CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Beantwoording Commissievragen D66 raadscie. 28-5 agendapunt 8.1 Lokale detailhandelsvisie

Gemeenteraad 15 juni 2026, gemeente MedemblikBij agendapunt: Lokale detailhandelsvisie668 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaaknummer Documentnummer Naam commissielid Fractie Onderwerp

Z-25-594824 DOC-26-1203244 M. Laan D66 Commissievragen D66 raadscie. 28-5 agendapunt 8.1 Lokale detailhandelsvisie 26 mei 2026

Datum waarop de vraag is gesteld Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur voorafgaand aan de commissievergadering. Portefeuillehouder Harry Nederpelt Afdeling Ruimtelijk Beleid

1.

In argument 1.3 wordt gesproken over het voorkomen van ongewenste concurrentie tussen kernen. Welke vormen van concurrentie worden hier bedoeld? En welke criteria worden gebruikt om te beoordelen of een initiatief de hoofdstructuur versterkt of verzwakt?

antwoord

In argument 1.3 wordt met ongewenste concurrentie vooral gedoeld op ontwikkelingen die afbreuk doen aan de bestaande hoofdwinkelstructuur. Daarbij gaat het om concurrentie tussen winkelgebieden die kan leiden tot versnippering van het winkelaanbod, toenemende leegstand in bestaande centra en het verplaatsen van koopstromen vanuit de hoofdkernen naar perifere locaties. Dergelijke effecten kunnen het functioneren en de vitaliteit van de belangrijkste winkelgebieden onder druk zetten.

2.

De visie noemt nieuwe concepten zoals mixed-use winkels. Welke combinaties worden onder de nieuwe visie mogelijk gemaakt ten opzichte van het eerdere beleid? En hoe wordt voorkomen dat dit leidt tot uitbreiding van detailhandel buiten de hoofdstructuur?

Antwoord

Onder de nieuwe visie worden flexibelere combinaties mogelijk gemaakt, zoals detailhandel gecombineerd met horeca, dienstverlening, afhaalpunten, werkfuncties of maatschappelijke functies (mixed-use concepten). Daarmee wordt beter aangesloten op veranderend consumentengedrag en multifunctioneel gebruik van panden. Deze flexibiliteit ziet met name op panden en locaties die al onderdeel uitmaken binnen de bestaande hoofdwinkelstructuur. Om ongewenste uitbreiding buiten de hoofdwinkelstructuur te voorkomen, blijft het uitgangspunt dat nieuwe detailhandel primair binnen de aangewezen centrumgebieden plaatsvindt.

*ZBFBFB0CE63*

Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie

3.

Het rapport noemt een leegstand van 18% in winkelcentrum Wervershoof, boven het gezonde frictieniveau. Als oorzaak wordt een geplande renovatie genoemd die nog niet is uitgevoerd. Wat is de huidige status van deze plannen en wat is de verwachte planning richting realisatie? En heeft de gemeente mogelijkheden/invloed om de renovatie te bespoedigen?

Antwoord

De eigenaar/ontwikkelaar werkt momenteel aan de verdere planontwikkeling en financiële haalbaarheid van de herontwikkeling van het winkelcentrum in Wervershoof. De ontwikkelaar start naar verwachting rond de zomer, rekening houdend met de vakantieperiode, met het participatietraject. Realisatie is afhankelijk van meerdere factoren en kan pas plaatsvinden nadat de benodigde ruimtelijke procedures succesvol zijn doorlopen. De eigenaar/ontwikkelaar stuurt op realisatie vanaf het derde kwartaal van 2027. De gemeente en de eigenaar/ontwikkelaar zijn voornemens dit jaar een anterieure overeenkomst te sluiten. Hierin worden de kaders vastgelegd voor de verdere uitwerking van de plannen en het vervolgproces richting uitvoering. De gemeente is geen eigenaar van het winkelcentrum en heeft vanuit haar publiekrechtelijke rol beperkte invloed op de planning en uitvoering.

4.

De visie stelt dat er negatieve marktruimte is voor dagelijkse boodschappen. Hoe wordt dit vertaald naar de beoordeling van nieuwe supermarktinitiatieven? En hoe verhoudt dit zich tot het uitgangspunt van vrije marktwerking?

Antwoord

De negatieve marktruimte voor dagelijkse boodschappen betekent dat er regionaal gezien weinig tot geen extra behoefte bestaat aan uitbreiding van supermarktmeters. Nieuwe supermarktinitiatieven worden daarom kritisch beoordeeld op noodzaak, toegevoegde waarde en effecten op bestaande voorzieningen. Dat betekent niet dat initiatieven op voorhand onmogelijk zijn. Er blijft ruimte voor kwaliteitsverbetering, verplaatsing of modernisering binnen de bestaande structuur. Hiermee wordt geprobeerd een balans te vinden tussen vrije marktwerking en bescherming van een toekomstbestendige voorzieningenstructuur.

5.

Aan welke maatregelen wordt gedacht om te voorkomen dat concentratiebeleid leidt tot het verdwijnen van basisvoorzieningen in kleinere kernen, met name voor inwoners zonder auto?

Antwoord

Bij de uitvoering van het concentratiebeleid blijft aandacht bestaan voor het behoud van een aanvaardbaar basisvoorzieningenniveau in kleinere kernen, met name voor inwoners die minder mobiel zijn. Daarbij wordt ingezet op het behouden van dagelijkse voorzieningen waar dat ruimtelijk en economisch haalbaar is, het ondersteunen van multifunctionele en gemengde concepten en het zorgvuldig afwegen van ontwikkelingen die gevolgen kunnen hebben voor de lokale bereikbaarheid van voorzieningen. Daarnaast wordt gekeken naar goede

bereikbaarheid, alternatieve voorzieningenstructuren en maatwerk per kern, zodat leefbaarheid en voorzieningenniveau zo veel mogelijk behouden blijven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=69f0da40-840d-4e45-b536-dbd41b609bbb