03 Beantwoording Commissievragen D66 raadscie. 2-12 agendapunt 9.1 Onderzoek RKC Weerstandsvermogen.pdf
Tekst van het document
Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie Nummer
DOC-21-464184
Zaaknummer
Z-20-133065
Naam commissielid
G. Mos
Fractie
D66
Onderwerp
Commissievragen D66 raadscie. 2-12 agendapunt 9.1 Onderzoek RKC Weerstandsvermogen
Datum waarop de vraag is gesteld
24 november 2021
Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur, voorafgaand aan de raadscommissie. Portefeuillehouder Afdeling Inleiding Voor de behandeling van het RKC-rapport in de cie van 2/12 hebben wij de volgende vragen. In de aanbiedingsbrief schrijft u over het uitblijven van een reactie van het college op te rapport. 1.
U wilde zodanige afronding dat het rapport bij de behandeling van de begroting voor 2022 een rol zou kunnen spelen. Uiteindelijk stuurde u het aan de raad op 3 november. De behandeling van de begroting was echter op 4 november. Hoe zag u dit praktisch gezien voor u?
antwoord
De rekenkamercommissie had de rapportage graag eerder toegezonden. Dat is door eerdere vertraging in het ambtelijk wederhoor – waarop de rekenkamercommissie wel gewacht heeft – niet mogelijk gebleken. Zonder die vertraging had het rapport een week voor de begrotingsbehandeling aangeleverd kunnen zijn. Nog steeds kort dag, maar een stuk realistischer in het betrekken van de aanbevelingen in de begrotingsbehandeling.
2.
U schrijft over toezending ‘ter kennisname’. Maar het raadsvoorstel gaat uit van een ‘echte’ behandeling. Hoe moeten wij de verhouding tussen die twee zien?
Antwoord
De rekenkamercommissie zendt het rapport aan de gemeenteraad, de gemeenteraad besluit zelf of hij daarover besluitvorming wenst of niet. Formeel dient het presidium het bijbehorende raadsvoorstel in. De rekenkamercommissie heeft geen bevoegdheid tot het indienen van raadsvoorstellen; die bevoegdheid is voorbehouden aan het College en de raadsleden zelf. Dat de secretaris van de rekenkamercommissie behulpzaam is met het opstellen van een raadsvoorstel doet aan die rolverdeling niets af. Vanzelfsprekend zou de rekenkamercommissie het toejuichen als uw raad de aanbevelingen met een besluit zou omarmen.
3.
U schrijft in later stadium de reactie van het college - indien die komt - door te geven en uw reactie daarop. Bent u van mening dat een adequate behandeling nu van het rapport mogelijk is los van deze reactie?
Antwoord
Zeer zeker; in verschillende gemeenten is het gebruikelijk dat er geen bestuurlijk wederhoor is, maar dat de colleges direct aan de gemeenteraad reageren. De rekenkamercommissie staat achter haar conclusies en aanbevelingen. De rekenkamercommissie betreurt het dat er nog steeds geen bestuurlijke reactie is ontvangen, maar is van mening dat de gemeenteraad dit rapport ook zonder die reactie kan bespreken.