02 DOC-21-420116 - Advies ARSD
Tekst van het document
Datum: Betreft:
21 juli 2021 Transformatievisie JeugdzorgPlus 2023 en verder (Conceptdocument 10 juni 2021)
Geachte werkgroep Wervingstraject JeugdzorgPlus 2023 en verder, Hierbij ontvang u ons advies op de Transformatievisie JeugdzorgPlus 2023 en verder. Vooraf willen wij onze waardering uitspreken voor de door de werkgroep geboden mogelijkheden om informatie in te winnen en vragen te stellen. Tevens hebben wij het als erg prettig ervaren dat we tijdig geïnformeerd zijn over het tijdspad en de planning. Hierdoor zijn wij beter in staat geweest om aan het gevraagde advies te voldoen. Wij hebben een aantal adviezen geformuleerd, die wij, om de leesbaarheid en de bruikbaarheid te vergroten, per paragraaf zullen verwoorden. Inleiding: Er wordt gesproken over bereisbare afstand en zo dichtbij mogelijk. We zouden graag zien dat dat concreter wordt omschreven, zodat helder is wat onder bereisbaar wordt verstaan. U kunt dan denken aan in afstand in kilometers of reistijd per openbaar vervoer. 1.2: We missen een omschrijving van wat Horizon de afgelopen vijf jaar heeft opgedaan aan ervaringen met hun aanbod in NHN.
Zoals wat is er bereikt? Wat is er ontdekt? Hoe werkt het werken met een JIM? Voor welke jongere werkt dit wel en voor welke niet en waarom? 1.3: De verantwoordelijkheid voor plaatsing bij de afzonderlijke gemeentes beleggen en houden heeft tot gevolg dat er soms dagen gezocht wordt door de gemeente naar een passende plek voor een jongere en dat aanbieders de mogelijkheid hebben om jongeren af te wijzen. Ons advies zou zijn dat de aanbieder(s) die aanbesteed of gesubsidieerd worden een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben om een jongere binnen een vastgestelde periode, bijvoorbeeld 48 uur, een passende plek aan te bieden. Dit overleg zou mogelijk door een onafhankelijke voorzitter met mandaat om een besluit te nemen vanuit de drie betrokken regio’s of vanuit de provincie geleid kunnen worden. Deze verantwoordelijkheid moeten de gemeentes aan deze aanbieder (s) durven geven en de aanbieders moeten dit gezamenlijk kunnen dragen. Deze werkwijze draagt bij aan het gebruik maken van elkaars expertise en leidt mede tot een vanzelfsprekende samenwerking in de keten, ook voor en na de gesloten plaatsing.
Er wordt gesproken over een verklarende analyse. Onduidelijk is vanuit welke organisatie deze analyse wordt opgesteld en wie daar de verantwoording in draagt. Ook is ons niet duidelijk wat bedoeld wordt met het ‘waterbed-effect’. 2.2: We zouden graag zien dat er omschreven wordt wat de gevolgen zijn van weglopen en welke stappen er dan worden gezet, tijdens en na het weglopen. Ook adviseren wij de jongeren hierover te informeren, er ligt immers een rechterlijke machtiging waar hij of zij zich niet aan houdt. 2.3: Het is mooi om te lezen dat er aandacht is voor het ontmoeten van andere jeugdigen. We zijn nieuwsgierig naar hoe dat er dan praktisch uitziet en hoe er gekeken wordt naar aansluiten bij anderen, stigmatisering, wisselen van sociale situaties tussen bijvoorbeeld de sportclub thuis en de sportclub nabij de instelling en weer terug etc. 3.1: Er wordt gedacht aan een locatie met een aantal kleinschalige groepen. Een van de redenen is om de expertise efficiënt in te zetten. Gevolg is dat de jongere verplaatst wordt naar deze specifieke locatie. Een alternatief zou kunnen zijn om de expertise in te vliegen. Dus niet de jongere verplaatsen, maar de expertise zich laten verplaatsen en flexibel in te zetten van uit de aanbieder(s) die aanbesteed of gesubsidieerd worden.
3.2: Veel jeugdigen in een gesloten setting hebben moeite met het omgaan met gezag en hebben (vele) negatieve ervaringen opgedaan. We vragen ons af hoe zich dat verhoudt tot het samen nemen van beslissingen en maatwerk. Dit zouden we graag beschreven zien in het visiestuk. 3.3: Verblijven buiten de eigen regio staat haaks op het thuisnabij inrichten van de behandeling en het onderwijs. Hoe wordt dit vormgegeven en is dat ook haalbaar voor betrokkenen bij de jongere? Zou een groep met een gesloten karakter ook onderdeel kunnen zijn van een open setting, zodat thuisnabij makkelijker te realiseren is? Een plaatsing buiten de drie betrokken regio’s zou alleen mogelijk moeten zijn als daar vanuit de belangen of problematiek van de jongere gezien gegronde redenen voor zijn. 3.4: In deze paragraaf staat omschreven dat de jongere zo snel mogelijk onderwijs moet kunnen volgen. We zouden graag zien dat dit concreter wordt gemaakt.
3.5: Ons advies is dat al het personeel SKJ-geregistreerd is, zodat de kwaliteit van de behandeling van deze complexe en kwetsbare doelgroep op die manier geborgd is. Daarnaast draagt dit bij aan een stabiel team, doordat er minder overvraging van het personeel zal zijn. 4.1: Het betrekken van ouders/gezaghebbenden moet een vast onderdeel zijn van de behandeling en moet een niet-vrijblijvend karakter hebben. De behandeling betreft immers niet alleen de jongere, maar het hele gezin. Deze systeemgerichte benadering zou nadrukkelijk aandacht voor intergenerationele problematiek en eigen problematiek van de ouders/gezaghebbenden op alle levensgebieden moeten hebben. Jongeren die een machtiging gesloten plaatsing krijgen opgelegd, hebben vaak al een verleden in de jeugdzorg. In dit verleden zijn al inzichten opgedaan, ook over het netwerk van de jongere. Het verder in kaart brengen van het netwerk van de jongere en het betrekken van zijn of haar netwerk zou een vast en terugkerend onderdeel van de behandeling moeten zijn. Ook de praktische kant van het betrekken van het netwerk, zoals zorgen dat de jongere voor het netwerk bereikbaar is, ook fysiek, moet hierbij goed omschreven en ingeregeld zijn. Het betrekken van het netwerk zorgt voor een betere borging van de geboden behandeling in de toekomst en verdiend daarom aandacht, tijd en financiële ruimte om dit mogelijk te maken.
4.2: Zie opmerkingen gemaakt bij paragraaf 1.2. 5.1: De warme overdracht is in onze ogen een procesmatig onderdeel van de behandeling en behelst meer dan een eenmalig gesprek of een weekje meelopen. Het begint al op de plek van herkomst, waar de zorgaanbieder die het vervolg van de behandeling op zich neemt meeloopt in de huidige behandeling. Daarna is er pas een fysieke overstap van de jongere en verschuift het meelopen van de ene naar de andere plek. Het meelopen/’warm overdragen’ is daarom een proces dat meer tijd verdiend.
5.2: We adviseren om na geslotenheid, als de jongere 16 jaar of ouder is, de inzet van verlengde jeugdzorg en/of WMO als vast onderdeel van het borgingsplan/dossier wordt opgenomen. We hopen dat onze adviezen en opmerkingen een bijdrage leveren aan een sterke en bruikbare Transformatievisie JeugdzorgPlus 2023 en verder. Met vriendelijke groet, Namens de Adviesraad Sociaal Domein Gemeente Medemblik Judith Groot (voorzitter) Frits Kummer Cor van Putten Lisette Weltevreden