01 Verordening straatnamen en huisnummers MEDEMBLIK 2025
Tekst van het document
VERORDENING STRAATNAMEN EN HUISNUMMERS MEDEMBLIK 2025 De raad van de gemeente Medemblik; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 22 april 2025; gelet op artikel 6 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen en de artikelen 149 en 156 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening straatnamen en huisnummers Medemblik 2025 Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Medemblik; - huisnummer: nummeraanduiding als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen; - naam: een door het college gegeven naam aan een woonplaats, wijk of buurt of een deel van de openbare ruimte, bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen (BAG), waaronder een straat of plein; - naambord: afbeelding met de naam; - huisnummerbord: afbeelding met het huisnummer; - verantwoordelijke: iedereen die volgens het Burgerlijk Wetboek het recht heeft om op een bepaalde onroerende zaak een naam- of huisnummerbord op te hangen of te laten hangen; - Wet: Wet basisregistratie adressen en gebouwen (BAG). Artikel 2. Ophangen naamborden 1. Het college zorgt dat er op voldoende en passende plekken naamborden hangen. 2.
Het college kan besluiten dat de verantwoordelijke een naambord moet ophangen. 3. De verantwoordelijke volgt bij het ophangen, onderhouden of verwijderen van een naambord de aanwijzingen van het college op. Artikel 3. Ophangen huisnummerborden 1. Het college besluit of de verantwoordelijke een huisnummerbord moet ophangen of dat het college dat zelf doet. 2. Als het college vindt dat de plek waar een huisnummerbord moet hangen nog niet klaar is, wordt het huisnummerbord opgehangen binnen 2 weken nadat de plek wel klaar is. Artikel 4. Laten hangen van borden 1. Een naam- of huisnummerbord is zichtbaar vanaf de openbare weg. 2. Het college kan besluiten dat een vervallen naam of huisnummer op een naam- of huisnummerbord wordt doorgestreept. Het college kan daarbij bepalen dat de verantwoordelijke die naam of dat huisnummer maximaal één jaar naast de nieuwe naam of het nieuwe huisnummer moet laten hangen. Artikel 5. Geven van namen en huisnummers 1. Het college voert de taken, bedoeld in artikel 6, eerste tot vierde lid, van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen, uit. Het college kan hierbij een gemeente in wijken of buurten verdelen. 2. Het college geeft binnen de gemeente een naam aan een of meerdere woonplaatsen, wijken of buurten, straten en andere delen van de openbare ruimte.
3. Het college houdt zich aan het Convenant inzake postcodes en de Richtlijnen voor gemeenten bij het vaststellen van een indeling naar wijken en buurten zoals uitgegeven door het Centraal Bureau voor de Statistiek. Artikel 6. Verbod eigen huisnummerbord of straatnaambord Het is verboden om zonder toestemming van het college een huisnummerbord of straatnaambord op te hangen dat zichtbaar is vanaf de openbare weg. Artikel 7. Toezicht en handhaving De toezichthouder fysieke leefomgeving houdt toezicht op de naleving van deze verordening. Dit geldt ook voor de regels en besluiten die voor de uitvoering van deze verordening zijn vastgesteld. Artikel 8. Moment waarop de regels gaan gelden Deze verordening treedt in werking op 1 augustus 2025. Artikel 9. Oude regels zijn niet meer geldig De Verordening naamgeving en nummering (adressen) gemeente Medemblik 2011 wordt ingetrokken. Artikel 10. Overgang van oude naar nieuwe regels Namen en huisnummers die het college op grond van de vorige verordening heeft toegekend, blijven na inwerkingtreding van deze verordening gelden. Artikel 11. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening straatnamen en huisnummers Medemblik 2025”. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 22 mei 2025. De voorzitter,
De griffier,
Toelichting
Algemeen deel
Inleiding
Op 1 juli 2009 is de Wet Basisregistraties Adressen en Gebouwen in werking getreden (Wet BAG). Deze wet regelt hoe gegevens van adressen en gebouwen, zoals bouwjaar, oppervlakte, gebruiksdoel en locatie op een gestructureerde manier geregistreerd moeten worden. De registratie is een onderdeel van het overheidsstelsel van basisregistraties
Artikel 6 van de Wet BAG verplicht gemeenten om woonplaatsen, straten en pleinen, maar ook ligplaatsen, standplaatsen, panden en verblijfsobjecten van een naam, nummer of begrenzing te voorzien. Dit is belangrijk voor een goede gestructureerde basisregistratie van adressen en gebouwen. De regels in deze verordening voeren dus uit wat in de wet staat, maar er worden ook aanvullende regels door de gemeenteraad vastgesteld. Bijvoorbeeld om de naamgeving van straten en het ophangen van straatnaamborden te regelen.
Inhoud verordening en belang van straatnamen en huisnummers (adressen) De Wet BAG bepaalt dat de beslissingen genoemd in artikel 6 door de gemeenteraad moeten worden genomen. Dit betekent dat de gemeenteraad verantwoordelijk is voor deze beslissingen. Deze verordening delegeert de beslissingsbevoegdheid aan het college van burgemeester en wethouders (het college). Het college kan dan de namen, huisnummers en begrenzing vaststellen en zo adressen toekennen. Adressen zijn heel belangrijk in het dagelijks leven. Ze zijn nodig voor hulpdiensten zoals de politie, brandweer, postbedrijven en ambulances. Maar ook voor makelaars, advocaten, notarissen en andere bedrijven. Deze organisaties kunnen hun werk niet goed doen zonder betrouwbare adresinformatie.
Bewoners hebben ook belang bij goede adressering. Hierdoor zijn bewoners vindbaar voor vrienden, familie en bezorgdiensten. Bovendien zijn adressen belangrijk voor de overheid. Veel overheidsregistraties bevatten adressen, en adressen helpen bij het selecteren van gegevens uit deze registraties.
Het is de taak van de gemeente om met aandacht namen te geven aan straten, pleinen en plantsoenen en andere delen van de openbare ruimte en nummers toe te kennen aan gebouwen (huisnummers). Dit moet nauwkeurig gebeuren om verwarring te voorkomen en ervoor te zorgen
dat iedereen goed vindbaar is. Vanwege de vindbaarheid is het ook belangrijk dat namen en huisnummers vanaf de weg zichtbaar zijn. Zo kunnen de hulpdiensten ook makkelijk het juiste adres vinden.
Regels en gevolgen bevoegdheid
Op basis van artikel 4:81 van de Awb kan het college voor de bevoegdheid om straatnamen en huisnummers toe te kennen beleidsregels vaststellen. Dat zijn regels die voor het college bepalen hoe hij zijn taak uitvoert. Dit zijn bijvoorbeeld regels over waaraan een nieuwe straatnaam (of andere delen van de openbare ruimte) moet voldoen. Zo moeten namen niet te lang of lastig uit te spreken zijn. Daarnaast kan het college op grond van de verordening ook nadere regels vaststellen. Dit zijn bijvoorbeeld regels over hoe naam- en nummerborden en het formulier voor het aanvragen van een huisnummer er uit moeten zien. Dit zijn regels die het college en ook bewoners binden.
Bij het gebruik van de bevoegdheid tot het geven van straatnamen en huisnummers op grond van de Wet BAG moet het college rekening houden met de belangen van vooral bewoners en bedrijven. Het wijzigen van een naam of huisnummer kan met name deze groepen treffen. Soms moet het college de gevolgen van deze wijzigingen regelen. Het college moet er bijvoorbeeld voor zorgen dat bewoners en bedrijven voldoende tijd krijgen om hun nieuwe adres te kunnen doorgeven.
Artikelsgewijs
Artikel 1 Dit artikel licht bepaalde woorden toe die worden gebruikt in deze verordening. In de definitie van naambord en huisnummerbord wordt ruimte geboden om ook op een andere manier dan een bord een naam en nummer weer te geven door de term 'afbeelding'. In artikel 4 van het Besluit BAG staat dat huisnummers bestaan uit (Arabische) cijfers waarbij dit eventueel kan worden aangevuld met één of meer letters. Tot slot is ook het begrip verantwoordelijke gedefinieerd. Dat is degene die verantwoordelijk is voor het uitvoeren van deze verordening als het gaat om het ophangen van borden bij een onroerende zaak die niet van de gemeente is. Het gaat meestal om een eigenaar, maar het kan ook gaan om een huurder of beheerder. Dit hangt af van wat de eigenaar heeft afgesproken in het contract dat gaat over de rechten die iemand heeft om zaken aan de onroerende zaak te bevestigen. Uiteraard op een vanaf de openbare weg goed zichtbare plek. Artikel 2 Dit artikel regelt het ophangen van naamborden. Het college is verantwoordelijk voor het ophangen van voldoende naamborden op goede plekken zoals het begin of einde van een straat. Het college kan ook besluiten dat een verantwoordelijke dit zelf moet doen. Dat kan het geval zijn als een bord het beste op een gevel van een huis of bedrijf kan worden gehangen. In dat
geval moet de verantwoordelijke dulden (gedogen) dat er een bord wordt opgehangen aan zijn schutting, gevel of andere door het college aangewezen plaats. Het college geeft bij het besluit aan hoe en waar de verantwoordelijke het bord moet ophangen. Artikel 3 Bij het ophangen van huisnummers is de hoofdregel dat de verantwoordelijke die zelf ophangt op een vanaf de openbare weg zichtbare plek. Het kan zijn dat een plek waarvoor een nummer is uitgeven door het college nog niet klaar is. Bijvoorbeeld als een gebouw of schutting nog niet is gebouwd of verbouwd. Het college geeft dan een termijn aan waarbinnen een huisnummer moet worden opgehangen als de plaats wel gereed is. Artikel 4 Straatnamen veranderen soms. Als bijvoorbeeld een straatnaam of huisnummer is gewijzigd, kan het college ervoor kiezen om de oude naam zichtbaar, maar doorgestreept, te laten hangen. Dat kan op één bord met beide namen of op twee afzonderlijke borden. In ieder geval kan het college de oude naam tot maximaal een jaar laten hangen. De verantwoordelijke moet dat dus een jaar dulden en kan dan het bord weghalen. Artikel 5 Dit artikel regelt de relatie met artikel 6 van de Wet BAG. De Wet BAG kent complexe definities voor het afbakenen en aanwijzen van delen van gebouwen en plaatsen die een huisnummer kunnen ontvangen.
Om deze zaken niet in de verordening te herhalen beperkt het eerste lid van artikel 5 zich tot het delegeren van de bevoegdheid die door de wetgever bij de gemeenteraad is neergelegd. Het gaat dan om het afbakenen van ligplaatsen, standplaatsen, verblijfsobjecten en panden en het bepalen van woonplaatsen. Op grond van artikel 156 van de Gemeentewet kan de gemeenteraad deze bevoegdheid aan het college overdragen. Het college kan dan verder de naamgeving van woonplaatsen en de straten of andere delen van de openbare ruimte en de huisnummering regelen. Een verdere onderverdeling in stadsdelen, wijken of buurten schrijft de Wet BAG niet voor, maar is wel mogelijk. Het tweede lid biedt daar ook in de verordening de ruimte voor.
Tot slot is in het derde lid geregeld dat het college zich bij het toekennen van namen en huisnummers houdt aan het convenant inzake postcodes en de richtlijnen van het Centraal Bureau voor de Statistiek over de indeling van woonplaatsen in wijken en buurten. Artikel 6 Het is de bedoeling dat naam- en nummerborden alleen op grond van een besluit van het college worden opgehangen. Om verwarring te voorkomen is het verboden om andere naam- of nummerborden (met verzonnen namen of nummers) op te hangen die zichtbaar kunnen zijn vanaf de openbare weg. Het verbod ziet alleen op namen van straten of andere delen van de openbare ruimte zoals een park of een plein. Dit verbod geldt niet voor namen die bijvoorbeeld eigenaren voor hun eigen huis gebruiken. Artikel 7 Met deze bepaling worden toezichthouders aangewezen die daarmee de bevoegdheden krijgen op grond van hoofdstuk 5 van de Awb. Bepalingen over de handhaving middels een last onder bestuursdwang of onder dwangsom zijn niet in de verordening opgenomen. De bevoegdheid tot het opleggen van die sancties vloeit rechtstreeks voort uit artikel 125 van de Gemeentewet, wat de last onder dwangsom betreft in verbinding met artikel 5:32 van de Awb.
Artikel 10 Artikel 10 regelt het overgangsrecht (van oud naar nieuw). De namen en huisnummers die zijn gegeven op grond van de oude verordening blijven gelden ondanks dat er een nieuwe verordening is vastgesteld. Als deze namen of nummers worden aangepast, dan zal dat volgens de nieuwe regels gebeuren.
Was-wordt-tabel Wijziging Verordening straatnamen en huisnummers (naamgeving en nummering (adressen)) Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1. In deze verordening (en de daarop berustende bepalingen) wordt verstaan onder: a. Adres: door het college aan een verblijfsobject, een standplaats of een ligplaats toegekende benaming, bestaande uit een combinatie van de naam van een openbare ruimte, een nummeraanduiding en de naam van een woonplaats. b. Afgebakend terrein: een terrein met een kunstmatige of natuurlijke afbakening, waarop zich geen verblijfsobjecten bevinden en dat betreedbaar en afsluitbaar is. c. College: het college van burgemeester en wethouders. d. Convenant: het tussen de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Koninklijke TPG Post BV gesloten Kader Convenant en Nader Convenant inzake postcodes. e. Ligplaats: door het college als zodanig aangewezen plaats in het water, al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, die is bestemd voor het permanent afmeren van een voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikt vaartuig. f. Nummeraanduiding: door het college als zodanig toegekende aanduiding van een verblijfsobject, een standplaats, een ligplaats en een afgebakend terrein dat bestaat uit een of meer Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter- en/of cijfercombinatie.
Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Medemblik; - huisnummer: nummeraanduiding als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Wet; - naam: een door het college gegeven naam aan een woonplaats, wijk of buurt of een deel van de openbare ruimte, bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) , waaronder een straat of plein; - naambord: afbeelding met de naam; - huisnummerbord: afbeelding met het huisnummer; - verantwoordelijke: iedereen die volgens het Burgerlijk Wetboek het recht heeft om op een bepaalde onroerende zaak een naam- of huisnummerbord op te hangen of te laten hangen; - Wet: Wet basisregistratie adressen en gebouwen (BAG).
g. Openbare ruimte: door het college als zodanig aangewezen en van een naam voorziene buitenruimte die binnen één woonplaats is gelegen. h. Pand: kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. i. Rechthebbende: een ieder die krachtens eigendom of een beperkt zakelijk recht of een persoonlijk recht zodanig beschikking heeft over een onroerende zaak dat hij naar burgerlijk recht bevoegd is om in die zaak te handelen zoals in de verordening is voorgeschreven, alsmede de beheerder. j. Standplaats: door het college als zodanig aangewezen terrein of een gedeelte daarvan dat is bestemd voor het permanent plaatsen van een niet direct en duurzaam met de aarde verbonden en voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikte ruimte. k. Uitvoeringsvoorschriften: nadere bepalingen inzake naamgeving en nummering (adressen). l. Verblijfsobject: de kleinste binnen één of meerdere panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, die onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig is. m.
Wijk- en buurtindeling: een indeling van de gemeente in wijken en buurten conform de eisen die het CBS aan deze indeling verbindt. n. Woonplaats: door het college als zodanig aangewezen en van een naam voorzien gedeelte van het grondgebied van de gemeente. o. De Wet: Wet basisregistraties adressen en gebouwen .
Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2. 1. Het college stelt de grens en de naam van de woonplaats(en) vast en kan desgewenst de woonplaats(en), al dan niet op basis van bouwblokken, in wijken en buurten verdelen en aanduiden met namen, zo nodig met letters en nummers. 2. Het college kent per woonplaats namen toe aan delen van de openbare ruimte en zonodig aan gemeentelijke gebouwen en bouwwerken. 3. Onder vaststellen, verdelen, aanduiden en toekennen, zoals bedoeld in het eerste lid en tweede lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en intrekken daarvan. 4. Met betrekking tot het toekennen van namen aan delen van de openbare ruimte, wordt het college geadviseerd door de dorpsraad en/of oudheidkundige vereniging die in de betreffende woonplaats actief is.
Artikel 2. Ophangen naamborden 1. Het college zorgt dat er op voldoende en passende plekken naamborden hangen. 2. Het college kan besluiten dat de verantwoordelijke een naambord moet ophangen. 3. De verantwoordelijke volgt bij het ophangen, onderhouden of verwijderen van een naambord de aanwijzingen van het college op.
Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 3. 1. Het college stelt de ligplaatsen en standplaatsen vast. 2. Het college kent binnen het grondgebied van de gemeente nummers toe aan verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen. 3. Het college bepaalt de afbakening van panden, verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen. 4. De toekenning of afbakening, zoals bedoeld in het tweede en derde lid, kan ook op voor personen toegankelijke objecten, zijnde niet zijnde verblijfsobjecten of op afgebakende terreinen worden toegepast, indien dat naar oordeel van het college noodzakelijk is. 5. Onder vaststellen, toekennen en bepalen, zoals bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en intrekken daarvan.
Artikel 3. Ophangen huisnummerborden 1. Het college besluit of de verantwoordelijke een huisnummerbord moet ophangen of dat het college dat zelf doet. 2. Als het college vindt dat de plek waar een huisnummerbord moet hangen nog niet klaar is, wordt het huisnummerbord opgehangen binnen 2 weken nadat de plek wel klaar is.
Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4. 1. De door het college toegekende namen, zoals vervat in artikel 2, worden door of in opdracht van de gemeente blijvend zichtbaar en in voldoende aantallen ter plaatse aangebracht. 2. Aan objecten, zoals aangegeven in artikel 3, waarvoor een nummer is vastgesteld moet dat nummer op een doeltreffende wijze zijn aangebracht. 3. Het is eenieder die daartoe niet is bevoegd is, verboden namen aan de openbare ruimte en woonplaatsen, wijken en buurten toe te kennen door deze op zichtbare wijze aan te brengen. 4. Het is een ieder die daartoe niet is bevoegd, verboden aan een pand of verblijfsobject, stand- of ligplaats of afgebakend terrein nummers toe te kennen door deze op zichtbare wijze aan te brengen.
Artikel 4. Laten hangen van borden 1. Een naam- of huisnummerbord is zichtbaar vanaf de openbare weg. 2. Het college kan besluiten dat een vervallen naam of huisnummer op een naam- of huisnummerbord wordt doorgestreept. Het college kan daarbij bepalen dat de verantwoordelijke die naam of dat huisnummer maximaal één jaar naast de nieuwe naam of het nieuwe huisnummer moet laten hangen.
Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5. Gedoogplicht naamborden 1. Indien het college het nodig oordeelt dat borden met een wijk- of buurtaanduiding, borden met namen van de openbare ruimte, naamverwijsborden, nummerborden, nummerverzamelborden en andere (verwijs)aanduidingen aan een bouwwerk, gebouw, muur, paal, schutting of een andere soort terreinafscheiding worden aangebracht, draagt de rechthebbende er zorg voor dat de hier bedoelde borden vanwege of op verzoek en overeenkomstig de aanwijzingen van het college worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2. Indien het college het noodzakelijk acht om een naambord, waarop de vervallen naam is doorgehaald, tijdelijk naast het naambord met de nieuwe naam te handhaven zal de rechthebbende dit toelaten als daaraan door het college een termijn van niet langer dan een jaar is verbonden.
Artikel 5. Geven van namen en huisnummers 1. Het college voert de taken, bedoeld in artikel 6, eerste tot vierde lid, van de Wet BAG, uit. Het college kan hierbij een gemeente in wijken of buurten verdelen. 2. Het college geeft binnen de gemeente een naam aan een of meerdere woonplaatsen, wijken of buurten, straten en andere delen van de openbare ruimte. 3. Het college houdt zich aan het Convenant inzake postcodes en de Richtlijnen voor gemeenten bij het vaststellen van een indeling naar wijken en buurten zoals uitgegeven door het Centraal Bureau voor de Statistiek.
3. De rechthebbende zorgt er voor dat de in het eerste en tweede lid bedoelde borden vanaf de openbare weg duidelijk leesbaar blijven. Artikel 6 is als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 6. Verplichting tot aanbrengen van nummerborden 1. Tenzij het college anders heeft besloten, zorgt de rechthebbende van een object er voor dat de nummers, zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, worden aangebracht op een wijze zoals krachtens artikel 7 is bepaald. 2 De rechthebbende draagt er zorg voor dat de in het eerste lid genoemde nummers binnen vier weken na kennisgeving van het besluit van het college zijn aangebracht. 3. Indien een verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen of afgebakend terrein nog niet is voltooid, wordt het nummer binnen vier weken na voltooiing aangebracht. 4. Indien het college heeft besloten om een nummerbord, waarop het vervallen nummer is doorgehaald, naast het nummerbord met het nieuwe nummer te handhaven zal de rechthebbende dit toelaten of daar uitvoering aan geven als daaraan door het college een termijn van niet langer dan een jaar is verbonden. 5. Het college kan de in het tweede en derde lid genoemde termijn verlengen.
Artikel 6. Verbod eigen huisnummerbord of straatnaambord Het is verboden om zonder toestemming van het college een huisnummerbord of naambord op te hangen dat zichtbaar is vanaf de openbare weg.
Artikel 7 is als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 7. Uitvoeringsvoorschriften 1. Het college kan uitvoeringsvoorschriften vaststellen betreffende het proces en de wijze van: a. naamgeving en van begrenzing van woonplaatsen, wijken, buurten en bouwblokken; b. naamgeving en begrenzing van de openbare ruimte; c. nummering van verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen en afgebakende
Artikel 7. Toezicht en handhaving De toezichthouder fysieke leefomgeving houdt toezicht op de naleving van deze verordening. Dit geldt ook voor de regels en besluiten die voor de uitvoering van deze verordening zijn vastgesteld.
terreinen; d. opmaak van formulieren, besluiten en verklaringen. 2. De uitvoeringsvoorschriften zijn niet strijdig met het convenant inzake postcodes. Artikel 8 is als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 8. Strafbepaling 1. Overtreding van artikel 4, tweede en derde lid, artikel 5 en artikel 6, eerste tot en met het vierde lid, wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie. 2. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening is opgedragen aan hen die door het college met de zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast.
Artikel 8. Moment waarop de regels gaan gelden Deze verordening treedt in werking op 1 augustus 2025.
Artikel 9 is als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 9. Vervallen oude regels Met de inwerkingtreding van deze verordening vervallen alle eerdere gemeentelijke regels en voorschriften voor het benoemen van delen van de openbare ruimte en het nummeren van de daaraan liggende objecten.
Artikel 9. Oude regels zijn niet meer geldig De Verordening naamgeving en nummering (adressen) gemeente Medemblik 2011 wordt ingetrokken.
Artikel 10 is als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 10. Overgangsbepaling
Artikel 10. Overgang van oude naar nieuwe regels Namen en huisnummers die het college op grond van de vorige verordening heeft toegekend, blijven na inwerkingtreding van deze verordening gelden.
1. Namen en nummers die op grond van de in artikel 10 genoemde regels en voorschriften aan objecten zijn toegekend, blijven na inwerkingtreding van deze verordening bestaan. 2. Het college kan in afwijking van het eerste lid besluiten dat de op grond van de in het eerste lid genoemde regels en voorschriften aangebrachte namen en nummers binnen een door hen te bepalen termijn moeten worden vervangen door namen en nummers die
voldoen aan de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften.
Artikel 11 is als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 11. Inwerkingtreding
Artikel 11. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening straatnamen en huisnummers Medemblik 2025”.
De verordening treedt in werking op 1 januari 2011.