03 advies verordening adviesraad.docx
Tekst van het document
Aan:
Het College van B&W van de gemeente Medemblik t.a.v. mw. T. Willig-Tol
Datum:
06-12-2021
Onderwerp:
Wijzigingen Verordening Wet Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Medemblik 2022.
Geachte mevrouw Willig-Tol, Namens de Advies Raad Sociaal Domein van de gemeente Medemblik treft u hierbij ons advies aan voor het College van B&W over bovengenoemd onderwerp. Wij vonden dat de aangeleverde stukken met de vergelijking tussen de bepalingen van de voorgaande verordening met die van de nieuwe verordening erg overzichtelijk en prettig werkbaar. Inhoudelijk hebben wij de volgende aandachtspunten die naar onze mening kunnen worden verduidelijkt of toegelicht. In de tekst van de regeling (intitulé) wordt gesproken over de ingezetenen. Verder in de tekst treffen wij diverse malen het begrip inwoner aan, zie bijvoorbeeld bij artikel 1, maar ook bij onder andere artikel 15, lid 1, onder a en artikel 16, lid 1. Voor de duidelijkheid en éénvormigheid adviseren wij altijd het woord ingezetene of inwoner te gebruiken en dat in artikel 1 onder de begripsbepalingen op te nemen en toe te lichten. Overigens zijn wij van mening dat deze verordening qua leesbaarheid en begrip ook toegankelijk moet zijn voor mensen die minder gewend zijn aan het lezen en interpreteren van formele teksten. In dat kader pleiten wij er voor om daar waar in de tekst wordt verwezen naar een andere wet of regeling dit kort toe te lichten. Als voorbeeld in artikel 1, onder d: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid van de wet.
Dit soort teksten bemoeilijkt naar onze mening de leesbaarheid en toegankelijkheid voor mensen. Beter is dat bijvoorbeeld in artikel 6, lid 4, onder a, tussen haakjes de woorden profiel en intensiteit als toelichting staan. Naar onze mening zou dat bij andere teksten waarin wordt verwezen naar een wet of regeling verduidelijkend kunnen werken en zo de inhoud van de verordening beter leesbaar en begrijpelijk maken. In artikel 6, lid 4, onder g, staat vermeld dat een herindicatie acht weken voor de einddatum van de maatwerkvoorziening dient te worden aangevraagd. Deze termijn vinden wij vrij lang, in een dergelijke periode kan er veel gebeuren wat niet is te voorzien. In de oude verordening was deze termijn zes weken en ons is niet duidelijk is waarom deze periode is verlengd. Naar onze mening moet het mogelijk zijn dat de aanvrager voor een herindicatie vanuit de gemeente een herinnering krijgt toegestuurd. In dat geval zou de periode zelfs minder dan zes weken kunnen zijn. Bovendien zou deze wijze van werken voor degene die het betreft als extra betrokkenheid vanuit de gemeente gevoeld kunnen worden.
In artikel 6, lid 5, onder d, wordt vermeld dat de besteding van het PGB verantwoord moet worden. Dat op zich begrijpen wij, alleen is ons niet duidelijk hoe dat daadwerkelijk vorm moet worden gegeven (op welke termijn, door wie, op welke wijze). In lid 6 van hetzelfde artikel staat vermeld dat het perspectiefplan, indien aanwezig, onderdeel uitmaakt van de beschikking door middel van een verwijzing daartoe. Is het niet zo dat er altijd sprake van een perspectiefplan? De woorden ’indien aanwezig’ doen anders vermoeden. Dit zou helder moeten zijn. Wij hopen met de bovenstaande opmerkingen en adviezen in positieve zin te hebben bijgedragen aan de invoering van de nieuwe en verbeterde verordening WMO per februari 2022.
Met vriendelijke groeten, Namens de Adviesraad Sociaal Domein,
Judith Groot voorzitter ARSD Medemblik