02 Beantwoording commissievragen Morgen! raadscie. 6-4 agendapunt 9.1 LIOR.pdf
Tekst van het document
Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie Zaaknummer
Z-22-434445
Documentnummer
DOC-23-671396
Naam commissielid
S. Zeilemaker
Fractie
Morgen!
Onderwerp
Commissievragen Morgen! raadscie. 6-4 agendapunt 9.1 LIOR
Datum waarop de vraag is gesteld
3 april 2023
Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur voorafgaand aan de commissievergadering. Portefeuillehouder Afdeling
blz. 12: “Uitgangspunt is dat daar waar in de huidige situatie gebakken materiaal is toegepast, ook na herinrichting of reconstructie gebakken materiaal wordt toegepast. In de tekst van de LIOR staat beschreven waar de inrichting aan moet voldoen als gebakken materiaal wordt toegepast.” 1.
Als afwijking van dit uitgangspunt door een partij gewenst wordt, wat is dan de gang van zaken?
antwoord
Afwijken verloopt conform hetgeen beschreven in de paragraaf “Hardheid” onder hoofdstuk 1. Het is nadrukkelijk niet toegestaan om af te wijken van de LIOR, tenzij het noodzakelijk is en de gemeente daartoe toestemming geeft. …… In die gevallen dient in overleg met de beheerder(s) voor een passende oplossing te worden gezorgd, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de in deze LIOR benoemde richtlijnen. Alleen dan kan met toestemming van de projectleider van de gemeente van de LIOR worden afgeweken. De projectleider bepaalt in overleg met de beheerders of het voorstel akkoord is. …... Grote afwijkingen van de LIOR worden vooraf door de projectleider voorgelegd aan de portefeuillehouder. Er kan bepaald worden dat een besluit van het college van Burgemeester en Wethouders noodzakelijk is.
Hoofdstuk 4 Wegencategorien Binnen- en buiten bebouwde kom, erftoegangswegen, gebiedsontsluitingswegen. 2.
Waarom worden onverharde wegen niet genoemd?
antwoord
De gemeente heeft geen onverharde wegen of paden in beheer, daarom staat het niet in de LIOR. Wel zijn er halfverharde paden in parkjes of op begraafplaatsen. De eisen voor deze paden zijn opgenomen in de LIOR paragraaf 6.2.
3.
Wat is de minimale breedte van deze wegen per categorie?
antwoord
De breedte van een weg wordt bepaald door toepassing van de richtlijnen uit de ASVV, CROW en Handboek Wegontwerp. De totale breedte is een optelsom van diverse onderdelen (berm, markering, etc) en afhankelijk van verschillende factoren (bijvoorbeeld intensiteit, wel/niet vrijliggend fietspad). Hierdoor is het lastig om standaard minimale breedtes aan te geven. Binnen de bebouwde kom: -
Erftoegangsweg (30km): minimaal 4,80m*
-
Gebiedsontsluitingsweg (50km): minimaal 5,80m*
Buiten de bebouwde kom: -
Erftoegangsweg (60 km): minimaal 3,00m*
-
Gebiedsontsluitingsweg (80 km): minimaal 5,50m*
*deze maten zijn exclusief eventuele fiets(suggestie)stroken, wegmarkeringen en/of (midden)bermen. 4.
Kan de gemeente wegen “downgraden” Wat houdt dit precies in en valt een dergelijke weg dan automatisch in een andere categorie?
antwoord
In het GVVP worden de categorieën van de wegen bepaald en kan er sprake zijn van verandering van categorisering. In de LIOR worden de inrichtingseisen vastgelegd, waarbij de richtlijnen van het CROW uitgangspunt zijn. De raad kan beslissen een weg in een andere wegcategorie te plaatsen (downgraden). Bijvoorbeeld een stukje van een GOW50 weg als ETW30 te categoriseren. Dit heeft dan gevolgen voor de inrichting van het stukje 30 km-zone.
Op blz 31 staat: De volgende uitgangspunten gelden voor alle wegen buiten de bebouwde kom: wordt gemeten van bermsloot tot bermsloot. 5.
Kunt u dit toelichten?
antwoord
Buiten de bebouwde kom liggen er meestal sloten langs de wegen, zogenoemde
De wegbreedte
bermsloten. Bij het bepalen van het profiel wordt daarom gestart met meten bij de berm van deze sloot. Zie ook het dwarsprofiel in de bijlage.
4.7 VOP 6.
Zijn er ook eisen aan de verlichting bij VOP’s oftewel zebrapaden?
antwoord
Er zijn geen speciale eisen aan de verlichting rondom VOP’s vanuit bijvoorbeeld de NPR 13201-1 (De Nederlandse Praktijkrichtlijn voor de kwaliteitscriteria openbare verlichting). Ook in de LIOR stellen wij geen specifieke eisen.
Vaak staat er verlichting in de directe omgeving van een VOP en bij vervanging van armaturen zorgen wij dan voor een iets verhoogd lichtniveau of meer spreiding van het licht, in sommige gevallen verplaatsen wij een lichtmast of plaatsen verlichting bij.
5.2 Fietspaden 7.
Is er verschil vwb inrichtingseisen voor een vrijliggend fietspad en een recreatief fietspad?
antwoord
In grote lijnen lijken beide op elkaar, er zijn een aantal verschillen. Recreatieve fietspaden verlichten wij bijvoorbeeld niet. Verder is de inrichting ook afhankelijk van de beschikbare ruimte en de intensiteit waarmee een fietspad wordt bereden.
7.5 Natuurvriendelijke oevers 8.
Wat is een plasberm?
antwoord
Een plasberm is een natte oeverstrook die langs een waterloop wordt aangelegd. Een plasberm wordt aangelegd om (water)planten te laten groeien, en daardoor tot een wallekant te komen met meer biodiversiteit. De hoogte is (ongeveer) gelijk aan het heersende peil van de watergang. Hierdoor is hij het gehele jaar nat. De berm biedt een paaiplaats voor vissen en nestgelegenheid voor watervogels. Een plasberm is door zijn begroeiing eveneens een bescherming van het talud.