02 Beantwoording Commissievragen GroenLinks raadscie. 28-1 agendapunt 9.1 Financieel in Balans Sociaal domein 2020.docx
Tekst van het document
Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie Nummer Zaaknummer Naam commissielid Fractie Onderwerp
DOC-21-346762 Z-20-133065 B. Huisman GroenLinks Commissievragen GroenLinks raadscie. 28-1 agendapunt 9.1 Financieel in Balans Sociaal domein 2020 Datum waarop de vraag is gesteld 25 januari 2021 Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur, voorafgaand aan de raadscommissie. Portefeuillehouder Afdeling Inleiding Dank voor deze interessante rapportage met mooie plannen en duidelijke overzichten van de kosten per perceel bij de jeugd, per voorziening binnen de WMO en per regeling in de Bijzondere bijstand. Ook handig zijn de tekorten per jaar waarmee wij de “raden in verzet” lobby van informatie kunnen voorzien. Wij lezen dat het aantal inwoners dat een hulpvraag heeft stijgt, dat de kosten per persoon op sommige gebieden stijgt, en dat het lastig is voldoende personeel aan te trekken om betere keuzes aan de voorkant te kunnen maken, die gunstiger kunnen uitpakken voor zowel de inwoner als voor onze financiële consequenties. Wij zien wel een begroting van de gemeente over afgelopen jaren, maar niet van het rijk hoe zij dachten dat de gemeenten deze klus moesten klaren. Daarom zijn wij benieuwd, als je een vergelijking maakt van de inschatting uit de tijd voor de decentralisaties, en de veranderingen nadat de decentralisaties hebben plaatsgevonden tot nu, wat nu de voornaamste oorzaken zijn van de tekorten en wat de samenhang hiertussen is. 1.
Kunt u aangeven of en wat/hoeveel het rijk bij aanvang van de decentralisaties een inschatting heeft gegeven van: - Het aantal inwoners dat ondersteuning nodig zou hebben per perceel bij de jeugd, per voorziening binnen de WMO en per regeling in de Bijzondere bijstand?
antwoord
Dat kunnen we niet geven, we hebben vooraf geen concrete cijfers van het Rijk ontvangen.
- De directe kosten die de gemeente kwijt is aan dienstverleners en uitbetalingen van regelingen?
Antwoord
Dit inzicht kunnen we niet geven.
- De indirecte kosten voor de eigen organisatie die hiermee gepaard zouden gaan?
Antwoord
Dit inzicht kunnen we niet geven.
- Hoeveel medewerkers er binnen de gemeente nodig zouden zijn om deze klussen te klaren, en waar die vandaan zouden moeten komen? Antwoord
Op dit moment hebben we dat overzicht niet. Door de veranderingen in het aantal cliënten kunnen we dit niet goed vaststellen.
U geeft aan: "Ook is er sprake van krapte op de arbeidsmarkt. Zorgaanbieders en gemeenten vissen uit dezelfde vijver, waardoor het lang duurt voordat vacatures vervuld kunnen worden. We huren regelmatig extra in, wat leidt tot hoge kosten. Ook is het moeilijk de kwaliteit vast te houden." 2
Werkten de mensen die dit werk voor de decentralisaties deden niet ergens waar dat werk nu overbodig is geworden waardoor ze met de decentralisaties konden meeverhuizen naar de gemeenten? Heeft het rijk dit verkeerd ingeschat, of lukt(e) het andere gemeenten wel om deze mensen aan te trekken?
Antwoord
De krapte op de arbeidsmarkt geldt voor de zorg in zijn algemeenheid, maar ook zeker voor het sociaal domein. Dit is een landelijk gedeeld beeld en is dan ook een uitdaging voor vele gemeenten. Bij de decentralisatie zijn in West-Friesland de toegangsmedewerkers van voormalig Bureau Jeugdzorg over gegaan naar de gemeenten. Deze menskracht was niet voldoende.
Een van de redenen voor deze decentralisaties was ook een bezuiniging op rijksniveau. 3
Kunt u per onderdeel aangeven of de bij vraag 1 genoemde onderdelen bij de start van de decentralisaties voldeden aan de inschattingen, en er aan de beoogde bezuinigingen voldaan kon worden met de bijdragen vanuit het rijk, en vooral in de jaren daarna zijn veranderd? Of dat deze al sinds het begin verkeerd zijn ingeschat door het rijk?
Antwoord
In de eerst jaren na de decentralisatie was er sprake van een overschot op onderdelen van het sociaal domein, waardoor wij intern konden compenseren. Vanaf 2017 is dit niet meer het geval en zijn wij geconfronteerd met zowel met een stijgende zorgvraag als stijgende kosten. Dit is met name het geval geweest voor jeugd en Wmo zoals u heeft kunnen lezen in het rapport Financieel in Balans. Op basis van deze gegevens kunnen we stellen dat op alle onderdelen de rijksbijdrage niet voldoende is.
Dit is ook onderbouwd door onderzoek, zo publiceerde het adviesbureau AEF onlangs een onderzoek naar de kosten voor de uitvoering van de jeugdwet waarin zij concluderen dat er voor jeugd er structureel extra middelen nodig zijn1. - Het aantal inwoners dat ondersteuning nodig bleek te hebben per perceel bij de jeugd, per voorziening binnen de WMO en per regeling in de Bijzondere bijstand? Antwoord
Op perceelniveau is dit inzicht niet voorhanden binnen de termijn van de beantwoording. Dit komt doordat wij met de overgang naar het resultaatgestuurd werken (per 2020) niet meer werken met percelen, maar met arrangementen. Deze informatie terug te vinden vraagt veel extra tijd en ambtelijke capaciteit. - De directe kosten die de gemeente kwijt is aan dienstverleners en uitbetalingen van regelingen?
Antwoord
Dit inzicht kunnen we niet geven.
- De indirecte kosten voor de eigen organisatie die voor deze uitvoering nodig bleken?
Antwoord
Dit inzicht kunnen we niet geven.
- Hoeveel medewerkers er binnen de gemeente nodig bleken te zijn om deze klussen te klaren? Heeft het rijk u ook geholpen om deze mensen aan te kunnen trekken? Antwoord
Door de veranderingen in het aantal cliënten kunnen we dit niet goed vaststellen. Dit blijft een proces van continu bijstellen. Het rijk heeft bij de decentralisatie in 2014 ondersteund bij het overnemen van medewerkers van Bureau Jeugdzorg, maar heeft geen ondersteuning geboden in de volle breedte van de overheveling van Jeugdzorg.
Een van de oorzaken dat er steeds opnieuw nieuwe tekorten aan het licht komen is de in het stuk al genoemde open-eind regeling waarbij aanbieders hun declaraties nog tot 5 jaar later kunnen indienen. 4
Hoe denkt u de ingediende rekeningen van de zorgaanbieders beter te kunnen monitoren? Kan de gemeente er iets aan doen om eerder te zien wat er aan komt?
Antwoord
Door te sturen op stevig inkoop en contractmanagement en het sturen op het afgesproken resultaat kunnen wij als gemeente sturen op de kosten in het sociaal domein. Dit geeft geen 100% inzicht. Dit is wel het gedeelte waar wij goed op kunnen sturen. Zo maken we op dit moment stappen met onze regionale netwerkorganisatie inkoop- en contractmanagement.
1 https://www.aef.nl/nieuws/onderzoek-structurele-middelen-jeugdhulp-gepubliceerd
5
Hoe komt de prijsbepaling voor geleverde zorg tot stand? In hoeverre kunnen zorgaanbieders zelf hun prijzen bepalen? Kan de gemeente daar invloed op uitoefenen?
Antwoord
De prijs van de geleverde zorg komt tot stand door middel van een onderzoek naar een reële kostprijs. Deze reëel kostprijs vormt de basis van de tarieven die we hanteren bij een aanbesteding. Zorgaanbieders worden geconsulteerd in het proces om tot een reëel tarief te komen.