03 Beantwoording Commissievragen GroenLinks (G. van Keulen) raadscie. 29-4 agendapunt 9.2 Fractievergoedingen.pdf
Tekst van het document
Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie Nummer
DOC-21-385530
Zaaknummer
Z-20-133065
Naam commissielid
G. van Keulen
Fractie
GroenLinks
Onderwerp
Commissievragen GroenLinks (G. van Keulen) raadscie. 29-4 agendapunt 9.2 Fractievergoedingen
Datum waarop de vraag is gesteld
26 april 2021
Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur, voorafgaand aan de raadscommissie. Portefeuillehouder Afdeling Inleiding Uit de bijlage bij het raadsvoorstel blijkt een toename van de vergoedingen voor advertenties. Vijf fracties hebben advertenties gedeclareerd (in de Medemblikker, de Binding en de Andijker), voor in totaal € 3.765,12. De overige zes fracties hebben dat niet gedaan. Uit de categorie-indeling op pagina 9 staat dat ‘Advertenties/publicaties met inhoudelijke partijpolitieke opvatting (politieke partij) en verkiezings- en campagne-activiteiten’ niet voor vergoeding in aanmerking komen. Gedurende het jaar 2020 hebben wij, als geïnteresseerde collega’s, het merendeel van deze advertenties voorbij zien komen en geconstateerd dat er in nagenoeg alle gevallen wel degelijk sprake was van partijpolitieke inhoud. Meestal ging het om pure partijreclame, met helder geformuleerde partijstandpunten, ondersteund door de logo’s van de desbetreffende partijen. 1.
Kunt u verduidelijken waar uw oordeel op gebaseerd is, dat in geen van deze advertenties partijpolitieke opvattingen worden geventileerd?
antwoord
In de advertenties was/is (ook) feitelijke informatie verstrekt over de achtergronden van raadsbesluiten en besluitvormingsprocessen in de raad.
2.
Uit een eerdere memo van de griffie aan het presidium van 12-04-2021 (‘Verantwoording fractieondersteuning 2020’) blijkt dat de griffier adviseerde om geen van deze advertenties voor verrekening in aanmerking te laten komen: “Enerzijds omdat er sprake is van advertenties met partijpolitieke opvattingen (al is dat voor de PWF-advertenties niet goed vast te stellen omdat deze advertenties niet beschikbaar zijn) anderzijds omdat niet aan het vereiste van artikel 7 eerste lid van de verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Medemblik 2019 (volksvertegenwoordigende, kaderstellende of controlerende rol van de fractie te versterken) is voldaan”. Wat waren voor u de beweegredenen om dit oordeel van de griffier - die volgens afspraak als ‘scheidsrechter’ fungeert - niet over te nemen?
Antwoord
De griffier fungeert niet als “scheidsrechter” maar als adviseur aan het presidium. Het advies van de griffier is voor wat betreft de advertenties niet overgenomen, omdat in eerdere jaren advertentiekosten wel werden vergoed. Fracties hebben zich niet kunnen
voorbereiden op een afwijkende lijn.
3.
Hoe gaat u voorkomen dat fracties zich inzake hun declaraties aan de rechtmatigheidsbeoordeling van de griffie onttrekken?
Antwoord
Zie antwoord onder 2: de griffie geeft geen rechtmatigheidsbeoordeling maar adviseert het presidium over het raadsvoorstel; het presidium brengt dit voorstel – al dan niet gewijzigd - in procedure. In het presidium is de afspraak gemaakt dat de verordening Fractievergoedingen in 2021 strikt wordt toegepast; dat betekent dat alle fracties hierop kunnen anticiperen.
4.
De afgelopen jaren is het onderwerp Fractievergoedingen in de commissievergaderingen altijd een hamerstuk geweest. Ook dit jaar is er slechts 10 minuten voor ingeruimd. De ervaring leert dat het merendeel van de raads- en commissieleden niet over dit onderwerp wil debatteren, omdat hierover vooraf afspraken zijn gemaakt in het presidium. Uit de besluitenlijst van het presidium van 12-04-2021 blijkt dat dit jaar is overeengekomen om de declaraties te honoreren, ondanks het feit dat de advertenties niet aan de richtlijnen voldoen. Kunt u aangeven sinds wanneer het gangbaar is om buiten de openbaarheid om te beslissen over de fractievergoedingen?
Antwoord
De raad besluit over het voorstel; daaraan voorafgaande behandelt de commissie het voorstel; de commissie neemt hiervoor de tijd die zij nodig acht (de commissie stelt haar eigen agenda vast). Het voorstel is in procedure gebracht door het presidium. Zowel de vergaderingen van de raad als de commissie zijn openbare vergaderingen, evenals de vergaderingen van het presidium. Er is derhalve geen sprake van “buiten de openbaarheid beslissen over de fractievergoedingen”.
5.
In de besluitenlijst van het presidium zegt de griffier: “Het kan zijn dat de accountant hier bij een controle onrechtmatigheid constateert.” Immers, de fracties die zich niet aan de regels houden, ontvangen in ruil hiervoor een financiële beloning. Waarom is het voor het college zó belangrijk om deze advertenties te vergoeden, dat er een mogelijk onrechtmatige daad voor op de koop wordt toegenomen?
Antwoord
Het college heeft geen rol in het raadsvoorstel m.b.t. de fractievergoedingen. De overwegingen van het presidium m.b.t. het raadsvoorstel staan in antwoord 2. genoemd.
6.
Wij voorzien dat, bij een gelijkblijvend speelveld, volgend jaar dezelfde fracties opnieuw de regels zullen overtreden en advertenties zullen plaatsen met partijpolitieke inhoud, hiermee de publieke opinie in hun voordeel bespelend. De fracties die zich netjes aan de regels houden en die getalsmatig een minderheid vormen in de gemeenteraad, worden indirect benadeeld. Die betalen advertenties nu soms uit eigen zak (bijvoorbeeld de columns in de Andijker) en hebben dientengevolge straks bij de gemeenteraadsverkiezingen minder te besteden. Wat gaat u aan deze scheefgroei doen?
Antwoord
In het antwoord op vraag 3. is aangegeven dat de verordening strikt wordt geïnterpreteerd voor het jaar 2021. Op die manier is er geen scheefgroei.
7.
Tot slot nog een zuiver politieke vraag: vindt u het in het algemeen - dus los van het feit dat de richtlijnen dit momenteel niet toestaan - wenselijk dat politieke partijen in de gemeente Medemblik met behulp van gemeenschapsgeld advertentieruimte kopen,
teneinde hun boodschap bij de kiezers onder de aandacht te brengen?
Antwoord
Omdat dit een politieke vraag is wordt deze vraag niet schriftelijk beantwoord, maar mondeling, tijdens de commissievergadering van 29 april 2021.