02 DOC-22-505233 - Bijlage 3: Ruimtelijke onderbouwing 10-3-2022
Tekst van het document
Gemeente
MEDEMBLIK
----------------------------------------------„Ruimtelijke onderbouwing“ t.b.v.
Omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik van een deel van het perceel Schoolweg 4 te Andijk Ex. artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3o, van de Wabo.
ir. H. van Brederode bi bnSP Tigris 12 1186 JA Amstelveen SBA-reg.nr. 1.950290.005 7 maart 2022
Inhoud
1.
Inleiding
1.
2.
Beschrijving bestaande (gewenste) situatie
2.
2.1 2.2
2. 4.
3.
4.
5.
De initiatiefnemer - huidig gebruik en ambitie De planlocatie - inrichting en gebruik
Ruimtelijk beleidskader
8.
3.1 3.2
8. 8.
Rijksbeleid en Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
Beeldkwaliteit
11.
4.1 4.2
11. 11
Beeldkwaliteit als onderdeel van provinciaal ruimtelijk beleid De gemeentelijke welstandsnota
Milieu en omgevingsaspecten
12.
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7
12. 13. 13. 14. 14. 14. 15.
Milieu Verkeersaspecten Luchtkwaliteit Externe veiligheid Cultuurhistorie / Archeologie Natuurwaarden / Habitatrichtlijn-Vogelrichtlijn / Flora en Fauna Duurzaamheidsaspecten
6.
Economische / financiële uitvoerbaarheid
15
7.
Conclusie
15..
BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7
De planlocatie (inrichting terrein) en de omgeving in groter verband Kooien/Volières en overige opstallen qua functie en omvang Hemelwaterafvoer-systeem Welstandscriteria Conclusie akoestisch onderzoek van De Geluidspraktijk d.d. 9 maart 2021 Notitie ‘Paarden hobby’ d.d. 8 maart 2022 Uitvergroting actuele satellietfoto van de paardrijbak c.a.
1 1.
Inleiding
Verzoek medewerking aan opheffen strijdig gebruik. a.
roofvogelopvang
De stichting “Wings of Change”, Schoolweg 4, 1619 AL Andijk biedt op haar terrein sociaal-maatschappelijke en educatieve activiteiten, maar heeft daarnaast als 2e hoofdactiviteit roofvogelopvang. De sociaal-maatschappelijke activiteiten zijn inmiddels reeds enige tijd vergund, maar voor de roofvogelopvang - en de daarbij noodzakelijke kooien/volières -, alsmede de specifieke zorg- en educatieve activiteiten met de roofvogels, ontbreekt een passende legitieme planologische regeling. Burgemeester en wethouders van de gemeente wordt gevraagd medewerking te verlenen aan een procedure waarmee dit ‘strijdig gebruik’ wordt opgeheven, zodat voor nu en in de toekomst rechtszekerheid en duidelijkheid kan bestaan. De roofvogelopvang c.a. past niet in de bestaande woonbestemming, maar is qua aard en omvang te legitimeren met een omgevingsvergunning voor een afwijking (gebruik) van het bestemmingsplan. Op 9 december 2021 is door de gemeente een ‘constateringsrapport’ opgesteld, waarin alle aanwezige objecten behorende bij de roofvogelopvang zijn opgenomen. Daarbij is tevens de aanwezigheid van een paardrijbak vastgesteld, met de bijbehorende voorzieningen, zoals lichtmasten en een paddock met schuilstal en kapschuur. b.
paardrijbak c.a.
De paardrijbak met bijbehorende voorzieningen is reeds meer dan 20 jaar aanwezig. Voor zover bekend is deze ergens tussen 1992 en 1998 gerealiseerd met vergunning van de gemeente Andijk. In de archieven van de gemeente (na de fusie gemeente Medemblik) is echter geen vergunning aangetroffen, zodat twijfel is ontstaan over de legitimiteit van de aanwezigheid van de paardrijbak c.a. Daarbij moet worden vermeld dat de oorspronkelijke bijbehorende voorzieningen deels zijn verwijderd, hergebruikt en aangevuld (zie bijlage 6 de notitie ‘Paarden hobby’ d.d. 8 maart 2022). Om een en ander te legaliseren worden Burgemeester en wethouders bij deze verzocht medewerking te verlenen aan een omgevingsvergunning voor voornoemd gebruik, conform de binnenplanse mogelijkheid vermeld in artikel 32, lid 6 onder 4 van het vigerende bestemmingsplan (zie hierna).
afb. 1
De locatie in groter verband - Schoolweg 4 te Andijk (Google Earth)
Relatie met het vigerende bestemmingsplan Voor de planlocatie zijn de bestemmingsplannen "Dorpskernen III” en “Parapluplan Parkeren Medemblik”van de gemeente Medemblik van toepassing, respectievelijk vastgesteld 26 april 2018 en 19 september 2019. Op het onderhavige perceel liggen de enkelbestemming ‘Wonen’ (art. 32) en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ (art. 41).
2 Het gewenste afwijkend gebruik m.b.t. de roofvogelopvang past - gezien de omvang - niet onder noemer ‘wonen’ en is derhalve strijdig met de bestemming. Om dit gebruik mogelijk te maken dient een procedure te worden gevolgd voor een omgevingsvergunning voor een afwijking van het bestemmingsplan ex. art 2.12, eerste lid, onder a, o onder 3 , van de Wabo. Een en ander indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Deze notitie voorziet daarin. De vergunde zorg-activiteiten (in feite een ‘maatschappelijke’ bestemming) zijn zodanig specifiek begrensd, dat het beoogde gebruik slechts waar aangegeven mogelijk is. Met ‘afwijken’ van het bestemmingsplan blijft de vigerende bestemming ‘Wonen’ bestaan; voor de toekomst bestaat uiteraard de voorkeur voor de maatschappelijke bestemming voor het gehele terrein. Zoals hiervoor reeds is vermeld kan de paardrijbak met bijbehorende voorzieningen gelegaliseerd worden, wanneer Burgemeester en Wethouders bereid zijn om een omgevingsvergunning te verlenen conform artikel 32 lid 6 onder 4 van het bestemmingsplan “Dorpskernen III”. 2.
Beschrijving bestaande (gewenste) situatie
2.1
De initiatiefnemer - huidige gebruik en ambitie
□
De stichting
De stichting ‘Wings of Change’ is een centrum voor roofvogelopvang (voor onder andere in het wild gevonden roofvogels en uilen) en beheert/exploiteert een multifunctioneel centrum voor dagbesteding en re-integratie trajecten, gevestigd Schoolweg 4 te Andijk. Bij de stichting komen mensen uit (zeer) kwetsbare doelgroepen voor hun dagbesteding, ontwikkeling, en waar mogelijk re-integratie. “Ieder mens en dier heeft recht op de juiste zorg én aandacht. Stichting Wings of Change zet zich voor de volle 100 procent in voor deze stelling”.
Motto:
De doelgroepen ▪ (Jong) volwassenen vanaf 13 jaar met een licht verstandelijke beperking, autisme, gedragsproblematiek, ex-verslaving, psychische en fysieke problemen, emotionele problemen, gedragsproblemen ▪ (Jong) volwassenen uit de kwetsbare doelgroepen met een achterstand tot de arbeidsmarkt (zie ook leerwerktraject) (Jong)volwassenen met chronische aandoeningen onder andere PTSS, kanker, burn-out, autoimmuunziekte(n), depressiviteit, overspannenheid ▪ Ouderen met een hulpvraag ▪ Ontlasten van mantelzorgers: Respijtzorg Ambitie Centraal staat de doelstelling dat voor zowel bezoekers als bewoners van het terrein alles gepaard gaat met rust en regelmaat. Er heerst dan ook doorgaans een rustige gemoedelijke sfeer en er wordt nagenoeg geen geluid en/of geur geproduceerd. De activiteiten De stichting ‘Wings of Change’ biedt sociaal-maatschappelijke en educatieve activiteiten op het terrein van Schoolweg 4. Deze worden al gedaan vanaf de start in 2012 en betreft (ook voor in de toekomst): Dagbesteding, leerwerk en re-integratietrajecten; Het houden, kweken en trainen van roofvogels (ca. 100 vogels); *) Conservatie van kritiek bedreigde roofvogel- en giersoorten; **) (Kleinschalige) educatieve activiteiten op het gebied van roofvogels, uilen en valkerij; (Para)medische zorg en coaching t.b.v.
kwetsbare doelgroepen; Inloophuis de ‘Sociale Huiskamer: inloopfunctie voor kwetsbare doelgroepen met weinig tot geen sociaal netwerk.
*)
Omdat de stichting een opvangfunctie voor wilde roofvogels heeft, moet er voldoende volièrecapaciteit beschikbaar zijn. De opvang kan daarom met regelmaat oplopen tot 100 roofvogels. \
3
Dit is overigens het maximum aantal dat kan worden opvangen. Alle volières zijn weergegeven op afb. 7. De omvang en functies zijn weergegeven in Bijlage 2. Het aantal volières zal in de toekomst niet meer toenemen. Alle vogels zijn geregistreerd met het softwaresysteem ‘Zims’ ( Zoölogical Information Management System), een database waarbij wereldwijd meer dan 1000 dierentuinen zijn aangesloten. Dit systeem wordt dagelijks up to date gehouden (zie ook paragraaf 2.2). NB.: De kosten van de opvang zijn voor eigen rekening van de Stichting; van de mogelijkheid op gemeentelijke subsidie wordt vooralsnog geen gebruik gemaakt. **)
Dit betreft kweekprogramma’s in samenwerking met wereldwijde organisaties die bijdragen aan noodzakelijk behoud van deze soorten.
De activiteiten vinden overdag plaats: doordeweeks van maandag t/m vrijdag van 8.00 uur tot 17.00 uur en in de weekenden tussen 10.00 en 16.00 uur. Verdeeld over de dag komen circa 15 tot 20 cliënten voor dagbesteding, ontwikkelingstrajecten en de inloopfunctie. e In een deel van het hoofdgebouw zijn voorzieningen getroffen voor 24 uurs-zorg in de vorm van woonbegeleiding. De eertijds aanwezige activiteiten ‘sporten en bewegen’ zijn sinds 2015 elders gehuisvest en vinden niet meer op het terrein plaats. Centraal staat dat het gebruik zich kenmerkt door rust, regelmaat, ingetogenheid en gemoedelijkheid. De dieren op het terrein zijn een groot en belangrijk onderdeel van de Stichting en haar activiteiten. De accommodatie Het gehele terrein met alle opstallen en buitenruimten heeft een woonbestemming. De initiatiefnemer / beheerder is ter plaatse woonachtig. In de woning is tevens ruimte aanwezig voor de zorgactiviteiten en begeleiding (ca. 120 m2). In dit gedeelte van het gebouw is op de beganegrond een woonkamer ingericht en zijn 4 kleine zorgverblijven (logeerkamers) ingebouwd ten behoeve van woonbegeleiding voor 4 cliënten. Bijgebouwen achter het woonhuis, welke eveneens worden gebruikt, beslaan een oppervlak van ca. 80 m2.
Zoals hiervoor reeds is vermeld is voor deze activiteit in 2017 een procedure gestart voor een afwijking van het bestemmingsplan en deze is met succes doorlopen (februari 2019). Op het terrein aan de noord- en oostkant van het woonhuis zijn de nodige clusters kooien/volières gesitueerd (zie ook afb. 7) en voor een deel beschikbaar voor de ‘zorg’-activiteiten met roofvogels.. □
Privé-gebruik paardrijbak c.a.
De paardrijbak, paddock en weide-2 worden privé gebruikt voor het hobbymatig houden van paarden. ▪ De bak heeft een standaardmaat van 20x40 meter. ▪ De paddock is ongeveer 20x25 meter. ▪ Op de paddock staat een kapschuur, en 2 afdaken/schuilstallen. ▪ Er worden 2 paarden en 2 pony's gehouden. ▪ De paardenbak is voorzien van 4 lichtmasten van 6 meter hoog. Elk uitgerust met een 160W natrium gasontladingslamp. De paddock heeft 1 zo'n mast. De lantaarns zijn gericht naar het middelpunt van de bak of paddock. Overdag met name in het weekend wordt de paardenbak gebruikt om te rijden. De verzorging van de paarden wordt 's morgens tussen 06:00 en 08:00 en 's avonds tussen 18:00 en 20:00 gedaan. De verlichting wordt gebruikt tijdens de donkere dagen.
4
2.2
afb. 2
De planlocatie - inrichting en gebruik
De planlocatie op satellietfoto’(Google Earth - beeldmateriaal april 2019)
Het terrein bestaat in feite uit twee delen: het voorerf-gebied aan de westzijde en het achtererf-gebied aan de oostzijde (zie afb. 3). Het voorerfgebied presenteert zich voornamelijk naar de Schoolweg. Dit gebied is een tuin van ca. 45 meter diep, onbebouwd en representatief ingericht met groen en water. Behalve het parkeren op de noodzakelijke (bescheiden) voorziening vinden hier geen activiteiten plaats. Incidenteel kan hier op de ‘weide’ een klein paardje grazen. De parkeerplek is ca. 12,00 x 24,00 m’ waarmee maximaal 15 auto’s kunnen parkeren. Dit aantal is vrijwel onder alle omstandigheden ruim voldoende om alle bezoekers die met eigen vervoer komen op het eigen terrein te laten parkeren. De omvang van deze parkeerplek is te vergelijken met de gebruikelijke ‘parkeerkoffers’, zoals deze qua aantal parkeerplaatsen aanvaardbaar gevonden worden in de woonbuurten van Andijk. Een belangrijk aspect is in dit geval dat tussen de weg en de parkeerplek een vrij dichte beplanting aanwezig is, die nauwgezet wordt onderhouden en waar nodig verder verdicht. Het achtererfgebied is gedeeltelijk met bebouwing van het voorerfgebied afgescheiden (o.a. woonhuis ‘huiskamer’, kantoor- en educatieruimte en werkplaats). In dit gebied zijn de volières van de roofvogels gesitueerd en vinden de daaraan gerelateerde activiteiten plaats.
Dit gebied is in de overgang naar de woningen aan de Knokkel voorzien van een watergang en dichte groenstrook; naar het oosten grenst het gebied aan open akkerland met op de grens eveneens een stevige groenstrook en brede sloot.
5
afb. 3
Hoofdindeling van het terrein: voorerf- en achtererf-gebied
Naast het feit dat de gehele locatie bomen en struiken heeft op de erfgrenzen, wordt door aanvullende beplanting het terrein opgedeeld in ‘groene kamers’. Een en ander draagt bij aan de centrale doelstelling, dat het gebruik zich kenmerkt door rust, regelmaat, ingetogenheid en gemoedelijkheid. Voor de planlocatie en de omgeving in ruimere verband zie Bijlage 1.
afb. 4 en 5
Aanzichten vanaf de Schoolweg; nabij de entree (parkeerterrein), resp. halverwege
6 In afb. 6 is voor alle duidelijkheid onderscheid gemaakt tussen gebieden (‘groene kamers’) die privé gebruikt worden en gebieden die door de Stichting worden gebruikt. Hier wordt per plek tevens de hoofdactiviteit aangeduid. Het donker omlijnde vlak in het achtererf-gebied wordt gebruikt voor het hobby-matig houden van paarden Hierin liggen de paardrijbak, de paddock c.a. en de weide-2.
afb. 6
De planlocatie met hoofdfuncties / -activiteiten en aanduiding privé en gebruik Stichting.
In afb. 7 zijn de clusters kooien/volières en overige opstallen aangegeven op het terrein. De clusters zijn onderscheiden van A t/m E. In bijlage 2 is een integrale weergave opgenomen van de bijgebouwen met oppervlaktes en functies, geactualiseerd d.d. 5 januari 2022. In de volières is overwegend 1 roofvogel gehuisvest; roofvogels leven in de natuur voornamelijk solitair en zijn territoriaal. In slechts enkele volières worden 2 vogels ondergebracht welke in de natuur ook samenleven en samenwerken (o.a. gieren).
7
afb. 7
De diverse clusters kooien/volières verdeeld over het achtererf-gebied
Het totaal aantal aanwezige vogels wisselt sterk, doordat enerzijds het aantal afhankelijk is van het aanbod en anderzijds vogels worden uitgezet in het wild (wildopvang) of worden herplaatst (gehouden roofvogels) of uitgewisseld met een dierentuin. Uitgangspunt is dat de vogels niet meer in de handel terecht komen De afmetingen van de volières zijn conform de regel- en wetgeving; de vogels krijgen een ruimte die nodig is voor hun omvang. Het overgrote deel van de volières bestaan volledig uit gaas, zowel de bovenkant als de zijkanten. Ze zijn zo nodig snel demontabel.
8
Zoals hiervoor reeds is gemeld maakt de Stichting gebruik van een volledige registratie in het softwaresysteem ‘Zims’ (Zoölogical Information Management System). Dit is een database waarbij wereldwijd meer dan 1000 dierentuinen zijn aangesloten. Hierin staan alle roofvogels die bij de Stichting Wings of Change gehuisvest zijn, dus ook de wildopvang. Het systeem word dagelijks up to date gehouden en het is onder andere in één oogopslag direct duidelijk hoeveel vogels er bij Wings of Change aanwezig zijn en dat dit per dag kan wisselen. Een overzicht daarvan is altijd ter plaatse voor de gemeente beschikbaar / toegankelijk. In de registratie kunnen tevens de medische gegevens rondom de vogels door de dierenarts zijn / worden opgenomen. Tenslotte kan - alles overziende - vastgesteld worden dat van het hele perceel ( oppervlakte ca. 20.000 m2) slechts 5% gebruikt wordt voor volières (en dus de opvang van roofvogels).
3.
Ruimtelijk beleidskader
3.1
Rijksbeleid en Provinciaal beleid
Bij ruimtelijke ingrepen dient te worden ingegaan op de beleidsuitgangspunten van Rijk, Provincie en gemeente. Relevant zijn op rijksniveau de “Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte” (SVIR) *) en op provinciaal niveau de “Omgevingsvisie Noord-Holland 2050” (vastgesteld 19-11-2018) en de “Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 (vastgesteld 23 oktober 2020”. Aangezien het bij het onderhavige ‘project’ gaat om een afwijkend gebruik binnen de bestemming ‘wonen’ , waarbij de feitelijke fysieke situatie c.q. ruimtelijke opzet slechts bescheiden wijzigt - kan vastgesteld worden dat genoemde beleidsstukken geen richting geven aan, noch belemmeringen oproepen voor de onderhavige ontwikkeling. Het is derhalve slechts noodzakelijk het initiatief te toetsen aan het gemeentelijke beleid. e
*)
Deze zal worden vervangen door de “Nationale Omgevingsvisie” (NOVI), die naar de 2 Kamer is gestuurd op11 september 2020.
3.2.
Gemeentelijk beleid
□
Structuurvisie
Van toepassing is de Structuurvisie 2012-2022 “Sterke kust en sterk achterland” De structuurvisie 2012-2022 behandelt niet specifiek de roofvogelopvang annex maatschappelijk zorgfunctie, zoals aan de orde is in de huidige situatie bij de stichting ‘Wings of Change’. De relevantie moet gezocht worden in algemene uitgangspunten en gemeentelijke ambities. Als zodanig zijn de volgende beschouwingen van belang: ▪
De structuurvisie is een basis voor het beleid en de projecten die de komende jaren worden ontwikkeld. Bekende en nog onbekende projecten en initiatieven kunnen aan de structuurvisie worden getoetst. Bestemmingsplannen worden gebaseerd op deze structuurvisie.
▪
De gemeente Medemblik heeft de ambitie een gemeente te zijn waar het nu en in de toekomst fijn wonen, werken en verblijven is. Dat gaat niet vanzelf; de verwachting is dat de bestaande beleidsuitgangspunten op het gebied van wonen, zorg en voorzieningen niet meer zullen voldoen. De in te zetten financiële middelen zijn beperkt, waardoor keuzes verantwoord gemaakt moeten worden. Er wordt steeds meer inzet van de burgers zelf gevraagd.
▪
De gemeente staat voor een breed voorzieningenaanbod dat past bij de bevolkingssamenstelling en wensen van de bevolking.
▪
Bewoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen zijn belangrijke initiatiefnemers voor nieuwe ontwikkelingen, en daarmee de “motor” voor de leefbaarheid in de dorpen. Het creëren van betrokkenheid onder bewoners, ondernemers, agrariërs, belangenorganisaties, bestuurders en ambtenaren, initiërend en inspirerend, is een belangrijke taakstelling voor de gemeente.
9 ▪
De belangrijkste pijler van de structuurvisie is het in stand houden van de leefbaarheid in de kernen. Beslissingen op het gebied van woningbouw, voorzieningen, werkgelegenheid kunnen bijdragen aan het in stand houden van deze leefbaarheid. Nieuwe initiatieven vanuit de samenleving die hieraan bijdragen worden omarmd. Het accent voor de gemeente ligt op "zorgen dat..." in plaats van "zorgen voor...".
Uit het voorgaande kan gedestilleerd worden, dat in de structuurvisie voldoende aanknopingspunten zijn te vinden voor een duidelijke en rechtszekere inpassing van de activiteiten van de stichting “Wings of Change” in de vorm van dagopvang, roofvogelopvang en specifieke zorgvoorzieningen. Een en ander is tevens reeds af te leiden aan de reeds in gang gezette ambtelijke en bestuurlijke overleg en medewerking aan – ‘in principe’ - van de gemeente voor een afwijkingsprocedure ten behoeve van een omgevingsvergunning. □
Bestemmingsplan
Voor de planlocatie zijn de bestemmingsplannen "Dorpskernen III” en “Parapluplan Parkeren Medemblik” van de gemeente Medemblik van toepassing, respectievelijk vastgesteld 26 april 2018 en 19 september 2019. De betreffende enkelbestemming is: “Wonen” (art. 32). De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ (art. 41) is minder relevant, aangezien de roofvogelverblijven en de paardrijbak c.a. reeds aanwezig zijn en gezien dat het voorgenomen is deze te handhaven, kan ervan worden uitgegaan, dat er niet gegraven zal worden (zie ook paragraaf 5.5).
afb. 8 ▪
De planlocatie op de verbeelding van het bestemmingsplan “Dorpskernen III”.
Met betrekking tot de roofvogelopvang wordt het volgende opgemerkt:
Aangezien verondersteld kan worden, dat het gevraagde afwijkende gebruik niet in strijd is met het ruimtelijk-planologische beleid van de gemeente, wordt een principe-verzoek ingediend voor medewerking aan een afwijkingsprocedure voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor een afwijking (gebruik) van het bestemmingsplan. In de situatietekening afb. 7 is de plaats en omvang van het gewenste afwijkend gebruik aangegeven, waarvoor met de voorliggende ruimtelijke onderbouwing een omgevingsvergunning wordt gevraagd. Op de satellietfoto van afb. 2 is te zien dat sprake is van een verantwoorde stedenbouwkundige en landschappelijke inrichting, met veel groen en een goede relatie met de omgeving. Het verlenen van een omgevingsvergunning voor de roofvogelopvang c.a. is niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening.
10 ▪
Met betrekking tot de paardrijbak c.a. kan het volgende worden opgemerkt:
Binnen de woonbestemming is het houden van paarden, een paardrijbak of een paardenschuilstal in eerste instantie slechts mogelijk, daar waar sprake is van een bestemmingsvlak met een ‘aanduiding’ (‘specifieke vorm van wonen - …………’). Dit is op het onderhavige perceel niet van toepassing. In artikel 32 lid 5 onder g is daarenboven het gebruik van gronden t.b.v. een paardrijbak als strijdig gebruik aangemerkt. Maar in artikel 32 lid 6 onder 4 is de mogelijkheid aangegeven om af te wijken van de gebruiksregels:
Aan de voorwaarden a t/m h wordt voldaan: Op het meest recente satellietbeeld (bijlage 7) is te zien dat sprake is een aantrekkelijke landschappelijke inpassing met een groenbuffer naar de openbare weg (Knokkel en Schoolweg). De afstand van de paardrijbak tot de erfgrens is groter dan 5 meter en het oppervlak is ca, 800 m2. De afstand tot de dichtstbijzijnde woning van derden is ca. 53 meter (Knokkel), ca. 63 meter (Schoolweg) en de paardrijbak ligt binnen 70 meter vanaf de woning op het perceel. Het omringende hek is lager dan 1,50 meter. Met betrekking tot de geurhinder kan worden gesteld, dat de mest niet ter plaatse wordt opgeslagen, maar wordt verzameld en regelmatig afgevoerd. Wat het aspect stof betreft kan worden vermeld, dat de paardrijbak is voorzien van een sproei-installatie, die wordt geactiveerd voordat met de paarden gereden wordt. Er is derhalve geen sprake van stofhinder, óók al niet vanwege de genoemde afstanden tot nabijgelegen woningen en de aanwezige groene ‘buffers’ Tenslotte kan worden opgemerkt, dat de verlichting objectgericht is en slechts zeer incidenteel wordt gebruikt. Het verlenen van een omgevingsvergunning voor de paardrijbak c.a. is niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening.
11 4.
Beeldkwaliteit
4.1.
Beeldkwaliteit als onderdeel van provinciaal ruimtelijk beleid
In de Structuurvisie 2040 is het maken van een 'beeldkwaliteitsplan' verplicht gesteld voor nieuwe ontwikkelingen. De intentie van de provincie daarbij is samengevat in het credo "behoud door ontwikkeling", waarbij een sterke nadruk wordt gelegd op 'regionale identiteit' en 'ruimtelijke kwaliteit'. In principe moet bij ontwikkelingen voldoende inzicht gegeven worden in de gevolgen van de ingreep voor de bestaande beeldkwaliteit. Daarbij zijn de volgende vijf elementen van belang: aandacht voor de ontwikkelingsgeschiedenis; aansluiting bij de ordeningsprincipes van het landschap (omgeving); aansluiting bij de bebouwingskarakteristiek (architectuur, stedenbouw, openbare ruimte); inpassing van het plangebied in de wijdere omgeving (grotere landschapseenheid); aandacht voor de bestaande kwaliteiten van het gebied en voor de maatregelen om negatieve effecten op deze kwaliteiten op te heffen. Vastgesteld kan worden dat het bij de onderhavige kooien / volières voor roofvogels gaat om zeer transparante bouwwerken in een overwegend groene setting (boompartijen en struiken) en hier geen conflict betreft met bestaande (landschappelijke) kwaliteiten en/of historische aspecten. Waarbij aangetekend dat na verwijdering van de kooien de natuurlijke situatie eenvoudig snel herstelt.
4.2.
De gemeentelijke welstandsnota
Van toepassing is de ‘Welstandsnota Medemblik’, herziening 2010. Op de gebiedenkaart Andijk heeft de planlocatie een ambivalente ligging: de randen liggen in gebied dat is aangeduid als ‘dorpslinten’ (gebied 6) en de rest van de kavel als ‘buitengebied’ (gebied 20).
afb. 9
De planlocatie op de gebiedenkaart Andijk uit de Welstandsnota.
In de beleidsbeschrijving voor het ‘buitengebied’ is het volgende aangegeven: Aanvullend beleid Voor het grondgebied van Andijk is een beeldkwaliteitplan vastgesteld. In dit plan is te lezen dat eventuele opvulling van groene kamers kan met bebouwing die aansluit op de kleinschalige, karakteristieke lintbebouwing. In die gevallen zijn de criteria van gebied 6 van toepassing.
12 Dit betekent dat sprake is van ‘Bijzonder welstandsgebied’ Als beleidslijn is geformuleerd: “Het welstandsbeleid is met name gericht op het in stand houden en versterken van het karakter en de eenheid van de lintbebouwing en het verbeteren van de samenhang tussen de bebouwing met behoud van de bestaande afwisseling en het onderscheid in percelen”. In de daarbij behorende welstandscriteria (Bijlage 4) zijn met betrekking tot kooien / volières nauwelijks aanknopingen te vinden voor vormgeving en plaatsing, zodat hier teruggevallen moet worden op de welstandsbeleidslijn. Vastgesteld kan worden dat met de voorliggende transparante bouwwerken in een overwegend groene setting geen strijdigheden met het welstandsbeleid aanwezig zijn.
5.
Milieu en omgevingsaspecten
5.1.
Milieu
□
Bodem en grondwater
Er is sprake van een woonbestemming, waarbinnen gevraagd wordt een afwijkend gebruik toe te staan, waarbij de bestaande bebouwing en inrichting vrijwel geheel zullen worden gehandhaafd. Met de handhaving en eventuele aanpassingen van de kooien / volières zal de bodem niet worden geroerd, zodat geen verkennend bodemonderzoek noodzakelijk is. Watertoets Er wordt geen water gegraven noch gedempt en er worden geen materialen verwerkt, die kunnen uitlogen en in de bodem terecht komen. De afvoer van hemelwater is - gezien de transparantie van de kooien/volières - nauwelijks aan de orde. Waar nodig wordt het hemelwater afgevoerd naar de dichtstbij zijnde sloot. Het afvoersysteem van hemelwater is weergegeven in Bijlage 3. Voor zover er sprake is van de afvoer van vuil water, zal dit plaatsvinden op het gemeente riool. □
Bedrijven en milieuzonering
Niet van toepassing: het betreft het in standhouden en incidenteel aanpassen van kooien/volières voor roofvogels □
Geluid
Centraal uitgangspunt voor de stichting Wings of Change is, dat de bezoekers stilte, rust, ontspanning en harmonie ervaren. De initiatiefnemer is van oordeel, dat het opvangen en houden van roofvogels, alsmede de daarmee in verband staande zorg- en educatieve activiteiten op het perceel niet leidt tot geluidsoverlast voor de omgeving. Om dit te bevestigen is door ‘De Geluidpraktijk’ te Oosterwolde een akoestisch onderzoek gedaan. De bevindingen zijn neergelegd in de rapportage d.d. 9 maart 2021, projectnummer 1127-1074. Geconcludeerd is, dat inzake de bedrijfssituatie wordt voldaan aan de richt- en grenswaarden uit de VNG-publicatie en het Activiteitenbesluit en dat wat het verkeer betreft wordt voldaan aan de grenswaarden, die in het kader van de Wet Milieubeheer worden gesteld. De paragraaf 7. ‘Conclusie’ van de rapportage is weergegeven in Bijlage 5. Het integrale rapport zal i.v.m. de omvang en de leesbaarheid separaat worden toegevoegd aan de stukken voor de aanvraag van de omgevingsvergunning. N.B.: De Omgevingsdienst Noord Holland-Noord heeft het akoestisch onderzoek d.d. 15 juni 2021 akkoord bevonden.
13 5.2.
Verkeersaspecten
Verdeeld over de dag komen ca.15 -20 cliënten voor dagbesteding, ontwikkelingstrajecten en de inloopfunctie. Het aantal verkeersbewegingen op de Schoolweg zal vanwege de roofvogelopvang nauwelijks toenemen. (in vergelijking met het huidige bestemmingsverkeer van de omwonenden en het doorgaande verkeer ten gevolge van het agrarische bedrijf aan de Schoolweg en het Waterleidingbedrijf aan de Dijkweg). Het parkeren geschiedt in de bestaande situatie op eigen terrein: er is een niet formeel ingerichte parkeerplek, waar maximaal 15 auto’s kunnen worden gestald. Gebleken is dat de parkeerplek onder alle omstandigheden groot genoeg is om alle bezoekers die met eigen vervoer komen op het eigen terrein te laten parkeren. De parkeerplaats staat nooit volledig vol. Daarbij wordt nog aangetekend dat een groot deel van de bezoekers het jaarrond op de fiets komt.
5.3.
Luchtkwaliteit
Bij ontwikkelingen is in algemene zin onderzoek nodig naar de bestaande luchtkwaliteit en de effecten, die de realisatie van die ontwikkelingen daarop zal hebben. Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hiermee is het Besluit luchtkwaliteit 2005 (Blk 2005) vervallen. Omdat titel 5.2 handelt over luchtkwaliteit staat deze ook wel bekend als de ‘Wet Luchtkwaliteit’. De wet voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Een project draagt ‘in niet betekenende mate’ bij aan de luchtverontreiniging als de 3%-grens niet wordt overschreden. De 3%-grens is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2.
Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe ‘Wet luchtkwaliteit’ geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als: ▪ er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; ▪ een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; ▪ een project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtkwaliteit; ▪ een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in werking treedt nadat de EU derogatie heeft verleend. Het opvangen en houden van roofvogels, waarbij afgeweken wordt van de woonbestemming, kan gekenmerkt worden als een project dat ‘niet in betekende mate’ bijdraagt aan de luchtkwaliteit. □
Stikstofdepositie
Op 1 juli 2021 is het ‘Besluit stikstofreductie en natuurverbetering’ in werking getreden. Dit Besluit werkt de Stikstofwet verder uit, waarbij sindsdien een gedeeltelijke vrijstelling mogelijk is van de natuurvergunningplicht voor het aspect stikstof voor bouwactiviteiten. Dit betekent dat voor de beoordeling / berekening van de eventuele toename van de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden alleen de gebruiksfase van toepassing is. Van belang zijn enerzijds de activiteiten in de gebruiksfase, die mogelijk stikstofdepositie veroorzaken en anderzijds de verkeersbewegingen, die door het gebruik worden gegenereerd. Vastgesteld kan worden dat bij het gebruik van de vogelverblijven en kooien geen stikstofdepositie aan de orde is (denk hierbij m.n. aan verwarming) en dat het aantal gegenereerde verkeersbewegingen niet noemenswaardig is.
14 5.4.
Externe veiligheid
Niet van toepassing. 5.5.
Cultuurhistorie / archeologie
Er is met het opvangen en houden van roofvogels, en de realisering en in standhouding van de daarvoor noodzakelijke verblijven, geen sprake van bodemverstorende activiteiten. In het kader van de omgevingsvergunning uit 2019 is onderzocht of er ter plaatse sprake is van archeologische waarden. De Archeologische dienst West Friesland heeft geconcludeerd dat de locatie met betrekking tot archeologie kan worden vrijgegeven 5.6.
Natuurwaarden / Habitatrichtlijn/Vogelrichtlijn / Flora en faunawet
Ook ten aanzien van dit aspect geldt dat sprake is van een bescheiden ingreep op een omvangrijk perceel met veel groen en water. Er zullen geen sloten worden gedempt en de aanpassing van de beplanting is incidenteel (onderhoud) en dan nog zeer beperkt. Voor eventueel aanwezige - al dan niet beschermde - diersoorten zijn voldoende uitwijkmogelijkheden in de directe nabijheid. Derhalve zullen er geen waarden worden bedreigd of aangetast, die men met de Habitat-richtlijn of Vogelrichtlijn beoogt te beschermen. Quick-scan flora & fauna. Ook ten aanzien van dit aspect kan verwezen worden naar de quick-scan flora&fauna, welke door ‘Vonk Groenservice’ te Bovenkarspel is opgesteld in het kader van de omgevingsvergunning van 2019. Hieronder een weergave van paragraaf, waarin het ‘Advies’ is verwoord:
15 5.7.
Duurzaamheidsaspecten
Met betrekking tot de kooien/volières voor de roofvogels kan slechts gesteld worden, dat de bij de constructie daarvan sprake is van een minimaal materiaalgebruik, waarbij gelet is en wordt op het niet uitlogen in de bodem en het oppervlaktewater.
6.
Economische / financiële uitvoerbaarheid
Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een plan. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid. Het voorgenomen project betreft het legitimeren van de aanwezige kooien/volières voor roofvogels op het terrein behorende bij de stichting ‘Wings of Change’, die ter plaatse tevens sociaal-maatschappelijke en educatieve activiteiten biedt. □
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient de gemeente bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning o.a. inhoudende een grote planologische afwijking, overleg te plegen met betrokken waterschappen en diensten van Rijk en provincie die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan of bij het project in het geding zijn. De resultaten van deze raadplegingen worden verwerkt in de te verlenen omgevingsvergunning.
Verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad o
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3 van de Wabo, kan slechts worden verleend nadat de gemeenteraad heeft verklaard daartegen geen bedenkingen te hebben. De verklaring kan slechts worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening. □
Economische uitvoerbaarheid
Het voorliggende plan is een initiatief van de stichting “Wings of Change”, Schoolweg 4, 1619 AL Andijk. De kosten van het beheer van de roofvogelverblijven en paardrijbak c.a. zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Tussen de gemeente en de initiatiefnemer zal de standaard-overeenkomst worden gesloten betreffende de planschade-risico.
7.
Conclusie
De voorliggende roofvogelopvang en paardenbak c.a. kenmerken zich door een goede inpassing in de omgeving. Er is sprake van een stevige beplanting, die de locatie een aantrekkelijk uiterlijk geeft en die het zicht vanuit de omringende openbare ruimte op de activiteiten en bouwwerken ter plaatse vrijwel geheel wegneemt. Er is akoestisch onderzoek gedaan met betrekking tot de roofvogelopvang waaruit blijkt dat geen sprake is van onevenredige geluidhinder voor omwonenden. Een quick-scan Flora & Fauna heeft aangegeven, dat er geen waarden worden bedreigd of aangetast, die men met de Habitat-richtlijn of Vogelrichtlijn beoogt te beschermen en dat geen sprake is van bedreiging van beschermde planten- en diersoorten. Het verlenen van een omgevingsvergunning voor de voorliggende activiteiten is niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Bd 8 maart 2022
1
BIJLAGE 1 De planlocatie (inrichting terrein) en de omgeving in ruimer verband --------------------------------------------------------------------------------------------------
1
BIJLAGE 2
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
1
BIJLAGE 3 Afvoersysteem hemelwater --------------------------------------------------------------------------------------------------
1
BIJLAGE 4
1
BIJLAGE 5 Paragraaf 7 uit het akoestisch onderzoek van ‘De Geluidspraktijk’ d.d. 9 maart 2021 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
1
BIJLAGE 6
2
3
4
5
1
BIJLAGE 7