CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

01c Bijlage 2 bij Concept Notulen Raadscommissie 8-12 Inspreekreactie dhr Pinas inzake Pachon Y Steur (1).pdf

Raadscommissie 12 januari 2023, gemeente MedemblikBij agendapunt: Vaststellen notulen 8 en 12 december 20221.116 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

00090409/UP

Commissievergadering gemeente Medemblik Bestemmingsplan Wognum-Bloesemgaerde Noord d.d. 8 december 2022 te 19.45 uur

PLEITNOTITIES VAN MR. U.E.M. Pinas

Inzake: De heer en mevrouw Pachon y Steur, wonende te Wognum;

Advocaat: mr. U.E.M. Pinas

tegen:

Gemeenteraad Gemeente Medemblik, Gevestigd te Wognum

-2Pleitnotities van mr. U.E.M. Pinas d.d. 8 december 2022 te 19.45 uur (Pachon y Steur / Gemeente Medemblik)

Geachte leden van de raad, De heer en mevrouw Pachon y Steur, die wonen aan hebben bij brief van 1 augustus 2022 een zienswijze ingediend tegen het Ontwerpbestemmingsplan 'Wognum-Bloesemgaerde Noord'’, zoals dat in het Gemeenteblad van 30 juni 2022 (bijlage 1) is gepubliceerd. De nota van zienswijze geeft voor cliënten aanleiding om bij uw raad nog een aantal aanvullende opmerkingen te maken. Cliënten woonden tot 2017 in Heerhugowaard. Omdat zij graag bij hun woonhuis paardenstallen, een rijbak, een paddock en een mestbak wilden realiseren, hebben zij ervoor gekozen om naar Wognum te verhuizen nadat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Medemblik had besloten om hiervoor een omgevingsvergunning te verlenen. 1

Toekomstige overlast van paarden

Op het terrein van cliënten zijn inmiddels de paardenstallen, een rijbak, een paddock en een mestbak gerealiseerd. Ook is vergunning verleend voor lichtmasten voor de paardenbak. Op het terrein houden cliënten op dit moment vier paarden.1 Cliënten vrezen dat bij de realisering van de woningen op de door uw raad gewenste plek, bewoners daarvan (geur)hinder zullen ervaren van de door cliënten gehouden paarden. Als gevolg hiervan zullen deze bewoners bij het college verzoeken om handhaving kunnen gaan indienen. Deze handhavingsprocedures zullen de verhoudingen met hun nieuwe buren op scherp zetten. Volgens cliënten kan dit simpel voorkomen worden door de richtafstand voor de woningen op 100 meter te plaatsen. De woningen liggen dan ver genoeg van het perceel van cliënten af, waardoor er geen hinder ontstaat voor de nieuwe bewoners. Ik wijs u op artikel 7.22 van het Bouwbesluit 2012 waarin staat opgenomen dat het op voor de omgeving hinderlijke wijze verspreiden van stank, stof, licht en het veroorzaken van geluid niet is toegestaan.2 Op dit moment is er geen omgeving die last kan hebben van het perceel. Indien dit bouwplan wordt gerealiseerd is die omgeving er echter wel. Uit het geuronderzoek blijkt niet dat er geen sprake is van geurhinder. Uit het onderzoek blijkt niet welke windrichting 1 Dit kunnen er ook vijf worden. 2 Ook wijs ik u op een uitspraak van de Raad van State.

Waarin de normen uit het Activiteitenbesluit invulling

gaven aan de uitleg van artikel 7.22; ABRvS 7 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3608.

-3Pleitnotities van mr. U.E.M. Pinas d.d. 8 december 2022 te 19.45 uur (Pachon y Steur / Gemeente Medemblik)

aanwezig was bij het onderzoek en hoe hard het waaide. Belangrijker is echter nog dat niet blijkt waar is gemeten. Dit zijn allemaal parameters die van belang zijn en die niet uit het geuronderzoek blijken. Daarbij is van belang dat voor de mestplaat artikel 3.45 en 3.46 Activiteitenbesluit Milieubeheer van toepassing is. Het gaat om mestopslag van 10 kuub dat betreft een totaalvolume van meer dan 3 kuub maar minder dan 600 kuub. Op het moment dat de woonwijk wordt gerealiseerd, is sprake van een bebouwde kom. In dat geval geldt een afstand van 100 meter voor de woningen. De richtafstand dient naar het oordeel van cliënten dan ook 100 meter te zijn.3 2

Lichtmasten

Cliënten merken daarnaast ook op dat er bij de paardenbak vergunde lichtmasten zijn opgesteld. In de aan cliënten verleende omgevingsvergunning van 2017 is overwogen dat objectgerichte verlichting geplaatst dient te worden. Daarbij is echter uitgegaan van de situatie waarin er geen nieuwe ontwikkeling zou plaatsvinden. Cliënten zijn er daarom beducht op dat zij vanwege klachten niet in staat zijn om de lichtmasten op de hun gewenste wijze te gebruiken 3

Bos en woningen

Een voor cliënten belangrijk ander punt is hoe het bos van cliënten zich verhoudt tot de voorgenomen ontwikkeling. In de beantwoording in de nota van zienswijzen wordt daar in het geheel niet op ingegaan. Met de ontwikkeling van de woningen aan de zuidwestzijde, wordt dat voor cliënten onmogelijk. Zij kunnen daarmee niet hun ladderrecht uitoefenen als bedoeld in artikel 5:56 BW. Er is daarom naar het oordeel van cliënten sprake van een evident privaatrechtelijke belemmering. Bij cliënten zijn daarnaast de zorgen niet weggenomen dat schaduwvorming, bladval en onderhoud niet gaat leiden tot problemen met toekomstige bewoners. Cliënten zullen hinder ondervinden van personen die het bos betreden, zonder hun toestemming. Ook het voorgaande is een inbreuk op het woon- en leefklimaat van cliënten. Cliënten zien daarom het liefst dat er een duidelijke afscheiding komt tussen de achtertuinen en het bos. Door uw raad dient onderzocht te worden of de voorgenomen bebouwing leidt tot zodanige schaduwwerking op de percelen van de voorgenomen bebouwing, dat sprake is van strijd met de goede ruimtelijke ordening. 4 Uw raad heeft vooralsnog nagelaten om een dergelijk onderzoek uit te voeren. 4

Plan voldoet niet aan de regels van de provincie

Voorts is van belang dat het plan in strijd met het advies van de ARO-commissie is vastgesteld. De Commissie heeft negatief geadviseerd en niet gebleken is dat de ARO-

3 Vgl. ABRvS 24 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3491. 4 ABRvS 1 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1525 & ABRvS 19 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:131

-4Pleitnotities van mr. U.E.M. Pinas d.d. 8 december 2022 te 19.45 uur (Pachon y Steur / Gemeente Medemblik)

commissie van oordeel is dat de aanbevelingen zijn opgevolgd. 5 De planontwikkeling voldoet hierdoor niet aan de eisen van ruimtelijke kwaliteit zoals dat op grond van artikel 6.59 van de Omgevingsverordening NH 2020 wel is vereist. Bovendien is in de toelichting op het plan geen motivering gegeven waarom de ontwikkeling voldoet aan de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie, en de daarin genoemde landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Het plan is daarom in strijd met artikel 6.59, vierde lid van de Omgevingsverordening NH 2020. 5

Conclusie

De ontwerpstukken zijn niet in overeenstemming met artikel 3.1 Wro, en deze stukken strekken niet ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Zonder de belangen van cliënten hierbij te betrekken en te onderzoeken in hoeverre zij worden geraakt door dit plan, is gehandeld in strijd met de artikelen 3.1 Wro, 3:2 en 3:4 en 3:46 van de Awb. Het project is hierdoor niet uitvoerbaar, zodat uw raad gehouden is om het bestemmingsplan niet op deze wijze vast te stellen. Met vriendelijke groet,

U.E.M. Pinas

5 Zie pagina 5 en 6 van de zienswijze

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=ef9b0ec2-2708-40e1-b770-afe81e5bdc1b