CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

02 DOC-24-806523 - Bestemmingsplan 'Het Slot' te Wervershoof

Gemeenteraad 25 april 2024, gemeente MedemblikBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Het Slot' te Wervershoof (pfh. J. Broeders)28.769 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

31/320

Figuur 4.1

Overzicht bestaande verharding

Figuur 4.2

Overzicht toekomstige verharding

Inrichting watersysteem Ten behoeve van het onderhoud is een tewaterlaatplaats voor de maaiboot nodig. De randvoorwaarden hiervoor zijn als volgt: 1. Ter plaatse dient (open) verharding aangebracht te worden met een breedte van minimaal 5 meter, die aansluit op de verharde weg. 2. De afstand tussen het laagste peil en de bovenkant van de verharding naast de waterloop is maximaal 1,00 m. Wanneer de afstand groter is moet de tewaterlaatplaats worden verlaagd (schuin talud aanbrengen). 3. De waterloop bij de tewaterlaatplaats moet minimaal 8 meter breed zijn. 4. De toezichthouder bepaalt de exacte plaats en uitvoering van de tewaterlaatplaats.

32/320

Ten behoeve van het onderhoud, moeten er laad-/losplaatsen worden gerealiseerd voor maaisel. Dit kan simpel door een aantal vierkante meter grasbetontegels langs de oever te leggen, waar ook een truck kan komen om het maaisel mee te nemen. De droge oever, inclusief beschoeiingen, zijn en blijven in onderhoud van aanliggend eigenaren. Bij de concrete uitwerking van het stedenbouwkundig plan wordt met bovenstaande rekening gehouden. Sloten in open verbinding Het waterschap adviseert om de bestaande dam met duiker van het pad aan de oostzijde van het plangebied te verwijderd. Er ontstaat dan een open verbinding tussen de noordelijke en oostelijke sloten rondom het plangebied. Indien de dam blijft liggen, moet deze doorvaarbaar worden. De uiteindelijke ontwikkelaar gaat hierover in overleg met HHNK. Kunstwerken Het waterschap adviseert om de nieuwe brug of dam met duiker over de noordelijke sloot doorvaarbaar te maken: minimaal 1,10 meter hoog t.o.v. hoogst gevoerde waterpeil, minimaal 2,5 meter breed en minimaal 0,90 meter diep. De uiteindelijke ontwikkelaar gaat hierover in overleg met HHNK. Ruimtelijke adaptatie Het waterschap adviseert om in het ontwerp van het plan het principe van ruimtelijke adaptatie op te nemen. Zo zou kunnen worden gedacht aan het aanbrengen van 'groene daken' op nieuwe gebouwen, eventueel met meervoudig ruimtegebruik en waterberging capaciteit.

Ook kan bij bijvoorbeeld de aanleg van nieuwe parkeerplaatsen gebruik worden gemaakt van waterdoorlatende verharding met bijbehorende afvoer vertragende onderlaag of waterberging op straat en in verlaagde groenstroken. Bij de concrete uitwerking van het stedenbouwkundig plan wordt met bovenstaande rekening gehouden. Beheer en onderhoud waterlopen Alle werkzaamheden binnen een zone van 5 meter van de insteek van waterlopen zijn vergunningplichtig, omdat deze invloed kunnen hebben op de water aan- en afvoer, waterberging of het onderhoud. Bij de aanleg van nieuw water in het plangebied adviseert het waterschap zoveel mogelijk aan te sluiten op de bestaande waterstructuur en onderhoudssituatie. Bij aanleg of aanpassing van waterlopen is het belangrijk om rekening te houden met de bereikbaarheid voor onderhoud van zowel de nieuwe als bestaande waterlopen. Dit geldt met name in het stedelijk gebied, waar het hoogheemraadschap de ambitie heeft om het onderhoud van gemeenten over te nemen. Hiertoe moeten de waterlopen wel aan de voorwaarden van het hoogheemraadschap voldoen. In stedelijk gebied is het uitgangspunt dat waterlopen varend onderhouden kunnen worden, en dus tenminste 6 meter breed en 1 meter diep ten opzichte van het laagst gevoerde waterpeil zijn.

Indien geen varend onderhoud (kan) worden uitgevoerd, dient in elk geval te worden voorkomen dat waterlopen niet meer bereikbaar zijn voor zowel regulier als periodiek onderhoud (maaien en baggeren), doordat deze worden 'ingesloten' door bebouwing. Geadviseerd wordt om een obstakelvrije zone langs de waterloop van tenminste 5 meter aan te houden. Om water van voldoende waterkwaliteit te kunnen handhaven, is het zelfreinigend vermogen van het watersysteem van belang. Het waterschap streeft ernaar om waterlopen te realiseren die in goede verbinding staan met het overige watersysteem. Om te voorkomen dat er locaties ontstaan waar kroos en drijfvuil zich zou kunnen ophopen, dienen doodlopende watergangen te worden voorkomen.

33/320

In de omgeving van het plangbied worden, in het kader van de watercowatercompensatie, waterlopen gerealiseerd. Voor de concrete uitwerking hiervan wordt met bovenstaande rekening gehouden. Het beheer en onderhoud van het water kan hier varend worden uitgevoerd. Gemeente Medemblik en HHNK hebben de afspraak dat HHNK in principe het onderhoud van het oppervlaktewater doet in stedelijk gebied (m.u.v. droge oever/beschoeiing). Er zijn meer randvoorwaarden over de inrichting van het watersysteem voor het onderhoud. Dat gaat ook om de doorvaarbaarheid van kunstwerken, het hebben van een tewaterlaatplaats en laad-/losplaatsen voor maaisel. Ook hierover maken de gemeente en HHNK afspraken. Het hebben van een obstakelvrije zone, daar waar varend onderhoud wordt gepleegd, is niet nodig. Een vrije zone op particulier terrein is overigens nooit een optie voor onderhoud vanaf de kant: het hoogheemraadschap betreed in stedelijk gebied in principe geen particuliere grond voor onderhoud van watergangen. Er wordt bebouwing gepland buiten de beschermingszone van een (primaire) waterloop. Dit betreft de sloot ten noorden en oosten van het plangebied. De obstakelvrije onderhoudsstrook van minimaal 5 meter blijft aangehouden tussen de insteek en de bebouwing. In figuur 4.3 is een figuur van de leggerkaart van het waterschap opgenomen.

34/320

Figuur 4.3

Leggerkaart HHNK

Waterkwaliteit en riolering In het plan wordt een gescheiden riolering aangelegd, waarbij het hemelwater wordt afgekoppeld van de riolering. Dit komt overeen met de basisdoelstelling van het hoogheemraadschap om het hemelwater van nieuwe oppervlakken zoveel mogelijk te scheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Bij voorkeur wordt afstromend hemelwater van verharde oppervlakken eerst voorgezuiverd door een berm, wadi of bodempassage. Het hoogheemraadschap adviseert om met het oog op de waterkwaliteit het gebruik van uitloogbare materialen zoals koper, lood en zink zoveel mogelijk te voorkomen. Hier wordt bij de uitwerking van de plannen rekening mee gehouden. Ruimtelijke adaptatie Het hoogheemraadschap onderschrijft het belang in klimaatadaptieve inrichting. Het hoogheemraadschap adviseert om zoveel mogelijk aan te sluiten bij het door de gemeente Medemblik en hoogheemraadschap ondertekende 'Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw in de MRA en Noord-Holland' document klimaatadaptieve basisveiligheidsniveaus V3.0. Hierin staat onder andere om 70mm van hemelwater te bergen op eigen percelen. Hier wordt bij de uitwerking van de plannen rekening meegehouden. De uitvoering van dit convenant wordt privaatrechtelijk geborgd indien de gemeente dit nodig acht.

35/320

4.6

Luchtkwaliteit

Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, aan te pakken. Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekenende mate' (NIBM) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. Het voornemen gaat uit van de realisering van maximaal 31 woningen. Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Conclusie Vanuit luchtkwaliteit gelden er geen belemmeringen voor het bestemmingsplan.

4.7

Archeologie en cultuurhistorie

Archeologie Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De kern van de wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. In het bestemmingsplan is een bestemming voor de bescherming van archeologische waarden opgenomen. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ is een aanvulling op de geldende enkelbestemming ‘Sport’. Op basis van deze bestemming is archeologisch onderzoek aan de orde bij ontwikkelingen met een oppervlakte groter dan 1.000 m². Archeologie West-Friesland heeft voor de gemeente Medemblik een beleidskaart archeologie opgesteld.

Deze beleidskaart is op 28 februari 2019 vastgesteld. Op de beleidskaart archeologie is aangegeven waar de bekende archeologische waarden zich bevinden en welke archeologische verwachtingen er zijn. De waarden en verwachtingen zijn gecombineerd met een beleidsadvies per zone. Voor de beleidskaart zijn de waarde en de begrenzing van de historische dorpslinten nader gespecificeerd, onder andere aan de hand van verschillende historische kaarten. Volgens de beleidskaart ligt het plangebied in een zone met een vrijstellingsgrens van 10.000 m2. Het plangebied bevindt zich in het voormalige Meer van Wervershoof. Hier geldt een zeer lage archeologische verwachting voor vindplaatsen uit alle perioden. Met de ontwikkeling wordt de drempelwaarde uit de dubbelbestemming overschreden. Echter, gelet op de

36/320

beleidskaart archeologie en de zeer lage archeologische verwachting is geen archeologisch onderzoek nodig. Dit wordt bevestigd door de quickscan die Archeologie West-Friesland heeft uitgevoerd. Deze is als bijlage 8 toegevoegd. Archeologie West-Friesland adviseert de voorgenomen ingrepen vrij te geven met betrekking tot het aspect archeologie. De dubbelbestemming Archeologie kan daarom komen te vervallen. Het aspect archeologie heeft dan ook geen gevolgen voor het bestemmingsplan. Dit wordt door Archeologie West-Friesland bevestigd in zijn advies (zie bijlage 13). Cultuurhistorie De rol van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening is de laatste jaren sterk toegenomen. Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in dat verband specifieke eisen aan het opstellen van ruimtelijke plannen. Waar mogelijk moeten cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt. Cultuurhistorie is daarmee veelal een sturend onderdeel geworden in de ruimtelijke ordening. Binnen het plangebied is geen sprake van specifieke cultuurhistorische waarden. Het is niet noodzakelijk om regels op te nemen ter bescherming van cultuurhistorische waarden. Cultuurhistorie is geen belemmerende factor voor de voorgenomen ontwikkelingen in dit gebied.

Conclusie Vanuit het omgevingsaspect archeologie en cultuurhistorie zijn er geen belemmeringen voor het plangebied.

4.8

Bodem

Toetsingskader Op grond van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemkwaliteit in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de functie. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt voor de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Onderzoek Bodemkwaliteit Het plangebied was voorheen in gebruik ten behoeve van een gevoelige functie in de vorm van tennisbanen. Het is niet aannemelijk dat de gronden door dit gebruik verontreinigd zijn. Er is dus geen sprake van een verdachte locatie. Van de locatie is geen bodemonderzoek beschikbaar. In dit stadium is alleen globaal iets over de geschiktheid van de bodem voor het voorgenomen gebruik te zeggen. Dit wordt gedaan op basis van de bodemkwaliteitskaart, in de omgeving uitgevoerde bodemonderzoeken en eventuele historisch verdachte activiteiten op of in de omgeving van de locatie. De locatie valt in kwaliteitsklasse "wonen" van de bodemkwaliteitskaart 2016. Deze kwaliteit is geschikt voor de beoogde functie. In de omgeving zijn lichte verontreinigingen aangetroffen. Deze verontreinigingen vormen (geen) belemmering voor de beoogde functie.

In het historisch bodembestand zijn op en in de directe omgeving van de locatie geen vermeldingen. Gezien het huidig gebruik kan de grond afhankelijk van de opbouw van de tennisbaan mogelijk wel verontreinigd zijn. Op basis van de beschikbare gegevens kan dan ook geen betrouwbare uitspraak worden gedaan over de

37/320

geschiktheid van de bodem. Zekerheidshalve is daarom een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 5 toegevoegd. Tijdens het onderzoek zijn ernstige verontreinigingen aangetroffen. Wel is bij de huidige tennisbanen een verontreinigde bouwstof (lavasteen) met nikkel aanwezig. Een dergelijke laag wordt niet gezien als onderdeel van de bodem. Voor het bouwrijp maken ten behoeve woningbouw is het advies om deze bouwstof at te voeren naar erkende verwerker of door de eigenaar (gemeente) onder dezelfde condities elders binnen de gemeente toe te passen. Verder heeft de RUD geconcludeerd dat er op basis van het huidige bodemonderzoek geen belemmeringen aanwezig zijn voor toekomstige woningbouw. De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de toekomstige woningbouw. Conclusie Gelet op het voorgaande worden geen belemmeringen met betrekking tot het bodemaspect verwacht. Het planvoornemen is daarmee uitvoerbaar.

4.9

Externe veiligheid

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over “externe veiligheid” om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6-contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van 31 woningen mogelijk.

Woningen zijn aan te merken als kwetsbaar object. Overeenkomstig de professionele risicokaart waarin relevante risicobronnen getoond worden, blijkt dat er geen risicovolle inrichtingen zijn met een externe werking op het plangebied en dat het plangebied niet in het invloedsgebied ligt van vervoer van gevaarlijke stoffen via de weg, spoor en/of water. Verder ligt het plangebied ook niet in het invloedsgebied van aardgastransportleidingen. Het plangebied is daarmee niet gelegen binnen het invloedsgebied van het groepsrisico waardoor een verantwoording van het groepsrisico niet noodzakelijk is. In het kader van het vooroverleg heeft Veiligheidsregio Noord-Holland Noord een advies gegeven. Zie hiervoor bijlage 10. De brandweer adviseert om een brandkraant, ter hoogte van Slootlaan 30 te realiseren. Hiermee kan de bluswatervoorziening verbeterd worden. Ook adviseert de brandweer het plan en de bouw van de woning klimaatbestendig te gaan inrichten. Bij de uitwerking van de plannen zorgt de gemeente voor een toereikende bluswatervoorziening. Ook wordt met de uitwerking rekening gehouden met een klimaatbestendige inrichting. Dit door het plangebied een zo groen mogelijke inrichting te geven door het handhaven en aanplanten van (nieuwe) bomen. Het groene pleintje in het midden van het plangebied gaat eveneens fungeren als wadi/waterberging.

Het handhaven van de bomen te handhaven en het aanplanten van de bomen kan in

38/320

warmere periode's voor verkoeling zorgen. Droogte is eveneens een aspect om rekening mee te houden. Bij de fundering van de woningen kan hier rekening meegehouden worden. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt voor dit bestemmingsplan geen beperkingen en aanvullend onderzoek kan achterwege blijven.

4.10 Kabels en leidingen In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. In en rond het plangebied zijn geen kabels of leidingen aanwezig waarmee met dit bestemmingsplan rekening gehouden dient te worden. Wel kunnen er enkele kleinere huisaansluitingen voor bijvoorbeeld gas, water en riool zijn. Met de uitvoering van de plannen wordt met deze leidingen rekening gehouden. Voor het bestemmingsplan behoeven deze leidingen geen bescherming. In het kader van het vooroverleg heet PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland een vooroverlegreactie gegeven. De reactie is in bijlage opgenomen. PWN vraagt om bij de effectuering van het plan rekening te houden met het feit om voldoende ruimte in de openbare grond van het ondergrondse verkeer. Deze ruimte dient vrij te zijn van bomen en stekelige beplanting. Tevens dient het leidingnet ten allen tijde goed bereikbaar te zijn.

Verder vraagt PWN om aandacht voor het inpassen van bluswater in het ontwerp. Bij de concrete uitwerking van de plannen wordt rekening gehouden met dit advies. De uiteindelijke ontwikkelaar gaat hierover in overleg met PWN. Conclusie In en rondom het plangebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig die beperkingen opleggen voor het bestemmingsplan.

4.11 Duurzaamheid De gemeente Medemblik heeft een duurzame, toekomstbestendige ontwikkeling hoog in het vaandel. Het gemeentebestuur heeft uitgesproken in 2040 klimaatneutraal te willen zijn. De ambitie energieneutraal betekent dat in Medemblik de totale vraag naar energie even groot is als het aanbod aan duurzame energie. Energieneutraal kan de gemeente realiseren via 3 sporen: 1. Inzetten op energiebesparing. 2. Duurzame alternatieven voor aardgas. 3. Duurzame opwek van energie. Verder is het programma 'Samen op weg naar een Duurzaam Medemblik' opgesteld. Dat programma is opgebouwd uit vijf pijlers: 1. Elektriciteit: de ambitie is om in 2040 al elektriciteit op een duurzame manier op te wekken via bijvoorbeeld zonnepanelen of windmolens. 2. Warmte: de gemeente gaat op zoek naar een waardige vervanger van aardgas. Tegelijkertijd zet het in op het besparen van zoveel mogelijk energie.

39/320

3. Circulair: slim met grondstoffen en reststromen omgaan voor een gezonde en toekomstbestendige economie, hetgeen nodig is om grondstoffen voor hergebruik beschikbaar, bereikbaar en betaalbaar te houden. 4. Water en Groen: noodzakelijke aanpassingen om het gebied klimaatbestendig te maken, zoals het verminderen van risico’s op wateroverlast, hitte en droogte. Een belangrijke maatregel is het vergroenen van de omgeving. 5. Mobiliteit: duurzame mobiliteit aantrekkelijk maken. De ambitie van onderhavige ontwikkeling is om de beste bouwkundige technieken en installatietechnieken toe te passen om de woningen zo energiezuinig mogelijk te maken, waarbij minimaal voldaan moet worden aan de wetteljke eisen vanuit het BENG. De elektrische energie kan worden opgewekt met zonnepanelen. Voor de terreininrichting zal aandacht zijn voor een natuurvriendelijke en groene inrichting die leidt tot een grotere biodiversiteit. Conclusie Het plan voorziet hiermee in een duurzame invulling van het gebied.

40/320

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische regeling

Algemeen

Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Bro en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare manier zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen volgens de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden. Verder sluit de regeling in het voorliggende bestemmingsplan aan bij het bestaande bestemmingsplan ' Dorpskernen III' én het 'Parapluplan Parkeren Medemblik'. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.

5.2

Toelichting op de bestemmingen

In deze paragraaf worden de afzonderlijke bestemmingen zoals deze op de verbeelding en in de regels zijn opgenomen, beschreven. De wijze van bestemmen is afgestemd op het geldende bestemmingsplan Dorpskernen III. Verkeer - Verblijfsgebied De openbare gronden krijgen de bestemming Verkeer - Verblijfsgebied. Deze gronden zijn onder ander bedoeld voor wegen en straten, parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen. Gebouwen zijn niet toegestaan. Wonen De woningen in het plangebied zijn geregeld in de bestemming 'Wonen'. De goot- en bouwhoogte bedraagt maximaal 7 en 12 meter. De woningen dienen binnen het bouwvlak gebouwd te worden. Voor het woongebouw is een aanduiding opgenomen. Dit betekent dat het woongebouw ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – woongebouw' gebouwd moet worden. Ter plaatse van deze aanduiding mag het woongebouw een bouwhoogte van ten hoogste 12,00 m hebben.

41/320

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan doorloopt de in de Wro vastgelegde procedure. Tijdens deze procedure zijn er verschillende momenten waarop burgers en belanghebbenden hun zienswijze op het plan kenbaar kunnen maken. Hieronder volgt een nadere toelichting. Inspraak en overleg In het kader van het vooroverleg bestaat voor belangenorganisaties en burgers de mogelijkheid te reageren op de gemeentelijke beleidsvoornemens, zoals die zijn opgenomen in dit bestemmingsplan. Dit plan wordt niet voor inspraak ter inzage gelegd. In plaats daarvan is een informatiebijeenkomst gehouden. Circa 200 mensen waren op deze bijeenkomst aanwezig. Een groot aantal bewoners hebben vragen gesteld en reacties op het plan ingeleverd. Daarnaast hebben een groot aantal mensen zich ingeschreven voor de woningen ( het CPO project). Tevens heeft overleg plaatsgevonden met omwonden. Op basis van dit overleg is het plan aangepast en geoptimaliseerd. Ook is het plan voorgelegd aan de betrokken diensten en instanties als bedoeld in het Overleg van het Besluit ruimtelijke ordening. Hierop hebben de volgende instanties gereageerd: Waterschap (zie bijlage 9). Het waterschap heeft een volledig wateradvies gegeven. Deze is is paragraaf 4.5 Water verwerkt en heeft tevens tot een toevoeging in artikel 4.1 lid j geleid. Veiligheidsregio Noord-Holland-Noord (zie bijlage 10).

Het advies van de veiliheidsregio is verwerkt in paragraaf 4.9 Externe veiligheid. Omgevingsdienst Noord-Holland-Noord (zie bijlage 11). Het advies van 20 september 2022, alsmede het aanvullende advies van 17 januari 2024 is, waar relevant, verwerkt in de paragrafen 4.2 Ecologie, 4.4 Geluid en 4.8 Bodem PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland (zie bijlage 12). Het advies is verwerkt in paragraaf 4.10 Kabels en leidingen. Archeologie West-Friesland (zie bijlage 13). Archeologie West-Friesland is akkoord met het onderzoek en de tekst in paragraaf. De dubbelbestemming Waarde- Archeologie 4 kan komen te vervallen in onderhavig plangebied. De verbeelding is op basis hiervan aangepast. Provincie Noord-Holland (zie bijlage 14). De provincie geeft aan dat het bestemmingsplan niet hoeft worden voorgelegd aan de provincie. Dit vanwege het feit dat het plangebied in stedelijk gebied is gelegen en er geen raakvlakken zijn met LIB5 zone Schiphol, industrieterrein van provinciaal/regionaal belang, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, regionale waterkeringen, regionale luchthavens, verblijfsrecreatie, provinciale wegen/OV knooppunten of detailhandel. Het plangebied ligt in het stedelijk gebied en ook niet binnen één van de zones. Verder wordt met de uitvoering van de plannen rekening gehouden met klimaatadaptatie. Zie ook een aanvulling onder het provinciaal beleid.

Gemeente Hollands Kroon (zie bijlage 15). De gemeente heeft geen aanleiding om opmerkingen te maken op het bestemmingsplan. Zienswijzen Vervolgens heeft het ontwerpbestemmingsplan met ingang van 5 december 2024 voor een periode van zes

42/320

weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). Hiervan is geen gebruik gemaakt. Wel is een aanvullend advies (d.d. 17 januari 2024) van de omgevingsdienst ingekomen die als (aanvullende) overlegreactie is behandeld. Dit advies heeft geleid tot een aantal aanpassingen in de toelichting. Verder zijn in het kader van de vaststellingsprocedure een aantal aanpassingen van de regels voorgesteld die oornamelijk te maken hebben met een goede afstemming op de huidige regeling uit het bestemmingsplan Dorpskernen III (2018) en het Veegplan gemeente Medemblik, dat op 30 november 2023 is vastgesteld. Vaststelling Het bestemmingsplan is met inachtneming van de ambtshalve aanpassingen van de regels vastgesteld op 25 april 2024. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan wordt vervolgens nog een keer voor zes weken ter inzage gelegd. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is het van belang te weten of het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostendekking/kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). De gronden zijn eigendom van de gemeente. De kosten voor het bouw -en woonrijp maken van de kavels en de overige kosten worden door de gemeente gedragen. Voor de ontwikkeling is een grondexploitatie gemaakt. Een anterieure overeenkomst is derhalve niet nodig. De gemeente verkoopt de gronden aan de ontwikkelaar. Hierdoor wordt anderszins voorzien in het verhalen van de gemeentelijke kosten. Het voornemen is om twee kavels te verkopen aan een woningcorporatie om daar sociale huurwoningen te bouwen. In verband met het Didamarrest zal dit middels een zorgvuldige procedure plaatsvinden. Binnen die procedure worden eventuele kandidaten in de gelegenheid gesteld zich te melden voor dit project. In feite is het Didam-arrest in dit geval beperkt aan de orde, omdat de gemeente zelf ontwikkelt en de grond verkoopt aan de eindgebruikers en een woningcorporatie.

43/320

Bijlagen bij de toelichting

45/320

Bijlage 1

47/320

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

WERVERSHOOF - SLOTLAAN EN BOSWEID Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

1/17

DATUM KENMERK

11 augustus 2022 20211834/25648/SWJD

PROJECT PROJECTLEIDER

Wervershoof - Slotlaan en Bosweid - woningbouw J.J. Posthumus MSc

OPDRACHTGEVER Gemeente Medemblik PROJECTNUMMER 20211834 AUTEUR

2/17

mr. S. Drost

INHOUD 1.

2.

3.

4.

3/17

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3

4 4 4

Aanleiding Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in? Leeswijzer

Plaats en omvang van het project

5

2.1 2.2

Plaats van het project Omvang van het project

5 8

Kenmerken van de milieufactoren

10

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10

10 11 12 12 13 14 15 15 16 16

Verkeer en parkeren Geluid Bodem Water Natuur Luchtkwaliteit Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid Archeologie, cultuurhistorie en landschap Sloop- en aanlegwerkzaamheden Mitigerende maatregelen

Conclusie

17

1. INLEIDING 1.1

Aanleiding

In het dorp Wervershoof is concrete behoefte aan nieuwe woningen. Derhalve is het plan opgevat om nieuwe woningen in het dorp mogelijk te maken. De locatie van de voormalige tennisbanen van TV Kaag in Wervershoof is hiertoe geschikt bevonden. Het plan is om hier maximaal 31 nieuwe woningen te bouwen voor verschillende doelgroepen. Het beoogde plan is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch te kunnen regelen is een nieuw bestemmingsplan voor deze locatie opgesteld. Echter, in het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op 2.000 woningen of meer (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van maximaal 31 woningen en blijft hiermee ruim onder de drempelwaarde. Deze ontwikkeling wordt door het Besluit milieueffectrapportage beschouwd als een zogenaamd 'overig geval' waarvoor eveneens een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. In dergelijke gevallen dient een aanmeldnotitie m.e.r. opgesteld te worden. Hiertoe dient voorliggende aanmeldnotitie.

1.2

Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in?

In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: ● de plaats van het project; ● de omvang van het project; ● de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

1.3

Leeswijzer

Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: ● beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project; ● licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; ● geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling. Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van informatie uit de onderzoeken toegevoegd aan de bijlagen van het bestemmingsplan.

4/17

2. PLAATS EN OMVANG VAN HET PROJECT 2.1

Plaats van het project

ALGEMEEN Het plangebied is gelegen aan de Slotlaan 17 te Wervershoof, plaatselijk bekend als de voormalige tennisvelden van TV de Kaag. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 2.1. De begrenzing van het plangebied is opgenomen in figuur 2.2.

Figuur 2.1 Ligging van het plangebied (bron: Geo Web)

Figuur 2.2 Begrenzing van het plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

5/17

BIJZONDERE GEBIEDEN EN HET OPNAMEVERMOGEN VAN HET NATUURLIJK MILIEU Het plangebied kent in het vigerende bestemmingsplan ‘Dorpskernen III’ (vastgesteld op 26 april 2018) een dubbelbestemming met betrekking tot archeologie. Het gaat om de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Voor deze dubbelbestemming geldt dat bij bodemingrepen groter dan 1.000 m2 archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Daarnaast is door Archeologie West-Friesland voor de gemeente Medemblik een beleidskaart archeologie opgesteld. Op de beleidskaart archeologie is aangegeven waar de bekende archeologische waarden zich bevinden en welke archeologische verwachtingen er zijn. Volgens de beleidskaart ligt het plangebied in een zone met een vrijstellingsgrens van 10.000 m2. Het plangebied bevindt zich in het voormalige Meer van Wervershoof. Hier geldt een zeer lage archeologische verwachting voor vindplaatsen uit alle perioden. Verder is het plangebied geen onderdeel van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘IJsselmeer’ is gelegen op meer dan 200 meter afstand ten noorden van het plangebied. De dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden ‘Schoorlse Duinen’ en ‘Noordhollands Duinreservaat’ bevinden zich op circa 31 kilometer (figuur 2.3). Het dichtstbijzijnde NNN-gebied bevindt zich op circa 170 meter afstand (figuur 2.4).

Tot slot is het plangebied niet gelegen in een grondwaterbeschermings- of stiltegebied (figuur 2.5).

Figuur 2.3 Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS Calculator)

6/17

Figuur 2.4 Ligging plangebied (rood omlijnd) ten opzichte van NNN-gebieden (bron: Omgevingsverordening NH2022)

Figuur 2.5 Ligging plangebied (rode ster) ten opzichte van grondwaterbeschermings- en stiltegebieden (bron: Omgevingsverordening NH2022)

7/17

2.2

Omvang van het project

INRICHTING PLAN In het dorp Wervershoof is concrete behoefte aan nieuwe woningen. Derhalve is het plan opgevat om nieuwe woningen in het dorp mogelijk te maken. De locatie van de voormalige tennisbanen van TV Kaag in Wervershoof is hiertoe geschikt bevonden. Het plan is om hier maximaal 31 nieuwe woningen te bouwen voor verschillende doelgroepen. Het plan voorziet zoals benoemd in de toevoeging van maximaal 31 woningen. Het gaat om vrijstaande woningen, tweeonder-een-kapwoningen, rijwoningen en beneden-bovenwoningen. Het gebied rondom krijgt een groene invulling. In figuur 2.6 is een inrichtingstekening van de toekomstige situatie weergegeven.

Figuur 2.6 Inrichting plangebied (bron: initiatiefnemer)

8/17

GEBRUIK NATUURLIJKE HULPBRONNEN EN PRODUCTIE VAN AFVALSTOFFEN Voor de realisatie van de beoogde ontwikkeling worden de gebruikelijke bouwmaterialen en natuurlijke hulpbronnen benut. Afvalstoffen zullen ontstaan tijdens de aanleg- en gebruiksfase. Afvalstromen zullen zoveel mogelijk worden gescheiden ten behoeve van hergebruik.

VERONTREINIGING, HINDER, RISICO VAN ZWARE ONGEVALLEN EN RAMPEN, RISICO’S VOOR DE MENSELIJKE GEZONDHEID Deze thema’s komen mede aan bod in het volgende hoofdstuk.

CUMULATIE MET ANDERE PROJECTEN Voor zover bekend zijn er geen beoogde ontwikkelingen in de directe omgeving van het plangebied. Er is daarom geen sprake van een cumulatie van milieueffecten vanwege omliggende projecten.

9/17

3. KENMERKEN VAN DE MILIEUFACTOREN 3.1

Verkeer en parkeren

ONTSLUITING De hoofdontsluiting van de ontwikkeling vindt plaats aan twee kanten. Eén daarvan is een directe ontsluiting op de Slotlaan aan de zuidkant van het plangebied en de andere ontsluiting sluit via de Bosweid indirect aan op de Slotlaan. Het plangebied is hiermee zeer goed te bereiken.

VERKEERSGENERATIE De verkeersgeneratie is berekend op basis van de gemiddelde kentallen die afkomstig zijn van het CROW (Publicatie 381 Toekomstbestendig parkeren). In tabel 3.1 is de toekomstige verkeersgeneratie weergeven. Hierbij is uitgegaan van een locatie in de rest bebouwde kom in een weinig stedelijke gemeente. De gemiddelde toename van de verkeersbewegingen van de beoogde ontwikkeling bedraagt 202 mvt/etmaal. De verkeersafwikkeling wordt beoordeeld in het drukste uur van de dag, waarin doorgaans maximaal 10% van de etmaalwaarde wordt afgewikkeld. Op het drukste uur zullen de ontsluitende wegen een verkeersafwikkeling van circa 20 mvt ondervinden. Overigens komt de verkeersafwikkeling als gevolg van het beëindigen van de tennisvelden te vervallen. De daadwerkelijke verkeerstoename is daarmee lager dan 20 motorvoertuigen. Deze verkeerstoename zal merkbaar zijn in de drukkere uren maar naar verwachting geen negatieve gevolgen hebben op de omliggende ontsluitingswegen en niet leiden tot een verminderde doorstroming op de wegvakken en de relevante kruispunten. Voor wat betreft de verkeersgeneratie kan worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling geen negatieve effecten heeft op de omgeving. Tabel 3.1 Verkeersgeneratie beoogde ontwikkeling

PARKEREN Voor de woningen zijn op basis van het gemeentelijk beleid, zoals benoemd in de 'Nota Parkeernormen, Gemeente Medemblik' in totaal 53 parkeerplaatsen nodig. Voor de verschillende woontypen in het plangebied gelden de normen zoals is opgenomen in tabel 3.2. Tabel 3.2 Parkeernormen gemeente Medemblik (bron: Nota Parkeernormen, gemeente Medemblik) Parkeernormen wonen

10/17

Functietype

Binnenstad Medemblik*

Overige kernen*

Buitengebied

Eenheid

Koop, vrijstaand

1,8

2,3

2,4

Woning

Koop, twee onder één kap

1,7

2,2

2,2

Woning

Koop, tussen/ hoek

1,5

2,0

2,0

Woning

Koop, appartement, duur

1,6

2,1

2,1

Woning

Koop, appartement, midden

1,4

1,9

1,9

Woning

Koop, appartement, goedkoop

1,3

1,6

1,6

Woning

Huurhuis, vrije sector

1,5

2,0

2,0

Woning

Huurhuis, sociale huur

1,3

1,6

1,6

Woning

Huur, appartement, duur

1,4

1,9

1,9

Woning

Huur, appartement, midden/goedkoop 1,1 (incl. sociale huur)

1,4

1,4

Woning

Met de ontwikkeling wordt de parkeerbehoefte opgelost in het plangebied zelf. Er worden in totaal 53 parkeerplaatsen gerealiseerd, waarvan 10 op eigen terrein en 43 in de openbare ruimte. Zie hiervoor ook figuur 2.6 (paragraaf 2.2) met de inrichtingsschets. Er is sprake van voldoende parkeermogelijkheden. Er is geen sprake van negatieve effecten op de omgeving met betrekking tot het aspect parkeren.

Figuur 3.1 Parkeerberekening

3.2

Geluid

Het plangebied bevindt zich binnen de geluidzone van de Kagerdijk. Er is daarom een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB voor de geluidbelasting vanwege de gezoneerde Kagerdijk niet wordt overschreden. De realisatie van het plan is mogelijk binnen de randvoorwaarden van de Wet geluidhinder en er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Een hogere waarde procedure is niet aan de orde. Op basis van een (aangenomen) verkeersintensiteit van 1.000 mvt/etmaal op de Slotlaan bedraagt de geluidbelasting vanwege de Slotlaan op de aan de Slotlaan geprojecteerde woningen niet meer dan Lden = 51 dB. Dit is slechts 3 dB hoger dan de richtwaarde van Lden = 48 dB (niet gezoneerde weg) en ruimschoots onder de algemene ontheffingswaarde van Lden = 63 dB. Er is sprake van een akoestisch (wegverkeer) aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Aanvullende eisen vanuit het Bouwbesluit ten aanzien van de gevelgeluidwering zijn formeel niet aan de orde. Voor de woningen direct grenzend aan de Slotlaan

11/17

wordt geadviseerd rekening te houden met de berekende geluidbelasting en daarmee een karakteristieke geluidwering van tenminste GA;k = 56 – 33 = 23 dB(A). Dit is gebaseerd op de geluidbelasting exclusief aftrek op basis van artikel 110g Wgh en het Bouwbesluit 2012. Negatieve effecten op de omgeving kunnen vanuit het aspect geluid uitgesloten worden.

3.3

Bodem

Om de bodemkwaliteit in kaart te brengen is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Tijdens het onderzoek zijn verontreinigingen aangetroffen. Vervolgens heeft de RUD geconcludeerd dat er op basis van het huidige bodemonderzoek geen belemmeringen aanwezig zijn voor toekomstige woningbouw. De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de toekomstige woningbouw. Het beoogde plan heeft geen negatieve effecten op de omgeving voor wat betreft bodem(kwaliteit).

3.4

Water

Het plangebied is gelegen in het beheergebied van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Voor het beoogde plan is een advies aangevraagd in het kader van de digitale watertoets op www.dewatertoets.nl. Met de gegevens die zijn opgegeven is bepaald dat het plan mogelijk invloed heeft op de waterhuishouding. Hierdoor kan de normale procedure worden gevolgd voor de watertoets. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier hanteert bij ontwikkelingen waarbij sprake is van een verhardingstoename tot 2000 m2 de vuistregel dat 10% van de toename aan verhard oppervlak dient te worden gecompenseerd door middel van het inrichten van nieuwe waterberging. In de bestaande situatie is 1.050 m2 verhard. In de nieuwe situatie is dit 5.013 m2. Er is daarmee een toename van 3.963 m2. Compenserende maatregelen vinden plaats door de sloot aan de oostzijde van het plangebied te vergroten. Een overzicht van de berekeningen van de verharding met bijbehorende benodigde compensatie is in figuur 3.2 weergeven.

Figuur 3.2 Berekening benodigde watercompensatie Voor wat betreft waterkwaliteit en riolering wordt in het plangebied een gescheiden riolering aangelegd, waarbij het hemelwater wordt afgekoppeld van de riolering. Dit komt overeen met de basisdoelstelling van het hoogheemraadschap om het hemelwater van nieuwe oppervlakken zoveel mogelijk te scheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Bij voorkeur wordt afstromend hemelwater van verharde oppervlakken eerst voorgezuiverd door een berm, wadi of bodempassage. Het hoogheemraadschap adviseert om met het oog op de waterkwaliteit het gebruik van uitloogbare materialen zoals koper, lood en zink zoveel mogelijk te voorkomen. Hier wordt bij de uitwerking van de plannen rekening meegehouden.

12/17

Er is geen sprake van negatieve effecten op de waterkwaliteit in de omgeving als gevolg van het planvoornemen.

3.5

Natuur

GEBIEDSBESCHERMING Natura 2000-gebied Het plangebied maakt geen deel uit van Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft het IJsselmeer dat op circa 170 meter afstand van het plangebied is gelegen. De dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden ‘Schoorlse Duinen’ en ‘Noordhollands Duinreservaat’ bevinden zich op circa 31 kilometer. Directe effecten, zoals verstoring, verontreiniging, versnippering et cetera zijn op deze afstand uit te sluiten. Indirecte hinder als gevolg van verkeersbewegingen zijn ook niet aan de orde, omdat autoverkeer de natuurgebieden niet hoeft te kruisen om het plangebied te bereiken. Stikstofdepositie In Nederland staan veel Natura 2000-gebieden onder druk door een overbelasting van stikstofdepositie. Er is een stikstofonderzoek uitgevoerd. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. Gezien de aard en de omvang van de voorgestelde ontwikkelingen en de afstand van het plangebied tot beschermde gebieden, kan worden gesteld dat de beoogde ontwikkeling geen (significante) effecten op de natuurwaarden in de omgeving heeft.

Natuurnetwerk Nederland Een plan mag geen activiteiten en ontwikkelingen mogelijk maken, die leiden tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van het NNN. Het plangebied maakt geen deel uit van het NNN. Er worden daarom geen ingrepen voorgesteld. Er is geen sprake van negatieve effecten op het NNN.

SOORTENBESCHERMING De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden.

De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Door de voorgenomen werkzaamheden worden negatieve effecten op bovenstaande soorten verwacht. Aanvullend onderzoek naar vleermuizen en huismussen is daarop uitgevoerd.

13/17

Huismus Uit het huismusonderzoek is gebleken dat de huismussen het plangebied incidenteel gebruiken. Het is géén essentieel leefgebied. Daarnaast zijn er voldoende uitwijkmogelijkheden in de omgeving aanwezig. Met de geplande werkzaamheden wordt géén negatief effect verwacht op de huismus. De geplande activiteiten zijn niet ontheffing plichtig. Vleermuis Uit het vleermuisonderzoek is gebleken dat vleermuizen de bomenrijen in het plangebied gebruiken als vliegroute en foerageergebied. Er zijn drie soorten vleermuizen waargenomen: de gewone dwergvleermuis, laatvlieger en de rosse vleermuis. Deze soorten zijn constant foeragerend en tijdens zonsondergang overvliegend waargenomen langs de lijnvormige elementen. Met de geplande werkzaamheden wordt er een negatief effect verwacht op de vleermuizen. De geplande werkzaamheden zijn voor vleermuizen wél ontheffing plichtig. Ontheffing Voor de kap werkzaamheden van de heg en de bomenrij in het plangebied dient een ontheffing op de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Hiervoor dient een activiteitenplan opgesteld te worden met daarin de mitigerende en compenserende maatregelen. Dit houdt in dat eerst alternatieve lijnvormige elementen moeten worden toegepast in de vorm van bijvoorbeeld een vleermuischerm. Op basis van het activiteitenplan wordt een ontheffing aanvraag ingediend bij bevoegd gezag.

Indien er een ontheffing wordt toegewezen mogen daarna de werkzaamheden worden uitgevoerd zoals ze worden beschreven in de ontheffing. Dit geldt overigens alleen voor de werkzaamheden aan de heg en bomenrij aan de oostzijde van het plangebied. De rest van de werkzaamheden op het terrein kunnen worden uitgevoerd mits er gewerkt wordt buiten de globale broedperiode van vogels (maart-september). De werkzaamheden dienen daarnaast een mimimaal effect te hebben op vleermuizen als gevolg van verstoring. De vastgestelde vliegroute dient ten alle tijden toegankelijk te blijven voor vleermuizen. Er mag dus geen opslag van machines en materialen geplaatst worden nabij de vliegroute. Ook dient voorkomen te worden met bouwlampen te werken rondom zonsopkomst en zonsondergang omdat dit vleermuizen verstoord. Met inachtneming van de eventueel te nemen maatregelen in het activiteitenplan wordt de uitvoering van de ontwikkeling uitvoerbaar geacht.

3.6

Luchtkwaliteit

Het bestemmingsplan maakt de realisatie van maximaal 31 woningen mogelijk. Dit aantal valt ruim onder de drempelwaarde van 1.500 woningen, waardoor het plan is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Het plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht. Deze stelling wordt onderbouwd door de NIBM tool waarmee een worst-case berekening is gedaan voor de bijdrage van het extra verkeer.

14/17

Figuur 3.3 Berekening NIBM Ook uit de rekentool blijkt dat de bijdrage van de extra verkeersbewegingen niet in betekenende mate is. Er wordt dan ook voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving, waardoor nader onderzoek niet noodzakelijk is.

3.7

Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid

EXTERNE VEILIGHEID Om te bepalen of in en in de nabijheid van het plangebied risicovolle objecten aanwezig zijn, is de risicokaart via Atlas Leefomgeving geraadpleegd. Hieruit blijkt dat er geen risicovolle inrichtingen, buisleidingen en vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvinden in de nabijheid van het plangebied. Vanuit het aspect externe veiligheid is het planvoornemen uitvoerbaar. Met de beoogde ontwikkeling worden geen risicovolle bronnen mogelijk gemaakt. Hiermee worden geen negatieve effecten verwacht vanuit het aspect externe veiligheid.

RISICO’S OP RAMPEN DOOR KLIMAATVERANDERING Met de beoogde ontwikkeling is er sprake van een toename aan verharding. Hiervoor worden compenserende maatregelen genomen, welke uiteen worden gezet in paragraaf 3.4. Ten gevolge van de beoogde ontwikkelingen nemen risico’s op rampen door klimaatadaptatie hiermee niet toe.

RISICO’S VOOR DE MENSELIJKE GEZONDHEID Uit toetsing van de verschillende milieuthema’s op het gebied van leefomgevingskwaliteit blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een belangrijke toename van risico’s voor de menselijke gezondheid. Er wordt voldaan aan de normen voor bodem, externe veiligheid en luchtkwaliteit. Een significant effect op de risico’s voor de menselijke gezondheid is daarmee uitgesloten.

3.8

Archeologie, cultuurhistorie en landschap

ARCHEOLOGIE Het plangebied kent in het vigerende bestemmingsplan ‘Dorpskernen III’ (vastgesteld op 26 april 2018) een dubbelbestemming met betrekking tot archeologie. Het gaat om de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Voor deze dubbelbestemming geldt dat bij bodemingrepen groter dan 1.000 m2 archeologisch onderzoek noodzakelijk is.

15/17

Daarnaast is door Archeologie West-Friesland voor de gemeente Medemblik een beleidskaart archeologie opgesteld. Deze beleidskaart is op 28 februari 2019 vastgesteld. Op de beleidskaart archeologie is aangegeven waar de bekende archeologische waarden zich bevinden en welke archeologische verwachtingen er zijn. De waarden en verwachtingen zijn gecombineerd met een beleidsadvies per zone. Voor de beleidskaart zijn de waarde en de begrenzing van de historische dorpslinten nader gespecificeerd, onder andere aan de hand van verschillende historische kaarten. Volgens de beleidskaart ligt het plangebied in een zone met een vrijstellingsgrens van 10.000 m2. Het plangebied bevindt zich in het voormalige Meer van Wervershoof. Hier geldt een zeer lage archeologische verwachting voor vindplaatsen uit alle perioden. Met de ontwikkeling wordt de drempelwaarde die is opgenomen in de dubbelbestemming overschreden. Voor de ontwikkeling is op basis van de beleidskaart van West-Friesland geen archeologisch onderzoek nodig als gevolg van de zeer lage archeologische verwachting. Er is daarom geen archeologisch onderzoek nodig. Dit wordt bevestigd door de quickscan die Archeologie West-Friesland heeft uitgevoerd. Archeologie West-Friesland adviseert de voorgenomen ingrepen vrij te geven met betrekking tot het aspect archeologie.

Er is geen sprake van mogelijke negatieve effecten op de archeologische waarden als gevolg van de beoogde ontwikkeling.

CULTUURHISTORIE In het plangebied zijn geen specifieke cultuurhistorische waarden aanwezig. Dit blijkt uit de Cultuurhistorische Kaart Fryslân (CHK2) van de provincie Fryslân. De te bouwen woningen zijn afgestemd op de kenmerken van de omgeving. De ontwikkeling past binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur. Hiermee kunnen negatieve effecten op de omgeving worden uitgesloten.

3.9

Sloop- en aanlegwerkzaamheden

Gelet op de aard en tijdelijkheid van de aanlegwerkzaamheden kunnen blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten worden. Vanwege de aard en omvang zal dan ook geen sprake zijn van significante negatieve milieueffecten, zoals geluid- en stofoverlast, ten tijde van de werkzaamheden.

3.10 Mitigerende maatregelen Voor dit plan zijn geen mitigerende maatregelen bekend.

16/17

4. CONCLUSIE Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet ligt in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. De aard en omvang van het plan leiden niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure is niet noodzakelijk.

17/17

Bijlage 2

65/320

Ecologisch onderzoek

Ecologische quickscan Nieuwbouw aan de Slotlaan 17 te Wervershoof In het kader van de Wet natuurbescherming en Natuurnetwerk Nederland

In opdracht van Gemeente Medemblik

Quickscan Flora en Fauna Nieuwbouw aan de Slotlaan 17 te Wervershoof

In opdracht van: Naam Contactpersoon Postadres Postcode + plaats

: Gemeente Medemblik : F. van der Staay : Postbus 45 : 1687 ZG Wognum

Datum Onderzoekers Opgesteld door Gecontroleerd door Status Versie Geldigheidsduur

: 16 februari 2022 : M Flikweert : M Flikweert : G Luchtenberg : Definitief :1 : 3 jaar

Smit Groenadvies BV Adres Telefoonnummer E-mail Internet

: Zijperweg 5 1742 NE Schagen : 0224 75 12 75 : info@smitgroenadvies.nl : www.smitgroenadvies.nl

Disclaimer * Natuur is onvoorspelbaar. Het is mogelijk dat ondanks de zorgvuldige voorbereiding en onderzoek toch beschermde soorten worden aangetroffen tijdens de werkzaamheden. In dat geval heeft de uitvoerder een zorgplicht en is verantwoordelijk voor de verdere gang van zaken. In de wet is namelijk vastgelegd dat de wettelijke zorgplicht voor de aanwezige natuur gedurende het gehele plan-, uitvoerings- en beheertraject de verantwoordelijkheid is van de opdrachtgever. Bij twijfel of er beschermde soorten en/of vaste rust-, verblijf- en voortplantingsplaatsen voorkomen in het plangebied moet altijd nader onderzoek worden uitgevoerd.

** Voor het uitvoeren van het onderzoek gebruiken wij onder andere gegevens van de NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna). De NDFF ontwikkelt zich naar open data, met consequenties voor de invoer en het gebruik van NDFF-data. De data die wij verkrijgen met het uitvoeren van het onderzoek in deze offerte zullen wij op termijn moeten delen met het NDFF. Deze data wordt dan (deels) publiekelijk toegankelijk. Wanneer u deze offerte accepteert, geeft u akkoord voor het delen van de verkregen onderzoeksgegevens.

2 | 31

Quickscan Flora en Fauna Nieuwbouw aan de Slotlaan 17 te Wervershoof

Inhoud 1

2

3

4

5

6

7

INLEIDING

4

1.1 1.2 1.3

4 5 5

Doel van de quickscan Gebiedsbeschrijving Leeswijzer

EINDOORDEEL

6

2.1 2.2

Conclusie Advies

6 6

ONDERZOEKSMETHODE

8

3.1 3.2 3.3

Doel van het onderzoek Veld- en bureauonderzoek Werkwijze

8 8 8

BESCHERMDE NATUURGEBIEDEN

9

4.1 4.2

9 10

Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebieden in de omgeving van het plangebied

RESULTATEN UIT VELD- EN BUREAUONDERZOEK

11

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

11 12 12 12 13 13 13 13

Vleermuizen Vogels met jaarrond beschermde nesten Vogels zonder jaarrond beschermde nesten Amfibieën, vissen en reptielen Grondgebonden zoogdieren Libellen en dagvlinders Flora, beplanting en watergangen rondom het tennispark Conclusie resultaten

EFFECTEN

14

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6

14 14 14 14 14 14

Vleermuizen Vogels met jaarrond beschermde nesten Vogels zonder jaarrond beschermde nesten Grondgebonden zoogdieren Libellen en dagvlinders N2000 gebieden

LITERATUUR

BIJLAGES

15

16

Bijlage I Wettelijk kader Bijlage II Beknopte samenvatting Wet natuurbescherming

16 18

3 | 31

Quickscan Flora en Fauna Nieuwbouw aan de Slotlaan 17 te Wervershoof

1

Inleiding

De gemeente Medemblik wil het tennispark van de tennisvereniging de Kaag een nieuwe bestemming geven. Er zijn plannen om hier 31 woningen te bouwen. In de omgeving van de woningen worden wegen en openbaar groen aangelegd (figuur 1). Er dient ook een oppervlakte aan water gecompenseerd te worden door de gemeente. Hoe dit gaat gebeuren, staat nog niet vast. In de ontwerpplannen is uitgegaan van een kleine inham aan de noordkant van het plangebied. In opdracht van gemeente Medemblik is een ecologisch onderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn de werkzaamheden getoetst aan de Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming (Wnb) legt enkele verplichtingen op bij langdurig beheer en ruimtelijke ingrepen in de natuur. De wet verplicht de initiatiefnemer op de hoogte te zijn van mogelijke beschermde natuurwaarden binnen het werkgebied. Het doel van de wet is dat de inheemse flora en fauna in stand blijft. Door deze natuurwaarden vooraf te onderzoeken, wordt schade aan beschermde soorten voorkomen of beperkt. Als schade niet te voorkomen is, moet de initiatiefnemer een ontheffing aanvragen.

Figuur 1 het plan beslaat bouw van 31 woningen, aanleg van wegen en openbaar groen. Er is een voorstel gedaan om 280 m2 oppervlaktewater te compenseren in een nieuw aan te leggen inham (rode cirkel,.

1.1 Doel van de quickscan Het doel van de flora- en faunascan is het opsporen van eventuele strijdigheden van de voorgenomen werkzaamheden met de natuurwetgeving.

4 | 31

Quickscan Flora en Fauna Nieuwbouw aan de Slotlaan 17 te Wervershoof

1.2 Gebiedsbeschrijving Het plangebied aan de Slotlaan 17 te Wervershoof is een tennispark en bestaat uit zes tennisvelden met tussenliggende graspercelen. Het plangebied beslaat om het tennispark ook een groenstrook, wegen, watergangen en is totaal 8481 m2 . Om het tennispark staat aan de oost-, noord- en westzijde een ca vier meter hoge coniferenhaag. De zuidzijde van het tennispark is half open met plantsoenen, heesters en struiken. De grens aan de oostzijde is een watergang met tussen de haag en de watergang een wandelpad met een rij statige Italiaanse populieren. De grens aan de noordzijde is watergang met aan de overzijde van de watergang een park met grote Canadese populieren en spaarzame ondergroei. De rest van de omgeving is een rustige woonwijk met een autoweg voor bestemmingsverkeer en een woonerf. De woningen liggen op ca 30 meter buiten het plangebied. .

Figuur 1. ligging van het plangebied

1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de aanbevelingen en conclusie behandeld. Op basis van welke beschermde soorten er mogelijk aanwezig zijn en wat de effecten van de werkzaamheden op deze soorten zijn, volgt het advies. In hoofdstuk 3 wordt de onderzoeksmethode beschreven. Er wordt ingegaan op het doel van het onderzoek en de gevolgde methode voor de bureaustudie en het veldonderzoek. In hoofdstuk 4 wordt behandeld of beschermde natuurgebieden voorkomen in de omgeving van het plangebied. In hoofdstuk 5 worden de resultaten van het bureauonderzoek gekoppeld aan de resultaten van het veldonderzoek, hierbij is gekeken naar de aanwezigheid van beschermde soorten en potentiële functies van het plangebied voor deze soorten. In hoofdstuk 6 worden conclusies getrokken over de effecten van de werkzaamheden op beschermde soorten.

5 | 31

Quickscan Flora en Fauna Nieuwbouw aan de Slotlaan 17 te Wervershoof

2

Eindoordeel

In dit hoofdstuk staan de hoofdlijnen van het rapport. Welke beschermde soorten zijn mogelijk aanwezig, wat zijn de effecten van de werkzaamheden op beschermde soorten en hieruit volgend advies. Beschermde, niet vrijgestelde soorten

Potentieel aanwezig binnen het plangebied

Biotoop

Advies

verblijfplaats

Nee

-

-

foerageergebied

Ja

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=d1fd6630-1203-4550-b714-0046a44e49c2