CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Concept Notulen Raadscommissie 4 maart 2021.pdf

Raadscommissie 25 maart 2021, gemeente MedemblikBij agendapunt: Vaststellen notulen raadscommissies 4 en 8 maart 20215.760 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Concept notulen Raadscommissie Datum Tijd Locatie Voorzitter Commissiegriffier

04-03-2021 19:00 - 22:10 Digitaal E. Meester H. Wammes

Aanwezig

VVD: M. Raat, T. Beerepoot, D. Steltenpool, CDA: C. Selders, S. Schouten, S. Commandeur GB: L. Plekker, G. Gringhuis, P. Mosch, R. Paarlberg, R. Braaksma, PWF: S. Zeilemaker, P. Koning PvdA: T. Beuker, B. de Jong, D. Visser D66: Y. Nijsingh, B. Tensen GL: R. Manshanden, B. Huisman, G. van Keulen PW2010: C. Neefjes, I. Dudink-Neefjes, B. Burggraaf CU: S. Visser, E-J. Gorter, J. Groot BAMM: A. Meester HvM: T. Berlijn, M. Hoogewerf, H. Verschoor College: F. Streng, J. Fit, A. van Langen, H. Nederpelt Ambtelijk: D. Gelinck (WerkSaam)

1

Opening De voorzitter opent de vergadering. Hij geeft aan dat de heer Stam, die deze vergadering eigenlijk zou voorzitten, vanwege een fietsongeval eerder deze week, afwezig is.

2

Vaststelling agenda De agenda wordt vastgesteld.

3

Spreekrecht art. 16 Verordening op de raadscommissies gemeente Medemblik 2019 Er hebben zich geen insprekers aangemeld.

4

Vaststellen notulen raadscommissie 28 januari en 1 februari 2021 De notulen van 28 januari en 1 februari jl. worden ongewijzigd vastgesteld.

5

Vaststellen toezeggingenlijst De voorzitter stelt vast dat de vragen van mevrouw I. Dudink niet beantwoord zijn. Mevrouw Van Langen geeft aan dat deze alsnog schriftelijk beantwoord worden. Vanuit de fractie CDA voorgesteld M272 nog niet af te voeren omdat de RKC binnenkort met een voorstel komt en M264 af te voeren. De commissie stemt hiermee in. 

M. Hoogewerf: Wat is de status van de ontsluiting bij Winkelcentrum Zwaagdijk-Oost betreffende de alternatieven die nog technisch beoordeeld moeten worden? Reactie F. Streng: We zijn bezig met de uitwerking van de plannen en hebben daar met bewoners over gesproken. Als de uitgewerkte plannen af zijn komen we met bewoners en klankbord bij elkaar om eea door te spreken. Op het

 

terrein zelf van het winkelcentrum moet een plan aangeboden worden, daar wordt druk op gezet. T. Berlijn: Wat is de stand van zaken rond Bagijnhof, de omzetting van winkel- naar woonpand? Reactie A. van Langen: Dit loopt al een tijd, maar uit de detailhandelsvisie volgt dat dit pand in een gebied ligt dat kansrijk is voor detailhandel, daarom gaat er langer tijd overheen. T. Berlijn: Heeft de burgemeester al contact gehad met Rutte? Reactie F. Streng: Ik sta ingepland voor een meet & greet. T. Beerepoot: Wat is de stand van zaken rond de busverbinding MidwoudOostwoud? Reactie F. Streng: Wij hebben reeds aangegeven dat de OV-werkgroep op dit moment niet bestaat. Maar los daarvan is vanuit Connexxion vernomen over niet rendabele lijnen in coronatijd wat maakt dat we niet optimistisch zijn. We gaan met Connexxion in gesprek wat er overblijft voor Medemblik.

6

Bestuurlijke termijnagenda (BTA) - ter kennisname Geen vragen/opmerkingen.

7

Actieve informatie van het college 

T. Beerepoot: Hij wil zijn teleurstelling uitspreken dat Irene Schouten niet wordt gehuldigd in Medemblik. Het is bekend dat zij in Heereveen woont en is ingeschreven, maar dit is uit praktische overwegingen. Andere sporters in dezelfde situatie worden – ondanks dat zij ook in Heereveen wonen – wel gehuldigd in hun thuisgemeente. Hij doet een beroep op het college dit te heroverwegen. B. Huisman: Waarom is de gemeente in overleg met Irene Schouten voor sponsoring vanuit het Topsportfonds als zij geen inwoner is? Moet zij daarvoor dan ook niet bij haar woongemeente – i.c. Drechterland - zijn? Reactie J. Fit: Vanuit Team Medemblik is een aantal criteria gesteld waaraan topsporters die in Medemblik wonen moeten voldoen. De situatie rond mevrouw Schouten is anders. Zij is geboren en getogen in Andijk/Wervershoof en draagt de gemeente een warm hart toe. Team Medemblik heeft met haar een gesprek gevoerd waarin ook gesproken is over de woonplaats. In de gesprekken is verkend of zij vanuit een ambassadeursrol iets kan betekenen voor Medemblik. Het zou een gemiste kans zijn als daarin niet samen wordt opgetrokken. Drechterland kent geen topsportbeleid. B. de Jong: De respons van de enquête over het LTA was 8%. Is dat representatief naar de mening van het college? Reactie J. Fit: Ja, in aanvang zijn we uitgegaan van een respons van circa 10%.

Gelet op het feit er niet fysiek in gesprek kan worden gegaan en een digitaal traject is ingezet, is dit prima.  Mevrouw Selders voegt toe dat bij het oorspronkelijke voorstel slechts 1% of zelfs minder betrokken zouden zijn geweest. S. Zeilemaker: in vervolg op de vorige vraag, is bekend of de respons verdeeld is over alle kernen of dat bepaalde kernen naar voren komen? Reactie J.Fit: Ik heb de uitslagen nog niet expliciet gezien, maar het is wel zo dat per kern uiteindelijk een beeld is ontstaan over het percentage. Dus dat is wel terug te voeren op het aantal ingevulde enquêtes per kern. Die informatie zal tijdens de bijeenkomsten dien nog georganiseerd worden toegelicht worden.

Pagina 2

8

SAMENLEVING

8.1

Benoeming nieuw lid raad van toezicht Allure, stichting openbaar onderwijs (pfh. D. Kuipers) Termijn 1: afronding oriëntatie, bevragen wethouder 1e ronde: afronding technische fase (n.a.v. antwoorden op commissievragen)  D. Visser: Het is de bedoeling van de wetgever dat de raad als extern toezichthouder optreedt en een actieve rol vervult. Als de raad daar niet voor kiest, heeft deze taak dan niet louter een formeel karakter waar we wellicht beter afscheid van kunnen nemen? Reactie J. Fit: De oorsprong hiervan ligt in het verleden, de raad is op afstand gezet. In artikel 48 lid 6 van de Wet op het Primair Onderwijs is aangegeven hoe dat is georganiseerd. De raad is destijds akkoord gegaan met een aanpassing van de statuten tot wat het nu is. Wellicht moet eea in de toekomst nog een worden beoordeeld op zijn merites. Termijn 2: meningsvorming Hiervan wordt geen gebruik gemaakt. De voorzitter concludeert dat het rvs als hamerstuk door kan naar de raad.

8.2 19:55

Bespreeknotitie Beleidsevaluatie WerkSaam WF 2021 Termijn 1: afronding oriëntatie, bevragen wethouder 1e ronde: afronding technische fase (n.a.v. antwoorden op commissievragen)  D. Visser: Als een cliënt een bepaald profiel heeft, maar op enig moment uit het zicht van WerkSaam raakt en na verloop van tijd terugkomt. Heeft hij dan nog te maken met dat oude profiel? Reactie namens H. Nederpelt: Nee, op dat moment gebeurt dat opnieuw.  D. Visser: Er is een tekort budget tbv aanpak laaggeletterdheid, maar een overschot BUIG. Is het mogelijk budget over te hevelen? Reactie H. Nederpelt: Technisch gezien ja, maar daar zijn een afspraken over gemaakt. Een van de 5 bespreekpunten is ook of het overschot BUIG anderszins ingezet kan worden.  D. Visser: Het zou goed zijn als er over 2 tot 3 jaar weer een evaluatie plaatsvindt waarin je kijkt wat er met de aanbevelingen en conclusies van nu is gebeurd. Bent u daar voorstander van? Reactie H. Nederpelt: Ja. WerkSaam pakt die aanbevelingen accuraat op. Waar mogelijk en zinvol kan zeker geëvalueerd worden en mogelijk zelfs eerder.  S. Schouten: Betreffende de beschutte werkplekken kunnen we teruglezen dat hier goed op wordt ingezet. Er wordt meer gerealiseerd dan het landelijk gemiddelde, maar er is ook een wachtlijst. Als er nu 20 extra plekken gerealiseerd worden dan blijven er nog 21 wachtenden over.

Is er een creatieve oplossing hiervoor te bedenken?  Reactie H. Nederpelt: We zitten nu in een wat lastige fase, om juist in coronatijd mensen te plaatsen. Enerzijds ivm veiligheid, maar ook of er wel werk beschikbaar is. We hebben subsidie binnengehaald om de versnelling in te kunnen zetten en gaan nu naar de raden om te kijken of we extra plekken kunnen realiseren. Alles staat of valt uiteindelijk met budget. 2e ronde: politieke vragen  B. Huisman: Hoe staat het college zelf tegenover de genoemde bespreekpunten? Onderschrijft het college hetgeen WerkSaam als voorstellen doet?

Pagina 3

Reactie H. Nederpelt: Het is heel belangrijk meer mogelijkheden hebben mensen naar werk te begeleiden. Het zou een goede zet zijn het overschot BUIG daarvoor te gebruiken, maar het is wel zo dat het overschot BUIG nu nog wordt gebruikt als dekking voor sociaal domein. Wat betreft de kwijtschelding van schulden is het een zeer sympathiek voorstel dat mensen extra kan motiveren. Maar als je geen uitkering hebt en werkt voor het minimumloon, dan heb je dat voordeel niet. Het college heeft over dit alles nog niet expliciet een besluit genomen. B. Huisman: Er wordt voorgesteld de handhaving menselijker te maken, maar er is sprake van een zeer strenge wet. Hoe staat het college daar tegenover? Reactie H. Nederpelt: Een regel is een richtlijn, maar je moet altijd je gezond verstand gebruiken. Daarbij mogen de grenzen worden opgezocht. G. Gringhuis: In de afwegingen van het college in de bespreeknotitie staat dat wanneer de raad akkoord gaat met het overhevelen van eventuele budgetten naar WerkSaam dit ten laste komt van de gemeentelijke begroting. Wordt er vanavond gevraagd aan de raad zich uit te spreken en komt er nog een rvs? Reactie H. Nederpelt: Dit is een beleidsevaluatie en het is iets waar 7 Westfriese raden over gaan. Dit krijgt dus nog een vervolg. G.

Gringhuis: Er zitten aspecten in het stuk, zeker waar het gaat om BUIGbudgetten, die uiteindelijk ten koste kunnen gaan van budgetten binnen Medemblik. Waarom is er niet voor gekozen dit mee te nemen in de Kadernota van de GR die vorige maand in de raad is besproken? Reactie H. Nederpelt: Dit is een beleidsevaluatie en dit soort besluitpunten neem je niet zomaar mee in een Kadernota. We zien een kans, maar dat willen we niet zomaar doordrukken. B. Huisman: Is er zicht op welke besparing een investering vanuit het BUIGoverschot oplevert? Reactie H. Nederpelt: Als je meer investeert in re-integratie dan bespaar je, maar dat is lastig te kwantificeren. Heeft ook te maken met economische ontwikkelingen. T. Beerepoot: Is bekend wat Hoorn doet? Reactie H. Nederpelt: Nee, maar dat is nu ook niet relevant. We proberen per raad op te halen wat er leeft.

Termijn 2: meningsvorming Stelling 1: Zo snel mogelijk plaatsen op werk of inzetten op duurzame uitstroom?  T. Berlijn: Je moet zorgvuldig moet omgaan met personen en deze in hun eigen kracht zetten. Focussen op duurzame uitstroom met de menselijke maat.  A. Meester: Er zijn verschillende bedrijven nog nooit benaderd door WerkSaam.  J. Groot: Begeleiding is belangrijk. Snel plaatsen kan alleen met goede begeleiding. Er zijn ook teveel regels.  B. Burggraaf: Positief, het is belangrijk om een duurzame uitstroom te realiseren inzetten op match naar werk.  B. Huisman: Inzetten op duurzame uitstroom. Beter iemand iets langer wachten op een betere baan dan zo snel mogelijk plaatsen.  B. Tensen: Meteen aan het werk. Hoe lang ga je nl wachten? Mocht er op termijn een plek komen die beter aansluit dan moet je kunnen switchen.  D. Visser: Duurzame uitstroom, goede aandacht betaalt zich terug.  P. Koning: Gelet op de adviezen bij de presentatie kan men deze stelling volgen.  G. Gringhuis: Duurzame uitstroom staat voorop.  S. Schouten: Duurzame uitstroom is belangrijk, als iemand intrinsiek gemotiveerd is dan blijft herinstroom uit.  T. Beerepoot: Gekozen wordt voor duurzame instroom. Pagina 4

Stelling 2: Eventuele overschotten op het BUIG budget gebruiken om meer mensen aan werk te helpen.  T. Berlijn: Eventuele overschotten moeten zo mogelijk in de organisatie blijven om tekorten op andere plekken op te vangen.  A. Meester: Eventuele overschotten moeten terug naar de gemeente.  J. Groot: BUIG-budget, het is moeilijk om daar een balans in te maken, maar het moet geen jojo-effect worden, het ene jaar wel en andere jaar niet.  B. Burggraaf: Als het hier een budget betreft voor een doel waar WerkSaam voor staat, dan mag dat gebruikt worden om mensen te plaatsen.  B. Huisman: Is lastig. Belangrijk om met goed voorstel naar raad te komen, zodat de raad een goede afweging kan maken (bijv. over besparing).  B. Tensen: Er zijn altijd mensen die niet kunnen of willen werken. De laatste mensen in vergen de hoogste maatschappelijke investering. Om overschotten in te zetten op die mensen, moet je kijken naar het rendement. De fractie kiest ervoor terug te storten naar de gemeente en het geld in te zetten op preventie en het sociaal domein.  D. Visser: Eens met dit uitgangspunt, er zijn goede resultaten. Arbeid en participatie zijn een voorliggende voorziening bij het beperken van de kosten in het sociaal domein.  P. Koning: Gelet op de adviezen bij de presentatie kan men deze stelling volgen.   

G. Gringhuis: Niet op tegen, maar wellicht had dit beter kunnen worden meegenomen in de Kadernota van WerkSaam. Laat het terugkomen in een goed rvs. S. Schouten: Overschotten stromen nu terug in het sociaal domein. Bespreekbaar is een deel in te zetten voor re-integratie. T. Beerepoot: Met de stelling om het BUIG-overschot in te zetten om meer mensen aan het werk te helpen kan men zich zonder doorrekening van de financiële consequenties niet verenigen. De gemeente verkeert in financieel zwaar weer en een zeer zorgvuldige bewaking van de uitgaven is essentieel. Het BUIG-overschot inzetten zal leiden tot een groter tekort op het sociaal domein. Medemblik heeft het grootste overschot en voorkomen moet worden dat dit bij andere gemeenten terecht komt. Hoorn zou willen dat de hoogte van de inbreng ook de hoogte van de stem gaat bepalen. Hoe wordt hier tegenaan gekeken? Reactie: H. Nederpelt: Dat is nog niet uitvoerig besproken. Aanpassing van de regeling kan in theorie maar daar moeten alle 7 deelnemers het eens over zijn.

Stelling 3: Werken moet lonen, WerkSaam moet waar mogelijk schulden voorkomen en meer doen aan kwijtschelden.  T. Berlijn: Ja, maar niet zo maar geld kwijtschelden. Maatwerk. Mensen zijn zelf verantwoordelijk, uitzonderingen (buiten eigen schuld) moeten mogelijk zijn.  A. Meester: Spreekt voor zich.  J. Groot: Schulden kunnen barrière zijn. Menselijke maat is belangrijk.  B. Burggraaf: Werk moet lonen, het gaat om maatwerk.  B. Huisman: Maatwerk is van belang. WerkSaam kan dit goed inschatten.  B. Tensen: Ja, en schuldenproblematiek moet worden aangepakt.  D. Visser: Hoogste prioriteit ligt bij het voorkomen schulden. Als kwijtschelding meer oplevert dan schuldhulp of –sanering dan is de fractie voorstander. Misschien moet kwijtschelding in het algemeen, ook in andere situaties, meer aandacht krijgen als dit qua maatschappelijke kosten gunstiger is.  P. Koning: Gelet op de adviezen bij de presentatie kan men deze stelling volgen.

Pagina 5

 

G. Gringhuis: Werken moet lonen. WerkSaam met een schuld verlaten moet voorkomen worden door een goede regie richting de cliënten. Houdt wel rekening met de wettelijke kaders. S. Schouten: Er is al een kwijtscheldingsbeleid en het gaat niet alleen om het verruimen daarvan. Het gaat ook om situaties dat iemand die schulden heeft en aan het werk gaat, de tijd krijgt om eerst te werken en later een regeling te treffen. Dit in het kader van intrinsieke motivatie. Hier staat men achter. T. Beerepoot: Met de mogelijkheid om schulden te kunnen kwijtschelden kan men niet instemmen zonder zorgvuldige doorrekening.

Stelling 4: Handhaving/maatregelen. Streng de wet volgen en bij elke misstap een maatregel opleggen versus de menselijke maat.  T. Berlijn: Handhaving op fraude moet, maar de menselijke maat is belangrijk. Help mensen om te voorkomen dat ze fouten maken.  A. Meester: Menselijke maat moet altijd toegepast worden.  B. Burggraaf: Is het mogelijk om met ruimte voor de menselijke maat en kijken naar individuele casus meer ruimte te creëren. Er is al snel sprake van wantrouwen zonder dat er met de persoon contact is geweest.  B. Huisman: Menselijke maat is belangrijk. Zoek persoonlijk contact met mensen om te helpen voorkomen/herstellen. Bij bewuste fraude hard ingrijpen.  B. Tensen: Menselijke maat, laat iedereen vrij, maar niemand vallen.  D. Visser: Menselijke maat, wellicht een omgekeerde toets: eerst de probleemstelling en mogelijkheden bekijken en dan handelen in de geest van de wet.  P. Koning: Gelet op de adviezen bij de presentatie kan men deze stelling volgen.  G. Gringhuis: Handhaven met een menselijke maat binnen de wettelijke kaders.  S. Schouten: De wet is strikt. In de praktijk maken mensen ook fouten, het is dan niet wenselijk dat daar direct boetes bij komen kijken. Het gaat om de menselijke maat.  T. Beerepoot: Gekozen wordt voor de menselijke maat.  Stelling 5: Welke informatie wilt u als raad weten over het cliëntenbestand?  T.

Berlijn: Geen specifieke informatie nodig, maar op afroep.  A. Meester: Informatie over wat de in- en uitstroom is.  B. Burggraaf: Vragen hierover zijn goed beantwoord dus het is helder.  B. Huisman: De expertise van WerkSaam wordt gevolgd.  B. Tensen: Hoeveel cliënten in het bestand zijn notoire werkweigeraars.  D. Visser: In bijlage 2 staat al veel informatie. Dat is afdoende.  P. Koning: Belangrijkste is de in- en uitstroomcijfers van de gemeente en hoeveel mensen vallen er tussen de wal en het schip.  G. Gringhuis: Op dit moment stroomt 12.6% terug in de bijstand. Wat wordt dat als we met duurzame uitstroom gaan werken.  S. Schouten: Op 3 punten is informatie gewenst: beschutte werkplekken, statushouders en informatie over uitstromers die weer herinstromen.  T. Beerepoot: Het geleverde document is zeer nuttig. Termijn 3: Meningvorming, tweede ronde (zo nodig) 

B. Huisman: Gelet op de beraadslagingen leeft de vraag of het mogelijk is voor het college om met een rvs te komen over de BUIG-budgetten Reactie H. Nederpelt: Dat is nog wat prematuur. Dan moet het sentiment in de 7 raden zijn dat men daar open voor staat.

De voorzitter stelt vast dat alle partijen hun inbreng hebben kunnen leveren en hoopt dat het college voldoende informatie heeft opgehaald. Waardering en complimenten Pagina 6

zijn uitgesproken, er zijn ook kritische kanttekeningen geplaatst over teveel regels en het vooral uitgaan van vertrouwen ipv wantrouwen. 9

RAADSBREED

9.1

Overheveling budgetten 2020 naar 2021 n.a.v. herfstnota (pfh. D. Kuipers) Termijn 1: afronding oriëntatie, bevragen wethouder 1e ronde: afronding technische fase (n.a.v. antwoorden op commissievragen)  G. van Keulen: Is er zicht op welke stichtingen en verenigingen in nood zitten en zijn zij op de hoogte van het bestaan van het coronanoodfonds? Reactie H. Nederpelt: U heeft met het noodfonds de culturele sector kunnen helpen en ook andere verenigingen zijn gesteund. Daarover is gerapporteerd. Er zijn ook middelen ontvangen vanuit het Rijk en (cofinanciering met) de provincie, daarom is het geld ook niet volledig uitgegeven. Nu corona nog altijd aan de orde is kunnen we die middelen die over zijn op exact dezelfde wijze inzetten in 2021. Er is goed contact met de maatschappelijke partners. Op basis van een behoefteraming/begroting kunnen we aangeven welke steun waar vandaan kunnen worden gehaald. Zo nodig komen we nog eens bij de raad terug.  I. Dudink: Waarom is besloten om het geld uit het Sociaal Domein te halen? Reactie H. Nederpelt: Dat was daar ook voor gereserveerd. 2e ronde: politieke vragen  B. de Jong: Het weerstandsvermogen zakt naar 0,8. Dat baart zorgen. Is er ook een risicoprofiel opgesteld dat deze niet verder zal zakken de komende jaren? Reactie H. Nederpelt: De risicoparagraaf wordt weer geüpdatet bij de jaarrekening.

Een aantal risico’s zullen bewaarheid worden en dan kost het echt geld.  M. Hoogewerf: Het budget voor glasvezel, waar is dat voor bedoeld? Reactie H. Nederpelt: Medemblik heeft de ambitie klaar te zijn voor de toekomst. De hoogste urgentie zat in het buitengebied. Waar gewenst is dat ook gebeurd. Dat is door de markt opgelost. Wij willen dat aanjagen en bij de realisatie moeten er ook controles plaatsvinden en gehandeld bij calamiteiten. Het gaat om die faciliterende rol.  R. Braaksma: Betreft dit alleen maar de gebieden die in Medemblik plaatsvinden. Reactie H. Nederpelt: Ja, het betreft de kernen. Voor het buitengebied was er samenwerking met Opmeer en het hoogheemraadschap.  R. Braaksma: De genoemde bedragen zaten in 2020 al in de begroting en worden nu overgeheveld? Reactie H. Nederpelt: Het gaat inderdaad om middelen die in 2020 niet uitgegeven zijn. Termijn 2: meningsvorming Alle fracties stemmen ermee in dat het rvs als hamerstuk door kan naar de raad. G. van Keulen merkt nog op dat zij ervan uitgaan dat bij de jaarrekening 2021 geen geld meer over is van het coronanoodfonds. M. Raat wil nog benadrukken dat P&C-stukken zoals de Herfstnota in het vervolg met een rvs moeten worden aangeboden. De voorzitter concludeert dat het rvs als hamerstuk op de agenda van de raad kan worden geplaatst.

Pagina 7

9.2

Bespreeknotitie 10-puntenbrief fractievoorzitters oppositie Burgemeester Streng leidt de bespreeknotitie kort in. De voorzitter stelt voor de behandeling als volgt te doen. Eerst een vragenronde, dan een 1e termijn met een reflectie door de fracties op de 10 onderdelen waarbij fracties verzocht worden aan te geven voor welke van de 10 punten zij een 2 e termijn wensen alsmede een reflectie op de twee bespreekpunten van het college. Daarna een 2e termijn voor de onderdelen waarvoor de fracties in 2e termijn een gedachtewisseling wensen. VRAGENRONDE  S. Zeilemaker: Zou de oorzaak van discussie over de rollen (raad, college) kunnen liggen in het feit dat in ieder geval een deel van de raad geen vertrouwen heeft in de uitvoering zoals die door bepaalde mensen nu gebeurt? Reactie F. Streng: De samenwerking tussen college en raad gebeurt op basis van respect en kwalitatief hoogwaardig politiek debat. Hij gaat ervan uit dat een raadslid met een wethouder of burgemeester in gesprek wil over de inhoud en dat het niet gaat over vertrouwen, maar dat zij samen de gemeente aan het besturen zijn. Soms treedt een raadslid wellicht in datgene waar een wethouder voor opgesteld staat en omgekeerd. Daar moeten wij elkaar in corrigeren. S. Zeilemaker: Dit is niet bedoeld in de zin dat er geen vertrouwen is in de persoon.

Het gaat er om dat het raadslid er wellicht geen vertrouwen in heeft dat datgene wat is besloten of toegezegd ook gebeurt of dat dit te lang duurt. Dat zou een onderliggende factor kunnen zijn. Reactie F. Streng: Het is belangrijk dat we alerter zijn en als dingen te lang duren dan is het volstrekt terecht dat een raadslid daar naar informeert. Eerste termijn MENINGVORMING C. Neefjes stelt vast dat een aantal punten zuiver technisch zijn, die men graag verbeterd ziet. Over de andere punten wil hij graag inhoudelijk discussie. R. Manshanden vindt het punt financiele doorrekening van coalitie of raadsprogramma prima met de volgende kanttekening. Niet alles is financieel door te rekenen. Er zijn ook zaken die budgettair neutraal zijn of visies betreffen. Samen inventariseren wat daarvoor nodig is, is vanzelfsprekend en geen discussiepunt. Het is een goed plan dat de afzonderlijke fracties in een later stadium worden geraadpleegd over dit onderwerp. De fractie stelt vast dat er een samenhang is tussen de verschillende punten en het huidige vergadermodel. Dit vergadermodel moet geëvalueerd worden. S. Zeilemaker wil de betrouwbaarheid van de BTA ter discussie stellen. Ieder maand komen dezelfde problemen naar voren dat er de ene maand teveel stukken zijn en de andere maand te weinig. De organisatie kan kennelijk niet de agenda goed bewaken.

Te late levering van raadsvoorstellen en/of –stukken valt mee, maar gebeurt toch te vaak. Kan er niet tussentijds al informatie verstrekt worden? Wacht niet tot alles compleet is. Uitvoering coalitieprogramma is meer voor een volgende raadsperiode. Een vierde wethouder moet worden heroverwogen tzt gelet op de financiële situatie.  Reactie burgemeester Streng: De organisatie is niet verantwoordelijk voor aanlevering van stukken voor het Presidium, dat is het college.  Reactie S. Zeilemaker: Het klopt dat het college hiervoor verantwoordelijk is en hij roept het college op om daar beter op te acteren met een betere planning. T. Beuker ziet in de brief en de reactie van het college een aantal herkenbare punten waar hij zich ook zorgen over maakt, denk aan de BTA, aanlevering rvs-en. Oorzaak is oa dat de ambtelijke organisatie niet op orde is. Daar worden stappen in gezet, middels extra budget, maar ook naar de toekomst moeten we daar meer op investeren gelet op de ambities. Anderzijds moet ook de raad kritisch naar zichzelf kijken vwb de bestuurscultuur: schriftelijke vragen, moties en amendementen zijn er volop. Dat heeft zijn prijs. In het kader van bestuurskracht moet daarnaar gekeken Pagina 8

worden om samen met de organisatie op de lopen om de gemeente sterker te maken. Het college werkt keihard maar schippert met de mogelijkheden: de wind zit niet met alles mee, we hebben een verouderd gemeentehuis, een inhaalslag is nodig. T. Berlijn vindt dat met name het op de waakvlam zetten van projecten niet gegaan is zoals het hoort. De situatie in het gemeentehuis is nijpend, 65 fte tekort, maar dat is niet van gisteren. Hoe kunnen we een goede organisatie neerzetten die de burgers goed van dienst kan zijn? Uitvoering en doorrekening van het coalitieprogramma is iets voor de volgende periode, maar we moeten het samen doen. L. Plekker vindt het goed de brief van de oppositie middels deze bespreeknotitie te behandelen. Veel gaat goed, er zijn zeker verbeterpunten. Er is inmiddels het eea gebeurd, de motie- en toezeggingenlijst is opgeschoond. Te late aanlevering rvs-en is sporadisch. 2 aandachtspunten: allereerst is de huidige organisatie wel goed toegerust voor de ambities die we hebben, er is destijds veel bezuinigd. Daar volgt wel binnenkort een rvs voor. Het college geeft wel aan dat we financieel in control zijn, het is wel snel gegaan van een financieel gezonde gemeente naar een gemeente die moet bezuinigen. We moeten tijdig signaleren en bijsturen zo nodig. Wat betreft de doorrekening van een coalitieakkoord.

Deze periode is gekozen voor een akkoord op hoofdlijnen wat ook ruimte geeft voor debat. Met een doorrekening is veel tijd gemoeid. Op hoofdlijnen kan het prima, maar niet te gedetailleerd, dat kost te veel tijd en maakt dat het dichtgetimmerd is. M. Raat vindt waar het gaat om uitvoering van toezeggingen en moties, dat als je het hebt over een heldere rolopvatting je er als raad vanuit mag gaan dat je alle informatie krijgt en dat toezeggingen nagekomen worden. Het is voorgekomen dat dit niet het geval was. Vertrouwen ontstaat door het nakomen daarvan. Op de vraag of behoefte is aan een financiële doorrekening zodra er een coalitieakkoord ligt, is de fractie van mening dat dat aan de betrokken partijen is. Een akkoord gaat vaak om intenties wat men wil gaan doen. Als de organisatie of eigenlijk het demissionaire college dat moet gaan doorrekenen dan kan er sprake gaan zijn van beïnvloeding op de coalitievorming. De raad moet inderdaad ook kritisch naar zichzelf kijken bijvoorbeeld over vragen, moties en amendementen, dat vergt ontzettend veel tijd. De vraag is voorts wat gebeurt er met die informatie. S. Visser heeft de behoefte even terug te kijken hoe de brief is ontstaan. Er was frustratie bij de oppositiepartijen over met name de BTA. Dat de organisatie niet op orde was en is, kan zo zijn, maar dan moet je kiezen om dingen niet te doen. We werden niet gehoord.

Toen kwam de waakvlam en dat leidde tot nog meer onvrede. De lading die hieronder ligt is dat we elkaar als raad niet verstaan. Dingen stapelden en toen is de brief aan het college gezonden. We willen verbeteringen, het is een open invitatie om dit bespreekbaar te maken. De fractie roept op om erover te spreken hoe we dit gaan aanpakken. We hebben buiten het onderwerp geld met elkaar een serieus probleem om de agenda voor elkaar te krijgen en de burgers te bedienen zoals dat hoort. En we moeten inderdaad als raad zuinig zijn met de raadsmiddelen zoals vragen ed. A. Meester is van mening dat de brief bedoeld is als opbouwende kritiek. Het gaat om communicatie, zowel van organisatie naar het college, van college naar de raad en vice versa. Laten we de discussie vanavond gebruiken om beter te gaan communiceren en beter te gaan werken met elkaar. Y. Nijsingh geeft aan dat de brief vooral bedoeld was als signaal. Er gingen verschillende dingen niet goed en er veranderde ook niets. De brief hoeft dan ook niet in detail besproken te worden, het moet een continu proces worden van hieraan werken. De bespreeknotitie is wat vaag. Het is de afgelopen tijd ook niet beter geworden, deels komt dat door het digitaal vergaderen. De bestuurskracht wordt er niet beter van. We zien een aantal punten: de organisatie qua capaciteit, de cultuur en het punt bestuurskracht, waar de sleutel ligt.

Wat betreft de financiële doorrekening van een coalitieprogramma of raadsprogramma is de fractie van mening dat het te vroeg is om daar nu in algemene begrippen over te spreken. Tweede termijn MENINGVORMING S. Visser heeft de discussie vanavond aangehoord. Men wilde met de brief geen verwijten maken. In de bespreeknotitie ziet men nog geen reactie die tot een concrete verbetering leidt. Er liggen nog steeds inzichtpunten verkeerd in de BTA, we Pagina 9

weten niet wat kan en wat niet kan, we zijn niet bezig te besturen op de punten die echt noodzakelijk zijn. Zij vraagt zich met name af wat de coalitie hiervan vindt.  Reactie T. Beuker: De aangedragen punten zijn goed gehoord. Het zuinig omgaan met de raadsinstrumenten is een helder signaal voor allemaal. De brief wordt niet gezien als aanval, er staan punten in die worden onderschreven en herkenbaar zijn. Kijkend naar een oplossing: samen te verkennen wat daarvoor nodig is. Een aantal fracties hebben daar al op gereageerd: de ambtelijke versterking en eigenreflectie. Anderzijds moeten we ook naar de eigen cultuur kijken, dat gebeurt nu met de bestuurskrachtinventarisatie. Wat is er nog meer nodig om hier een vervolg op te geven?  Reactie S. Visser: We hebben steeds de oproep gedaan ermee aan de slag te gaan. De brief is van mei vorig jaar. Jammer dat dit zo lang moet duren. Er is grote behoefte om de werkelijkheid op tafel te krijgen buiten de ambtelijke organisatie en geld. Zij roept iedereen op om een realistische BTA te krijgen. S. Zeilemaker is van mening dat het juist is dat er al veel is verbeterd. Als het gaat om extra formatie dan is de fractie daar geen tegenstander van, maar die moet gericht worden ingezet op die punten waar de raad aandacht voor vraagt (woningbouw bv). Er moet op bepaalde punten wel bezuinigd worden. Een kerntakendiscussie is noodzakelijk.

Het gevoel is dat het college wat huiverig is voor een dergelijke discussie. Het financieel doorrekenen van het programma heeft weinig zin als je, zoals nu is gebeurd met de jeugdzorg, ineens binnen een korte termijn voor enorme tekorten wordt geplaatst. Zoiets voor 4 jaar doen is niet houdbaar. Wat betreft inzet van raadsinstrumenten (vragen, moties e.d.), dat heeft ook met je taak als raadslid te maken als je bijvoorbeeld bevraagd wordt door burgers. Het kan helpen als de rvs-en helderder worden en als het college meer actieve informatie verstrekt. C. Neefjes geeft aan dat de brief al weer een jaar terug is gezonden. Er is het een en ander verbeterd. Het is gelet op de financiële situatie van de gemeente wel van belang een kerntakendiscussie te houden. Vwb de behoefte aan een doorrekening van een coalitie- of raadsprogramma is een globale doorrekening handig. Dit laat ook zien waar je voor staat en waar je als college aan begint. M. Raat hoort mevrouw Visser de oproep doen aan de coalitie om een realistische BTA te maken. Dat is nobel, maar zodra er in die agenda wordt geschrapt zal er een hoop discussie ontstaan, want ook de oppositie zal veel punten niet van de agenda willen hebben. Reacties:  S. Visser: Mijn oproep was dat ‘we’, dus coalitie én oppositie, dit met elkaar moeten bespreken, dit is het moment. We kunnen kijken wat op de langere termijn gezet kan worden.

Het is beter een goede termijnagenda te hebben met kwalitatief goede stukken dan dat het zo gaat als het nu nog altijd gaat. Dit is ook voor de organisatie van belang. Laten we het reëel maken.  M. Raat: Helemaal eens. De bal ligt niet alleen bij de coalitie, het is een raadsprogramma en als we gaan prioriteren en schuiven en realistisch maken, laten we dat dan meteen doen. We krijgen wel discussie als dat door de raad moet en zal leiden tot veel amendementen e.d. want iedere partij wil zijn accenten leggen en aangeven waarom het ene wel en het andere niet moet.  S. Visser: In reflectie, dit kan toch gewoon een oproep zijn, daar is die brief ook voor bedoeld.  M. Raat: u vindt de VVD aan uw zijde, maar ik wijs er op dat zodra we dingen gaan schrappen zullen er ook veel dingen direct weer op geplaatst gaan worden. Het is een poging waard.  S. Visser: Er kunnen voor alle partijen punten af vallen, maar wellicht krijgen we het voor elkaar nog een jaar lang voor de burger resultaten te behalen. L. Plekker vindt dat de raad meer ‘naar buiten’ moet gaan om te horen bij burgers en ondernemers wat daar speelt. De BTA, daar zijn al slagen in gemaakt. Voorheen stelde de agendacommissie de termijnagenda vast en was er niet steeds zo’n discussie. Dat is vooral sinds dit in het presidium wordt behandeld.

Hij ziet de BTA vooral als een sturingsinstrument voor de organisatie waar bijvoorbeeld jaarplannen Pagina 10

op gebaseerd kunnen worden. Wil je kijken wat haalbaar is, wat prioriteit moet krijgen of waar geld aan gehangen moet worden dan zou dat in zijn optiek veel meer een onderdeel van de begroting zijn. Daar maak je keuzes. Die discussie hoort niet in het presidium, maar in de openbaarheid en dus bij voorkeur bij de begroting. Laten we deze bespreeknotitie als signaal zien naar het college en de raad, waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen coalitie en oppositie. R. Manshanden wil nog reageren op de rol van de agendacommissie. Met het nieuwe vergadermodel is de agendacommissie afgeschaft. Dat is een groot gemis. Dus op de vraag wat er voor nodig is om slagen te maken, pleit zij ervoor om terug te gaan naar de agendacommissie. Burgemeester Streng denkt dat er vanuit alle fracties constructieve opmerkingen zijn ingebracht. Er zijn nog wat politieke hindernissen te nemen als het gaat om het fenomeen ‘Basis op orde’, waar het college en het management zich hard voor maken. Dat vragen we ook om de raad en de inwoners optimaal te kunnen bedienen. Dit komt dus zeker nog terug om te bespreken en dan wordt er een goed vervolg aan gegeven. De voorzitter concludeert dat er veel besproken is, dat is heel waardevol. Hij vat beknopt samen wat besproken is.

Er is aangegeven dat er al het nodige verbeterd is, er is ambtelijke versterking nodig om invulling te geven aan die inventarisatie, een realistische BTA is gewenst met prioritering. Er is niet heel sterk behoefte aan een doorrekening van het coalitie- of raadsprogramma. Veel punten waarop teruggekomen moet worden. Mooi om te zien dat de bereidheid is om in gezamenlijkheid te inventariseren wat ervoor nodig is. 10

Sluiting De voorzitter sluit de vergadering.

Pagina 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=18cb72bd-b8d5-4827-9f87-cf9b369a03d5