02 DOC-23-751996 - Was-wordt-lijst
Tekst van het document
Memo Nummer
DOC-23-751996
Zaaknummer
Z-22-429890
Datum
30 oktober 2023
Van
Kim van der Wal
Aan Afschrift aan Onderwerp
Was-wordt lijst
Was Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Medemblik houdende regels omtrent bezwaarschriften Verordening commissie bezwaarschriften Medemblik
Wordt
Artikel 1 Begripsbepalingen
Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. ambtelijk hoorder: door het bestuursorgaan aangewezen persoon die bevoegd is om bezwaarschriften te behandelen; b. ambtelijk horen: horen door een ambtenaar of meerdere ambtenaren namens het bestuursorgaan, bedoeld in artikel 7:5 van de Algemene wet bestuursrecht; c. Awb: Algemene wet bestuursrecht; d. bestuursorgaan: gemeentelijk orgaan dat het bestreden besluit heeft genomen: de raad, burgemeester en wethouders, de burgemeester; e. bezwaarmaker: indiener van een bezwaarschrift; f. commissie: adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Awb; g. voorzitter: voorzitter van de commissie.
In deze verordening wordt verstaan onder: a. verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen; b. commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften.
Verordening voor de behandeling van bezwaarschriften gemeente Medemblik 2024
Artikel 2. Ingediend bezwaarschrift 1. Het bestuursorgaan registreert het ingediende bezwaarschrift met de datum van ontvangst. 2. Daarna wordt zo spoedig mogelijk contact opgenomen met de bezwaarmaker en eventuele andere belanghebbenden. Hierbij geeft het bestuursorgaan een uitleg over het vervolg van de procedure en de duur van de behandeling van het bezwaarschrift. Artikel 3. Vooronderzoek en informele behandeling 1. Het bestuursorgaan onderzoekt of het bezwaarschrift informeel kan worden afgehandeld alvorens het verder in behandeling te nemen.
2. De informele aanpak start door kort na binnenkomst van het bezwaarschrift hierover contact op te nemen met de bezwaarmaker en de voorbereider van het primaire besluit. 3. Als het bezwaar in der minne wordt geschikt, legt het bestuursorgaan de gemaakte afspraken schriftelijk vast en neemt het zo nodig een nieuw besluit. Artikel 4. Ambtelijk horen 1. Het bestuursorgaan kan categorieën van bezwaarschriften aanwijzen waarbij het horen ambtelijk plaatsvindt. 2. De ambtelijk hoorder wordt door het bestuursorgaan aangewezen. 3. Het bestuursorgaan bepaalt de wijze en het tijdstip van het horen. 4. Als de bezwaarmaker of het bestuursorgaan het bezwaarschrift aan de commissie wil voorleggen, kan het bestuursorgaan besluiten dat het horen door de commissie plaatsvindt. Artikel 2 Inleidende bepaling commissie 1. Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester. 2. De commissie bestaat uit twee kamers (algemene kamer, personele kamer). Dit lid komt te vervallen op de dag dat de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren in werking treedt; 3. De commissie stelt voor elke kamer vast welke (categorieën) van bezwaarschriften daarin worden behandeld. Dit lid komt te vervallen op de dag dat de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren in werking treedt.
Artikel 5. Horen en adviseren door de commissie 1. Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaarschriften. 2. De commissie is belast met het horen en adviseren over de volledige heroverweging van bestreden besluiten. 3. De commissie is niet belast met de behandeling van bezwaarschriften waarvan is bepaald dat de voorbereiding van de beslissing op bezwaar ambtelijk wordt afgedaan. 4. Als de bezwaarmaker of het bestuursorgaan het niet nodig vindt dat het bezwaarschrift aan de commissie wordt voorgelegd, kan het bestuursorgaan besluiten dat het horen ambtelijk plaatsvindt.
4. De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van een wettelijk voorschrift betreffende belastingen of de Wet waardering onroerende zaken. 5. Op de werkwijze van de kamers is het bepaalde in deze verordening van overeenkomstige toepassing. Dit lid komt te vervallen op de dag dat de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren in werking treedt. Artikel 3 Samenstelling van de commissie 1. Elke kamer van de commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden. De voorzitter van een kamer heeft de bevoegdheden die op grond van deze
Documentnummer: DOC-23-751996
Artikel 6. Samenstelling van de commissie 1. De commissie bestaat uit een voorzitter en tenminste twee leden.
2 van 9
verordening aan de voorzitter van de commissie zijn toegekend. Op de dag dat de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren in werking treedt, geldt dat de commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden. 2.
2. De voorzitter, leden en plaatsvervangende leden worden door burgemeester en wethouders benoemd, geschorst en ontslagen. 3. De commissie regelt de vervanging van de voorzitter.
[vervallen]
3. De voorzitter en de leden worden door het college benoemd, geschorst en ontslagen. 4. De commissie regelt de (onderlinge) vervanging van de voorzitter en de leden.
Artikel 4 Secretariaat
Artikel 8 Secretariaat
1. Het college zorgt voor een ambtelijk secretariaat voor de commissie, bestaande uit twee secretarissen;
1. Het college zorgt voor een ambtelijk secretariaat voor de commissie, bestaande uit twee secretarissen;
2.
2.
De secretarissen regelen hun vervanging.
Artikel 5 Zittingsduur 1. De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor een termijn van vier jaar. Het is mogelijk één keer herbenoemd te worden. In afwijking hiervan geldt voor de voorzitter en de leden van de personele kamer dat hun benoeming eindigt op de dag dat de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren in werking treedt.
De secretarissen regelen hun vervanging.
Artikel 9. Zittingsduur 1. De voorzitter, leden en plaatsvervangende leden worden benoemd voor een termijn van vier jaar. Het is mogelijk één keer herbenoemd te worden. 2. De voorzitter en de leden kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan burgemeester en wethouders. 3. De aftredende of ontslagnemende voorzitter of leden blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.
2. De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college. 3. De aftredende of ontslag nemende voorzitter of leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien. Artikel 6 Ingediend bezwaarschrift
Zie artikel 2
1. Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend. 2. Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt binnen zeven werkdagen in handen van de commissie gesteld. Artikel 7 Uitoefening bevoegdheden De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden voor de toepassing van deze verordening
Documentnummer: DOC-23-751996
Artikel 10. Uitoefening bevoegdheden 1. De voorzitter danwel de secretaris oefent de volgende bevoegdheden van de hierna genoemde artikelen van de Awb zelfstandig uit:
3 van 9
uitgeoefend door de voorzitter van de commissie: a.
a. verzoeken om een schriftelijke machtiging aan een gemachtigde (artikel 2:1, tweede lid); b. stellen van een termijn aan de bezwaarmaker (artikel 6:6); c. verzenden van stukken tijdens de behandeling door de commissie (artikel 6:17); d. ter inzage leggen van het bezwaarschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken, dan wel toezenden daarvan aan een belanghebbende (artikel 7:4, tweede lid); e. al dan niet op verzoek van een belanghebbende afzien van het op de hoogte stellen van het verhandelde tijdens een hoorzitting van een andere belanghebbende, voor zover geheimhouding om gewichtige reden is geboden (artikel 7:6, vierde lid).
artikel 2:1, tweede lid;
b. artikel 6:6, wat betreft het de indiener stellen van een termijn; c. artikel 6:17, voor zover het de verzending van stukken betreft tijdens de behandeling door de commissie; d.
artikel 7:4, tweede lid;
e.
artikel 7:6, vierde lid.
Artikel 8 Bemiddeling De secretaris kan, in overleg met de voorzitter en na overleg met het verwerend orgaan onderzoeken of het bezwaar in de minne kan worden geschikt en daartoe de nodige handelingen verrichten. Artikel 9 Vooronderzoek 1. De voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen. 2. De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college vereist. Artikel 10 Hoorzitting 1. De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen. 2. De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb 3. Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan.
Artikel 11. Voorbereiding hoorzitting 1. De voorzitter danwel de secretaris bepaalt plaats en tijdstip van de hoorzitting waarin de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen. 2. De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb 3. Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan. 4. De voorzitter dan wel secretaris nodigt de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan ten minste twee weken voor de hoorzitting schriftelijk uit.
Documentnummer: DOC-23-751996
4 van 9
5. Binnen drie werkdagen na de uitnodiging kunnen de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden of het bestuursorgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de hoorzitting te wijzigen. 6. De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt binnen drie werkdagen na ontvangst van dit verzoek aan de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan meegedeeld. 7. De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen, genoemd in het tweede tot en met vierde lid. 8. De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Als daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van burgemeester en wethouders vereist. Artikel 11 Uitnodiging zitting 1. De voorzitter nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk uit. 2. Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen. 3. De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan meegedeeld. 4.
De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het eerste tot en met het derde lid. Artikel 12 Quorum
Artikel 12 Quorum
Voor het houden van een zitting is vereist dat de meerderheid van het aantal leden, onder wie in elk geval de voorzitter, of zijn plaatsvervanger, aanwezig is.
Voor het houden van een zitting is vereist dat de meerderheid van het aantal leden, onder wie in elk geval de voorzitter, of zijn plaatsvervanger, aanwezig is.
Artikel 13 Niet-deelneming aan de behandeling
Artikel 12. Onpartijdigheid leden De voorzitter en de leden nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift als daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. Zij laten zich zo nodig vervangen.
De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun
Documentnummer: DOC-23-751996
5 van 9
onpartijdigheid in het geding kan zijn. Zij laten zich zo nodig vervangen. Artikel 14 Openbaarheid zitting 1.
De zitting van de commissie is openbaar.
2. De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter van de commissie of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet.
Artikel 13. Openbaarheid hoorzitting 1. De hoorzitting van de commissie is openbaar. 2. In afwijking van het eerste lid kan de hoorzitting achter gesloten deuren plaatsvinden als de voorzitter of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet.
3. Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting plaats met gesloten deuren. Artikel 15 Schriftelijke verslaglegging 1. Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 Awb vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid. 2. Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen. 3. Indien de zitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvond, of indien belanghebbenden, respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding. 4. Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht. 5. Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie.
Artikel 16 Nader onderzoek 1. Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de andere commissieleden dit onderzoek houden. 2. De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden. 3. De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden
Documentnummer: DOC-23-751996
Artikel 14 Verslag van de hoorzitting 1. Er wordt een verslag van de hoorzitting gemaakt als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb. 2. Het verslag kan in de vorm van een geluidsopname zijn. De voorzitter meldt aan het begin van de hoorzitting dat een geluidsopname wordt gemaakt en dat belanghebbenden de geluidsopname op verzoek toegestuurd kunnen krijgen. 3. Belanghebbenden kunnen aan het begin van de hoorzitting te kennen geven dat zij het niet eens zijn met het maken van een geluidsopname. In dat geval wordt de opname niet gestart, maar wordt in afwijking van het eerste lid een schriftelijk verslag gemaakt, dat wordt ondertekend door de secretaris en de voorzitter van de commissie. 4. Indien een schriftelijk verslag wordt gemaakt dan wordt dat verslag samen met het advies van de commissie aan het college verstrekt. 5. Indien een schriftelijk verslag wordt gemaakt dan wordt het verslag samen met het advies als bijlage bij de beslissing op bezwaar verstuurd aan alle belanghebbenden. 6. De bewaartermijn van een geluidsopname bedrijft 5 jaar en is gebaseerd op de Selectielijst archiefbescheiden gemeenten en intergemeentelijke organen 2020. Artikel 15. Nader onderzoek 1. De commissie is bevoegd nader onderzoek te doen als zij dit na afloop van de hoorzitting wenselijk acht. 2.
De uit nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan toegezonden. 3 De bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan kunnen binnen een afgesproken redelijke termijn na verzending van de nadere informatie schriftelijk reageren en indien gewenst aan de voorzitter vragen
6 van 9
kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op zo'n verzoek. 4. Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Artikel 17 Raadkamer en advies 1. De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies. 2. De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies. 3. Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter. 4. Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt indien die minderheid dat verlangt. 5. Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.
om een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op dit verzoek. 4. Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
Artikel 16. Raadkamer en advies 1. De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het uit te brengen advies. 2. De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies. 3. Als bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter. 4. Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt als die minderheid dat verlangt. 5. Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift. 6. Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend.
6. Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend. Artikel 18 Uitbrengen advies en verdaging 1. Het advies wordt, onder medezending van het verslag, bedoeld in artikel 15 en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie en nader verslag, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen. 2. Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn van 12 weken, vermeld in artikel 7:10, eerste lid, van de Awb, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, verzoekt hij het verwerend orgaan tijdig de beslissing te verdagen. 3. Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de belanghebbenden een afschrift.
Artikel 17. Uitbrengen advies en verdaging 1. Het advies wordt eventueel met het verslag en door de commissie ontvangen nadere informatie en nader verslag, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen. 2. De onder lid 1 genoemde stukken kunnen gelijktijdig aan bezwaarde(n) worden toegezonden. 3. Als naar het oordeel van de voorzitter de termijn van twaalf weken, genoemd in artikel 7:10, eerste lid, van de Awb, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, verzoekt hij het bestuursorgaan tijdig de beslissing te verdagen. 4. Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en belanghebbenden een afschrift.
Artikel 18. Jaarverslag De commissie brengt jaarlijks vóór 1 mei aan de bestuursorganen verslag uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar.
Documentnummer: DOC-23-751996
7 van 9
Artikel 18a Financiële vergoedingen 1.Aan een lid van de commissie wordt per bijgewoonde vergadering een vergoeding toegekend van 2x het bedrag overeenkomend met tabel IV, klasse 4, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien. 2.Aan de voorzitter van de commissie wordt per bijgewoonde vergadering een vergoeding toegekend van 3x het bedrag overeenkomend met tabel IV, klasse 4, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien. 3.De leden die verhinderd zijn voor het bijwonen van een vergadering, maar wel deelnemen aan de advisering ontvangen een vergoeding van 1/3e deel van de reguliere vergoeding. 4.Aan elk lid van de commissie worden de reiskosten voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie vergoed. De vergoeding betreft: a. Bij gebruik van openbare middelen van vervoer: een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten. b. bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b van de Regeling Rechtspositie wethouders.
Voor het berekenen van de afstand in kilometers wordt gebruik gemaakt van een routeplanner googlemaps die de afstand in de snelste tijd berekent.
Artikel 18a Financiële vergoedingen 1. Aan een lid van de commissie wordt per bijgewoonde vergadering een vergoeding toegekend van 2x het bedrag overeenkomend met tabel IV, klasse 4, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien. 2. Aan de voorzitter van de commissie wordt per bijgewoonde vergadering een vergoeding toegekend van 3x het bedrag overeenkomend met tabel IV, klasse 4, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien. 3. De leden die verhinderd zijn voor het bijwonen van een vergadering, maar wel deelnemen aan de advisering ontvangen een vergoeding van 1/3e deel van de reguliere vergoeding. 4. Aan elk lid van de commissie worden de reiskosten voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie vergoed. De vergoeding betreft: a. Bij gebruik van openbare middelen van vervoer: een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten. b. bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b van de Regeling Rechtspositie wethouders.
Voor het berekenen van de afstand in kilometers wordt gebruik gemaakt van een routeplanner googlemaps die de afstand in de snelste tijd berekent. 5. De hiervoor genoemde vergoedingen worden per kwartaal ambtshalve toegekend op basis van de secretaris bijgehouden registraties op de presentielijst.
5. De hiervoor genoemde vergoedingen worden per kwartaal ambtshalve toegekend op basis van de door voorzitter en secretaris ondertekende registraties in het presentieboek. Artikel 19. Intrekking oude regeling De Verordening commissie bezwaarschriften Medemblik’ wordt ingetrokken. Artikel 19 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2011.
Documentnummer: DOC-23-751996
Artikel 20. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024.
8 van 9
2. Op die datum vervallen de Verordening Commissie bezwaarschriften van de gemeenten Andijk, Medemblik en Wervershoof.
2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening voor de behandeling van bezwaarschriften gemeente Medemblik 2024.
Artikel 20 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening commissie bezwaarschriften Medemblik’.
Documentnummer: DOC-23-751996
9 van 9