01 DOC-21-448098 - Reactienota.pdf
Tekst van het document
Pagina 1 van 6
Geluid Luchtkwaliteit Ecologie
Tekst is akkoord. Tekst is akkoord. Quickscan natuur vereist. Aerius berekening vereist.
1. Inleiding Op 17 december 2020 is aan de OD NHN om advies gevraagd over de milieu aspecten, zoals opgenomen in het bestemmingsplan Landgoed Zwaagdijk-OostZwaagdijk 212 (status: ontwerp). Het bestemmingsplan, opgesteld door Rho Adviseurs voor Leefruimte, d.d. 8 december 2020, kenmerk: 20180943 is opgesteld om landgoed Zwaagdijk-Oost mogelijk te maken aan de Zwaagdijk 212 waar een pluktuin, openbare wandelpaden, speelaangelegenheden en landgoedwoning worden gerealiseerd. Al eerder is door onze dienst geadviseerd over deze ontwikkeling; eerder advies d.d. 15 november 2018, nummer 262956 en 5 februari 2020, nummer 303670. Het ontwerpbestemmingsplan ligt ter inzake van 19 december 2020 tot 29 januari 2021. Bij de totstandkoming van ons advies hebben wij de volgende stukken betrokken: tekening zonder projectnummer, bladnummer 1/1, d.d. 8 december 2020; onderzoek naar driftblootstelling van omstanders en omwonenden door boomgaardbespuitingen, bijlage 2; akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, bijlage 3.
2. Advies milieuaspecten 2.1 Bedrijven en milieuzonering, paragraaf 4.1 In de ruimtelijke onderbouwing is er niet iets opgenomen van de bestaande geluidruimte van de manege. Door de realisatie van de woning wordt de manege mogelijk beperk in de bestaande geluidruimte, hierover is niet iets opgenomen. 2.2 Bodem, paragraaf 4.5 In de planvorming moet rekening worden gehouden met de bodemkwaliteit in relatie tot toegelaten functies. In de toelichting van een bestemmingsplan, ruimtelijke onderbouwing, e.d. moeten de overwegingen hierover zijn opgenomen. Als blijkt dat de bodemkwaliteit niet direct geschikt is voor de gewenste bestemming dan moet hiervoor een nadere afweging worden gemaakt. Als sprake is van een functiewijziging kan een bodemonderzoek worden geëist. De onderzoeksplicht is alleen redelijk als het de locatie een gevoeligere functie krijgt. De Woningwet d.d. 13 juni 2018 (artikel 8, tweede lid) verplicht gemeenten in hun bouwverordening voorschriften op te nemen voor het tegengaan van bouwen op verontreinigde grond. Of sprake is van verontreinigde grond kan met een bodemonderzoek worden aangetoond. Resultaten Bodemkwaliteit Van de locatie zelf en in de directe omgeving is geen bodemonderzoek beschikbaar.
In dit stadium is derhalve alleen globaal iets aan te geven over de geschiktheid van de bodem voor het voorgenomen gebruik, op basis van de bodemkwaliteitskaart, en eventuele historisch verdachte activiteiten op of in de omgeving van de locatie. Op basis van de Bodemkwaliteitskaart van de Regio West Friesland (2016) is de locatie ingedeeld in de volgende deelgebieden: deelgebied B2/O2, “Wonen voor 1980”. De kwaliteit van de boven- en ondergrond op onverdachte locaties is hier gemiddeld gelijk aan klasse Wonen.
OD.331618
Pagina 2 van 6
-
deelgebied B5/O5, “Buitengebied”. De kwaliteit van de boven- en ondergrond op onverdachte locaties is hier gemiddeld gelijk aan klasse Landbouw en Natuur.
In het historisch bodembestand zijn op en in de directe omgeving van de locatie geen meldingen opgenomen. Uit bestudering van (historisch) kaartmateriaal op topotijdreis blijkt dat de lokatie grenst aan een voormalig fruitteeltgebied. Hierdoor kan de locatie verontreinigd zijn met bestrijdingsmiddelen en PFAS. Bodemparagraaf bestemmingsplan De opgenomen tekst voor het aspect bodem in de concept bestemmingsplan is niet akkoord. Omdat het plangebied grenst aan een voormalig fruitteeltgebied kan het gebied verontreinig zijn met bestrijdingsmiddelen en PFAS. In het bestemmingsplan onder paragraaf 4.5 (Bodem) is daar echter niets over op genomen. Conclusie Uit de beoordeling blijkt dat er op basis van de beschikbare informatie geen betrouwbare uitspraak gedaan kan worden of de bodem geschikt is voor het beoogd gebruik. Bij de realisering van een gevoeligere functie zoals woningbouw dient dan ook te worden aangetoond dat de bodemkwaliteit voldoet aan de toekomstige functie. Dit betekend dat bij een bodemonderzoek niet enkel onderzoek dient te worden verricht naar de standaardstoffen, maar ook naar bestrijdingsmiddelen en PFAS. Advies Het bestemmingsplan aanpassen, waarbij wordt aangegeven dat er binnen het plangebied ook bestrijdingsmiddelen en PFAS voor kunnen komen.
Voorts bij wijziging gevoeligere functie de bodem naast het standaardstoffenpakket ook laten onderzoeken op bestrijdingsmiddelen en PFAS. 2.3 Externe veiligheid, paragraaf 4.9 Opgenomen tekst is akkoord. 2.4 Geluid, paragraaf 4.3 De akoestische berekening van adviesbureau Valersi van 2 december 2020 is beoordeeld en akkoord, de opgenomen tekst is akkoord. 2.5 Luchtkwaliteit, paragraaf 4.8 De opgenomen tekst is akkoord. 2.6 Ecologie, paragraaf 4.2 Het bestemmingsplan, opgesteld door Rho Adviseurs voor Leefruimte, d.d. 8 december 2020, kenmerk: 20180943 is opgesteld om landgoed Zwaagdijk-Oost mogelijk te maken aan de Zwaagdijk 212 waar een pluktuin, openbare wandelpaden, speelaangelegenheden en landgoedwoning worden gerealiseerd. In ons advies met kenmerk RUD.262956, d.d. 15 november 2018 is het plan in een eerder stadium aan de oude wet- en regelgeving beoordeeld. Wettelijk kader Bij een Wro-procedure dient de uitvoerbaarheid van het plan getoetst te worden. Om dit te kunnen toetsen, dient ter voorbereiding een inventarisatie van natuurwaarden uitgevoerd te worden. Het doel hiervan is om na te gaan of eventuele toestemmingen op grond van de Wet natuurbescherming of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk zijn.
Het moet aannemelijk zijn dat vergunning of ontheffing van de bij of krachtens de Wet natuurbescherming geldende verbodsbepalingen kan worden verkregen voor de activiteiten die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt.
OD.331618
Pagina 3 van 6
Resultaten Gebieden De geplande activiteiten vinden plaats op >4,5 km meter van Natura 2000-gebied IJsselmeer. De geplande activiteiten vinden plaats op circa 2-2.5 km van Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Bijzonder Provinciaal Landschap )BPL) gebied. Zoals in paragraaf 4.2 van het ontwerp bestemmingsplan aangegeven, zijn er geen significante effecten op deze beschermde gebieden te verwachten. Het plangebed ligt echter wel langs een natuurverbinding, maar wordt niet besproken in het ontwerp bestemmingsplan. Dit is in het eerder advies ook aangegeven. Stikstof In het ontwerp bestemmingsplan is aangegeven dat een berekening van stikstofdepositie niet nodig is. Er vindt emissie plaats door verkeer en tijdelijke werkzaamheden. Vanwege de aard van de emissie en op basis van honderden uitgevoerde Aerius-berekeningen wordt gesteld dat er geen Aerius berekening nodig is. Deze redenering is niet correct. Er is een berekening nodig om aan te tonen dat er geen effecten zijn als gevolg van stikstofdepositie. Soorten Er is geen quickscan natuur uitgevoerd. In de NDFF zijn geen waarnemingen bekend van beschermde soorten op of direct rondom de locatie. In het ontwerp bestemmingsplan is aangegeven dat voor de landgoedwoning het bouwvlak vrij is gehouden van begroeiing en bestaat uit een grasland. Hierdoor zou er geen quickscan natuur nodig zijn.
De werkzaamheden bestaan echter uit meer dan alleen een woning bouwen. Daarnaast mist een onderbouwing met beeldmateriaal dat het bouwvlak uit een grasland bestaat. Er is een quickscan natuur nodig om aan te tonen dat er geen negatieve effecten te verwachten zijn op (strikt) beschermde soorten. Opmerkingen Zonder berekening van de stikstofdepositie is beoordeling van het plan qua gebiedsbescherming niet volledig uit te voeren en zal het project bij een bezwaarprocedure niet stevig genoeg staan. Conclusie Uit de beoordeling blijkt dat: • Een stikstof berekening van de aanleg- en gebruiksfase nodig is; • Onder gebiedsbescherming in paragraaf 4.2 is de natuurverbinding niet opgenomen; • Er nog een quickscan natuur uitgevoerd moet worden. Advies De initiatiefnemer dient een Aerius berekening van de aanleg- en gebruiksfase uit (laten) voeren. De initiatiefnemer dient een quickscan uit te (laten) voeren. Hierin moet ook de natuurverbinding besproken worden. De resultaten dienen opgenomen te worden in het bestemmingsplan. 2.7 Duurzaamheid De paragraaf duurzaamheid ontbreekt. Welke energiebesparende voorzieningen zullen er worden toegepast.
3. Advies regulering Wet milieubeheer/Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden Aspect geuremissie In paragraaf 4.1 is kort samengevat het volgende aangegeven: De naastgelegen paardenhouderij is gelijk gesteld aan een manege. De VNG brochure hanteert een richtafstand van 50 meter die aangehouden moet worden tussen de paardenhouderij en de te bouwen woning.
OD.331618
Pagina 4 van 6
Bij de uitvoering van dit plan is rekening gehouden met de richtafstand door de woning op 50 meter afstand van het geometrisch gemiddelde van de emissiepunten van de paardenstal te realiseren. Door te voldoen aan deze richtafstand is nader onderzoek niet noodzakelijk. Bij een eerder advies van de OD NHN (zaaknummer 262956) heeft een beoordeling plaatsgevonden op de geurcontouren zoals aangegeven op een schetstekening van Bouwbedrijf Sjaak Schouten d.d. 9 juni 2018, werknummer 18-1509. Volgens deze tekening wordt een afstand van 50 meter aangehouden tussen de gevel van de paardenstal en de gevel van de nieuwe woning. De tekst in paragraaf 4.1 van de ruimtelijke onderbouwing wijkt hier vanaf. Zoals de OD NHN eerder geadviseerd heeft (zie zaak 303670) wordt voor een afstandsbepaling tussen een dierenverblijf en een geurgevoelig object in de Regeling geurhinder en veehouderijen bij een gemechaniseerde ventilatie van een dierenverblijf uitgegaan van een geometrisch middelpunt. Bij een natuurlijk geventileerde stal, zoals bij de naastgelegen paardenhouderij het geval is, dient uitgegaan te worden van de afstand tussen het emissiepunt van de stal en het geurgevoelig object. Een emissiepunt in een stal is iedere ventilatie-, deur- of raamopening. De paardenstal beschikt over deze openingen.
Volgens jurisprudentie1 gelden de richtafstanden volgens de VNG-brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. Door uit te gaan van een geometrisch middelpunt bij de paardenstal is gelet op het bovenstaande geen sprake van een goede ruimtelijke ordening. Uitgangspunt dient te zijn dat de nieuwe woning in een afzonderlijk bouwvlak binnen de bestemming ‘Wonen’ op een afstand komt van 50 meter van de grens van de bestemming van de paardenhouderij. De drijver van de paardenhouderij wordt in ieder geval in zijn ontwikkelingsmogelijkheden beperkt indien de nieuwe woning zich op minder dan 50 meter van het emissiepunt van de paardenstal bevindt. Er is niet voldoende gemotiveerd waarom is afgeweken van de richtafstanden van de brochure. Volgens de Toelichting in de ruimtelijke onderbouwing en aangegeven bij figuur 13 is de positie van de woning nog niet exact bepaald. Dit is in tegenspraak met de gegevens die bij het principeverzoek (dossiernummer Z-18-036076) zijn gevoegd en waarop de OD NHN op 15 november 2018 heeft geadviseerd.
Geadviseerd wordt om de omissies in de tekst bij de definitieve besluitvorming aan te passen en hierbij rekening te houden met onze opmerkingen. Graag ook toevoegen welke afstanden voor de paardenhouderij gelden op basis van het Activiteitenbesluit. Naast de richtafstanden kan een inmenging hierin ook beperking in de bedrijfsvoering betekenen. Aspect spuitzonering In de tekst bij paragraaf 4.1 van de ruimtelijke onderbouwing is aangegeven dat voor een fruitteeltbedrijf een spuitzone van 25 meter geldt. Dit is niet correct. In het algemeen wordt in de jurisprudentie aangenomen dat een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt niet onredelijk is.2 Graag bij de definitieve besluitvorming de tekst hier op aanpassen. In de laatste alinea van paragraaf 4.1 is de volgende zin opgenomen:
1
Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 april 2014 in zaak nr. 201308643/1/R2. Zie ook de eerdere uitspraak van de Raad van State van 22 augustus 2012 in zaak nr. 201113021/1/R1. 2 Zie bijvoorbeeld ABRvS 23 september 2009 nr. 200900570/1/R2, ABRvS 18 april 2012 nr. 201006290/1/R2 en ABRvS 25 april 2012, nr. 201012191/1/R3.
OD.331618
Pagina 5 van 6
Er zal in de beoogde situatie een windhaag geplaatst worden en er wordt voldaan aan de richtafstanden die worden benoemd in het onderzoek. Taalkundig is de zin niet correct. Voorgesteld wordt de volgende aanpassing: Om te voldoen aan de in het onderzoek aangegeven richtafstanden wordt in de beoogde situatie een dubbele windhaag dan wel wintergroene hagen geplaatst. Toelichting: In de oorspronkelijke tekst is alleen aangegeven dat gekozen wordt voor windhagen. Er is geen keuze gemaakt tussen een dubbele windhaag dan wel wintergroene hagen. Volgens het onderzoek gaat het bij een veiligheidszone tussen de 5 en 15 meter om de aanplant van twee windhagen (bijvoorbeeld 4 meter hoge elzen) of wintergroene hagen. Disclaimer: In dit advies wordt ingegaan op de aspecten, die onderdeel zijn van de Dienstverleningsovereenkomst tussen de gemeente en de OD NHN (oftewel: onderdeel zijn van door de gemeente overgedragen taken).
OD.331618
Pagina 6 van 6
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
Document
Archeologisch Advies
Plangebied
BP Landgoed Zwaagdijk 212, Zwaagdijk-Oost, gemeente Medemblik
Adviesnummer
21003
Opsteller(s)
A.S. de Groot (archeoloog) & C.M. Soonius (senior archeoloog)
Datum
11-01-2021
Advies
-
Aanpassen tekst toelichting.
-
Handhaven/overnemen dubbelbestemming(en). Indien gewenst kunnen de vrijstellingsgrenzen uit de beleidskaart archeologie worden overgenomen in de regels en op de verbeelding.
-
Voorgenomen ingrepen vrijgeven.
Archeologisch Advies 1. Inleiding Op verzoek van de gemeente Medemblik (contactpersoon: mevr. A. van der Meer) is gekeken naar het aspect archeologie met betrekking tot het ontwerpbestemmingsplan ‘Landgoed Zwaagdijk 212 Zwaagdijk Oost’1, gemeente Medemblik (afb. 1). Op het perceel Zwaagdijk 212 zal een landgoed worden gerealiseerd. Binnen het bestemmingsplangebied zullen een landgoedwoning, een pluktuin, openbare wandelpaden en speelaangelegenheden worden gerealiseerd. De woning komt binnen het zuidelijk deel van het plangebied, ten westen van een al bestaande schuur. Op het perceel is momenteel een voormalige boomgaard aanwezig. Het omgevingsaspect archeologie wordt in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan behandeld in paragraaf 4.6. De tekst in paragraaf 4.6 behoeft enige aanpassing. Sinds de totstandkoming van de vigerende bestemmingsplannen heeft Archeologie West-Friesland voor de gemeente Medemblik namelijk een beleidskaart archeologie opgesteld. Ten behoeve van een correcte omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden wordt in dit document een voorstel voor paragraaf 4.6 van de toelichting gedaan. De eerste alinea uit het ontwerp kan grotendeels worden gehandhaafd. Voor de ontwikkeling is tevens een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Deze is in het ontwerpbestemmingsplan als bijlage opgenomen.
In het beeldkwaliteitsplan wordt aandacht besteed aan het aspect cultuurhistorie. De wens bestaat om van het perceel een aantrekkelijk en cultuurhistorisch landgoed te maken. De plannen voor het landgoed zijn uitgewerkt op basis van de kaderstellende notitie Kansen voor landgoederen Kromme Leekgebied. 1
Rho Adviseurs bv 2020.
Pagina 1 van 9 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
Afbeelding 1. De ligging van het plangebied Landgoed Zwaagdijk 212 (rode stippellijn) op een luchtfoto (bron: PDOK).
2. Beleidskaart archeologie Sinds de totstandkoming van de vigerende bestemmingsplannen heeft Archeologie West-Friesland voor de gemeente Medemblik een beleidskaart archeologie opgesteld.2 Deze beleidskaart is op 28 februari 2019 vastgesteld. Op de beleidskaart archeologie is aangegeven waar de bekende archeologische waarden zich bevinden en welke archeologische verwachtingen er zijn. De waarden en verwachtingen zijn gecombineerd met een beleidsadvies per zone (afb. 2). De vrijstellingsgrenzen voor archeologisch onderzoek zijn nader onderbouwd. Zo zijn onder andere bodemkaarten gebruikt om de archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de prehistorie nader te specificeren. De waarde en de begrenzing van de historische dorpslinten zijn nader gespecificeerd aan de hand van onder andere verschillende historische kaarten. Volgens de beleidskaart ligt het plangebied grotendeels in een zone met een middelhoge verwachting voor vindplaatsen uit de prehistorie. Hier is een vrijstellingsgrens van 2.500 m2 aan verbonden. Binnen delen van het plangebied geldt een hoge archeologische verwachting, vertaald naar een vrijstellingsgrens van 1.000 m2. Ter plaatse van het water van de Kromme Leek geldt een lage archeologische verwachting. Hier wordt een vrijstellingsgrens van 5.000 m 2 aangehouden op de beleidskaart.
Eventueel aanwezige archeologische waarden dienen middels een dubbelbestemming Waarde – Archeologie te worden beschermd. Indien gewenst kunnen de vrijstellingsgrenzen uit de beleidskaart archeologie worden overgenomen in de regels en op de verbeelding. De bijbehorende regels Waarde – Archeologie staan verwoord aan het einde van dit document.
2
Soonius & van Leeuwen 2018.
Pagina 2 van 9 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
Afbeelding 1. De ligging van het plangebied (zwarte stippellijn) op de beleidskaart archeologie van de gemeente Medemblik.
3. Tekstvoorstel paragraaf 4.6 Toetsingskader Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2022 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De herziene Monumentenwet verplicht gemeenten om ‘rekening te houden met aanwezige of te verwachten archeologische waarden’. Het bestemmingsplan staat hierbij centraal. Hierin worden bouw- en aanlegvoorschriften opgenomen. Indien belangrijke archeologische waarden als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen niet in de bodem behouden kunnen blijven, dient de informatie te worden veiliggesteld d.m.v. een opgraving. De Monumentenwet gaat hierbij uit van een algemene vrijstelling voor ingrepen tot 100 m2, maar biedt de gemeente ook de nodige beleidsruimte om haar eigen afweging te maken. De gemeente Medemblik heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt.
Archeologie West-Friesland heeft voor de gemeente Medemblik een beleidskaart archeologie opgesteld.3 De beleidskaart archeologie van de gemeente Medemblik is op 28 februari 2019 vastgesteld. 3
Soonius & van Leeuwen 2018.
Pagina 3 van 9 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
Ter bescherming van de archeologische waarden kunnen burgemeester en wethouders, als daar op basis van een archeologisch onderzoek aanleiding toe bestaat, voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen. Daarnaast is een omgevingsvergunning vereist voor werkzaamheden waarbij de grond wordt geroerd. De bescherming van archeologische waarden wordt geregeld via een dubbelbestemming. Deze dubbelbestemming geldt voor die locaties die op basis van de Beleidskaart Archeologie een hoge archeologische waarde of een hoge archeologische verwachting hebben. Voor ‘Landgoed Zwaagdijk 212 Zwaagdijk Oost’ gelden de volgende vrijstellingsgrenzen: 1.000 m2 op twee plaatsen in het centrale deel van het plangebied; 2.500 m2 in het grootste deel van het plangebied; 5.000 m2 in een klein deel in het zuiden van het plangebied. Toetsing Met dit plan wordt één woning mogelijk gemaakt met de oppervlakte van circa 272 m². De geplande ingrepen zullen de archeologische vrijstellingsgrenzen uit de beleidskaart archeologie niet overschrijden. Nader archeologisch onderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg is niet noodzakelijk. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor dit plan. 4. Bronnen Rho Adviseurs bv, 2020. Bestemmingsplan Landgoed Zwaagdijk 212 Zwaagdijk Oost, Medemblik. NL.IMRO.0420.BPKZWAAGDIJK212-ON01. Ontwerp 08-12-2020. Soonius, C.M. & J.
van Leeuwen, 2018. Toelichting Beleidskaart Archeologie gemeente Medemblik. West-Friese Archeologische Notities 6. Archeologie West-Friesland, Hoorn. 5. Regels Waarde-Archeologie Artikel ** Waarde – Archeologie X **.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde - Archeologie X’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. **.2 Bouwregels **.2.1 Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 1.000 m², moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. **.2.2 Advies archeoloog Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning als bedoeld in lid **.2.1 winnen zij advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of de door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.
In sommige gevallen volstaat een archeologische quickscan als duidelijk is dat de geplande ingrepen geen onevenredige afbreuk doen aan de aanwezige archeologische waarden. Pagina 4 van 9 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
**.2.3 Indien uit het in lid **.2.1 genoemde rapport of de in lid **.2.2 genoemde quickscan blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. **.2.4. Uitzondering onderzoeksplicht Het bepaalde in dit lid onder **.2.1. is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.
**.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden **.3.1 Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze regels van toepassing zijnde bestemmingen: a. het ontgronden, afgraven (waaronder het graven van watergangen en waterpartijen), egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; b. het uitvoeren van overige grondbewerkingen; c. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; d. het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen. **.3.2 Het bepaalde in lid **.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; c. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; d. niet dieper gaan dan 40 cm beneden het maaiveld en een kleinere oppervlakte dan 1.000 m² beslaan. **.3.3 De in lid **.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden.
**.3.4 Alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend, moet door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.
Pagina 5 van 9 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
**.3.5 Indien uit het in lid **.3.4 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken of werkzaamheden zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. **.4. Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de bestemming ‘WaardeArcheologie’ wordt verwijderd, indien uit deskundig archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse geen sprake is van behoudenswaardige archeologische waarden.
Artikel ** Waarde – Archeologie X **.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde - Archeologie X’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. **.2 Bouwregels **.2.1 Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 2.500 m², moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. **.2.2 Advies archeoloog Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning als bedoeld in lid **.2.1 winnen zij advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of de door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. In sommige gevallen volstaat een archeologische quickscan als duidelijk is dat de geplande ingrepen geen onevenredige afbreuk doen aan de aanwezige archeologische waarden.
**.2.3 Indien uit het in lid **.2.1 genoemde rapport of de in lid **.2.2 genoemde quickscan blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen;
Pagina 6 van 9 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
c.
de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
**.2.4. Uitzondering onderzoeksplicht Het bepaalde in dit lid onder **.2.1. is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. **.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden **.3.1 Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze regels van toepassing zijnde bestemmingen: a. het ontgronden, afgraven (waaronder het graven van watergangen en waterpartijen), egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; b. het uitvoeren van overige grondbewerkingen; c. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; d. het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen. **.3.2 Het bepaalde in lid **.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a.
het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; c. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; d. niet dieper gaan dan 40 cm beneden het maaiveld en een kleinere oppervlakte dan 2.500 e. m² beslaan. **.3.3 De in lid **.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden. **.3.4 Alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend, moet door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. **.3.5 Indien uit het in lid **.3.4 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken of werkzaamheden zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen;
Pagina 7 van 9 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
c.
de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
**.4. Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de bestemming ‘WaardeArcheologie’ wordt verwijderd, indien uit deskundig archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse geen sprake is van behoudenswaardige archeologische waarden.
Artikel ** Waarde – Archeologie X **.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde - Archeologie X’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. **.2 Bouwregels **.2.1 Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 5.000 m², moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: c. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: d. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. **.2.2 Advies archeoloog Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning als bedoeld in lid **.2.1 winnen zij advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of de door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. In sommige gevallen volstaat een archeologische quickscan als duidelijk is dat de geplande ingrepen geen onevenredige afbreuk doen aan de aanwezige archeologische waarden.
**.2.3 Indien uit het in lid **.2.1 genoemde rapport of de in lid **.2.2 genoemde quickscan blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: d. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; e. de verplichting tot het doen van opgravingen; f. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. **.2.4. Uitzondering onderzoeksplicht Het bepaalde in dit lid onder **.2.1. is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken:
Pagina 8 van 9 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
c.
d.
vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.
**.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden **.3.1 Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze regels van toepassing zijnde bestemmingen: e. het ontgronden, afgraven (waaronder het graven van watergangen en waterpartijen), egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; f. het uitvoeren van overige grondbewerkingen; g. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; h. het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen. **.3.2 Het bepaalde in lid **.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: f. het normale onderhoud betreffen; g. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; h. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; i. niet dieper gaan dan 40 cm beneden het maaiveld en een kleinere oppervlakte dan 5.000 m² beslaan. **.3.3 De in lid **.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden.
**.3.4 Alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend, moet door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: c. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: d. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. **.3.5 Indien uit het in lid **.3.4 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken of werkzaamheden zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: d. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; e. de verplichting tot het doen van opgravingen; f. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. **.4. Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de bestemming ‘WaardeArcheologie’ wordt verwijderd, indien uit deskundig archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse geen sprake is van behoudenswaardige archeologische waarden.
Pagina 9 van 9 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Gemeente Medemblik A. van der Meer Postbus 45 1687 ZG WOGNUM
Datum Onze referentie Uw referentie Uw bericht van
14 januari 2021 UIT-2021-21778 e-mail 17 december 2020
Telefoon E-mail Bijlagen Onderwerp
06 52 56 23 39 ldoornbos@vrnhn.nl Advies ontwerpbestemmingsplan Landgoed Zwaagdijk 212 te Zwaagdijk
Geachte mevrouw Van der Meer,
Op 17 december 2020 heeft u Veiligheidsregio Noord-Holland Noord in de gelegenheid gesteld tot het uitbrengen van advies over ramp- en crisisbestrijding en zelfredzaamheid ten behoeve van het voorontwerpbestemmingsplan Landgoed Zwaagdijk 212. Het plan betreft het realiseren van één vrijstaande woning op de zuidoostelijke hoek van het perceel. Het plan hebben wij beoordeeld m.b.t. de bereikbaarheid voor hulpdiensten en de bluswatervoorziening voor de brandweer. Het aandachtspunt is: - bij de ontwikkeling de zelfredzaamheid van bewoners bevorderen. Het advies is: - voor de bestrijding van brand een effectieve bluswatervoorziening, conform de landelijke ‘Handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019’, realiseren. Zonder deze inspanning is het niveau van brandveiligheid niet voldoende naar hedendaagse inzichten. Toelichting bereikbaarheid: Oordeel zorgelijk Het adres Zwaagdijk 212 kan via twee richtingen (oost en west) benaderd worden. De kwetsbaarheid m.b.t. de brandweerzorg is hoger dan gewenst, doordat de brandweer ca. 10 minuten nodig heeft voor het bereiken van het adres. Nader advies voor de initiatiefnemer: - Door het aanbrengen van bijvoorbeeld gekoppelde rookmelders in alle ruimten waar men verblijft, zorg je dat iedereen altijd gewaarschuwd wordt bij het signaleren van rook.
pagina 1 van 3
-
-
Bij nieuwbouw is een goed alternatief voor het aanbrengen van gekoppelde rookmelders het plaatsen van woningsprinklers. Zowel bij bouw als bij het inrichten heeft materiaal keuze veel invloed op een eventuele brandontwikkeling. Advies hierover is ruimschoots beschikbaar via het internet en/of bij gespecialiseerde bedrijven. Zorg voor een opstelplaats voor de brandweer binnen een afstand van 40 m tot de toegang tot het huis.
Toelichting bluswater: Oordeel onvoldoende Binnen een acceptabele afstand is geen primaire bluswatervoorziening in de vorm van een brandkraan beschikbaar. De Kromme Leek loopt langs de plangrens, waardoor het aanleggen van een geschikte bluswatervoorziening een geringe inspanning kost. In de onderstaande figuur 1 (bij de zwarte stip) de ideale positie (veilige valafstand t.o.v. de schuur en voldoende nabij het woonhuis) voor het blusvoertuig van de brandweer (zie ook figuur 3). In figuur 2 de principe opstelling voor de opstelplaats openwater. Voor de erfinrichting wenst de initiatiefnemer mogelijk flexibiliteit. Die ontstaat door het openwater via een buis naar een pompplaats te brengen (b.v. met een deksel afgesloten). Indien de initiatiefnemer een andere bluswatervoorziening en/of opstelplaats voor het blusvoertuig beoogt, dan kan de brandveiligheidsadviseur van de VRNHN hierover benaderd worden. Figuur 1
Figuur 2
pagina 2 van 3
Figuur 3
Graag ontvangen wij een korte terugkoppeling van uw bevindingen ten aanzien van het advies en/of een afschrift van uw besluit. Voor vragen of een toelichting kunt u met mij contact opnemen.
Met vriendelijke groet,
Leo Doornbos Expert risico's en veiligheid
pagina 3 van 3
Bijlage 3 Informatiebijeenkomst
Verslag informatiebijeenkomst Landgoed Zwaagdijk 212 Datum:
6 oktober 2021
Tijd:
19.00 – 21.30 uur
Plaats:
Zwaagdijk 212 te Zwaagdijk
Genodigden:
Omwonenden Zwaagdijk nrs 189, 191, 193, 195, 200, 201, 202, 203, 204, 205, 206, 207, 210, 213, 214, 215, 218 Dorpsraad Zwaagdijk Oost en Dorpsraad Zwaagdijk West Gemeenteraadsleden
Aanwezig:
Bertus en Els Smit, Zwaagdijk 210 Luciën en Marry Slippens, Zwaagdijk 206 Robin Slippens, Zwaagdijk 206 Mark Wester, Zwaagdijk 203 Peter Kok, Zwaagdijk 218 Patrick Wiering, Zwaagdijk 197 Piet Dekker, Zwaagdijk 201, tevens voorzitter Dorpsraad van Zwaagdijk-oost Piet Mosch (raadslid GemeenteBelangen) Andre Wiering (initiatiefnemer) Hike van der Mei (adviseur initiatiefnemer, landschapsarchitecte) Andrea van Langen (wethouder) Anneke van der Meer (ambtenaar)
Doel:
informeren van omwonenden en ophalen van wensen/ideeën van omwonenden die in het plan kunnen worden meegenomen.
Verslag: Tijdens de bijeenkomst is door de initiatiefnemer en de landschapsarchitecte een powerpointpresentatie gegeven over het inrichtingsplan en het bestemmingsplan voor het landgoed. Ook is door de gemeente een toelichting gegeven op de planning van het bestemmingsplanproces en de mogelijkheden voor omwonenden om hierop invloed te hebben. Geïnventariseerde ideeën/wensen van omwonenden over de inhoud van het plan: -
-
Een tuinmuur tussen de landgoedwoning en de schuur is niet mooi. De voorkeur is een haag. Bosschages op de perceelsgrens met naastgelegen buren niet te hoog laten worden. Bij de plantkeuze hier rekening mee houden en goed onderhouden / snoeien is een wens. De schets van de landgoedwoning wordt beschouwd als een verkenning van de architect. Dit wordt gezien als wat minimaal bij een nieuw landgoed wordt verwacht. Hoe de vormgeving en detaillering er verder uit komt te zien, wordt overgelaten aan welstand. Het kan zomers druk zijn met parkeren op het terrein. De naastgelegen buren ervaren hiervan parkeeroverlast. Een idee is om ook achter de schuur parkeerruimte te organiseren, zodat in het entreegebied minder parkeerruimte nodig is. Het parkeren achter de schuur is een overloopgebied in tijden van drukte. Op deze manier kan de parkeeroverlast worden gereguleerd en ervaren de buren meer privacy. De uitstraling van de landbouwschuur past niet bij een landgoed. Kan de schuur worden aangepast, bijvoorbeeld potdekselen (met hout bekleden) of bijvoorbeeld inpassen met beplanting?
Afspraak: de initiatiefnemer en landschapsarchitecte bekijken of / hoe deze ideeën en wensen in het plan kunnen worden verwerkt.
1
Geïnventariseerde vragen en zorgen van direct omwonenden: -
-
-
Geen beplantingssoorten toepassen die een probleem kunnen opleveren voor de gezondheid van de fruitplanten/-bomen op de aangrenzende fruitkwekerij. Initiatiefnemer past geen bestrijdingsmiddelen toe. Dit is een probleem voor de naastgelegen kwekerij. Hierover afspraken maken. De kersenbomen verdwijnen, daarvoor komen appel- en perenbomen terug. Dit verhoogt het risico op ziekten en plagen in de naastgelegen fruitkwekerij. De verandering van functie heeft invloed op de functie ernaast. Bij voorkeur geen appel- en/of perenbomen op het landgoed. Het verwijderen van bestaande appel- en perenbomen en het niet aanplanten van nieuwe appel- en perenbomen is voorkeur. De initiatiefnemer wil graag wel appel- en perenbomen t.b.v. het sap en de diversiteit. Ook ligt hier een relatie met het beplantingsplan i.h.k.v. de aanwijzing als landgoed in het kader van de Natuurschoonwet. Hierover onderling afspraken over maken. Bloemen trekken insecten aan, dus ook insecten die een negatief effect op de naastgelegen kwekerij hebben. Doordat gevallen pruimen niet worden opgeruimd komen ratten op de pitten af. Dit geeft overlast in de naastgelegen fruitkwekerij. Een jager is nodig. Hier onderling afspraken over maken. De afscheiding van het perceel met naastgelegen percelen goed regelen (d.m.v. een hek). De zorg is dat loslopende honden of bezoekers de naastgelegen percelen gaan betreden.
Overlast van troep / plastic in de sloot van bezoekers van de pluktuin. Voldoende prullenbakken en sociale controle is gewenst. Schoon houden van de sloot tussen het landgoed en de kwekerij is van belang om te voorkomen dat zaden van waterplanten overwaaien op de fruitkwekerij. Het hekkelen van de sloot gebeurt daarom eerder en vaker dan normaal. Dit is op kosten en initiatief van de fruitkweker en met toestemming van de initiatiefnemer van het landgoed om dit vanaf zijn land te doen. E.e.a. conform de bestaande afspraken tussen de buren. De zorg is dat dit door de invulling als landgoed niet meer mogelijk is. Afspraken over maken.
Hoe wordt het onderhoud van het landgoed geborgd? Wie snoeit de hagen/heggen? Hoe blijft het netjes? Hoe wordt geborgd dat het landgoed voor lange tijd open blijft?
Moet je betalen voor een appel als je een wandeling op het (deels) openbaar toegankelijke terrein maakt?
Afspraak: in een gesprek tussen de initiatiefnemer van het landgoed en de fruitkweker wordt gezamenlijk tot duidelijke en werkbare afspraken gekomen. Hier kan door beide partijen op worden teruggevallen als dat nodig is. Partijen vragen zelf bij een notaris hoe deze afspraken het beste kunnen worden vastgelegd. Gedacht wordt aan een private overeenkomst (bijvoorbeeld een vaststellingsovereenkomst). Ter plaatse van de bijeenkomst is door de partijen een datum geprikt om hierover afspraken te maken. De gemaakte afspraken worden gedeeld met de landschapsarchitecte en de gemeente. Onderwerpen waarover afspraken worden gemaakt: -
Gedetailleerde afspraken over het hekkelen van de sloot Gedetailleerde afspraken over het gebruik van bestrijdingsmiddelen Gedetailleerde afspraken over beplantingssoorten + wel/geen appel- en perenbomen Gedetailleerde afspraken over het jagen op ongedierte
Vragen naar aanleiding op toelichting op de planning en de procedure van het bestemmingsplan: -
kunnen we nog zienswijzen indienen? o Deze informatieavond is bedoeld om vragen, zorgen en/of wensen van omwonenden te verzamelen. Deze inbreng kan nog meegenomen worden in het plan. De termijn voor het indienen van zienswijzen is afgelopen. Wel zijn er mogelijkheden om bij de raadscommissie in te spreken. En als laatste kan tegen het raadsbesluit in beroep worden gegaan bij de Raad van State. 2
-
Wat als iemand geen zienswijze heeft ingediend, krijgt diegene dan wel mee dat er iets in het plan veranderd is?
Nadat het college heeft besloten over het bestemmingsplan (inclusief inrichtingsplan en Reactienota Zienswijzen) worden de stukken naar de griffie verzonden voor behandeling in de raadscommissie. Afgesproken is dat deze stukken via de mail worden gedeeld. In de Reactienota is een overzicht van de belangrijkste veranderingen opgenomen. Hoe werkt het als iemand een beroep bij de Raad van State wil indienen? o De gemeenteraad neemt een besluit over het bestemmingsplan. Als u het niet eens bent met het besluit van de gemeenteraad kunt u beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De gemeente geeft in de bekendmaking van het vaststellingsbesluit aan in welke periode u beroep kunt instellen. De periode bedraagt altijd 6 weken. Daarna treedt het bestemmingsplan in werking. De gemeente kan u informeren over deze procedure. Voor het indienen van een beroep kunt u zich laten bijstaan door een adviseur (bijvoorbeeld via Rechtsbijstand). Wat is een Reactienota? o In de reactienota staat een gemeentelijk antwoord op de binnengekomen zienswijzen en de reacties van de Overlegpartners (provincie, hoogheemraadschap etc) op het ontwerp bestemmingsplan. Ook is hierin het verslag van de informatiebijeenkomst opgenomen. o
-
-
-
Als omwonenden niet willen inspreken maar wel hun zorgen kenbaar willen maken, kunnen ze dan voorafgaand aan de raadscommissie de commissieleden benaderen met hun zorgen? o Ja dat kan.
Vragen aan de gemeente:
-
Kan het bestemmingsplan (publiekrechtelijk spoor) door de raad worden vastgesteld, wanneer de onderlinge afspraken tussen de initiatiefnemer en de fruitkweker (privaatrechtelijk spoor) nog niet zijn vastgelegd? o Ja. De raad toetst bij de vaststelling of het gebruik van de gronden en de belangen van omwonenden in het bestemmingsplan voldoende zijn geborgd en er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De milieuregels en de daaruit voortvloeiende maatregelen moeten in de eerste plaats in het bestemmingsplan goed zijn geborgd. Aanvullend op het bestemmingsplan kunnen altijd privaat rechtelijke afspraken tussen partijen worden gemaakt. De raad kan deze afspraken bij de vaststelling meewegen. Er kunnen privaatrechtelijke belemmeringen in de weg staan aan de vaststelling en uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. Deze belemmeringen moeten dan echter wel van een evident karakter zijn (in strijd zijn met het burgerlijk recht, o.a. burenrecht, recht van overpad etc).
-
Kan Wiering op zijn privé eigendom een verbod voor loslopende honden op zijn perceel afdwingen nu het een openbaar toegankelijk terrein wordt?
o
Bij de ingang van het landgoed wordt een bord geplaatst waarop de regels van het landgoed gelden. Daarop komt te staan dat honden aangelijnd moeten zijn/niet los mogen lopen. De Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Medemblik bevat regels over loslopende honden. Honden binnen de bebouwde kom op de openbare weg dienen aangelijnd te zijn. In het geval van het landgoed is er geen sprake van een openbare weg. De eigenaar van het perceel dient er zelf op toe te zien dat de op het landgoed geldende regels door middel van een bord bij de entree duidelijk zichtbaar zijn. De eigenaar dient zelf deze regels te handhaven en bezoekers aan te spreken op het niet naleven van deze regels. ===
3