03 DOC-24-807849 - Was/wordt-lijst statutenwijziging
Tekst van het document
Was/wordt lijst Stichting Allure Was Nieuw artikel toegevoegd Artikel 4 Organen Toevoeging
Raad van Toezicht Artikel 5 Samenstelling van de Raad van Toezicht Toevoeging
Nieuw artikel toegevoegd
Wordt Afdeling A, Algemeen Artikel 1: Begripsbepalingen Afdeling B, Organisatie Artikel 5: Organen 2. De stichting kent, buiten de in het eerste lid genoemde organen, geen andere organen die namens de stichting kunnen handelen of zeggenschap kunnen uitoefenen, behoudens personen die daartoe op basis van een nadrukkelijke volmacht door het college van bestuur of de raad van toezicht worden aangewezen. 3. Het college van bestuur en de raad van toezicht, alsmede de leden van deze organen, richten zich bij de vervulling van hun taak primair op de stichting en de daarvan uitgaande scholen. De in de vorige volzin genoemde organen en personen richten zich voorts op het algemeen en maatschappelijk belang dat het openbaar onderwijs heeft en de positie die dit onderwijs in de samenleving inneemt. Hoofdstuk B1, De raad van toezicht Artikel 6: Samenstelling en benoeming van de Raad van Toezicht 3. De benoeming van alle leden van de raad van toezicht geschiedt met inachtneming van een door de raad van toezicht vastgestelde en openbaar gemaakte profielschets waarin de noodzakelijke competenties van de raad van toezicht en de afzonderlijke leden van de raad van toezicht worden beschreven. 5. De raad van toezicht neemt van elk lid van de raad van toezicht in een register op welk orgaan verantwoordelijk is voor de voordracht van het betreffende lid. 6.
De leden van de raad van toezicht kunnen voor hun werkzaamheden een beloning ontvangen. De hoogte hiervan wordt vastgesteld door de raad van toezicht en is ten hoogste gelijk aan het bedrag dat door de brancheorganisatie van toezichthouders in het onderwijs is vastgesteld of geadviseerd. De hoogte van de beloningen wordt in het jaarverslag opgenomen. Hoofdstuk B1, De raad van toezicht Artikel 7: Benoemingsvereisten en onverenigbaarheden voor leden van de raad van toezicht 1. Een persoon kan slechts in de raad van toezicht worden benoemd, indien hij voorafgaande aan zijn benoeming schriftelijk verklaart de doelstelling te zullen bevorderen en de openbare grondslag van de stichting te respecteren. 2. Een persoon kan voorts slechts in de raad van toezicht worden benoemd indien hij, voorafgaande aan zijn benoeming, een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, heeft overgelegd aan de raad van toezicht. 3. De volgende personen kunnen niet in de raad van toezicht worden benoemd: a. personen die in enige hoedanigheid bij de stichting werkzaam zijn; b. personen die deel uitmaken van een medezeggenschapsraad van een school van de stichting of de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad binnen de stichting; c.
echtgenoten, geregistreerde partners of andere personen die een duurzame relatie onderhouden met een persoon bedoeld in sub a. of sub b. d. personen die leveranties doen of diensten verrichten ten behoeve van de stichting of een van de stichting uitgaande school. e. personen die in de eerste of tweede graad bloed- of aanverwant zijn aan een andere persoon in de raad van toezicht. f. personen die zitting hebben in een college van burgemeester en wethouders of lid zijn van de gemeenteraad, in beide gevallen van een gemeente waarin de stichting openbare scholen in stand houdt; of g. personen die een andere functie of hoedanigheid bekleden waarvan de bekleding redelijkerwijs leidt tot vermenging van belangen met de belangen van de stichting of tot aantasting van de goede naam en eer van de stichting; h. personen voor wie op grond van de code voor goed bestuur en de daarin genoemde uitgangspunten een onmogelijkheid tot benoemen geldt, anders dan hierboven genoemd bij sub a. tot en met sub g.
Raad van Toezicht Artikel 5 Samenstelling van de raad van Toezicht Wijziging artikel en toevoeging artikel. Artikel 5.5: De Raad van Toezicht kan, onder opgave van redenen en met een meerderheid van stemmen, besluiten een lid van de raad van Toezicht te schorsen of ontslaan. Een schorsing eindigt indien deze niet binnen twee maanden wordt gevolgd door ontslag. Nieuw artikel toegevoegd.
College van Bestuur
4. Indien een lid in de raad van toezicht is benoemd en er doet zich nadien een feit of omstandigheid voor die op grond van het derde lid een onverenigbaarheid voor benoeming oplevert, doet dit lid hiervan onverwijld mededeling aan de raad van toezicht. De raad van toezicht besluit alsdan tot beëindiging van de benoeming als lid van de raad van toezicht. Van het bepaalde in de vorige volzin kan gemotiveerd worden afgeweken. Indien hiervan wordt afgeweken, wordt hiervan schriftelijk mededeling gedaan aan het betreffende lid, onder opgave van de redenen die tot deze afwijking hebben geleid. De overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen worden door de raad van toezicht schriftelijk vastgelegd Hoofdstuk B1, De raad van toezicht Artikel 9: Schorsing van leden van de raad van toezicht 3. Een schorsing die niet binnen zes maanden wordt gevolgd door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn. 4. Een besluit tot schorsing van een lid van de raad van toezicht wordt niet eerder genomen dan nadat het betreffende lid in de gelegenheid is gesteld om zich tegen het voornemen daartoe, desgewenst juridisch bijgestaan, te verweren
Hoofdstuk B1, De raad van toezicht Artikel 12: Ontstentenis of belet van leden van de raad van toezicht 1. In geval van ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht wordt of worden door de colleges van B&W binnen vier weken een of twee beletfunctionarissen aangewezen. Indien de colleges van B&W niet binnen de in de vorige volzin genoemde termijn ten minste één beletfunctionaris hebben benoemd, kan iedere belanghebbende bij de stichting bij de rechtbank van het arrondissement waarin de stichting gevestigd is een verzoek indienen tot het benoemen van een beletfunctionaris. 2. In het geval er niet meer dan twee leden van de raad van toezicht zijn die niet verhinderd zijn wegens belet of ontstentenis, zal de raad van toezicht een beletfunctionaris aanwijzen, of aan de colleges van B&W verzoeken een beletfunctionaris aan te wijzen. Indien de raad van toezicht een beletfunctionaris aanwijst, doet hij hiervan schriftelijk mededeling aan de colleges van B&W. 3. In geval van ontstentenis van alle leden van de raad van toezicht heeft de beletfunctionaris bedoeld in het vorige lid, naast de uitoefening van de taken van de raad van toezicht, de taak op zo kort mogelijke termijn een nieuwe raad van toezicht samen te stellen, die voldoet aan de bepalingen van de wet, deze statuten en de daarbij behorende reglementen. 4.
Van belet van een lid van de raad van toezicht is in elk geval sprake indien dat lid wegens: a. schorsing; b. ziekte langer dan acht weken; of c. onbereikbaarheid, langer dan acht weken, tijdelijk niet bevoegd of in staat is de aan hem bij of krachtens de wet, deze statuten of reglementen van de stichting toegekende taken of bevoegdheden uit te oefenen. De raad van toezicht kan in het bestuurs- en toezichtsreglement nadere regels ter zake stellen. Indien het betreft het belet van het laatste in functie zijnde lid van de raad van toezicht, bedraagt de termijn, hierboven genoemd onder sub b. en sub c, vier weken. 5. Een raad van toezicht, die wegens belet of ontstentenis van een of meerdere, doch niet alle, leden van de raad van toezicht onvolledig is, behoudt alle bevoegdheden die de raad van toezicht heeft. Hoofdstuk B2, het college van bestuur Artikel 13: Samenstelling en benoeming van het college van bestuur
Artikel 9: Benoeming, schorsing en ontslag Toevoeging
Nieuw artikel toegevoegd
College van Bestuur Artikel 8 Benoeming, schorsing en ontslag Toevoeging
College van Bestuur Artikel 8 Benoeming, schorsing en ontslag
2. Elk lid van het college van bestuur wordt door de raad van toezicht benoemd op basis van een door de raad van toezicht vastgesteld en vooraf openbaar gemaakt functieprofiel en met inachtneming van de door de raad van toezicht vast te stellen wervings- en selectieprocedure. 6. Een lid van het college van bestuur dient van nevenfuncties, bezoldigd of onbezoldigd, onverwijld schriftelijk opgaaf te doen aan de raad van toezicht, onder vermelding van aard, omvang en de hoogte van de eventuele beloning, vergoeding of honorarium. Indien de raad van toezicht van mening is dat een door een lid van het college van bestuur vervulde nevenfunctie strijdig kan zijn met de belangen van de stichting, geeft de raad van toezicht hiervan schriftelijk kennis aan het betreffende lid, dat vervolgens de betreffende nevenfunctie onverwijld beëindigt Hoofdstuk B2, het college van bestuur Artikel 14 Benoemingsvereisten en onverenigbaarheden voor leden van het college van bestuur 1. Een persoon kan slechts tot lid van het college van bestuur worden benoemd, indien hij voorafgaande aan zijn benoeming schriftelijk verklaart de doelstelling te zullen bevorderen en de openbare grondslag van de stichting te respecteren. 2.
Een persoon kan voorts slechts in het college van bestuur worden benoemd indien hij, voorafgaande aan zijn benoeming, een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, heeft overgelegd aan de raad van toezicht. 3. De volgende personen kunnen niet tot lid van het college van bestuur worden benoemd: a. personen die deel uitmaken van een medezeggenschapsraad van een school van de stichting of de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad binnen de stichting; b. personen die leveranties doen of diensten verrichten ten behoeve van de stichting of een van de stichting uitgaande school. c. echtgenoten, geregistreerde partners of andere personen die een duurzame relatie onderhouden met een persoon bedoeld in sub a. of sub b. d. personen die in de eerste of tweede graag bloed- of aanverwant zijn aan een andere persoon in het college van bestuur of in de raad van toezicht. e. personen die lid zijn van de raad van toezicht van de stichting of dat op enig moment in een periode van vier jaar voorafgaand aan de benoeming zijn geweest; f. personen die zitting hebben in een college van burgemeester en wethouders en/of lid zijn van de gemeenteraad van een gemeente waarin de stichting openbare scholen in stand houdt; of g.
personen die een andere functie of hoedanigheid bekleden waarvan de bekleding redelijkerwijs leidt tot vermenging van belangen met de belangen van de stichting of tot aantasting van de goede naam en eer van de stichting; h. personen voor wie op grond van de code voor goed bestuur en de daarin genoemde uitgangspunten een onmogelijkheid geldt tot benoemen, anders dan hierboven genoemd bij sub a, sub b, sub c, of sub d. Hoofdstuk B2, het college van bestuur Artikel 16: Schorsing van leden van het college van bestuur 2. Een schorsing die niet binnen zes maanden wordt gevolgd door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn. 3. Indien een lid van het college van bestuur wordt geschorst in diens hoedanigheid van statutair bestuurder, is hij tegelijkertijd geschorst in zijn hoedanigheid als hoogste leidinggevende van de werkorganisatie. Indien een lid van het college van bestuur wordt geschorst in zijn hoedanigheid van hoogste leidinggevende van de werkorganisatie, is hij tegelijkertijd geschorst in zijn hoedanigheid van statutair bestuurder. 4. Een besluit tot schorsing van een lid van het college van bestuur wordt niet eerder genomen dan nadat het betreffende lid in de gelegenheid is gesteld om zich tegen het voornemen daartoe, desgewenst juridisch bijgestaan te verweren.
Hoofdstuk B2, het college van bestuur Artikel 17 Ontslag van leden van het college van bestuur
Toevoeging
Nieuw artikel toegevoegd.
College van Bestuur Artikel 12 Bevoegdheden Toevoeging
College van Bestuur Artikel 16 Vertegenwoordiging Toevoeging Raad van Toezicht Artikel 7 Vergaderingen Toevoeging
2. Indien een lid van het college van bestuur wordt ontslagen als statutair bestuurder, wordt hij tevens ontslagen als hoogste leidinggevende van de werkorganisatie. Als een lid van het college van bestuur wordt ontslagen als hoogste leidinggevende van de werkorganisatie, geldt dat ontslag tevens zijn hoedanigheid als statutair bestuurder. Hoofdstuk B2, het college van bestuur Artikel 19 Ontstentenis of belet van het volledige college van bestuur 1. In geval van ontstentenis of belet van het college van bestuur, berusten de bestuurstaken en de hoogste leiding van de werkorganisatie tijdelijk bij één of meer door de raad van toezicht, niet uit diens midden, aan te wijzen beletfunctionaris(sen). 2. De raad van toezicht is bevoegd om bij de aanwijzing van een persoon of personen als bedoeld in het vorige lid af te wijken van het bepaalde in artikel 13 lid 5. Indien een dergelijke afwijking plaats vindt, sluit de raad van toezicht met de aangewezen persoon of personen een overeenkomst van opdracht. 3. Van belet van het college van bestuur is in elk geval sprake indien alle leden of het enige lid wegens: a. schorsing; b. ziekte langer dan vier weken; of c. onbereikbaarheid, langer dan vier weken, tijdelijk niet bevoegd of in staat is of zijn om de aan hem of hen bij of krachtens de wet, deze statuten of reglementen van de stichting toegekende taken of bevoegdheden uit te oefenen.
De raad van toezicht kan in het bestuurs- en toezichtsreglement nadere regels stellen ter zake stellen. 4. Het college van bestuur blijft bestuursbevoegd indien dit college uit meerdere leden bestaat en er is sprake van ontstentenis of belet van één van deze leden Afdeling C, Taken en bevoegdheden Artikel 21: Taken en bevoegdheden van het college van bestuur 2. Het college van bestuur benoemt, schorst en ontslaat de personeelsleden van de stichting. 3e. uitgaven die niet in de begroting zijn opgenomen en het bedrag overschrijden dat daartoe door de raad van toezicht wordt vastgesteld. 3f. het aangaan van geldleningen ten bedrage van meer dan vijftigduizend euro (€ 50.000 --). 3i. het aangaan, wijzigen en verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon of organisatie indien deze samenwerking van ingrijpende betekenis is voor de stichting. 3j. juridische fusie, (af)splitsing of omzetting van de stichting. 3m. het oprichten van een andere rechtspersoon, alsmede de vaststelling of wijziging van diens statuten, voor zover het college van bestuur daartoe bevoegd is; 3n. de meerjarenbegroting en de jaarbegroting van de stichting; 3o. het jaarverslag van de stichting, waaronder begrepen het bestuursverslag en de jaarrekening; 3p. het meerjarenbeleidsplan of koersplan van de stichting; 3q.
het doen van een verzoek aan de belastingdienst om aangewezen te worden als algemeen nut beogende instelling (ANBI), of een verzoek tot het beëindigen van een dergelijke aanwijzing Afdeling C, Taken en bevoegdheden Artikel 22 Vertegenwoordigingsbevoegdheid Indien het college van bestuur uit meerdere leden bestaat is ieder lid van dit college zelfstandig bevoegd de stichting te vertegenwoordigen. AFDELING D, VERGADERINGEN, BERAADSLAGING EN BESLUITVORMING Hoofdstuk D1, de raad van toezicht Artikel 23 Vergaderingen van de raad van toezicht 2. De oproep voor een vergadering geschiedt schriftelijk door of namens de voorzitter van de raad van toezicht, ten minste zeven dagen vóór de vergadering zal worden gehouden. De oproep bevat een opgave van de onderwerpen, die ter vergadering in behandeling zullen komen en is voorzien van de daarbij horende stukken. Over niet in de
Nieuw artikel toegevoegd.
Raad van Toezicht Artikel 6 Taken en bevoegdheden van de Raad van Toezicht Toevoeging
Nieuw artikel toegevoegd.
Nieuw artikel toegevoegd.
Artikel 17 Financiën en verslaglegging Toevoeging
Artikel 18 Statutenwijziging en ontbinding Toevoeging
Artikel 18 Statutenwijziging en ontbinding Toevoeging.
oproep vermelde onderwerpen kunnen geen besluiten genomen worden, tenzij alle leden van de raad van toezicht aanwezig zijn en het betreffende besluit met algemene stemmen wordt genomen Hoofdstuk D1, De raad van toezicht Artikel 24 Beraadslaging door de raad van toezicht 1. Een lid van de raad van toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming in de raad van toezicht over een aangelegenheid waarbij dit lid een persoonlijk belang heeft dat direct of indirect tegenstrijdig is met het belang genoemd in artikel 5 lid 3 van deze statuten. 2. Indien de raad van toezicht, als gevolg van het bepaalde in het vorige lid, geen besluit kan nemen, neemt hij dit besluit toch, onder vastlegging van alle overwegingen die aan dit besluit ten grondslag liggen. Hoofdstuk D1, De raad van toezicht Artikel 25: Besluitvorming van de raad van toezicht 3. Ieder lid van de raad van toezicht heeft één stem. 8. Het in een vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter of bij diens afwezigheid de vicevoorzitter omtrent de uitslag der stemming is beslissend, tenzij onmiddellijk na het uitspreken van het hiervoor bedoelde oordeel de juistheid ervan wordt betwist. Wanneer een meerderheid van de raad van toezicht dat wenst, vindt een nieuwe stemming plaats.
Hoofdstuk D2, Het college van bestuur Artikel 26 Vergaderingen en beraadslaging van het college van bestuur indien er meerdere leden zijn 1. Indien het college van bestuur uit meerdere leden bestaat, vergadert het college met regelmatige tussenpozen. In het bestuurs- en toezichtsreglement kunnen terzake nadere regels worden gesteld. 2. Een lid van het college van bestuur neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming in het college van bestuur over een aangelegenheid waarbij dit lid een persoonlijk belang heeft dat direct of indirect tegenstrijdig is met het belang genoemd in artikel 5 lid 3 van deze statuten Hoofdstuk D2, Het college van bestuur Artikel 27 Besluitvorming van het college van bestuur 1. Het college van bestuur neemt zijn besluiten op in een register van besluiten. 2. Het college van bestuur kan, in een aangelegenheid waarbij hij een persoonlijk belang heeft dat direct of indirect tegenstrijdig is met het belang genoemd in artikel 5 lid 4, geen besluit nemen. In dat geval wordt het besluit over deze aangelegenheid genomen door de raad van toezicht. Afdeling E, Financiën Artikel 29 Financiën en verslaglegging 2. Het college van bestuur biedt jaarlijks vóór één december de begroting met toelichting voor het komende jaar ter goedkeuring aan de raad van toezicht aan. De raad van toezicht neemt hierover vóór 1 januari daaropvolgend een besluit. 3.
Het college van bestuur biedt jaarlijks vóór één juni de jaarrekening en het bestuursverslag over het afgelopen jaar van de stichting ter goedkeuring aan de raad van toezicht aan. De raad van toezicht neemt hierover vóór 1 juli daaropvolgend een besluit. Afdeling F, Interne logistiek Artikel 32 Statutenwijziging 4. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. 5. Het bestuur is verplicht een afschrift van de gewijzigde statuten neer te leggen op het kantoor van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister Afdeling F, Interne logistiek Artikel 33 Ontbinding van de stichting
7. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en overige gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende de door het Burgerlijk Wetboek bepaalde termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven in het in lid 5 van het voorgaande artikel vermelde register.