02 DOC-23-692758 - Wijzigingen nieuwe verordening bekostiging leerlingenvervoer (2).pdf
Tekst van het document
Bijlage 1 DOC-23-……. Wijzigingen Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Medemblik 2023 t.o.v. huidige verordening leerlingenvervoer gemeente Medemblik 2015 (Z-23-668814) Algemeen De huidige Verordening leerlingenvervoer dateert uit 2015 en moet worden geactualiseerd. Belangrijkste wijzigingen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Naam Indeling Impuls aan het OOGO en afstemming met samenwerkingsverband (artikel 5) Vervanging Reisregeling binnenland Kunnen verbinden van voorwaarden aan de toekenning (artikel 6) Verklaring omtrent gewenste richting Extra uitzondering op dichtstbijzijnde toegankelijke school (artikel 8:4) Definities: - gehandicapte leerling - ontwikkelingsperspectief
De citeertitel van de verordening is gewijzigd In de nieuwe citeertitel van de verordening is het woord ‘bekostiging’ opgenomen. Dit past bij de basisgedachte dat het leerlingenvervoer om een bekostiging van het vervoer gaat. De huidige citeertitel kan doen vermoeden dat het vervoer van de leerlingen door de gemeente wordt geregeld. Nieuwe indeling waardoor de leesbaarheid is verbeterd De indeling van de nieuwe verordening is op basis van wijze van beoordeling in plaats van onderwijssoort. 1e Beoordelingsfase – recht op vergoeding 2e Onderzoeksfase – welke vergoeding Er is geen onderscheid meer in artikelen over vervoer naar primair onderwijs en voortgezet onderwijs. Hierdoor is een leesbare artikelsgewijze ‘was-wordt’ lijst niet mogelijk. De nieuwe opzet heeft geen inhoudelijke gevolgen voor huidige of nieuwe vervoersaanvragen. Betere aansluiting bij sociaal domein en passend onderwijs Sinds 2015 zijn er veel ontwikkelingen geweest in het sociaal domein en passend onderwijs. Complexere casuïstiek: o Gesprekken over zelfstandigheid en zelfredzaamheid o Afstemming met samenwerkingsverband (in het OOGO) o Samenwerking onderwijs-zorg-jeugd (Rapport ‘Met Andere Ogen’ bijlage 3) o Waarborging positie van ouders en kinderen (Rapport Kinderombudsman ‘Als de weg naar passend onderwijs niet passend is’ bijlage 4)
1
Actualisatie in verband met jurisprudentie Artikel 17., 18., 20. Bekostiging van eigen vervoer per fiets en/of auto De Reisregeling binnenland is per 1 januari 2020 vervallen. In de huidige verordening is de kilometervergoeding voor eigen vervoer afgeleid van deze ‘Reisregeling binnenland’. In de nieuwe verordening is de vergoeding voor de fiets (artikel, 17. en 18.) en de auto (artikel 20., lid 2 c) op basis van de ‘Basisnormen leerlingenvervoer’ van de VNG. De kilometervergoeding voor de auto is hierbij gebaseerd op het belastingvrije bedrag per kilometer. Artikel 8. Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school De uitspraak van 21 oktober 2020 van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2020:2467) over de eerbiediging van de op godsdienst of levensbeschouwing berustende schoolkeuze (de schriftelijke verklaring van overwegende bezwaren) heeft geleid tot een wijziging in de verordening. Er mag geen schriftelijke verklaring voor deze schoolkeuze meer worden gevraagd. De tekst in de verordening is aangepast op deze uitspraak (artikel 8, lid 4a). Tekstuele wijzigingen in de begrippen Artikel 1. Definities (was Begripsomschrijving) ‘Commissie van onderzoek’ en ‘commissie voor de begeleiding’ zijn vervallen. Hiervoor in de plaats is opgenomen: lid e.
deskundige: onafhankelijk medisch of pedagogisch deskundige, de school of de in het OOGO bepaalde onafhankelijke deskundige.
Lid g. Definitie van gehandicapte leerling is aangepast in: een leerling als bedoeld in dit artikel, die door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet, of niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken. (was: ‘…. Of psychische aandoening’ en ‘….. niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan maken’). ‘Ondersteuningsplan’ is vervallen. Dit is ondergebracht bij het OOGO (zie lid k). Lid j. OOGO is nieuw: het Op Overeenstemming Gericht Overleg tussen het samenwerkingsverband en de gemeenten binnen het samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a., negende lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 17a., negende lid, van de Wet op het voorgezet onderwijs; Opdc (orthopedagogisch en –didactisch centrum) is vervallen. In onze regio is geen opdc meer. Leerlingenvervoer Westfriesland (LWF) is verwijderd. Voorlopige plaatsing door LWF is vervallen. Artikel 11., lid 3 en Artikel 18., lid 3 komen in de nieuwe verordening (en de beleidsregels) niet meer voor. Er is regionaal voor gekozen dat TDV (LWF is nu Team Doelgroepenvervoer (TDV)) geen leerlingen meer (voorlopig) in het aangepast vervoer plaatst na aanmelding door school, in afwachting van de definitieve aanmelding van de betreffende gemeente.
Na toetsing van de vervoersaanvraag kan een leerling alleen nog na aanmelding van de gemeente in het aangepast vervoer worden geplaatst.
2
Nieuwe bepalingen opgenomen in de verordening Artikel 2. Doelstelling Het doel van het leerlingenvervoer is om aan ouders van leerlingen, die aan de criteria van de verordening voldoen, een financiële ondersteuning te verstrekken ten behoeve van passend vervoer van de woning dan wel de opstapplaats naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school: - van wie de school verder dan de, door de gemeente bepaalde, afstandsgrens gelegen is; of - voor wie het medisch niet mogelijk is om de school zelfstandig te bereiken. Artikel 4. Gesprek over zelfstandigheid en zelfredzaamheid bij de aanvraag De zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling wordt hiermee gestimuleerd. In de beleidsregels werken we dit verder uit. Artikel 5. OOGO met het samenwerkingsverband Door in het OOGO (Op Overeenstemming Gericht Overleg) expliciet aandacht te besteden aan het leerlingenvervoer wordt bevorderd dat het samenwerkingsverband en de gemeente elkaar meer spreken en betere afspraken maken over het leerlingenvervoer en de vervoersmogelijkheden van de leerling. Artikel 7. Herziening, opschorting, intrekking of terugvordering van de vervoersvoorziening Als gevolg van bijvoorbeeld wijzigingen of ernstig wangedrag door de leerling kan een besluit als bedoeld in de verordening worden herzien, opgeschort of ingetrokken. In lid 5.
staat ook duidelijk beschreven dat de verantwoordelijkheid voor het gedrag van de minderjarige leerling in het aangepast vervoer bij de ouders ligt. Artikel 9. Afstandsgrens De afstandsgrens, genoemd in artikel 9:1 en 16:1 van de huidige verordening, is samengebracht in één artikel. Artikel 10. Aanwijzing opstapplaats Dit is een ‘kan’ bepaling. De gemeente kan een opstapplaats aanwijzen. Dit artikel beschrijft hoe wordt omgegaan met een opstapplaats en wanneer deze wordt gebruikt. De gemeente Medemblik heeft geen centrale opstapplaatsen voor het aangepast leerlingenvervoer. In de beleidsregels bij deze verordening gaan we hier nader op in. Artikel 11. Peildatum leeftijd leerling Dit artikel is opgenomen om de administratieve lasten te beperken. Tot een bepaalde leeftijd is de leerling nog te jong om zelfstandig te reizen. De Toelichting bij de verordening gaat hier dieper op in. In de beleidsregels werken we dit verder uit bij artikel 17., 18. en 19. Artikel 13. Schooltijden en wachttijden Wanneer sprake is van verschillende lesroosters of uitvallende/gewijzigde lesuren binnen de vaste schooltijden, is geen sprake van afwijkend aangepast vervoer, anders dan op de reguliere schooltijden. In dat geval zorgen ouders zelf voor het vervoer of wachten de leerlingen op school. In de toelichting en de beleidsregels wordt dit uitgewerkt met een ‘tenzij’-bepaling.
3
Artikel 14. Tijdelijk verblijf buiten de gemeente Het college kan een tijdelijke vervoersvoorziening toekennen aan de ouders van een leerling die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft, mits is voldaan aan een aantal voorwaarden. Deze bepaling staat niet in de huidige verordening maar is in de daarbij behorende beleidsregels opgenomen en wordt al als zodanig uitgevoerd. Artikel 15. Vervoersvoorziening naar stageadres Dit artikel beschrijft hoe om wordt gegaan met een aanvraag voor een vervoersvoorziening naar een stageadres voor leerlingen in het VO of VSO. Lid 3d. maximale straal voor aangepast vervoer wordt uitgewerkt in de beleidsregels. Artikel 21. Bekostiging andere passende vervoersvoorziening Met dit artikel heeft het college meer mogelijkheden om bij de verstrekking van een vervoersvergoeding individueel maatwerk te leveren. Dit wordt verder uitgewerkt in de beleidsregels.
Afwijkingen ten opzichte van de door de VNG gepubliceerde modelverordening Artikel 4. Gesprek over zelfstandigheid en zelfredzaamheid bij de aanvraag Lid 4, 5 en 6 staan cursief in de modelverordening, met de keuze dit wel of niet op te nemen. Deze leden gaan over een persoonlijk gesprek en het opstellen van een vervoersontwikkelingsplan en zijn niet opgenomen in de verordening. Lid 1, 2 en 3 bieden deze mogelijkheid ook. Dit is verder uitgewerkt in de beleidsregels. Artikel 5. OOGO met samenwerkingsverband Ook bij dit artikel zijn een paar sub-leden weggelaten. Het gaat om de volgende sub-leden: Lid 2. Het college spant zich in om in het OOGO met het samenwerkingsverband afspraken te maken over: b. de deskundige die burgemeester en wethouders adviseert over de vervoersmogelijkheden van een leerling en het proces dat hierbij gevolgd wordt [De deskundige betrekt in zijn advies de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling als bedoeld in artikel 4]; e. de wijze waarop vorm wordt gegeven aan een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de vervoerskosten te beheersen; f. de invulling en frequentie van een overleg als bedoeld in het derde lid; 3. Het college organiseert periodiek een uitvoerend overleg met het samenwerkingsverband. In dit overleg worden de volgende onderwerpen besproken: [c.
het maken van afspraken over de wijze waarop invulling kan worden gegeven aan het vervoersontwikkelingsplan genoemd in artikel 4, vijfde lid;] d. […]. Deze sub-leden voegen niet echt iets toe aan de vervoersaanvraag en het toetsen hiervan. Artikel 9. Afstandsgrens Aan lid 1 is punt d. toegevoegd: d. voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra (WEC) meer bedraagt dan zes kilometer.
4
Deze regel is ongewijzigd ten opzichte van onze huidige verordening. In de modelverordening is het voorgezet speciaal onderwijs (VSO) uitgesloten voor een vergoeding voor fiets of openbaar vervoer. Lokaal laten we dit beleid in de verordening overeind. Lid 1d. biedt de mogelijkheid om bij artikel 17. en 18. ook aan leerlingen naar VSO-scholen een vergoeding voor het fietsen en/of openbaar toe te kennen, ook voor een (tijdelijk) begeleider. Hiermee stimuleren we ouders in het oefenen van de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van hun kind. Ouders zijn voor de veiligheid van hun kind vaak geneigd om blijvend het duurdere aangepaste vervoer aan te vragen. Artikel 15. Vervoersvoorziening naar stageadres Bij lid 3b. staat in de modelverordening dat de stagetijden overeenkomen met de reguliere schooltijden. Dit geldt wat de verordening van Medemblik betreft alleen als het gaat om een aanvraag voor taxivervoer. Het aangepast taxivervoer rijdt alleen op reguliere schooltijden. Bij lid 3c. staat in de modelverordening dat de stage op één stageadres plaatsvindt. In de verordening van Medemblik is hieraan toegevoegd: ‘tenzij dit stageadres onvoldoende mogelijkheden biedt en er een tweede stageadres nodig is’. Bij lid 4. staat dat het stageadres, het dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke stageadres moet zijn. Dit is weggelaten omdat dit niet controleerbaar is. Artikel 18.
Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets ten behoeve van een begeleider Lid 5. De leeftijdsgrens waarop leerlingen mogelijk zelfstandig kunnen reizen is in de modelverordening bepaald op 9 jaar. In de verordening van Medemblik is dit bepaald op 10 jaar. Dit is het moment dat leerlingen overgaan naar de bovenbouw en is een goed moment, in aanloop naar het vervolgonderwijs, om een vervoersplan op te stellen. Op die leeftijd zijn kinderen ook beter in staat om op de fiets naar school te gaan of met het openbaar vervoer te reizen. Artikel 19. Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer In de modelverordening is bij artikel 19, lid a de voorwaarde opgenomen dat – als de reistijd met het openbaar vervoer langer is dan anderhalf uur – de reistijd met aangepast vervoer met 50% of minder van de reistijd teruggebracht kan worden. In de praktijk wordt dit niet of nauwelijks getoetst. De lange reistijd met het openbaar vervoer gaat meestal gepaard met meerdere overstappen, combinatie bus/trein, lange wachttijden op halte/station en/of lange looptijd van bushalte naar school. Dit is vaak geen optie voor de leerling. Als de reistijd met het openbaar vervoer meer dan anderhalf uur is en het aangepast vervoer sneller kan, is dit voldoende om voor aangepast vervoer in aanmerking te komen. Artikel 21.
Bekostiging andere passende vervoersvoorziening In de modelverordening is opgenomen dat een andere passende voorziening goedkoper is dan of gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer. Om de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling te stimuleren is dit weggelaten. Als een andere passende voorziening duurder is dan een jaarabonnement voor het openbaar vervoer, willen we hiervoor ook maatwerk kunnen bieden. Uiteindelijk zal dit in sommige gevallen alsnog goedkoper zijn omdat dit waarschijnlijk maar eenmalig wordt toegekend, terwijl kosten voor openbaar vervoer jaarlijks terugkomen.
5
Artikel 23. Eigen bijdrage in de vorm van een drempelbedrag In de modelverordening betalen ouders een eigen bijdrage voor een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, op basis van de voorwaarden van dit artikel. In de verordening van Medemblik betalen alleen ouders van een leerling in het reguliere basisonderwijs een eigen bijdrage. Dit is ongewijzigd aan de huidige verordening.
6