CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Bijlage 1 Parkeerverordening gemeente Medemblik 2025 (Actualisatie)

Raadscommissie 8 januari 2026, gemeente MedemblikBij agendapunt: Bespreeknotitie vergunning parkeren oosthoek (pfh. H. Nederpelt)2.312 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Parkeerverordening Gemeente Medemblik 2025

Parkeerverordening Medemblik 2025 Geldend van ... t/m heden. Intitulé De raad van de gemeente Medemblik; Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van … … 2025; Overwegende dat: een wijziging van de ‘Parkeerverordening Medemblik (2011)’ nodig is ten aanzien van het uitbreiden van het vergunningengebied en in achtneming van actuele ontwikkelingen en technologieën. Gelet op: artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994; Besluit: 1. vast te stellen de volgende verordening: ‘Parkeerverordening Medemblik 2025’; 2. de ‘Parkeerverordening Medemblik 2011’ in te trekken.

Hoofdstuk I Definities

Artikel 1 Definities In deze verordening en de daarop berustende besluiten wordt verstaan onder: a. afbouwregeling: Een overgangsregeling waarbij, na de invoering of wijziging van een parkeervergunningstelsel, gedurende een vooraf vastgestelde periode een groter aantal parkeervergunningen per adres of per houder wordt toegestaan dan volgens de nieuwe regels is toegestaan. Na afloop van deze periode geldt uitsluitend het in de verordening vastgelegde maximum aantal vergunningen. b. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Medemblik; c. gehandicaptenparkeerkaart: parkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer; d. houder van een motorvoertuig: I. persoon van wie het kenteken van het motorvoertuig op naam is ingeschreven in het kentekenregister als bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994; of; II.

persoon die met een schriftelijke overeenkomst of een melding in het parkeersysteem kan aantonen dat deze persoon het motorvoertuig in gebruik of in beheer heeft.

e. motorvoertuig: auto, motor, of ander motorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, en een brommobiel als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. f. parkeersysteem: middel voor het bijhouden van parkeerrechten en parkeergegevens voor parkeerplaatsen waarvoor aan- en afmelden nodig is.

g. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het onmiddellijk in- en uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op de binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten; h. parkeervergunning: vergunning van het college voor het parkeren van een motorvoertuig op een of meer in die vergunning aangegeven parkeerplaatsen of in een in die vergunning aangewezen vergunninggebied; i. parkeerplaats op eigen terrein: Een niet openbaar toegankelijke parkeerplaats welke de aanvrager in eigendom heeft of kan gebruiken op basis van huur, ingebruikgeving of een ander recht. Dit betreft: I.

een garage of carport behorende bij de woning of een garagebox (gehuurd of in eigendom) binnen een straal van 100 meter van de hoofdingang van de woning of flat waarin betrokkene woont, die bruikbaar is voor parkeren, met ten minste de volgende afmetingen: - 2,30 meter in de breedte bij 5,00 meter in de lengte;

II.

een oprit behorende bij de woning, al dan niet ingericht als parkeerplaats;

III.

een parkeerplaats op eigen terrein behorende bij de woning.

j. RVV: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli 1990, Stb. 459; k. vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend; l. vergunninggebied: gebied, bedoeld in artikel 2, eerste lid, of een gebied dat wordt begrensd door verkeersbord E9 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 met daarboven het woord 'zone' en een of meer in samenhang met dat verkeersbord geplaatste borden waarmee het einde van de zone wordt aangeduid.

Hoofdstuk II Algemene bepalingen over parkeervergunningen Artikel 2 Aanwijzing van vergunninggebieden en adressen 1. Het college kan gebieden aanwijzen waar met een parkeervergunning mag worden geparkeerd. Daarbij kan per gebied of deel daarvan worden aangegeven welke vergunninghouders er kunnen parkeren. 2. Het college kan adressen binnen een vergunninggebied aanwijzen, waarvoor geen parkeervergunning wordt verleend. 3. Het college kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen vaststellen waarop het parkeren alleen aan vergunninghouders is toegestaan. Artikel 3 Parkeervergunning algemeen 1. Het college geeft in de parkeervergunning in ieder geval aan: a. voor welke periode de parkeervergunning geldt; b. voor welk gebied de parkeervergunning geldt;

c. op welke naam en op welk kenteken de parkeervergunning staat. 2. Het college kan nadere regels stellen over het aanvragen en verlenen van een parkeervergunning, de gevallen waarin aan- of afmelden bij het parkeersysteem verplicht is om van een parkeervergunning gebruik te maken en op welke wijze dat aan- en afmelden plaatsvindt. Artikel 4 Termijn beslissing 1. Burgemeester en wethouders beslissen binnen 8 weken na ontvangst van een aanvraag voor een vergunning. 2. Burgemeester en wethouders kunnen de in het eerste lid genoemde termijn met ten hoogste 4 weken verlengen. Artikel 5 Nadere regels, voorschriften en beperkingen parkeervergunning 1. Het college kan nadere regels stellen over de tijden waarop vergunninghouders mogen parkeren. Het college kan hierbij verschillende regels stellen voor parkeertijden met verschillende soorten parkeervergunningen, genoemd in hoofdstukken 3 tot en met 6, en voor verschillende typen motorvoertuigen. 2. Het college kan aan een parkeervergunning voorschriften of beperkingen verbinden: a. ter bescherming van het evenwicht van de verdeling van de beschikbare parkeerruimte; b. tot het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, zoals hinder of schade; c. tot het beperken van de negatieve gevolgen voor het milieu, waaronder het zoveel mogelijk voorkomen van het gebruik van de auto als dat niet nodig is.

Artikel 6 Voorwaarden parkeervergunning 1. Een vergunning wordt per kalenderjaar verleend. 2. Het college kan het in het eerste lid genoemde termijn verlengen. 3. Een vergunning is geldig in één vergunninggebied zoals deze is vastgesteld in het aanwijzingsbesluit. 4. Het college stelt een lijst vast waarop adressen staan die beperkt recht hebben op een parkeervergunning. Voor adressen op deze lijst wordt het aantal te verlenen vergunningen verminderd met het aantal stallingsplaatsen op eigen terrein dat vermeld staat op deze lijst, overeenkomstig het bepaalde in artikel 8, tweede lid, en artikel 10, tweede lid. 5. Het college verleent geen vergunning voor een motorvoertuig dat, met inbegrip van de lading, langer is dan 6,00 meter of hoger is dan 2,40 meter, als bedoeld in artikel 4:7 van de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Medemblik. 6. Het college verleent geen parkeervergunning voor campers, kampeerauto’s, caravans of andere recreatievoertuigen. Artikel 7 Vervallen, intrekken of wijzigen van de parkeervergunning 1. De parkeervergunning vervalt als het vergunninggebied waarvoor de parkeervergunning geldt, wordt opgeheven.

2. Het college trekt de parkeervergunning in als de vergunninghouder niet meer voldoet aan de voorwaarden waaronder de parkeervergunning is verleend. 3. Het college kan op aanvraag van de vergunninghouder de parkeervergunning wijzigen of intrekken. 4. Het college kan een parkeervergunning wijzigen of intrekken als: a. een vergunninghouder niet of niet tijdig de verschuldigde leges voldoet die worden geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet; b. een vergunninghouder zich niet houdt aan de regels en voorschriften op grond van deze verordening; c. blijkt dat een vergunninghouder bij de aanvraag onjuiste gegevens heeft verleend; d. om redenen van openbaar belang. Artikel 8 Parkeren zonder parkeervergunning: uitzonderingen op het verbod 1. Het college kan uitzonderingen maken op het verbod om zonder parkeervergunning op een parkeerplaats voor vergunninghouders te parkeren. 2. Een uitzondering kan zijn: a. een vrijstelling voor soorten van gevallen, of b. een ontheffing voor individuele gevallen.

Hoofdstuk III Parkeervergunning voor bewoners en bezoekers van bewoners Artikel 9 De bewonersparkeervergunning 1. Het college verleent op aanvraag een bewonersparkeervergunning aan een aanvrager, indien: a. de aanvrager volgens de Basisregistratie Personen (BRP) woonachtig is op een adres in het door het college vastgestelde vergunninggebied waarvoor de vergunning is aangevraagd, en; b. de aanvrager kentekenhouder is van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is aangevraagd, of; c. de aanvrager een motorvoertuig gebruikt van het bedrijf waarbij aanvrager in loondienst is en waarbij het motorvoertuig op naam staat van het bedrijf dan wel sprake is van een leaseovereenkomst op naam van het bedrijf, of; d. de aanvrager feitelijk gebruiker is van een motorvoertuig dat voor ten minste drie maanden van een autoverhuurbedrijf of via de werkgever is gehuurd of geleased, waarbij een schriftelijke verklaring van het gebruiksrecht wordt aangetoond of; e. de aanvrager feitelijk gebruiker maar niet zijnde eigenaar is van het motorvoertuig waarbij het gebruik van het motorvoertuig is vastgelegd middels een contract tussen eigenaar en feitelijke gebruiker. 2. Het aantal bewonersparkeervergunningen dat per adres kan worden aangevraagd wordt verminderd met het aantal voertuigen dat aanvrager op eigen terrein kan parkeren.

Indien één of meerdere eigen parkeerplaatsen aanwezig zijn, wordt voor de tariefbepaling aangesloten bij de

eerstvolgende parkeervergunning waarvoor aanvrager in aanmerking komt. Bijvoorbeeld: Een aanvrager met één parkeerplaats op eigen terrein wordt bij een aanvraag voor parkeren in de openbare ruimte aangemerkt als aanvrager van een tweede bewonersparkeervergunning. 3. Het college kan bij de invoering van een parkeervergunningstelsel besluiten dat voor alle op dat moment op een adres in het betreffende vergunninggebied geregistreerde voertuigen van bewoners een parkeervergunning wordt verleend. 4. Na de initiële verlening van parkeervergunningen bij de invoering van een parkeervergunningstelsel treedt een afbouwregeling in werking. Deze regeling houdt in dat per adres in het betreffende vergunninghoudergebied nog maximaal twee bewonersparkeervergunningen kunnen worden verleend. Artikel 10 Aanvraag parkeervergunning bezoekers van bewoners 1. Het college kan op aanvraag een parkeervergunning verlenen aan een bewoner, die in de basisregistratie personen staat ingeschreven in het vergunninggebied waarvoor de parkeervergunning wordt aangevraagd, voor het parkeren in dat vergunninggebied door een bezoeker van die bewoner. 2. De parkeervergunning voor bezoekers houdt in dat aan het betreffende adres per kalenderjaar een door het college vast te stellen aantal bezoekersuren wordt toegekend. 3.

Deze bezoekersuren kunnen uitsluitend worden aangewend voor het tijdelijk parkeren van motorvoertuigen van bezoekers op parkeerplaatsen binnen het desbetreffende vergunninggebied. 4. Het college kan nadere regels stellen omtrent de aanvraag, de toekenning en de besteding van bezoekersuren.

Hoofdstuk IV Bedrijfsparkeervergunning Artikel 11 Bedrijfsparkeervergunning 1. Het college kan op aanvraag een bedrijfsparkeervergunning verlenen aan: a. een bedrijf dat gevestigd is op een adres in het aangewezen vergunninggebied waarvoor de vergunning is aangevraagd; b. en er voor het uitoefenen van de bedrijfsvoering op parkeerplaatsen in het vergunninggebied moet worden geparkeerd. 2. Indien een bedrijf beschikt over parkeergelegenheid op eigen terrein wordt het maximale aantal te verlenen bedrijfsparkeervergunningen gereduceerd met het aantal parkeerplaatsen waarover het bedrijf de beschikking heeft op eigen terrein. 3. Een bedrijfsparkeervergunning vermeldt één kenteken. 4. Het aantal te verlenen bedrijfsparkeervergunningen wordt bepaald door het aantal medewerkers dat op het vestigingsadres werkzaam is. De gegevens van de Kamer van Koophandel en in het BIG-register zijn bepalend. 6. Er is recht op ten hoogste drie bedrijfsparkeervergunningen per onderneming.

Hoofdstuk V Zorgparkeervergunning

Artikel 12 Zorgparkeervergunning 1. Het college kan op aanvraag een zorgparkeervergunning verlenen aan: a. de eigenaar of houder van een motorvoertuig die een zorgverlenend beroep uitoefent of geregistreerd is bij de gemeente Medemblik als mantelzorger; b. en voor zover dit voertuig voor het uitvoeren van die werkzaamheden in de directe omgeving van de betreffende locatie in het vergunninggebied moet worden geparkeerd. 2. Een zorgparkeervergunning vermeldt één kenteken. 3. Een zorgparkeervergunning wordt niet verleend indien de eigenaar of houder van de personenauto reeds over een bewoners- en/of ondernemersvergunning voor het betrokken vergunninggebied beschikt. 4. Een zorgparkeervergunning kan worden verleend indien de aanvrager gegevens kan overleggen waaruit blijkt dat de aanvrager wordt aangemerkt als professionele zorgverlener en ambulante zorg verleent.

Hoofdstuk VI Parkeervergunning voor gehandicapten Artikel 13 Aanvraag parkeervergunning gehandicapten 1. Het college kan op aanvraag een parkeervergunning voor gehandicapten verlenen aan een houder van een motorvoertuig als deze houder een geldige gehandicaptenparkeerkaart heeft. 2. Als de gehandicaptenparkeerkaart is uitgegeven door een andere gemeente, kan alleen een parkeervergunning worden verleend als de gehandicaptenparkeerkaart op de voorgeschreven manier is aangemeld bij het parkeersysteem van de gemeente Medemblik en ook is geaccepteerd. 3. Het college kan nadere regels stellen over de registratie, de controle en het gebruik van de parkeervergunning voor gehandicapten en over het gebruik van de gehandicaptenparkeerkaart voor het parkeren.

Hoofdstuk VII VERBODSBEPALINGEN Artikel 14 Verbod plaatsen voorwerp op parkeerplaats 1. Het is verboden om een ander voorwerp dan een motorvoertuig te plaatsen of te laten staan of liggen op een parkeerplaats voor vergunninghouders volgens artikel 225, eerste lid, aanhef en onder a, van de Gemeentewet. 2. Dit verbod geldt niet bij het plaatsen of laten staan of liggen van voorwerpen als dat is toegestaan op grond van een vergunning, ontheffing of andere regelgeving.

Artikel 15 Verbod onjuist gebruik parkeersysteem 1. Het is verboden het normaal gebruik van een parkeersysteem te hinderen. 2. Het is verboden een parkeersysteem anders te gebruiken dan door het college is aangegeven of dan duidelijk de bedoeling of de bedoeling van de gemeente is.

Hoofdstuk VIII Toezicht en handhaving Artikel 16 Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van de regels, vergunningen en voorschriften die bij of krachtens deze verordening gelden, zijn belast de door het college aangewezen toezichthouders. Artikel 17 Strafbepaling Overtreding van de regels van deze verordening of nadere regels op basis van deze verordening, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of een geldboete van de eerste categorie.

Hoofdstuk IX Overgangs- en slotbepalingen Artikel 18 Onredelijke uitkomst van de regels: hardheidsclausule Het college kan besluiten om deze verordening of de daarop gebaseerde nadere regels en vergunningvoorschriften niet toe te passen of daarvan af te wijken voor zover toepassing, mede gelet op het belang van het reguleren van het parkeren van motorvoertuigen in de gemeente, zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard voor de betrokken persoon of het betrokken bedrijf. Artikel 19 Oude regels en overgang naar nieuwe regels 1. De ‘Parkeerverordening Medemblik 2011’ wordt per datum van inwerkingtreding van deze verordening ingetrokken. 2. Parkeervergunningen die zijn verleend op grond van de ingetrokken verordening blijven geldig voor de periode waarvoor ze zijn verleend. Artikel 20 Moment waarop de regels gaan gelden Deze verordening treedt in werking met ingang vanaf … … 2025. Artikel 21 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ‘Parkeerverordening Medemblik 2025’.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum vergadering]. De voorzitter, De griffier,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=d240efa4-759e-4258-94ff-f374c1189a4a