02 Beantwoording Commissievragen D66 raadscie. 21-9 agendapunt 4.2 Mei-circulaire 2023
Tekst van het document
Beantwoording vragen voorafgaand aan de raadscommissie Zaaknummer
Z-22-434445
Documentnummer
DOC-23-726176
Naam commissielid
G. Mos
Fractie
D66
Onderwerp
Commissievragen D66 raadscie. 21-9 agendapunt 4.2 Mei-circulaire 2023 15 augustus 2023
Datum waarop de vraag is gesteld
Beantwoording uiterlijk woensdag 15:00 uur voorafgaand aan de commissievergadering. Portefeuillehouder Afdeling
1.
In het raadsvoorstel schrijft u dat het accres vanaf 2026 niet langer gekoppeld is aan de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Kunt u -voorzover bekend - in hoofdlijnen aangeven hoe het nieuwe systeem er uitziet?
antwoord
In het verleden was het gemeentefonds gekoppeld aan rijks uitgaven. Dit staat bekend als de trap op trap af systematiek. Met ingang van de meicirculaire 2023 wordt er een onderscheid gemaakt tussen volume onderdeel, gekoppeld aan rijksuitgaven, en een onderdeel voor loon- en prijs compensatie.
2.
U schrijft dat u de extra middelen voor jeugdzorg niet specifiek opneemt in de begroting omdat u reëel raamt. Kunt u dit toelichten, mede in het licht van de vraag of het hier geoormerkte middelen betreft?
Antwoord
Basis voor de raming van de uitgaven binnen het sociaal domein vormen de daadwerkelijk te maken kosten op basis van de gemaakte kosten (afgelopen jaren). Dit zien wij als reëel ramen. Labeling van maatstaven van de algemene uitkering gelden niet als geoormerkte middelen binnen het gemeentefonds.
3.
Naar verwachting zal in 2024 de ontwikkeling van inflatie en indexatie hoger zijn dan de positieve uitkomsten van deze meicirculaire. Daarmee is de conclusie te trekken dat de ruimte voor 2024 en 2025 beperkt is en voor de jaren daarna in principe negatief. Is die gevolgtrekking juist?
Antwoord
Ontwikkelingen van inflatiecijfers (loon- en prijsindex) volgen elkaar in een snel tempo op. Als de daadwerkelijke inflatiecijfers hoger zijn dan de verwachtingen in de mei circulaire is dit per saldo een vermindering op de te besteden ruimte. De jaren 2026 en 2027 worden apart bekeken op financiële tegemoetkoming van het rijk, met name op het maatstaven sociaal domein binnen de algemene uitkering.