01 Bijlage 1 Participatie bij ruimtelijke plannen
Tekst van het document
Participatie bij ruimtelijke plannen september 2012
aangeboden door de Werkgroep: Siem Zeilemaker (coördinator), Arie Schouten, Piet Mosch, Jan de Vries, Anneke vd Geest, Peter Zwagerman, Rinus Huijsen, met ondersteuning van: Mandy Postma, Minke Jellema en Guda Kager.
Algemeen: Het gaat bij bouwplannen alleen om plannen die onder de planologische bouwregels vallen, dus niet om vergunningsvrije bouwwerken. (Ook al denken inwoners daar anders over).
1
1.
Eenvoudige Ruimtelijke ontwikkelingen
Definitie Een eenvoudig ruimtelijke ontwikkeling1 is een plan dat past binnen het bestemmingsplan, al dan niet met een afwijkingsbevoegdheid, incl. een binnenplanse wijziging.
Voorbeelden Het gaat hier om plannen die tot de bevoegdheid van het college behoren, denk daarbij aan de niet vergunningsvrije dakkapellen, schuurtjes, kleine verbouwingen/uitbouwen, vergroten van een bouwblok, garageboxen e.d.
Het stappenplan Wettelijke procedure (globaal) 1. inwoner vraagt aan -> vergunning aanvraag start -> publicatie 2. de vergunning wordt binnen 8 weken verleend 3. publicatie verleende vergunning en start bouw -> 6 weken voor bezwaar /schorsing voorlopige voorziening aanvragen < nb. Bij een wijzigingsplan (binnenplans) is de procedure iets anders: daar ligt wel een ontwerpplan ter visie, er geldt: ontwerp 6 weken ter visie, daarna vaststellen en definitief besluit. Hierna kan dan de WABO-vergunning verleend worden. Het gaat wel om zaken met beperkte impact> Extra op wettelijke procedure Raad: Het college informeert de raad(scommissie) bij ‘gevoelige’ zaken Inwoners: Bij de aanvraag wordt extra aandacht besteed aan het informeren van de directe omgeving (bijv. op aanvraagformulier, in folder en mondeling bij de balie). Tzt. digitale mogelijkheid creëren zodat inwoners zich via de website kunnen aanmelden voor een nieuwsbrief met ontwikkelingen in de omgeving en/of inloggen op ontwikkelingen die in de omgeving plaatsvinden. Hierbij moet gedacht worden aan het burgerparticipatieniveau: informeren.
Noot: zie voor burgerparticipatie de bijlagen.
1
Het betreft hier art 3.6 WRO a1 en a2; voor de WABO werd dit met ‘ontheffing’ aangeduid
2
2.
Middelgrote ruimtelijke ontwikkelingen
Definitie Een middelgroot ruimtelijke ontwikkeling is een plan dat afwijkt van het bestemmingsplan, een WABO/projectbesluitprocedure2, en/of wijzigingsbevoegdheid die niet is opgenomen in het bestemmingsplan. De ruimtelijke ontwikkeling heeft impact voor de omgeving.
Voorbeelden Het gaat hier om plannen zoals toilettengebouw, botenhuis rescue, multifunctionele accommodatie, huisvesting buitenlandse werknemers 20-30 personen buiten de bebouwde kom, uitbreiding Theehuis, kap beeldbepalende bomen, herinrichting van straten/ wegreconstructies, windmolens Andijk, camping Klein Giethoorn te Opperdoes, ed..
Het stappenplan Wettelijke procedure (globaal) 1. inwoner/bedrijf dient een principeverzoek in 2. principeverzoek wordt getoetst aan beleid en ruimtelijke aanvaardbaarheid; college neemt besluit op principeverzoek als het niet past binnen toetsingskader 3. positief principeverzoek dan kan er een vergunning worden aangevraagd. - Bij een aanvraag hoort een goede ruimtelijke onderbouwing (2.12.1.a.3.WABO) - Indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijk onderbouwing bevat; 4. ontwerpbesluit ter visie leggen 6 weken (zienswijzeprocedure), daarna besluit waartegen bezwaar openstaat. Als de activiteiten binnen de reikwijdte van de uitgebreide procedure vallen, geldt een beslistermijn van 6 maanden (26 weken). Deze termijn is eenmaal te verlengen met maximaal 6 weken, is niet binnen deze beslistermijn een besluit over de aanvraag genomen dan krijgt de aanvrager geen vergunning van rechtswege. Wel zijn hier de regels van de Wet dwangsom en beroep bij niet-tijdig beslissen van toepassing, zodat de aanvrager alsnog een tijdige beslissing kan afdwingen.
Extra op wettelijke procedure Raad: - bij stap 2: Het college informeert de raadscommissie door het principeverzoek dat afwijkt van het beleid en ruimtelijke aanvaardbaarheid voor te leggen aan de raadscommissie; de raadscommissie geeft aan of zij het een positieve of negatieve ontwikkeling vindt. (Let wel: gehoord de commissie bepaalt het college of principeverzoek mag worden omgezet in aanvraag). - bij stap 3: Het college legt een kaderstellende startnotitie voor aan de raad (inhoud = traject kaderstelling) waarbij aandacht is voor de planning van het totale project en de momenten waarop de raad(scommissie) betrokken wordt in het traject. Bij een plan uit de “oude” gemeenten bevat een kaderstellende startnotitie een historisch overzicht. 2
Het betreft hier artikel 2.12.1.a3 WABO
3
Denk daarbij: aan informatie/presentatieavond voor raad (evt gelijktijdig met inwoners), gemid. 2 maanden tussen presentatie en eerste bespreking in de commissie, hoorzitting zienswijze door raad e.d. Inwoners: In de kaderstellende startnotitie wordt aangeven wanneer en welke rol de direct betrokkenen hebben in het traject (= burgerparticipatie), en de rol van de kernraad hierin. Daarbij moet gedacht worden aan de participatieniveaus: informeren, consulteren (en adviseren), en aangeven of dit contacten met de raad en/of met het college betreffen. Noot: zie voor kaderstelling en burgerparticipatie de bijlagen.
4
3.
Grote ruimtelijke ontwikkelingen
Definitie Een grote ruimtelijke ontwikkeling is een bovenwijkse ontwikkeling, dan wel een nieuw of wijziging van een bestemmingsplan, en/of met gevolgen voor een grote bevolkingsgroep.
Voorbeelden Het gaat hier om plannen zoals structuurvisie, bedrijventerrein, hele woonwijk, Westfrisiaweg, belangrijke ontsluitingswegen en rotondes, bestemmingsplan buitengebied, nieuw bestemmingsplan voor de bebouwde kom van een dorpskern, gaswinning (proefboring is middelgroot, echter het is een voorstadium van gaswinning), renovatie Hoge Steeg, renovatie Emmapark, ontwikkelingen tegen of net over de gemeentegrens.
Het stappenplan Wettelijke procedure (globaal) 1. inwoner/bedrijf/ de gemeente dient een principeverzoek in 2. principeverzoek wordt getoetst aan beleid en ruimtelijke aanvaardbaarheid; college neemt besluit op principeverzoek als het niet past binnen toetsingskader 3. positief principeverzoek dan kan er een vergunning worden aangevraagd 4. bestemmingsprocedure, evt aangevuld met inspraak - inspraak 6 weken evt. met informatieavond - zienswijzeprocedure: 6 weken ter visie voor een ieder - reactienota (=zienswijzenota) samen met aangepast plan ter vaststelling naar de raad - 6 weken ter inzage, definitief besluit waartegen direct beroep bij RvS openstaat. Extra op wettelijke procedure Raad: - bij stap 1-2: Het college organiseert een informatie/presentatie avond voor de raad over de nieuwe ontwikkelingen en vraagt om een eerste grote lijn/denkrichting voor kaders. Deze lijn/denkrichting kan verfijnd worden door na een toelichting stellingen of scenario’s voor te leggen. - bij stap 3-4: Gemid. 2 maanden na de presentatie legt het college een kaderstellende startnotitie voor aan de raad (inhoud = traject kaderstelling) waarbij aandacht is voor de planning van het totale project en de momenten waarop de raad betrokken wordt in het traject. Denk daarbij ook contacten raad-inwoners dmv hoorzitting zienswijze door de raad.
Inwoners: In de kaderstellende startnotitie wordt aangeven wanneer en welke rol de direct betrokkenen hebben in het traject (= burgerparticipatie), en de rol van kernraad hierin. Als het om een plan uit de “oude” gemeenten gaat is er in de kaderstellende startnotitie een historisch overzicht opgenomen. Daarbij moet gedacht worden aan de participatieniveaus: informeren, consulteren en adviseren (in voorkomende gevallen: co-creatie en zelfbeheer), en aangeven of deze contacten met de raad en/of met het college betreffen.
5
Noot: zie voor kaderstelling en burgerparticipatie de bijlagen.
6
Bijlage 1
Kaderstelling
Algemeen Bij de invoering van de wet Dualisering heeft de wetgever bepaald dat de raad de kaders stelt en het college deze uitvoert. Kaders zijn dus alle besluiten die de gemeenteraad neemt. Denk daarbij aan: bestemmingsplannen, structuurvisie, kadernota, Programmabegroting, verordeningen, beleidsnota´s ed. De wetgever heeft niet bepaald hoe deze kaders tot stand komen. De gemeenten mogen zelf spelregels ontwikkelen voor het traject van het begin tot het vaststellen van de kaders (= kaderstelling). Initiatief kaderstelling In de praktijk blijkt dat het college voor 99% het initiatief neemt voor kaderstelling. Het college is namelijk als eerste op de hoogte van nieuwe onderwerpen vanuit wet- of regelgeving, maar ook van onderwerpen die in de uitvoering problemen geven en een nieuw kader behoeven (wijzigingen beleid, bestemmingsplannen, verordeningen, programmabegroting, etc.). De raad kan ook initiatief nemen om kaders te stellen. Dit komt een enkele keer per jaar voor en dan gaat het met name om onderwerpen die voor de samenleving heel belangrijk zijn. In voorkomend geval vindt de raad het onderwerp politiek gezien ook zo belangrijk dat zij middels een werkgroep de eerste stappen zet voor de kaderstelling van het initiatief.
Hoe kan kaderstelling er uit zien. Enkele voorbeelden. Het traject om tot kaders te komen verloopt divers en is afhankelijk van het onderwerp en de impact op de omgeving. In deze bijlage treft u een drietal voorbeelden aan van hoe kaderstelling schematisch vervat kan worden.
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Commissie; consultatie, keuze uitwerking 1 of 2 scenario’s)
Burgerparticipatie; consultatie/zienswijze
College
Scenario 4 Commissie; oriënterend Inspreken altijd mogelijk
Scenario 5
Commissie; meningvormend College: inventarisatie Raad; besluitvormend
Voorbeeld 1.
7
College verzorgt presentatie principeverzoek voor commissie
College stelt Nota van uitgangspunten op
Commissie; consultatie, Kaderstellende startnotitie
Burgerparticipatie: Informatieavond voor direct betrokkenen in aanwezigheid van commissie
Commissie; oriënterend Inspreken altijd mogelijk
Commissie; meningvormend
Raad; besluitvormend
Voorbeeld 2.
College stelt Nota van uitgangspunten op voor bestemmingsplan
Commissie; consultatie, Nota van uitgangspunten
College: stelt ontwerpbestemmingsplan op
Burgerparticipatie: Ter inzage + zienswijze
College stelt Reactienota op Burgerparticipatie: Informeren over proces Hoorzitting raad
Commissie; oriënterend Inspreken altijd mogelijk
Commissie; oriënterend Geen Inspraak
Commissie; meningvormend
Commissie; meningvormend
Raad; besluitvormend
Raad; besluitvormend
Voorbeeld 3.
8
Bijlage 2
Burgerparticipatie
Algemeen Burgerparticipatie betreft het betrekken van inwoners en andere belanghebbenden bij planontwikkelingen. De participatie kan op verschillende niveaus voorkomen: van ‘informatie verstrekken’ tot en met ‘meebeslissen. Bij de aanvang van een ruimtelijke ontwikkeling (Informatienota) wordt door de raadscommissie bepaald op welk moment in het traject de burgerparticipatie wordt ingezet, wie de betrokkenen zijn en welke rol men krijgt.
In onderstaande overzicht zijn de verschillende participatieniveaus inzichtelijk gemaakt.
Participatieniveau
Democratievorm
Rol participant
Voorbeelden
Zelfbeheer
Direct
Meebeslisser
Wijkbeheer
Co-creatie
Interactief
Partner
Adviseren
Inspraak
Adviseur
Consulteren
Inspraak
Raadpleger
Informeren
Representatief
Toehoorder
Publiek en private samenwerking bij inrichting bedrijventerrein Tijdens voorlichtingsavond kan men kiezen uit 3 opties die verder uitgewerkt wordt Mogelijkheid om kritiek te geven op voltooide plannen Implementatie van EU-richtlijnen aan doelgroep
9