01 DOC-22-522621 - Toelichting (concept) Vastgesteld bestemmingsplan Midwouder Dorpsstraat 25
Tekst van het document
Omdat uit de AERIUS-berekening blijkt dat de tijdens de gebruiksfase een depositie van 0,00 mol/ha/j wordt veroorzaakt, is dan ook geen sprake van tijdelijke en/of geringe stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden en zijn significant negatieve effecten op deze gebieden op voorhand uit te sluiten. Geconcludeerd kan worden dat voor de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden niet vergunningsplichtig. Het onderzoek is als bijlage IX, X en XI toegevoegd. Uit de onderzoeken kan geconcludeerd worden van de sloop van de boerderij aan de Midwouder Dorpsstraat 25 en de sloop van het boothuis aan de Tripkouw 17 in Midwoud geen verbodsbepalingen uit de Wnb met betrekking tot soorten wordt overschreden. Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
Toelichting 34 Bestemmingsplan Midwoud - Midwouder Dorpsstraat 25
4.7
Cultuurhistorie en archeologie In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan een beschrijving opgenomen moet worden van de manier waarop met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie.
Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. In hoofdstuk 3 Ruimtelijk kader en planbeschrijving is de ontstaansgeschiedenis beschreven van het Noord-Hollandse- en het West Friese landschap. In de ruimtelijke structuur worden de kernkwaliteiten van het “landschaps DNA” benoemd. In de bebouwingskarakteristiek zijn de structuurdrager beschreven waaraan nieuwe ontwikkelingen zich moeten spiegelen. Nieuwe ontwikkelingen aan de linten die uitsluitend plaats kunnen vinden op basis van hun kernkwaliteiten, het zogenaamde ‘Dorps-DNA’. Doel hiervan is de karakteristieke kenmerken, de identiteit en verscheidenheid tussen de dorpen te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven.
Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden. Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden.
Toelichting 35 Bestemmingsplan Midwoud - Midwouder Dorpsstraat 25
De gemeente acht het op grond van wet- en regelgeving, wenselijk en noodzakelijk om de verschillende archeologische waarden te beschermen en te behouden. In het vigerende bestemmingsplan is een beschermende regeling ten aanzien van archeologische resten opgenomen. Op grond hiervan heeft de grond over het gehele plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2’, Binnen deze bestemming zijn ingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 0,35 meter vergunning plichtig. De bestaande boerderij, inclusief de schuren zullen vervangen worden door een tweetal nieuw te bouwen woningen. De bodemverstoring overschrijdt hiermee de 100 m2. Hierdoor is een archeologische QuickScan nodig omdat de vrijstellingsgrens wordt overschreden. Op 12 mei 2020 is een archeologische QuickScan gemaakt door Archeologie West-Friesland van de locatie aan de Midwouder Dorpsstraat 25. De westelijke helft van het plangebied heeft op basis van historisch kaartmateriaal, archeologische bronnen en de hoogtekaart een hoge archeologische waarde voor vindplaatsen uit de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Voor het oostelijk bouwplan kan de hoge archeologische waarde enigszins naar beneden worden bijgesteld. Hier is geen bebouwing aanwezig op historisch kaartmateriaal. Voorafgaand aan de sloop zal een bouwhistorisch onderzoek uitgevoerd moeten worden.
Het uitvoeren van bouwhistorisch onderzoek heeft geen wettelijke basis als het pand geen monumentenstatus heeft. Medewerking bij dit onderzoek is echter wel gewenst. Doordat er sloten gegraven zullen worden en funderingspalen geslagen worden is de ontwikkeling van de 2 woningen geclassificeerd als nietarcheologisch vriendelijk bouwen en zal nader onderzoek uitgevoerd moeten worden op de westelijke helft van het perceel. Hierover zal contact opgenomen worden met Archeologie West-Friesland om afspraken te maken over het vervolgtraject. De archeologische QuickScan is als bijlage toegevoegd.
Toelichting 36 Bestemmingsplan Midwoud - Midwouder Dorpsstraat 25
4.8
Externe veiligheid
Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport (o.a. van gevaarlijke stoffen). Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen
ongevallen
met
gevaarlijke
stoffen
of
omstandigheden.
Risicobronnen kunnen onderscheiden worden in risicovolle inrichtingen (onder andere lpg.-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen (via wegen, spoorwegen, waterwegen) en leidingen (o.a. aardgas, vloeibare brandstof en elektriciteit). Om voldoende ruimte te scheppen tussen risicobron en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten) moeten
vaak
afstanden
in
acht
worden
genomen.
Ook
ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans dat een persoon die (onafgebroken aanwezig en onbeschermd) op een bepaalde plaats overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit. Het GR bestaat uit de cumulatieve kans per jaar dat een groep van een bepaalde omvang overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit. Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Het Besluit heeft tot doel zowel individuele burgers (plaatsgebonden risico) als groepen burgers (groep gebonden risico) een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken verplicht het besluit gemeenten en provincies in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening afstand te houden tussen gevoelige objecten (zoals woningen) en risicovolle bedrijven. Het plangebied bevindt zich niet binnen de invloedsferen van bedrijven die de veiligheid op de planlocatie aan de Midwouder Dorpsstraat 25 in Midwoud in negatieve zin beïnvloeden.
Toelichting 37 Bestemmingsplan Midwoud - Midwouder Dorpsstraat 25
4.9
Verkeer en parkeren Verkeer De ontsluiting van de planlocatie vindt plaats vanaf de Midwouder Dorpsstraat. De verkeerskundige gevolgen van de extra woning en brug of dam op de Midwouder Dorpsstraat zijn verwaarloosbaar en beperken zich tot de verkeersbewegingen van de bewoners en bezoekers. Verkeer vormt geen belemmering voor dit plan.
Parkeren Aangezien het parkeren op het eigen terrein zal geschieden en niet in de openbare ruimte, vormt dit geen belemmering voor dit plan. 4.10
Kabels en leidingen Relevante kabels en leidingen voor de planologie zijn: transportleidingen voor gevaarlijke stoffen, gastransport-, watertransport- en rioolpersleidingen met een regionale functie en optisch vrije paden. Voor het graven van de deels nieuwe kavelsloot langs de Midwouder Dorpsstraat ter hoogte van de bestaande boerderij zal voorafgaand aan de graafwerkzaamheden contact worden opgenomen met de betrokken partijen op welke manier het beste de sloot gerealiseerd kan worden zonder schade te veroorzaken aan kabels en leidingen die ter plaatse lopen. In de directe omgeving van de nieuwe woningen lopen geen kabels of leidingen die een belemmering vormen voor deze ontwikkeling. De KLIC-melding is als bijlage toegevoegd.
4.11
Duurzaamheid Het Europees beleid is erop gericht dat nieuwe gebouwen na 2020 geen of heel weinig energie gebruiken. De energie die nog nodig is moet in belangrijke mate afkomstig zijn uit hernieuwbare bronnen. Dit is vastgelegd in de herziene Europese richtlijn EPBD uit 2010. In 2013 is het Energieakkoord van kracht geworden. De gemeenten onderschrijven de voorwaarden uit het Energieakkoord; aan energie energiebesparing en duurzame energie is een belangrijke rol toegekend; besparing van het energieverbruik met gemiddeld 1,5% per jaar. Een toename van het aandeel hernieuwbare energieopwekking van 4,5% in 2013 naar 14% in 2020 en een verdere stijging van dit aandeel naar 16% in 2023. Om resultaten te boeken en om innovatie te stimuleren is de energieprestatiecoëfficiënt voor nieuwe woningen in het Bouwbesluit (wettelijk kader) in 2015 aangescherpt van 0,6 naar 0,4. Richting 2020 wordt toegewerkt naar “Bijna Energie Neutrale Gebouwen” (de BENG). Duurzaam bouwen is het op zodanige manier bouwen dat gedurende de gehele levensloop van het gebouw en de gebouwde omgeving zo min mogelijk (milieu-)belasting ontstaat. Belangrijk is om duurzaam bouwen zo vroeg mogelijk in het bouwproces mee te nemen. Toelichting 38 Bestemmingsplan Midwoud - Midwouder Dorpsstraat 25
Aandacht voor duurzaamheid betekent expliciete aandacht voor een gezond, leefbaar binnenmilieu van de woningen, beperkingen van de negatieve gevolgen voor mens en milieu en beperkingen van de woonlasten (energierekening) op termijn. De woningen zullen beide gasloos zijn en voorzien worden van zonnepanelen. Hiermee komt de nieuwe ontwikkeling tegemoet aan de ambities van het energie akkoord. 4.12
Milieueffectrapportage Met ingang van 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en MERbeoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije MER-beoordeling. Gemeenten zijn thans verplicht om voor een ontwerp-bestemmingsplanfase een expliciet beslissing te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapport (MER). Zo moet worden aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen.
Beleid en normstelling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit-MER is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planmerplichtig, projectmer-plichtig of MER-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit-MER-drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: • De kenmerken van de projecten; • De plaats van de projecten; • De kenmerken van de potentiële effecten. Onderzoek en conclusie In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject MERbeoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2).
Toelichting 39 Bestemmingsplan Midwoud - Midwouder Dorpsstraat 25
De beoogde ontwikkeling bestaat uit het amoveren van het boothuis aan de Tripkouw 17 in Midwoud en van de bestaande bebouwing aan de Midwouder Dorpsstraat 25 en de realisatie van 2 nieuwe woningen op het perceel Midwouder Dorpsstraat 25 in Midwoud. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Opgemerkt dient te worden dat voor activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, toch dient te worden nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu. Uit de uitgevoerde onderzoeken naar de omgevingsaspecten en waarvan de resultaten zijn weergegeven in hoofdstuk 4 kan het volgende worden geconcludeerd: • Zoals blijkt uit paragraaf 4.1 is ten behoeve van de planontwikkeling akoestisch onderzoek verricht. Hierbij is een te hoge waarde van 5 dB op de gevel geconstateerd.
De gemeente is verzocht hogere grenswaarde vast te stellen conform art.85 lid Wet Geluidshinder; • Zoals blijkt uit paragraaf 4.3 is ten behoeve van de planontwikkeling bodemonderzoek verricht waarbij geen risico’s voor de volksgezondheid zijn aangetroffen voor het beoogde gebruik, wonen en tuin; • Zoals blijkt uit paragraaf 4.5 is ten behoeve van de planontwikkeling geen watercompensatie noodzakelijk en gaat het waterschap akkoord met graven van een kavelsloot die het perceel in 2 gelijke delen splitst en de bestaande kavelsloot langs de Midwouder Dorpsstraat verlengd tot aan de erfgrens met Midwouder Dorpsstraat 27; • Zoals blijkt uit paragraaf 4.6 is ten behoeve van de planontwikkeling een QuickScan en nader onderzoek verricht naar de flora en fauna. Uit dit onderzoek blijkt dat er geen negatieve effecten te verwachten zijn op de planten- en diersoorten. Wel is het voorzorgsbeginsel belangrijk om rekening mee te houden ten tijde van de bouw; • Zoals blijkt uit paragraaf 4.7 is ten behoeve van de planontwikkeling een QuickScan verricht naar archeologie.
Uit dit onderzoek blijkt dat er voorafgaande van de sloop een vrijwillig bouwhistorisch onderzoek gewenst is en doordat de bouw geclassificeerd is als niet-archeologisch vriendelijk er aanvullend onderzoek verricht moet worden, hierover zal tijdig contact opgenomen worden met Archeologie West-Friesland; • Zoals blijkt uit paragraaf 4.10 is ten behoeve van de planontwikkeling een KLIC-melding gedaan naar kabels en leidingen die planvorming beïnvloeden. Uit dit onderzoek is gebleken dat op de plaats waar een nieuwe sloot is voorzien aan de voorzijde van de bestaande boerderij een aantal kabels lopen waar voorafgaande aan de werkzaamheden contact met betrokken nutsbedrijven van belang is. Toelichting 40 Bestemmingsplan Midwoud - Midwouder Dorpsstraat 25
• Voor de overige milieuthema's zijn geen relevante negatieve milieueffecten te verwachten. De onderzoeken naar milieuaspecten geven aan dat belangrijke nadelige milieugevolgen, als gevolg van de in dit bestemmingsplan voorgenomen ontwikkeling, zijn uitgesloten. Gelet op de kenmerken van het plan zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit-MER de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. De situatie ter plaatse zal zelfs sterk verbeteren ten opzichte van de oorspronkelijke situatie. De aanmeldingsnotitie MER is als bijlage VIII toegevoegd. Hiermee is aangetoond dat geen milieueffectrapportage nodig is.
Toelichting 41 Bestemmingsplan Midwoud - Midwouder Dorpsstraat 25
5 5.1
JURIDISCHE OPZET Algemeen In vorige hoofdstukken is de gewenste ruimtelijke ontwikkeling voor de ontwikkelingslocatie geschetst. De gemeentelijke overheid heeft twee belangrijke mogelijkheden om richting te geven aan deze ontwikkelingen. Zij kan zelfinitiatieven nemen op terreinen die tot haar takenpakket behoren (zoals aanleg en onderhoud van straten en plantsoenen) en daarnaast kan zij wettelijke middelen gebruiken om regelend op te treden. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geven hierbij het bestemmingsplan als instrument aan de gemeente. In het bestemmingsplan moet aan ieder stuk grond een bepaalde bestemming (en omschrijving van het toegestane gebruik) worden gegeven. Uitgangspunt hierbij voor dit bestemmingsplan is het op een zodanige manier inpassen van de nieuwe ontwikkelingen dat recht wordt gedaan aan de aanwezige kwaliteiten van het gebied.
De planregels zijn opgesteld conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP). Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding van het bestemmingsplan en voor de vaststelling van het bestemmingsplan is door de Wet basisregistratie grootschalige topografie uit 2016, de Basisregistratie Grootschalige Topografie (de BGT kaart) verplicht. Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken. • Hoofdstuk I: Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten; • Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmings-omschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik. • Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. • Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen. Toelichting 42 Bestemmingsplan Midwoud - Midwouder Dorpsstraat 25
5.2
Juridische vormgeving Nadat in de vorige paragraaf in algemene trekken het juridisch profiel van het bestemmingsplan is aangegeven, worden hieronder de bestemmingen en andere artikelen specifieker beschreven.
Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: • Tuin; deze bestemming is opgenomen voor de toekomstige tuinen. • Waarde – Archeologie (dubbelbestemmming): Deze bestemming waarborgt het behoud van landschappelijke elementen en voorkomen dat de landschappelijke waarden worden geschaad. De gemeente wil voorkomen dat het archeologische bodemarchief wordt verstoord of onherstelbaar wordt beschadigd • Water: de bestemming Water is toegekend aan het in het plangebied aanwezige water dat een functie voor de waterhuishouding heeft. Alle werkzaamheden die aan een watergang worden uitgevoerd, behalve het normale onderhoud, zijn daarnaast ontheffingsplichtig op grond van de keur van het waterschap. Het is verboden zonder ontheffing op grond van de keur werkzaamheden uit te voeren. • Wonen: deze bestemming is opgenomen voor de toekomstige woonpercelen. De bouw- en gebruiksregels sluiten aan op de regels van het bestemmingsplan Dorpskernen I.
Toelichting 43 Bestemmingsplan Midwoud - Midwouder Dorpsstraat 25
6
UITVOERBAARHEID Wettelijk gezien bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheidsaspecten van een bestemmingsplan. In dat verband wordt onderscheid gemaakt tussen de economische- en de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
6.1
Economische uitvoerbaarheid De ontwikkeling is een particulier initiatief. De gemeente zal de kosten van de procedure verhalen via het heffen van leges. Daarom is het vaststellen van een exploitatieplan geen verplichting. Indien een belanghebbende schade lijdt of zal lijden ten gevolge van dit ruimtelijk besluit kan een verzoek tot planschadevergoeding worden ingediend. Dit verzoek moet ingediend worden binnen vijf jaar nadat de desbetreffende bepaling van het ruimtelijk besluit onherroepelijk is geworden. Het college van B&W van Medemblik kan vervolgens op grond van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening een belanghebbende een schadevergoeding toewijzen naar redelijkheid en billijkheid.
Hiertoe zal een planschadeovereenkomst worden gesloten met de gemeente waarbij initiatiefnemers van dit plan verantwoordelijk zullen worden gesteld voor eventuele planschade. 6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het ontwerp van dit bestemmingsplan zal direct ter inzage worden gelegd omdat het principe verzoek al is behandeld door de klankbordgroep van de gemeente Medemblik, waarbij de omwonenden zijn uitgenodigd om in te spreken en hun mening te geven over de nieuwe ontwikkeling. Daarnaast zal het plan voorgelegd worden aan de betrokken diensten en instanties als bedoeld in het overleg ex artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening. Hieronder zullen de reacties weergegeven en beantwoord worden.
Toelichting 44 Bestemmingsplan Midwoud - Midwouder Dorpsstraat 25