03 Bijlage 3 DOC-23-702423 ontwerp ruimtelijke onderbouwing d.d. 25 mei 2023
Tekst van het document
omgevingsvergunning
Andijk - Middenweg 52 Medemblik
DATUM IMRO IDN
25-05-2023 NL.IMRO.0420.20210694-0001
PROJECT PROJECTLEIDER
Uitbreiding Middenweg 52 Andijk
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Pop Vriend Seeds 20210694.001
AUTEUR STATUS
Rho Adviseurs ontwerp
Inhoudsopgave
Ruimtelijke onderbouwing
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
1.1
Aanleiding
6
1.2
Ligging projectgebied
6
1.3
Planologische regeling
7
1.4
Leeswijzer
7
Beschrijving van het plan
8
2.1
Huidige situatie
8
2.2
Voorgenomen initiatief
10
Hoofdstuk 3
Beleidskader
15
3.1
Rijksbeleid
15
3.2
Provinciaal beleid
16
3.3
Gemeentelijk beleid
17
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
19
4.1
Bedrijven en milieuzonering
19
4.2
Ecologie
20
4.3
Wegverkeerslawaai
21
4.4
Water
22
4.5
Bodem
24
4.6
Archeologie
25
4.7
Cultuurhistorie
26
4.8
Externe veiligheid
27
4.9
Luchtkwaliteit
27
4.10
Kabels, leidingen en zoneringen
28
4.11
Mer-beoordeling
28
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
30
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
30
5.2
Economische uitvoerbaarheid
30
Afweging en Conclusies
31
Aanleiding
31
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 6 6.1
3/253
6.2
Afweging
31
6.3
Conclusie
31
Bijlagen Ruimtelijke onderbouwing
33
Bijlage 1
Beeldkwaliteitsplan
35
Bijlage 2
Rapport Geluid
59
Bijlage 3
Quickscan Ecologie
105
Bijlage 4
Voortoets Wnb
123
Bijlage 5
Watertoets
153
Bijlage 6
Bodemonderzoek
157
Bijlage 7
Archeologische quickscan
241
Bijlage 8
Uitnodiging bewonersbijeenkomst
249
Bijlage 9
Verslag informatiebijeenkomst
251
4/253
Ruimtelijke onderbouwing
5/253
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Het hoofdkantoor van Pop Vriend Seeds, een gespecialiseerd zaadveredelingsbedrijf, is gevestigd aan de Middenweg 52 te Andijk. Om de huidige behoefte in te kunnen vullen en voorbereid te zijn op de toekomst, wil Pop Vriend Seeds gaan bouwen. In twee fasen zullen kassen, een werkgedeelte en kantoorruimte worden gerealiseerd. Pop Vriend Seeds heeft een principeverzoek ingediend voor het voorgenomen initiatief, waarop de gemeente een positief besluit heeft genomen. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch te regelen, zal er een omgevingsvergunning moeten worden verleend voor 'Handelen in strijd met' om af te wijken van het bestemmingsplan. Voor de omgevingsvergunning moet een ruimtelijke onderbouwing worden opgesteld, ter motivering van het besluit. Deze onderbouwing voorziet hierin en heeft betrekking op beide fasen.
1.2
Ligging projectgebied
Het projectgebied is gelegen aan de noordoost kant van het dorp Andijk, gemeente Medemblik en betreft een gedeelte van een perceel achter de gebouwen van Middenweg 52 te Andijk. De ligging van het projectgebied is weergegeven in figuur 1.1.
Figuur 1.1
6/253
Ligging van het projectgebied
1.3
Planologische regeling
Het projectgebied is geregeld in het bestemmingsplan Dorpskernen III, dat op 26 april 2018 is vastgesteld door de gemeenteraad van gemeente Medemblik. Het projectgebied is hierin bestemd als 'Agrarisch'. Binnen deze bestemming is agrarisch grondgebruik toegestaan, waarbij bouwen alleen mogelijk is binnen het bouwvlak. In het projectgebied is geen bouwvlak aangegeven, wat betekent dat het voorgenomen gebruik van dit gebied in strijd is met de bestemming. Tevens is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' van toepassing. Hiermee worden eventueel voorkomende archeologische waarden beschermd. Voor bouwwerken waarbij grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 500 m² en dieper dan 0,40 m onder het maaiveld plaatsvinden, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, zijn aangetoond dat: a. geen archeologische waarden aanwezig zijn; dan wel; b. de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; dan wel; c. de archeologische waarden door bouwactiviteiten niet kunnen worden verstoord. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch te kunnen regelen, is het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing bij een omgevingsvergunning noodzakelijk.
1.4
Leeswijzer
De opbouw van deze ruimtelijke onderbouwing is als volgt: Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 de huidige situatie en gewenste situatie beschreven; In hoofdstuk 3 wordt het relevante beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau behandeld; Een toetsing van het project aan wet- en regelgeving voor de verschillende milieu- en omgevingsaspecten is in hoofdstuk 4 opgenomen; Hoofdstuk 5 behandelt de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het project; hoofdstuk 6 bevat de conclusie.
7/253
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving van het plan
Huidige situatie
De projectlocatie behoort bij het bedrijf Pop Vriend Seeds dat is gevestigd aan de Middenweg 52 in Andijk. De Middenweg is een belangrijke ontsluitingsweg met lintbebouwing. Het bedrijf ligt achter deze bebouwing. In figuur 2.1 is de ligging van het projectgebied weergegeven.
Figuur 2.1
Ligging projectgebied
Pop Vriend Seeds is een gespecialiseerd zaadveredelingsbedrijf. Het hoofdkantoor van het bedrijf is gevestigd in Andijk, midden in het hart van Seed Valley. Dit in Noord-Holland gelegen gebied is het centrum voor plantenveredeling en zaadtechnologie. Pop Vriend Seeds is sinds juli 2019 overgenomen door KWS Seeds. Dit bedrijf, wat actief is in producten als suikerbieten en mais, wil op het gebied van groentezaden uitbreiden. Hiervoor is KWS Vegetables opgericht. Het hoofdkantoor van KWS Vegetables staat in Wageningen. KWS Vegetables wil, samen met de groeiambities van Pop Vriend Seeds, investeren in de Research & Development afdeling op de locatie Middenweg 52 te Andijk. Een uitbreiding van de kennisintensieve activiteiten van de Research & Development afdeling gaat samen met extra kassen en kantoorruimten. Het huidige gebruik van het projectgebied is agrarisch en is in gebruik voor het verbouwen van gewassen. Het projectgebied ligt in het verlengde van de bestaande gebouwen behorend tot Pop Vriend Seeds. In figuur 2.2 is de omgeving van het projectgebied in beeld gebracht. In figuur 2.3 is vanuit het projectgebied de projectie van deze omgevingsbeelden aangegeven.
8/253
Figuur 2.2
Foto's omgeving projectgebied (bron: Architectenbureau Gijs Kramer)
Figuur 2.3
Projectie van de foto's (bron: Architectenbureau Gijs Kramer)
9/253
2.2
Voorgenomen initiatief
Om de huidige behoefte in te kunnen vullen en voorbereid te zijn op de toekomst, ziet Pop Vriend Seeds mogelijkheden achter de bestaande bebouwing aan Middenweg 52. In figuur 2.4 is de locatie van de uitbreiding weergegeven.
Figuur 2.4
Bestaande (grijs)en nieuwe situatie (kleur)
Het voornemen voor het nieuwe gebied is om, in twee fasen over een aantal jaren, kassen, verwerkingsruimte en een kantoor te realiseren. De kassen met een oppervlakte van circa 10.036 m2 worden gesitueerd aan de zuidzijde van het te ontwikkelen gebied. Ten noorden van de beoogde kassen wordt het kantoor (816 m2) voor de Research & Development afdeling gerealiseerd. In figuur 2.5 is een impressie van de nieuwbouw weergegeven.
10/253
Figuur 2.5
Impressie nieuwbouw van kantoor en kassencomplex
Met het realiseren van de ontwikkeling kan Pop Vriend Seeds snel doorgroeien op de afdeling Research & Development en houdt het verschillende processen en mensen bij elkaar zonder dat er een versnippering van personeel en bebouwing optreedt. Het kascomplex zal een goothoogte hebben van 5 meter, een nokhoogte van 6 meter en een dakhelling van 23°. Het kantoor zal bestaan uit een enkele bouwlaag met alleen een tweede bouwlaag voor de technische ruimte. De goot- en nokhoogte is 7 meter. Door de toename van de verhardingsoppervlakte wordt de bestaande sloot ten zuiden van de ontwikkeling vergroot met 1.260 m2 en wordt ten noordoosten van het plangebied watercompensatie gegraven van 118,1 m2, conform het advies van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Beeldkwaliteit Ten behoeve van de ontwikkeling is een beeldkwaliteitsplan opgesteld welke is opgenomen in bijlage 1. De nadruk van het beeldkwaliteitsplan voor de ontwikkeling van het bedrijf ligt op: de landschappelijke inpassing van het terrein met de omgeving; eenheid met de al aanwezige bebouwing op het terrein. Landschappelijke inpassing Het uitgangspunt van de landschappelijke inpassing van de nieuwbouw is om het Pop Vriends terrein zo goed mogelijk te integreren in het bestaande landschap van Andijk.
De landschappelijke inpassing van de nieuwbouw heeft als uitgangspunt het creëren van één duidelijke groenzone als rand van het gehele Pop Vriends terrein. Deze groenzone geeft een groen aanzicht aan het Pop Vriends terrein waardoor het beter aansluit op het bestaande groene polderlandschap. Deze groenzone omkadert de waterbuffer, de kassen, de gesloten hallen en de logistieke stromen. In de noordwesthoek naast de kas worden een warmteopslagtank, traforuimte, olietank en fietsenstalling gesitueerd. De warmteopslagtank, traforuimte en olietank worden landschappelijk ingepast met een haag. De fietsenstalling is bereikbaar via het parkeerterrein aan de voorzijde en is opgebouwd uit houten geveldelen met een plat dak.
11/253
Het gietwaterbassin dat ten oosten van dekas wordt gerealiseerd heeft een talud van circa 2,5 meter hoog en wordt landschappelijk ingepast d.m.v. groene ingezaaide dijken met een talud van minimaal 1 op 2. Hierdoor gaat het gietwaterbassin op in het landschap. De groenzone bestaat uit een 10 meter brede groenstrook waarin de elzensingel, als karakteristiek landschapselement, wordt toegepast. Deze boomstructuur verbergt een deel van het terrein zoals in het oog springende gevels, containers en parkeren. De groenzone wordt wel doorbroken ten behoeve van zichtlijnen en uitstraling van bebouwing. Figuur 2.6 geeft een impressie van de landschappelijke inpassing weer.
Figuur 2.6
Impressie landschappelijke inpassing
Aansluiting nieuwbouw op bestaand De nieuwbouw bestaat uit een kasgedeelte van circa 10.036 m2 en een kantoorgedeelte van circa 816 m2. Qua vormgeving van het kantoor wordt aangesloten op de blokvormige verschijningsvorm van de huidige bebouwing. De bestaande hoofdentree ter plaatse van de Middenweg heeft een iconische waarde voor Andijk. In de vormgeving wordt dit benadrukt door middel van hoogwaardige architectuur en een kleurrijke tuininrichting. Ter plaatse van de nieuwbouw heeft het kantoorpand en bijbehorend researchcentrum ook een iconische en representatieve waarde dat zich manifesteert naar het open landschap. Het kantoorpand en researchcentrum worden niet verborgen achter de elzensingel maar openen zich naar het landschap doordat de elzensingel hier enkel bestaat uit solitaire bomen. In figuur 2.7 wordt schematisch de uitstraling van de kantoorgebouwen weergegeven.
12/253
Figuur 2.7
Uitstraling gebouwen
Duurzaamheid Watergebruik Ten oosten van de kas wordt er een gietwaterbassin van circa 5.600 m³ gerealiseerd. Het regenwater dat op het kasdek valt wordt hierin opgevangen en gebruikt voor het gietwater van de planten in de kas. In eerste instantie zal een deel van het gietwaterbassin (circa 2.000 m2) worden gerealiseerd. Materiaalgebruik De nieuwbouw van het kantoor bestaat uit prefab schoonbeton. De materiaalkeuze is gebaseerd op het modulaire kas-concept en is duurzaam en onderhoudarm. Verkeer en parkeren Verkeer De ontwikkeling sluit aan op de bestaande situatie van Pop Vriend Seeds. Dit bedrijf wordt ontsloten op de Middenweg, een 30 km/uur zone. Het bedrijf heeft een eigen, ruim opgezette inrit. (zie figuur 2.8).
Figuur 2.8
13/253
Inrit Pop Vriend Seeds
De nieuwbouw wordt ontsloten via de bestaande asfaltwegen op het terrein. Deze asfaltwegen zijn de primaire wegenstructuur en worden verlengd tot aan de parkeerplaats van het nieuwe kantoorpand en researchcentrum. De kas en omliggende proefvelden worden door een secundaire padenstructuur ontsloten. Dit secundaire padennetwerk bestaat uit open gras/betonverharding en wordt voornamelijk door landbouwvoertuigen gebruikt. Wanneer er in de toekomst ontwikkeld zal worden dan zal de logistiek van het kantoorpand en de nieuwe kas ontsloten worden door gebruik te maken van de bestaande infra aan de westzijde van het terrein. In figuur 2.9 wordt de verkeerssituatie op het terrein van Pop Vriend Seeds weergegeven.
Figuur 2.9 Ontsluiting Door de uitbreiding van het bedrijf komen ongeveer 4 arbeidsplaatsen extra. Gezien de huidige omvang van het bedrijf, is deze toename zeer gering. Het parkeren vindt plaats op het eigen terrein. Er worden 21 parkeerplaatsen en een fietsenstalling gerealiseerd wat voldoende parkeermogelijkheden en stallingsmogelijkheden biedt voor personeel, leveranciers, afnemers en bezoekers.
14/253
Hoofdstuk 3
Beleidskader
In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op het ruimtelijk beleid dat relevant is voor dit project. Hierbij komt het Rijks- provinciaal en het gemeentelijk beleid aan bod.
3.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Het is de bedoeling er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.
Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; 2. de economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; 3. steden en regio's sterker en leefbaarder maken; 4. een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. De regio waarvan de gemeente Medemblik deel uitmaakt is niet aangewezen als NOVI-gebied. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de NOVI.
15/253
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 in werking getreden. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijk beleid. Om de verantwoordelijkheden te leggen waar deze het beste passen draagt het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 14 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 14 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De beoogde ontwikkelingen binnen het projectgebied raken geen van bovenstaande Rijksbelangen. Het Rijksbeleid geeft hierdoor geen uitgangspunten voor deze ruimtelijke onderbouwing.
3.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 Het ruimtelijk beleid van de provincie Noord-Holland is vastgelegd in de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050. In de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 geeft de provincie een toekomstbeeld, waaruit het provinciaal belang volgt. Het toekomstbeeld is als volgt gedefinieerd: 'De Provincie Noord-Holland zorgt dat Noord-Holland een mooie, veelzijdige en internationaal concurrerende provincie blijft door in te zetten op klimaatbestendigheid, ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ruimtegebruik'. Om het geschetste toekomstbeeld ruimtelijk te realiseren, heeft de provincie provinciale belangen benoemd. De drie hoofdbelangen (klimaatbestendigheid, ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ruimtegebruik) vormen gezamenlijk de ruimtelijke hoofddoelstelling van de Provincie. De hoofdbelangen uit de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 zijn juridisch vertaald in de Provinciale ruimtelijke verordening (PRV). De PRV wordt onderstaand besproken. Omgevingsverordening NH2020 Volgens de Omgevingsverordening NH2020 zijn de regels met betrekking tot zaadveredelingsbedrijf van toepassing. Artikel 6.39 Bestaand zaadveredelingsbedrijf lid 1. Een ruimtelijk plan kan uitsluitend ter plaatse van en in aansluiting op het werkingsgebied bestaand zaadveredelingsbedrijf voorzien in de uitbreiding van een zaadveredelingsbedrijf. Hierbij geldt geen maximale omvang van het bouwperceel.
De ontwikkeling vindt plaats bij een bestaand zaadveredelingsbedrijf. De zaadveredeling levert economisch gezien een belangrijke bijdrage aan Noord-Holland en heeft een internationale concurrentiepositie. De provincie geeft deze bedrijven de ruimte om deze concurrentiepositie verder te ontwikkelen. Vanwege hun
16/253
diverse verschijningsvormen (groot of klein, met of zonder kassen, laboratoria, proefvelden, opslag e.d.) en de ruimtelijke kwaliteit van het landelijk gebied worden nieuwe zaadveredelingsbedrijven geconcentreerd in het zaadveredelingsconcentratiegebied. Zaadveredelingsbedrijven mogen onbeperkt groeien, zowel in het concentratiegebied als de bedrijven die zijn aangeduid als bestaand zaadveredelingsbedrijf. Deze bedrijven zijn aangegeven op de digitale kaart. Het bedrijf Pop Vriend Seeds bevindt zich ook in een gebied dat is aangegeven als bestaand zaadveredelingsbedrijf. Vanwege de kapitaalintensiviteit, diversiteit, ziektedruk en de hoge arbeidsfilm is het niet mogelijk of gewenst om deze te verplaatsen naar een zaadveredelingsconcentratiegebied. Conclusie Het project is in overeenstemming met de regels van de Provinciale Ruimtelijke Verordening.
3.3
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie Gemeente Medemblik 2012-2022 In de op 28 februari 2013 vastgestelde Structuurvisie 2012-2022 van de gemeente Medemblik 'Sterke kust en sterk achterland' is het nieuwe beleid van de gefuseerde voormalige gemeenten Medemblik, Wervershoof en Andijk vastgelegd. Doel van deze structuurvisie is een harmonisatie van het beleid van de drie voormalige gemeenten tot één beleid. Economie en bedrijvigheid in Medemblik beschikt over twee unieke beelden: De gemeente Medemblik als plattelandsgemeente, een groen en rustig deel van Westfriesland. De land en tuinbouw is gevarieerd met accentverschillen in verschillende delen van de gemeente. Speerpunten zijn onder andere de schaalvergroting van de bedrijven. De regio Noord-Holland heeft 5 ruimtelijk-economische speerpunten benoemd, kansrijke economische clusters waarin de regio zich nu al maar in de toekomst nog meer kan onderscheiden. Eén daarvan is Agri (agribusiness). Dit vindt zijn weerslag in het lokale beleid. Agri is een belangrijk speerpunt in Medemblik. De status van Agriboard Noord-Holland Noord als Greenport is een stimulans voor verdere samenwerking en ontwikkeling van de regio. De Greenport status geeft extra voordelen bij Europese regelingen en maakt de regio interessanter voor internationale bedrijven.
Dit biedt kansen voor kennisontwikkeling (mogelijkheden hoger onderwijs), economische (werkgelegenheid) en sociaalmaatschappelijke ontwikkeling van de regio. De agrarische accenten in de Greenport liggen op zaadveredeling en bollenproductie. De gemeentelijke en regionale ambities sluiten aan op de provinciale hoofddoelstellingen zoals benoemd in de Structuurvisie Noord-Holland 2040: klimaatbestendigheid, ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ruimtegebruik. Dit project draagt bij aan een sterkere regio door de uitbreiding van de zaadverdelingsmogelijkheden. Dit heeft een positieve werking op de werkgelegenheid in de regio. De ontwikkeling is conform het gemeentelijk beleid. Welstandsnota Medemblik 2019 De Wesltandsnota Medemblik 2019 is op 11 juli 2019 vastgesteld. Voor het grondgebied van Andijk geldt een beeldkwaliteitplan waarin het landschap als inspiratiebron uitgangspunt is. De nadruk ligt op het behoud van de landschappelijke en cultuurhistorische identiteit en het verbeteren van de relatie tussen de karakteristieke
17/253
deelgebieden als linten, groene binnenkamers en woongebieden. Beeldbepalend voor de identiteit van Andijk is onder ander het verschil tussen binnen- en buitendijks gebied en de herkenningspunten als kerktorens. Ook wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de verdichte bebouwde kom (groene kamers), de open polder Grootslag en het meer besloten en natte gebied aan de zuidrand van Andijk. Op het projectgebied zijn de gebiedsgerichte criteria Andijk voor het buitengebied, gebied 20, regulier uit de gemeentelijke Welstandsnota van toepassing. Bij het ontwerp en het opstellen van het beeldkwaliteitsplan (bijlage 1) is rekening gehouden met de welstandscriteria.
18/253
Hoofdstuk 4 4.1
Omgevingsaspecten
Bedrijven en milieuzonering
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Hierbij gaat het om de invloed van de uitbreiding van het bedrijf binnen het projectgebied op omliggende milieugevoelige functies, zoals woonhuizen. Om de belangenafweging tussen bedrijvigheid en milieugevoelige functies in voldoende mate mee te nemen, wordt in deze rapportage gebruikgemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering. Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Voor de richtafstanden wordt onderscheid gemaakt tussen rustige woonwijk/rustig buitengebied en gemengd gebied. Voor beide omgevingstypen gelden andere richtafstanden en/of normen. toetsing Vanwege de verschillende functies in de nabijheid van het projectgebied is het projectgebied gelegen in een gemengd gebied. Het bedrijf Pop Vriend Seeds valt in milieucategorie 2, waardoor de afstand tot een gevoelige functie minimaal 10 meter moet bedragen.
De dichtstbijzijnde woningen zijn gelegen op circa 150 meter afstand van de nieuwe ontwikkeling. Binnen de inrichting is een aantal geluidbronnen aan te wijzen die bepalend zijn voor de te verwachten geluidsniveaus bij de omliggende woningen. Het bedrijf valt onder het Activiteitenbesluit waarin geluidnormeringen zijn opgenomen. Het gaat hierbij om maximaal toelaatbare geluidniveaus, veroorzaakt door de inrichting, op de gevels van woningen van derden. Vanwege de afstand tot de woningen is de geluidbelasting berekend op de gevels van deze woningen. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in bijlage 2. Hieruit blijkt dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op de gevels van de woonhuizen nergens de maximale grenswaarde overschrijdt zoals gesteld in het Activiteitenbesluit. De hoogst bepaalde etmaalwaarde is bij de Middenweg 50 en bedraagt 50 dB(A) waar 50 dB(A) is toegestaan. Deze etmaalwaarde wordt bepaald door de dagperiode. Het langsrijdende vrachtverkeer is hierbij bepalend. De hoogste waarde voor het maximale geluidniveau is eveneens bepaald bij de Middenweg 50 en bedraagt 66,5 dB(A) overdag waar 70,5 dB(A) is toegestaan. Dit wordt bepaald door het dichtslaan van autoportieren. De maximale etmaalwaarde met betrekking tot de indirecte hinder (Middenweg 77) blijft met 45 dB(A) binnen de gestelde voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A).
Op basis van de resultaten uit het onderzoek kan worden geconcludeerd dat het bedrijf Pop Vriend Seeds in de beoogde situatie kan blijven voldoen aan de eisen die gesteld zijn in het Activiteitenbesluit. Bij eventuele toekomstige ontwikkelingen dient echter wel rekening te worden gehouden met de beperkte ruimte als gevolg van verkeer dat langs de Middenweg 50 rijdt. Er is hierbij weinig ruimte voor aanvullende bewegingen. Voor overige ontwikkelingen, waarbij het verkeer niet toeneemt, is er nog wel voldoende geluidsruimte.
19/253
Met betrekking tot het beperken van lichthinder in de nabije omgeving wordt bij nieuwbouw gebruik gemaakt van assimilatielampen. Het gebruik hiervan dient te voldoen aan het Activiteitenbesluit. Ter plaatse van het projectgebied wordt gedeeltelijk het kantoor gerealiseerd. Hier wordt alleen gebruik gemaakt van nood- en veiligheidsverlichting. De uitstraling van deze bronnen is minimaal. Er zal daarom geen lichthinder ontstaan. Uit het bovenstaande blijkt dat de beoogde ontwikkeling in het projectgebied kan voldoen aan de eisen die worden gesteld in het activiteitenbesluit. Daarnaast vormt gezien de afstand van het projectgebied tot de woningen en de maatregelen om de uitstraling van licht te beperken het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering voor de ontwikkeling.
4.2
Ecologie
Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura 2000-gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: • soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; • soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; • overige soorten. Toetsing De ontwikkeling betreft de bouw van een kascomplex en een kantoorgebouw. Ten behoeve van deze bouw heeft een quickscan ecologie plaatsgevonden. Op deze manier is onderzocht of als gevolg van de uitvoering van het plan sprake is van effecten op wettelijk beschermde soorten flora en fauna en/of natuurgebieden (Natura 2000 en NNN). Bij deze quickscan is een inschatting gemaakt van de (mogelijk) binnen de invloedssfeer van het plan aanwezige beschermde natuurwaarden en de effecten van de voorgenomen plannen op deze waarden. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in bijlage 3.
Gebiedsbescherming Op ongeveer 700 meter afstand ligt het IJsselmeer, het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied. Dit gebied betreft geen stikstofgevoelig Natura 2000-gebied. Gezien de ligging in de nabijheid van dit Natura 2000-gebied heeft een voortoets plaatsgevonden om de stikstofdepositie te beoordelen om vast te stellen of de ontwikkeling dan
20/253
wel de activiteiten (kunnen) leiden tot significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. De resultaten van de voortoets zijn opgenomen in bijlage 4. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling geen stikstofdepositie veroorzaakt op nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden en dus niet leidt tot significante effecten. In de Omgevingsverordening Provincie Noord-Holland zijn de regels en begrenzingen vastgelegd van onder andere de Weidevogelleefgebieden en gebieden vallend onder het Natuur Netwerk Nederland in Noord-Holland. Weidevogelleefgebieden vallen thans onder Bijzonder Provinciaal landschap (BPL). Ten oosten van het projectgebied, op circa 2 kilometer afstand, is een gebied aangewezen als BPL-gebied (weidevogelleefgebied). Gebieden vallend onder NNN gebieden liggen ruim buiten het projectgebied. De werkzaamheden vinden op ruime afstand plaats van beschermde natuurgebieden. Hierdoor zijn door de werkzaamheden geen negatieve effecten te verwachten op de deze gebieden. Soortenbescherming Het perceel betreft een intensief bewerkte akker. Rondom de akker is een strook gras aanwezig die ook intensief onderhouden is. Het perceel grenst aan twee zijden aan een brede watergang. Ook de oevers van de watergang zijn intensief onderhouden.
Gezien het gebruik van het perceel als akker en de intensief onderhouden stroken gras en oevers zijn beschermde plantensoorten niet te verwachten op de locatie. De akker is geschikt broedhabitat voor diverse weide- en akkervogels. De gazonstrook en de oevers van de watergang zijn geschikt voor diverse watervogels. Op het perceel ontbreekt opgaande beplanting en/of bebouwing waardoor het perceel ongeschikt is als broedhabitat voor vogels met een jaarrond beschermd nest. Het is mogelijk dat er genesteld wordt in de akker en op de oevers van de watergangen. Er dient bij voorkeur gewerkt te worden buiten de broedperiode van vogels (tussen 15 juli en 1 maart). De watergangen en de oevers zijn geschikt voor diverse amfibieënsoorten en vissen om te verblijven. Gezien de terreinomstandigheden zijn beschermde soorten niet te verwachten. De watergang is naar grote waarschijnlijk een belangrijk foerageergebied voor diverse vleermuissoorten. Begroeiing of bebouwing ontbreekt op het perceel waardoor het uitgesloten is dat er vleermuizen verblijven op het perceel. De oevers van de watergangen worden mogelijk gebruikt door algemene vrijgestelde soorten grondgebonden zoogdieren. In de akker komen mogelijk hazen voor. Gezien de terreinomstandigheden op de locatie, zijn beschermde soorten niet te verwachten.
Met betrekking tot het aspect ecologie is er geen bezwaar om de beoogde plannen uit te voeren. Gezien de aard en omvang van de beoogde plannen zijn er geen negatieve effecten op beschermde natuurgebieden te verwachten. Te allen tijde dient rekening gehouden te worden met de Algemene Zorgplicht.
4.3
Wegverkeerslawaai
Toetsingskader In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke weg in principe een zone heeft waar aandacht aan geluidhinder moet worden besteed. Daarbij onderscheidt de Wgh geluidgevoelige gebouwen enerzijds en niet-geluidgevoelige functies anderzijds. Het uitgangspunt is dat op de gevels van geluidsgevoelige functies voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Indien hier niet aan wordt voldaan, kan een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Deze hogere waarde is te verlenen tot 63 dB in de bebouwde kom. Wegen waarvoor de zoneplicht niet geldt, zijn woonerven en wegen waarop een maximumsnelheid van 30 km/uur
21/253
geldt. Toetsing Het te bouwen kascomplex en het kantoor betreffen geen geluidgevoelige bestemming. Onderzoek naar de geluidbelasting kan daarmee achterwege blijven.
4.4
Water
Toetsingskader De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijk planvoornemen. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de watertoets. De watertoets is een procesinstrument dat is verankerd in de Wet Ruimtelijke Ordening (WRO), het Besluit Ruimtelijke Ordening (BRO) en het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) 2011. De bedoeling van het instrument is om wateraspecten van meet af aan mee te nemen bij ruimtelijke plannen en besluiten. Het gaat hierbij om zes thema's: waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkeringen, wegen, afvalwaterketen en beheer & onderhoud van nieuw en bestaand oppervlaktewater.
Toetsing Het projectgebied is gelegen in peilgebied 6700-15 in de polder Grootslag. Het ter plaatse geldende streefpeil is NAP -3,1 meter. Het gebied watert af middels een stelsel van secundaire en primaire waterlopen. Het project is kenbaar gemaakt bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier door het uitvoeren van de watertoets. De resultaten van de watertoets zijn opgenomen in bijlage 4. Uit deze digitale watertoets blijkt dat bepaalde aspecten van het plan een zodanige invloed hebben op de belangen van het hoogheemraadschap dat de normale procedure moet worden gevolgd. Dit betekent dat het hoogheemraadschap met de initiatiefnemer wil bespreken hoe in het project rekening kan worden gehouden met de waterhuishoudkundige belangen. De opmerkingen van de waterbeheerder worden vervolgens verwerkt in deze waterparagraaf. Naar aanleiding van de watertoets is ook een conceptadvies gegeven over onderwerpen die slechts een beperkte invloed hebben op de belangen van het hoogheemraadschap en die ondervangen kunnen worden met standaard maatregelen. Dit is het tweede deel van het advies. Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld.
In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema's waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden
22/253
kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Waterkwantiteit Uit de ingediende gegevens blijkt dat de realisatie een verhardingstoename ten gevolge van de ontwikkeling meer dan 2.000 m2 bedraagt. Een dusdanige toename van het verharde oppervlak heeft negatieve gevolgen voor het watersysteem. Het hemelwater stroomt versneld af en komt direct tot afvoer. Zonder compenserende maatregelen zal de waterhuishoudkundige situatie hierdoor verslechteren. Compensatie in de vorm van waterberging of infiltratie is noodzakelijk om deze negatieve effecten op te heffen. Bij een verhardingstoename van meer dan 2.000 m2 berekent het hoogheemraadschap aan de hand van diverse gebiedkenmerken een specifiek compensatiepercentage. Er is reeds overleg geweest met het hoogheemraadschap over de compenserende maatregelen. Het Hoogheemraadschap heeft een berekening gemaakt. Om de effecten van de verhardingstoename te compenseren dient het wateroppervlak in het peilgebied 6700-15 uitgebreid te worden met 10% van de verhardingstoename. Hierbij is uitgegaan van een peilstijging van 0,30 meter die statistisch eens in de 25 jaar kan voorkomen, een bemalingscapaciteit van 14,4 mm/dag, een drooglegging van 0,95 meter en grondsoort klei.
De initiatiefnemer van het ruimtelijk plan is verantwoordelijk voor de regeling, de financiering en de realisatie van de compenserende maatregelen. In figuur 4.1 is aangegeven waar de watercompensatie zal plaatsvinden. De totale toename van de verhardingsoppervlakte van de ontwikkeling van beide fasen, inclusief de erfverharding bedraagt 13.781 m2. De watercompensatie moet 10% bedragen, waardoor de oppervlakte van 1.378,10 m2 ten behoeve van watercompensatie dient te worden gerealiseerd. Ten zuiden van de ontwikkeling wordt water gegraven met een oppervlakte van 1.260 m2. De rest van de watercompensatie (118,1 m2) wordt gegraven bij de watergang aan de noordoostzijde van het projectgebied. initiatiefnemer vraagt een vergunning in het kader van de watercompensatie en de dam met duiker.
23/253
Figuur 4.1
Watercompensatie projectgebied
Waterkwaliteit Het hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. In het plan wordt een gescheiden riolering aangelegd, waarbij het hemelwater wordt afgekoppeld van de riolering. Dit komt overeen met de basisdoelstelling van het hoogheemraadschap om het hemelwater van nieuwe oppervlakken zoveel mogelijk te scheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Bij voorkeur wordt afstromend hemelwater van verharde oppervlakken eerst voorgezuiverd door een berm, wadi of bodempassage. Binnen het plan is geen sprake van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het hemelwater kan dus als schoon worden beschouwd. Het is daarom niet doelmatig om het af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi). Het hoogheemraadschap adviseert om met het oog op de waterkwaliteit het gebruik van uitloogbare materialen zoals koper, lood en zink zoveel mogelijk te voorkomen. Het aspect water vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.5
Bodem
Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening
24/253
gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Toetsing Voor het project is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in bijlage 6. Uit dit onderzoek blijkt dat er verhoogde gehaltes zijn waargenomen, maar de aangetroffen verhogingen zijn dusdanig gering of verklaarbaar uit omgevingsfactoren, dat voor het instellen van vervolgonderzoek geen aanleiding wordt gezien. Op de locatie bestaan, op grond van de resultaten van dit onderzoek, geen risico's voor de volksgezondheid of de ecologie bij het beoogde, bedrijfsmatige, gebruik. Bij graafwerkzaamheden op het terrein bestaan er beperkingen in de mogelijkheid tot hergebruik van eventueel vrijkomende grond buiten de locatie. Voor hergebruik van grond buiten de locatie is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing.
Indicatief getoetst valt de grond op de locatie voor een groot deel in de klasse 'wonen' of in 'industrie'. Tijdens het onderzoek is zintuiglijk op het maaiveld en in de bodem geen asbestverdacht (plaat)materiaal of potentieel asbestverdacht puin aangetroffen. Gezien de resultaten van het verkennend bodemonderzoek wordt een asbestonderzoek niet noodzakelijk geacht. Uit het onderzoek blijkt dat het aspect bodem voor de voorgenomen ontwikkeling geen belemmering vormt.
4.6
Archeologie
Toetsingskader Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Toetsing Het projectgebied valt binnen het bestemmingsplan Dorpskernen III van de gemeente Medemblik. Volgens dit bestemmingsplan geldt voor het projectgebied een dubbelbestemming 'Waarde 3 – Archeologie'. Hierbij geldt dat bij ontwikkelingen groter dan 500 m2 en dieper dan 40 cm beneden maaiveld rekening dient te worden gehouden met het aspect archeologie. Deze vrijstellingsgrens wordt overschreden. Ten behoeve van de ontwikkeling heeft een archeologische quickscan plaatsgevonden waarvan de resultaten zijn opgenomen in bijlage 7. Archeologie West-Friesland heeft voor de gemeente Medemblik een beleidskaart archeologie opgesteld, waarop is aangegeven waar de bekende archeologische waarden zich bevinden en welke archeologische verwachtingen er zijn.
De waarden en verwachtingen zijn gecombineerd met een beleidsadvies per zone. Voor de beleidskaart zijn onder andere bodemkaarten gebruikt om de archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de prehistorie nader te specificeren.
25/253
Op basis van de bodemkaart en archeologische vondsten geldt voor het grootste deel van het projectgebied een middelhoge verwachting voor vindplaatsen uit de Bronstijd en op basis van historisch kaartmateriaal een lage verwachting voor vindplaatsen uit de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd. Op de beleidskaart is aan het plangebied een vrijstellingsgrens van 2.500 m2 en 40 cm diep toegewezen. In het uiterste noorden van het plangebied ligt een zone met een hoge archeologische verwachting (vrijstellingsgrens 1.000 m2). Hier telt een hoge verwachting voor vindplaatsen uit de Bronstijd. Kassen De beoogde bodemroering van de bouw van de kassen kan ervoor zorgen dat het bodemarchief niet onevenredig wordt geschaad. De eventuele aanwezige archeologische resten kunnen daarmee in de bodem behouden blijven. Indien er bij het aanbrengen van de palen van de kassen geen extra graafwerk ten behoeve van bouwrijp maken wordt uitgevoerd (palen inheien vanaf maaiveld) zullen de eventueel aanwezige archeologische resten niet onevenredig worden aangetast. Een dergelijke lichte kassenfundering maakt het mogelijk om de resten in situ te behouden en in de toekomst nog archeologisch onderzoek uit te voeren. Kantoor De geplande verstorende werkzaamheden (bouw kantoor) liggen in een zone met een vrijstellingsgrens van 2.500 m2 en overschrijden deze grens niet.
Indien de (grondroerende) plannen ongewijzigd blijven, is nader archeologisch onderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg niet noodzakelijk. Archeologie West-Friesland adviseert de voorgenomen ingrepen vrij te geven met betrekking tot het aspect archeologie. Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de gemeente of Archeologie West-Friesland. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.7
Cultuurhistorie
Toetsingskader Goede ruimtelijke ordening betekent dat er een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Toetsing Binnen het projectgebied is geen sprake van specifieke cultuurhistorische waarden. Wel kunnen de structuren van het landschap als cultuurhistorisch waardevol worden aangemerkt. Daar de verkavelingsstructuur ongewijzigd blijft, worden geen cultuurhistorische waarden aangetast.
26/253
4.8
Externe veiligheid
Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over 'externe veiligheid' om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6-contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Bevi. Toetsing In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd.
Hieruit blijkt dat in de nabijheid van het projectgebied geen risicovolle inrichtingen zijn gesitueerd en dat er ook geen risicovolle buisleidingen en transportroutes aanwezig zijn. Daarmee vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de ontwikkeling in het plangebied.
4.9
Luchtkwaliteit
Toetsingskader In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) van belang. Projecten die slechts in zeer beperkte mate bijdragen aan de luchtverontreiniging, zijn op grond van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) daarbij vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Op grond van de Regeling Niet in betekenende mate (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) de volgende projecten vrijgesteld van toetsing: woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen; kantoorlocaties met een vloeroppervlak van minder dan 100.000 m2; projecten die minder dan 3% van de (toekomstige) grenswaarde voor stikstofdioxide of fijnstof bijdragen. Dit komt overeen met 1,2 µg/m3. Een plan dat slechts in zeer beperkte mate bijdraagt aan luchtverontreiniging is op grond van het besluit 'niet in betekenende mate' (NIBM) vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Een plan komt hiervoor in aanmerking als het voor minder dan 3% van de grenswaarden voor NO2 en PM10 bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.
27/253
Toetsing Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2020) is er in de directe omgeving van het projectgebied sprake van een goede luchtkwaliteit. Dit vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan. Alleen bij een toename van enkele honderden verkeersbewegingen per dag wordt niet aan de grenswaarden voldaan. Het project zal een beperkte stijging van het aantal verkeersbewegingen met zich meebrengen. Als gevolg hiervan is geen sprake van verslechtering van de luchtkwaliteit. Het plan wordt op dit punt uitvoerbaar geacht. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk.
4.10 Kabels, leidingen en zoneringen Toetsingskader In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. Toetsing Binnen het projectgebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg. Voorafgaand aan de graafwerkzaamheden wordt wel een Klic-melding gedaan.
4.11 Mer-beoordeling Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een
28/253
vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden. Toetsing In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen (bijlage 14) dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de ontwikkeling van ruim 1 hectare. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent wel dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is. In bovenstaande paragrafen zijn de milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Gelet op de kenmerken van deze bebouwing, de plaats en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen significante negatieve milieugevolgen optreden. Er is geen aanleiding voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure in het kader van de planontwikkeling.
29/253
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheidsaspecten van een ontwikkeling. In dat verband wordt onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel om aan te tonen dat de beoogde ontwikkeling maatschappelijk draagvlak heeft en dat de procedures op een goede manier worden doorlopen. Bewonersparticipatie Om de plannen kenbaar te maken is in het kader van bewonersparticipatie voor de omwonenden een informatiebijeenkomst georganiseerd op 29 april 2021. De uitnodigingsbrief voor deze bijeenkomst is opgenomen in bijlage 8. Van deze bijeenkomst is een verslag gemaakt, welke is opgenomen in bijlage 9. Tijdens de bijeenkomst zijn de plannen toegelicht. Procedure Voor het aanvragen van de omgevingsvergunning, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan wordt de uitgebreide procedure uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) gevolgd. De procedure hiervoor is opgenomen in artikel 2.12 eerste lid sub a onder 3 van de Wabo. Binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag moet het college van burgemeester en wethouders beslissen over het verlenen van de vergunning. Tijdens deze periode moet de aanvraag zes weken ter visie worden gelegd, waarbij de mogelijkheid aan een ieder wordt geboden voor het indienen van zienswijzen. Na de bekendmaking van het besluit kan door belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend beroep worden ingesteld.
5.2
Economische uitvoerbaarheid
Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatie kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. Voor dit project geldt dat er sprake is van een bouwplan. De gemeente sluit hiervoor met de aanvrager een anterieure overeenkomst, waarin onder andere ook het aspect planschade is geregeld. Het vaststellen van een grondexploitatieplan is daarom niet noodzakelijk.
30/253
Hoofdstuk 6
6.1
Afweging en Conclusies
Aanleiding
Deze ruimtelijke onderbouwing dient ter afweging voor het verlenen van een omgevingsvergunning ex artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wabo, waarmee de bouw van een kassencomplex en kantoor in afwijking van het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt.
6.2
Afweging
Het project is niet strijdig met de relevante beleidsuitgangspunten op zowel rijks-als provinciaal en gemeentelijk niveau en veroorzaakt geen conflicten met de sectorale wet- en regelgeving. In de beoogde situatie is ook sprake van een verantwoorde milieusituatie.
6.3
Conclusie
Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het project is in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening.
31/253
32/253
Bijlagen Ruimtelijke onderbouwing
33/253
34/253
Bijlage 1
35/253
Beeldkwaliteitsplan
ARCHITECTENBUREAU GIJS KRAMER Dorpsweg 150 - 1697 KJ Schellinkhout | NL M +31 [0] 613445124 E gijs@gijskramer.nl
AAB Nederland Honderdland 1040 - 2676 LV Maasdijk | NL M +31 [0] 622407691 E r.vanderwel@aabnl.nl
Toelichting beeldkwaliteit uitbreiding PVS als onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing t.b.v. welstandscommissie
Datum: 23.05.2023 Versie: 3
Inleiding Pop Vriend Seeds is een gespecialiseerd zaadveredelingsbedrijf. Om de huidige behoefte in te kunnen vullen en voorbereid te zijn op de toekomst, wil Pop Vriend Seeds de R&D faciliteiten uitbreiden door middel van de bouw van een kas met kantoren, kantine en labruimte. Om deze ontwikkeling juridisch-planologisch te regelen, zal er een omgevingsvergunning moeten worden verleend voor ‘Handelen in strijd met’ om af te wijken van het bestemmingsplan. Voor de aanvraag omgevingsvergunning moet een ruimtelijke onderbouwing worden opgesteld, ter motivering van het besluit. Het projectgebied is gelegen aan de noordoostkant van het dorp Andijk, gemeente Medemblik en betreft een gedeelte van een perceel achter de gebouwen van Middenweg 52 te Andijk. Het projectgebied is geregeld in het bestemmingsplan Dorpskernen III, dat op 26 april 2018 is vastgesteld door de gemeenteraad van gemeente Medemblik. Het projectgebied is hierin bestemd als ‘Agrarisch’. Binnen deze bestemming is agrarisch grondgebruik toegestaan, waarbij bouwen alleen mogelijk is binnen het bouwvlak. In het projectgebied is geen bouwvlak aangegeven, wat betekent dat het voorgenomen gebruik van dit gebied in strijd is met de bestemming. In 2020 heeft Pop Vriend Seeds een principeverzoek ingediend voor het voorgenomen initiatief.
Na diverse toelichtingen, rapporten en buurtparticipaties heeft de gemeente in 2022 positief geoordeeld over het initiatief, waardoor Pop Vriend Seeds besloten heeft om de uitgebreide procedure op te starten om het plan te realiseren.
situatie TOELICHTING BEELDKWALITEIT UITBREIDING POP VRIEND SEEDS | 23-05-2023
2
Huidige situatie Het hoofdkantoor van het bedrijf is gevestigd in Andijk, midden in het hart van Seed Valley. Dit in Noord-Holland gelegen gebied is het centrum voor plantenveredeling en zaadtechnologie. Pop Vriend Seeds is sinds juli 2019 overgenomen door KWS Seeds. Dit bedrijf, wat actief is in producten als suikerbieten en mais, wil op het gebied van groentezaden uitbreiden. Hiervoor is KWS Vegetables opgericht. Het hoofdkantoor van KWS Vegetables staat in Wageningen. KWS Vegetables wil, samen met de groeiambities van Pop Vriend Seeds, investeren in de Research & Development afdeling op de locatie Middenweg 52 te Andijk. Een uitbreiding van de kennisintensieve activiteiten van de Research & Development afdeling gaat samen met extra kassen en kantoorruimten. De Middenweg is een belangrijke ontsluitingsweg met lintbebouwing. Het bedrijf ligt achter deze bebouwing. Het projectgebied ligt in het verlengde van de bestaande gebouwen behorend tot Pop Vriend Seeds. Het huidige gebruik van het projectgebied is agrarisch en is in gebruik voor het verbouwen van gewassen.
01
02
omgeving TOELICHTING BEELDKWALITEIT UITBREIDING POP VRIEND SEEDS | 23-05-2023
3
Huidige landschappelijke structuur De ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij het behouden en het zichtbaar/ beleefbaar blijven van de huidige verkavelingsstrucuur. Met dit project is sprake van een perceelsgebonden ontwikkeling. De situering van de ontwikkeling leidt er niet toe dat er afbreuk wordt gedaan aan het landschap. Als uitgangspunt voor de landschappelijke inpassing van het plangebied is de keuze voor behoud van de polderstructuur. Doordat dit ongewijzigd blijft, worden er geen cultuurhistorische waarden aangetast. De afstand tussen de poldersloten is ongeveer 120 meter. De maat bepaald de breedte van het plangebied, waarbij de bebouwing op enige afstand van het water komt te staan. De zuidzijde wordt begrenst door water. Dit is door eerdere gebouwuitbreidingen vergroot t.b.v. watercompensatie. Aan de noordzijde wordt de bebouwingsgrens bepaald door het bouwvlak welke vastgelegd is in het bestemmingsplan van het huidige terrein van Pop Vriend Seeds door te trekken. Hierdoor is de bestaande bebouwing met de nieuwe bebouwing geclusterd en compact bij elkaar gelegen. De bebouwing wordt aan verschillende kanten omzoomd met watergangen waardoor de erfgrenzen duidelijk zichtbaar zijn.
polderstructuur
korrelgrootte
bebouwingsgrens TOELICHTING BEELDKWALITEIT UITBREIDING POP VRIEND SEEDS | 23-05-2023
4
Directe omgeving Bewust is ervoor gekozen om de planlocatie achter de bestaande pakhuizen te situeren, zodat de impact op de bestaande omliggende bebouwing zeer beperkt blijft. Ook worden de (verkeers)bewegingen op het terrein geminimaliseerd doordat er zoveel mogelijk wordt geclusterd i.p.v. verspreid over het terrein losstaande bouwwerken. De R&D afdeling wordt gekoppeld aan de kas en gerealiseerd aan de noordkant, waardoor de bewoners van de wijk Mantelhof geen zicht hebben op de kassen. De afmeting van de beoogde kas betreft 1 hectare, die van het kantoor ongeveer 800m2. Dit past in de bestaande korrelgrootte welke in de 2e bebouwingslijn al aanwezig is. Het is een voortzetting van de opslagloodsen van PVS en het bevindt zich achter de ook recente uitbreidingen van het bedrijf Holland Select aan de zuidzijde. Dit bedrijf sluit qua functie en bebouwingstypologie aan op de huidige situatie en de ontwikkeling van Pop Vriend Seeds.
03
04
bouwvlak TOELICHTING BEELDKWALITEIT UITBREIDING POP VRIEND SEEDS | 23-05-2023
5
Bestaande bebouwing Het bebouwingsbeeld van Andijk wordt vooral bepaald door woningbouw en bedrijven die van oorsprong nog langs het lint tot ontwikkeling zijn gekomen. Ook de bedrijfsbebouwing heeft zich langs het lint ontwikkeld. Aan de oostzijde achter de Middenweg is een tweede lint met bedrijfsbebouwing ontstaan dat overgaat in agrarische gronden. Dit is het geval bij Pop Vriend Seeds. De agrarische gronden die achter de linbebouwing bevinden behoren tot het bedrijf. Gezien vanaf de Middenweg betreft de nieuwe planlocatie eigenlijk een 3e-lijns bebouwing. De 1e-lijn bebouwing zijn de individuele kleine bebouwing aan het lint (Middenweg). Deze bestaat hoofdzakelijk uit individuele woningen. De 2e-lijn bebouwing bestaat uit het hoofdgebouw van Pop Vriend Seeds en de daarachter gelegen zogenaamde ‘pakhuizen’. De bedrijfsgebouwen liggen terug t.o.v. de bebouwing aan het lint. Onder hoogwaardige architectuur is in 2015 een bestaand hoofdkantoor opgewaardeerd en verbonden met een nieuw gerealiseerde R&D center. De ‘pakhuizen’ achter het hoofdkantoor zijn eenvoudige, grote en blokvormige loodsen waar de zaadproducten in worden opgeslagen. De gebouwen hebben een plat dak met een dakrand op 8 meter hoog. De laatste grote uitbreiding betreft een opslagloods van 2500 m2 in 2018. Achter de laatst gerealiseerde opslagloods kan je spreken van een 3e-lijns bebouwing.