02 Beantwoording Commissievragen HvM raadscie. 28-5 agendapunt 8.1 Lokale detailhandelsvisie
Tekst van het document
Zaaknummer Documentnummer Naam commissielid Fractie Onderwerp
Z-25-594824 DOC-26-1203236 L. van Eekelen en W. van der Jagt Hart voor Medemblik Commissievragen HvM raadscie. 28-5 agendapunt 8.1 Lokale detailhandelsvisie 26 mei 2026
Datum waarop de vraag is gesteld Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur voorafgaand aan de commissievergadering. Portefeuillehouder Afdeling
1.
Kan er worden verzekerd dat de regeldruk voor lokale ondernemers niet nog meer toeneemt?
antwoord
Het uitgangspunt van de visie is juist om duidelijke en voorspelbare kaders te bieden, zodat ondernemers vooraf weten waar zij aan toe zijn. Daarbij wordt geprobeerd extra regeldruk zoveel mogelijk te beperken en bestaande procedures zoveel mogelijk aan te sluiten op het huidige beleid en vergunningstelsel.
2.
In de Detailhandelsvisie wordt benoemd dat supermarkten niet mogen uitbreiden. Hoe weerhoudt zich dit tot al bestaande uitbreidingsplannen?
Antwoord
De visie richt zich vooral op het beperken van extra uitbreidingen die leiden tot overaanbod of aantasting van de hoofdwinkelstructuur (HWS). Al lopende of eerder gemaakte uitbreidingsafspraken worden afzonderlijk beoordeeld op basis van bestaande rechten, gemaakte afspraken en ruimtelijke procedures.
3.
Waarom is ervoor gekozen om een bureau uit Groningen in te schakelen in plaats van dit lokaal uit te besteden?
Antwoord
Er is gekozen voor een gespecialiseerd bureau met ruime ervaring op het gebied van detailhandelsvisies en regionale detailstructuren. Het bureau is gevestigd in Arnhem en heeft eerder ook de regionale detailhandelsvisie opgesteld. Daarnaast beschikt het bureau over aantoonbare ervaring met en kennis van de regio. De keuze is gebaseerd op inhoudelijke expertise, relevante ervaring, regionale bekendheid en onafhankelijkheid, en niet primair op de vestigingsplaats.
4.
Er is participatie uitgevoerd onder de ondernemers. Hoeveel ondernemers zijn er gevraagd, waar zitten deze ondernemers en wat voor detailhandel voeren zij?
*ZBFBFA7610D*
Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie
Antwoord
Bij de participatie zijn ondernemers uit verschillende kernen en branches betrokken, waaronder supermarkten, detailhandel in dagelijkse en niet-dagelijkse goederen en andere centrumondernemers. Er is geen specifiek aantal ondernemers vooraf benaderd, aangezien is gewerkt met een open uitnodiging voor alle ondernemers binnen de gemeente om deel te nemen aan het participatietraject.
5.
Buiten de vijf kerngebieden worden uitbreidingen alleen toegestaan onder strenge voorwaarden. Aan wat voor voorwaarden zal een ondernemer dan moeten denken?
Antwoord
Buiten de vijf kerngebieden zijn uitbreidingen van detailhandel slechts onder voorwaarden mogelijk. Daarbij wordt beoordeeld of een ontwikkeling voorziet in een aantoonbare behoefte, past bij de schaal en functie van de omgeving en geen onevenredige negatieve effecten heeft op bestaande winkelgebieden, de hoofdwinkelstructuur of de leegstandssituatie elders. Ook aspecten zoals bereikbaarheid, parkeren en de aard van de detailhandelsfunctie worden meegewogen. Hierbij ligt de nadruk op zorgvuldig ingepaste, ondersteunende ontwikkelingen die geen afbreuk doen aan de bestaande detailhandelsstructuur.
6.
Mocht een ondernemer buiten de dorpscentra een opvolger hebben, betekent dit dan alsnog een directe beëindiging van het bestemmingsplan op de gevestigde winkel of dienstverlener?
Antwoord
Nee, een opvolging betekent niet automatisch dat bestaande rechten direct vervallen. De visie gaat uit van een zogenoemd uitsterfbeleid: bestaande, legale functies kunnen in principe worden voortgezet, ook bij een opvolger. Pas wanneer een locatie langere tijd leegstaat, de functie daadwerkelijk wordt beëindigd of sprake is van een nieuwe ontwikkeling of functiewijziging, kan opnieuw worden getoetst aan het actuele beleid en bestemmingsplan. Het doel hiervan is om op termijn detailhandel meer te concentreren binnen de aangewezen kerngebieden, zonder bestaande ondernemers direct weg te bestemmen.
7.
Wat is de status van de herontwikkelingen rondom de winkelcentra in in Wervershoof en Andijk?
Antwoord
De gemeente en de eigenaar/ontwikkelaar van het winkelcentrum in Wervershoof zijn voornemens dit jaar een anterieure overeenkomst te sluiten. De eigenaar/ontwikkelaar werkt momenteel aan de planvorming en de financiële haalbaarheid van de herontwikkeling. De gemeente en de eigenaar/ontwikkelaar van het winkelcentrum in Andijk zijn voornemens binnen een maand een anterieure overeenkomst te sluiten. De overeenkomst wordt momenteel voorbereid en dient nog te worden ondertekend.
8.
In de visie wordt meerdere keren uitgesproken dat we te maken hebben met een negatieve marktruimte. Hoe is het onderzoeksbureau tot deze conclusie gekomen?
Antwoord
De conclusie over de beperkte of negatieve marktruimte is gebaseerd op een analyse van onder meer bevolkingsontwikkeling, consumentenbestedingen, koopkrachtbinding, leegstand, winkelvloeroppervlak en regionale koopstromen. Daarbij is specifiek gebruikgemaakt van de uitkomsten van het Koopstromenonderzoek Randstad 2026 (KSO 2026). Uit dit onderzoek blijkt dat in verschillende branches het aanwezige winkelaanbod groter is dan de verwachte toekomstige vraag en dat koopstromen onder druk staan. Om die reden richt de detailhandelsvisie zich primair op het versterken, concentreren en toekomstbestendig maken van bestaande winkelgebieden, en niet op het toevoegen van extra winkelmeters.
9.
Geldt de meldingsplicht voor boerderijwinkels ook voor stalletjes aan de weg?
Antwoord
De meldingsplicht voor boerderijwinkels is in principe bedoeld voor structurele verkooplocaties. Kleinschalige stalletjes aan de weg vallen buiten deze verplichting.