01 - DOC-23-734637- Referendumverordening Gemeente Medemblik
Tekst van het document
Referendumverordening Gemeente Medemblik Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - Kiesgerechtigd: stemrecht hebben in Gemeente Medemblik voor de verkiezing van de leden van de raad; - Referendum: volksraadpleging waarbij de kiesgerechtigden zich uitspreken over een ontwerp raadsbesluit. Artikel 2. Referendum, initiatief, onderwerpen 1. Er kan een referendum worden gehouden zowel op initiatief van kiesgerechtigden als op initiatief van de raad. 2. Onderwerp van een referendum is een ontwerp raadsbesluit, met uitzondering van besluiten: a. over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen en schenkingen; b. over de hoogte van geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers en hun nabestaanden; c. over de vaststelling, wijziging of intrekking van de arbeidsvoorwaardenregeling en daaruit voortvloeiende besluiten met betrekking tot de griffier, de medewerkers van de griffie en de ambtelijke organisatie; d. over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten; e. in het kader van deze verordening; f. over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de rekening en van de begroting en rekening van samenwerkingsverbanden waaraan de gemeente deelneemt; g. over de vaststelling van gemeentelijke tarieven en belastingen; h.
ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft; i. die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen besluit waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden; j. met een spoedeisend karakter; k. inzake bezwaar- of beroepsprocedures of rechtsgedingen; l. tot het aangaan, opheffen of wijzigen van gemeenschappelijke regelingen; m. die organisatorische aangelegenheden van de raad betreffen; n. waarbij het belang van het referendum naar het oordeel van de raad niet opweegt tegen de verantwoordelijkheid van de raad voor kwetsbare groepen en hun plaats in de samenleving of waarvan de raad van mening is dat andere dringende redenen aanleiding zijn om geen referendum te houden. Artikel 3. Samenstelling referendumcommissie 1. Wanneer op basis van artikel 6 lid 8 van deze verordening besloten is tot het houden van een referendum op initiatief van kiesgerechtigden, stelt de raad een commissie van onafhankelijke deskundigen in, genaamd de referendumcommissie. 2. De referendumcommissie bestaat uit drie leden en kiest uit haar midden een voorzitter.
3. De referendumcommissie wordt ondersteund door de griffier of een door de griffier aan te wijzen medewerker van de griffie. 4. De voorzitter en de leden van de referendumcommissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van bestuursorganen van de gemeente. 5. De leden worden benoemd voor de duur van de in artikel 4 beschreven taken. Artikel 4. Taken en vergaderingen referendumcommissie 1. De referendumcommissie heeft tot taak: a. de raad te adviseren over: i. de vraagstelling van een referendum inclusief de antwoordmogelijkheden en stemprocedure, en ii. de datum van het te houden referendum; b. toezicht te houden op: i. de uitvoering van deze verordening, en ii. het objectieve of neutrale karakter van de door de gemeente te verstrekken voorlichting over het referendum; c. klachten te behandelen in het kader van de toezichtstaak, genoemd onder b; d. binnen drie maanden na de dag waarop het referendum wordt gehouden een evaluatie uit te brengen over het referendumproces. 2. De referendumcommissie kan op eigen initiatief advies uitbrengen over aanpassingen van deze verordening, over de bij referenda en referendumverzoeken te volgen procedure en over alle overige zaken die het referendum betreffen en die zij van belang acht. 3. De referendumcommissie vergadert in beslotenheid. 4. De adviezen van de referendumcommissie zijn openbaar. Artikel 5.
Initiatief van kiesgerechtigden, stap 1: inleidend verzoek 1. Het inleidend verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ten minste 250 ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat het formulier, bedoeld in het vierde lid, wordt verstrekt. 2. Een inleidend verzoek wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de raad, uiterlijk 3 dagen voor de raadsvergadering waarin het ontwerp raadsbesluit wordt besproken. 3. Een ondersteuningsverklaring voor het inleidend verzoek bestaat uit een handtekening met de daarbij behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum. De ondersteuningsverklaring kan schriftelijk of digitaal worden ingediend. 4. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de voorzitter van de raad verstrekt formulier waarop de titel van het ontwerp raadsbesluit is opgenomen. Dit ligt ter ondertekening op het gemeentehuis. In aanvulling hierop voorziet de gemeentelijke website in de mogelijkheid om digitale ondersteuningsverklaringen in te dienen. Deze digitale mogelijkheid komt zoveel mogelijk overeen met het papieren formulier voor de ondersteuningsverklaringen. 5. De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigheid als bedoeld in het eerste lid. 6. De raad beslist of het inleidend verzoek wordt ingewilligd.
7. Als het verzoek wordt ingewilligd, behandelt de raad het ontwerp raadsbesluit waarop het verzoek zich richt. Het ontwerp raadsbesluit zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen, wordt vervolgens aangehouden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop de uitslag van het referendum wordt bekendgemaakt, tenzij eerder negatief over de ontvankelijkheid van het referendumverzoek wordt beslist. Artikel 6. Initiatief van kiesgerechtigden, stap 2: definitief verzoek 1. Het definitief verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ten minste 2500 ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd. 2. Een definitief verzoek wordt ingediend bij de voorzitter van de raad binnen zes weken na de dag dat de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd. 3. Een ondersteuningsverklaring voor het definitief verzoek bestaat uit een handtekening met de daarbij behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 4. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de voorzitter van de raad verstrekt formulier waarop de titel van het ontwerp raadsbesluit is opgenomen. Dit ligt ter ondertekening op het gemeentehuis.
Bij het plaatsen van een handtekening op een lijst dient de kiesgerechtigde zich te legitimeren met een geldig identiteitsbewijs. In aanvulling hierop voorziet de gemeentelijke website in de mogelijkheid om digitale ondersteuningsverklaringen in te dienen. Deze digitale mogelijkheid komt zoveel mogelijk overeen met het papieren formulier voor de ondersteuningsverklaringen. 5. De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigheid als bedoeld in het eerste lid. 6. De voorzitter van de raad maakt wekelijks bekend hoeveel geldige ondersteuningsverklaringen zijn ingediend. 7. De voor het inleidend verzoek verzamelde ondersteuningsverklaringen tellen niet mee voor het definitief verzoek; een kiesgerechtigde dient desgewenst opnieuw voor het definitief verzoek te tekenen. 8. In de eerstvolgende vergadering van de raad na afloop van de termijn, bedoeld in het eerste lid, neemt de raad een besluit over het houden van het referendum. Artikel 7. Initiatief van de raad 1. De raad kan besluiten tot het houden van een referendum. 2. Zo spoedig mogelijk nadat dit besluit is genomen, behandelt de raad het ontwerp raadsbesluit waarover het referendum zal worden gehouden.
Het ontwerp raadsbesluit zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen, wordt vervolgens aangehouden totdat de uitslag van het referendum bekend is gemaakt. Artikel 8. Datum stemming 1. De raad bepaalt tegelijk met het besluit om een referendum te houden, of zo spoedig mogelijk daarna, de dag waarop de stemming over het referendum plaatsvindt.
2. De stemming vindt plaats uiterlijk zes maanden na de dag waarop besloten is tot het houden van een referendum. De raad kan deze termijn met ten hoogste drie maanden verlengen om de stemming te combineren met een reguliere verkiezing of om te voorkomen dat de stemming in een schoolvakantie voor het basis- en voortgezet onderwijs valt die voor de regio is aangewezen. Artikel 9. Vraagstelling referendum 1. De raad stelt de vraagstelling vast tegelijk met het besluit om een referendum te houden of, ingeval van een referendum op verzoek van kiesgerechtigden, zo spoedig mogelijk na het advies van de referendumcommissie hierover. 2. Bij een referendum op initiatief van de kiesgerechtigden wordt aan de kiesgerechtigden de vraag voorgelegd of zij voor of tegen het ontwerp-raadsbesluit zijn. Deze vraag kan geen betrekking hebben op afzonderlijke onderdelen van het ontwerp raadsbesluit. 3. Bij een referendum op initiatief van de raad wordt aan de kiesgerechtigden de vraag voorgelegd of zij vóór of tegen het ontwerp raadsbesluit zijn of kan de vraag bestaan uit verschillende antwoordcategorieën of oplossingsrichtingen (meerkeuzereferendum), met de mogelijkheid om één voorkeursvariant aan te geven of om een voorkeursrangorde tussen de antwoordcategorieën of oplossingsrichtingen aan te geven. 4.
Bij een referendum met verschillende antwoordcategorieën of oplossingsrichtingen stelt de raad de stemprocedure vast. Artikel 10. Procedure voorbereiding, stemming, uitslagbepaling en bekendmaking 1. Op de procedure ter voorbereiding, stemming, en de vaststelling en bekendmaking van de uitslag van het referendum zijn de hoofdstukken E, paragrafen 2 en 4, J, L, N, paragraaf 1, en P, paragrafen 1 en 4, van de Kieswet van overeenkomstige toepassing, voor zover bij deze verordening niet anders is bepaald. Artikel 11. Uitslag 1. Het centraal stembureau berekent de uitslag van het referendum en geeft aan hoeveel stemmen voor en tegen het ontwerp raadsbesluit zijn uitgebracht alsmede het aantal blanco en ongeldige stemmen en het aantal stemmen bij volmacht. Het centraal stembureau stelt vast of een meerderheid voor dan wel tegen het ontwerp raadsbesluit heeft gestemd waarbij blanco en ongeldige stemmen buiten beschouwing worden gelaten. 2. Het centraal stembureau brengt de uitslag over aan de raad, vergezeld van het proces verbaal, en maakt beide onverwijld bekend op een algemeen toegankelijke wijze. 3. In geval van een meerkeuze referendum op initiatief van de raad wordt de stemverdeling over de keuzemogelijkheden als referendum uitspraak vastgesteld en bekendgemaakt op een algemeen toegankelijke wijze. 4.
De raad doet op basis van het door het centraal stembureau vastgestelde procesverbaal een uitspraak over of de stemming op wettige wijze is geschied.
Artikel 12. Strafbepaling 1. Met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie wordt gestraft degene die: a. Stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen namaakt of vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; b. Stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen die hij zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken; c. Stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen voorhanden heeft met het oogmerk om deze wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; d. Als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is overleden; e. Bij een referendum door gift of belofte een kiesgerechtigde omkoopt om volmacht te geven tot het uitbrengen van zijn stem; e. Stelselmatig personen aanspreekt of anderszins persoonlijk benadert ten einde hen te bewegen het formulier op hun oproepingskaart, bestemd voor het stemmen bij volmacht, te ondertekenen en deze kaart af te geven. Artikel 13. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van haar bekendmaking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Referendumverordening Gemeente Medemblik 2023