03 Beantwoording Commissievragen HvM raadscie. 3-3 agendapunt 8.1 Voornemen tot vestiging van een asielzoekerscentrum (AZC)
Tekst van het document
Zaaknummer Documentnummer Naam commissielid Fractie Onderwerp
Z-25-543373 DOC-25-1013716 T. Berlijn Hart voor Medemblik Commissievragen HvM raadscie. 3-3 agendapunt 8.1 Voornemen tot vestiging van een asielzoekerscentrum (AZC) 21 februari 2025
Datum waarop de vraag is gesteld Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur voorafgaand aan de commissievergadering. Portefeuillehouder Afdeling
Hart voor Medemblik staat voor een menselijk, maar realistisch asielbeleid. Als gemeente hebben we onze verantwoordelijkheid al genomen door onderdak te bieden aan meer dan 500 Oekraïense vluchtelingen. Dit toont aan dat gemeente Medemblik bereid is te helpen waar dat nodig is en waar dat kan. Toch legt de landelijke overheid, met de invoering van de spreidingswet, onze gemeente nog meer verplichtingen op, zonder voldoende oog te hebben voor de lokale draagkracht, de druk op voorzieningen en de financiële gevolgen. De wet dwingt gemeenten een keuze op: óf de raad stemt in met een eigen invulling van een opvanglocatie, óf Den Haag wijst zelf een locatie aan zonder dat Medemblik daar zeggenschap over heeft. Dit voelt niet als een echte keuze, maar als dwang vanuit de landelijke overheid. Waarom stellen wij deze vragen? Hart voor Medemblik heeft zich altijd ingezet voor een menselijk, maar realistisch asielbeleid. Gemeente Medemblik heeft al haar steentje bijgedragen aan opvang: we bieden momenteel onderdak aan honderden Oekraïense vluchtelingen. Dit legt een aanzienlijke druk op onze voorzieningen, het sociaal domein en de gemeentelijke begroting. De komst van een nieuw AZC met 263 plekken brengt aanzienlijke gevolgen met zich mee. 1. Juridische en beleidsmatige kaders 1.
Kan het college bevestigen dat in dit voorstel daadwerkelijk wordt gesproken over een maximale termijn van vijf jaar en niet over een minimale termijn van vijf jaar?
antwoord
Het voorstel betreft een periode van vijf jaar, zoals nu voorgesteld.
*ZBCB0FEF813*
Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie
2.
Indien er sprake is van een maximumtermijn, hoe verhoudt zich dat tot de wettelijke verplichting van de Spreidingswet waarin het coa zoekt naar plekken met een minimum van 5 jaar?
antwoord
De overeenkomst met het COA is voor de duur van 5 jaar. Dit voldoet aan de kaders van de Spreidingswet.
3.
Wat gebeurt er als de opvangperiode van vijf jaar afloopt en het Rijk besluit om de opvang te verlengen?
antwoord
Na een periode van 5 jaar loopt zowel de huurovereenkomst als de bestuursovereenkomst af tussen Medemblik en COA af. Het Rijk is geen directe partij in deze overeenkomst.
4.
Zijn er scenario’s waarin kleinere opvanglocaties over meerdere dorpen worden verdeeld om de druk op onderwijs en zorg te verminderen?
antwoord
Nee. Het COA opteert voor één opvanglocatie in Medemblik. Alleen dan kan het COA een volledig voorzieningenniveau garanderen, inclusief bijvoorbeeld 24/7-beveiliging op locatie. Werken met alleen kleinere locaties past niet binnen de financiële kaders van het COA. Meerdere kleinere locaties zijn zowel voor het COA als voor de gemeente aanzienlijk duurder dan een grotere locatie. Bovendien is het voorzieningenniveau op kleinere locaties een stuk lager. Daar zijn de volgende argumenten voor: - Locaties onder de 100 worden niet door het COA ondersteund. Die vallen in alles (kosten, bemensing) onder de verantwoordelijkheid van de gemeente - Locaties vanaf 100 bewoners zijn alleen mogelijk onder voorwaarde dat de gemeente zelf de gezondheidzorg, volwassenonderwijs en beveiliging voor haar rekening neemt. Er is dan geen 24/7 bezetting gegarandeerd door het COA. Er is alleen ambulante begeleiding (geen weekeinddienst, geen avonddienst, geen overlegstructuur, minder incidentenregistratie, geen toezicht in de nacht, Bedrijfshulpverlening is alleen op afstand mogelijk) - Een locatie vanaf 150 bewoners kan door het COA verzorgd worden indien er een volwaardig AZC van minimaal 500 in de nabijheid is waar zorg, volwassenonderwijs en begeleiding beschikbaar zijn. Ook op deze locatie van 150 bewoners is alleen begeleiding aanwezig tijdens reguliere werktijden en werkdagen.
Er is geen avond- en nachtbezetting. Beveiliging is op afstand middels cameratoezicht of meldsysteem. - Locaties van 500 gelden als een volledige locatie inclusief gezondheidszorg, volwassenonderwijs, 24/7 beveiliging en alle diensten die bij een locatie horen. Met het COA is overeengekomen dat de locatie in Medemblik (263 bewoners) een volledig voorzieningenniveau krijgt zoals bij een volledig AZC van 500 bewoners.
5.
antwoord
6.
antwoord
Kan het college bevestigen dat inwoners op 3 maart de mogelijkheid hebben om in te spreken tijdens de commissievergadering, zodat zij hun wensen en zorgen met betrekking tot de komst van het AZC kunnen delen met de commissie en de gemeenteraad? Deze vraag is beantwoord door de griffie. Inwoners kunnen conform artikel 16 van de Verordening op de raadscommissie gemeente Medemblik inspreken bij de raadscommissie van 3 maart. Diegene die van het spreekrecht gebruik wil maken dient dit voor de vergadering bij de commissiegriffier te melden (bij voorkeur minimaal 24 uur van tevoren). Op welke wijze wordt deze inspraakmogelijkheid actief onder de aandacht van inwoners gebracht? Deze vraag is beantwoord door de griffie. In het gemeentenieuws dat wekelijks wordt gepubliceerd in de Medemblikker, worden de aankomende vergaderingen van o.a. de raadscommissies vermeld. Hierbij is tevens standaard een informatief deel over de mogelijkheid van inspraak bij de raadscommissie opgenomen. Tevens staat op de gemeentelijke website bij het project Asielzoekerscentrum Medemblik, onder het kopje ‘planning & proces’, in de veel gestelde vragen aangegeven wanneer de commissie- en raadsvergadering plaatsvindt. Hierbij staat ook expliciet vermeld dat men kan inspreken in de raadscommissie van 3 maart.
Ook zijn inwoners tijdens de inloopbijeenkomst van 25 februari geattendeerd op de inspraakmogelijkheid op 3 maart, indien daar naar gevraagd werd
2. Financiële aspecten 7.
Het raadsvoorstel geeft aan dat na 2031 een negatief financieel effect ontstaat door doorlopende rente- en afschrijvingslasten. Kan het college inzicht geven in de exacte structurele financiële druk die dit met zich meebrengt voor de gemeente na 2031 en wanneer deze eindigt?
antwoord
De afschrijvingslasten en rentelasten van de aankoop van de woning eindigen, indien hier eerder geen andere bestemming aan wordt gegeven, in 2045. De jaarlijkse afschrijvings- en rentelast loopt af van € 33.000 in 2031 naar € 23.000 in 2045. De rentelast van de aankoop van de grond bedraagt € 64.000. Omdat op grond niet mag worden afgeschreven is deze last structureel van aard en kent dus geen afloop.
8.
Kan het college de totale kosten van de lening specificeren?
antwoord
Het betreft hier geen lening. De gemeente doet aan totaalfinanciering. De liquiditeitspositie van de gemeente is zodanig, dat deze aankoop met eigen financiële middelen wordt bekostigd. Over de inzet van deze eigen middelen rekenen wij 3% rente (gemiste renteontvangst van de uitgezette middelen in de schatkist van het Rijk)
9.
Zijn er scenario’s doorgerekend waarin deze lasten structureel worden opgevangen binnen de gemeentelijke begroting?
antwoord
Het effect van de structurele lasten en opbrengsten van deze investering zal zich voor het eerst voordoen in 2026 en maken dan deel uit van de meerjarenbegroting. Tot 2031 is er sprake van een positief saldo.
10.
Op welke wijze denkt het college het structurele tekort na 2031?
antwoord
Er is nu nog geen zicht op de begroting van 2031 en verder. Financiële consequenties zullen te zijner tijd via de reguliere P&C-cyclus worden verwerkt in de begroting.
11.
Zijn er kosten niet meegenomen in de huidige berekeningen (zoals maatschappelijke impact, extra handhaving, onderwijs, zorg)?
antwoord
In het voorliggende voorstel zijn op dit moment alleen de financiële gevolgen die met de aankoop van de grond en de opstallen samenhangen, doorgerekend. Kosten die gemaakt worden voor onderwijs, handhaving, etc.. worden gedekt via het zogenaamde Faciliteitenbesluit.
12.
Kan het college garanderen dat het aantrekken van deze lening niet zal leiden tot een verhoging van de lokale lasten (zoals OZB en andere gemeentelijke heffingen)?
antwoord
Zie ook antwoord vraag 8 en 9. Het betreft hier geen lening.
13.
Welke concrete maatregelen neemt het college om deze kosten binnen de begroting op te vangen?
antwoord
Het antwoord op deze vraag ligt in het verlengde van de hiervoor gestelde vragen. Wij verwijzen u dan ook naar de hiervoor gegeven antwoorden.
14.
Aan welke ‘knoppen’ wil het college draaien: worden er bezuinigingen verwacht op voorzieningen of subsidies? a. Zo ja, welke voorzieningen of subsidies komen dan mogelijk onder druk te staan?
antwoord
Het antwoord op deze vraag ligt in het verlengde van de hiervoor gestelde vragen. Wij verwijzen u dan ook naar de hiervoor gegeven antwoorden.
15.
Hoe verhoudt deze beslissing zich tot het beleid van de gemeente om verantwoord met belastinggeld om te gaan?
antwoord
De kosten die de gemeente maakt voor het azc (beveiliging, onderwijs, etc…) worden vergoed via het Faciliteitenbesluit en eventueel bijkomende vergoedingen. Voor wat betreft de kosten voor aankoop van de grond ligt het antwoord op deze vraag in het verlengde van de hiervoor gestelde vragen. Wij verwijzen u dan ook naar de hiervoor gegeven antwoorden.
3. Lokale economische impact 16.
Kan de gemeente als voorwaarde stellen dat alle aanbestedingen rondom een AZC (catering, beveiliging, onderhoud) primair naar lokale ondernemers gaan zoals beschreven in ons eigen inkoopbeleid?
antwoord
De gemeente is niet de aanbestedende dienst. Het COA is een zelfstandig bestuursorgaan, ze maken gebruik van publieke gelden en hebben de plicht deze doelmatig en rechtmatig te besteden. Daarbij worden aanbestedingsprocedures gevolgd die gelden voor overheidsopdrachten Zijn er specifieke regelingen waarmee lokale bedrijven financieel kunnen profiteren van de komst van een AZC?
17.
antwoord
Wij verwijzen u door naar de website van de SER: https://www.ser.nl/nl/thema/werkwijzer-vluchtelingen.
4. Ruimtelijke ordening en infrastructuur 18.
Zijn de kosten voor de sloop van de stallen meegenomen in de totale projectkosten van €3.000.000, of komen deze er nog bovenop?
antwoord
De kosten voor sloop zijn niet meegenomen in deze projectkosten, maar maken onderdeel uit van het toekomstig ontwikkelplan. De verkoper is contractueel (financieel) verantwoordelijk voor asbestverwijdering, hetgeen een aanzienlijk deel van de verwijderingskosten betreft.
19.
Indien deze kosten niet zijn meegenomen kan het college dan een indicatie geven van de verwachte kosten voor de sloop en hoe deze gefinancierd worden?
antwoord
Naar verwachting zullen de kosten voor sloop tussen € 45.000,- en € 85.000,bedragen exclusief kosten voor asbestverwijdering. Deze kosten zullen onderdeel uitmaken van het toekomstig ontwikkelplan.
20.
Is er onderzoek gedaan naar mogelijke bodemverontreiniging onder de veestallen?
antwoord
Er is milieukundig bodemonderzoek gedaan in zowel de cultuurgrond alsook in de grond van het erf, waar ook de veestallen zijn gesitueerd. Uit het verkennend onderzoek bleek een beperkt aantal verdachte locaties hetgeen aanleiding gaf tot aanvullend onderzoek. Vanwege de benodigde doorlooptijd (laboratorium) zijn deze resultaten nog niet bekend. Het onderzoeksbureau geeft aan dat zij verwacht dat saneringskosten beperkt zullen blijven. De verkoper is tot een maximum van € 100.000,- contractueel verantwoordelijk gesteld voor (bodem) verontreiniging. De inschatting is dat dit toereikend is.
21.
Indien sanering noodzakelijk is, welke kosten zijn hiermee gemoeid en op welke manier worden deze gedekt?
antwoord
Zie antwoord op vraag 20
22.
Is er een risico dat eventuele saneringskosten de projectbegroting verder onder druk zetten?
antwoord
Dat is een beperkt risico dat alleen optreedt indien de afgesproken maximumwaarde van € 100.000,- wordt overschreden. Zie ook antwoord op vraag 20.
23.
Wat gebeurt er als de bestemmingswijziging wordt aangevochten door belanghebbenden? Kan dit het proces vertragen of zelfs blokkeren?
antwoord
De bestemmingswijziging verloopt zoals het geval is bij iedere andere ruimtelijke procedure. In deze procedure kan bezwaar en beroep worden ingesteld.
24.
Op welke manier wordt de ontsluiting van het terrein uitgevoerd?
antwoord
De ontsluiting verloopt via de huidige ontsluiting op de randweg en voorts via het huidige erf.
25.
Kunt u garanderen dat het doortrekken van de parallelweg langs de Markerwaardweg geen (verdere) vertraging oploopt door de plaatsing van het AZC op nabij deze locatie?
antwoord
De twee projecten (AZC en parallelweg) worden nauw met elkaar afgestemd. Uitgangspunt is dat er geen vertraging ontstaat.
26.
Bewoners van het AZC kunnen er ook voor kiezen om richting Opperdoes te gaan, zij zullen dan de Markerwaardweg over moeten steken. Wat gaat u doen om de veiligheid op dit punt te verbeteren?
antwoord
Op dit moment loopt er naast het project van de parallelweg N240 ook een traject om de verkeersveiligheid bij de oversteek van het Opperdoezerpad – Markerwaardweg te verbeteren. Hierin zijn meerdere mogelijkheden, zoals het creëren van een oversteek met een middenberm. De wegbeheerder (de Provincie Noord-Holland) heeft nog geen definitieve keuze gemaakt.
27.
Overweegt het college, tegen de wens van de meeste van de omwonenden, om deze oversteekplaats te sluiten?
antwoord
Nee, het college overweegt dit niet. Dit is aan de wegbeheerder (de Provincie Noord-Holland)
5. Veiligheid en handhaving 28.
Er wordt gesproken over een veiligheidsplan met drie niveaus (op, rond en in de stad Medemblik). Wat zijn de concrete maatregelen om overlast en onveiligheid te voorkomen?
antwoord
De concretisering van het veiligheidsplan vindt plaats in de periode maart – juli 2025. Op basis van de ervaringen gedurende de crisisnoodopvang in Wervershoof en veiligheidsplannen van andere gemeenten met een AZC locatie wordt een pallet aan (preventieve) veiligheidsmaatregelen opgesteld in samenwerking met het COA en de Politie. Voorbeelden van (preventieve) veiligheidsmaatregelen zijn: - Inzetten van (extra) toezicht en surveillance; - 24/7 bemensd meldpunt; - 24/7 beveiliging op de COA locatie; - Cameratoezicht. - Inrichten van een lokale projectgroep aanpak overlast Op de website https://www.coa.nl/nl/veiligheid-en-rond-azcs leest u meer informatie over de concrete maatregelen die het COA neemt in relatie tot veiligheid in en rond de AZC locaties.
29.
Wordt er ook een veiligheidsplan gemaakt voor Opperdoes?
antwoord
De (veiligheids-)effecten van het AZC op de kern Opperdoes maakt integraal onderdeel uit van het thema ‘veiligheid rond het AZC’. De route(s) vanuit de AZC locatie richting Opperdoes worden, zeker in beginfase, actief gemonitord en
besproken in de overlegstructuren binnen dit thema. Samen met onze veiligheidspartners, Politie, Veiligheidsregio en COA, worden de feiten en omstandigheden geanalyseerd. Waar noodzakelijk worden aanvullende (preventieve) maatregelen getroffen. Wij verwachten echter dat de asielzoekers meer gericht zijn op Medemblik- Stad i.v.m. de aanwezige voorzieningen vandaar dat voor Medemblik- Stad een apart thema wordt uitgewerkt. 30.
Hoe wordt omgegaan met eventuele meldingen van overlast?
antwoord
Meldingen van overlast worden actief opgepakt door het COA, Politie en gemeentelijke handhavers. Op de AZC locatie is een 24/7 meldpunt aanwezig. Aanvullend zijn wij voornemens om een meldkaart te ontwikkelingen om ervoor te zorgen dat overlastmeldingen aan de voorkant direct op de goede plek terecht komen. In een meldkaart wordt informatie versterkt over contactgegevens van personen en instanties waaraan melding kan worden gedaan van overlastgevend en/of crimineel gedrag. Hierop kunnen websites en nummers staan van bijvoorbeeld politie, COA, beveiliging en de Boa’s.
31.
Hoe wordt gegarandeerd dat mogelijke extra politie-inzet rond het AZC niet ten koste gaat van de handhaving in andere wijken en dorpen?
antwoord
Het COA ziet zelf toe op de veiligheid binnen het AZC. Hiervoor worden verschillende maatregelen getroffen w.o. de 24/7 aanwezigheid van beveiligers. Bij excessen treedt de politie op, dit is niet anders dan de reguliere werkzaamheden van de politie.
32.
In andere gemeenten zijn extra BOA’s en politie ingezet rondom opvanglocaties om de openbare orde te handhaven. Hoeveel extra handhavingscapaciteit is nodig in Medemblik en hoe wordt dit gefinancierd?
antwoord
In verre weg de meeste gevallen wordt aan het begin van de vestiging van een AZC locatie extra capaciteit ingezet van gemeentelijke handhavers. Voor de politie/wijkagent geldt dat deze ook in beginfase de AZC locatie frequent meeneemt in de surveillancerondes. In verreweg de meeste gevallen wordt deze extra toezicht en surveillance naar enige tijd weer afgeschaald omdat er geen sprake is van overlast en/of criminaliteit. Deze strategie is ook toegepast gedurende de Crisisnoodopvang in Wervershoof en was succesvol. Gemeente ontvangen financiële middelen op grond van het faciliteitenbesluit. Daarnaast wordt door de landelijke overheid gewerkt aan een nieuw financieel instrument waar gemeenten aanspraak op kunnen maken voor het treffen van lokale maatregelen om overlast door asielzoekers te voorkomen en aan te pakken. De verwachting is dat het nieuwe instrument in de eerste helft van 2025 wordt opengesteld.
33.
Hoe wordt opgetreden bij overlast en incidenten? Is er een draaiboek voor zerotolerance beleid?
antwoord
Bij overlast en incidenten treden wij actief op. Wij zijn in ons optreden wel gebonden aan wet- en regelgeving, zoals de Gemeentewet, de lokale APV (Algemene Plaatselijke Verordening) en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. In de toolbox ‘maatregelen tegen overlastgevende en/of crimineel gedrag door asielzoekers’ zijn individuele maatregelen beschreven die gemeentes kunnen treffen en die erop gericht zijn om de overlastgevers lik-op-stuk te geven. Deze maatregelen worden verwerkt in het veiligheidsplan.
6. Sociale impact en zorgvoorzieningen 34.
Heeft het college onderzocht welke impact de vestiging van een AZC in Medemblik zal hebben op de capaciteit van voorzieningen zoals huisartsen, tandartsen, GGZ, onderwijs en het ambtelijk apparaat?
antwoord
Huisarts, tandarts een praktijkondersteuner GGZ wordt verzorgd door het COA. Dit heeft geen invloed op de lokale capaciteit. Voor spoedzorg zal 112 gebeld worden. De gevolgen voor het onderwijs zijn pas helder wanneer duidelijk is hoeveel kinderen in welke leeftijd op het AZC komen wonen.
35.
Kan het college garanderen dat de zorg (huisarts, en tandarts) van inwoners van gemeente Medemblik niet lijdt onder de komst van de opvanglocatie?
antwoord
Ja. Zie ook antwoorden op vraag 4 en 34
36.
In andere gemeenten is gebleken dat huisartsenpraktijken te maken kregen met een patiëntenstop en lange wachttijden. Heeft Medemblik een plan om te voorkomen dat de komst van een AZC de toegankelijkheid van huisartsenzorg voor inwoners verslechtert?
antwoord
Bewoners van een AZC van de omvang van Medemblik, maken geen aanspraak op lokale huisartsenzorg. Zie antwoorden op vraag 4 en 34.
37.
In gemeenten waar al grootschalige opvang plaatsvindt, bleek de ambtelijke capaciteit onder druk te komen staan, wat leidde tot hogere externe inhuurkosten. Hoe wordt voorkomen dat dit ook in Medemblik gebeurt?
antwoord
Kosten voor extra ambtelijke inzet vallen onder de werking van het Faciliteitenbesluit.
7. Onderwijs en woningbouw 38.
Hoeveel extra leerlingen verwacht de gemeente als gevolg van een AZC?
antwoord
Normaliter is 20% van de populatie van een AZC jonger dan 18. Dit geeft een indicatie voor 53 kinderen (in gezinsverband) in leerplichtig leeftijd.
39.
Heeft Medemblik voldoende docenten en faciliteiten om een toestroom van nieuwe leerlingen op te vangen?
antwoord
De indicatie is nu dat er binnen de instroomklassen voldoende ruimte zal zijn
40.
Welke extra ondersteuning is nodig voor kinderen die te maken hebben met leerachterstanden en taalbarrières?
antwoord
Kinderen volgen het eerste jaar een instroomklas/schakelklas. Dit is gericht op het ontwikkelen van taalvaardigheden.
41.
Hoeveel woningen heeft Medemblik nu beschikbaar voor statushouders, en hoe lang is de wachtlijst voor reguliere woningzoekenden?
antwoord
De taakstelling voor de huisvesting van statushouders staat los van de verplichting om – in het kader van de Spreidingswet – asielzoekers op te vangen. Over de taakstelling met betrekking tot opvang statushouders bent u op 11 februari geïnformeerd middels de Informatienota ‘taakstelling huisvesting statushouders’. Hierin wordt uitgelegd hoe wij samenwerken met de woningcorporaties omtrent woningen voor statushouders.
42.
Hoeveel opvangplekken voor asielzoekers waren oorspronkelijk toegewezen aan de gemeente Medemblik volgens de Spreidingswet, en welk aantal wordt nu verwacht volgens het verdeelbesluit van minister Faber? (bron: https://nos.nl/artikel/2556460-gemeenten-in-verzet-tegen-fabersverdeelbesluit-over-asielzoekers) Oorspronkelijk 263 waarvan 20 AMV (alleenstaande minderjarige vreemdelingen). In het verdeelbesluit d.d. 20-12-24 staan eveneens 263 asielzoekers aangegeven. De AMV-opgave is in het verdeelbesluit komen te vervallen voor Medemblik.
antwoord
8. Integratie en maatschappelijke participatie 43.
Wordt er gekeken naar mogelijkheden ter bevordering van de integratie?
antwoord
Het COA voorziet bij een locatie van de omvang als die in Medemblik, in training (o.a. voorinburgering en persoonlijke begeleidingsgesprekken) en onderwijs (NT2) ter bevordering van integratie en participatie. De ambitie van het COA is om de helft van de mensen die mogen en kunnen werken binnen 1 jaar aan het werk te hebben. Arbeid bevordert de integratie. Ook mogen asielzoekers vrijwilligerswerk verrichten. Wij zijn of gaan hierover in gesprek met de OFM (Ondernemersvereniging Medemblik), met het Vrijwilligerspunt en met WerkSaam
44.
Hoeveel geld is hiervoor beschikbaar?
antwoord
Voorzieningen worden betaald vanuit het COA.