02 Conceptnotitie beleidskader LTA.pdf
Tekst van het document
Beleidskader LTA Lange Termijn Accommodatiebeleid 2022-2026 Gemeente Medemblik
“De toekomst is nu” De veranderende rol van de gemeente December 2021
1
Inhoud Samenvatting ..................................................................................................................................3 1. Aanleiding....................................................................................................................................6 Gefaseerde aanpak ......................................................................................................................6 Afbakening en ordening...............................................................................................................6 2. Kaderstelling................................................................................................................................7 Waardendriehoek ........................................................................................................................7 Negen kaders...............................................................................................................................8 Afwegingskader .........................................................................................................................11 Ondersteuning ...........................................................................................................................13 Waar kiezen we niet
voor?.........................................................................................................14 Botsproeven ..............................................................................................................................15 3. Toepassing van de kaders ..........................................................................................................17 1.a. Eigendom derden met wettelijke taken ...............................................................................17 1.b. Eigendom derden zonder wettelijke taken ..........................................................................18 2.a. Eigendom gemeente met wettelijke taken ..........................................................................19 2.b. Eigendom gemeente zonder wettelijke taken......................................................................20 4.
Van de huidige naar de gewenste situatie ..................................................................................21 Uitvoeringsplannen....................................................................................................................21 Financiële vertaling ....................................................................................................................21 Handelen binnen de kaders........................................................................................................21 5. Achtergrondinformatie ..............................................................................................................22 Voortschrijdende inzichten en uitkomsten participatietraject ....................................................23
2
Samenvatting
3
4
5
1. Aanleiding Gemeente Medemblik heeft de ambitie om samen te werken aan een leefbare en vitale gemeente. Een gemeente waarin voorzieningen toekomstbestendig, toegankelijk en betaalbaar zijn. Een gemeente die initiatieven uit de samenleving stimuleert en hierin een ondersteunende en faciliterende rol heeft. Gemeente Medemblik kent een rijk palet aan accommodaties en voorzieningen, veelal ontstaan vanuit de voormalige gemeenten. Deze accommodaties dragen bij aan de leefbaarheid in onze kernen. Veel accommodaties zijn in de komende jaren toe aan renovatie, vervanging of verduurzaming. Dit vergt grote investeringen. De gemeente heeft hiervoor geen reserves opgebouwd en vrijvallende kapitaalslasten zijn voor andere doeleinden ingezet. Het in stand houden van de accommodaties heeft een grote impact op de gemeentebegroting. Het kan leiden tot een jaarlijks tekort in de gemeentebegroting van € 1,7 miljoen in 2040. Tot op heden ontbreekt een lange termijnstrategie op accommodaties. De raad gaf op 9 april 2020 aan het college de opdracht om lange termijn accommodatiebeleid op te stellen (hierna LTA). Het LTA moet richting geven en kaders bieden voor de keuzes we met de accommodaties kunnen maken.
Gefaseerde aanpak Het opstellen van LTA is een proces. De raad heeft het college gevraagd om dit proces gefaseerd aan te pakken. Dit is gebeurd, de raad heeft via meerdere besluiten en de behandeling van een bespreeknotitie richting gegeven. Met deze kaderstellende beleidsnotitie sluiten we de eerste fase af. Deze notitie is geen visiedocument met weidse vergezichten. Daar koos de raad niet voor. Het is een notitie met beleidskaders waarbij we een verdiepingsslag hebben gemaakt over de toepassing van de kaders. Van abstract naar de betekenis ervan in de praktijk. De notitie biedt daarmee handvatten voor de tweede fase. In de tweede fase komen we tot uitvoeringsplannen.
Afbakening en ordening Het LTA gaat alleen over die accommodaties waarmee de gemeente een relatie heeft en die bijdragen aan maatschappelijke doelstellingen. Het gaat om gebouwen in eigendom of beheer van de gemeente, gebouwen met een subsidierelatie of waarvoor een lening is verstrekt, of gebouwen waar de gemeente in het verleden een investeringsrelatie mee heeft gehad. Concreet zijn dit schoolgebouwen, binnen- en buitensportaccommodaties, MFA's, een sociaal-cultureel centrum, dorpshuizen, zwembaden en jeugdgebouwen. We brengen deze gebouwen onder in twee categorieën: 1) in eigendom van derden, 2) in eigendom van de gemeente. Binnen deze categorieën maken we onderscheid tussen accommodaties met en zonder wettelijke taken. Er is eerder voor gekozen om overige (gemeentelijke) gebouwen buiten beschouwing te laten. Zoals de brandweerkazernes, kerktorens en gemeentelijke kantoorgebouwen.
6
2. Kaderstelling Om onze accommodaties en voorzieningen toekomstbestendig te houden, hebben we kaders nodig. De uitkomsten van het participatietraject en de voortschrijdende inzichten nemen we hiervoor als basis. Zie hiervoor hoofdstuk 5: Achtergrondinformatie. In dit hoofdstuk behandelen we de verschillende kaders: • We introduceren een theoretisch kader als fundament: de waardendriehoek. • We hebben negen kaders opgesteld die duidelijkheid bieden over de toekomstige rol van de gemeente ten opzichte van accommodaties met een maatschappelijke functie. • We introduceren een nieuw afwegingskader om nieuwe aanvragen en initiatieven te toetsen.
Waardendriehoek We willen verduidelijken welke afwegingen gemaakt kunnen worden bij het wel of niet ondersteunen van een maatschappelijk initiatief1. Hiervoor gebruiken we een waardendriehoek, die ontwikkeld is door het landelijk Instituut Publieke Waarden (IPW2) en die door meerdere gemeenten gebruikt wordt. In de driehoek staan drie kernwaarden: legitimiteit, rendement en betrokkenheid. Door deze waarden in een driehoek te plaatsen worden de onderlinge afhankelijkheid en de gewenste balans zichtbaar. Aandachtspunten hierbij zijn: een brede langdurige behoefte, de organisatiekracht, de noodzaak, en de kosten en opbrengsten voor de samenleving. 1. Legitimiteit: Bij deze waarde draait het om de noodzaak van het initiatief. 2. Rendement: Bij deze waarde gaat het om een goede balans tussen wat een initiatief (maatschappelijk) oplevert en wat dit mag kosten aan publieke middelen. Het initiatief moet een maatschappelijke meerwaarde hebben voor de samenleving. 3. Betrokkenheid: Met betrokkenheid wordt bedoeld of er vanuit de samenleving voldoende draagvlak en voldoende (langdurige) organisatiekracht (draagkracht en vrijwillige inzet van inwoners) is voor het initiatief. Het initiatief dient het particuliere belang van de initiatiefnemer(s) te overstijgen.
1 met een initiatief wordt bedoeld: verzoeken om ondersteuning van derden voor nieuwe of bestaande
accommodaties of een initiatief voor een investering in een van onze eigen accommodaties. 2 https://publiekewaarden.nl/project/waardendriehoek/
7
Negen kaders Deze kaders bieden duidelijkheid over de rollen van en samenwerking tussen maatschappelijke organisaties en de gemeente. Duidelijkheid is nodig om toekomstige initiatieven goed en consistent te beoordelen. Het is bijvoorbeeld van belang dat het maatschappelijke rendement en de gemeentelijke inzet in balans zijn. Hiermee wordt een objectief en toekomstbestendig LTA gerealiseerd met een gezond voorzieningenniveau. De kaders zijn: 1. Benutten en ondersteunen eigen kracht samenleving (Betrokkenheid & Rendement) De samenleving verandert en daarmee ook de rol van de gemeente. We benutten de energie en gedrevenheid uit de kernen om het samen ‘anders’ te doen. Met als doel om op een slimme, participatieve en integrale wijze de leefbaarheid in de kernen te behouden. We kunnen als gemeente niet meer de rol spelen die we afgelopen decennia hebben gehad. Om accommodaties in stand te houden is een grotere rol van de samenleving nodig. De inzet van onze inwoners wordt daarom steeds belangrijker. Dit betekent dat we als lokale overheid ‘inwonerskracht’ aanmoedigen. Samen met de verenigingen en maatschappelijke organisaties gaan we op zoek naar wat zij zelf kunnen. We laten de primaire verantwoordelijkheid voor de instandhouding van accommodaties die geen wettelijke functie hebben over aan de gemeenschap of derden.
Indien mogelijk dragen we eigenaarschap van accommodaties over aan derden. Bij accommodaties die eigendom van de gemeenschap of derden zijn, zijn we bij nieuwbouw of renovaties niet verantwoordelijk voor volledige bekostiging en/of het bouwheerschap. We hebben als gemeente niet de financiële middelen en ook niet de ambtelijke capaciteit om nieuwbouw- en renovatieprojecten volledig te bekostigen en begeleiden. Dit betekent niet dat we onze handen volledig aftrekken van deze accommodaties. We krijgen een andere rol. We faciliteren. In de rol van facilitator bieden we, waar nodig en mogelijk, ruimte en hulp aan initiatieven die uit zichzelf of uit de gemeenschap ontstaan en positief beoordeeld worden aan de hand van het nieuwe afwegingskader. Het gaat hierbij onder andere om kennis, praktische hulp, aandacht en waar mogelijk subsidie of investeringsbijdragen. Bij het faciliteren staan eigen initiatief en zelfredzaamheid van inwoners centraal en beperkt de inbreng van de gemeente zich tot het mogelijk maken van het initiatief en het wegnemen van belemmeringen. We hebben als gemeente wel een wettelijke verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting en consultatiebureaus. Dit vergt een andere benadering, waarover straks meer in hoofdstuk 3. 2. Accommodaties als middel om maatschappelijke doelstellingen te bereiken.
(Legitimiteit & rendement) Het in stand houden van accommodaties is geen doel op zichzelf. De gemeente heeft het uitgangspunt dat accommodaties een middel zijn om maatschappelijke doelstellingen te bereiken. Uitgangspunt hierbij zijn onder andere de gemeentelijke doelstellingen van uit het sociale en ruimtelijke domein. 3. Uitnodigend en toegankelijk (Legitimiteit en Betrokkenheid) We willen dat accommodaties uitnodigend en toegankelijk zijn voor inwoners en verenigingen die activiteiten willen organiseren. Het uitgangspunt is dat iedereen mee moet kunnen doen. Uit een
8
inventarisatie op het gebied van toegankelijkheid blijkt dat de gemeente op veel gebieden al uitvoering geeft aan wet- en regelgeving rondom inclusie en toegankelijkheid3. 4. Goede spreiding (Rendement) We willen de maatschappelijke voorzieningen zo verdelen over de gemeente, dat het aanbod aansluit bij de maatschappelijke vraag in de gemeente. Accommodaties kunnen hierbij aanvullend aan elkaar zijn, binnen de gemeente als geheel of binnen een bepaald gebied. We beseffen dat we hierbij afhankelijk zijn van hoe het voorzieningenaanbod historisch is gegroeid. Het gebruik en daarmee de aanwezigheid van voorzieningen is afhankelijk van de sociale opgave en de maatschappelijke behoefte in een bepaald gebied. We kijken met een gebiedsgerichte, kern overstijgende blik naar onze voorzieningen. Daar waar een overaanbod van accommodaties is in relatie tot de maatschappelijke vraag, zullen we als gemeente een terughoudende rol aannemen tegenover deze accommodaties. Het omgekeerde geldt ook, daar waar sprake is van een tekort aan voorzieningen om de maatschappelijke behoefte te accommoderen gaan we samen met maatschappelijke partners op zoek naar slimme oplossingen. Het volgende kader (5) helpt ons om een goede spreiding van onze accommodaties te realiseren. 5.
Behoefte en capaciteit in balans (Legitimiteit en Rendement) We investeren alleen als daar aantoonbaar en meerjarig behoefte aan is. Landelijke koepelorganisaties hebben capaciteitsnormen opgesteld. Deze normen zijn leidend. Ze gaan over de grootte van een accommodatie, en welke faciliteiten bij een accommodatie aanwezig moeten zijn. Met deze normen maken we een behoefte- en capaciteitsscan. Zo bepalen we wat de behoefte is, en of vraag en aanbod met elkaar in balans zijn. De uitkomsten hiervan staan niet op zichzelf. Ze worden bekeken in relatie tot de lokale situatie en de demografische ontwikkelingen, zodat maatwerk mogelijk blijft. Deze scan biedt een gezamenlijk vertrekpunt voor alle betrokken partijen. Het streven is om de capaciteit van de accommodaties aan te laten sluiten op de (toekomstige) behoefte. De scan biedt inzicht wat nodig is om aan de vraag van de inwoners te voldoen en overstijgt daarmee het verenigingsperspectief. Het geeft ons meer focus op de faciliterende rol die de gemeente hierbij kan spelen. Bovenal is het een van de toetsingskaders om toekomstige aanvragen te kunnen beoordelen. 6. Hoog maatschappelijk rendement door multifunctioneel en gedeeld gebruik (Rendement) We streven naar multifunctioneel gebruik van accommodaties. In de huidige situatie komt het vaak voor dat verenigingen of maatschappelijke organisaties ‘eigen’ gebouwen hebben.
Steeds meer dringt ook bij hen het besef door dat het onderhoud en de verduurzaming van deze accommodaties op den duur onbetaalbaar wordt. Hierdoor ervaren ook zij meer de noodzaak om samen te werken en voorzieningen te delen. Door dit te stimuleren en te faciliteren ontstaan nieuwe kansen voor de vitaliteit van verenigingen en de leefbaarheid in de kernen. We denken bijvoorbeeld aan een sportkantine die ook gebruikt wordt voor sociale en culturele activiteiten. Een bijkomend voordeel is dat verschillende initiatiefnemers met elkaar in contact, uitwisseling en samenwerking komen. Zo ontstaat meer levendigheid, sfeer en onderlinge verbinding. Multifunctioneel gebruik draagt ook bij aan de instandhouding van accommodaties. Er zal minder sprake zijn van leegstaande ruimten en de bedrijfsvoering wordt efficiënter.
3 zie DOC-21-416428 Inventarisatie VN-Verdrag en Lokale Inclusie Agenda:
https://medemblik.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/fc740c8e-ba87-449b-8928-705b67e17051
9
7. Toekomstbestendige financiële basis accommodatiebeleid (Legitimiteit) Wij kiezen voor een financieel systeem dat een reële vertaling maakt van het accommodatiebeleid naar de gemeentebegroting dat past bij de planning voor nieuwbouw en renovaties inclusief verduurzaming. Voor investeringen en onderhoud nemen we realistische middelen in de begroting op, die passen bij ons beleid. Een vereiste hiervoor is het hebben van financiële ruimte in de begroting. Voor regulier onderhoud van gebouwen werken we met Meerjaren Onderhoudsplannen (MJOP’s). In de toekomst ondersteunen de financiële softwaresystemen de vastgoedmethodieken, zoals het berekenen van kostendekkendheid (zie kader 8). Zo kennen we onze verplichtingen, verkrijgen we heldere inzichten en vallen afwijkingen eerder op. 8. Kostendekkendheid gebaseerd op landelijke normen en regionale benchmark (Rendement) Veel accommodaties zijn niet rendabel, waardoor er meer kosten zijn dan inkomsten. Gemeenten stellen accommodaties gesubsidieerd en onder de totale kostprijs ter beschikking aan organisaties omdat deze accommodaties een belangrijke bijdrage leveren aan maatschappelijke doelstellingen. Vanuit de wet Markt en overheid zijn gedragsregels opgesteld voor gemeenten en andere overheden. Het doel is oneerlijke concurrentie te voorkomen.
Zo is staatssteun bijna altijd verboden, maar er zijn uitzonderingen waarvoor specifieke voorwaarde gelden. Maatschappelijke accommodaties zijn hier een voorbeeld van. Wanneer het onmogelijk is om een binnenzwembad commercieel te exploiteren, en er maatschappelijke noodzaak bestaat om het zwembad open te houden, is een gemeente verplicht aan te tonen dat hiervoor financiële steun nodig is. De verhouding tussen de totale kosten en inkomsten van de accommodatie moet inzichtelijk zijn. Deze verhouding wordt kostendekkendheid genoemd. We streven naar een kostendekkendheid die vergelijkbaar is met accommodaties in soortgelijke gemeenten (benchmark) en met landelijke normen. Vanuit die landelijke normen van NOC*NSF, VNG en regionale benchmark maken we een analyse hoe de gemeente Medemblik zich daartoe verhoudt. De benchmark zorgt ervoor dat rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van onze gemeente, zoals de vele kernen. Wanneer de kostendekkendheid bij bepaalde accommodaties blijkt af te wijken, kunnen we bijsturen. Hierdoor komt de verhouding tussen kosten en inkomsten meer in balans. Hoe we dit precies vormgeven en uitvoeren, werken we uit in de nog op te stellen uitvoeringsplannen. 9.
Verduurzaming gebouwen kosteneffectief op natuurlijke momenten en waar mogelijk met ondersteuning gemeente (Legitimiteit & Rendement) De gemeente heeft de taak om haar (maatschappelijk) vastgoed te verduurzamen. Uitgangspunt is dat al ons vastgoed in 2050 energieneutraal is. Dit is in lijn met het klimaatakkoord dat uitgaat van een CO2-reductie van 95% in 2050. Om dit te bereiken hanteren we de volgende kaders: •
•
Verduurzaming van gemeentelijk eigendom vindt op natuurlijke momenten plaats met een kosteneffectieve aanpak. Dit houdt in dat we verduurzamen als er al vervanging, onderhoud of renovatie gepland is en als de investering zich binnen de afschrijvingstermijn terugverdient. Als dat niet het geval is, wordt er een integrale afweging gemaakt tussen de verschillende maatregelen voor onderhoud en verduurzaming. Voor accommodaties die eigendom zijn van derden kijken we naar mogelijkheden om te ondersteunen. Onderdeel van energieneutraal is het afsluiten van ons vastgoed van aardgas. Het Rijk gaat uit van aardgasvrije wijken in 2050. Voor het afsluiten van ons (maatschappelijk) vastgoed
10
•
van aardgas gaan we uit van de Transitievisie Warmte die op 17 december 2020 door de raad is vastgesteld. Voor nieuwbouw geldt vanaf 2021 de wettelijke ‘Bijna Energie Neutraal Gebouwen-norm' (BENG-Norm).
Afwegingskader Vanuit de nieuwe faciliterende rol van de gemeente willen we ruimte en hulp kunnen bieden aan initiatieven uit de samenleving. Hiervoor is een stroomschema opgesteld. Op basis hiervan toetsen we de maatschappelijke initiatieven concreet aan de kaders en de waardendriehoek. Dit doen we op een objectieve, transparante en efficiënte manier. Door het ontbreken van beleid zijn afgelopen jaren besluiten genomen zonder integrale afweging vooraf. Het nieuwe, objectieve afwegingskader biedt duidelijkheid over het wel of niet ondersteunen van initiatieven en aanvragen. Het gemeentebestuur krijgt hiermee een instrument om zijn rol te pakken en beleidsmatig te sturen. Er ontstaat duidelijkheid over hoe omgegaan kan worden met concrete initiatieven. Op de volgende pagina ziet u het stroomschema, met vragen die met ja of nee beantwoord kunnen worden. Deze vragen zijn gerelateerd aan de negen kaders die we hierboven benoemden. Alleen als een initiatief het stroomschema succesvol doorloopt, en elke vraag met ‘ja’ wordt beantwoord, komt het initiatief in aanmerking voor ondersteuning door de gemeente. De ondersteuning kan bijvoorbeeld bestaan uit kennis, ruimte, garantstelling, subsidie of investering, mits de gemeentebegroting daar voldoende ruimte voor biedt.
Als het initiatief niet in aanmerking komt voor ondersteuning, dan gaat de eigenaar van het initiatief zelf op zoek naar een oplossing.
11
12
Ondersteuning Er zijn diverse mogelijkheden om te ondersteunen. We benoemen de volgende ondersteuningsmogelijkheden: •
•
•
•
•
•
Het delen van kennis met maatschappelijke organisaties en/of inwoners. Dit kan gaan over vergunningaanvragen, aanbesteden en andere procedures; Het aanreiken van externe en interne financieringsmogelijkheden. Hierbij valt te denken aan Europese- , rijks-, en provinciale subsidies, een reserve gebiedsontwikkeling4, diverse fondsen en crowdfunding. Als gemeente reiken we kennis aan om deze financieringsbronnen te verwerven. In sommige gevallen kan de gemeente aanvrager zijn van externe subsidies. Het verbinden van initiatieven aan elkaar of aan netwerkpartners. De gemeente kan fungeren als spin in het web en hierbij een verbindende rol innemen, zodat initiatieven een grotere kans van slagen hebben. Als er ruimte wordt gezocht en wij weten dat ergens ruimte beschikbaar is op een bestaande accommodatie, brengen wij partijen met elkaar in contact. Het beschikbaar stellen van ruimte of grond. Als er ruimte wordt gezocht, kunnen wij als gemeente mogelijk ruimte beschikbaar stellen, of bemiddelen in het zoeken naar een beschikbare ruimte. Dit kan betekenen dat wijzigingen nodig zijn in bestemmingsplannen of dat er aanvragen gedaan worden bij de provincie; Het opstellen van een nieuwe investeringsregeling5. De eigenaar van een accommodatie zorgt zelf voor de financiering van investeringen. De gemeente kan een bijdrage verstrekken, een percentage van de kosten van de investering.
Zo’n regeling waarbij de verantwoordelijkheid bij de eigenaar van de accommodatie ligt en de gemeente faciliteert door een deel van de kosten te dragen, sluit aan op Kader 1: Benutten en ondersteunen eigen kracht samenleving. De exacte invulling van regeling wordt een onderdeel van de uitvoeringsplannen. De raad bepaalt via de jaarlijkse vaststelling van het subsidieplafond het budget voor de regeling; Het breed benutten van borgstellingen via Stichting Waarborgfonds Sport: voor een investering kan een sportvereniging een lening aangaan bij een bank. Deze verstrekt een bank niet zo snel wanneer zekerheden ontbreken. Daarom werkt de gemeente samen met Stichting Waarborgfonds Sport (SWS). Zij toetsen de plannen op haalbaarheid en bieden een garantstelling van 50 % op een investering. De garantstelling heeft een maximum van € 250.000,-. Zo verstrekt een bank sneller een
4 In de toekomst willen we, waar nodig, verkoopopbrengsten van gronden en vastgoed reserveren voor
gebiedsontwikkeling. We werken de voorwaarden voor het vormen en inzetten van een bestemmingsreserve gebiedsontwikkeling verder uit. 5 In 2019 heeft de raad de tijdelijke Investeringsregeling Sport- en Welzijnsaccommodaties vastgesteld. De gemeente kon 40 % van de kosten van investeringen in nieuwbouw of levensduur verlengende renovatie betalen. De resterende 60 % van de kosten waren voor rekening van de aanvrager van de subsidie, de eigenaar van de accommodatie. De raad heeft vanaf 2020, om financiële redenen, geen middelen meer beschikbaar gesteld voor deze investeringsregeling.
13
•
•
•
lening aan een sportvereniging. Aanvullend kan de gemeente ook een garantstelling van 50 % verstrekken, waardoor een totale garantie van maximaal € 500.000,- gegeven kan worden. Dit is beleid dat de raad heeft al vastgesteld. We willen verkennen of deze regeling verbreed kan worden, zodat deze ook voor andere maatschappelijke organisaties geldt zoals maatschappelijk financieren met een gemeentegarantie; Het opnieuw instellen van de Duurzaamheidsregeling Sport- en Welzijnsaccommodaties. We hadden een subsidieregeling voor investeringen in de verduurzaming van accommodaties. Net als de tijdelijke investeringsregeling, voorzag deze regeling in een behoefte. Eigenaren van maatschappelijke accommodaties konden subsidie van de gemeente krijgen voor onder meer het plaatsen van zonnepanelen en waterpompen. Ook voor deze regeling heeft de raad geen middelen meer beschikbaar gesteld. We stellen voor om ook deze regeling nieuw leven in te blazen. Het budget hiervoor is uiteraard afhankelijk van de financiële ruimte in de begroting. De raad bepaalt het subsidieplafond. De regeling volgt uit Kader 9 (Verduurzaming gebouwen) en wordt in de uitvoeringsplannen nader uitgewerkt; Het verstrekken van subsidies. We verstrekken jaarlijks diverse subsidies aan verenigingen en stichtingen onder andere voor de instandhouding van accommodaties.
Deze geldstromen worden ook betrokken bij het opstellen van de uitvoeringsplannen. Het verstrekken van een exploitatievergoeding. Dit is een bijdrage van de overheid om kosten vanuit de exploitatie te vergoeden ten behoeve van het maatschappelijk belang. Dit instrument wordt vaak gebruikt voor professionele organisaties (bedrijven of stichtingen) die via een aanbesteding de gemeente voorzien van een dienst.
N.B. Financiële ondersteuning zoals (eenmalige) investeringen voor renovatie of nieuwbouw is alleen mogelijk als er voldoende ruimte is in de gemeentelijke begroting en de raad hier middelen voor beschikbaar stelt. Of wanneer hiervoor een reserve is waarin gespaard is voor dit soort ondersteuning. Deze reserve dient dan een plan te hebben hoe deze te vullen en hoe deze structureel op niveau blijft.
Waar kiezen we niet voor? De bovenstaande vormen van ondersteuning en deels bestaande (financiële) instrumenten stimuleren de inzet en eigen kracht van de gemeenschap. We kiezen er bewust voor om een aantal instrumenten niet toe te passen. • In de motie ‘Renteloze leningen’6 wordt het verstrekken van leningen ook als ondersteuningsmogelijkheid voorgesteld. We kiezen er niet voor om leningen te verstrekken. Deze lijn is ingezet bij het Korte Termijn Accommodatiebeleid. Toen zijn leningen aan dorpshuizen weggestreept tegen subsidie. Met deze keuze voorkomen we dat we als gemeente zelf ook geld moeten lenen en de schuld en de risicopositie van de gemeente stijgt. Dit is van invloed op het weerstandsvermogen van de gemeente. Dat kent grenzen. De gemeente telt veel accommodaties. Het is financieel niet houdbaar om ‘bank van lening’ te zijn. Dit is geen taak van de gemeente. • We beperken het verstrekken van gemeentegaranties tot de sportregeling van SWS en eventuele regelingen voor andere sectoren (zie voorgaande punt over borgstellingen). Ook hier geldt dat we als gemeente niet in de financiële positie verkeren om grote risico's te dragen. • Investeringen betalen we niet meer met incidentele reserves maar met structurele middelen uit de programmabegroting. 6 DOC-20-327773 https://medemblik.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/260fc135-636a-4191-83f2-
c3b035053b2c
14
Botsproeven In deze paragraaf illustreren we hoe het afwegingskader in de praktijk toegepast wordt aan de hand van een drietal casussen. Deze zogenaamde ‘botsproeven’ laten zien dat door middel van het afwegingskader de gemeente op verschillende manieren initiatieven kan ondersteunen. Casus 1: Nieuwe sporthal Deze casus bestaat uit twee initiatieven: A. Door een gemeenschapsstichting is een plan gemaakt voor de bouw van een sporthal annex skeelerhal. De nieuwe hal moet de functie van een bestaande particuliere sporthal overnemen, die hal is ruim 40 jaar oud en versleten. Het plan van de stichting vergt een investering van ca. € 5 miljoen. De stichting vraagt aan de gemeente welke mogelijkheden er zijn voor ondersteuning van het initiatief. B. Door een ondernemer wordt samen met sportverenigingen een plan gemaakt voor de bouw van een nieuwe sporthal, naast de bestaande hal. De extra hal voorziet in een grote behoefte aan zaalcapaciteit. Het plan gaat uit van ca. € 1,5 miljoen bouwkosten. De gemeente bekijkt de mogelijkheden tot ondersteuning van het plan. Besluiten gemeente a.d.h.v. het afwegingskader Het gaat hier in beide gevallen om een accommodatie waar de gemeente geen wettelijke verantwoordelijkheid voor heeft. We hebben dus geen verplichting tot bekostiging en realisatie van de plannen. Het is aan de initiatiefnemers om tot realisatie van de hal te komen.
De plannen dragen bij aan gemeentelijke doelen, zoals het bevorderen van gezonde leefstijl en het stimuleren van (top)sport. De onder A genoemde sport/skeelerhal is multifunctioneel en innovatief, er is een bundeling van functies. Beide hallen voorzien in een behoefte. De ene hal komt in de plaats van een bestaande hal. Bij de andere hal is sprake van een capaciteitsknelpunt. Dit is onderzocht en erkend. We gaan samen met de aanvragers op zoek naar ondersteuningsmogelijkheden, dit kan zijn7: • delen van kennis. • aanreiken financieringsmogelijkheden via Sport Waarborg Fonds (SWF): maximaal € 250.000,- garantstelling door SWF + € 250.000,- garantstelling gemeente. We kijken samen met de initiatiefnemers welke mogelijkheden er zijn vanuit maatschappelijk financieren. • het benutten van externe subsidiemogelijkheden. Voor sommige regelingen kan de gemeente een aanvraag doen. • het beschikbaar stellen van de grond, waarbij we rekening houden met wettelijke eisen vanuit de Wet Markt en Overheid. • bij voldoende financiële ruimte in de begroting kan de raad een subsidieplafond (budget) voor investeringsregeling en/of duurzaamheidsubsidies beschikbaar stellen. De stichting kan hiervoor een aanvraag doen.
7 De casussen zijn gebaseerd op bestaande dossiers en zijn voor deze botsproef sterk vereenvoudigd
weergegeven. Casus B heeft betrekking op een dossier waarover reeds besluiten zijn genomen. Op grond van die besluiten krijgt de gemeente in werkelijkheid een andere rol dan die uit in deze botsproef komt. In dat dossier heeft de gemeente onder meer een verdergaande rol en verantwoordelijkheid vanwege de infrastructuur (amendement) en de eigendom en het beheer van de naastgelegen hal.
15
Casus 2: Voetbalvelden Voetbalvereniging A heeft een kunstgrasveld en natuurgrasveld. Uit de behoefte- en capaciteitsscan blijkt dat er meer trainingscapaciteit nodig is. Daarom vraagt Vereniging A bij de gemeente financiële ondersteuning ten behoeve van het ombouwen van het natuurgrasveld naar een kunstgrasveld. Uit de behoefte- en capaciteitsscan blijkt dat voetbalvereniging B, die 3 kilometer ligt van vereniging A, trainingscapaciteit over heeft. Het tekort aan trainingscapaciteit op het sportpark van vereniging A kan opgevangen worden door het overschot aan trainingscapaciteit op het sportpark van vereniging B. Besluit gemeente a.d.h.v. afwegingskader Het verzoek om een natuurgrasveld om te bouwen naar een kunstgrasveld wordt afgewezen op basis van de vragen m.b.t. kaders 5 (behoefte en capaciteit in balans) en 6 (stimuleren van multifunctioneel gebruik). Voor het tekort aan trainingscapaciteit verwijst de gemeente de vereniging A om, bijvoorbeeld de volwassenenteams en de ‘oudere’ jeugd’, op het sportpark te laten sporten van vereniging B. Casus 3: Dorpshuis Dorpshuis ‘De Ketel’ is een goedlopend, zelfstandig dorpshuis, volledig gerund door vrijwilligers. Het dorpshuis is gevestigd in een oud pand en heeft te maken met hoge energielasten die een zware wissel trekken op een gezonde exploitatie van het dorpshuis.
Door de stijgende energieprijzen heeft het bestuur van het dorpshuis besloten om het pand op te knappen en te verduurzamen. Een onderdeel hiervan is het isoleren van het dak. Het dorpshuis kampt al een paar jaar met ruimtegebrek. Als het dak toch geïsoleerd wordt, willen ze van de leegstaande zolderruimte een multifunctionele ruimte realiseren waar diverse verenigingen terecht kunnen. Voor het isoleren van het dak en het realiseren van de zolderruimte vraagt het bestuur financiële ondersteuning aan bij de gemeente. Besluit gemeente a.d.h.v. het afwegingskader: Het initiatief draagt bij aan gemeentelijke doelstellingen, is aanvullend, multifunctioneel en voorziet in een behoefte. Het verduurzamen gebeurt kosteneffectief en op een natuurlijk moment, tegelijkertijd met het opknappen van het pand en het realiseren van een extra ruimte. De kostendekkendheid van de accommodatie verbetert door de verduurzaming, omdat de energielasten dalen. Het dorpshuis kan als volgt ondersteund worden: • delen van kennis over verduurzaming en verbinden met soortgelijke initiatieven om kennisdeling te stimuleren. • delen van kennis over externe financieringsbronnen zoals diverse fondsen. • bij voldoende financiële ruimte in de begroting kan de raad een subsidieplafond (budget) voor investeringsregeling en/of duurzaamheidsubsidies beschikbaar stellen. Het dorpshuis kan hiervoor een aanvraag doen.
16
3. Toepassing van de kaders In dit hoofdstuk staat beschreven hoe de kaders toegepast worden en welke actiepunten hierbij horen voor de vervolgfase. Bij het toepassen van de kaders leggen we de focus op het beperken van de benodigde investeringen in accommodaties. Daar ligt de grootste opgave. Om de kaders goed toe te kunnen passen, moeten we met twee aspecten rekening houden: enerzijds de eigendomssituatie en anderzijds de wettelijke taken. De wettelijke taken hebben prioriteit. De eigendomssituaties van de accommodaties in onze gemeenten verschillen. We onderscheiden twee situaties: 1. Eigendom derden a. met wettelijke taken b. zonder wettelijke taken 2. Eigendom gemeente a. met wettelijke taken b. zonder wettelijke taken Deze eigendomssituaties kennen een verschillende aanpak omdat er verschillende opgaven liggen. De eerste, eigendom derden, is het grootste qua omvang en daarom beginnen we hiermee.
1.a. Eigendom derden met wettelijke taken In deze categorie vallen de schoolgebouwen (onderwijshuisvesting) en dorpshuizen/MFA's met een school en/of gymzaal die gebruikt wordt voor bewegingsonderwijs. De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht voor het onderwijs en is samen met de schoolbesturen verantwoordelijk voor onderwijshuisvesting. De gemeente heeft daarnaast een zorgplicht voor de planning en financiering van voldoende geschikte ruimte voor bewegingsonderwijs en voor de financiering van de eerste inrichting. Dorpshuizen en MFA's Voor de dorpshuizen en MFA's met gymzaal/sporthal hanteren we het bekostigingssysteem volgens de VNG-normen. De stichtingen ontvangen van de gemeente jaarlijks een vergoeding voor de instandhouding van de gymzaal. Daarmee is de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor deze functies in principe geregeld. Scholen en consultatiebureaus Voor onderwijshuisvesting is de opgave groot. We hebben 23 schoolgebouwen. Een flink aantal scholen is gebouwd in de jaren '60 en '70 en zijn aan vernieuwing toe. Gemeenten en schoolbesturen krijgen te weinig geld van het rijk om de kosten voor nieuwbouw, renovatie en verduurzaming te kunnen betalen. De raad en de schoolbesturen hebben een integraal huisvestingsplan (IHP) vastgesteld. Dat plan kan op dit moment niet uitgevoerd worden omdat de budgetten ontoereikend zijn.
We zullen samen met de schoolbesturen moeten kijken hoe we met deze opgaven omgaan. Dit kan leiden tot een herziening van de planning van het IHP. De schoolbesturen, kinderopvangorganisaties en de GGD (voor de consultatiebureaus) geven aan dat kernoverstijgend werken kan bijdragen aan het creëren van een doorgaande leerlijn en de kwaliteit van voorzieningen. Een doorgaande leerlijn zorgt ervoor dat de overgang en lesstof van verschillende functies, zoals onderwijs, kinderopvang, consultatiebureaus en welzijnsactiviteiten, goed op elkaar aansluiten. Kinderopvang In een aantal schoolgebouwen is peuter- of kinderopvang gehuisvest. Om een doorgaande leerlijn te stimuleren helpt het combineren van de functies onderwijs met peuter- of kinderopvang. De gemeente heeft echter geen wettelijke zorgplicht voor de huisvesting van de kinderopvang. Dit zijn
17
commerciële functies. De financiering van renovatie of nieuwbouw van deze ruimten zien wij voortaan als verantwoordelijkheid van de peuter- of kinderopvangorganisaties. Dit betekent niet dat wij dit soort ontwikkelingen niet steunen. In tegendeel, we kijken naar mogelijkheden van faciliteren op andere manieren. Bijvoorbeeld via het verbinden van partijen of zoeken naar ruimte. MFA's in eigendom woningbouwcorporatie Hieronder vallen de MFA in Zwaagdijk-Oost en het dorpshuis in Onderdijk. In deze accommodaties zijn ook onderwijsfuncties gehuisvest. In Zwaagdijk-Oost is de school een onderdeel van de MFA. In Onderdijk is de gymzaal een onderdeel van het dorpshuis. Deze gebouwen zijn eigendom van woningbouwcorporatie Het Grootslag. De accommodaties worden verhuurd aan de gemeenschap, verenigingen en stichtingen. Voor de school betaalt de gemeente huur aan Het Grootslag. De gemeente verstrekt subsidies voor de huur en de exploitatie en het beheer van de accommodaties, en heeft langlopende garanties afgegeven. Deze opzet brengt forse financiële verplichtingen met zich mee, onder meer doordat de huur mede is gebaseerd op rentelasten die ten tijde van de bouw (omstreeks 2010) golden. We willen samen met de betrokken partijen onderzoeken of de huidige eigendomsopzet past binnen de kaders van het nieuwe accommodatiebeleid.
Mogelijk is een andere opzet meer passend en/of kan het goedkoper. Actiepunten: • Uitvoeringsplan waar gezamenlijk met onderwijs, kinderopvang en de consultatiebureaus wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn van kernoverstijgend werken door middel van doorgaande leerlijnen en herziening planning IHP • Onderzoek naar de eigendomsopzet van de MFA's in Zwaagdijk-Oost en Onderdijk
1.b. Eigendom derden zonder wettelijke taken Onder deze categorie vallen de zwembaden, dorpshuizen en tenniscomplexen. De gemeente draagt geen directe verantwoordelijkheid voor investeringen in deze accommodaties. We zijn immers geen eigenaar en er ligt geen wettelijke taak. Gelet op de financiële opgave waar we voor staan kiezen we ervoor om investeringen in nieuwbouw of renovatie niet meer volledig te vergoeden. Daarnaast zien we het ook niet (meer) als onze taak vanuit het vierde uitgangspunt ‘Benutten en ondersteunen eigen kracht vanuit de samenleving’. Via het afwegingskader kunnen we bepalen welke maatschappelijke organisaties in de toekomst in aanmerking komen voor ondersteuning. Met hen verkennen we de mogelijkheden en komen we tot uitvoeringsplannen met daarin een prioritering en planning waarop de toekomstige financiële behoefte gebaseerd wordt. Hierbij wordt ook gekeken naar de huidige staat en ouderdom van accommodaties. Op deze manier weten we ook wat voor budgetten nodig zijn voor het meerjarenperspectief. Op grond van de investeringsregeling kan de raad jaarlijks het subsidieplafond voor deze categorie accommodaties bepalen. De Schoof in eigendom woningbouwcorporatie Sociaal-cultureel centrum De Schoof in Wervershoof is, evenals de eerder genoemde panden in Zwaagdijk-Oost en Onderdijk, eigendom van woningbouwcorporatie Het Grootslag.
Ook hier willen we samen met de betrokken partijen onderzoeken of de huidige eigendomsopzet en financiële verhouding past binnen de kaders van het nieuwe accommodatiebeleid. Mogelijk is een andere opzet meer passend en/of kan het goedkoper. Het gebouw heeft geen onderwijsfunctie en we hebben hier geen wettelijke verplichtingen.
18
Actiepunten: • Samen met maatschappelijke organisaties uitvoeringsplannen opstellen. Met alle zwembadorganisaties komen we tot een uitvoeringsplan en hetzelfde geldt voor de dorpshuizen . Daarin wordt gezamenlijk de prioritering en planning bepaald voor mogelijke toekomstige financiering (via o.a. investeringsregeling en subsidieregeling). • Onderzoek naar de opzet en financiële verhouding van sociaal-cultureel centrum De Schoof in Wervershoof
2.a. Eigendom gemeente met wettelijke taken Onder deze categorie vallen MFA De Bloesem in Wognum, MFA De Muiter, gymzaal De Munt in Medemblik, Sporthal De Klamp en gymzaal De Krimper in Andijk en De Dres in Nibbixwoud. Deze accommodaties zijn eigendom van de gemeente en (onderdelen daarvan) voorzien in een wettelijke taak, namelijk het huisvesten van (gym)onderwijs. Op dit moment worden de MFA’s in Wognum en Medemblik door twee verschillende commerciële partijen beheerd en geëxploiteerd. De gemeente is eigenaar van de gebouwen en verhuurt deze aan beide beheerders. De gemeente betaalt een vergoeding voor het beheer. De gymzaal in Medemblik is onderdeel van het contract met de beheerder van De Muiter. Op de sporthal en de gymzaal in Andijk zit een beheerder die de accommodaties ook pacht. De gemeente betaalt een vergoeding voor het beheer en ontvangt een pachtsom. De Dres wordt door de gemeenschapsstichting Nibbik-Uit beheerd en geëxploiteerd. De stichting krijgt subsidie van de gemeente. Hoe de toekomstige eigendom-, beheer- en exploitatieopzet van met name de beide MFA’s en de sporthallen eruit komt te zien is een onderdeel van het LTA dat nader uitgewerkt wordt. De contracten met de beide commerciële partijen waren opgezegd. Vanwege de relatie met het LTA is besloten om de contracten met beide partijen te verlengen met twee jaar.
Zie hiervoor informatienota ‘tijdelijk beheer MFA’s’8 Dit betekent dat binnen de nu voorliggende kaders van het LTA en binnen afzienbare tijd een keuze gemaakt moet worden over hoe het eigendom, beheer en de exploitatie van deze accommodaties er vanaf 2023 uit komt te zien. Dit vergt een apart onderzoek. De binnensportaccommodaties in Andijk betrekken we bij het onderzoek omdat we hier ook tot een duurzame opzet willen komen. Er zijn alternatieve mogelijkheden voor het beheer en de exploitatie van de MFA’s. Opties zijn: • • • • •
gemeentelijk beheer interne verzelfstandiging (zelfstandig onderdeel organisatie) externe verzelfstandiging (private BV of stichting die werkt in opdracht gemeente, bijvoorbeeld een Sportbedrijf) privatisering lokale ondernemer privatisering landelijke partij
Nu als kader wordt gehanteerd dat we als gemeente waar mogelijk overdragen aan de samenleving of derden, vallen de opties gemeentelijk beheer en interne verzelfstandiging af. In het vervolgonderzoek zullen we ons focussen op opties waarbij de gemeente op afstand staat. Bij De Dres is dit voor het beheer en de exploitatie al het geval. Het onderzoek krijgt prioriteit vanwege de
8 DOC-21-413263 https://medemblik.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/800049e9-f9d1-436a-8990-
e605e8629042
19
deadline van de tijdelijke contracten en de tijd die nodig is om tot besluitvorming en implementatie van een nieuwe opzet te komen. Actiepunt: • Onderzoek eigendom/exploitatie/beheer, waarna aan de raad een voorstel wordt gedaan.
2.b. Eigendom gemeente zonder wettelijke taken Onder deze categorie vallen de buitensportcomplexen voor voetbal en handbal en de jeugdgebouwen. Deze accommodaties zijn eigendom van de gemeente maar er is geen wettelijke verplichting voor de gemeente. Bij de buitensportcomplexen zijn de kantine en kleedkamers nagenoeg allemaal in eigendom van de verenigingen. In 2027 is de onderhoudsreserve voor de vervanging van sportvelden leeg. De spaarpot is dan op. De verenigingen en de gemeente staan voor een grote opgave. Bij renovatievraagstukken rondom kunstgrasvoetbalvelden is maatwerk noodzakelijk. Uit de scans (zie kader 4) kan bijvoorbeeld blijken dat daar waar nu een kunstgrasvoetbalveld ligt, volstaan kan worden met een natuurgrasvoetbalveld. Daar kijken we samen met de verenigingen naar. We verkennen met de organisaties ook de mogelijkheden voor het overdragen van taken en verantwoordelijkheden van accommodaties. We verkennen of zij meer taken van het onderhoud zich kunnen nemen. Dit is aanvullend op het traject Harmonisatie Groene Sportvelden (2018). Ook de vraag hoe om te gaan met de kosten van de vervanging van velden vanaf 2027 is een onderdeel van de uitvoeringsplannen. Voor wat betreft de jeugdgebouwen verkennen we samen met jeugdverenigingen en het jongerenwerk de toekomstige mogelijkheden en stellen ook hiervoor een uitvoeringsplan op.
Actiepunten: • In beeld brengen van capaciteit en behoefte, spreiding, staat en ouderdom van accommodaties en mogelijkheden voor multifunctioneel gebruik; • Samen met organisaties verkennen waar mogelijk taken overgedragen kunnen worden; • Vanuit de groepen voetbal-, handbal- en jeugdorganisaties uitvoeringsplannen opstellen met een prioritering, planning bepalen voor mogelijke toekomstige financiering (via o.a. investeringsregeling en subsidieregeling).
20
4. Van de huidige naar de gewenste situatie In het vorige hoofdstuk zijn verschillende actiepunten beschreven om uiteindelijk te komen tot uitvoeringsplannen van het LTA. We kiezen er bewust voor om dit samen met maatschappelijke organisaties op te pakken. Het kost tijd om, met behulp van het afwegingskader, te komen tot een rechtvaardige allocatie van beschikbare middelen en het optimale maatschappelijke rendement voor de initiatieven van inwoners en maatschappelijke organisaties. Het is van belang om daarvoor het gesprek aan te gaan met de vertegenwoordigers van de accommodaties en verenigingen.
Uitvoeringsplannen Om de uitvoeringsplannen te ontwikkelen nemen we de kaders, het afwegingskader en de ondersteuningsinstrumenten als vertrekpunt. Het afwegingskader nemen we mee in gesprekken met de maatschappelijke organisaties. Hierin wordt immers een afweging gemaakt tussen legitimiteit, rendement en betrokkenheid. Op deze manier kunnen we zorgvuldig bepalen hoe groot de behoefte en maatschappelijke opgave is. Om eveneens aan de forse financiële opgave te voldoen, maken we gedetailleerde berekeningen per uitvoeringsplan. Hierbij brengen we afschrijvingen van investeringen, rente, subsidies en andere kosten in beeld. De cijfers die we nu hanteren, het tekort bij ongewijzigd beleid in 2040 van 1,7 miljoen, zijn gebaseerd op aannames, algemene normen en kengetallen van de afschrijvingslasten. Bovendien dateren de cijfers uit februari 2020. Sindsdien zijn de bouwkosten fors gestegen. Het werk van maatschappelijke organisaties draagt op verschillende manieren bij aan de gemeentelijke doelstellingen. Daarmee raken ze aan verschillende beleidsterreinen, zoals het Sociaal Domein. Het zal de nodige tijd vragen om de plannen zorgvuldig, en in dialoog met de betrokkenen, uit te werken. We verwachten dat het uitwerken en implementeren van de plannen twee jaar in beslag zal nemen.
Voor uitvoering zijn we afhankelijk van geld dat in de begroting beschikbaar is, en beschikbaar wordt gesteld.
Financiële vertaling
De toepassing van deze kaders in de begroting heeft een financieel effect, dit effect kan incidenteel of structureel zijn, afhankelijk van de manier van financiering en de eigendomssituatie. Iedere systematiek kent zijn eigen vertaling in de begroting. Een investeringsbijdrage is bijvoorbeeld een eenmalige bijdrage (incidentele last). Hiervoor moeten dan wel middelen beschikbaar zijn in bijvoorbeeld een bestemmingsreserve, die ook weer aangevuld wordt voor toekomstige uitgaven.
Handelen binnen de kaders Binnen de door de raad gestelde kaders moeten we komen tot een accommodatieaanbod voor de lange termijn. We ontkomen er niet aan om keuzes te maken. De kaders die voorliggen geven de gemeente houvast om samen met de maatschappelijke organisaties de uitvoeringsplannen op te stellen. De plannen worden ter besluitvorming voorgelegd aan de nieuwe raad, en moeten ook financieel passen binnen deze kaderstellende notitie. In de uitvoeringsplannen staan keuzes, richtingen en voorstellen om de accommodaties een realistisch perspectief te bieden voor de lange termijn. Met dit afwegingskader voorkomen we dat we over een aantal jaar opnieuw lastige besluiten moeten nemen over de toekomst van onze accommodaties. Vanuit de veranderende, faciliterende en ondersteunende rol van de gemeente stimuleren we initiatieven van uit de samenleving. Zo werken we samen aan een leefbare en vitale gemeente.
21
5. Achtergrondinformatie In februari 2020 is in beeld gebracht dat het in stand houden van de huidige accommodaties op de langere termijn onbetaalbaar wordt. In april van dat jaar heeft de raad daarom opdracht gegeven voor het ontwikkelen van het LTA. Vervolgens is een start gemaakt met het verkennen van de mogelijkheden. Uitgangspunten hierbij waren twee fundamentele keuzerichtingen: 1. De gemeente kan enerzijds een actieve, uitvoerende rol innemen, of anderzijds juist terughoudend zijn en vooral initiatieven uit de samenleving faciliteren. In de ene richting ligt het zwaartepunt bij de gemeente. In de andere richting ligt het zwaartepunt bij de samenleving. 2. De gemeente kan enerzijds een gelijkmatige spreiding van de accommodaties over de kernen nastreven, of anderzijds accommodaties kernoverstijgend concentreren. In de ene richting ligt het zwaartepunt bij het uitgangspunt dat alle inwoners op min of meer gelijke, korte afstand beschikking hebben over een gelijksoortig aanbod. In de andere richting ligt het zwaartepunt op de kwaliteit en compleetheid van het aanbod als geheel binnen de gemeentegrenzen. De combinatie van deze twee keuzerichtingen heeft geleid tot vier mogelijke scenario’s die zijn uitgewerkt tot toekomstbeelden met horizon jaar 2040. Deze toekomstbeelden zijn onderworpen aan een stresstest om de haalbaarheid in te kunnen schatten.
Vervolgens zijn ze ingezet als gespreksinstrument tijdens het participatietraject. Het participatietraject bestond uit twee onderdelen: een enquête voor alle inwoners van 15 jaar en ouder en digitale bijeenkomsten met afgevaardigden van maatschappelijke organisaties. De opbrengst van deze bijeenkomsten zijn gedeeld met de raad. De inzichten die zijn opgedaan, hebben geleid tot het opstellen van de bespreeknotitie LTA juni 20219 met bijbehorende bijlagen. Op 1 juli 2021 is deze bespreeknotitie door de commissie samenleving besproken. Dit heeft geleid tot een extra informatienota met aanvullende informatie10). De input vanuit de commissievergadering is meegenomen bij het opstellen van deze beleidsnotitie en het ontwerpen van de vervolgfase.
9 DOC-21-396934 https://medemblik.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/e4de200f-92e6-4c67-bfd2-
11fc2c2ff8fe?documentId=ac10cbef-a2e9-4747-9798-940a314bc43b 10 DOC-21-425833 https://medemblik.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/7b9ea4c3-b651-4cb3-84c585c0c8342bb3
22
Tijdens het gehele proces zijn de adviesraad sociaal domein en de kernraden geïnformeerd. Er werd aangesloten bij bijeenkomsten om een update te geven wanneer een belangrijke stap in het proces werd gezet of afgerond. Tijdens deze bijeenkomsten was ruimte voor het stellen van vragen. De maatschappelijke organisaties zijn aangeschreven om feedback te geven op het stuk dat nu voorligt. In de bijlage is de feedback toegevoegd en tevens een analyse daarop en een reactie of wij de feedback meenemen, deels meenemen of niet meenemen.
Voortschrijdende inzichten en uitkomsten participatietraject In de bespreeknotitie LTA juni 2021 zijn enkele voortschrijdende inzichten gedeeld die tijdens het (participatie)traject zijn opgekomen. Deze inzichten zijn input voor de uitgangspunten en het afwegingskader van het LTA. Hieronder geven we deze inzichten nogmaals weer. (1) Betrokkenheid en weerstand vanuit de gemeenschappen en de maatschappelijke organisaties Tijdens de workshops met de maatschappelijke organisaties is grote betrokkenheid kenbaar geworden vanuit de gemeenschappen en de maatschappelijke partners. We signaleren ook dat er weerstand is binnen sommige kernen vanwege de angst dat voorzieningen verdwijnen doordat minder geld beschikbaar komt. Er zijn zorgen dat de leefbaarheid van de kern achteruit gaat als er geen of minder accommodaties zijn in het dorp of de stad. (2)
Complexiteit
Er is sprake van een grote diversiteit aan accommodaties. Tussen de verschillende accommodatiecategorieën zijn de eigendomsverhoudingen anders en daarbij ook de samenwerking tussen de gemeente en maatschappelijke organisatie. Deze verschillen zijn mede ontstaan tussen een onderscheid van wettelijke en niet-wettelijk taken. We herkennen de complexiteit en verschillen tussen deze accommodaties. Het is niet het doel om één manier van eigendomssituatie of samenwerkingsverhoudingen te hanteren voor alle accommodatiecategorieën. We houden het doel voor ogen dat we gezamenlijk willen bereiken met oog voor de specifieke context per accommodatiecategorie. (3)
De opgave van de verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed
De opgave van verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed is enorm. Als gemeente hebben wij hierin een aanzienlijke taak. Het rijk keert tot op heden nog geen middelen hiervoor uit. Nu we bezig zijn met LTA komt steeds meer het besef dat de verduurzamingsopgave grote financiële impact heeft. Tegelijkertijd zijn er ook kansen. Verduurzaming kan ook geld opleveren (energiebesparing door isolatie of opbrengsten vanuit duurzame energieopwekking). Ook zijn er kansen voor ondersteuning bij financiering. Zo heeft bijvoorbeeld de BNG een regeling voor de financiering van verduurzaming bij accommodaties van maatschappelijke organisaties. (4) Onvoldoende middelen vanuit rijk voor onderwijshuisvesting: interdepartementaal onderzoek Gemeenten zijn verantwoordelijk voor (ver)nieuwbouw van onderwijsvoorzieningen. Naar verwachting wordt in de toekomst ook levensduur verlengende renovatie een wettelijke verplichting. Dit geldt voor scholen in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs. De jaarlijkse middelen die het Rijk verstrekt vanuit het gemeentefonds zijn ontoereikend om de grote opgave voor vervanging van schoolgebouwen uit de jaren '60, '70 en '80 te bekostigen. Gemeenten hanteren doorgaans de VNG-norm voor nieuwbouw. Dit normbedrag is in 2017 eenmalig verhoogd met 40 %
23
voor bouwkostenstijgingen en vanaf 2021 met 9 % voor BENG-normen. Het Rijk heeft deze kostenstijgingen niet gecompenseerd via het Gemeentefonds. Gemeenten in Nederland staan voor de opgave om al die bouwplannen te bekostigen. Dit beeld wordt bevestigd door een recent onderzoek. Interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) heeft in maart 2021 tot de publicatie van een onderzoek naar onderwijshuisvesting geleid: ‘een vak apart’. Het IBO signaleert enkele knelpunten in de huidige situatie. De gebouwen zijn verouderd en daarbij is het niet altijd duidelijk wie waar verantwoordelijk voor is omdat zowel schoolbesturen als gemeenten middelen van het rijk krijgen voor schoolgebouwen. Ook wordt geconcludeerd dat het Rijk te weinig investeert in onderwijshuisvesting waardoor er sprake is van onderinvestering. Dit onderzoek is aan minister Slob aangeboden in de hoop op beleidsaanpassingen. Ook de VNG is al langere tijd in overleg met het Rijk over het beschikbaar stellen van extra middelen om de kwaliteitsen duurzaamheidsdoelstellingen van de onderwijshuisvesting te realiseren.
24