CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

01 DOC-23-647691 - Leidraad Inrichting Openbare Ruimte gemeente Medemblik 2023.pdf

Gemeenteraad 20 april 2023, gemeente MedemblikBij agendapunt: Leidraad Inrichting Openbare Ruimte gemeente Medemblik 2023 (LIOR) (pfh. H. Nederpelt)20.872 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Objecten Nabij inritten geen objecten plaatsen.

Principeprofiel of –detail Zie Bijlage 7 Principeprofielen en details

Figuur 8 inritconstructie. Locatie: Balkweiterhoek Zwaagdijk-West

Materiaal •

Het straatmateriaal van de trottoirs doortrekken zodat duidelijk is dat de voetganger voorrang heeft. Ter plaatste van de inrit gebruik maken van 30 x 30 x 8 cm of 30 x 15 x 8 cm tegel

LIOR Medemblik 2023 0 – pagina 33 van 94

Parkeren Van toepassing zijnde publicaties -

ASVV 2021; Handboek Toekomstbestendig Parkeren CROW nr. 381.

Toepassing • •

Parkeervoorzieningen voornamelijk binnen de bebouwde kom; Parkeren langs wegen buiten de bebouwde kom zo veel mogelijk voorkomen.

Inrichting Algemeen • Parkeervakken direct grenzend aan groenvoorzieningen voorzien van een betonband (l x b x h) 100 x 40 x 25 cm (passend op een 13/15 of 18/20 band), of gebruikmaken van uitstaptegels van 40 x 60 x 6 cm of zoals in Figuur 9 gebruikmaken van 30x30x8 cm betontegel met opsluitband; • Bij voorkeur afwatering naar de rijweg; • In het kader van de klimaatadaptatie kan afwateren naar een groenvak door middel van een verlaagde band ook, mits de beplanting hier geschikt voor is. Pas dan plantensoorten toe die (tijdelijk) in water kunnen staan; • In het kader van klimaatadaptatie kan een parkeervak ook worden voorzien van waterdoorlatende verharding, mits een voldoende infiltrerende werking van de grond wordt aangetoond met een berekening gebruikmakend van de juiste K-waarde.

Figuur 9 haaks parkeervak naast openbaar groen, met uitstapstrook en bochtband r = 0,5

Langsparkeren • Maatvoering langsparkeervakken minimaal 2,10 x 6,00 m; • Uitgangspunt is geen vakmarkering toepassen; • De uiteinden onder een hoek van 45 ° aanleggen.

LIOR Medemblik 2023 4.5 Parkeren – pagina 34 van 94

Haaks parkeren • Maatvoering haaks parkeervak minimaal 2,50 x 5,00 m; • Diepte rijweg plus parkeervak minimaal 11,00 m; • Bij het eerste en laatste vak in de rij, de hoek van rijweg en parkeervak voorzien van een bochtband (r = 0,5); • De afstand tussen een gebouw/schutting/erfgrens en een haaks parkeervak dient minimaal 0,60 m (excl. band) te zijn; • Bij voorkeur geen biggenruggen (stootbanden) toepassen in verband met ophoping van vuil dat moeilijk te verwijderen is met een veegwagen.

Figuur 10 langsparkeervak betonstraatsteen antraciet, elleboogverband, uiteinden in een hoek van 45 ° aangelegd.

Schuinparkeren • Breedte schuinparkeervak minimaal 2,50 m; • Lengte parkeervak, gemeten van kant eind rijbaan tot kant einde parkeerstrook: bij 30 ° minimaal 4,20 m; bij 45 ° minimaal 4,85 m; bij 60 ° minimaal 5,15 m; • Zie de ASVV voor de verdere randvoorwaarden.

Figuur 11, haaks parkeervak betonstraatsteen antraciet, ellenboogverband, markering ingestraat

Materiaal Standaard inrichting • Betonstraatstenen keiformaat of dikformaat; • Kleur antraciet; • Elleboogverband met omlijsting van grijze betonstraatstenen of witte markering; • Markering instraten met witte betonstraatstenen;

LIOR Medemblik 2023 4.5 Parkeren – pagina 35 van 94

•

Invegen met zand voor zandbed.

Klinkerverharding (zie 0, Locaties met afwijkende inrichting voor waar dit wordt toegepast) • Keiformaat of dikformaat; • Elleboogverband; • Kleur in overleg; • Invegen met moraine split 2/6 en brekerzand.

Objecten Elektrische oplaadpalen voor auto’s • Minimaal 2,5% van de parkeervakken in een (nieuwbouw)wijk dienen te kunnen worden voorzien van elektrische oplaadpalen. • Bij het ontwerpen dient daarom bovengronds en ondergronds ruimte te worden gereserveerd. • Zie 0Bebording voor bebording.

Toegankelijkheid

•

•

gehandicaptenparkeerplaatsen worden zo dicht mogelijk bij de hoofdingang van het betreffende flatgebouw, appartementencomplex of soortgelijke voorziening aangewezen. Bij meerdere parkeervakken naast elkaar worden altijd de buitenste vakken als gehandicaptenparkeerplaats aangewezen.

Uitgezonderd zijn gehandicaptenparkeerplaatsen bij: Recreatieve wandelpaden (bijvoorbeeld “boerenlandpaden”) die niet toegankelijk zijn voor mindervaliden; Niet openbare gebouwen. Maatvoering: Breedte: 3,50 m of 3,00 m, bij vrije uitstapstrook naast parkeervak Lengte: ≥ 6,00m of 7,50 m, indien achter wordt in- en uitgestapt

Principeprofiel of -detail Zie Bijlage 7 Principeprofielen en details.

Gehandicaptenparkeerplaatsen conform CROW publicatie 381: • Op parkeerterreinen met openbare functies zoals het gemeentehuis en een bibliotheek, etc. dient minimaal 5% van het parkeerterrein te bestaan uit algemene gehandicaptenparkeerplaatsen. • Bij parkeerterreinen voor overige functies met minimaal 50 parkeerplaatsen dient minimaal 2% te bestaan uit algemene gehandicaptenparkeerplaatsen. • Voor in de straat parkeren geldt geen minimumaantal algemene gehandicaptenparkeerplaatsen. Als toevoeging op de CROW publicaties over de toegankelijkheid van de openbare ruimte is de beleidsregel gehandicaptenparkeerplaatsen 2014 van de gemeente Medemblik van toepassing. Hierin staat onder andere:

LIOR Medemblik 2023 4.5 Parkeren – pagina 36 van 94

Schoolzones Van toepassing zijnde publicaties: - CROW-richtlijnen voor de bebakening en markering van wegen

• • • •

• Gemeente Medemblik heeft geen beleid voor het standaard inrichten van gebieden rond scholen. In deze paragraaf worden mogelijke maatregelen voor het inrichten van schoolzones genoemd. De maatregelen zorgen ervoor dat kinderen veilig van en naar school kunnen gaan. Het is niet alleen bedoeld voor het passerend verkeer, maar ook voor ouders die hun kind komen ophalen en wegbrengen.

Verduidelijken en regelen van voorrang; Aparte fietsvoorziening, zoals fiets(suggestie)stroken of fietspaden; Fietsstallingsmogelijkheden; Aanduiden van parkeerruimte, parkeren reguleren door bijvoorbeeld een (periodiek) parkeerverbod of parkeerduurbeperking; Fysiek tegengaan van foutief parkeren.

Objecten •

Een accentpaal kan geplaatst worden om de oplettendheid extra te verhogen.

Toepassing Een schoolzone is maatwerk en daardoor is elke schoolzone uniek. Bij het bepalen van het toepassen van één of meer maatregelen is van belang stil te staan bij het volgende. De situatie voor een school is vaak onoverzichtelijk. Dit wordt veroorzaakt door de hoeveelheid verkeer en diversiteit. Men ziet van alles tegelijk gebeuren; auto’s die in en uit parkeren, fietsers, overstekende kinderen. Dit lijkt allemaal erg gevaarlijk. De onoverzichtelijke situatie, die ook zo wordt ervaren door passanten, zorgt er namelijk voor dat iedereen goed oplet en zijn of haar snelheid aanpast.

Inrichting Een schoolzone bestaat uit een aantal van ondergenoemde maatregelen. • De adviessnelheid verlagen tot 15km/uur; • De tekst ‘school’ of ‘schoolzone’ komt over de volle breedte van het wegdek met bijbehorende bebording; • Snelheidsremmende maatregelen, zoals verhogingen, versmallingen en belijning, met name bij oversteeklocaties; • Attentieverhogende maatregelen bij oversteeklocaties, zoals kanalisatiestrepen, opvallende tegels en waarschuwingsborden; • Een ‘kiss and ride’ parkeerplek zonder vakindeling;

Figuur 12 Accentpaal voor bij schoolzone (Julie, 2022)

Toegankelijkheid -

Streven naar logische routes voor verbindingen naar scholen en andere belangrijke voorzieningen (fietspaden en trottoirs). Zie ook hoofdstuk 6 Wandelinfrastructuur.

LIOR Medemblik 2023 4.6 Schoolzones – pagina 37 van 94

Voetgangersoversteekplaatsen (VOP) Van toepassing zijnde publicaties -

CROW 226 ‘Veilig oversteken? Vanzelfsprekend!’ 2006; ASVV 2021.

Een voetgangeroversteekplaats (VOP) vormt een onmisbaar element in looproutes van voetgangers. Het verbindt voetpaden en trottoirs met elkaar. Vooral kwetsbare voetgangers (ouderen, gehandicapten, kinderen) hebben behoefte aan veilige oversteekvoorzieningen.

Figuur 13 Schoolzone met tekst 'school', totempalen en waarschuwingsborden met adviessnelheid 15km/uur

De volgende uitgangspunten gelden voor VOP’s: • De oversteekbaarheid van wegverkeersaders moet goed zijn (logische plek, goed overzicht, korte oversteek); • Bij voorkeur geen VOP-voorziening toepassen in een 30 km/uurzone, uitgezonderd bijvoorbeeld bij scholen of winkelcentra.

Toepassing Het aanleggen van een VOP is altijd maatwerk. Als een VOP bijvoorbeeld wordt aangelegd op een plek waar te weinig voetgangers oversteken of waar weinig overzicht is, kan de VOP voor schijnveiligheid zorgen. Het al dan niet toepassen van een VOP hangt af van een aantal aspecten: • Het wegvak of kruispunt; • Afstand tot een kruispunt; • Maximumsnelheid gemotoriseerd verkeer; • Intensiteit gemotoriseerd verkeer; • Intensiteit voetgangers, incl. kwetsbare doelgroepen; • Aanwezigheid en voorrang van parallelle fietsoversteek; • Mogelijkheid tot realisatie VOP conform richtlijnen. De CROW heeft een tool ontwikkeld om een weloverwogen keuze te maken ten aanzien van VOP’s. Deze tool heet ‘de Oversteekwijzer’. De

LIOR Medemblik 2023 4.7 Voetgangersoversteekplaatsen (VOP) – pagina 38 van 94

webtool is beschikbaar in de digitale CROW-kennismodule Wegontwerp Bibeko met ASVV.

Toegankelijkheid •

Aan de hand van een aantal eenvoudige stappen komt de tool tot het juiste type oversteekvoorziening voor de situatie. Dat kan een van de volgende types zijn: • Ongelijkvloerse oversteek; • Verkeerslicht of geregelde oversteekplaats (GOP); • Voorrang: zebramarkering; • Geen voorrang: oversteekvoorziening, maar geen zebramarkering (door middel van kanalisatiestrepen); • Geen voorziening: oversteken mogelijk zonder voorziening; • Ongewenst: oversteken niet mogelijk maken / ontmoedigen.

Voor kinderwagens en rolstoelen een logische route vormen met behulp van op- en afritjes.

Inrichting Hier wordt de VOP met zebramarkering toegelicht. De inrichting voor een VOP met voorrang door middel van een zebramarkering is als volgt: • De zebramarkering wordt dwars op de weg aangebracht; • De zebramarkering is minimaal 4,00 m breed; • De markering bestaat uit witte strepen; • De witte strepen en tussenliggende ruimte zijn 0,40 m tot 0,60 m breed; • Bord L02 altijd plaatsen bij de zebramarkering; • Snelheidsremmende en /of attentieverhogende maatregelen toepassen op plaatsen waar veel wordt overgestoken; • De VOP met voorrang met zebramarkering wordt alleen toegepast op wegen binnen de bebouwde kom. Een VOP met voorrang door middel van zebramarkering heeft een juridische status: bestuurders zijn daar verplicht voetgangers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig voor te laten gaan.

LIOR Medemblik 2023 4.7 Voetgangersoversteekplaatsen (VOP) – pagina 39 van 94

Overige verkeersvoorzieningen Verkeersvoorzieningen

Verkeersremmende maatregelen Drempels en plateaus •

Rotondes •

•

Technische eisen volgens CROW-publicaties: ‘Fietsoversteken op rotondes’, ‘Turborotondes’, ‘Eenheid in rotondes’, ontwerprichtlijnen ASVV 2021; Prefab rotonde-elementen toepassen.

Vrachtverkeer • • •

Streven naar laden en lossen op eigen terrein (Verordening fysieke leefomgeving); Waar nodig laad- en losvoorzieningen realiseren (niet op de rijbaan); Reguleren van parkeren vrachtverkeer.

Bebording •

• • • •

Technische eisen volgens de normen van CROW-kennismodule ‘Verkeerstekens (toepassing, plaatsing en uitvoering)’. Uitgangspunt is de hoogste klasse; Bebording bij voorkeur aan lichtmasten; Straatnaamborden bij voorkeur aan lichtmasten, vlak of vlaggend met pijl; Bebording BIBEKO op een hoogte van 2,20 m bevestigen; Bebording BUBEKO op een hoogte van 1,20 m bevestigen.

• • • • •

Technische eisen volgens CROW-normen uit publicatie 344 ‘Richtlijn drempels, plateaus en uitritten’; Drempels uitvoeren in zelfde materiaal als omliggende verharding; Elleboogverband of keperverband; Maximale afstand tussen snelheidsremmers 50,00 m; Bij wegen boven de 60 km/u geen verhogingen toepassen; Op calamiteitenroutes bij voorkeur geen verkeersremmende maatregelen toepassen.

Verkeersgeleiders • • • •

Technische eisen volgens de CROW-normen; Groene invulling bij middengeleiders breder dan 1,20 m of groter dan 5,00 m2; Afschot 5 %; Indien verhard, dan onkruidwerende constructie.

Verkeerskundige obstakels Afzetpalen • • • • • • • • •

Bij voorkeur uitneembaar; Bij voorkeur aangelicht door openbare verlichting; Bij voorkeur ingeleid door markering; Afzetpalen op fietspaden inleiden met markering; Retro reflecterende recyclepaal met diamantkop; Lengte 140 cm, dikte 14 cm; 60 cm ondergronds aanbrengen; Materiaalkleur zwart; KOMO gecertificeerd product toepassen.

LIOR Medemblik 2023 4.8 Overige verkeersvoorzieningen – pagina 40 van 94

Schampblokken, stootbanden en halve/hele bollen • • •

Maatvoering afhankelijk van het ontwerp; Materiaalkleur grijs; KOMO gecertificeerd product toepassen.

Openbaar vervoer Van toepassing zijnde publicaties -

CROW 233 – Handboek halteplaatsen + addendum mei 2010; “Haltetoegankelijkheid” – informatiemap van provincie Noord-Holland.

Inrichting bushaltes Bushaltes inrichten volgens standaardontwerpen opgesteld door de provincie Noord-Holland.

Objecten Het plaatsen van voorzieningen bij OV-haltes wordt per situatie afzonderlijk bekeken en afgewogen, in overleg met beheerders van de Provincie.

LIOR Medemblik 2023 4.9 Openbaar vervoer – pagina 41 van 94

5 Fietsinfrastructuur Netwerk

Zie Figuur 14 Regionaal toekomstbeeld Fiets Noord-Holland voor de wegen en fietspaden die onderdeel uitmaken van het Regionale Fietsnetwerk. Het is belangrijk het fietsverkeer te bevorderen door snelle en veilige verbindingen met comfortabele verharding.

LIOR Medemblik 2023 5.1 Netwerk – pagina 42 van 94

Figuur 14 Regionaal toekomstbeeld Fiets Noord-Holland (Royal HaskoningDHV, 2021)

LIOR Medemblik 2023 5.1 Netwerk – pagina 43 van 94

Fietspaden Van toepassing zijnde publicaties -

ASVV 2021.

Toepassing -

-

Streven naar tweezijdig gelegen fietspaden; Bij hoofdwegen streven naar vrijliggende fietspaden. Als dit niet mogelijk is kiezen voor aanliggende fietspaden of fietsstroken; Het toepassen van fietspaden op 30- en 60 km/uur-wegen is afhankelijk van de intensiteit van het fiets- en autoverkeer, en de maximum snelheid; Vrije hoogte boven fietspad is minimaal 2,50 m.

Inrichting Vrijliggend fietspad (tweerichtingsverkeer) Breedte minimaal 3,50 m, voorkeur 4,00 m; Voorzien van een (onderbroken) asmarkering; Bij kruisingen, bochten etc., voorzien van een kantmarkering; Bij kruisingen bibeko uitbuigen met een ruimte van minimaal 5,00 m tussen zijkant weg en fietspad; Bij kruisingen bubeko uitbuigen met een ruimte van minimaal 6,00 m tussen zijkant weg en fietspad. Vrijliggend fietspad (eenrichtingsverkeer) Minimale breedte 2,00 m; Bij kruisingen, bochten etc., voorzien van een kantmarkering; Bij kruisingen bibeko uitbuigen met een ruimte van minimaal 5,00 m tussen zijkant weg en fietspad; Bij kruisingen bubeko uitbuigen met een ruimte van minimaal 6,00 m tussen zijkant weg en fietspad.

Aanliggend fietspad Breedte minimaal 2,00 m. Fietsstrook en (fiets)suggestiestrook; Breedte minimaal 1,70 m, excl. belijning. Een fietsstrook heeft in tegenstelling tot een (fiets)suggestiestrook een markering van een fietssymbool. Een fietsstrook heeft een juridische status. Hier mag in principe geen overig verkeer rijden en stoppen. Een (fiets)suggestiestrook heeft geen juridische status en geeft enkel de plaats waar de fietser op de weg hoort aan.

Materiaal Vrijliggend fietspad Fietspad bij voorkeur in asfalt uitvoeren Kleur zwart; Bij kruisingen en attentiepunten asfalt met blank bitumen, rode steenslag, kleurstof tilrood, afgestrooid met rode steenslag. Fietspad van betontegels Betontegels maat 30 x 30 x 6 cm; Bij inritten met zwaar verkeer 30 x 15 x 8 cm tegels, toepassen of betonstraatstenen; Kleur Engels rood; Halfsteensverband; Betontegels splintervrij en met klein facet; Invegen met zand voor zandbed. Fietsstroken en (fiets)suggestiestroken Asfalt kleur rood Cloburn (Samenstelling: AC 11 surf, steenslag Cloburn, zwarte bitumen, 4,5% ijzeroxide. Mengseleigenschappen: DL-B); Fietsstrookmarkering van fietssymbool, om de (maximaal) 100 m herhalen, (fiets)suggestiestrook geen markering van fietssymbool; Symbolen aanbrengen met thermoplast. Indien er kans is op trillingsschade, symbolen aanbrengen met verf of veluroute.

LIOR Medemblik 2023 5.2 Fietspaden – pagina 44 van 94

Opsluitingen Opsluitband 10 x 20 cm; Geleideband tussen fiets- en voetpaden: 3/8 x 20 cm; Geleideband tussen fietspad en rijbaan: 6/12 x 20 cm; Straten in straatzand.

Uitzonderingen Agrarisch gebied In het agrarisch gebied buiten de bebouwde kom is het afhankelijk van de intensiteit van het fiets- en autoverkeer en de maximumsnelheid of (vrijliggende) fietspaden worden aangelegd. Op fietsroutes moeten snelle en veilige verbindingen gerealiseerd worden. Hoofdwegen Bij hoofdwegen altijd streven naar vrijliggende fietspaden. In tegenstelling tot de voorkeur voor vrijliggende fietspaden.

Fietsparkeren Van toepassing zijnde publicaties - Fietsparkeerkencijfers CROW (2019)

Toepassing In de fietsparkeerkencijfers van het CROW is een richtlijn voor het aantal te realiseren fietsparkeerplekken per voorzieningstype te vinden (CROW, 2019).

Inrichting -

Voldoende fietsparkeerplekken in aantal volgens de fietsparkeerkencijfers van het CROW; Goede situering, niet in looproute of voor ingangen; Kwalitatief goed, sterk genoeg om fiets aan vast te maken; Sociaal veilig, op een verlichte locatie in het zicht.

Objecten Fietsnietjes bij voorzieningen (kort parkeren) en fietsstandaard bij lang parkeren. Fietsnietje Model: Falco RVS fietsaanleunbeugel met tussenstang; Lengte 90 cm, hoogte 90 cm; Betonnen voet van aangestort beton, 30 x 30 cm; Fietsstandaard Velopa Tulip.

LIOR Medemblik 2023 5.3 Fietsparkeren – pagina 45 van 94

6 Wandelinfrastructuur

Netwerk

Zie 4.7 voor Voetgangersoversteekplaatsen.

Figuur 15 Wandelnetwerk in gemeente Medemblik (Wandelnetwerk Noord-Holland, 2022)

LIOR Medemblik 2023 6.1 Netwerk – pagina 46 van 94

Wandelpaden Van toepassing zijnde publicaties -

Dimensionering van trottoirafritten, ASVV 2021 14.1.4.

Toepassing -

Voetgangersverkeer bevorderen door snelle en veilige verbindingen met comfortabele verharding; Alle verkeerssituaties waar voetgangers worden geacht gebruik van te maken, voorzien van trottoirs; Langs rijwoningen altijd een voetpad toepassen; Bibeko minimaal aan één zijde van de weg een voetpad toepassen.

Inrichting Voetpaden Verhoogd trottoir; Vrije hoogte boven voetpad minimaal 2,50 m; Bij voorkeur 2,40 m breed excl. band; Indien nutstracé onder voetpad ligt, minimaal 2,40 m breed excl. band; Minimaal 1,80 m breed op route voor mindervaliden; Minimaal 1,20 m breed buiten route voor mindervaliden; Incidentele vernauwingen minimaal 0,90 m breed; Profiel op één oor, afschot 1,5 %, niet afwateren naar privéterrein.

Figuur 16 incidentele vernauwing

Materiaal Standaad trottoir Betontegel; Kleur grijs; Afmetingen: 30 x 30 x 4,5 cm; Ter plaatse van inritten en langs plateaus: 30 x 30 x 8 cm; Pastegels standaard 30 x 15 x 4,5 cm; Vellingkant 0,4 cm; Halfsteensverband. Trottoir van gebakken klinkers (zie 1.5 Locaties met afwijkende inrichting, voor waar dit wordt toegepast) Afmetingen: waalformaat of dikformaat; Halfsteensverband; Kleur in overleg; Invegen met moraine split 2/6 en brekerzand. Trottoir/wandelpad in halfverharding (zie 1.5 Locaties met afwijkende inrichting, voor waar dit wordt toegepast) Geen standaard materiaal; Laagdikte minimaal 7 cm, maximaal 10 cm; Materiaal met onkruidwerende eigenschappen. Het CROW heeft ontwerpvoorbeelden voor onkruidwerende halfverhardingen;

LIOR Medemblik 2023 6.2 Wandelpaden – pagina 47 van 94

-

-

Aanbrengen op een waterdoorlatende funderingsconstructie. Bij voorkeur op puinfundatie (korrelgrootte 0-3 cm), puin (1015 cm); Bij keuze voor halfverharding rekening houden met toegankelijkheid en onderhoud.

Opsluitbanden Beton; Kleur grijs; Afmetingen: 10 x 20 cm; Hoogteverschil tussen bovenkant verharding en bovenkant opsluitband maximaal 2 cm; Instraten in straatzand.

Op- en afritjes Voor kinderwagens en rolstoelen een logische route vormen met behulp van op- en afritjes; Breedte op-/afrit: 1,50 m; Inritperronband 13/15 x 25 x 75 cm of 18/20 x 25 x 80 cm toepassen; Bij te weinig ruimte kan een verlaagde band ook. Objecten Looplijnen en zichtlijnen vrijhouden van objecten.

Zie ook 4.7 Voetganergsoversteekplaatsen.

Trottoirbanden Beton; Kleur grijs; Bij 30 km/uur-weg: 13/15 x 25 cm; Bij 50 km/uur: 18/20 x 25 cm; Bij elementverharding instraten in straatzand; Bij asfaltverharding in een bed van gestabiliseerd zand.

Toegankelijkheid Halfverharding Indien paden van halfverharding worden aangelegd, moet er een begaanbare (verharde) route voor rolstoelgebruikers aanwezig zijn of worden gemaakt. Geleidelijn Toepassen bij VOP met VRI, steunpunt, grote open ruimtes of drukke locaties; Breedte 60 cm (2 rijen 30 x 30 x 6 cm geleidetegels); Kleur wit; Niet in metaal uitvoeren i.v.m. gladheid; Straatverband: halfsteensverband, in bochten lintverband; Invegen met zand voor zandbed.

LIOR Medemblik 2023 6.2 Wandelpaden – pagina 48 van 94

Beschoeiingen

7 Waterinfrastructuur Duurzame uitgangspunten watergangen -

Materiaal (gerecycled) kunststof; Natuurinclusieve maatregelen (vissen, kleine zoogdieren).

-

Materiaal (gerecycled) kunststof; Houten beschoeiing in beschermde dorpsgezichten; Zorgen voor voorzieningen zodat dieren het water kunnen verlaten; Diepte plasbermen maximaal 0,30 m i.v.m. veiligheid.

Vaarwater De waterinfrastructuur in Medemblik is met name bedoeld voor afwateringen van terreinen en percelen. Een klein gedeelte van de watergangen in Medemblik is aangemerkt als (recreatief) vaarwater. Deze vaarwegen zijn aangegeven in het beleidsdocumenten varen.

-

Nieuwe wijken aan water dienen aangesloten te worden op het bestaand vaarpeil (-2.20m N.A.P.); De afmetingen van watergangen dienen te voldoen aan de onderhoudseisen in de keur van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

Slootprofielen Belangrijkste eis: voldoen aan de eisen van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. -

-

-

Taluds 2:3 tot 1:2. Dit in verband met maaiwerkzaamheden en ook de veiligheid; Breedte op de waterlijn minimaal 6,00 m obstakelvrij. Dit in verband met varend onderhoud door het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier; Waterdiepte moet voldoen aan de keur van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier; Oever minimaal 4,00 m obstakelvrij in verband met berijdbaarheid onderhoudsmaterieel bij machinaal onderhoud (kraan, trekker); Indien er bomen in de oever worden geplaatst, dan minimaal 10,00 m uit elkaar plaatsen.

Vaarvoorzieningen Om het vaarwater bereikbaar te maken, worden op strategische locaties vaarvoorzieningen zoals een trailerhelling, alsmede steigers gerealiseerd. Het realiseren van vaarvoorzieningen is maatwerk en wordt per project bepaald. Voor een trailerhelling gelden de volgende uitgangspunten: De locatie van de trailerhelling dient met een auto met trailer goed bereikbaar en toegankelijk te zijn. Zorg voor voldoende manoeuvreerruimte voor een auto met trailer bij de helling. De minimale breedte van een trailerhelling voor kleine recreatieve vaartuigen als een visboot dient 4 á 4,5 meter te zijn in de meest ideale situatie heeft de trailerhelling een ‘aanrijhoek’ naar het water van 1:8 tot 1:10. Het wegdek van de trailerhelling moet van materiaal worden gemaakt waar de autobanden goed grip op hebben. Zie voor meer informatie Sportvisserij Nederland (Informatieblad Aanleg Trailerhelling)).

LIOR Medemblik 2023 7.1 Slootprofielen – pagina 49 van 94

Voor kajak steigers gelden de volgende uitgangspunten: Een uitstaphoogte van circa 20cm boven het water; Geen uitstekende bouten en schroeven om krassen aan boot of kajak te voorkomen; De kajak moet tijdens het in- en uitstappen niet onder een steiger kunnen schieten; Voor een kajak is een stukje van 1m1 in principe al voldoende, mits er geen planten en struiken uit de walkant steken in verband met lengte kajak tot circa 6m1; kan worden gecombineerd met een steiger voor bootjes, door middel van een verlaagd stukje ernaast voor kajaks.

Natuurvriendelijk oevers -

Talud minimaal 1:5; Geen geotextiel toepassen (i.v.m. microplastics); Lokale beplanting uit de omgeving gebruiken (geen plantmatten); Bij voorkeur op het zuiden gericht (dus noordkant sloot); Bij het toepassen van een plasberm, dient de slootdiepte minimaal 0,50 m te zijn.

LIOR Medemblik 2023 7.5 Natuurvriendelijk oevers – pagina 50 van 94

Ontwerpeisen kunstwerken

8 Kunstwerken Duurzame uitgangspunten kunstwerken -

-

Rekening houden met de criteria duurzame inkoop voor kunstwerken; Alleen hout met FSC keurmerk toepassen; Ontwerplevensduur: Houten bruggen: > 25 jaar; Betonnen bruggen: > 50 jaar; Stuwen: > 50 jaar; Alle toe te passen bevestigingsmaterialen zijn uitgevoerd in duurzaam en klimaatbestendig materiaal, bijvoorbeeld RVS; Materiaal voetgangers- en fietsersbruggen bij voorkeur composiet of hybride (stalen ligger met composiet dek); Waar mogelijk slanke bruggen toepassen; Indien mogelijk oude brugdek hergebruiken; Indien mogelijk beton hergebruiken; Uitlogende of milieubelastende materialen zijn niet toegestaan.

-

-

-

-

-

Kunstwerken Algemeen -

-

-

Voor nieuw aan te leggen of te vervangen kunstwerken wordt door de beherende afdeling een projectgebonden programma van eisen opgesteld, op basis van de LIOR; Het ontwerp ter goedkeuring voorleggen aan de specialist kunstwerken van het team Vastgoed & Grondzaken, en aan een medewerker vergunningen van het team Omgevingszaken; Voor de meeste reconstructies en te realiseren kunstwerken is een omgevingsvergunning en een watervergunning nodig.

-

-

-

-

Houdt bij het ontwerp rekening met gebruik door mindervaliden; Leuningen standaard in RAL 9010 uitvoeren, tenzij het te vervangen/vernieuwen kunstwerk een andere kleur leuning had; Vastgesteld moet worden: Aan welke verkeersklasse het kunstwerk moet voldoen; Of het kunstwerk toegankelijk moet zijn voor hulpdiensten; Of het kunstwerk toegankelijk moet zijn voor gladheidsbestrijdingsmaterieel. Op vaarroutes bedraagt de doorvaarthoogte minimaal 1,50 m ten opzichte van het hoogste waterpeil over een minimale breedte van 3,00 m (zie bestemmingsplan). Dit geldt voor bruggen en duikers; Fietsbruggen in doorgaande (hoofd)routes moeten toegankelijk zijn voor gladheidsbestrijdingsmaterieel (bruggen buiten hoofdroutes worden handmatig gestrooid); Indien de brug toegankelijk moet zijn voor autoverkeer/hulpdiensten moet worden aangetoond dat de brug en de aansluitende infrastructuur voldoende ruim gedimensioneerd zijn; Bij opgangen van bruggen en duikers beveiliging aanbrengen in de vorm van hekwerken en eventueel uitklimvoorzieningen; De dimensionering van (onderdelen) van bruggen inclusief fundering moet door middel van berekeningen worden onderbouwd. De funderingsmethode moet worden afgestemd op de ondergrond; Er dienen ter plaatste sonderingen genomen te worden om de draagkracht van de bodem t.b.v.

landhoofd en/of paalfunderingen te bepalen; Bruggen moeten goed toegankelijk, doorgankelijk en comfortabel te berijden zijn door fietsers en mindervaliden. Maximale helling conform ASVV 2021 of nieuwer (CROW, 2021); Voorkeur voor materiaal voetgangers- en fietsbruggen: composiet of hybride (stalen ligger met composiet dek); Onderhoudsarm ontwerpen;

LIOR Medemblik 2023 8.1 Kunstwerken Algemeen – pagina 51 van 94

-

-

-

De tekeningen zijn minimaal voorzien van een bovenaanzicht, zijaanzicht, langsdoorsnede, doorsnede ter plaatse van de jukken en de landhoofden, en de situering; De constructie ontwerpen volgens de meest recente NEN-normen en Eurocodes die er zijn voor: Betonnen bruggen; Stalen bruggen; Beweegbare constructies; Houten of composiet bruggen; Brugnummerplaatje aanbrengen op elke brug; Door een goede afwatering wordt plasvorming op het brugdek, uitspoeling van de taluds en ophoping van zout voorkomen; Gebruik bij het landhoofd overgangsplaten (stootplaten) ter voorkoming van zettingsprong;

-

-

Materiaalkeuze in overleg met het team Vastgoed & Grondzaken van de afdeling Ruimte en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier; Het benodigde doorstroomprofiel bepalen in overleg met het team Vastgoed & Grondzaken van de afdeling Ruimte en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Stuwen -

Nieuw te plaatsen stuwen dienen te voldoen aan de onderhoudseisen van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Bruggen Houten bruggen -

De detaillering moet zodanig zijn dat er geen water op kops hout kan blijven staan; Ter voorkoming van gladheid brugdekplanken voorzien van een slijtlaag.

Betonnen bruggen -

Waar mogelijk slanke bruggen toepassen; Aan beide zijden van de brug minimaal twee mantelbuizen instorten; Diameter mantelbuizen 10 cm en voorzien van een trekdraad.

Duikers -

Aan weerszijden van een betonnen uitstroomprofiel voorzien; Materiaalkeuze (beton, kunststof of staal) afhankelijk van de toe te passen afmetingen;

LIOR Medemblik 2023 8.3 Bruggen – pagina 52 van 94

9 Groen Duurzame uitgangspunten groenvoorzieningen -

-

-

Groenvakken verlaagd aanbrengen, zodat hemelwater kan toestromen en infiltreren (geldt niet voor boomspiegels). Hiervoor moet de waterdoorlatendheid van de bodem goed zijn of er moeten maatregelen voor getroffen worden; Ruimte voor geveltuinen (ontharden); Bodembedekkende vegetatie toepassen als preventief onkruidbeheer; Bij nieuwbouw aandacht voor voldoende groen op buurtniveau, conform de gemeentelijke Beleidskaders Openbaar Groen; Zoveel mogelijk inheemse beplanting gebruiken om biodiversiteit en productie van nectar te stimuleren.

-

-

-

-

Groen algemeen -

-

-

-

Houd bij ontwerp rekening met de sociale veiligheid, verkeersveiligheid en bereikbaarheid van de openbare ruimte tijdens onderhoud; Voorkom versnippering van kleine groenstrookjes, dit is onderhoudsintensief en slijtagegevoelig. Minimale afmetingen groenstrook: 1,50 m breed en 2,50 m lang; Voorkom illegaal grondgebruik door openbaar groen. Bij particulier groen grenzend aan openbaar groen een pad of erfafscheiding toepassen; Bij kruispunten en oversteekplaatsen rekening houden met het zicht van de weggebruikers; Geen beplanting of grondophogingen hoger dan 0,75 m in de uitzichthoeken van kruispunten; Geen opgaande heesters nabij kruispunten, overgangen of oversteken i.v.m. zichtbaarheid. Maximale hoogte op zichthoeken is 0,75 m;

-

-

Voorkom hittestress. Het openbaar groen draagt bij aan het voorkomen van hittestress. Hoe minder verhard oppervlak, des te minder warmte er wordt vastgehouden. Bij nieuwbouw: Het horizontale en verticale oppervlak wordt in samenhang met de groenblauwe structuren en ecosystemen in de bredere omgeving ingericht; Voldoende groen in de openbare ruimte op buurtniveau om hittestress tegen te gaan (conform de gemeentelijke Beleidskaders Openbaar Groen); Er wordt rekening gehouden met de ordegrootte van bomen (1e, 2e of 3e orde). Goedsluitende en bodembedekkende beplanting toepassen; Als het grondwerk van de plantplaats niet voldoet aan 51.06.01 volgens de RAW standaard bepalingen 2020, is bodemverbetering nodig; Tijdens de uitvoering van werkzaamheden zoals bouw- en woonrijp maken; Dient voorkomen te worden dat ongewenste kruiden zich gaan vestigen of zaaien in de nieuwe plantvakken. Dient verdichting van de ondergrond voorkomen te worden tijdens de bouwwerkzaamheden van de toekomstige plantvakken. Zorgen dat de ondergrond voldoende is los gemaakt na afloop van de werkzaamheden, zodat het water kan infiltreren en de wortels geen hinder ondervinden. Zorgen voor een goede bodemstructuur en bodemleven en behouden hiervan. Het aanleveren van een bemestingsadvies voor de groenvakken bij overdracht. Bij infiltratie velden aanleveren van K-waarden van de grond bij oplevering.

Houd bij de keuze van bermmengels en andere beplanting rekening met de belangen van de land- en tuinbouw en veeteelt, in de omgeving (betrek eventueel LTO); Indien mogelijk plantmateriaal kiezen dat bestand is tegen strooizout.

LIOR Medemblik 2023 9.1 Groen algemeen – pagina 53 van 94

Bermen, gras en gazons Ruig gras (bermen) -

-

Sortiment: bij aanleg kan worden gekozen voor spontane ontwikkeling of inzaaien; Spontane ontwikkeling alleen mogelijk in buitengebied of langs gebiedsontsluitingswegen; Samenstelling bermmengsels per locatie te bepalen (eventueel een kruidenmengsel). In het beheer aandacht voor ongewenste kruiden; Breedte bermen en grasstroken zonder bomen minimaal 2,00 m; Indien de berm te smal is voor een groenvoorziening (<1,00 m) kan worden gekozen voor een opvulling met een gesloten verharding; Breedte bermen en grasstroken met bomen minimaal 3,50 m; Afstand tussen obstakels in bermen minimaal 3,50 m; De grond wordt voor het inzaaien gefreesd tot een diepte van 0,15 m en indien nodig gespit (RAW 51.02.01-08); Indringingsweerstand van de grond bedraagt na aandrukken 1 tot 1,5 MPa tot een diepte van 0,75 m; Bij bermen ter plaatse van brievenbussen en afvalbakken het gras verstevigen met grasbetontegels.

Gras en gazons (bermen en grasvelden) -

-

-

Sortiment: Recreatief mengsel (type R1 of gelijkwaardig); Of gazonmengsel per locatie te bepalen. Bij droogtegevoelige locaties een droogtetolerant recreatiemengsel toevoegen dat is toegespitst op hardzwenkgras; Minimale afmetingen grasvlakken: Grasveld/gazon: 10 m2; Trapveld: 100 m2. Geen gazon toepassen op taluds steiler dan 1:5; Het aantal obstakels in het gazon zo laag mogelijk houden; Minimaal 2,50 m tussen obstakels; De grond voor het inzaaien vrezen tot een diepte van 0,15 m en indien nodig spitten (RAW 51.02.01-08); Bij bermen ter plaatse van brievenbussen en afvalbakken dient het gras verstevigd te worden met grasbetontegels; In parken, in kruidenrijke grasvlakken bij voorkeur stinsenplanten toepassen.

Onkruidbeheersing op verharding -

Zoveel mogelijk kiezen voor onkruidwerende voegvulling; Zoveel mogelijk gesloten verharding; Zo min mogelijk halfverharding, behalve als dit nodig is voor de klimaatadaptieve doelstellingen in het gebied.

LIOR Medemblik 2023 9.2 Bermen, gras en gazons – pagina 54 van 94

Beplanting Geveltuinen -

Maximaal 2 tegels breed; Omsloten door opsluitband of gekantelde tegels; Vrije doorloopruimte naast geveltuin minimaal 1,20 m.

-

-

Blokhagen -

Hagen in dubbele rij planten; Geen (blijvend) draadhek toepassen; Minimaal 0,80 m breed; Voorkeurshoogte maximaal 1,20 m.

Heesters en vaste planten Er is een onderscheid in sortiment van heesters en vaste planten in een hoogwaardige inrichting, basisinrichting en sobere inrichting. Er wordt een afwijkende inrichting toegepast bij enkele gebiedstypen, zie 1.5 Locaties met afwijkende inrichting. Er geldt een nazorgperiode van 3 jaar. Heesters en bodembedekkers algemeen Helling ondergrond maximaal 1:3; Minimale grootte beplantingsvakken: Heester groter dan 1,50 m: beplantingsvak minimaal 40,00 m2; Heesters kleiner dan 1,50 m: beplantingsvak minimaal 10,00 m2; Geen opgaande heesters nabij kruispunten, overgangen of oversteken i.v.m. zichtbaarheid. Maximale hoogte op zichthoeken is 0,75 m; Geen beplanting met doornen plaatsen langs fietspaden; Bij heesters altijd kiezen voor goedsluitende beplanting met zo mogelijk bodembedekkende eigenschappen;

-

Bij de plantafstanden uitgaan van de volgroeide situatie; Bladhoudende sortiment wordt altijd met kluit geplant; Bladverliezend sortiment kan, als het seizoen het toelaat, zonder kluit worden geplant; De eerste plantrij staat altijd minimaal 0,30 m uit de rand van het plantvak, afhankelijk van de uiteindelijke breedte van de plant; Plantvakken altijd 0,40 m tot 0,50 m loswerken en vrijmaken van puin en ander ongewenst materiaal; Bij alle beplantingstypen gebruik maken van een startbemesting.

Basisinrichting Bij de basisinrichting wordt gekozen voor een standaard sortiment, afwisselende beplanting voor biodiversiteit en het tegengaan van ziektes en plagen: Struikachtigen; Bosplantsoen: 75 % boomvormers; Bodembedekkers; Groen is bij een basisinrichting functioneel en toegevoegde waarde voor de biodiversiteit. Sierwaarde is minder van belang; Beplanting moet een gesloten beeld geven. Hoogwaardige inrichting Sortiment: Vaste planten (geen eenjarigen), minimaal 5,00 m2; Bol- en knolgewassen; Wisselperken, minimaal 2,00 m2; Struikachtigen; Bodembedekkers (inboetpercentage 10 %); Rozen; Bloembakken: eenjarigen toegestaan; Altijd kiezen voor soorten met een bijzondere sierwaarde. Aspecten van sierwaarde kunnen zijn: Bloeiwijze; Bladvorm; Bladkleur; Vruchten; Groeivorm;

LIOR Medemblik 2023 9.4 Beplanting – pagina 55 van 94

-

Bloembakken alleen toepassen in winkelgebieden.

Sober (gebiedsontsluitingswegen) Beplantingstypen: Struikachtigen; Bosplantsoen: Minimaal 75 % boomvormers; Bodembedekkers; Standaard sortiment; Beheerbaarheid van de beplanting is een eis bij een sobere inrichting; Beplanting moet zoveel mogelijk machinaal te onderhouden zijn. Ter plaatse van speelvoorzieningen is er een aantal specifieke eisen voor het groen, zie hoofdstuk 14 Speelvoorzieningen.

LIOR Medemblik 2023 9.4 Beplanting – pagina 56 van 94

10 Bomen Duurzame uitgangspunten bomen -

-

Groeiplaatsinrichting optimaliseren voor een zo lang mogelijke levensduur van de boom; Boomkeuze afstemmen op bodemvocht- en grondwaterhuishouding; Bestaande bomen handhaven zolang zij veilig zijn, boomtechnisch te behouden zijn en aan het bedoelde eindbeeld van de boom of boomstructuur voldoen; Pas ziekteresistente en klimaatrobuuste soorten toe; Kies voor boomsoorten die positief bijdragen aan de (bio)diversiteit van het bestaande bomenbestand; Pas circulaire boomsoorten toe, die bij einde levensduur hergebruikt kunnen worden in andere sectoren.

-

-

-

-

Boombescherming op bouwlocaties (Vereniging Stadswerk) en Handboek Bomen 2022 is van toepassing, zie Bomenposter Werken Rond Bomen (Norminstituut Bomen, 2022); Bomenlanen met uitval aanplanten met duurzame, inheemse boomsoorten (levensduur > 80 jaar); Geen kabels en leidingen aanbrengen binnen de kroonprojectie van bestaande bomen, het liefst 1,5 meter buiten de kroonprojectie; Bij nieuwe verhardingen boven de wortelzone van een boom geen gesloten verharding aanbrengen. Uitzonderingen alleen vanuit verkeerkundige eisen; Lichtmasten minimaal 5,00 m van stam plaatsen, afhankelijk van type boom; Inboetpercentage 5 %.

Bomenlijst Bomen Algemeen Boombeheer en aanleg vindt plaats volgende de richtlijnen in het Handboek Bomen 2022 (Norminstituut Bomen, 2022). -

Bomen (inclusief bestaande en te handhaven bomen) op schaal en met volgroeide kroondiameter intekenen op tekeningen; Opnemen zorgplicht (3 jaar) bij nieuwe bomen.

Bestaande bomen -

-

Bestaande bomen handhaven zolang zij veilig zijn, boomtechnisch te behouden zijn en aan het bedoelde eindbeeld van de boom of boomstructuur voldoen; Situaties met bestaande bomen in bermen zijn altijd maatwerk. De richtlijnen voor bermbreedtes zijn dan niet leidend;

Alle gemeentelijke bomen, dikker dan 20 cm gemeten op 1,30 m boven maaiveld, worden beschermd middels de Verordening Fysieke Leefomgeving. Dat betekent dat er een kapvergunning nodig is om deze bomen te kappen, en dat deze bomen extra aandacht moeten krijgen in het ontwerp. De monumentale bomenlijst is een nationale lijst opgesteld door de Bomenstichting. De raad van de gemeente Medemblik heeft daarnaast een lijst opgesteld met waardevolle bomen op particuliere grond, die op die manier bescherming genieten. Deze bomen en boomstructuren zijn waardevol voor de gemeenschap. Het kan bijvoorbeeld gaan om een markante boom of een boom van een zeldzame soort. Soms is een waardevolle boom ook een monumentale boom. De waardevolle bomenlijst is onderhevig aan veranderingen. Iedere vijf jaar wordt de lijst bijgewerkt en vastgesteld door de raad.

LIOR Medemblik 2023 10.1 Bomen Algemeen – pagina 57 van 94

Keuze boomsoort -

-

-

-

Boomsoorten selecteren afhankelijk van locatie: Woonwijk: levensduur 80 jaar; Park: levensduur 80 jaar en ouder; Kies voor boomsoorten die positief bijdragen aan de (bio)diversiteit van het bestaande bomenbestand; Pas een diversiteit aan bomen toe per kern en zelfs per straat. Monocultuur zorgt voor een hoger risico op ziektes en plagen. En de mogelijkheid om snel in te grijpen bij een ziekte of plaag wordt hier ook door ontnomen; Knotbomen toegestaan, andere vormbomen in overleg; Vruchtdragende bomen niet als straatboom, behalve vruchtzettende bomen; Vruchtdragende bomen alleen in bermen en beplantingsvakken; Bij parkeervakken bomen toepassen die geen vruchtvorming hebben; Geen luisgevoelige bomen bij of op parkeerterrein en wandelpaden in verband met druipen; Geen eiken bij speelvoorzieningen plaatsen i.v.m. eikenprocessierups; Eiken solitair zetten zodat ze minder vatbaar zijn voor eikenprocessierups of; Eiken daar toepassen waar biodiversiteit in de directe omgeving van de eiken wordt gewaarborgd. Dat zorgt voor natuurlijke vijanden van de rups en mot. Pas ziekteresistente en klimaatrobuuste soorten toe; Waar mogelijk een natuurlijk sortiment toepassen; Pas bomen toe die passen bij de lokale omstandigheden (bodem, vruchtbaarheid, vochthuishouding, grondwaterpeil, lichtsterkte).

Keuze boomformaat Is er beschikbare ruimte, boven en ondergronds? Het rekenprogramma ‘Boommonitor’ uit het Handboek Bomen 2022 berekent de maatvoering van de groeiplaats en benodigde doorwortelbare ruimte op basis van de

bodemsamenstelling, grondwaterhuishouding, boomgrootte en beoogde omlooptijd (Norminstituut Bomen, 2022).

Plantplaats en boomspiegels Plantplaats -

-

Oppervlakkig wortelende bomen niet in of nabij verharding toepassen i.v.m. wortelopdruk en kans op verdroging in de zomermaanden; Minimale afstand tussen de stam van de boom en de rijbaan: minimaal 0,5 x de kroondiameter bij volle wasdom; Minimale afstand tussen stam van boom en verkeersregelinstallatie: 10,00 m; Minimale afstand tussen stam van boom en kabels en leidingen: 2,50 m zonder beschermende maatregelen; Minimale afstand tussen stam van boom en kabels en leidingen: 1,50 m met beschermende maatregelen; Antiworteldoek of antiwortelscherm beperkt toepassen i.v.m. instabiliteit boom; Takvrije ruimte boven wegen: 4,50 m; Takvrije ruimte boven fiets- en voetpaden: 2,50 m; Boomroosters alleen in centrumgebieden toepassen; Bomen bij voorkeur situeren in gras of beplanting.

Boomspiegels -

-

Minimale afmetingen: Bomen 1e grootte: 2,50 x 2,50 m; Bomen 2e grootte: 2,00 x 2,00 m; Bomen 3e grootte: 1,50 x 1,50 m; Nieuwe bomen worden geplant met twee kniepalen en een gietrand; Indien een beluchtingsdrain wordt toegepast; Minimale doorsnede drain: 10-15 cm; Minimale afstand drain vanaf wortels: 25 cm;

LIOR Medemblik 2023 10.4 Keuze boomsoort – pagina 58 van 94

-

Boomspiegels in verhardingen voorzien van verhoogde band 10 x 20 cm; In boomspiegels groter dan 2 m2 bij voorkeur beplanting toepassen; Boomspiegels tussen parkeervakken voorzien van een halfronde geleideband, maat 5/20 x 20 cm; Bomen bij parkeervakken voorzien van een permanente boombescherming; Een plantplaats dient vrij te zijn van puin en overige ongewenste materialen.

-

Alleen onder fietspaden, trottoirs en parkeervakken waar geen vrachtverkeer kan komen toepassen; Niet toepassen onder gesloten verharding.

Bomengranulaat -

Kwaliteit volgens Handboek Bomen 2022 (Norminstituut Bomen, 2022); Opsluiten met worteldoek, horizontaal en verticaal, mits voldoende ondergrondse groeiplaats voor de boom; Alleen onder fietspaden, trottoirs en parkeervakken toepassen.

Materiaal Groeiplaatsinrichting voor een zo lang mogelijke levensduur van de boom. Onder rijbanen en parkeerstroken en dergelijke, toepassen van groeiplaatsconstructies indien niet aan plantplaatseisen voldaan kan worden. Bijvoorbeeld een boombunker of sandwichconstructie.

Bomengrond -

-

Uitgangspunt is bestaande grond gebruiken en deze indien nodig verbeteren met compost en andere mest en voedingstoffen toevoegen. Bestaande grond gebruiken is beter en duurzamer, minder transport van door aan en afvoeren grond. Indien het niet mogelijk is om bestaande grond te gebruiken kiezen voor toepassen van bomengrond, maar niet onder verhardingen. Bij toepassing van bomengrond kan de benodigde ondergrondse ruimte, zoals beschreven bij 10.5 Keuze boomformaat, gereduceerd worden met maximaal 50 %.

Bomenzand -

Kwaliteit volgens Handboek Bomen 2022 (Norminstituut Bomen, 2022); Opsluiten met worteldoek, horizontaal en verticaal, mits voldoende ondergrondse groeiplaats voor de boom.;

LIOR Medemblik 2023 10.7 Materiaal – pagina 59 van 94

11 Riolering Duurzame uitgangspunten hemelwater -

-

Voorkeursvolgorde verwerking hemelwater: vasthouden, bergen, afvoeren; Hemelwater scheiden van vuil water; Omgang met extreme neerslag: In bestaande openbare ruimte geen schade in/aan panden bij bui van 60 mm in een uur; Bij nieuwbouw idem bij bui van 70 mm in een uur; Op industrieterreinen wordt regenwater van daken op eigen terrein verwerkt.

Riolering algemeen Riolering is het totaal aan voorzieningen voor het ontvangen, verwerken en/of transporteren van afvalwater naar een bepaald punt. De verschillende afvalwaterstromen worden samen vaak met ‘stedelijk afvalwater’ aangeduid. Daaronder wordt afvalwater verstaan dat bestaat uit huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. De Wet milieubeheer regelt de zogenaamde ‘zorgplicht’ voor de inzameling van stedelijk afvalwater. Meestal wordt de zorgplicht ingevuld met een openbaar vuilwaterriool. Daarnaast kunnen voor inzameling van rioolwater ook andere passende systemen worden toegepast. De riolering heeft een nauwe relatie met klimaatadaptatie, vanwege de zorgplichten voor hemelwater (ivm wateroverlast) en grondwater (ivm droogte). Van oudsher was hemelwater een soort afvalwater waar we vanaf wilden. Onder invloed van klimaatverandering hebben we

toenemende aandacht voor het anders omgaan met hemelwater: vasthouden van water om droogte te voorkomen en tijdelijk bergen van water om wateroverlast bij extreme neerslag te voorkomen.

Rioleringswerken Algemene uitgangspunten -

-

-

Ontwerp zo mogelijk een vermaasd rioolstelsel; Openbare riolering bevindt zich in openbaar terrein met een marge van minimaal 3,00 m tot uitgeefbaar terrein; Vindt rioolvervanging of nieuwe aanleg plaats? Dan is een rioleringsplan nodig. De berekening voor de af te voeren hoeveelheden via het DWA- en HWA-riool en de wijze waarop behoeft de goedkeuring van de gemeente. De af te voeren hoeveelheden afvalwater moeten met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier worden afgestemd; Onderdeel van het rioleringsplan is een ontwateringsplan; Rioleringswerken in het droge uitvoeren; Om aan te sluiten op de (gemeentelijke) hoofdriolering dient de riolering op zodanige hoogte te worden ontworpen dat aansluiting door middel van vrij verval riolering kan plaatsvinden. Pas als dit niet mogelijk is kan de toepassing van rioolpompen worden overwogen; Voorzieningen treffen om zettingen op te vangen, zettingsstukken in standpijpen.

Vuilwater -

Aanleg stelsel van ondergrondse buizen voor inzameling en transport onder vrij verval naar een rioolgemaal; De inwendige diameter van de hoofdriolering van het vuilwaterriool volgt uit de hydraulische berekening, en is minimaal 200 mm (uitgezonderd persleidingen). Huisaansluitingen minimaal 125 mm.

LIOR Medemblik 2023 11.1 Riolering algemeen – pagina 60 van 94

Hemelwater -

-

-

-

-

-

-

-

Voorkeursvolgorde verwerking hemelwater: vasthouden, bergen, afvoeren. Pas als het niet lukt (of niet doelmatig is) om het afstromende hemelwater vast te houden of te bergen in het plangebied, is afvoeren een optie; Voor bergen hebben groene maatregelen (zoals wadi’s) voorkeur boven grijze maatregelen (zoals DT-riool, tijdelijke ondergrondse opslag); Bij herinrichtingsprojecten in bestaand gebied treedt er bij een regenbui van 60 mm in een uur geen schade aan/in gebouwen, infrastructuur en voorzieningen op; Bij nieuwbouwprojecten en inbreidingsplannen treedt er bij een regenbui van 70 mm in een uur geen schade aan/in gebouwen, infrastructuur en voorzieningen op ; Als hemelwater moet worden afgevoerd, dan via een hemelwaterstelsel van ondergrondse buizen onder vrij verval naar een lozingspunt, meestal open water; Water op straat wordt onder voorwaarden toegestaan. Toetsing water-op-straat: bij bui 09 Leidraad Riolering geen water op straat, waarbij waakhoogte van 10 cm wordt aangehouden (Stichting RioNed, 2019); Hemelwater op toekomstige particuliere percelen: hemelwater dient op het perceel zelf verwerkt te worden, of via het perceel af te voeren naar open water.

Als dit niet realistisch is, dan afvoeren naar gemeentegrond waar de gemeente het water kan overnemen; Op industrieterreinen wordt regenwater van daken op eigen terrein verwerkt; De inwendige diameter van de hoofdriolering van het hemelwaterriool volgt uit de hydraulische berekening, en is minimaal 250 mm (uitgezonderd persleidingen). Huisaansluitingen minimaal 125 mm.

Grondwater -

-

Om grondwateroverlast te voorkomen hanteert de gemeente een streefwaarde voor de maximale grondwaterstand (ontwateringsdiepte) ten opzichte van het (toekomstig) maaiveld. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten: Bebouwing - wonen en werken met kruipruimte: 70 cm onder het maaiveld; Bebouwing - wonen en werken zonder kruipruimte: 30 cm onder het maaiveld; Wegen: 70 cm onder het maaiveld Groen - plantsoenen en (sport)parken: 50 cm onder het maaiveld; Bij nieuwbouwprojecten wordt onderzocht of grondwaterneutraal kan worden gebouwd.

Persleidingen -

Leveren en aanbrengen persleidingen, diameter volgens berekening; Materiaal PE klasse PN 10; Persleidingen mogen niet rechtstreeks in het vrijvervalstelsel lozen. Op circa 5 m afstand van een lozingsput een kunststof ontvangstput plaatsen met inwendige constructie waarbij het afvalwater uit persleiding onder water loost, conform onderstaand principe (Figuur 17).

LIOR Medemblik 2023 0 – pagina 61 van 94

Materiaal -

Figuur 17 principe aansluiting persleiding op vrijvervalriool

Berekeningen -

-

Voor DWA inwoners rekenen op 12 liter per inwoner per uur, gedurende 12 uur per dag; Minimale waakhoogte 0,1 m; Vullingspercentage stelsel 50 %; Ledigingstijd 12 u; Minimale schuifspanning DWA 1 à 1,5 N/m2; Opwoeling slib (resuspensie) 2,5 N/m2; Maximale stroomsnelheid bij geheel gevulde buis v = 1,5 m/s; Bodemverhang: HWA-riolen minimaal 1:1.000 en maximaal 1:100; DWA-riolen minimaal 1:1.000 en maximaal 1:250; Wandruwheid, HDPE k = 0,25 mm; Wandruwheid, PVC k = 0,10 mm.

Diameter < 400 mm SN 8 PVC, fabrikant Wavin of gelijkwaardig; Diameter > 400 mm SN 8 PVC, fabrikant Wavin of gelijkwaardig, of beton; Hemelwater kleur grijs; Vuilwater kleur bruin; Huisaansluitingen uitvoeren in 100 % gerecycled PVC, fabrikant PipeLife of gelijkwaardig; In kolk- en huisaansluitingsleidingen alleen hulpstukken toepassen met een hoekverdraaiing kleiner of gelijk aan 45°; Hulpstukken altijd in de stroomrichting plaatsen.

Grondwerken Graven -

Rioolsleuven tot minimaal 0,20 m maximaal 0,50 m onder de buizen ontgraven; Indien bij het graven voorwerpen of grondlagen van archeologische waarde worden aangetroffen, wordt de gemeente hiervan direct op de hoogte gebracht. Zo kunnen passende maatregelen worden getroffen.

Aanvullen -

-

Rioolsleuven aanvullen met aanvulzand en verdichten in laagdikten van maximaal 30 cm; Rioolsleuven die niet onder toekomstige verharding komen, mogen tot de dikte van de teelaardelaag worden aangevuld met grond; Het aanvulzand en de verdichting moet voldoen aan de eisen in de Standaard RAW Bepalingen.

LIOR Medemblik 2023 11.3 Grondwerken – pagina 62 van 94

Gronddekking -

Gronddekking hoofdriool minimaal 1,00 m; Gronddekking op uitleggers minimaal 0,60 m. Maximale diepte in overleg met gemeente i.v.m. aansluitmogelijkheid.

Kolken en goten Goten -

Molgoten hebben minimaal vier streklagen en maximaal één streklaag aan weerszijden van straatkolk in de molgoot; Materiaal en formaat stenen afhankelijk van omliggende type; Minimaal gootverhang 0,5 cm/m; Maximale gootdiepte 5 cm; Kantopsluiting met goottegel uitvoeren voor ontsluitingswegen van asfalt; Straatverband: halfsteens; Langsafschot goottegel minimaal 0,5 cm/m; Goten straten in straatzand; Bij goottegel straten in specie; Geen prefab elementen.

Lijngoten -

Alleen toegestaan in winkelgebieden; Type en capaciteit bepalen aan de hand van de locatie en verkeersklasse; Aanbrengen volgens voorschrift leverancier; Geen schroefsluitingen toepassen.

Kolken Algemeen Kolken middels een PVC-leiding ø 125 mm aansluiten op het HWA-verzamel of -hoofdriool in overleg en ter goedkeuring van de gemeente Medemblik; In de bouwrijpfase worden alleen straatkolken geplaatst; Tijdens het woonrijp maken dienen de straat- en trottoirkolken in de bandenlijn te worden bijgestelde en op de juiste hoogte te worden aangebracht. Beschadigde kolken vervangen. Trottoirkolken Toepassen eendelige trottoirkolken; Materiaal beton, voorzien van een gietijzeren inbouwgarnituur. Type TBS nr. trk-4718 of gelijkwaardig met stootrand en stankscherm voorzien van een aangevulkaniseerd rubber manchet voor directe inwendige flexibele aansluiting van PVC ø 125 mm. Straatkolken Materiaal beton, voorzien van een gietijzeren inbouwgarnituur. Type TBS nr. str-9737 of gelijkwaardig. Met stootrand en stankscherm voorzien van een aangevulkaniseerd rubber manchet voor directe inwendige flexibele aansluiting van PVC ø 125 mm; Straatkolken standaard met 30 mm holling; Maximale kolkafstand ETW 25 m; Per kolk mag maximaal 100,00 m2 asfaltverharding afwateren; Per kolk mag maximaal 120,00 m2 elementenverharding afwateren; Straatkolken recht tegenover elkaar aan weerszijden van de weg; Afstand tussen kolken en plateaus 5,00 m1, i.v.m. vlak profiel bij onderkant plateau; Kolken bij voorkeur in de molgoot bij scheiding parkeervak en rijbaan.

LIOR Medemblik 2023 11.4 Kolken en goten – pagina 63 van 94

Huisaansluitingen -

-

Per woning dient bij het bouwrijp maken per kavel een DWA- en een HWA-rioolaansluiting te worden aangebracht; Bij woningen gelegen aan open water wordt de HWA-aansluiting gerealiseerd via directe lozing op open water. Hiervoor een doorvoering in de oeverbescherming of beschoeiing 2,50 m PVCleiding ø 125 mm aanleggen, inclusief polderexpansiestuk om zettingsverschillen op te vangen; Huisaansluitingen tot 50 cm op eigen terrein leggen; B.o.b. ongeveer 85 cm onder maaiveld; In de huisaansluitingen, behalve de aansluiting rechtstreeks aangesloten op open water, een PVC controleput opnemen; Controleput op bouwkavels tot maximaal 50 cm vanaf erfgrens plaatsen; Materiaal: PVC-leiding ø minimaal 125 mm; Klasse SN 8; Fabrikant Wavin of gelijkwaardig; Controleput ø 315 mm, fabrikant Wavin of gelijkwaardig.

Inspectieputten -

-

-

Maximale afstand tussen rioolputten is 75,00 m; Inspectieputten moeten zijn voorzien van een fabrieksmatig aangebrachte mof of spie; Inspectieputten via 2 tot 3 stellagen of –ringen afdekken met rammelvrij zwaar verkeersdeksel en wel als volgt: in situaties zonder verharding of elementenverharding met geringe dikte (5 cm of minder): 435-17 VM VEPRO, dagmaat 600mm, fabrikant TBS Soest; in overige situaties 435-24 VM VEPRO, dagmaat 600mm, fabrikant TBS Soest; Putkoppen dienen voorzien te zijn van een beschrijving en markering van de stroomrichting, zowel op de putrand als putdeksel; Pompputten DWA en HWA systeem zijn van beton of kunststof;

-

-

Minimale inwendige afmetingen van inspectieput: o bij toepassing van een ronde put: diameter rond 800mm o bij toepassing van een vierkante put: afmetingen lxb = 800x800mm Indien afdalen in put met enige regelmaat wordt verwacht, dan gelden de volgende minimale inwendige afmetingen: o bij toepassing van een ronde put: diameter rond 1200mm o bij toepassing van een vierkante put: afmetingen lxb = 1200x1200mm

Drainage -

-

-

-

-

Al niet grondwaterneutraal wordt gebouwd (zie 11.2 Rioleringswerken), dient mogelijk drainage te worden toegepast, afhankelijk van de grondwatersituatie ter plaatse; Bij bouwdrainage kan cunetdrainage van de rol worden toegepast, met uitstroom naar oppervlaktewater. Ligging volgens adviseur; Permanente drainage uitvoeren met geperforeerde rechte buizen (geen drainage ‘van de rol’) met voorzieningen om inwendige vervuiling tegen te gaan; Grondwater op (toekomstig) particulier perceel dient op het perceel zelf verwerkt te worden. Zijn daarmee problemen te verwachten, dan dienen aansluitmogelijkheden te worden gemaakt om te koppelen met het gemeentelijk drainagestelsel; Drainageputten ø 315 mm met doorspuitarmen, fabricaat Wavin of gelijkwaardig. Drainagebuizen herstellen door het aanbrengen van pvceindbuizen, als deze bij het graven van waterlopen in het agrarische terrein eventueel zijn doorgesneden;

-

LIOR Medemblik 2023 11.5 Huisaansluitingen – pagina 64 van 94

-

Zie verder onder Bijlage 5 Toelichting overdracht.

Gemalen -

-

Per rioolgemaal een grondvlak reserveren van circa 5,00 x 5,00 m, bestaande uit 2,00 x 2,00 m voor de bouwkundige constructie, 1 x 2 m voor de besturingskast en de overige m2 voor bereikbaarheid en voorzieningen t.b.v. VGM en ARBO; Gemalen voor oplevering van de eerste woning bedrijfsklaar opleveren; Voor pompen, rioolgemalen, minigemalen en tweepomps minigemalen zijn de volgende PvE’s van toepassing: Programma van Eisen voor nieuwbouw rioolgemalen, 2022; Programma van Eisen voor nieuwbouw minigemalen, 2022; Programma van Eisen voor nieuwbouw tweepomps minigemalen, 2022.

Controle, revisie en oplevering -

-

-

-

Definitieve aanlegtekeningen riolering worden voorafgaand aan uitvoering digitaal in RD-coördinaten aan gemeente beschikbaar gesteld, gelet op wettelijke verplichting om de voorgenomen ligging van leidingen op te nemen in het beheersysteem en (via het Kadaster) uit te wisselen met grondroerders (WIBON); Na aanleg dient riolering te voldoen aan de standaard RAWbepalingen voor nieuw leidingwerk; Eerste opleveringsinspectie uitvoeren aansluitend op aanleg riolering in bouwrijp-fase. Zo spoedig mogelijk aan gemeente beschikbaar stellen. Is tevens stopmoment; Tweede opleveringsinspectie uitvoeren aansluitend op woonrijp maken; Aansluitend op aanleg digitale revisie maken en aanleveren bij gemeente. Hierop staan alle putten, leidingen, rioolgemalen en andere voorzieningen, gemaatvoerd in RD-coördinatenstelsel en voorzien van alle relevante maten en aanduidingen. Revisietekeningen aanleveren volgens NLCS-standaard;

LIOR Medemblik 2023 0 – pagina 65 van 94

12 Openbare verlichting Duurzame uitgangspunten openbare verlichting -

LED-verlichting toepassen om energie te besparen; Dimregimes toepassen om energie te besparen en aan te sluiten bij de verkeersintensiteit; Pas vleermuisvriendelijke verlichting toe op locaties waar vleermuizen foerageren (Zoogdiervereniging, 2022); Zorg voor armaturen die gericht naar beneden schijnen (Zoogdiervereniging, 2022); Liever meerdere zwakke verlichtingspunten toepassen dan enkele felle (Zoogdiervereniging, 2022); Hou rekening met de herkomst en circulariteit van de materialen.

Toepassing Algemeen Aanlichten belangrijke objecten, zoals voetgangersoversteekplaatsen en wegversmallingen. Met prioriteit voor rijbaan en fietspad. ETW bubeko Uitgangspunt geen verlichting toepassen; Uitgezonderd verlichting bij discontinuïteiten en gevaarpunten. GOW bibeko Verlichting toepassen. ETW bibeko Verlichting toepassen.

-

-

-

De beschikbare ruimte op het trottoir en de breedte van het wegprofiel zijn bepalend voor de plek van de lichtmast in het trottoir; Lichtmasten buiten de toekomstige kroon van bomen plaatsen. Minimaal 5,00 m van stam boom, afhankelijk van type boom; Bij uitritten minimaal 1,00 m uit de uitrit vandaan; Minimale afstand mast tot rijbaan: GOW 1,50 m; ETW 0,30 m achter band/kantopsluiting, tenzij anders aangegeven in de profielen; Masten plaatsen volgens richtlijnen fabrikant.

Netwerk openbare verlichting: Bekabeling volgens hoofdstuk 13 Overige nutsvoorzieningen: Bij nieuwbouwontwikkelingen aansluiten op eigen net. Indien eigen net niet beschikbaar, dient dit aangelegd te worden; Bij inbreiding kan, door een via de gemeente gecontracteerde onderhoudsaannemer, aangesloten worden op een bestaand net; Schakelkasten plaatsen nabij bebouwing en/of zoveel mogelijk in lijn met andere objecten.

Inrichting Plaatsing masten Verlichtingsplan opstellen voor elk project. Nieuwe technische ontwikkelingen worden hierin meegenomen;

LIOR Medemblik 2023 11.9 Controle, revisie en oplevering – pagina 66 van 94

Overige nutsvoorzieningen

Objecten Algemeen Van toepassing is de PvE Openbare Verlichting (gemeente Medemblik) Later bijgeplaatste of uitgewisselde masten en armaturen dienen van gelijke vorm te zijn als de in de straat aanwezige masten en armaturen; Type en afmetingen masten en armaturen afstemmen op het ontwerp; Pas vleermuisvriendelijke verlichting toe op locaties waar vleermuizen foerageren (Zoogdiervereniging, 2022); Zorg voor armaturen die gericht naar beneden schijnen (Zoogdiervereniging, 2022); Liever meerdere zwakke verlichtingspunten toepassen dan enkele felle (Zoogdiervereniging, 2022). ETW bubeko Lichtmast LPH 6,00 m of hoger; Uithouder; Armatuur LED. GOW bibeko Lichtmast LPH 6,00 m of hoger; Uithouder; Armatuur LED; ETW bibeko Lichtmast LPH 4,00 m; Paaltop; Armatuur LED.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=ebc96afe-b97f-4291-8036-31abe2ef5907