CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Beantwoording Commissievragen Morgen! raadscie. 17-11 agendapunt 8.1 Vaststellen Programma stedelijk water en riolering 2023-2027.pdf

Gemeenteraad 1 december 2022, gemeente MedemblikBij agendapunt: Vaststellen Programma stedelijk water en riolering 2023-2027 (pfh. H. Nederpelt)1.154 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie Nummer

DOC-22-609448

Zaaknummer

Z-21-180420

Naam commissielid

S. Zeilemaker

Fractie

Morgen!

Onderwerp

Commissievragen Morgen! raadscie. 17-11 agendapunt 8.1 Vaststellen Programma stedelijk water en riolering 2023-2027

Datum waarop de vraag is gesteld

14 november 2022

Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur, voorafgaand aan de raadscommissie. Portefeuillehouder

H. Nederpelt

Afdeling

Openbare ruimte

1.

De hoogte van het tarief voor de rioolheffing wordt voor niet-woningen op 0,075 % van de WOZ voorgesteld. Hoe wordt dit bepaald voor kassen, waarvoor geen OZB geheven wordt? Of lozen die niet op het riool?

antwoord

Kassen kennen een vrijstelling en worden inderdaad niet in de heffing betrokken. Als er naast kassen ook één of meer andere panden op het betreffende perceel staan dan zal dat betreffende perceel alsnog op basis van de WOZ-waarde van die panden worden aangeslagen. Het merendeel van de kassen sowieso niet op de riolering aangesloten. Veel kassen staan in het buitengebied en daar ligt vrijwel geen riolering. Op de plaatsen in het buitengebied waar wel riolering ligt is deze uitgevoerd als drukriolering, waar lozen van hemelwater op die riolering niet is toegestaan.

2.

Waaruit blijkt dat wij de voorziening van nu 18 miljoen ( straks 2 miljoen in een egalisatievoorziening en 16 in de bestaande spaarpot) volledig nodig hebben? In het hoofdstuk financiering kan ik dit niet vinden.

Antwoord

Figuur 6-8 op p.54 van het plan toont het verwachte verloop van de voorziening. Deze daalt in de komende jaren tot (bijna) nul in 2027.

3.

Er wordt uitgegaan van een rentepercentage voor de investeringen van 0.5 procent…… Hoe realistisch is dit gelet op de ontwikkelingen die nu gaande zijn op de kapitaalmarkt. En wat betekent het voor het tarief wanneer je bijvoorbeeld naar 2 procent of meer moet gaan???

Antwoord

a. Hoe realistisch is dit gelet op de ontwikkelingen die nu gaande zijn op de kapitaalmarkt? De werkelijke rente op investeringen zal afwijken van de gebruikte rente in het Programma Stedelijk Water en Riolering (PSWR). Dit is in voorgaande plannen het geval geweest en zal in de toekomst ook het geval zijn. De afwijking tussen het huidige rentetarief op de kapitaalmarkt en het in het PSWR gehanteerde rentetarief is op dit moment wel groter dan in het vorige rioleringsplan.

b. En wat betekent het voor het tarief wanneer je bijvoorbeeld naar 2 procent of meer moet gaan??? Een hoger rentepercentage leidt op termijn tot een hogere rioolheffing. De investeringen tot en met 2027 kunnen nog volledig ten laste van de spaarvoorziening worden gebracht. Vanaf 2028 zullen we een deel van de investeringen moeten activeren en krijgen we met hogere kapitaallasten te maken. Hoe hoger de rente, hoe groter het effect op de benodigde heffing. Rekenvoorbeeld bij 2% rente: Totale rentelasten bij huidige rentestand (0,5%) zijn € 3.251.415 over 60 jaar. Totale rentelasten bij 2,0% zijn € 12.322.663 over 60 jaar. Gemiddeld zijn de jaarlijkse extra rentelasten dus €151.187. Dit is per heffingseenheid circa € 7 extra per jaar (uitgaande van gemiddeld 22.400) eenheden. Omdat er nu nog saldo in de voorzieningen aanwezig is, hoeft de heffing niet direct te stijgen als gevolg van de rentestijging. Om te voorkomen dat het saldo in de voorziening negatief wordt, is een mogelijkheid om de heffing heffing tussen 2028 en 2032 met 9,0% te laten stijgen (bij 2,0% rente) ipv met 8,4% (bij 0,5% rente). In 2033 komt de heffing dan uit op € 312,16 (bij 2,0% rente) ipv € 303,75 (bij 0,5% rente). Dit is jaarlijks € 8,41 hoger. 4.

Er wordt ook uitgegaan van 1.8 procent inflatie… hoe realistisch is dit nog??? Ook weer gelet op de huidige ontwikkelingen. Ik begrijp dat je praat over een periode van 60 jaar ( wie van ons gaat dat helemaal beleven), maar is dit percentage haalbaar. En wat betekent het voor het tarief wanneer je uitgaat van de te verwachten inflatie in 2023? Die vast hoger is dan 1.8%!

Antwoord

a. Hoe realistisch is dat nog? De inflatie zou de komende jaren zeker hoger kunnen uitvallen, maar laat zich moeilijk voorspellen. In de kostendekkingsberekening is de inflatie gebaseerd op het 10-jarig gemiddelde van de Grond-, weg- en waterbouw CBS, zie onderstaande tabel.

Jaarlijks wordt de indexatie vastgesteld door de gemeenteraad. Vervolgens passen we

dit percentage toe op o.a. het tarief rioolheffing. b. Wie van ons gaat het einde van de 60-jaars periode beleven? De lange periode wordt gebruikt om te voorkomen dat we nu veel uitgeven waar onze (klein-)kinderen voor moeten betalen. De planperiode zelf betreft met name de eerste 5 jaar. Aan het eind van die vijf jaar wordt het plan weer geactualiseerd. Op basis van voortschrijdend inzicht kan er dan weer bijgestuurd worden. De planningshorizon van 60 jaar geeft een lange termijn doorkijk en helpt ervoor te waken dat onze financiële positie ‘uit de bocht vliegt’. c. En wat betekent het voor het tarief als je uitgaat van de te verwachten inflatie in 2023? Het CPB geeft in de Macro-Economische Verkenningen (MEV) aan dat, als de energiecrisis niet verder escaleert de inflatie naar verwachting uitkomt op 4,3%. Dit heeft geen effect op de rioolheffing tegen vast prijspeil. De nominale waarde van de heffing zal wel invloed ondervinden van deze inflatie. In dezelfde MEV wordt de stijging van de cao-lonen geraamd op 3,4%, waarmee het verwachte effect van de inflatie voor een groot deel, maar niet volledig, wordt opgevangen. Overigens streeft de Europese centrale bank naar een inflatiepercentage van 2% op de middellange termijn. De gehanteerde inflatie zit daar niet ver van af.

https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Concept-MacroEconomische-Verkenning-2023-augustus-2022.pdf https://www.ecb.europa.eu/ecb/tasks/monpol/html/index.nl.html 5.

Kunt u (bij benadering)aangeven hoe ons tarief en reserve riool zich verhouden tot (ongeveer) vergelijkbare gemeenten.

Antwoord

a. Tarief rioolheffing: Het gemiddelde tarief rioolheffing in Nederland ligt in 2022 voor een eenpersoons huishouden op € 199,- en voor een meerpersoons huishouden op € 219,-. De selectie van gemeenten met inwonertal van 30.000 tot 60.000 inwoners (Medemblik: ca. 45.000 inwoners) heeft nauwelijks invloed op dit gemiddelde (bron: COELO). b. Voorziening riolering: De gemiddelde omvang van de voorziening in vergelijkbare gemeenten is binnen de beschikbare tijd lastig te achterhalen. De omvang van de voorziening zegt echter weinig over de financiële positie van de rioleringszorg. Enkele beschikbare voorbeelden uit de regio: Gemeente

Inwonertal

Omvang

Tarief woningen

(Mbk: 45.464)

voorziening

2022

[-]

[mlj. €]

[€]

Dekkingsgraad [%]

Koggenland

22.940

10

98,40

58%

Opmeer

12.074

5

* 180,45

100%

Hoorn

73.619

9

162,99

100%

Stede Broec

21.944

3,5

150,70

100%

Enkhuizen

18.631

0,5

171,83

100%

Drechterland

19.983

2,5

171,35

100%

* Tarief bij WOZ-waarde van € 90.000 tot € 350.000. Andere schijven kennen andere tarieven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=e289ff06-5ff7-40bb-b6e7-47d3727446af