclusief paden, terrassen en bijgebouwen: 1268 m2 Verharding wegen en parkeren: 580 m2 Totaal verharding x 10% watercompensatie = 185 m2 In de zuidwestelijke hoek is aan de in de SEW-ontwikkeling geprojecteerde waterpartijpartij naast de langzaamverkeersverbinding een strook van 194 m2 wateroppervlak toegevoegd. Bij de nieuwbouw zullen geen materialen worden toegepast, welke een verontreinigende werking hebben op hemelwater en/of grondwater en de afvoer van hemelwater vindt gescheiden plaats ten opzichte van het riool.
5.1.3
Bedrijven en milieuzonering
Een goede ruimtelijke ordening houdt onder andere het voorkomen van voorzienbare hinder door milieubelastende activiteiten in. Zo zorgt milieuzonering er voor dat een nieuw bedrijf (of uitbreiding van bedrijvigheid) een passende locatie ten opzichte van woningen kan krijgen. Hiermee wordt zoveel mogelijk hinder bij woningen en andere gevoelige functies voorkomen of beperkt. Ook heeft het tot doel dat een nieuwe woning of uitbreiding van bestaande woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Hiermee wordt aan bedrijven voldoende zekerheid geboden over het uitoefenen van hun activiteiten. De omgeving van de te realiseren woningen is woongebied. Op ca 150 meter ten westen van het plangebied bevindt zich een hoveniersbedrijf en ca. 150 meter ten zuiden van de planlocatie is een voormalige meubelmakerij aanwezig, nu alleen voor opslag gebruikt.. De nieuwe woningen zullen van deze bedrijvigheid geen hinder ondervinden. Verder zijn er in de wijde omtrek geen bedrijven aanwezig die onevenredige hinder veroorzaken en als zodanig afbreuk doen aan een aanvaardbaar woonmilieu. Omgekeerd zal het realiseren van de woningen geen belemmering betekenen voor de exploitatie van aanwezige bedrijven.
Met betrekking tot de aanwezigheid van de tennisbanen kan opgemerkt worden dat aldaar rondom reeds woningen aanwezig en geprojecteerd zijn in het ontwikkelingsplan SEW-terrein. Voor het realiseren van de voorliggende nieuwe woningen op een afstand van 75 meter en meer zijn geen belemmeringen aanwezig 5.1.4
Wegverkeerslawaai
De woonfunctie is een geluidsgevoelige functie. De Wgh bepaalt dat de ‘geluidsbelasting’ op gevels van woningen en andere geluidgevoelige objecten niet hoger mag zijn dan een in de wet bepaalde norm (48 dB - ‘voorkeurswaarde’). Langs wegen en straten bevinden zich als gevolg van de Wet geluidhinder geluidszones. Uitzondering hiervan zijn woonerven en 30 km/u-gebieden. De voorliggende planlocatie zal aansluiten op het ontwikkelingsplan SEW-terrein, waar voor de woonstraten het 30-km-regime van toepassing zal zijn.
17
Onderzoek in het kader van de wet geluidhinder naar de geluidbelasting als gevolg van de aanwezige straten is daarom niet nodig, maar wel dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening een afweging te worden gemaakt of sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De betreffende ontsluitingsstraat - overigens dood loopt - zal uitsluitend gebruikt worden door bestemmingsverkeer, waardoor de geluidsbelasting beperkt is en derhalve sprake is van een goed woon- en leefklimaat, zodat geconcludeerd kan worden dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Een akoestisch onderzoek naar geluidhinder ten gevolge van wegverkeer is niet noodzakelijk. Het nieuwbouwplan gaat uit van een goede isolatie en het toepassen van dubbel glas, zodat sprake zal zijn van een goed intern woon- en leefklimaat. 5.2
Verkeersaspecten
Verkeersbewegingen De ontsluitingsstraat voor de 12 nieuwe woningen gaat deel uitmaken van het stratenstelsel van de ontwikkeling op het SEW-terrein. Het aantal verkeersbewegingen in de nieuwe situatie wordt gesteld op 7 per woning per etmaal. Dit betekent maximaal 84 verkeersbewegingen per etmaal. Dit is een verantwoorde toename van de verkeersbewegingen op het SEW-terrein. Parkeervoorziening. Van toepassing is de ‘Nota Parkeernormen Gemeente Medemblik 2021’. Voor de berekening van de parkeerbehoefte wordt de tabel uit Bijlage II van de nota gehanteerd.
.
18
Derhalve: parkeerbehoefte starters huur
6 x 1,4 =
parkeerbehoefte vrijstaand
2 x 2,3 =
4 eigen terrein - 0,6
“
“
parkeerbehoefte 2-kappers
4 x 2.2 =
8 eigen terrein - 1,2
“
“
totaal
-
10
8,4
10,2
openbaar gebied
afgerond 11 P’s
In verband met de watercompensatie zijn ter plaatse 5 parkeerplaatsen in het openbaar gebied vervallen. Het totaal te realiseren parkeerplaatsen in openbaar gebied is derhalve 15,2 In het inrichtingsplan zijn 9 parkeerplaatsen in een parkeerkoffer aangegeven en 6 parkeerplaatsen langs de weg. Er is een correctie (afronding naar beneden) van 0,2 plaatsen aanvaardbaar i.v.m. met een overmaat in de SEW-ontwikkeling. Hiermee wordt voldaan aan de parkeerbehoefte.
5.3
Luchtkwaliteit
Bij ontwikkelingen is in algemene zin onderzoek nodig naar de bestaande luchtkwaliteit en de effecten, die de realisatie van die ontwikkelingen daarop zal hebben. Op 15 november 2007 is de “Wet Luchtkwaliteit” (Stb.2007,434) in werking getreden en vervangt het “Besluit Luchtkwaliteit 2005”. Deze wet voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Een project draagt ‘in niet betekenende mate’ bij aan de luchtverontreiniging als de 3%-grens niet wordt overschreden. De 3%-grens is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2.
Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe ‘Wet Luchtkwaliteit’ geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als: ▪ er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; ▪ een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; ▪ een project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtkwaliteit; ▪ een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in werking treedt nadat de EU derogatie heeft verleend. Het realiseren van 12 woningen kan geacht worden te voldoen aan in ieder geval de drie eerstgenoemde voorwaarden. Conclusie Er zijn in het kader van de Wet Luchtkwaliteit geen belemmeringen voor de realisering van het voorliggende bouwinitiatief. Met betrekking tot de stikstofdepositie wordt verwezen naar paragraaf 5.7.
5.4
Externe veiligheid
Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening gehouden te worden met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Dit betreft opslag, transport van gevaarlijke stoffen over de weg, over water en over het spoor. Op de ‘Risicokaart’ van Noord-Holland zijn voor de planlocatie en directe omgeving geen risicovolle inrichtingen aangegeven (zie afb. 6).
19
afb. 7
De planlocatie
op de risicokaart Noord-Holland.
Meer dan 1000 meter ten zuidwesten van de planlocatie zijn twee inrichtingen aangegeven. Dit betreft de familiecamping ‘De Molenwurf’ en het zwembad. Beide inrichtingen zijn geen belemmering voor de realisering van de woningen op de planlocatie. Ook de gasleiding op meer dan 1000 meter ten noordoosten van de planlocatie levert geen belemmeringen op. 5.5
Leidingen
Op de precieze planlocatie zijn geen leidingen aanwezig. 5.6
Cultuurhistorie / Archeologie
Archeologie West-Friesland heeft een Archeologische Quick-scan uitgevoerd voor het plangebied. De bevindingen zijn neergelegd in het advies 21274 van 15 december 2021 (Bijlage 1) Het advies luidt, dat voor bodemroerende plannen kleiner dan 1000 m2 nader onderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg niet noodzakelijk is. De voorliggende ontwikkeling bestaat uit 12 woningen, waar voor de bodemroerende activiteiten een omvang hebben van ca. 700 m2. Het project is daarmee vrijgegeven. 5.7
Natuurwaarden / Habitatrichtlijn-Vogelrichtlijn / Flora en Fauna
Door Bureau Endemica BV.is een Omgevingsscan Flora & Fauna opgesteld. De bevindingen zijn neergelegd in de rapportage van 28 januari 2022, rapportnummer ER-22.002. In de rapportage worden successievelijk o.a. de volgende zaken behandeld: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Nationaal natuurbeleid - Gebiedbescherming / Natura 2000-gebieden Provinciaal natuurbeleid - Provinciaal beschermd landschap Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gemeentelijk groenbeleid / Gedragscode Stadswerk Stikstof berekening Aanwezigheid beschermde planten- en diersoorten
De ‘Conclusies en aanbevelingen’ zijn als volgt: De voorgenomen ingreep heeft geen invloed op Natura 2000-gebieden of gebieden behorende tot het Natuur Netwerk Nederland, Bijzonder Provinciaal Landschap of Ganzenfoerageergebied.
20 Naar aanleiding van de voorgenomen ingreep vindt geen verhoogde stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelige habitats van omliggende Natura 2000-gebieden. In de QuickScan Flora en Fauna is vastgesteld de aanwezigheid van volgende (laag of zwaar) beschermde planten- of diersoorten en hun desbetreffende beschermde functie/habitat niet uit te sluiten is in het plangebied: • Laag beschermde, grondgebonden zoogdieren zoals de Egel en muissoorten. • Algemene broedvogels zoals: Pimpelmees, Boomkruiper, Putter etc. • Jaarrond beschermde nesten van vogels namelijk: de Ransuil *) De paragraaf 7 ‘Conclusie en aanbeveling’ is weergegeven in Bijlage 2. De integrale ‘OmgevingsScan Flora een Fauna’ wordt als separate Bijlage A toegevoegd aan het bestemmingsplan bij de digitale levering ten behoeve van de publicatie op ruimtelijkeplannen.nl. *) Bij nader onderzoek is gebleken dat door de storm het eerder waargenomen nest de boom is gewaaid. Dit is een natuurlijke oorzaak Evenmin was tijdens het bezoek de ransuil bij de bomen aanwezig. Er is dus geen sprake meer van een (mogelijk) aanwezig jaarrond beschermd nest. □
Aerius-berekening
Endemica B.V. heeft tevens de Aerius-berekeningen uitgevoerd. Deze hebben geen depositieresultaten opgeleverd boven 0.00 mol/ha/jr. De complete aerius-berekeningen is opgenomen in Bijlage 3.
5.8
Duurzaamheidsaspecten
Algemeen Duurzaam bouwen vertaalt zich in de zorg voor het milieu, zoals het energiezuinig bouwen, het bevorderen van zonne-energie, duurzaam materiaal gebruik en gescheiden afvalverwerking. Het voorliggende bouwplan zal uitgevoerd worden conform de richtlijnen van het 'Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen'. De Omgevingsdienst Noord-Holland Noord heeft in dit kader het volgende opgemerkt: “Nieuwbouw biedt kansen voor energiebesparing en –opwekking. Alle inwoners uit Noord-Holland-Noord kunnen voor vragen en onafhankelijk advies over duurzaam (ver)bouwen, energiebesparing of energie opwekken, maar ook over het nieuwe energielabel voor woningen, terecht bij het Duurzaam Bouwloket. De gemeenten zijn hiervoor een samenwerking aangegaan; zie www.duurzaambouwloket.nl”. □
Uitgangspunten initiatiefnemer
Voor de woningen geldt de standaard BENG + warmtepomp-installatie. Er zal overal vloerverwarming worden toegepast, aangevuld met een extra elektrische radiator in de badkamer.
21
6.
Uitvoerbaarheid
Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een plan. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid. Het voorliggende plan btreft de nieuwbouw van 12 woningen. □
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg Op grond van in het artikel 3.1.1 van het Bro voorgeschreven overleg wordt het ontwerp van het bestemmingsplan toegezonden aan de volgende instanties en belangengroeperingen: Provincie Noord-Holland Archeologie Westfriesland Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Omgevingsdienst Noord Holland-Noord Rijkswaterstaat West-Nederland Noord Veiligheidsregio Noord-Holland Noord
Tervisielegging ontwerp omgevingsvergunning De ontwerp omgevingsvergunning, voor wat betreft de activiteit grote planologische afwijking, zal na publicatie voor 6 weken ter inzage worden gelegd. De zienswijzen worden door het bevoegd gezag (in dit geval burgemeester en wethouders) in de besluitvorming meegenomen. Verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad Volgens artikel 6.5, eerste lid van het Besluit omgevingsrecht is, wanneer het college het voornemen heeft een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder 3, onder a van de Wabo te verlenen, een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad vereist. De gemeenteraad kan op grond van artikel 6.5, derde lid van het Besluit omgevingsrecht bepalen dat in bepaalde gevallen zo’n verklaring niet is vereist. □.
Economische uitvoerbaarheid
Planschaderisico Het bouwplan betreft een particulier initiatief. De bouwkosten zijn geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Met betrekking tot het planschade-risico en de plankosten is tussen gemeente en initiatiefnemers een anterieure overeenkomst gesloten. □
Overleg met de buurt
Rond de planlocatie is bij omwonenden (bewoners aan ‘’Het Woud’, ‘De Woudhoek’, ‘Ganker’, ‘De Onderneming’) informatie over het plan in de bus gedaan. De reacties waren overwegend positief; enkele reacties gaven aanleiding voor een nader toelichting en overleg. Naar aanleiding van het nadere overleg zijn er geen verdere bezwaren tegen de planontwikkeling.
In Bijlage 6 zijn de informatiebrief en een weergave van het nadere overleg opgenomen. Bd 06-03-2023
1
BIJLAGE 1
2
3
4
5
6
7
8
9
1
BIJLAGE 2 Conclusie een aanbeveling Omgevingsscan Flora en Fauna --------------------------------------------------------------------------------------
2
2
Indien buiten het broedseizoen wordt gewerkt is voor algemene broedvogels ontheffing Wet natuurbescherming niet noodzakelijk. Indien binnen het broedseizoen wordt gewerkt dient vooraf vastgesteld worden dat er geen vogels aan het broeden zijn binnen de verstoringsafstand van de voorgenomen werkzaamheden
3
1
BIJLAGE 3 Aeriusberekening ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -----------------------
2
3
4
1
BIJLAGE 4 Paragraaf 5 ‘Conclusie’ uit het verkennend bodemonderzoek ----------------------------------------------------------------------------------------------------------
1
BIJLAGE 5 Besluitkaart
1
BIJLAGE 6
2
1
BIJLAGE 7
2
3
4
5
Dat bijvoorbeeld een woningbouwplan zich – ruimtelijk gezien – niet op de meest gewenste locatie bevindt, wil nog niet zeggen dat dit plan op basis van alléén dit gegeven een negatieve beoordeling krijgt.
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
worden ingezet.
30