CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

02 DOC-22-605942 - Bestemmingsplan 'Andijk - Cornelis Kuinweg 15'

Gemeenteraad 22 december 2022, gemeente MedemblikBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Andijk - Cornelis Kuinweg 15' (pfh. J. Broeders)19.701 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het plangebied is niet gelegen in het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen, hogedruk aardgastransportleidingen en/of transportroutes voor gevaarlijke stoffen. De gevaren met invloed op het plan zijn de verschillende varianten brand en ongeval, waarmee de hulpdiensten bekend zijn. De basiszorg is daar in voldoende mate op voorbereid. Verder wordt geadviseerd om de ‘Handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid VRNHN 2021’ voor de inrichting van het plangebied te gaan toepassen. En eveneens de brandweer te betrekken bij de verder uitwerking. Met dit advies wordt bij de verdere uitwerking rekening meegehouden. Vanuit de externe veiligheid bestaan geen belemmeringen voor het plan.

4.9

Luchtkwaliteit

In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) gehanteerd. Regeling Niet in betekenende mate Het plangebied ligt in een landelijke omgeving waar sprake is van een goede luchtkwaliteit. Op grond van de algemene maatregel van bestuur "Niet in betekenende mate (Nibm)” vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten als deze niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

32/209

Een plan dat slechts in zeer beperkte mate bijdraagt aan luchtverontreiniging is op grond van het besluit 'niet in betekenende mate' (NIBM) vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Een plan komt hiervoor in aanmerking als het voor minder dan 3% van de grenswaarden voor NO2 en PM10 bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Alleen bij een toename van enkele honderden verkeersbewegingen per dag wordt hier niet aan voldaan. De uitbreiding zal een beperkte stijging van het aantal verkeersbewegingen met zich meebrengen. Als gevolg hiervan is geen sprake van verslechtering van de luchtkwaliteit. Het plan wordt op dit punt uitvoerbaar geacht. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk.

4.10 Kabels, leidingen en zoneringen Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. In het plangebied en in de directe nabijheid van het plangebied liggen geen hogedruk aardgasleidingen, rioolowatertransportleidingen, drinkwatertransportleidingen, of hoogspanningsleidingtracé. Planologische relevante kabels en leidingen vormen daarom geen belemmering voor de vaststelling van dit plan.

4.11 Duurzame energie Duurzaamheid van een gebied of in relatie tot een ruimtelijke ontwikkeling kan tot uitdrukking komen in de thema’s: kwaliteit van de leefomgeving, water, energie, mobiliteit, natuur/ecologie en milieu. Onder milieu kan onder meer het volgende worden verstaan: gezondheid, externe veiligheid, materiaalkeuze en hergebruik van materialen, duurzaam slopen, geluid, lucht en beheer/onderhoud van een gebied of gebouw. Er bestaat geen wettelijke verplichting om het thema duurzaamheid in bestemmingsplannen vast te leggen. Wel vormt het een belangrijk onderwerp in het sociaal-maatschappelijke debat en daarmee een belangrijk aandachtspunt in het overheidsbeleid. Gemeenten streven in dat kader naar een duurzame (gebouwde) omgeving. Realisatie van nieuwbouw, zo ook voorliggend planvoornemen, biedt kansen voor duurzaamheid. Het bedrijf heeft verduurzaming hoog in het vaandel staan. De warmte die vrijkomt bij de centrale koelinstallatie wordt hergebruikt om de kas en werkruimten te verwarmen. Dit kun je beschouwen als een warmtepomp. Ook wordt overal LED-verlichting toegepast en wordt de loods voorzien van dikkere isolatie dan standaard. Het bedrijf tracht hiermee bij te dragen aan het toekomstgericht (duurzaam) ontwikkelen van de gemeente Medemblik.

33/209

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische regeling

Algemeen

Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het voldoet aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.

5.2

Toelichting op de bestemmingen

In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op de bestemmingen die in het plangebied voorkomen. De uitgangspunten voor deze bestemmingen zijn beschreven in de voorgaande hoofdstukken. 5.2.1 Agrarisch De bestaande bestemming 'Agrarisch' blijft ook in dit bestemmingsplan van toepassing in het plangebied. Het bouwvlak en de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - bedrijfskavel agrarisch grondgebonden bedrijf' wordt daaraan toegevoegd tot de gewenste 3,36 hectare aansluitend op het bestaande bouwvlak met dezlfde aanduiding. Op deze wijze kan de gewenste bedrijfsuitbreiding plaatsvinden. Voor de regels bij deze bestemming is aangesloten bij het bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Medemblik. De regels van het plan Buitengebied en daarop volgende wijzigingen zijn als basis overgenomen en waar nodig aangepast op de specifieke ontwikkeling. 5.2.2 Waarde - Archeologie 3 Voor werken en werkzaamheden groter dan 500 m2 is een nader onderzoek nodig. Hiervoor is in dit bestemmingsplan de bestemming Waarde - Archeologie 3' opgenomen. De bestemmingsregels van dezelfde bestemming uit het bestemmingsplan Buitengebied zijn hiervoor overgenomen. De oppervlakte voor de onderzoeksgrens daarbij is dat sprake moet zijn van een oppervlakte groter dan 500 m2 en dieper dan 40 centimeter onder het maaiveld.

34/209

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De maatschappelijke uitvoerbaarheid van een plan kan worden aangetoond door het doorlopen van de bestemmingsplanprocedure. In dat kader doorloopt dit bestemmingsplan de hierna beschreven stappen. 6.1.1 Wettelijk overleg Op basis van de Inspraakverordening wordt geen inspraak doorlopen. Wel is het concept bestemmingsplan overlegd met de betrokken overlegpartners (provincie, HHNK, etc). Hierop heeft de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord een advies afgegeven. Het advies is als bijlage 8 opgenomen. Paragraaf 4.8 gaat hier nader op in. 6.1.2 Ontwerpbestemmingsplan Het bestemmingsplan doorloopt verder de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen bestemmingsplanprocedure. Het ontwerpbestemmingsplan wordt daarop gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode was voor een ieder de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen (artikel 3.8 Wro). De gemeente reageert op de ingekomen zienswijzen en past waar nodig het bestemmingsplan hier op aan. 6.1.3 Vaststelling De gemeenteraad van de gemeente Medemblik stelt vervolgens het bestemmingsplan, al dan niet gewijzigd, vast. De indieners van zienswijzen worden hiervan op de hoogte gesteld. Tegen dit besluit is uiteindelijk beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

De economische uitvoerbaarheid wordt aangetoond via de financiële haalbaarheid van het plan en de grondexploitatieregeling vanuit de wetgeving. Deze aspecten komen dan ook hierna aan bod. 6.2.1 Financiële haalbaarheid Dit bestemmingsplan heeft betrekking op een particulier initiatief waarmee de gemeente geen directe financiële bemoeienis heeft. De uitvoeringskosten worden gedragen door de initiatiefnemer. Eventuele planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer. Hiervoor wordt dan een overeenkomst over planschade gesloten met de initiatiefnemer. Hiermee is de economische haalbaarheid voldoende gewaarborgd en uitvoerbaar geacht.

35/209

6.2.2 Grondexploitatieregeling In de Wet ruimtelijke ordening is de grondexploitatieregeling opgenomen. Hierin is het gemeentelijke kostenverhaal opgenomen. De gemeenten kunnen de door hen gemaakte plankosten, bij een bouwplan zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Bij de uitbreiding van het bedrijf gaat het om de uitbreiding van een gebouw met meer dan 1.000 m2, waarmee het een bouwplan is als bedoeld in het Bro. Bij een bestemmingsplan voor een dergelijk bouwplan stelt de gemeente gelijktijdig met het bestemmingsplan een exploitatieplan vast. Bij dit bestemmingsplan is de vaststelling van een exploitatieplan niet nodig. Het kostenverhaal is op een andere manier verzekerd. Kosten worden verhaald via de leges, de planschade wordt gedekt via een planschadeovereenkomst.

36/209

Bijlagen toelichting

37/209

38/209

Bijlage 1

39/209

Stikstofonderzoek gebruiksfase

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RUSqacPj3xbU (21 december 2020) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Vonk Groenservice

Cornelis Kuinweg 15, 1611ER Andijk

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Bot flowerbulbs

RUSqacPj3xbU

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

21 december 2020, 10:02

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

2,10 kg/j

NH3

-

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Gebruiksfase

Situatie 1

RUSqacPj3xbU (21 december 2020) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

Bron 1 Kasverwarming Energie | Energie

Resultaten

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

-

2,10 kg/j

RUSqacPj3xbU (21 december 2020) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie NOx

Resultaten

Situatie 1

Bron 1 Kasverwarming 143366, 527340 40,0 m 0,7 ha 20,0 m 0,220 MW Standaard profiel industrie 2,10 kg/j

RUSqacPj3xbU (21 december 2020) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201216_c759386971 Database versie 2020_20201216_c759386971 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

RUSqacPj3xbU (21 december 2020) pagina 5/5

Bijlage 2

45/209

Stikstofonderzoek aanlegfase

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RY2f5oLH6d1g (21 december 2020) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Vonk Groenservice

Cornelis Kuinweg 15, 1611ER Andijk

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Bot flowerbulbs

RY2f5oLH6d1g

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

21 december 2020, 09:53

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Situatie 1

NOx

101,82 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Toelichting

Bouwfase

Resultaten

Situatie 1

RY2f5oLH6d1g (21 december 2020) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

Bron 1 Vrachtverkeer aan- en afvoer tijdens bouw Wegverkeer | Buitenwegen

Bron 2 Mobiele werktuigen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

Resultaten

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

< 1 kg/j

< 1 kg/j

-

101,10 kg/j

RY2f5oLH6d1g (21 december 2020) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Bron 1 Vrachtverkeer aan- en afvoer tijdens bouw 143797, 527201 < 1 kg/j < 1 kg/j

Naam

Situatie 1

Locatie (X,Y) NOx NH3

Soort

Voertuig

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

Standaard

Licht verkeer

Aantal voertuigen Stof

Emissie

20,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

2.400,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx

Resultaten

Voertuig

Omschrijving

AFW

mobiele werktuigen tijdens sloop en bouw

Situatie 1

Bron 2 Mobiele werktuigen 143378, 527337 101,10 kg/j

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

4,0

4,0

0,0 NOx

101,10 kg/j

RY2f5oLH6d1g (21 december 2020) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201216_c759386971 Database versie 2020_20201216_c759386971 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

RY2f5oLH6d1g (21 december 2020) pagina 5/5

Bijlage 3

51/209

Ecologische quickscan

Quickscan Wet Natuurbescherming Ten behoeve van de uitbreiding van loodsen/kassen

Opdrachtgever:

Agrofocus

Uitgevoerd door:

Vonk Groenservice

Adres:

Overweg 17 1713 HX Obdam

Adres:

Boerhaavestraat 35 1611 ER Bovenkarspel

Contactpersoon:

Dhr. S. Dol

Contactpersoon:

Dhr. D. Vonk 06-228 418 78 info@vonkgroenservice.nl www.vonkgroenservice.nl

Projectnummer: Datum:

20-294 20 december 2020

20 december 2020

Quickscan

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ........................................................................................................................................ 2 1

2

3

Inleiding ............................................................................................................................................ 4 1.1

Aanleiding van de Quickscan Wet Natuurbescherming ........................................................... 4

1.2

Projectlocatie ............................................................................................................................ 4

1.3

Het plan .................................................................................................................................... 5

Werkwijze ......................................................................................................................................... 6 2.1

Bureauonderzoek/Literatuuronderzoek .................................................................................... 6

2.2

Locatiebezoek .......................................................................................................................... 6

2.3

Uitwerking................................................................................................................................. 6

Wettelijk kader .................................................................................................................................. 7 3.1

4

3.1.1

Bescherming van gebieden ................................................................................................ 7

3.1.2

Bescherming van soorten ................................................................................................... 7

3.1.3

Bescherming van houtopstanden ....................................................................................... 8

3.1.4

Stikstof ................................................................................................................................ 8

Flora en Fauna op en rondom de locatie ......................................................................................... 9 4.1

Terrein/gebouwkarakteristiek ................................................................................................... 9

4.1.1

Perceel ................................................................................................................................ 9

4.1.2

Bestaande kas en schuurkas .............................................................................................. 9

4.2

Flora en Vegetatie .................................................................................................................. 10

4.3

Vogels .................................................................................................................................... 10

4.4

Amfibieën, vissen en reptielen ............................................................................................... 10

4.5

Zoogdieren ............................................................................................................................. 10

4.5.1

Vleermuizen ...................................................................................................................... 10

4.5.2

Grondgebonden zoogdieren ............................................................................................. 11

4.6

5

Wet Natuurbescherming .......................................................................................................... 7

Natuurgebieden ...................................................................................................................... 11

4.6.1

Natura2000 ....................................................................................................................... 11

4.6.2

Overige natuurgebieden ................................................................................................... 11

Toetsing soortbescherming ............................................................................................................ 13 5.1

Vaatplanten ............................................................................................................................ 13

5.2

Vogels .................................................................................................................................... 13

5.2.1

Jaarrond beschermde vogels met nesten ......................................................................... 13

5.2.2

Alle broedende vogels met nesten.................................................................................... 13

5.3

Amfibieën, vissen en reptielen ............................................................................................... 15

5.4

Zoogdieren ............................................................................................................................. 16

5.4.1

Vleermuizen ...................................................................................................................... 16 2

20 december 2020

5.4.2 6

Quickscan

Grondgebonden zoogdieren ............................................................................................. 16

Toetsing gebiedsbescherming ....................................................................................................... 17 6.1

Natura2000 ............................................................................................................................ 17

6.1.1

Uitgangspunten voor stikstofdepositieberekening ............................................................ 17

6.1.2

Sloop/bouwfase................................................................................................................. 18

6.1.2.1 Verkeersbewegingen ......................................................................................... 18 6.1.2.2 Mobiele werktuigen ............................................................................................ 18 6.1.3 Gebruiksfase ..................................................................................................................... 19 6.1.3.1 Verkeersbewegingen gebruiksfase.................................................................... 19 6.1.3.2 Verwarming kas ................................................................................................. 19 6.1.4 Rekenresultaten Aerius-calculator .................................................................................... 19

7

6.1.4.1 Sloop/bouwfase ................................................................................................. 19 6.1.4.2 Gebruiksfase ...................................................................................................... 19 Conclusie ........................................................................................................................................ 20 7.1

Soortbescherming .................................................................................................................. 20

7.2

Gebiedsbescherming ............................................................................................................. 20

3

20 december 2020

Quickscan

1

Inleiding

1.1

Aanleiding van de Quickscan Wet Natuurbescherming

Bot Flowerbulbs uit Andijk is voornemens om de bedrijfsruimten uit te breiden met enkele loodsen en kassen. Het bedrijf is gelegen aan de Cornelis Kuinweg 15 te Andijk. Voor de vergunningverlening is een flora en fauna quickscan alsmede een stikstofdepositieberekening noodzakelijk. Om te bepalen of tijdens de realisatie beschermde soorten worden verstoort en daarmee de Wet Natuurbescherming wordt overtreden, is het noodzakelijk geacht om een flora en fauna quickscan uit te voeren.

1.2

Projectlocatie

Zie onderstaande kaart voor de ligging

Afb 1: Ligging

Afb 2: Het perceel aan de Cornelis Kuinweg 15 waar het bedrijf is gevestigd.

4

20 december 2020

1.3

Quickscan

Het plan

Het plan is om de deel bestaande kas/loods te slopen om plaats te maken voor een combinatie van kas, schuurkas en loods. Het nieuwe bouwwerk wordt deels gebouwd tegen een bestaande loods aan. Deels wordt de weide achter het bedrijf gebruikt om te bebouwen. De functie van het geheel wordt opslag van kisten, pallets en kweekruimte. Zie onderstaande afbeelding voor het beoogde plan.

Afb 3: Plattegrond van het beoogde plan

5

20 december 2020

Quickscan

2

Werkwijze

2.1

Bureauonderzoek/Literatuuronderzoek

Door middel van een literatuuronderzoek is gekeken welke beschermde flora en fauna in (de omgeving van) het plangebied voorkomen. Daarvoor is gebruik gemaakt van verspreidingsatlassen, natuurdatabanken en is er gezocht naar bestaande onderzoeksrapporten. Als nodig geacht, is voor de verspreiding van habitattypen gekeken naar de meest recente habitattypenkaart (Aerius) en onderliggende vegetatiekartering (2013). In hoofdstuk 4 van deze rapportage zijn als dit nodig is geacht de soorten uit deze databank opgenomen alsmede een beschrijving over eventueel aanwezige leefgebieden voor bepaalde beschermde soorten.

2.2

Locatiebezoek

Op donderdag 10 december 2020 is de heer D. Vonk van Vonk Groenservice op de locatie geweest om een indruk te krijgen over welke leefgebieden (ecotopen) voor flora en fauna op de projectlocatie aanwezig zijn en om eventuele beschermde planten en dieren (of sporen van) waar te nemen.

2.3

Uitwerking

Aan de hand van de gegevens uit het bureauonderzoek en het veldonderzoek kan een inschatting gemaakt worden welke invloed de beoogde plannen hebben op nabij gelegen en de op de locatie eventueel voorkomende beschermde soorten. Aanvullend wordt advies gegeven die betrekking hebben op de te volgen procedures en handelingen. Bijvoorbeeld, een aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing.

6

20 december 2020

Quickscan

3

Wettelijk kader

3.1

Wet Natuurbescherming

Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze nieuwe wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet1. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden: per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen: bescherming van gebieden, bescherming van soorten en bescherming van houtopstanden

3.1.1 Bescherming van gebieden De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000-gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde dier- en plantensoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf ) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.

3.1.2 Bescherming van soorten De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime, “andere soorten”, betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau (ook wel “nationaal beschermde soorten” genoemd). Hiernaast geldt dat voor alle soorten de algemene zorgplicht van kracht is. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs verwacht van men kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb

Beschermingsregime Nationaal beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.

Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

Niet van toepassing

7

20 december 2020

Quickscan

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Tabel 1: Soortenbescherming en verbodsbepalingen volgens de Wet Natuurbeheer

3.1.3 Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod. In deze quickscan blijft de bescherming van houtopstanden buiten beschouwing.

3.1.4 Stikstof De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitat- als de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Met de recente uitspraak van de Raad van State (d.d. 29 mei 2019) is beslist dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet zondermeer als toestemmingsbasis mag gelden voor nieuwe activiteiten. Het projecteffect van het plan op Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige natuur dient bepaald te worden. De berekening zal worden verricht met behulp van de Aerius Calculator voor de bepaling van het projecteffect. Het projecteffect wordt inzichtelijk gemaakt op twee decimalen nauwkeurig. Bij een projectbijdrage van 0,00 mol/ha/jaar zullen de natuurlijke kenmerken van de omliggende Natura 2000gebieden niet worden aangetast. Bij een depositiebijdrage hoger dan 0,00 mol/ha/jaar is een verklaring van geen bedenkingen, vergunning en/of nader onderzoek noodzakelijk.

8

20 december 2020

Quickscan

4

Flora en Fauna op en rondom de locatie

4.1

Terrein/gebouwkarakteristiek

4.1.1 Perceel Rondom de bestaande bebouwing is verharding en weiland aanwezig.

4.1.2 Bestaande kas en schuurkas De te slopen kas betreft uit een standaard glazen kas. De overige bebouwing waartegen gebouwd gaat worden is opgebouwd uit stalen spanten met sandwichpanelen. Achter op het perceel staat een klein bouwwerk, opgebouwd uit sandwichpanelen in gebruik als paardenstal. Onderstaand een impressie:

Afb 4: Kas en schuurkas

Afb 5: Loods waartegen gebouwd gaat worden

9

20 december 2020

Quickscan

Afb 6: Paardenstal acherop het perceel

4.2

Flora en Vegetatie

Alleen verharding aangelegd gazon/weide.

4.3

Vogels

De kas alsmede het gedeelte van de schuurkas waartegen de nieuwe schuurkas moet komen vertoont geen openingen of richels welke gebruikt kunnen worden door vogels in of op te nestelen. Ook de paardenstal vertoont geen openingen in de gevel/aansluiting dak. In de stal zijn ook geen nesten aangetroffen.

4.4

Amfibieën, vissen en reptielen

Niet van toepassing. Er wordt niet gewerkt aan- of in watergangen en weidegrond is ongeschikt voor amfibieën, vissen en reptielen

4.5

Zoogdieren

4.5.1 Vleermuizen De sandwichpanelen van de bestaande bouw hebben geen openingen welke gebruikt kunnen worden door vleermuizen als in- en uitvliegopening.

10

20 december 2020

Quickscan

4.5.2 Grondgebonden zoogdieren Niet van toepassing.

4.6

Natuurgebieden

4.6.1 Natura2000 De projectlocatie ligt circa 25 km vanaf het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura2000-gebied. Zie onderstaande kaart voor de ligging ten opzichte van Natura2000-gebieden.

Afb 7: Ligging ten opzichte van Natura2000-gebieden.

4.6.2 Overige natuurgebieden De provincie Noord-Holland heeft gebieden aangewezen die belangrijk zijn voor weidevogels (weidevogelleefgebieden) en gebieden die vallen onder het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Op onderstaande kaart zijn deze gebieden in licht en donkergroen aangegeven. Beide soorten gebieden liggen op ruime afstand van de projectlocatie.

11

20 december 2020

Quickscan

Afb 8: Gebieden vallend onder Natuur Netwerk Nederland (donkergroen) en Weidevogelleefgebieden (lichtgroen)

12

20 december 2020

5

Toetsing soortbescherming

5.1

Vaatplanten

Quickscan

Gezien de terreinomstandigheden op de locatie, zijn beschermde soorten niet te verwachten.

5.2

Vogels

5.2.1 Jaarrond beschermde vogels met nesten Bijvoorbeeld het nest van de Huismus, Gierzwaluw, roofvogels en uilen is jaarrond beschermd. Deze bescherming is er omdat deze soorten het nest niet alleen tijdens de broedperiode gebruikt, maar mogelijk het hele jaar door als rustplaats of omdat bepaalde vogelsoorten nogal honkvast zijn en dus graag wederkeren naar het nest van het vorige jaar (Gierzwaluw). Denk bij functioneel leefgebied aan bosschages om te schuilen, foerageren, open stukjes grond voor stofbaden, hagen en/of klimop om in te rusten/schuilen, ondiepe goed bereikbare poeltjes om te baden, voedsel in de vorm van zaden, besjes etc. De kas en overige bebouwing alsmede de directe omgeving is ongeschikt voor jaarrond beschermde vogels.

5.2.2 Alle broedende vogels met nesten De te slopen glazen kas is ongeschikt voor vogels om te nestelen. De overige bebouwing waartegen gebouwd gaat worden heeft geen openingen of richels welke gebruikt kunnen worden door vogels. De kas en overige bebouwing is ongeschikt voor broedvogels. Het weiland achterop het perceel is mogelijk broedgebied voor weidevogels als Kievit, Grutto, Veldleeuwerik of Tureluur.

13

20 december 2020

Quickscan

Afb 9: Ongeschikt voor vogels om te nestelen

Afb 10: In de stal zijn geen nesten aanwezig

14

20 december 2020

Quickscan

Afb 11: Sandwich panelen ongeschikt voor vogels

Afb 12: Weide achterop perceel geschikt voor weidevogels

5.3

Amfibieën, vissen en reptielen

Niet van toepassing.

15

20 december 2020

5.4

Quickscan

Zoogdieren

5.4.1 Vleermuizen De kas en schuurkas is ongeschikt voor vleermuizen.

5.4.2 Grondgebonden zoogdieren Niet van toepassing.

16

20 december 2020

6

Quickscan

Toetsing gebiedsbescherming

In algemene zin kan er door een plan sprake zijn van negatieve gevolgen vanuit natuurwetgeving voor beschermde gebieden. Beschermde gebieden die hieronder vallen zijn: - Natura2000 gebieden - Weidevogelleefgebieden - Natuur Netwerk Nederland In dit hoofdstuk wordt beschreven voor welke gebieden er mogelijk sprake is van negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ingrepen op de onderzoekslocatie. Verder wordt beschreven of een vervolgtraject noodzakelijk is en wat de eventuele consequenties zijn ten aanzien van vergunningen.

6.1

Natura2000

Zoals in hoofdstuk 4 aangegeven ligt het perceel op ruime afstand van de dichtstbijzijnde Natura2000 gebieden waardoor depositie in deze gebieden door de beoogde werkzaamheden onwaarschijnlijk is. Om te bevestigen dat er geen depositie zal plaats vinden door de werkzaamheden is een berekening van de sloop- en bouwfase en van de gebruiksfase uitgevoerd. Bij de sloop en bouw alsmede tijdens de gebruiksfase kan stikstof vrijkomen door onder andere: - Verkeersbewegingen door aanvoer materialen/materieel en bouwvakkers - Gebruik mobiele werktuigen tijdens de sloop en nieuwbouw. - Verkeersbewegingen door gebruik van de woning. - Gasverbruik voor verwarming en koken. Met de Aerius-calculator is berekend welk effect de stikstofuitstoot van de plannen hebben op de Natura2000 gebieden. AERIUS Calculator is het rekeninstrument voor het bepalen van de emissie van stikstof uit een bron, de verspreiding door de lucht en de depositie op Natura 2000-gebieden.

6.1.1 Uitgangspunten voor stikstofdepositieberekening Bij de berekening van stikstofemissie zijn bij dit project 2 fasen te onderscheiden, de aanlegfase (sloop/bouw) en de gebruiksfase. Naast het gebruik van verwarming en de inzet van bouwmaterieel hebben de fases een verkeer aantrekkende werking, in het geval van de aanlegfase betreft het de aan/afvoer van materialen en personeel, in de gebruiksfase betreft het een eventuele toename van verkeersbewegingen in de nieuwe situatie en door gebruik van de bedrijfshal (verwarming). Een algemeen criterium voor verkeer aantrekkende werking van wegverkeer is dat de gevolgen voor het milieu van dit verkeer niet meer aan het nieuwbouwproject kunnen worden toegerekend wanneer geacht kan worden dat dit verkeer is opgenomen in het “heersende verkeersbeeld”.

17

20 december 2020

Quickscan

6.1.2 Sloop/bouwfase 6.1.2.1 Verkeersbewegingen De verkeer aantrekkende werking van de Bouwfase bestaat uit transport van materialen en personen (bouwvakkers). Het verkeer is gemodelleerd tot de eerste aansluiting op de doorgaande weg, in dit geval de aansluiting op de Dijkgraag Grootweg. De bouw zal naar schatting 6 maanden in beslag nemen. Voor de berekeningen wordt uitgegaan van 20 werkdagen per maand, dus 120 werkdagen totaal. De aanvoer van de materialen zal met enkele zware vrachtauto’s gebeuren en met licht verkeer met (bus met aanhanger). Voor de invoer in het Aerius programma zal gerekend worden met: - Totaal 20 ritten zwaar verkeer (vrachtauto) voor de aanvoer van zware materialen en materieel. - Totaal 2400 ritten licht verkeer voor aan- en afvoer bouwvakkers en klein materiaal/materieel. Uitgangspunt is 20 ritten per dag (10 heen en 10 terug).

6.1.2.2 Mobiele werktuigen Voor de bouw wordt gebruik gemaakt van een heistelling voor de fundering van de uitbreiding, een bouwkraan voor montage van onder andere spanten en vloerdelen en andere grote/zware materialen en een graafmachine voor grondwerk. Onderstaande tabellen toont de materieelinzet met de vermogens, brandstofverbruik en draaiuren stationair, welke gebruikt zijn in de Aeriusberekening. (draai)Uren Vrachtverkeer op de bouwplaats Heistelling Graafmachine Bouwkraan

Emissiefactor (g/kW) 1,0

Percentage vol vermogen 69%

Emissie (kg/NOx)

100

Vermogen (kW) 320

100 300 100

200 200 200

1,0 0,8 1,0

69% 69% 69%

14 33 14 83

Totaal Tabel 1: Geschatte materieelinzet tijdens realisatiefase. Emissie op basis van draaiuren

Stageklasse Vrachtverkeer op de IV bouwplaats Heistelling IV Graafmachine IV Bouwkraan IV Totaal Tabel 2: Emissie door stationair draaien

22

Cilinderinhoud 14

Emissiefactor onbelast (g/l/u) 10

Percentage stationair 31%

Uren stationair 3,1

Emissie (kg/NOx) 4,4

10 8 10

10 10 10

31% 31% 31%

3,1 9,3 3,1

3,1 7,5 3,1 18,1

De totale emissie door mobiele werktuigen tijdens de bouwfase komt op: 83 + 18,1 = 101,1 kg/NOx

Tijdens de bouw zal ook een hoogwerker ingezet worden. Echter zal de keuze gemaakt worden om met elektrische machines te werken. Derhalve zal hierdoor geen uitstoot ter plaatse zijn. Gebruikte bronnen: Rijksoverheid.nl 18

20 december 2020

Quickscan

Factsheet: natuur & Milieu | milieu impact mobiele werktuigen TNO-rapport: TNO 2018 R10465 TNO-rapport: TNO 034 UT 2009 01782 RPT ML TNO_getallen_voor_AERIUS_2020v9_mobiele_werktuigen

6.1.3 Gebruiksfase In de gebruiksfase wordt alleen gerekend met het gasverbruik voor verwarming.

6.1.3.1 Verkeersbewegingen gebruiksfase Door de beoogde bedrijfsuitbreiding kan veel efficiënter gewerkt worden. In de huidige situatie worden dagelijks meerdere ritten uitgevoerd om de bollenkisten elders op te slaan. In de nieuwe situatie kunnen de bollenkisten in de eigen loods opgeslagen worden. Omdat er een afname is van het aantal verkeersbewegingen, wordt derhalve niet gerekend met extra verkeersbewegingen.

6.1.3.2 Verwarming kas Alleen de kas zal (sporadisch) verwarmd worden. De kas betreft een showkas. Naar schatting zal per jaar 5000 m3 gas verstookt worden. (opgave eigenaar). Dit resulteert in: (Omrekenfactor m3 naar Mj (megajoule) = 1 m3 = 35,7 Mj = 0,036 Gj) 5000 / 0,036 = 139,0 Gj Emissie = 139 x 15 (emissiefactor) = 2085 g/jaar = 2,1 kg/jaar

6.1.4 Rekenresultaten Aerius-calculator 6.1.4.1 Sloop/bouwfase Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er vindt geen depositie plaats in één of meerdere natura2000 gebieden alsmede in de daar in gelegen verschillende habitats. Zie bijgevoegd Pdf- en GML-bestand.

6.1.4.2 Gebruiksfase Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er vindt geen depositie plaats in één of meerdere natura2000 gebieden alsmede in de daar in gelegen verschillende habitats. Zie bijgevoegd Pdf- en GML-bestand.

19

20 december 2020

7

Conclusie

7.1

Soortbescherming

Quickscan

De bestaande kas en schuurkas en directe omgeving is ongeschikt voor beschermde planten of diersoorten. Alleen is er een kans in de achterliggende weid dat er gebroed gaat worden. De kans is het grootst tussen maart en juli. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient een check uitgevoerd te worden naar eventuele broedgevallen. Behoudens bovenstaande, is uit ecologisch oogpunt is er geen bezwaar om de beoogde werkzaamheden uit te voeren.

7.2

Gebiedsbescherming

Gezien afstand tot natuurgebieden en de aard van de werkzaamheden zijn negatieve effecten op deze natuurgebieden niet te verwachten. De beoogde werkzaamheden kunnen met het oog op de ecologie zonder bezwaar en zonder overtreding van de Wet Natuurbescherming uitgevoerd worden.

20

72/209

Bijlage 4

73/209

Watertoetsresultaat

datum 14-12-2020 dossiercode 20201214-12-25047 Project: Andijk - Cornelis Kuinweg 15 Gemeente: Medemblik Aanvrager: Jan - Jacob Posthumus Organisatie: Rho Adviseurs

Geachte heer/mevrouw Jan - Jacob Posthumus, Voor het plan Andijk - Cornelis Kuinweg 15heeft u advies aangevraagd in het kader van de watertoets op www.dewatertoets.nl. Met de gegevens die u heeft opgegeven is bepaald dat bepaalde aspecten van het plan een zodanige invloed hebben op de belangen van het hoogheemraadschap dat de normale proceduremoet worden gevolgd. Dit betekent dat wij in overleg met u willen bespreken hoe in uw plan rekening kan worden gehouden deze waterhuishoudkundige belangen. Om het watertoetsproces zo vlot mogelijk te laten verlopen, sturen wij u als bijlage een automatisch gegenereerd conceptwateradvies. Dit conceptadvies is in twee delen opgesplitst. In het eerste deel van het conceptadvies geven wij aan over welke onderwerpen nader overleg met het hoogheemraadschap noodzakelijk is. Het tweede deel van het conceptadvies bevat de onderwerpen die slechts een beperkte invloed hebben op de belangen van het hoogheemraadschap en die ondervangen kunnen worden met standaard maatregelen. Dit tweede deel van het advies kunt u gebruiken om alvast een eerste aanzet te geven tot de waterparagraaf in de ruimtelijke onderbouwing. Wij nemen binnen drie weken contact met u op om nadere afspraken te maken en advies te geven over de nog openstaande waterbelangen.

Als u eerder een afspraak wilt maken, dan kunt u contact met ons opnemen via ons algemene nummer 072 582 8282 en vragen naar de contactpersoon voor de gemeente waarin uw plan zich bevindt. Naast het bijgevoegde conceptadvies kunt u op onze website meer informatie vinden over de watertoets in het algemeen: https://www.hhnk.nl/watertoets/. LET OP:Het (concept)wateradvies is geen aanvraag voor een Watervergunning. Onze conclusie en wateradvies mogen alleen gebruikt worden tijdens de (ruimtelijke) planvormingfase. U dient zelf na te gaan welke vergunningen nodig zijn om het plan te realiseren. Bij het hoogheemraadschap dient u wellicht een Watervergunning aan te vragen of een melding te doen. Meer informatie over de Watervergunning vindt u op https://www.hhnk.nl/vergunningen. Met vriendelijke groet, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Postbus 250 1700 AG HEERHUGOWAARD T 072 582 8282 F 072 582 7010 E info@hhnk.nl W www.hhnk.nl

CONCEPT Wateradvies Via de Digitale Watertoets (www.dewatertoets.nl) heeft u Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier gevraagd een reactie te geven op het plan Andijk - Cornelis Kuinweg 15. Uit de ingediende gegevens is gebleken dat er voor één of meerdere wateraspecten nader overleg noodzakelijk is met het hoogheemraadschap. Deze aspecten benoemen wij in het eerste deel van dit concept wateradvies. In het tweede deel komen de onderwerpen aan bod die slechts een beperkte invloed hebben op de belangen van het hoogheemraadschap en die hierdoor ondervangen kunnen worden met standaard maatregelen. Dit deel van het advies kunt u gebruiken om alvast een eerste aanzet te geven tot de waterparagraaf in de ruimtelijke onderbouwing van uw plan. DEEL I Hieronder vindt u de aspecten waarover nader contact met het hoogheemraadschap noodzakelijk is:

Het ingetekende plangebied heeft de volgende zoneringen (kaartlagen) geraakt: - Zonering primaire waterlopen U heeft aangegeven dat de verhardingstoename ten gevolge van uw plan meer dan 2000 m2 bedraagt.Een dusdanige toename van het verharde oppervlak heeft negatieve gevolgen voor het watersysteem. Het hemelwater stroomt versneld af en komt direct tot afvoer. Compensatie in de vorm van waterberging of infiltratie is noodzakelijk om deze negatieve effecten op te heffen. Bij een verhardingstoename van meer dan 2000 m2 berekent het hoogheemraadschap aan de hand van diverse plangebiedkenmerken een specifiek compensatiepercentage. Wij nemen binnen drie weken contact met u op om nadere afspraken te maken en te komen tot advies over bovenstaande waterbelangen. DEEL II Dit tweede deel van het advies kunt u direct gebruiken om een aanzet te maken voor de waterparagraaf in de ruimtelijke onderbouwing. De watertoets is een procesinstrument dat is verankerd in de Wet Ruimtelijke Ordening (WRO), het Besluit Ruimtelijke Ordening (BRO) en het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) 2011. De bedoeling van het instrument is om wateraspecten van meet af aan mee te nemen bij ruimtelijke plannen en besluiten. Het gaat hierbij om zes thema's: waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkeringen, wegen, afvalwaterketen en beheer & onderhoud van nieuw en bestaand oppervlaktewater.

Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels die u op onze website kunt vinden (https://www.hhnk.nl/keur/).

Waterkwaliteit en riolering U heeft aangegeven dat er binnen het plan geen sprake is van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het hemelwater kan dus als schoon worden beschouwd. Het is daarom niet doelmatig om het af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (rwzi). Dit betekent dat we voor de nieuwe ontwikkeling adviseren om een gescheiden stelsel aan te leggen. Wij adviseren om met het oog op de waterkwaliteit het gebruik van uitloogbare materialen zoals koper, lood en zink zoveel mogelijk te voorkomen. Tot Slot De initiatiefnemer van het plan is zelf verantwoordelijk voor de regeling, financiering en de realisatie van alle maatregelen die voortvloeien uit het plan. Mocht de inhoud van het plan wijzigen, dan verzoeken wij u vriendelijk ons een geactualiseerde versie toe te sturen. Ook ontvangen wij graag een exemplaar van het definitieve en goedgekeurde plan. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Mochten er desondanks vragen zijn, dan kunt u contact opnemen via 072 - 582 8282 en vragen naar de contactpersoon voor uw gemeente. www.dewatertoets.nl

76/209

Bijlage 5

77/209

Verkennend bodemonderzoek

Vlam Bodem Advies BV Westerduinweg 10 1755 LE PETTEN Tel. 0224-531274 info@vlambodemadvies.nl

Verkennend bodemonderzoek Locatie: Cornelis Kuinweg 15 te Andijk Projectnummer: 051004277

Opdrachtgever:

Bot Flowerbulbs Cornelis Kuinweg 15 1619 PE ANDIJK

Opdrachtnemer/Rapporteur:

Vlam Bodem Advies BV Westerduinweg 10 1755 LE Petten

Auteur:

dhr. B.J. Groenendaal

Datum:

05-05-2021

Controle:

dhr. K. Mulder

Project Kenmerk

: Cornelis Kuinweg 15 te Andijk : 051004277

Inhoudsopgave 1.0

Inleiding

3

2.0

Vooronderzoek

4

2.1

Onderzoekslocatie

4

2.2

Historie tot op heden

4

2.3

Bodemsamenstelling en geohydrologische situatie

6

3.0

4.0

5.0

6.0

Onderzoeksopzet

7

3.1

Conclusie vooronderzoek

7

3.2

Hypothese en onderzoeksstrategie

7

Veldonderzoek

8

4.1

Veldwerk

8

4.2

Resultaten veldonderzoek

8

Laboratoriumonderzoek

9

5.1

Samenstelling grond(meng)monsters

9

5.2

Resultaten laboratoriumonderzoek

9

Conclusies en aanbevelingen

11

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5

: locatietekening : boorprofielen met zintuiglijke waarnemingen : toetsingen grond en grondwater : analysecertificaten : toelichting op toetsing

2

Project Kenmerk

1.0

: Cornelis Kuinweg 15 te Andijk : 051004277

Inleiding

In opdracht van Bot Flowerbulbs is door Vlam Bodem Advies B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Cornelis Kuinweg 15 te Andijk. Aanleiding voor het onderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van nieuwbouw. Doel van het onderzoek is het vastleggen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De werkzaamheden zijn onafhankelijk van de opdrachtgever uitgevoerd conform de eisen van de BRL SIKB 2000 en daarbij behorende protocollen. In figuur 1 is de regionale ligging van de locatie weergegeven.

Figuur 1: regionale ligging (bron: Kaartgegevens © OpenStreetMap-auteurs (CC-BY-SA))

3

Project Kenmerk

2.0

: Cornelis Kuinweg 15 te Andijk : 051004277

Vooronderzoek

Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN 5725:2017 “Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek”, aanleiding A. Voor het vooronderzoek is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: www.topotijdreis.nl, de bodemkwaliteitskaart van Gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer en Stede Broec, Dinoloket, bodeminformatie omgevingsdienst Noord-Holland Noord en het BAG. 2.1

Onderzoekslocatie

Terreininspectie Een terreininspectie is in het kader van het vooronderzoek niet uitgevoerd, maar direct voorafgaand aan het bodemonderzoek ter plaatse. Aangezien de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie heeft de terreininspectie niet geleid tot aanpassing van de onderzoekstrategie. Onderzoekslocatie De onderzoekslocatie betreft Cornelis Kuinweg 15 te Andijk. De ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1. De volgende gegevens zijn van de locatie bekend: Gebruiksfunctie : bloembollenbedrijf. Kadastrale gegevens : Andijk, sectie K, nummer 860. Oppervlakte locatie : maximaal 5.000 m2. Bodem : klei. Vloertype : het terrein is deel verhard en deels onverhard Afbakening van de locatie Voor het vooronderzoek is uitgegaan van een oppervlakte van maximaal 5.000 m2 en een verticale diepte van 2,0 m - mv. Als horizontale afbakening is uitgegaan van een straal van 25 m vanaf de onderzoekslocatie. 2.2

Historie tot op heden

Bodembedreigende activiteiten Voorafgaand aan de werkzaamheden is het bodemloket van Omgevingsdienst Noord-Holland Noord geraadpleegd. Op de locatie is een bloembollenprepareer- en -ontsmettingsbedrijf gevestigd. De locatie wordt als potentieel verontreinigd beschouwd. Bodeminformatie onderzoekslocatie In 1996 is door Landview een bodemonderzoek verricht (rapportnummer 96516 d.d. 1-10-1996). In de bovengrond is een licht verhoogd gehalte aan PAK aangetoond. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater geen verhoogde concentraties aan de geanalyseerde parameters gemeten. In 2017 is door Landview een bodemonderzoek verricht (rapportnummer 2017332 d.d. 2-3-2017). In zowel de boven- als de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde concentraties aan de geanalyseerde parameters gemeten. directe omgeving Er bevinden zich geen gevallen van ernstige bodemverontreiniging binnen een straal van 25 m van de onderzoekslocatie.

4

Project Kenmerk

: Cornelis Kuinweg 15 te Andijk : 051004277

Bodemkwaliteitskaart De locatie ligt in een gebied met bodemfunctie industrie. Volgens de bodemkwaliteitskaart van gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer en Stede Broec is de locatie gelegen in zone gemeente B5/O5 (buitengebied). De gemiddelde kwaliteit van de bovengrond voldoet aan bodemkwaliteitsklasse industrie. De ondergrond voldoet aan bodemkwaliteitsklasse altijd toepasbaar. Dempingen en ophogingen Er zijn geen dempingen of ophogingen bekend op en nabij de onderzoekslocatie. Asbest De onderzoekslocatie is bebouwd. De bebouwing is op basis van de geraadpleegde gegevens uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) afkomstig uit de periode 1978-1993: in deze periode liep de verwerking van asbest en de productie van asbesthoudende materialen terug en was ongecontroleerd storten van asbesthoudend afval voor een deel door wet- en regelgeving aan banden gelegd. Er zijn tijdens het vooronderzoek geen gegevens naar voren gekomen met betrekking tot asbestverdachte activiteiten zoals genoemd in bijlage a.2 van de NEN 5725:2017. Er is voor zover bekend geen asbestkansenkaart voor het onderzoeksgebied beschikbaar. Op basis van bovenstaande wordt de locatie als asbest onverdacht beschouwd. Topotijdreis In onderstaande figuur zijn enkele historische kaarten opgenomen met betrekking tot de onderzoekslocatie en het omliggende gebied.

De onderzoekslocatie is in rood aangegeven.

1912

1963

5

Project Kenmerk

: Cornelis Kuinweg 15 te Andijk : 051004277

1988

2015

Figuur 2: overzicht topotijreis [bron: topotijdreis]

Uit het historisch kaartmateriaal is te concluderen dat de onderzoekslocatie tot 1999 onbebouwd is geweest en een agrarische bestemming heeft gehad. Het bloembollenbedrijf is omstreekds 1980 gebouwd. Daarna is het bedrijf in de tussenliggende jaren steeds meer uitgebreid en is de huidige onderzoekslocatie (deels) bebouwd vanaf begin jaren ’00. 2.3

Bodemsamenstelling en geohydrologische situatie

De beschrijving van de regionale bodemopbouw is gebaseerd op het model BRO GeoTOP v1.4 (www.Dinoloket.nl). De regionale maaiveldhoogte is circa NAP -1,75 m. In figuur 3 is de regionale bodemopbouw nabij de onderzoekslocatie weergegeven. De regionale grondwaterstand is circa -0,8 m-mv.

Figuur 3: Regionale bodemopbouw

De regionale bodemopbouw bestaat uit kleiig zand en zand (tot 4,0 m – mv). Gevolgd door zand (tot 6,0 m – mv). Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is, voor zover bekend, niet onderhevig aan invloeden van buitenaf. De plaatselijke stromingsrichting van het grondwater is naar verwachting in de richting van het dichtstbijzijnde oppervlaktewater. De onderzoekslocatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.

6

Project Kenmerk

3.0

: Cornelis Kuinweg 15 te Andijk : 051004277

Onderzoeksopzet

Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd overeenkomstig de bemonsteringsstrategie uit de NEN 5740+A1:2016 “Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”. De hypothese en de te hanteren onderzoeksstrategie zijn afgeleid van het vooronderzoek zoals uitgevoerd conform de NEN 5725. 3.1

Conclusie vooronderzoek

Op basis van het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat er sprake is van een voldoende afgebakende onderzoekslocatie. De locatie wordt als potentieel verontreinigd beschouwd vanwege de vestiging van een bloembollenprepareer- en -ontsmettingsbedrijf. De locatie is asbest onverdacht. 3.2

Hypothese en onderzoeksstrategie

De onderzoekshypothese welke wordt gevolgd ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek naar de huidige bodemkwaliteit is die voor een verdachte locatie. Op de locatie is conform de strategie VED-HE-NL (Onderzoeksstrategie op een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming) van de NEN 5740 onderzoek verricht. In onderstaande tabel is de onderzoeksopzet weergegeven. Tabel 1: overzicht werkzaamheden Locatie Cornelis Kuinweg 15

Boringen 14 x 0,5 m – mv 3 x 2,0 m - mv

Peilbuizen 1x

Analyses grond 3 x NENpakket bovengrond + OCB 1 x NENpakket ondergrond

Analyses grondwater 1 x NENpakket grondwater

Toelichting: m – mv = meters minus maaiveld Het standaard NENpakket grond bestaat uit de volgende stoffen en verbindingen: • droge stof-, organisch stof- en lutumgehalte; • zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink); • polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK); • polychloorbifenylen (PCB); • minerale olie. Het standaard NENpakket grondwater bestaat uit de volgende stoffen en verbindingen: • zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink); • vluchtige aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen en som xylenen) en naftaleen; • vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen; • minerale olie.

7

Project Kenmerk

: Cornelis Kuinweg 15 te Andijk : 051004277

4.0

Veldonderzoek

4.1

Veldwerk

Het veldwerk is uitgevoerd op 6 april 2021 door de heer M. Vlam van Vlam Bodem Advies B.V. (certificaat NC-SIK20334) overeenkomstig protocol 2001. De locaties van de boringen en de peilbuis zijn weergegeven in bijlage 1 en vermeld in tabel 2. Tabel 2: overzicht locaties boringen en peilbuizen Locatie

Aantal boringen (en boringnummers) 0,5 m - mv 14 (nr. 2, 4, 5, 6, 7, 10, 12, 14, 15, 16, 17, 18)

Cornelis Kuinweg 15 Toelichting: m - mv = meter minus maaiveld.

2,0 m - mv 3 (nr. 1, 11 en 13)

Peilbuizen 1 (nr. 8)

Tijdens de boringen is maximaal 0,5 meter per keer bemonsterd. Bij elke verandering van grondsoort of zintuiglijke waarneming is een apart grondmonster genomen. Het maaiveld (waar mogelijk) en de fractie > 20 mm is visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdacht materiaal. Bemonstering van het grondwater is uitgevoerd op 15 april 2021 door de heer M. Vlam van van Vlam Bodem Advies B.V. (certificaat NC-SIK-20334) conform protocol 2002. De grond(water)monsters zijn direct in het veld geconserveerd, gekoeld bewaard, en door het laboratorium in behandeling genomen. 4.2

Resultaten veldonderzoek

4.2.1

Globale bodembeschrijving

De bodemopbouw bestaat tot de maximaal geboorde diepte van 3,25 m - mv uit afwisselend uit zand en kleilagen. De zuidoostelijke strook van het onderzochte perceel bestaat de bovengrond uit zand, dit is waarschijnlijk opgebracht. 4.2.2

Zintuiglijke waarnemingen

In de opgeboorde grond zijn zintuiglijk geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. In de opgeboorde grond en op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. De boorprofielen met zintuiglijke waarnemingen zijn weergegeven in bijlage 2. 4.2.3

Grondwater

De grondwaterstand, zuurgraad (pH), geleidbaarheid (Ec) en troebelheid (NTU) van het bemonsterde grondwater is in het veld gemeten en weergegeven in tabel 3. Tijdens de monstername zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op verontreiniging. Tabel 3: Veldmetingen grondwater Peilbuis

Filterstelling (m - mv)

Grondwaterstand (m - mv)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=3979eb92-2c04-4bd8-a929-16dd976ab97e